WERELD & DENKEN
 
 

De nadelen van de wetenschap: de moraliteit


    Verouderd - opgevolgd door Alfa denken, anti-bta, atoombom  Het meest gebruikte voorbeeld van de nadelen van de wetenschap is dat van het atoomwapen, zie bijvoorbeeld onderstaand citaat:


De Volkskrant
, 06-08-2005, door Martijn van Calmthout, fysicus en chef wetenschap van de Volkskrant

Een bom onder mijn wetenschap

Tussentitels: Geleerden hebben bloed aan hun handen want zij gaven aanzet tot
                   atoombom
                   Wenselijkheid van het eindresultaat moet motief zijn voor betrokkenheid
                   onderzoek



Red.:
   Het antwoord op de eerste stelling is voor de hand liggend, zie de volgende reactie:


Uit: De Volkskrant, 13-08-2005, ingezonden brief van M. Poot (Hoogland)

Truman

In het Betoog van 6 augustus jl. maakt Martijn van Calmthout duidelijk dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki niet om dringende militair-strategische redenen op weerloze burgers werden afgeworpen. In feite gaat het om oorlogsmisdaden, zoals de bombardementen op Guernica, Rotterdam, Dresden, et cetera. De eindverantwoordelijkheid voor Hiroshima en Nagasaki berust echter niet bij Franco of Hitler, maar bij H.S. Truman, ex-eigenaar van een Winkel van Sinkel en president van een democratisch land. ...


Red.:   Blijft over de vraag van de moraliteit: moeten wetenschappers zich rekenschap geven van de toepassingsmogelijkheden van hun werk. Hierover is de ingezonden brief-schrijver het met Van Calmthout eens:


    Van Calmthout suggereert dat het eigenlijke motief achter het afwerpen van de atoombommen een 'experiment' was. Dit lijkt anno 2005 inderdaad de meest aannemelijke verklaring. Net als veel andere experimenten leidde ook dit tot hevige debatten onder de betrokkenen. Een groep van wetenschappers, waarvan A. Einstein. L. Szilard en R. Oppenheimer de bekendste zijn, keerden zich uiteindelijk tegen dit experiment. Na 1945 werden zij het doelwit van justitieel onderzoek en zelfs openbare vervolging. Uiteindelijk zag Oppenheimer geen andere uitweg meer dan zelfmoord.
    Anno 2005 is het 'geval Openheimer' nog steeds actueel. Oppenheimer zou, als de aanbeveling van Van Calmthout zou worden gevolgd, vanwege zijn tegenstand tegen het atoombommenexperiment maar beter een ander vak hebben moeten kiezen. Hoeveel wetenschappers zouden anno 2005, omdat zij ondanks de opzwepende prozactaal van de wetenschapsmanagers, toch gekweld worden door scrupules en twijfel een ander vak moeten kiezen om ruim baan te geven aan de ontwikkeling van nog meer massavernietigingswapens, gekloneerd vee en genetisch gemanipuleerde planten? Wordt het niet tijd naar argumenten voor een kritische wetenschapsethiek te gaan zoeken?


Red.:   Als dit argument juist is, moet het toegepast worden op alle menselijke activiteit. Een interessant voorbeeld, naast de voor de hand liggende als fabrikanten van rookwaar en snoep, de eigenaren van casino's en de rest van mogelijkerwijs meer dan de helft van onze economie, is dat van religie. Ook dit wordt bedreven door de specialisten met, naar zij beweren, de beste bedoelingen, maar het effect is aanzienlijk bloeddorstiger dan dat van de wetenschap.

Maar puur op zichzelf staande is er het argument dat wetenschap en toepassing geen scherp omgrensde gebieden zijn. Het is onmogelijk aan de hand van theoretische resultaten te zien wat al dan niet slecht gebruikt kan worden. De atoombom maakt gebruik van energie uit de kern van het atoom, dus kan men de ontdekking van de atoombom terugvoeren naar de ontdekking van de kern. En de ontdekking van de kern terug naar de ontdekking van het atoom, enzovoort. Tussen deze grote stappen zitten vele kleine, waarvoor precies hetzelfde geldt, zo niet meer.

Kortom, de vraag naar een moraliteit voor de wetenschapper is niet minder dan hypocriet, als men naar de toestand van de huidige westerse maatschappij kijkt. Wie een volledig morele wetenschap wenst, wil in feite een volledig morele maatschappij. Gezien de geneigdheid van de mensheid tot minder morele daden, kan dit alleen in een maatschappij die aanzienlijk strenger is dan de bekende vormen van communisme.


Addendum oktober 2005: zie de volgende bron:


Uit: De Volkskrant, 14-10-2005, boekbespreking door Martijn van Calmthout

Beroemder dan Einstein, voor even

Robert Oppenheimer (1904-1967) leidde in de Tweede Wereldoorlog het laboratorium in Los Alamos waar de Amerikanen hun atoombom ontwikkelden. Na de oorlog en de bommen op Hiroshima en Nagasaki was hij een nationale held en stak hij in zijn roem als wetenschapper Albert Einstein met gemak naar de kroon. Tot op 12 april 1954 de New York Times meldde dat Oppenheimer per direct om veiligheidsredenen de toegang tot alle nucleaire zaken was ontzegd.
    In haar indringende boek over de val van Oppenheimer schrijft historica Priscilla McMillan dat er op die dag in 1954 een abrupt einde kwam aan het vanzelfsprekende verbond tussen fysici en de Amerikaanse overheid. 'Met deze ingreep zei de regering tegen de geleerden:
we willen jullie werk wel, maar jullie willen we niet', schrijft ze.   ...
    ... McMillans Oppenheimer is een slachtoffer.
    Maar van wie? Onder wetenschappers is n naam voor altijd verbonden met de val van 'Oppie': Edward Teller, de van oorsprong Hongaarse collega-fysicus. Hij was het die al tijdens de oorlogsjaren werkte aan een tweede superwapen naast de kernbom. De bommen op Japan waren kernsplijtingsbommen. Teller bedacht een ander bomprincipe: kernfusie, waarbij waterstofkernen versmelten en immens veel energie vrijkomt.
    In de oorlog was de haalbaarheid daarvan volkomen onduidelijk. Dat Teller er van Oppenheimer toch aan mocht werken was vooral een manier om hem af te houden van het leiderschap van de theoriedivisie van Los Alamos, waarop de Hongaar zijn zinnen had gezet. Teller was namelijk behalve geniaal ook roekeloos eerzuchtig.
    The Ruin of J. Robert Oppenheimer is een onthutsende geschiedenis van een interne Amerikaanse machtsstrijd die de wereld een levensgevaarlijke Koude Oorlog insleurde. Omdat de politiek wel de bommen wilde, maar niet de huiverige mannen die ze uitgevonden hadden.


Red.:   Waar het hier om gaat is dat de politiek dus wel de technische resultaten van de wetenschap wil gebruiken, maar niet de sociale en ethische overwegingen van de wetenschappers. Dit is in lijnrechte tegenstelling tot de teneur van Van Calmthouts eerste stuk. Natuurlijk had hij dit, als goed ingevoerd wetenschapsjournalist, ook kunnen en moeten weten. Het is waarschijnlijk dat hij zich in deze heeft laten verleiden door zijn sociale omgeving, zijnde de techniek- en wetenschapvijandige alfa-intellectuele omgeving van de Volkskrant.
    Dan een technische opmerking: de fusiebom van Teller had nooit kunnen werken voorafgaande aan de bekende splijtingsbom, omdat hij voor zijn ontsteking een splijtingsbom nodig heeft. Teller had ten tijde van de Tweede Wereldoorlog dus technisch ongelijk. Teller was een vertegenwoordiger van de mensensoort die oneindig veel gevaarlijker is dan die van de gewone natuurkundige of andere wetenschapper: de anti-communistische Oostblok-emigrant  .
 

Naar Nadelen wetenschap  , Anti-communisme, oorzaken  , Wetenschap lijst  , Wetenschap overzicht  , of site home  .