WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Psychologische praktijktips: opvoeden

14 nov.2007

Voor de verandering zullen we hier oorzaak en gevolg eens omkeren. Eerst een gevolg:


Uit: De Volkskrant, 22-11-2007, ingezonden brief van Paul Jansen (Meerssen)

Machteloosheid

Het was eind jaren tachtig. Ik was leraar Nederlands, in de bovenbouw havo/vwo. Onderwijsgevenden, maar ook heel wat ouders, waren tot mijn ongenoegen niet bezig met de actuele ontwikkelingen. Op een ontmoetingsavond met klassementoren en de ouderraad ging het over wat de ouders als ondersteuning in de opvoeding van de school verwachtten. Dat was nogal wat. Ik was toen eigenlijk al behoorlijk overspannen en zag mijn ziel al weer kruipen. Ik was van mening dat ouders in de eerste plaats de opvoeders van hun kinderen zijn. Docenten zouden van die inspanningen de vruchten moeten kunnen plukken. Verrijken dus.
    Ik zat die avond tussen twee – overigens erg aardige en betrokken – moeders in. En vertrouwde mij tijdens de koffiepauze met lichte wanhoop in haar stem toe: ‘Meneer Jansen, u moest eens weten hoe moeilijk het is kinderen op te voeden.’ Ik heb toen nog net kunnen uitbrengen: ‘Dan kunt u zich zeker ook een voorstelling maken van hoe het is om er dertig van in de klas te hebben.’
    In 1990 heb ik met een stevige burn-out het onderwijs verlaten. Ik heb er een jaar of vijf over gedaan daar overheen te komen. Nu gaat mijn hartslag nog altijd omhoog als ik artikelen lees als ‘Die vreselijke ouders’ of ‘Pim Fortuyn voor gevorderden’ (Magazine en het Vervolg, 17 november). ...


Red.:   En dan de oorzaak. Eerst een wat kortere en humoristische versie:


Uit: VARA TV Magazine, nr. 35-2008, door Jacqueline Hoefnagels en Santje Kramer

De prins te rijk

Hoe wordt Bridget Maasland een mama in Amsterdam-Zuid? Jacqueline Hoefnagels en Santje Kramer geven antwoord
.

Het moederschap in Zuid vereist de nodige kwaliteiten. Los van het kunnen besturen van een bakfiets, logistiek plannen op topniveau opdat de kinderen hun overvolle programma kunnen afwerken, het vijf keer per jaar verzinnen van een nieuwe, originele vakantiebestemming n het beheren van een creditcard, moetje kunnen incasseren. Om te beginnen van je eigen kinderen, want zij hebben een prinselijke status. Jij die van dienstbode. Daarnaast is het schoolplein bijkans net zo gevaarlijk als de roofdierverblijven in Artis. Het is eten of gegeten worden.
    Voor je nageslacht dien je altijd te applaudisseren. Het kind moet niet alleen een instrument kunnen bespelen, in het selectie-elftal zitten en een Cito-score van 550 halen, maar er ook goed uitzien. Dat straalt immers allemaal af op jou. Dus beloon je het kind bij iedere ontwikkeling die het doormaakt en elke prestatie die het levert. Als je je onwillige kind na veel bidden en smeken zover krijgt dat het zich hijst in een trenchcoat van 199 euro en een merkshirt, -bloes en -broek (samen nog eens 279 euro), dan beloon je deze megaprestatie met een cadeau en tot slot een flinke portie ijs. Ook cijfer je jezelf natuurlijk weg als jouw kind na school tussen muziekles en hockeytraining door per se bij een nieuw kind wil spelen waarvoor jij noodzakelijk bent als chauffeur. Je vindt het goed. Dat het andere kind niet zo'n zin leek te hebben in jouw kind, vormt geen beletsel. Natuurlijk besef je dat zoonlief je op het schoolplein heeft uitgescholden omdat je een seconde twijfelde aan de haalbaarheid van dit plan, maar daar is iedereen aan gewend: kinderen mogen hun ouders publiekelijk uitschelden en schoppen. Wangedrag komt namelijk voort uit hoogbegaafdheid dan wel hoogsensitiviteit. Dus als je je kind meeneemt naar een restaurant, en dat doe je natuurlijk want dat kind moet ook eten, en het rent tussen de tafels door, bonkend tegen de ruggen van andere gasten, dan is dat iets waar jij niks aan kunt doen.   ...


Red.:   Dat dit niet beperkt is tot de (betere) kringen van Amsterdam-Zuid blijkt uit het volgende, langere, artikel. Er viel nauwelijks in te knippen - het is n aaneenrijging van onbeschaamde veeleisendheid en gebrek aan discipline - bij de ouders. Die natuurlijk zelf ook ooit kinderen zijn geweest, dus wat hier onder beschreven wordt gaat in feite over de opvoeding van het tijdperk dat de alfa/gamma intellectuelen de maatschappelijke sfeer hebben bepaald: de na-zestiger jaren. En en al individualiteit, permissiviteit, gemakzucht en laat-maar-waaien. Onderstaand komen die zaken allemaal langs. Met, nogmaals, als grote gemene delen gemakzucht oftewel gebrek aan discipline, en veeleisendheid - eerste de korte versie:


Uit: De Volkskrant, 22-08-2007, van verslaggever Jaap Stam

Ouders: opvoeding moet strenger

Ouders vinden andermans kinderen asociaal en stiekem | 89 procent van ouders vindt dat school leerlingen best harder mag aanpakken


Tussentitel: Over de opvoeding van de eigen kinderen zijn ouders dik tevreden

Kinderen moeten strenger worden opgevoed en minder worden verwend, vinden ouders. Zij ergeren zich vooral aan de kinderen van een ander. Die vinden ze brutaal, asociaal, stiekem en ongehoorzaam. De opvoeding van hun eigen kinderen krijgt een dikke voldoende.
    Dat blijkt uit een onderzoek dat J/M, het maandblad voor ouders met schoolgaande kinderen, heeft laten uitvoeren ter gelegenheid van zijn tienjarig bestaan. Aan het onderzoek hebben 317 moeders en 296 vaders van basisschoolkinderen meegedaan. Volgens het uitvoerende onderzoeksbureau Qrius is dat representatief voor Nederlandse ouders. De resultaten worden vandaag bekendgemaakt.
    Tweederde van de ouders spreekt zich uit voor een straffere hand. Voor zover bekend is het voor het eerst dat ouders zich keren tegen een slappe aanpak in de opvoeding. ...
    De meeste vaders en moeders vinden dat ze het zelf prima doen. Ze geven zich gemiddeld een 7,2. Hun partner krijgt een 7,4. Moeders noemen als hun grootste fout dat ze te vaak toegeven en niet consequent genoeg zijn. Vaders vinden zich eerder te streng. Een kwart van de vaders en 9 procent van de moeders twijfelen (bijna) nooit aan zichzelf. ...


Red.:   En dan de langere, mede vanuit het veld:


Uit: De Volkskrant, 17-11-2007, door Meike Huber

Die vreselijke ouders

Ouders hebben het druk en daardoor verlangen ze steeds meer van scholen en crches. Twee leraren en een leidster luchten hun hart. `Soms denk ik: jj wilde kinderen.`


`De kinderen op mijn school zijn gewoon over het paard getild`, zegt Ina (34), leerkracht op een basisschool in een middelgrote stad. `Ze zijn erg op zichzelf gericht en hebben weinig oog voor hun omgeving.`
    Uw eigen bloedjes zijn welopgevoede engeltjes, maar andermans kinderen zijn niet te pruimen. Uit een onderzoek van het blad J/M bleek onlangs dat het overgrote deel van de ouders er grofweg zo over denkt. Een confronterende uitslag. Voor de meeste ouders is hun kind het grootste belang in hun leven en moet het met de grootst mogelijke zorg worden opgevoed. Tegelijkertijd strookt dat niet met dat andere grote belang: het werk, de sociale contacten en de tijd voor jezelf. Als gevolg van de drukte blijft er vaak te weinig tijd over voor de opvoeding. Scholen en kinderdagverblijven krijgen er daardoor meer taken bij.
    ...Waar ligt de grens van hun taken?
    Leerkrachten en kinderleidsters begrijpen dat ouders fel zijn als het om hun kroost gaat, toch ervaren ze ouders in toenemende mate als te veeleisend en onredelijk. `Ouders zijn te veel met zichzelf bezig`, zegt Rolf, docent op een grootstedelijke vwo-school. `Ze verwachten dat de school alles regelt rond de kinderen. En als dan de cijfers achterblijven, komen ze verhaal halen op school.` Drie ervaringsdeskundigen die dagelijks te maken hebben met die al dan niet opgevoede kinderen, spreken vrijuit. Het zijn mensen die het kunnen weten: een leidster van een kinderopvangcentrum, een onderwijzeres van een basisschool en een docent van een middelbare school.

`De laatste jaren worden ouders, met name de hoogopgeleide ouders, steeds veeleisender`, zegt Hester (42), werkzaam bij een kinderopvangcentrum in een kleine stad in Zuid-Holland. Hoogopgeleide ouders met drukke banen besteden hun kinderen veel uit, soms tot vier of vijf dagen per week. Dan maakt de kinderopvang een belangrijk deel uit van de opvoeding.
    Logisch dat ze zich ermee willen bemoeien, vindt Hester. `Alleen: wij kunnen geen gezinssituatie creren, en dat vergeten zij soms. De hele dag een baby in een draagdoek bij je dragen, dat gaat niet als je nog een groep andere kinderen hebt.` En dat verlangen ouders soms wel. Het komt weleens voor, zegt Hester, dat een kind in nieuwe kleren wordt afgeleverd met de mededeling dat het niet in de zandbak mag spelen omdat de kleren anders vies worden.
    Hester ervaart dat steeds meer opvoedkundige taken op de crcheleidsters worden afgeschoven. De maatschappij is zo gejaagd geworden dat ouders bij voorkeur geen energie steken in pijnlijke opvoedkundige confrontaties. Ze doen liever leuke dingen in de spaarzame tijd die ze met hun kinderen doorbrengen. De strijd aangaan, consequent zijn, dat vinden ouders niet altijd even leuk. Hester merkt dan ook dat kinderen minder goed luisteren als pappa of mamma erbij is. Hester: `Dan zegt zo`n kind: van mamma mag het lekker wl. Niet zelden vraagt mamma vervolgens aan een van ons om in te grijpen. `Naar mij luistert-ie toch niet`, zegt ze dan.`

Ook basisschoollerares Ina ondervindt dat kinderen vaak minder goed naar hun ouders luisteren dan naar haar. Omdat veel ouders altijd openstaan voor onderhandelingen met hun kinderen, over alles. `Als ik vijf keer achtereen bij hetzelfde kind op een `ja, maar` moet reageren, heb ik het idee dat ik een deel van de opvoeding sta te doen dat eigenlijk niet bij mij hoort.`
    Volgens haar luisteren kinderen ook slecht omdat ze verwend zijn. `De kinderen op mijn school gooien alles overal neer en zijn gewend dat een ander het opruimt. Als er een jas op de grond ligt, stappen ze eroverheen. En als je vraagt of ze die even willen ophangen, zeggen ze: `Die jas is niet van mij.`` Het valt haar op dat de meeste van deze kinderen thuis geen taken hebben. `Ik merk verschil in gedrag als een kind thuis wl elke week zijn kamer moet opruimen, of dagelijks verplicht is de tafel te dekken.`
    Van Hester en Ina wordt soms verwacht dat zij kinderen de meest basale dingen leren. Tijdens een ouderavond op de school van Ina zei een vader dat het een taak van de school was om kinderen te leren bandenplakken.
    Ina: `Ik ben principieel tegen dat soort fratsen. Dan denk ik even heel kort door de bocht: jj wilde kinderen. Bij het ouderschap horen bepaalde zaken en n daarvan is leren bandenplakken. Het is triest als je voor dat soort dingen de tijd niet wilt nemen.`
    Hester noemt als voorbeeld ouders die hun kind van nog geen twee zonder luier afleveren bij het kinderdagverblijf. Ze willen dat hun kind zo gauw mogelijk zindelijk wordt en vragen van de leidsters elk half uur met het kind naar de wc te gaan. `Ouders hebben geen idee. Dat gt gewoon niet.`   ...

Ouders van kinderen die problemen veroorzaken in de kinderopvang zijn volgens Hester grofweg te verdelen in overbezorgde en juist nonchalante ouders. De `overbezorgden` hebben moeite hun kind los te laten en de zorg over te laten aan anderen. Zij zouden er het liefst de hele dag met de neus bovenop zitten. Het krijgen van kinderen is zo`n bewuste keuze geworden dat het kind op een voetstuk terechtkomt. Hester: `Logisch dat die ouders al hun zorg en toewijding inzetten. Deze ouders kijken en luisteren misschien wel t goed naar hun kinderen.`
    Het gevolg is vaak dat kinderen een ster zijn in het manipuleren. Als ze een paar keer aangeven de opvang niet zo gezellig te vinden, houdt mamma ze een dag thuis. Ze bespelen hun ouders met succes, want die hadden toch al moeite het kind los te laten.
    Nonchalante ouders zijn zo druk met zichzelf en hun werk bezig dat er weinig aandacht meer over is voor hun kind, zegt Hester. Altijd rennen en vliegen, en structureel te laat komen. `Het klinkt rot, maar soms krijg je het gevoel dat ze hun kind dumpen. Ze zetten het neer, en weg zijn ze. Als deze kinderen thuis ook te weinig aandacht krijgen, gaan ze de aandacht opeisen. En dat is dan meestal op een negatieve manier. Met agressief gedrag bijvoorbeeld.`

Volgens Rolf (39), docent op een grootstedelijke vwo-school, bestaat er spanning tussen het gejaagde bestaan van veel ouders en de hoge ambities die ze hebben met hun kind. Een ambitie die de school moet waarmaken.
    Op de school van Rolf worden tegenwoordig twee keer zoveel ouderavonden georganiseerd als vroeger. Alle ouders komen en dat past simpelweg niet op n avond. Een en al betrokkenheid, zou je zeggen. Maar: `Nee, een teken van louter betrokkenheid zou ik dat niet willen noemen`, zegt Rolf, `eerder van veeleisendheid. Ouders komen vaak verhaal halen op zo`n avond.`
    Rolf vermoedt dat die veeleisendheid voortkomt uit schuldgevoel, en dat stoort hem nog het meest. `Ouders zijn te druk bezig met zichzelf en proberen dat te compenseren door enorm assertief op zo`n avond te verschijnen. Waarmee ze zelf het idee hebben dat ze heel betrokken zijn, maar ik heb soms meer het gevoel dat ze de verantwoordelijkheid afschuiven.`
    Als het niet goed gaat met een kind stuurt de school daarom zo snel mogelijk een (aangetekende) waarschuwingsbrief, zelfs als er al (telefonisch) contact is geweest. ...
    Vaak gaat het mis aan het einde van het schooljaar, zegt Rolf. Niet zelden heeft de school dan al een half jaar geprobeerd telefonisch de aandacht van de ouders te trekken. Pas als hun kind een niveau dreigt te zakken, bij het laatste rapport, worden ze wakker.
    Rolf: `Dan krijg je de gekste smoezen: het konijn ging dood. Deze verzin ik niet. Als je ouders gedurende het jaar meermalen uitnodigt om te praten, en ze zeggen niets over de impact van de dood van dat konijn op hun kind, dan is dat achteraf niet zo`n geloofwaardige reden voor de onvoldoendes.`
    Niet zelden komt er gesteggel over die ene vijf, waarop een kind blijft zitten of een niveau moet zakken. Of de school die niet door de vingers kan zien. Het is tenslotte maar n vijf te veel. `Maar hallo!`, zegt Rolf, `dat is dan wel die ene vijf naast vier andere vijven. Daar ligt gewoon een grens. Ouders kunnen dan z verontwaardigd zijn.`
    De hoge verwachtingen van ouders veroorzaken volgens Rolf een hoop ellende op zijn school. Sommigen willen hun kind kost wat kost op het vwo hebben en vinden dat de leerkrachten er maar voor moeten zorgen dat dit lukt. ...

Er kunnen tal van oorzaken zijn voor het achterblijven van een kind in de klas. Maar volgens Ina hebben ouders een voorkeur voor cognitieve oorzaken boven gedragsproblemen. En dan vooral voor dyslexie. `Dat willen ze allemaal. Een kind dat niet zo goed kan spellen, heeft een prachtexcuus met dyslexie. Het zegt niets over intelligentie, dat is natuurlijk een prettig idee.`
    Als Ina`s school denkt dat dyslexie niet de oorzaak is van de leerachterstand, stappen veel ouders alsnog naar een duur bureau om het kind te laten onderzoeken. In Ina`s geval is dat meestal een bureau waar zij en haar collega`s weinig vertrouwen in hebben. `Alle kinderen komen er steevast dyslectisch vandaan. En dan verwachten de ouders dat wij als zodanig met hun kind omgaan. Het heeft ze tenslotte een lieve duit gekost, en ze hebben nu bewijs in handen.` Een prettige bijkomstigheid voor de ouders is dat zij hier niets aan kunnen doen. Dat is met gedragsproblemen vaak anders. Een ouder die wordt aangesproken op het gedrag van zijn of haar kind, voelt zich al snel aangevallen. Dat is begrijpelijk, want zij kunnen deel en zelfs oorzaak zijn van dat gedragsprobleem.
    Cognitieve problemen zijn voor de school om op te lossen, bij gedragsproblemen hebben ook de ouders een taak. Leraren moeten nogal wat sociale vaardigheden aanspreken om die boodschap over te brengen. Inmiddels heeft Ina zo`n beetje geleerd hoe ze zoiets vertelt zonder dat de ouders zich aangevallen voelen. ...

De oorzaak van het achterblijven van kinderen wordt soms gezocht in hoogbegaafdheid. Het klopt dat onderpresteren daarvan een symptoom kan zijn, maar volgens Ina wordt hoogbegaafdheid er soms met de haren bijgesleept. Als een kind niet helemaal meekomt is het relatief aantrekkelijk te denken dat het hoogbegaafd is. `Dan roepen ouders dat het onderwijs niet uitdagend genoeg is voor hun kind. Als ze daarmee schermen, ben je snel uitgepraat. Natuurlijk hou je zoveel mogelijk rekening met de specifieke problemen en eigenschappen van een kind. Maar voor je een bijzonder lesprogramma aanbiedt, moet je wel zeker weten dat het zin heeft. Je kunt niet zomaar ieder kind een afwijkend lesprogramma geven.`
    In het middelbaar onderwijs ziet Rolf veel kinderen die te kampen hebben met stoornissen als ADD, ADHD, Asperger, PDD-NOS en wat niet al. Er wordt tegenwoordig zo veel geconstateerd. En dat is soms goed, vindt Rolf, want dan kun je een kind zo specifiek mogelijk benaderen. Maar er is vaak minder mogelijk dan ouders verwachten. Er zijn ouders die willen dat de leerkracht elke dag de agenda controleert van hun kind, om te kijken of al het huiswerk erin staat. Of zijn kluisje aan het einde van de dag wel leeg is, want door die ADHD is hij zo ongeconcentreerd en vergeetachtig. Rolf: `Daar kunnen we niet aan beginnen. Als ik ouders op mijn beurt vraag of zij de boekentas van hun kind willen controleren omdat de wiskundeboeken weer waren vergeten, krijg ik nul op het rekest.

Over de praktische kanten van de opvoeding zijn deze leerkrachten het eens: die behoren vooral tot de verantwoordelijkheid van de ouders, zeker als het gaat om jonge kinderen. Dat neemt niet weg dat er in de opvang en op school rekening mee wordt gehouden. Neem zindelijkheidstraining - die werkt nu eenmaal niet als je dat alleen thuis doet. Ina: `Je houdt van die kinderen. Dus als je merkt dat een kind structureel zonder ontbijt op school komt, dan ga je dat oplossen. Desnoods met een eigen boterham. Maar dat kan nooit de regel zijn, en ouders kunnen dat zeker niet eisen.` De vraag wie welke verantwoordelijkheid heeft, is vooral lastig te beantwoorden als een kind moeilijk gedrag vertoont, vindt Ina.   ...


Red.:   En nu de algemene, gemeenschappelijke, oorzaak achter de al genoemde meer specifieke oorzaken:


Uit: De Volkskrant, 01-11-2008, door Michal Zeeman

Dit is de zesde aflevering van een briefwisseling tussen schrijver en journalist Hans Maarten van den Brink en zijn collega Michal Zeeman over religie, die elke 14 dagen verschijnt. Brief 5: Michal Zeeman over verantwoordelijkheid.

Eeuwig leven 6 (a): Verantwoordelijkheid

Beste Maarten,

Ik heb er behoefte aan terug te keren naar het punt in onze discussie waarop wij de afslag namen die ons bracht waar wij nu zijn. ... Tegelijkertijd hunker je ernaar van mij te vernemen of ik, voor zover bekend immers kinderloos, andere domeinen kan noemen waarop de soevereiniteit onaantastbaar is en dus verdedigd dient te worden.   ...
    Jouw ‘no go-area’ is even problematisch. Je weet net zo goed als ik dat het in onze cultuur aanbevelenswaardig wordt gevonden het lot van je kinderen als het grootste goed naar voren te brengen. Daar kun je nooit op aangesproken worden, want iedereen beweert dat, terwijl wij allemaal weten dat vrijwel niemand dat echt meent.
    De schijnheiligheid van die overtuiging is rechtevenredig met het aantal echtscheidingen, oppasmoeders en de actieve betrokkenheid bij de effectieve opleuking van het Nederlandse onderwijs.
 

Red.:   Bingo! De redactie had ten tijde van de carrire als leraar een discussie met een erudiete boekhandelaar in ruste over het onderwijs. Dat was naar aanleiding van de ervaring dat het verschil tussen twee klassen met 24 en 30 leerlingen niet alleen maar 6 was. Het bleek in de praktijk een bijna even groot verschil als tussen water van min 3 en plus 3 graden Celsius - met 30 leerlingen zakt de leraar heel snel door het ijs. Conclusie: recept voor een beter onderwijs: nooit meer dan 25 leerlingen in een klas op de middelbare school. Dus meer leraren. Dat vond de erudiete boekhandelaar in ruste een mooi plan, maar, zo zei hij, dat onrealistisch, want het was te duur. Waarop de leraar opmerkte dat dat een niet geheel correcte uitspraak was: Nederland had geld genoeg, maar men had het er niet voor over. Men ging liever een keer extra op vakantie, en/of kocht een tweede auto. Iets dat de boekhandelaar niet kon ontkennen, en, erudiet als hij was, dan ook niet deed.
    Dat is n van de specifiek gevallen die Michael Zeeman noemt ter onderbouwing van zijn stelling  dat het promoveren van het kind als het belangrijkste aspect van 's mensen leven een sterk hypocriete zaak is. Want dat dacht de leraar annex site-redacteur toen ook:  men zegt wel het belang van het kind op nummer te hebben staan, maar als dat werkelijk zo was, was dat maximum van 25 leerlingen in en klas geen enkel probleem. Maar die extra leerlingen moet komen uit belastinggeld, en als je komt om belastinggeld, vergelijkt men kind met auto, en geeft men niet thuis.
   En zo zijn er meer essentile maatschappelijke zaken: als men moet kiezen tussen een kind-vriendelijke of auto-vriendelijke stads-inrichting, kiest men altijd voor de auto-vriendelijke - want "Een kind-vriendelijike stad is te duur".
    En die groot-maatschappelijk voorkeur voor het volwassene materialistische belang voor het verstandige kind-vriendelijke belang is natuurlijk het gevolg van soortgelijke overwegingen op het individuele, persoonlijke vlak die Zeeman noemt.
    Dat in beide gevallen het een onjuiste visie is op het eigenbelang, omdat dat op de langere termijn juist geschaad wordt, is vanzelfsprekend, maar kennelijk veel te moeilijk - slechts een doodenkele uitzondering weet het te bedenken.
    Op nog wat grotere schaal: waar wij met morele verbazing en enige verontwaardiging terugkijken op kindslavernij en kindarbeid van vroegere tijden, zijn wij dus wel wat vooruit gegaan, maar is er nog veel te winnen.
    Een grappig praktijkgevalletje:

     Van wat later uit een artikel dat in eerste instantie over neurofeedback gaat - de neurofeedback  wordt toegepast op Joy die gediagnosticeerd is met ADHD:


Uit: De Volkskrant, 09-07-2010, door Maartje Bakker

Zonnetje brengt de hersenen in het gareel

Hersenen zijn net mensen: als je ze beloont, gaan ze gewenst gedrag vertonen. Dat is de basis van neurofeedback. De hersentraining werd lang afgedaan als kwakzalverij. Toch lijkt het te werken tegen ADHD.
...

Tussenstuk:
'Joy heeft minder vaak een grote mond'

Vijf procent van de kinderen heeft ADHD. Ook bij Joy (toen 8) werd vorig najaar ADHD vastgesteld. Vader Jeroen Bots was van die diagnose niet erg onder de indruk. 'Ik twijfelde eraan. De resultaten van de testjes vond ik eerlijk gezegd niet erg schokkend. De juf vond Joy druk en brutaal, maar dat kwam ook door de manier waarop ik haar opvoed. Ik had niet zo'n probleem met haar grote mond.'
    Al klopte het wel, geeft Bots toe, dat Joy snel was afgeleid. Maar goed, dat was Bots vroeger zelf ook. 'En kijk nu eens: ik ben prima terechtgekomen.'
    De kinderarts raadde de ouders van Joy aan om haar Ritalin te laten slikken. Bots: 'Maar om haar alleen vanwege die kleine afwijkingen vol te stoppen met Ritalin? Dat zag ik niet zitten. Het is helemaal niet bekend wat het effect van Ritalin is over twintig jaar. Bovendien vroeg ik me af: wat voor dochter krijg ik als ze zich gewoon verder ontplooit? En wat voor een als ik haar volstop met Ritalin? Misschien is ze nu druk en ondernemend; dat zijn eigenschappen die later best van pas kunnen komen.'
    Maar niets doen kon ook niet. 'Dan liep ik de kans dat de buitenwereld me zou zien als een slechte vader' , zegt Bots.'Om mijn goede wil te tonen ging ik op zoek naar een alternatief:
Dat alternatief werd neurofeedback. Bots kwam terecht in de vestiging van Brainclinics in het Brabantse Oosterhout. Daar kreeg Joy een EEG - haar hersengolven werden in kaart gebracht.
    En inderdaad: haar hersengolven weken in sommige gebieden af van het gemiddelde. Neurofeedback was dus het proberen waard.
    Het klonk ook logisch, vond Bots: door Joy concentratieoefeningen te laten doen en haar bij succes te belonen, leek het hem aannemelijk dat ze zich beter zou leren concentreren.
Bots: 'En jawel, na een stuk of twintig sessies begon het complimentjes te regenen over het gedrag van Joy. Van mijn ouders, schoonouders, en zelfs van de juf: ik kreeg van alle kanten te horen dat 'het nu toch zo goed met Joy ging' .
    'Zelf merkte ik het verschil ook: ze luisterde beter, had minder vaak een grote mond. En vooral: ze kan nu langer geconcentreerd en enthousiast met iets bezig gaan. Ze kijkt films vaker uit, en zit soms zelfs geruime tijd een boek te lezen! Eerst vloog er een vogel voorbij, en zat ze met haar gedachten alweer bij een ander onderwerp.
    Al vermoedt Bots dat de gedragsverandering van Joy ook deels door zijn eigen manier van opvoeden komt. 'Ik ben mijn dochter iets strenger gaan opvoeden. De diagnose ADHD zet je toch aan het denken.'   ...


Red.:   Om je de kromme tenen te lachen, die laatste alinea.
    Ook interessant aan dit geval is de opmerking van vader dat hij, met waarschijnlijk zo'n zelfde soort karaktertje want anders ga je je er razendsnel aanstoren, wl goed terecht is gekomen. Maar vader (opgevoed in andere tijden) zal dus waarschijnlijk nog wl een normale opvoeding met regels hebben gehad ...
    Een voorlopige conclusie uit dit geval is dat de hausse in ADHD een direct gevolg is van veranderde opvoedingsgewoontes - datgene dat vroeger onderdrukt werd door regels-stellen tot aanvaardbaar niveau, kan nu ongehinderd zijn storende gang gaan.


 
Naar Psychologische praktijktips  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .