De Volkskrant, 03-06-2005, door Frank van Vree
Hoe Amerika Europa schiep
Tussentitel: Consumptiecultuur VS heeft afgerekend met het oude continent,
maar voor
hoe lang?
Het Amerikaanse Rijk van de markt heeft Europa volledig in zijn greep
gekregen, maar brokkelt nu af, constateert historica Victoria de Grazia. Over de
oorzaken valt een interessant debat te voeren.
Praag, augustus 1989, de laatste zomer onder communistisch bewind. Het is een
warme dag en voor een ijssalon staat een onafzienbare rij mensen. Nu stonden er
in Oost-Europese landen vaak lange rijen voor winkels, maar hier was duidelijk
meer aan de hand: dit was niet zomaar een ijsjeszaak, maar een Amerikaanse, met
milkshakes en softijs. De prijzen waren hoog, maar dat vormde blijkbaar geen
bezwaar - integendeel.
De inwoners van Praag waren net zo belust op westers ijs als
Russen en Polen op echte spijkerbroeken, waarvan al een paar exemplaren de
ondernemende toerist voldoende roebels of zloty's opleverden om zich een week
lang te goed te kunnen doen aan kaviaar en champagne in een restaurant.
De enorme populariteit van westerse goederen bewees in veler
ogen het morele failliet van de geleide economie. De bevolking geloofde er niet
meer in, getuige ook de zichtbare lusteloosheid in winkels, restaurants en
andere bedrijven. De pogingen van de communistische overheid om eigen
productiesystemen voor consumptiegoederen te ontwikkelen, waren niet erg
succesvol en resulteerden vaak in slechte kopieën en lelijke aftreksels.
Het contrast werd elk jaar groter. Terwijl de planeconomieën zich piepend en
krakend voortbewogen, lonkte de ogenschijnlijk onmetelijke welvaart van het
Westen. Tot de Muur viel.
Nu, nog geen twee decennia later, heeft de consumptiecultuur
ook het oosten van Europa stevig in haar greep. De producten uit de tijd van het
`reëel bestaande socialisme' wekken nog slechts meewarigheid en nostalgie, zoals
in de film Goodbye Lenin of het Muzeum Komunismu in Praag, dat nog het
meest weg heeft van een rariteitenkabinet, ingeklemd tussen de McDonald's en het
Casino, bestaande uit een bijna kale kruidenierswinkel, een klaslokaal,
werkplaats en verhoorkamer, plus een grote verzameling communistische
parafernalia.
Het Oostblok vormde het laatste Europese bastion dat zich -
in de woorden van de Amerikaans historica Victoria de Grazia - overgaf aan het
Market Empire, het Rijk van de Markt, dat zich vanaf het begin van de
20ste eeuw vanuit Amerika ontrolde en in de jaren tachtig het hoogtepunt van
zijn bloei beleefde. Een macht zonder grenzen, onweerstaanbaar, een
Irresistible Empire, zoals de titel van haar boek luidt. De Grazia,
hoogleraar geschiedenis aan Columbia University in New York, beschrijft daarin
hoe de Amerikaanse consumptiecultuur zich van het oude continent meester maakte
en afrekende met de heersende klassenverschillen, de nadruk op status,
ambachtelijkheid, stijl, intellectuele verfijning en ideologische discipline -
kortom, met de traditionele Europese bourgeois-cultuur en haar socialistische
tegenhanger.
De gedachte dat de massaconsumptie zich vanuit Amerika als
een olievlek over de aardbol heeft uitgebreid, is op zichzelf natuurlijk niet
nieuw. En daar gaat het ook niet om in Irresistible Empire - America's
Advance through Twentieth-Century Europe. De Grazia wil vooral laten zien
hoe dat is gebeurd en met welke verschuivingen in mentaliteit en cultuur dat
gepaard is gegaan. Want dat de Amerikaanse cultuur, ondanks het soms heftige
anti-Amerikanisme, dikwijls gewenst en niet opgelegd is, staat voor haar vast.
Geen overtuigender bewijs dan Frankrijk, toonbeeld van smaak, artisticiteit en
intellectuele diepgang, waar McDonald's, megabioscopen, self-service-motels
en andere stijliconen uit de Amerikaanse consumptiecultuur het straatbeeld
beheersen.
In Nederland of Italië, waar supermarkten in de jaren vijftig
nog volstrekt onbekend waren, is het niet anders. Er waren maar een paar
decennia voor nodig om Europa onderdeel te maken van het Amerikaanse Market
Empire, betoogt De Grazia. Zonder geweld, zonder dwang werd een informeel
imperium opgebouwd. Daarmee volgden de VS de weg die president Wilson in 1916
had gewezen, in een redevoering voor het eerste Wereldcongres van Verkopers in
Detroit, waarmee De Grazia haar studie opent.
De wereld zuchtte onder een ongekend bloedige oorlog - een
oorlog waar de VS nog buiten stonden - maar de boodschap van de president
getuigde van groot optimisme. De Amerikaanse democracy of business moest
de leiding nemen in de strijd voor een vreedzame verovering van de wereld, hield
Wilson zijn gehoor voor. Anders dan de Europese grootmachten zou Amerika zich
baseren op een `consument-vriendelijke handel', gericht op de smaak en behoeften
van de inwoners van andere landen. Uiteindelijk stonden politiek en handel voor
dezelfde opgave: de mensen te geven wat ze verlangden, zonder zich te laten
leiden door vooroordelen, sociale afstand en verschillen in smaak.
Niet ideologie maar marketing lag aan de basis van deze
missie, aldus Wilson: 'Laat uw gedachten en verbeelding over de hele wereld gaan
en vanuit de inspirerende gedachte dat u Amerikanen bent, voorbestemd om
vrijheid en rechtvaardigheid en de beginselen van humaniteit te verbreiden, waar
u ook gaat - ga en verkoop goederen die de wereld aangenamer en gelukkiger
maken, en bekeer haar tot de beginselen van Amerika'.
In hetzelfde Detroit bevond zich het hoofdkwartier van het
bedrijf van de man die in zekere zin de belichaming van Wilsons evangelie was:
Henry Ford. De mateloos populaire fabrikant had door een verregaande
standaardisering van de productie niet alleen de auto binnen bereik van de massa
weten te brengen, maar bovendien zijn arbeiders een behoorlijk minimumloon
kunnen betalen. Kopers en arbeiders behoorden in de ogen van Ford niet tot
gescheiden categorieën, maar stonden voor verwisselbare rollen. Arbeiders waren
ook consumenten.
Deze zienswijze zette Ford ook op een ander spoor. Zo voerde hij in de jaren
twintig samen met de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) een gedetailleerd
onderzoek uit naar de 'levensstandaard' in verschillende Europese landen. Ook
hier sneed het mes aan twee kanten: enerzijds wist Ford nu hoeveel hij zijn
werknemers moest betalen om hun een decent standard of living te
garanderen, anderzijds leverden de uitkomsten informatie over de koopkracht in
verschillende landen.
Erg enthousiast was de ILO overigens niet. Termen als
koopkracht, levensstandaard en consumptiepatronen werden aanvankelijk
geassocieerd met Amerikaanse manieren die niet alleen de statusbewuste burgerij,
maar ook de socialistische arbeidersbeweging vreemd, zo niet onwelgevallig
waren. Slechts een enkeling was in staat verder te kijken. 'Amerikanisme en
Fordisme hebben de potentie de overblijfselen van Europa's feodaal-burgerlijke
verleden weg te vagen', schreef de Italiaanse communistenleider Antonio Gramsci
in zijn befaamd geworden notitieblok.
Na Ford. de massaproducent, kwamen de profeten van de
distributie, de scheppers van de discount shops en winkelketens, zoals
Edward Filene uit Boston, eigenaar van de grootste winkel ter wereld. Hij
experimenteerde al rond de eeuwwisseling met stuntverkopen die vandaag de dag
nog de aandacht zouden trekken en reisde in de jaren dertig door Europa om de
voordelen van de Amerikaanse systeem van detailhandel uit te venten.
En zo ging het verder. In het voetspoor van de winkelketens
kwamen de grote merken, de marketeers en advertentiestrategen, haarscherp
neergezet in de verschillende hoofdstukken. In andere case studies komt
het succes van Hollywood en het Amerikaanse entertainment aan de orde, gevolgd
door de supermarkt en de centrale plaats van de consument in deze cultuur. In
een voortdurend proces van aanpassing en overneming ontstond een
grensoverschrijdende, uniforme Europese markt, stelt De Grazia. Amerika bouwde
zijn hegemonie op Europa, terwijl het nieuwe Europa op zijn beurt werd geschapen
door het Amerikaanse Market Empire.
Deze ontwikkeling begon rond 1900, versnelde na de Tweede
Wereldoorlog en bereikte haar hoogtepunt in de jaren tachtig. De analyse van dit
proces - el de wisselwerking tussen beide continenten in het bijzonder - vormt
zonde twijfel het sterkste punt van Irresistible Empire. De Grazia slaagt
erin de leze telkens een ander perspectief voor b houden, een prestatie die
mogelijk is te rug te voeren op haar achtergrond - zo omschrijft zichzelf als
een Amerikaanse door geboorte en woonplaats, en Euro pees door afkomst en
huwelijk - maa uiteindelijk steunt op een grondige kennis van literatuur en
archieven.
Een treffende illustratie hiervan is het hoofdstuk over de
geschiedenis van de internationale Rotary-beweging. De af. delingen daarvan
onderscheidden zich op essentiële punten radicaal van traditionele sociëteiten
en verenigingen, aldus De Grazia, doordat ze leden toelieten op basis van beroep
en verdiensten, in plaats van afkomst, status, bezit of overtuiging. Zij waren
actief op alle terreinen van het maatschappelijk leven, pragmatisch, egalitair
en internationaal, gebaseerd op het ideaal van professionele dienstbaarheid:
service was het sleutelwoord, 'he profits most who serves the best'
de lijfspreuk.
Het waren precies deze openheid en pragmatische ethiek
waarmee veel Europeanen zich verwant voelden. En zo verrezen er, ondanks verzet
uit traditionele kerkelijke en politieke hoek, al vroeg afdelingen in Europa,
eerst in Engeland, vervolgens in Spanje. België en Duitsland. Ook in Nederland
groeide de aandacht voor Rotary, en in september 1930 was men zelfs bij machte
het jaarlijkse wereldcongres in Den Haag te organiseren. Dankzij het onlangs
geopende digitale krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek kunnen we de
verslagen ervan op internet nalezen.
Irresistible Empire is zowel in de breedte als in de
diepte een rijk boek en nodigt alleen al om die reden uit tot meer reflectie en
debat. Een eerste aanzet daartoe geeft De Grazia zelf in het laatste hoofdstuk
waar ze stelt dat het Amerikaanse Market Empire over zijn hoogtepunt heen
is en lijkt af te brokkelen. Daarbij wijst ze onder meer op de aanslagen van
politiek-religieuze extremisten en het cultureel geïnspireerde verzet van de
Slow Food-beweging en de antiglobalisten.
Je kunt je echter afvragen of dit nu de klippen zijn waarop
het Market Empire zal vastlopen en of er geen gevaarlijker rotsen zijn.
Zoals de opkomst van China en India als wereldmachten, maar vooral ook: het
parasitaire karakter van de Amerikaanse consumptiecultuur zelf, die een bom legt
onder de wereldeconomie en zowel het klimaat als de energievoorraden bedreigt.
Wat daarvan de gevolgen zullen zijn, valt niet te
voorspellen, maar de Amerikaanse politiek van de laatste jaren is in dat licht
weinig bemoedigend. De woorden klinken nog als die van president Wilson, maar de
werkelijkheid is grimmiger.
Victoria de Grazia: Irresistible Empire - America's Advance through
Twentieth-Century Europe Harvard University Press, import Roodveldt; 586
pagina's; ca. € 35,50 ISBN 0 674 01672 6
Terug naar Anglicisme home , Hiërarchie
algemeen , of naar
site home
.
|