WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Blauwe en witte boorden: de goede voorbeelden

10 okt.2008

Het is nog zeldzaam, maar er zijn nu mensen die de waarde van ambachtelijk werk gaan inzien. Al was het maar in contrast met de zielloosheid van veel van het kantoorwerk:


Uit: De Volkskrant, 23-09-2008, door Ianthe Sahadat

Alleen smoesjes houden je tegen

Ondanks een hoge opleiding kiezen sommigen toch voor een echt ambacht: klusjesman, bakker of buschauffeur. Gewoon, omdat ze er gelukkiger van worden dan van een kantoorbaan. ‘Zet je ratio overboord, anders doe je het niet.’


Eric Snaterse (33)  Was: accountant  Is nu: aannemer

‘Eigenlijk wilde ik de sportacademie doen. Ik was al aangenomen, maar mensen in mijn omgeving raadden het me af. Gymleraar, is dat wat je wilt worden? Je bent op die leeftijd te jong om een keuze te maken. Je kent jezelf nog helemaal niet. Uiteindelijk koos ik voor een ‘zinvolle’ opleiding, de heao.
    ‘Al in mijn derde jaar wist ik: dit is het niet. Maar het leek me beter het af te maken. Toen ik klaar was ging ik werken op een groot accountantkantoor. Ik verdiende goed, was goed in wat ik deed, maar leuk vond ik het niet. Op zaterdag dacht ik al: morgen is het zondag en daarna moet ik weer.
    ‘Over het verlies van inkomen heb ik me nooit zorgen gemaakt. Ik was wel bang om de status van een goede baan te verliezen. Toen ik uiteindelijk stopte, was het een enorme opluchting. Maar ergens voelde het ook als een soort falen. Mensen die me niet kennen zeggen nog steeds: wat zonde, je hebt toch een hbo-studie gedaan.
    ‘Ik ben gaan klussen. Bij een vriend die een onderhoudsbedrijf heeft, acht maanden lang. Tijdens het klussen ging ik pas echt nadenken. Wat wil ik nou? Het antwoord was: niet de hele dag binnen, wel met mensen, vrijheid in de uren en commercieel. Zo kwam ik op de makelaardij uit. Dat heb ik 2,5 jaar gedaan. ...  Maar toen ik een vestiging elders moest opzetten, zat ik ineens hele dagen op kantoor.
    ‘Toen ging het mis. Ik heb direct mijn baan opgezegd, heb twee maanden gereisd en ben daarna weer gaan klussen. Voor mezelf dit keer. Nu ik ouder ben, vind ik status minder belangrijk. Ik durf te denken: ik kies een ambacht. En nu voel ik me vrijer dan ooit. Wat voor dag is het vandaag? Vrijdag alweer? Hier, dat bedoel ik.
    ‘Het enige wat ik soms merk, is dat je een beetje afstompt, alsof ik mijn hersenen letterlijk minder gebruik. Niet dat je dom wordt, maar de routine verdwijnt. Nadenken is nu meer dagdromen. Daarom wil ik mijn werk wel uitbreiden: panden opkopen, opknappen en dan weer verkopen. En wie weet ga ik ooit nog bouwkunde studeren.’
 

Simone Peerdeman (31).  Studeerde: maatschappelijk werk.  Is nu: buschauffeur

‘Ik heb jarenlang als shopmanager van een cd-zaak gewerkt. Het begon als bijbaantje tijdens mijn hbo-studie maatschappelijk werk. Ik rolde erin en bleef hangen. Het was een leuke tijd, maar op een gegeven moment was ik er klaar mee. Maar toen was ik al zeven jaar van het pad van maatschappelijk werk af. Ik vroeg me af: en nu?
    ‘Toen ik mijn cv op internet plaatste kreeg ik via een recruiter een baan bij een boekhandel op Schiphol aangeboden. Ik dacht: waarom niet? Het leek me een leuke omgeving.
    ‘Maar het was vreselijk: vervelende collega’s, mensen die er veel te lang werkten en geroddel. Ik vind de sfeer op mijn werk belangrijker dan de inhoud. Omdat ik niet direct wilde opgeven, vertrok ik pas na acht maanden gillend.
    ‘En toen wist ik het even niet. Tot ik op een dag in de bus zat. Er lagen affiches in de bus: chauffeurs gezocht. Het was zo’n mooie dag met mooie luchten. Ik zat naar de rug van de chauffeur te kijken en dacht ineens: wat een heerlijke baan eigenlijk.
    ‘Zo belandde ik op een testdag bij Connexxion. Ze waren wel verbaasd, het gebeurt niet zo vaak dat hbo’ers buschauffeur willen worden. Is het wel serieus, vroegen ze.
    ‘Nu rijd ik zo’n negen maanden op twintig lijnen, in de regio Amsterdam, Haarlem en Schiphol. Het is geweldig. Natuurlijk stapt het gros van de mensen alleen in en uit en is het niet meer dan hallo, stempel en dag. Maar je hebt ook bijzondere ontmoetingen.   ...
    ‘Deze baan is een verrijking. Ik krijg energie van de mooie ontmoetingen en ik vind het heerlijk om langs een weiland te rijden met prachtige wolkenformaties, of de zon die opkomt.
    ‘Maar het was niet makkelijk om deze keuze te maken. Hoewel ik heel hard roep dat status me niets zegt, ben ik natuurlijk ook beïnvloed door de maatschappij. Als iedereen springt en jij moet blijven staan, dat is eng.’
 

Menno ‘t Hoen (37).  Was: bedrijfseconoom.  Is nu: bakker

‘Na het vwo ga je studeren, zo gaat dat nou eenmaal. Omdat ik niet wist wat ik wilde, werd het bedrijfseconomie. Mijn studententijd was geweldig, maar de studie boeide me niet. Toen ik klaar was, dacht ik: en nu? Ik solliciteerde bij Unilever, KPN, alle grote bedrijven. Telkens viel ik af in de laatste ronde. Jij bent te creatief, zeiden ze. Dat is een containerbegrip voor alles wat ze niet direct kunnen plaatsen, voor mensen die niet roepen: het is mijn ambitie om over twee jaar hoofd Dreft te zijn.
    ‘Uiteindelijk kreeg ik een baan bij een beheermaatschappij in bouwmaterialen, met een kantoor op een troosteloos industrieterrein. Dat was Debiteuren/Crediteuren avant la lettre. Ik besloot het aan te zien, maar dacht snel: mijn god, is dit het nou?
    ‘Op een gegeven moment kwam ik in contact met Eckart Wintzen. Hij is een ondernemer die inmiddels is overleden. Hij was wel een beetje mijn held. Hij schudde me wakker. Wat je nu doet, is je opleiding ten gelde maken, zei hij, maar je bent niet gelukkig.
    ‘Allerlei plannen passeerden de revue. Eén ervan was kok worden. Maar een koksopleiding in Parijs bleek te prijzig. Zo stuitte ik op een bakkerscursus. Ik werd direct gegrepen door de magie van het vak. Nadat ik een week een opleiding had gedaan, wist ik het: dit is zo’n mooi ambacht, dit wil ik leren. Toen heb ik mijn baan opgezegd om in Frankrijk een opleiding van acht maanden te doen.
    ‘Mijn ouders waren heel kritisch: hoe red je je dan? De meeste vrienden zeiden: leuk voor jou, maar ík moet er niet aan denken.
    ‘Na de opleiding heb ik een jaar in Parijs bij een bakker gewerkt, om nog meer te leren. En toen terug naar Nederland, als missionaris voor het Franse brood. Nu heb ik twaalf mensen in dienst.
    ‘Het gevoel dat je de goede keuze hebt gemaakt, geeft energie om door te gaan. Maar om de keuze te maken, moet je je ratio even overboord zetten, anders doe je het niet. Alles wat je tegenhoudt, is een excuus.’


Uit: De Volkskrant, 17-09-2007, door Margreet Vermeulen

‘Het belangrijkste: ik kom nooit meer chagrijnig thuis’

Eén gebeurtenis kan een leven een ingrijpende wending geven. In deze serie vertellen mensen over het keerpunt in hun bestaan | Aflevering 11: Willem Steetskamp (53) die zijn directeursbaan opgaf en bus-chauffeur werd.


Tussentitel: ‘Op de golfbaan kijken ze wel verbaasd op als ze horen dat je op een
                   touringcar rijdt’


Je weet hoe het werkt met kikkers? Als je ze in een pan met kokend water gooit, springen ze er meteen uit. Maar oh wee als je ze langzaam opwarmt. Ze blijven lijdzaam zitten – tot ze worden gekookt. Ik heb heel wat mensen zo zien zitten op hun werkplek. Totaal verlamd. Want het werk biedt inkomen, status, zekerheid en je denkt dat je niet meer zonder kunt. Dus blijf je zitten – ook al zou je het liefst gillend wegrennen. ...
    Voor mij was drie jaar geleden de lol er totaal af. Ik had vijftien jaar voor organisatieadviseur gespeeld en daarna was ik twee jaar lang directeur van het partijbureau van D66. De buitenwereld denkt vaak dat de politiek bulkt van het geld. Mooi niet. D66 verloor in die periode stemmen met als gevolg dat de subsidie terugliep en ik mensen moest ontslaan. Vervolgens moest ik zelf ook opstappen, vond ik. ...
    Een ding stond vast: ik wilde niet opnieuw naar een kantoor. Niet wéér fusies begeleiden; mensen ontslaan en organisaties stroomlijnen. De tarieven zijn om van te smullen hoor: tot rond 200 euro per uur. Maar de animo was weg.
    Toen ben ik gaan praten bij Jan de Wit, het touringcarbedrijf. Of er werk was voor chauffeurs. Je moet weten dat ik gek ben op alles waar een stuur en een gaspedaal op zit. Altijd al geweest. Ik was zo’n jongetje dat de godganse dag met auto’s speelde. Op mijn elfde ging ik ervan door met de auto van mijn vader, maar ik kwam niet ver want ik kon niet bij de koppeling. Lekker scheuren, je kent het misschien wel. Ik mag graag een middagje crossen op het circuit in Zandvoort. Dus je begrijpt: buschauffeur worden is ook de vervulling van een jongensdroom.
    Voordat ik in dienst ging, heb ik een jaar op Schiphol gewerkt bij de bagageafhandeling. Ik zat op zo’n treintje waarmee de koffers werden af en aan gereden. Dat is me altijd bijgebleven. Ik mag niet overdrijven, maar het was een van de gelukkigste jaren in mijn leven.
    Bij Jan de Wit hoorde ik dat er een groot tekort was aan chauffeurs. Dat kwam goed uit. De dag nadat ik mijn D-rijbewijs haalde, kreeg ik een volgeladen touringcar mee voor een dagtripje in eigen land. Binnen de kortste keren mocht ik aan het ‘echte werk’ beginnen en reed ik met 35 Koreanen naar Sorrento (Italië). Ik wist het meteen: dit is dus feest.
    Mijn salaris is gehalveerd. Bij D66 verdiende ik 3.000 euro schoon en nu hooguit 1.500 euro per maand. Ik heb geen sportauto meer in de garage staan. Maar de kinderen zijn het huis uit, die kosten niets meer. Mijn vrouw heeft een goed salaris als interim-manager in de zorgsector, dat scheelt. Maar het belangrijkste is: ik kom nooit meer chagrijnig thuis.
    Op de bus voel ik me vrij. Ik ben gewoon een einzelgänger. Ik hou niet van groepen. Ik ben geen teamspeler. Ik heb een blauwe maandag gevoetbald en dat was een drama. Een vriend heeft mij eens getypeerd als een boom aan de rand van het bos: een typische buitenstaander. ...
    Op een kantoor zijn er altijd haantjes, er is altijd een pikorde. Daar word ik onrustig van. Als je de baas bent van het spul is dat nog wel aardig. Maar het grote punt is dat ik diep in mijn hart geen ambitie heb. Dat gen mis ik blijkbaar. Dat was op school vroeger al zo. Een zesje vond ik mooi zat. Daarmee heb ik de mulo gehaald. Ik heb nog één jaar geprobeerd het uit te houden op de havo, maar daar ben ik gillend weggerend. Een drop-out zouden ze nu zeggen: een zorgenkindje. Dat hoeft helemaal niet, ik heb altijd leuke banen gehad.
    Toen de kinderen kwamen, wilde ik parttime werken om samen met Ellie voor de kinderen te kunnen zorgen. Een man die in die tijd, begin jaren ’80, parttime wilde werken was echt een rariteit. Dat lukte niet. Ik ben huisman geworden en in de avonduren sociologie gaan studeren. En Ellie werd kostwinner. Dat is ze altijd gebleven. Ik heb haar nooit ingehaald, zelfs niet nadat ik mijn postdoctorale opleiding had voltooid.
    Het vak buschauffeur heeft natuurlijk minder status. Maar daar merk ik weinig van. Het interesseert me niet zo. Op de golfbaan kijken ze wel verbaasd op als ze horen dat je op een touringcar rijdt, maar als ze dan het hele verhaal horen, ebt die verbazing wel weer weg. Op de bus zelf vinden ze je reuze knap als je met dat grote apparaat elk krom achterafstraatje in Rome in durft – of als je met je bus maar net de bergpas haalt. Voor mijzelf zijn dat de leukste momenten, maar dat weten de passagiers natuurlijk niet.
    Ik werk inmiddels bij OAD. Daar kun je tegelijk buschauffeur en reisleider zijn. Dat maakt het extra leuk, omdat mijn kennis van de geschiedenis en sociologie van pas komt en ik mijn talenkennis kan gebruiken. Ik blijk heel aardig verhalen te kunnen vertellen. Het liefst doe ik culturele reizen rond de Middellandse Zee....
    Want voor elke reis ga ik me grondig inlezen zodat ik geen standaardverhaaltje hoef af te draaien. Als we langs Parijs rijden, ga ik natuurlijk niet zeggen: Parijs is een stad met 12 miljoen inwoners en de Eiffeltoren is ontworpen door Gustave Eiffel en is 317 meter hoog. Ik vertel liever dat Parijs en Frankrijk twee totaal verschillende dingen zijn. En als het vrijdagmiddag is en druk op de weg, dan leg ik uit dat de meeste Parijzenaars in het weekend naar hun familiehuisje op het platteland gaan en dat we daarom in de file staan.
    De meeste mensen reageren positief. Soms ook jaloers/positief. Ik hoor vaak: dat zou ik ook wel willen, maar bij ons kan dat niet want... Dan haal ik mijn schouders op. Daar ga ik niet op in. Het is toch een kwestie van kiezen. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat mijn vrouw goed verdient. Dat er flink wat overwaarde op ons huis zit. Dat neemt niet weg dat je toch al je schepen achter je verbrandt. Als je een jaar lang uit de organisatieadvies branche stapt, lig je eruit en krijg je echt geen opdrachten meer. Je gooit iets weg en je weet niet wat er voor terugkomt. Dat geldt voor iedereen. De enige zekerheid die ik heb, is dat er altijd werk is.
    Er zijn weinig jongeren die op een touringcar willen rijden. Het salaris is laag. Vaste banen zijn er niet veel. En op een seizoenscontract krijg je geen hypotheek van de bank. Ikzelf heb een afroepcontract. Dan kan ik zelf aangeven wanneer ik beschikbaar ben en houd ik zelf de regie. Als je een vast contract krijgt, ben je in de zomer niet één dag thuis.’
    Mijn vrouw had in het begin wel moeite met mijn overstap. Hallo, heb je daarvoor zo hard gestudeerd, was haar eerste reactie. En het is natuurlijk bij de gratie van haar inkomen, dat ik buschauffeur kan zijn.
    Misschien speelde voor haar het verlies aan status ook een rol, dat weet ik eigenlijk niet. Maar ze heeft me gesteund en ze ziet wel hoe ontspannen ik ben. Vroeger was ik nog wel eens knorrig als het me niet meteen lukte het werk van me af te zetten. Nu kom ik met leuke verhalen thuis.
    Het heeft haar geprikkeld om na te denken over haar eigen toekomst. Ze gaat een tijdje stoppen met haar interim-klussen en kijken of het haar bevalt om bij mij op de bus te komen als reisleidster. Onder het motto: nooit geschoten altijd mis. OAD is overigens niet happig op echtparen op de bus, maar we hebben binnenkort een gesprek.
    Het huis hebben we verkocht, dat werd sowieso te groot, en voorlopig kopen we geen nieuw huis. Op 1 november moeten we eruit en dan gaan we met de caravan zwerven langs de Middellandse Zee: een beetje de boel verkennen voor de touringcarreizen die volgend jaar op stapel staan. De overwaarde van het huis zetten we op de bank. De komende tijd moeten we het doen van een salaris: dat van mij. Ben ik eindelijk kostwinner. Op mijn 53ste.
    Ik heb altijd in vrijheid keuzes willen maken. Dat betekent dat we onze vaste lasten al die jaren laag hebben gehouden zodat we in principe van een inkomen konden leven. Want geld is een fuik. Als je gewend bent aan een luxe levensstijl, is het lastig om dat los te durven laten. Maar het kan wel, als je uitgaven teruglopen als je vaste lasten laag zijn en als je wat opzij hebt gezet.   ...


Naar Blauwe en witte boorden  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home  .