Bronnen bij Menswetenschappen, ondermaats: onderwijskunde

Onderwijskunde was als menswetenschap tot nu toe buiten schot gebleven, omdat er bij de rubriek onderwijs op deze website al het nodige over gezegd is. Het eerste onderstaande artikel was aanleiding alsnog een verzameling te beginnen, die mettertijd aangevuld zal worden met artikelen van elders op de site. We beginnen met de introducerende citaten (de Volkskrant, 17-10-2009, door Gerard Reijn):
  Rekenen kunnen ze niet meer

De realistische methode voor reken- en wiskundeonderwijs heeft in Nederland veel losgemaakt. Het Freudenthal Instituut, dat de methode heeft ontwikkeld, moet het flink ontgelden. Een medewerkster spreekt van een hetze.

De eerste spreker op de Panama-conferentie aflevering 2009 in het Noordwijkerhoutse conferentiecentrum De Leeuwenhorst is Dolly van Eerde. Zij is een van de coryfeeën van het Freudenthal Instituut, hét instituut voor onderwijs in rekenen en wiskunde, dat de afgelopen jaren steeds zwaarder onder vuur is komen te liggen. Niet in de laatste plaats omdat het rekenen en de wiskunde onder invloed van het Freudenthal Instituut veel te ‘talig’ zouden zijn geworden.    ...
    Zijn almacht heeft het Freuden-thal Instituut (FI) misschien verloren, maar kennelijk niet zijn strijdbaarheid. En ook niet zijn invloed. Het FI beheert een machtig netwerk.
    De driedaagse Panama-conferentie is de jaarmarkt voor iedereen die iets voorstelt in het rekenonderwijs op de basisscholen: uitgevers, methodenschrijvers, onderwijsadviseurs, pabo-docenten en wetenschappers.
    Het FI organiseert nog veel meer conferenties. De Nationale Rekendagen voor de leerkrachten in het basisonderwijs, de Nationale Wiskundedagen voor die in het voortgezet onderwijs. Voor de basisschoolkinderen is er de Grote Rekendag, voor leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn er de Wiskunde A-lympiade en de Wiskunde B-dag. En dan geeft het instituut nog de tijdschriften Panama-Post en Nieuwe Wiskrant uit.
    ... Het instituut, dat tot de Universiteit Utrecht behoort ... vestigde zijn faam met de realistische methode voor reken- en wiskundeonderwijs.    ...
    Marjolein Kool werkt nog maar sinds kort voor het instituut. Zij leidt de campagne zOEFi, waarmee het oefenen van rekenvaardigheden wordt gepromoot. Dat is hard nodig, vindt ze. ‘Het Freudenthal Instituut is nooit tegen oefenen geweest, maar er was te weinig aandacht voor. Daar hadden onze critici gelijk in. Ja, misschien heeft de hetze in de kranten tegen ons wel geholpen.’
    Hetze. Het grote woord is eruit. Het Freudenthal Instituut voelt zich belaagd. Kool vertelt hoe het haar tegenwoordig vergaat als ze iemand in de trein tegenkomt die ze al een tijdje niet meer heeft gesproken. Reacties van het soort: ‘O, werk je tegenwoordig bij het Freudenthal Instituut? Nou, rekenen kunnen ze tegenwoordig niet meer hè, op school.’ Kool: ‘Iedereen weet tegenwoordig heel goed dat het héél slecht gaat met het rekenen, en dat de kinderen niet meer de tafels leren, en dat het allemaal de schuld is van het Freudenthal Instituut.’ Ze houdt even stil. ‘En dat is gewoon allemaal niet waar.’
    Daar denkt Jan van de Craats heel anders over. Van de Craats, hoogleraar wiskunde en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam, is de Grote Belager van het Freudenthal Instituut. Zijn werkkamer is maar enkele vierkante meters groot en ademt een haast studentikoze sfeer.
    Twee jaar geleden gebruikte hij de Panama-conferentie om zijn ongezouten kritiek te ventileren. Geen spaan liet hij heel van het realistische rekenen: de verhaaltjes (in vaktermen: context) zitten het rekenen in de weg; dat kinderen zelf oplossingsstrategieën mogen bedenken, werkt zeker voor de zwakkere leerlingen averechts; en het kolomsgewijze rekenen, dat de oude vormen van vermenigvuldigen en delen moet vervangen, is een chaos en werkt fouten in de hand. En: er wordt veel te weinig geoefend.
    Zijn speech, en zijn pamflet Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen, werden met gejuich ontvangen door het groeiende leger van ontevreden leraren, oud-leraren, hoogleraren en anderen die vinden dat het Nederlandse onderwijs aan nieuwlichterij ten onder gaat. De nieuwe wind die er sinds het parlementaire onderzoek van de commissie-Dijsselbloem waait, waait hem vol in de zeilen. Hij boekt successen met zijn mini-stichting Goed Rekenonderwijs.
    Volgend jaar brengt uitgeverij Noordhoff in samenwerking met deze stichting een nieuwe serie rekenboekjes voor het basisonderwijs op de markt, dankzij financiële steun van de universiteiten van Eindhoven en Tilburg. De serie was al eind jaren tachtig gemaakt door twee Groningse onderwijzers, Arjen de Vries en Piet Terpstra. Van de Craats: ‘Maar publicatie ervan is feitelijk door het FI tegengehouden. Terwijl het prima materiaal is – al moet het een beetje worden bijgewerkt.’
    Van de Craats vindt het een grote overwinning, sterker nog: ‘Tot op zekere hoogte is dit mission accomplished.’ Want als dat boek van De Vries en Terpstra er is, is er eindelijk weer een rekenboek naar zijn hart en is de ‘monocultuur’ van realistisch rekenen gebroken.
    Het is niet de enige overwinning die hij claimt. Een andere zege boekte hij op de commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs, de cTWO. Die ontwerpt voor het voortgezet onderwijs een nieuw examenprogramma wiskunde en zat volgens Van de Craats op de lijn van het Freudenthal Instituut. Hijzelf was voorzitter van een controlerende commissie, de Resonansgroep geheten, ingesteld op verzoek van de Tweede Kamer. Die Resonansgroep diende bij de staatssecretaris alternatieve voorstellen in en kreeg grotendeels gelijk. Als het programma in 2014 in gebruik wordt genomen, zal er meer aandacht komen voor het aanleren van vaardigheden. Precies zoals de universiteiten en hogescholen graag willen.
    Voor Van de Craats is het een emotionele strijd. Dat het FI nu weer geld krijgt om de zOEFI-campagne voor oefenen te organiseren, stemt hem bitter. ‘Ze hebben het onderwijs naar de knoppen geholpen, en nu krijgen ze weer geld om de problemen op te lossen die ze zelf hebben gecreëerd.’
    Niet iedereen beziet de rekenstrijd rondom het FI met zoveel emoties. Kees Lagerwaard, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren, denkt helemaal niet dat alle ellende te wijten is aan de realistische methode. ...
    Maar nog belangrijker, zegt Lagerwaard, is het aantal uren dat aan wiskunde wordt besteed. ‘In het havo is dat gemiddeld misschien wel 40 procent gedaald. In het vwo iets minder. Blijkbaar vinden we wiskunde gewoon minder belangrijk.’

Tussenstuk:
Ons rekenpeil

... Hogescholen en universiteiten zeggen dat hun eerstejaars veel slechter zijn In rekenen dan vroeger, en bieden reparatiecursussen aan. De onderwijsraad vindt dat een verontrustende aanwijzing.

Dit geeft wel een redelijk volledig beeld van de stand van zaken. Interessant is om op te merken dat het instituut dat een de facto dictatuur heeft gevoerd op dit terrein, de door mislukking ontstane tegenstand omschrijft als een 'hetze'. Dat laat zien dat het een zeer ongezonde mentale houding heeft.
    Overigens is het wel zo, als aan het einde van het artikel ook gesteld, dat er nog meer invloeden zijn die het (reken)onderwijs naar beneden hebben gehaald, zoals de afname van het aantal lesuren, maar die andere factoren vinden hun oorzaak in dezelfde bron: de dictatoriale invloed van de alfa's en vooral gamma's in het beleid. Te denken valt met name aan het competentie-gerichte leren.
    Hoe kan zoiets nu gebeuren. Daarvoor geeft het artikel een overduidelijke clou,die de aanleiding was voor dit stuk:
  De eerste spreker ... is Dolly van Eerde. Zij is een van de coryfeeën van het Freudenthal Instituut, hét instituut voor onderwijs in rekenen en wiskunde, dat de afgelopen jaren steeds zwaarder onder vuur is komen te liggen ... omdat het rekenen en de wiskunde onder invloed van het Freudenthal Instituut veel te ‘talig’ zouden zijn geworden.
    En wat, Dolly van Eerde, is hierop uw antwoord? ‘Het leren van wiskunde betekent op een bepaalde manier met elkaar communiceren in een bepaalde taal’, zegt ze in een half uur durend betoog. De taal beïnvloedt de wiskunde, en omgekeerd. Dus: ‘De Maori’s hebben een andere wiskunde dan wij omdat ze een andere taal spreken. Ze spreken Maori-taal en hebben Maori-wiskunde.’

Misschien is dit de uitkomst van een onderzoek. Maar een algemeen onderzoek naar de verwantschap tussen taal en wiskunde, zou onmiddellijk opgeleverd hebben dat dit een (hoge) uitzondering was. Een enkel overbekend voorbeeld (van Wikipedia.org  ):
  Srinivasa Aaiyangar Ramanujan

Srinivasa Aaiyangar RamanujanSrinivasa Aaiyangar Ramanujan (Erode, 22 december 1887 – Madras, 26 april 1920) was een Indisch autodidact wiskundige
.

Vanaf zijn tiende leerde hij zichzelf wiskunde. Volkomen geïsoleerd van de wiskundige wereld, leidde hij voor zichzelf 100 jaar westerse wiskunde af. Michio Kaku schrijft in zijn boek Hyperruimte dat de grote tragedie van zijn leven is geweest dat hij zoveel tijd heeft verspild aan het opnieuw ontdekken van bekende wiskunde. ....
    In 1913 schreef hij brieven aan een drietal Engelse wiskundigen. Een van hen, Godfrey Harold Hardy, erkende zijn grote wiskundige talent en haalde hem naar Cambridge, waar hij een enorme hoeveelheid wiskundig werk produceerde. ...

Deze historisch en sociale gegevens worden ondersteund door het "technische" gegeven dat er tot nu toe geen aparte wiskunde is ontdekt naast wat er in het Westen is ontwikkeld, behalve foute wiskunde.
    Dat laat wat betreft mevrouw Dolly van Eerde de volgende conclusie: of zij en haar instituut zijn ongelofelijk incompetent, of ze liegen, of een menging van beide. Een combinatie van mogelijkheden die dan weer gedragen kan worden door een onderliggend proces: ideologie. Onder invloed van ideologie leiden mensen aan de raarste storingen in hun hersenen, waarbij het dan kan gebeuren dat iemand een enkel geval onder ogen dat bij de ideologie past, en meteen stopt met verder zoeken.
    Maar wat het verder dan ook is: voor een instituut waar een dergelijke houding heerst, bestaat, is algemeen bekend uit ervaringen in het bedrijfsleven, slechts één oplossing: opheffing, en opnieuw starten met grotendeels andere mensen.


Naar Menswetenschappen  , of site home  .

25 okt.2009