WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Psychologische krachten: glijdende schaal

6 apr.2008

Een enkele bron over het verkeerde gebruik van de glijdende schaal - het staat voor een ware epidemie van dit verschijnsel (noot: deze opmerking is achterhaald door latere bronnen, maar hier behouden om te laten zien dat er een chronologische ontwikkeling is in de kennis van het verschijnsel -dat door deze website voorspeld is aan de hand van basale overwegingen)


Uit: De Volkskrant, 29-03-2008, door Maarten Keulemans

Autisme light

Tussentitel: Vmbo’ers noem je ook niet licht debiel

Mijn vrienden waren er gelukkig nogal laconiek over: op een tienminutengesprek hadden ze te horen gekregen dat hun zoontje van vijf licht autistisch is. Het jongetje staat niet gemakkelijk zijn stoeltje af en had becijferd op welke dag zijn verjaardag in 2018 valt, met inachtneming van de schrikkeljaren.
    Licht verkouden kun je zijn, maar licht autistisch? In een mooi boek dat ik pas las, Onze hersenen, beschrijft psychiater René Kahn autisme als een buitengewoon akelige aandoening, zoiets als een kapotte netwerkadapter in je hoofd. Zou daarvan een light-versie bestaan?
    Natuurlijk niet. Mensen variëren nu eenmaal. Het zoontje van mijn vrienden zal, net als zoveel andere mensen, wel ergens op de glijdende schaal van kenmerken zitten die uiteindelijk als eindstation de aandoening ‘autisme’ heeft. Maar om hem daarom te brandmerken als ‘licht autistisch’ is net zo onzinnig als een vmbo’er aanmerken als ‘licht debiel’ of een bejaarde met ouderdomsvergeetachtigheid uitmaken voor ‘licht dement’.
    Toch is er, tot onvrede van nogal wat medici, een wildgroei aan kinderen met het etiket licht autistisch, licht dyslectisch of ‘rekenzwak’ – de light-versie van dyscalculie. ...
    Misschien is een deel van de verklaring dat termen als ADHD, autisme en dyslexie gemeengoed zijn geworden. Op school strooien de juffen en meesters met plechtige medische termen, als volleerde neurologen: het koppige jongetje heeft autistische trekjes, het meisje dat de tafels niet kent, is rekenzwak.
    Dat klinkt gewichtig, zo’n fraaie pseudomedische diagnose, en levert – wie weet – overheidssteun op. De keerzijde is dat Jantje opeens een stoornis krijgt opgeplakt waaraan eigenlijk niemand zich stoorde.
    Iets zegt me dat we daarmee toch een beetje moeten oppassen. Vroeger moest je eerst ziek worden om een diagnose te horen; nu ligt de diagnose al op tafel voordat er sprake is van een medisch probleem. ...


Red.:   Hier wordt de glijdende werkelijkheid dus gebruikt om ten onrechte een ernstige kwaal de diagnostiseren.
     De werkelijkheid begint steeds meer door te dringen:


Uit: De Volkskrant, 15-11-2008.

'Schizofrenie geen ziekte noemen'

De term schizofrenie is gebaseerd op wetenschappelijk drijfzand en is bovendien stigmatiserend. Het zou beter zijn om in plaats daarvan te spreken over een Salience Dysregulated Syndrome ('Vertekend Waarnemings Syndroom').
    Dat schrijft de Maastrichtse hoogleraar psychiatrie Jim van Os binnenkort in het British Journal of Psychiatry. ...
    Schizofrenie is een psychotische stoornis met symptomen die deels ook andere stoornissen kenmerken, en deels onderdeel vormen van normaal gedrag. Zo komen onder de gewone bevolking psychotische ervaringen tien tot vijftig keer zo vaak voor als de psychotische stoornis zelf.   ...


Red.:    Een vervolg van dezelfde onderzoeker:


Uit: De Volkskrant, 13-11-2010, door Malou van Hintum

Interview | Psychiater Jim van Os

Niemand is gek volgens het boek

In de psychiatrie heb je wel een aandoening of niet, maar ertussenin past niet in de rechtlijnige handboeken. Dat leidt in het onderzoek tot veel te beperkte vragen, vindt psychiater Jim van Os. ‘We zijn het echt zat.’

Tussentitel: 'Ze switchen gewoon naar de volgende genetische hypothese'

Hij is de psychiater in Nederland als het om schizofrenie gaat, al wil hij dat woord eigenlijk niet horen. ‘Het onderverdelen van stoornissen in categorieën heeft ons meer kwaad dan goed gedaan,’ zegt hoogleraar psychiatrie Jim van Os (1960, Universiteit Maastricht), die onlangs een Europese subsidie van 12 miljoen euro binnenhaalde voor een Europees interdisciplinair onderzoek naar schizofrenie.
    Afgelopen week verscheen van hem een artikel in het tijdschrift Nature waarin hij de samenwerking tussen dieronderzoekers, neuro-imagers, genetici en sociale omgevingsonderzoekers bepleit om vooruitgang te boeken in het onderzoek naar psychiatrische syndromen. ...

Iemand kan toch wel of niet schizofrenie hebben? Zulke categorieën zijn juist handig om greep te krijgen op een chaotische werkelijkheid.
‘Het diagnostisch systeem is gebaseerd op denken in dichotome categorieën: je hebt iets wel of je hebt iets niet, je hebt het één of je hebt het ander. Van allebei die contrasten weten we inmiddels dat ze onzin zijn. Labels worden in de klinische praktijk met elkaar verward – zo kunnen mensen met dezelfde symptomen volgens de ene psychiater aan schizofrenie lijden, en volgens de andere aan depressie – terwijl het helemaal niet om de labels gaat. Het gaat erom of iemand wel of niet een zorgbehoefte heeft.’

Iemand met hallucinaties en wanen, die geen controle heeft op zijn omgeving, heeft toch sowieso behoefte aan zorg?
‘In de werkelijkheid van de psychische stoornissen gaat het erom hoeveel en hoe ernstige symptomen iemand heeft, en hoeveel last hij ervan heeft. Sommige mensen horen stemmen en functioneren prima, terwijl anderen een paar keer een stem horen, in paniek raken en naar de psychiater hollen. Zo relatief is het.’

U vindt dat de rechtlijnige handboekenwijsheid plaats moet maken voor de weerbarstige klinische praktijk.
‘Elke psychiatriestudent krijgt die categorieën voorgeschoteld. Je móét de DSM-criteria uit je hoofd leren, je mag daarover geen kritische vragen stellen. Dat kan alleen als je zoals ik de academie inrolt.
    ‘Daarbij komt dat mensen grote behoefte hebben aan categorieën, zeker in de geneeskunde. Heb je ze eenmaal, dan worden daar complete tijdschriften op gebaseerd, verzekeringsvergoedingssystemen in de zorg, farmaceutische industrieën werpen zich erop, er worden academische carrières rond gevormd. Er ontstaat een beweging die nauwelijks te stoppen is.’

Toch lijkt het er met het verschijnen van de Nature-special over schizofrenie op dat uw benadering wordt geaccepteerd. Hoe kan dat?
‘De patiënten laten steeds meer van zich horen, die zijn het echt zat. De professionals in de zorg laten ook steeds meer merken dat ze niets met al die categorieën kunnen.
...
U stapt af van geclassificeerde stoornissen en gaat onderzoek uitvoeren waarbij de vraag niet is of iemand al dan niet ergens aan lijdt, maar in welke mate. Op zo’n continuüm heeft iedereen een score. Wilt u ons allemaal gek hebben?
‘Als je deze redenering volgt met betrekking tot depressie of angst, ontmoet je veel minder scepsis. Iedereen is weleens een paar dagen erg somber. Als het twee weken duurt, en je komt er niet bovenop, noemen we het een depressie. Gekte is het laatste bastion.
    ‘Er is overweldigend bewijs dat hetzelfde continuüm geldt voor psychose: een continuüm aan ervaringen dat je in de populatie kunt meten aan de hand van paranoïde gedachten, voorbijgaande hallucinaties, stoornissen in de motivatie en subtiele veranderingen in de cognitie.
    Precies zoals bij schizofrenie, alleen veel subtieler, omdat er een gradiënt is in de populatie. Hier is veel meer bewijs voor dan voor de moleculaire genetica van schizofrenie. Daarom mogen we het nu ook opschrijven in Nature. De tijd is rijp voor een paradigmawisseling.’


Red.:    Een echte massa-kwaal is depressie - er wordt regelmatig gesproken over een miljoen lijders. Met zulke hoeveelheden kan datgene dat aangeduid wordt als "depressie", nooit hetzelfde zijn als de psychologische of psychiatrische aandoening waar het vroeger voor stond:


Uit: De Volkskrant, 19-02-2011, door Malou van Hintum

'Herken de rotperiode'

Te veel mensen met psychische problemen krijgen een psychiatrische behandeling. Dat komt doordat huisartsen te weinig onderscheid maken tussen echte depressie en het worstelen met levensvragen. Dat zei bijzonder hoogleraar geestelijke gezondheidszorg in de huisartsvoorziening Peter Verhaak (Rijksuniversiteit Groningen) deze week in zijn oratie.

U zegt dat behandelingen tegen depressie vaak niet aanslaan omdat ze vaak niet nodig zijn.
'Vaak worden er lijstjes met symptomen uit het handboek voor psychiatrie afgevinkt. Maar alleen afgaan op de mate waarin iemand scoort op symptomen, is niet voldoende.'

U spreekt van de depressie-paradox. Wat betekent dat?
'Er zijn bewezen werkzame behandelingen voor depressie, maar tegelijk zien we dat het aantal mensen met depressie eerder toe- dan afneemt. Dat komt doordat behandelingentegen echte depressies ook worden gebruikt bij mensen die in een moeilijke periode zitten. Omdat er naar symptomen wordt gekeken, en niet voldoende wordt geluisterd naar het verhaal van patiënten, wordt dat niet onderkend.'

Hoe kan een huisarts een goede schifting maken tussen de echte depressievelingen en mensen die een rottijd doormaken?
'Dat is heel moeilijk en dat hoop ik de komende jaren te kunnen onderzoeken. Voor nu geldt dat het label 'stoornis' niet te snel opgeplakt moet worden. Ik denk dat huisartsen meestal wel een goed beeld hebben van hun patiënten, en best kunnen beoordelen of iemand een schouderklopje nodig heeft of specialistische hulp.'    ...


Red.:   De kwaal die boven aangeduid wordt als 'worstelen met levensvragen' is bij uitstek geschikt voor behandeling met diverse vormen van cognitieve therapie   , of de algemeen semantische therapie die beschreven is op deze website  .
    In het vakgebied zelf zit men nog diep in de stoornis van het zwart-witdenken, maar in het tussenliggende veld begint men langzaam wat ogen te openen:


Uit: De Volkskrant, 07-06-2012, door Malou van Hintum, journalist en publicist.

We horen allemaal wel eens stemmen

Het nieuwste handboek voor de psychiatrie gaat eraan voorbij dat de definitie van 'normaal gedrag' is verscherpt, als gevolg van de hogere maatschappelijke eisen.

Tussentitel: Er bestaat geen waterscheiding tussen mensen met en zonder een stoornis

Er is een nieuwe 'bijbel' voor de psychiatrie in de maak, en de discussies daarover zijn niet van de lucht. Zowel de samenstellers van deze vijfde versie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, kortweg 'de DSM-5', als partijen van buiten pleiten ervoor bepaalde stoornissen hierin op te nemen of juist niet, en om de criteria te herzien op grond waarvan gedrag een stoornis wordt genoemd.
    Is die discussie zinvol? Nauwelijks. De DSM is een classificatiesysteem, geen diagnostisch systeem. De stoornissen die erin staan zijn geen echte ziektes, maar begrippen die het resultaat zijn van afspraken die wetenschappers met elkaar hebben gemaakt. Zo wordt bevorderd dat psychiaters eenzelfde cluster van symptomen hetzelfde benoemen.
    Dat is de theorie. De praktijk is dat het handboek vaak wordt gebruikt om vast te stellen of iemand een psychische stoornis heeft door de lijstjes met symptomen af te vinken. Daar komt bij dat verzekeraars psychiatrische zorg alleen vergoeden als er een 'DSM-label' aanhangt. Daardoor heeft het idee postgevat dat de begrippen in de DSM echte psychische aandoeningen zijn. En daarom vinden er discussies plaats over de vraag of rouw of milde geheugenstoornissen thuishoren in de DSM, en of het terecht is dat de criteria voor adhd worden verruimd en die voor autisme juist beperkt.
    Die discussie is niet zinvol, omdat aparte stoornissen niet bestaan. En wel om twee redenen.
    Op de eerste plaats weten clinici uit hun praktijk en wetenschappers uit hun onderzoek dat een 'zuivere' stoornis zelden voorkomt. Het opknippen van gedrag in clusters van symptomen en die vervolgens een naam geven, is een manier om grip te krijgen op de realiteit. Dat is niet de realiteit zelf. Wanneer iemand én adhd heeft én autisme én angstig is én depressief, zegt dat niet dat hij knettergek is, maar dat er erg veel begrippen zijn bedacht in een poging zijn gedrag te duiden.
    Op de tweede plaats bestaat er geen waterscheiding tussen mensen met en zonder stoornis. Symptomen hebben een normaalverdeling, anders gezegd: aparte stoornissymptomen bestaan niet. We horen allemaal wel eens geluiden of stemmen die er niet zijn - 17 procent van de mensen hoort ze zelfs regelmatig, maar meestal hebben ze er weinig last van. Stemmen worden pas een probleem als ze kwaadaardig en bedreigend zijn en mensen aanzetten tot (zelf)destructief gedrag.   ...


Red.:    Waarna nog wat meer voorbeelden voorbijkomen, maar dat is totaal irrelevant: het geldt voor vrijwel alle verschijnselen. Zo ook voor de auteur, die leidt aan lichte vormen van schizofrenie, in de zin dat ze er zeer politiek-correcte opvattingen op nahoudt uitleg of detail , die op dezelfde manier niet te rijmen zijn met de werkelijkheid als zij zelf beschrijft aangaande psychiatrische kwalen.
     Weer een eigenschap die alleen van haar extreem bekend is, waarvan men ontdekt dat ze een glijdende schaal heeft:


Uit: De Volkskrant, 15-11-2012, van verslaggever Ronald Veldhuizen

'De psychopaat redt soms levens'

Psychopathische trekjes zijn onmisbaar voor hersenchirurgen, soldaten en brandweermannen, zegt Kevin Dutton..


Kevin Dutton, psycholoog en onderzoeker aan de universiteit van Cambridge, ziet ook een zonnige kant aan psychopathie. Deze week sprak hij in Den Haag over zijn boek De lessen van de psychopaat.

Als niet alle psychopaten seriemoordenaars zijn, wat is psychopathie dan wel?
'Veel mensen denken dat psychopathie een zwart-witkwestie is: óf je bent psychopaat óf je bent het niet. Dat is een mythe. Psychopathie is een waaier aan karaktertrekken die bij sommige mensen vaker voorkomt. Meedogenloos, onbevreesd, koelbloedig, weerbarstig, gefocust, gewetenloos, empathieloos, charmant en charismatisch.'    ...


Red.:   Waarom bestaat psychopathie? Omdat het een schadelijk extreem is. Van iets dat nuttig kan zijn:

  Waarom kunnen psycho-pathische trekjes positief zijn?
'Een psychopaat kan onder zware omstandigheden het hoofd koel houden en moeilijke beslissingen nemen. Omdat psychopaten niet al te angstig zijn, denken ze vaker aan de positieve uitwerkingen van hun daden dan de negatieve. Als iemand daarnaast onintelligent, impulsief en gewelddadig is, pakt dat slecht uit. Maar een slimme en beheerste psychopaat kan zijn koelbloedige optimisme in zware beroepsgroepen goed gebruiken. Denk aan directeuren van topbedrijven en advocaten.'

Met voorspelbare trends:
  'Chirurgen zitten bijvoorbeeld in de toptien, maar huisartsen weer niet. In tegenstelling tot een huisarts moet je als chirurg mensen behoorlijk onaangename dingen aandoen. Daarvoor mag je niet al te empathisch zijn. En onder enorme stress moeten ze belangrijke beslissingen nemen. Een hersenchirurg die ik sprak, kon genieten van de uitdagingen op de operatietafel. Daarvoor moet je koelbloedig, gefocust en onbevreesd zijn. Allemaal psychopathische trekjes, die dan goed van pas komen.'

En natuurlijk ook hele gewone toepassingen:
  U stelt dat we allemaal iets kunnen leren van psychopaten. Wat?
'Stel, je wilt een salarisverhoging bespreken. Dat is spannend. Train je echter je psychopathische trekjes - door bijvoorbeeld niet stil te staan bij wat anderen van je denken - dan ga je onbevreesd en vol zelfvertrouwen zo'n gesprek in. Dat vergroot je kans op succes.'

Het probleem zit niet in de eigenschap zelf - het probleem zit, zoals vrijwel altijd, in het teveel ervan.


Naar Psychologische praktijktips  , Psychologische krachten  , Psychologie
lijst
 , Psychologie overzicht  , 
Algemeen overzicht  , of site home  .