WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Kosmopolitisme: neoliberalisme

26 dec.2008

Het verband tussen kosmopolitisme en neoliberalisme lijkt wat losser, voor zover het het intellectuele deel der kosmopolieten betreft. Maar vooral zij zijn te herkennen in onderstaande citaat:


Uit: De Volkskrant, 11-04-2008, door Carien Overdijk

Hoeveel ontworteling we aankunnen

Verstedelijking, het thema van deze Maand van de Filosofie, is ook het thema van Welkom in Megapolis, een bundel prikkelende essays van de filosoof Jan-Hendrik Bakker.

...   Niet minder kritisch beziet Bakker de rijke, centrum minnende kosmopolieten, ...’. Hun eclectische consumentisme in nóg lossere sociale verbanden past bij het neoliberale marktdenken, waarin flexibiliteit voorop staat.
    Bakker citeert zijn befaamde Duitse tijd- en vakgenoot Sloterdijk (‘kosmopolitisme is het provincialisme van de verwenden’) en wijst erop dat ‘de nieuwe internationale urbanisatie van binnensteden’ een vloed aan slecht betaalde, onzekere baantjes oplevert in horeca, vervoer en verzorging. ‘De gevolgen zijn soms absurd. Vrouwen moeten hun eigen kinderen achterlaten om (…) in een rijker deel van de wereld te passen op de kinderen van anderen.’   ...


Red.:   Met in Amerika in de rol van de laatste de Porto-Ricaanse schoonmaakster en/of kinderoppas, en in de rijke Arabische wereld de Filippijnse. Vooral de laatste heeft een positie die nauwelijks tot niet verheven is boven die van lijfeigene of slaaf:


Uit: De Volkskrant, 13-05-2009, van verslaggever Stieven Ramdharie

Multicultureel rolmodel wankelt om nanny's

Multicultureel rolmodel Ruby Dhalla, in 2008 nog gekozen tot een van de meest sexy vrouwelijke politici in de wereld, had het voor kort prima voor elkaar. Het Canadese Sikh-parlementslid, een rijzende ster in de grootste oppositiepartij, leidde drie jaar terug mede de campagne van schrijver Michael Ignatieff om leider van de Liberalen te worden.   ...
    Maar de fotogenieke, superambitieuze woordvoerster Multiculturele samenleving, die zegt op te komen voor vrouwenrechten, wankelt. Nota bene door drie Filippijnse migrantennanny’s die claimen als ‘slaven’ te zijn gebruikt door de familie Dhalla. Werkdagen van 12 tot 16 uur, geen betaling van overwerk en zelfs hun paspoorten zouden in beslag zijn genomen.
    Ook zouden ze, niet onbelangrijk, illegaal in dienst zijn geweest. ‘Vals’, riep Dhalla, die steeds genoemd wordt voor een kabinetspost, over de beschuldigingen na twee dagen te zijn ‘ondergedoken’. ...
    Als de beschuldigingen kloppen, zou het Liberale parlementslid zeker vier wetten hebben overtreden. Zo zouden de vrouwen, die werden aangenomen om de zieke moeder van Dhalla te verzorgen, geen toestemming hebben gehad van de overheid om als buitenlandse ‘zorgverlener’ naar Canada te komen. Jaarlijks krijgen zo’n 25 duizend buitenlandse zorgnanny’s, die in huis wonen, de kans om dit werk te doen. De vrouwen zeggen dat ze vooral auto’s moesten wassen, schoenen moesten poetsen en schoonmaakwerk moesten doen in de chiropractie-klinieken van de sikh-familie.
    Dhalla ... spreekt intussen van een ‘complot’ om haar uit te schakelen. Minister voor Immigratie, Jason Kenney, reageerde sarcastisch. Een gezamenlijk complot, zo vroeg Kenney zich vol ongeloof af, van zijn Conservatieven, oppositiepartij NDP, drie Filippijnse nanny’s en de Toronto Star die met de primeur kwam?


Red.:   Beslist niet het eerste geval van dit soort - het is namelijk heel gewoon.
    Het 400-jarig bestaan van New York leidde tot een aantal artikelen die dit wat algemener geformuleerde beeld tot in alle details invult:

 
Uit: De Volkskrant, 04-04-2009, Reizen NY Special, door Neeltje Huirne.  

Ik draag nu ook huidkleurige panty’s

Econoom, juriste en powerfeministe Heleen Mees (41) verhuisde bijna tien jaar geleden naar New York. Ze wil er nooit meer weg.
...
Zou je er nog kunnen wonen?
Dat ligt niet voor de hand. Ik woon hier prachtig, New York haalt het beste uit me. ...

Op 16 april verschijnt Mees' boek Tussen hebzucht en verlangen - De wereld en het grote geld, waarin ze pleit voor het ombouwen van de Nederlandse verzorgingsstaat tot kansenmaatschappij naar New Yorks model.


Red.:
   Zo, is dat niet duidelijk? De andere kosmopolieten zullen het zelden hardop zeggen, maar dit is waar ze naar streven, iets dat ze onbewust ongetwijfeld ook weten. Voor de volledigheid:dit ideaal van mevrouw Mees is het ideaal van de getalenteerden, de goed opgeleiden. En de rest can go to hell, kan je erachter denken.
    Heleen Mees en haar opvattingen waren korte tijd later nog een keer in het nieuws naar aanleiding van het verschijnen van een boekje van haar hand uitleg of detail , tezamen met het in het nieuws zijn van een boek van Volkskrant-journalist Jan Tromp, als besluit van een vierjarig verblijf als correspondent in New York, waar hij "verliefd op was geworden", en met soortgelijke termen als Mees waarderend over schreef en sprak uitleg of detail . Deze berichten waren voor socioloog Meindert Fennema aanleiding voor een reactie:


Uit: De Volkskrant, 24-04-2009, Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de UvA.

Zo kweek je opgewekte migranten

Heleen Mees en Jan Tromp zijn lyrisch over de integratie in New York.
Maar ze zijn blind voor de achterkant van dat systeem, betoogt Meindert Fennema


Heleen Mees, die vorige week haar gebundelde columns presenteerde, pleit binnen de PvdA al jaren voor het verlagen van het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen. Werken is de beste vorm van integratie, meent zij, en het komt de etnische verhoudingen ten goede.
    New York is daarvan het beste voorbeeld. Alle migranten krijgen daar een eerlijke kans om te integreren, omdat zij meteen aan de slag moeten. Haar voorbeelden zijn echter nogal eenzijdig. Steeds weer duikt de immer gedienstige doorman (conciërge) op als rolmodel voor de immigranten, samen met de taxichauffeurs en de bedienden in haar favoriete restaurants en supermarkt om de hoek. De ene is nog voorkomender dan de ander. Dankzij hun arbeidsparticipatie worden migranten opgewekte naturen die altijd klaar staan om Mees ter wille te zijn.
    Voormalig Volkskrant-correspondent Jan Tromp schreef een meeslepend boek over zijn New Yorkse tijd (In New York en domweg gelukkig). Ook hij komt met die onvermijdelijke doorman op de proppen. Bij Pauw & Witteman onthulde hij het geheim van 's mans gedienstigheid. Als hij maar genoeg glimlacht (How are you today?), krijgt hij per bewoner zo'n 1.500 dollar kerstfooi.   ...
    Maar vergeten Mees en Tromp allebei niet dat zij de achterkant van die etnische verhoudingen in New York helemaal niet zien? Dat zij buiten het bedienend personeel nooit een arme immigrant of African American te zien krijgen?
    In de VS bestaat een omvangrijke zwarte onderklasse, waarvan ruim 1 miljoen onder justitieel toezicht staat Een op de vier zwarte jonge mannen uit New York krijgt Heleen Mees om die reden sowieso nooit te zien. In Brooklyn, waar zij een appartement bezit met uitzicht op Manhattan, zijn tenminste 35 zogenaamde million dollar blocks. Dat zijn huizenblokken waar zo veel mensen in de gevangenis zitten, dat de staat daar per blok meer dan 1 miljoen dollar aan gevangeniskosten betaalt In dat bedrag zijn niet meegerekend de kosten voor de rechtsgang, voorarrest en voor reïntegratie van de ex-gedetineerden uit Brooklyn. In die gevangenispopulatie zijn zwarten en migranten sterk oververtegenwoordigd. Mees heeft, alleen al om die reden, maar een beperkt zicht op haar doelgroep.
    Mees ... ziet zij iedere immigrant werken voor een loon van 5 dollar per uur en een variabele fooienpot. Zou zij wel eens nadenken over de perverse effecten daarvan? In zijn boek schrijft Tromp dat New York lijkt op een 19de-eeuwse standenmaatschappij. Zijn appartement had speciale liften voor het bedienend- en het onderhoudspersoneel. Hoezo integratie?   ...


Red.:   Grappig genoeg voelde Tromp, kennelijk zichzelf links achtend, zich voldoende aangesproken om te reageren:


Uit: De Volkskrant, 25-04-2009, door Jan Tromp, voormalig correspondent van de Volkskrant in New York

New Yorkers zijn tenminste optimistisch

De ongelijkheid tussen arm en rijk in New York neemt alleen maar toe, maar geloof in betere tijden kenmerkt de bewoners. Dat geeft hoop.

Wie nu New York bezoekt, kan zich moeilijk voorstellen dat nog maar dertig jaar geleden de stad in handen was van criminelen van allerlei slag. Al een paar jaar brengt New York Magazine een speciale uitgave onder de titel Reasons to love New York (Redenen om van New York te houden): het gaat goed met de stad, al eist ook hier de economische crisis haar tol.
    Als New York zich bedreigd moet weten, is het door het omgekeerde van de toestand van dertig jaar geleden, toen het uitschot de stad in bezit had. Nu dreigt Manhattan het exclusieve domein te worden van de superrijken van de wereld, het andere uitschot, zo men wil.
    De ongelijkheid in New York is indrukwekkend. Het Bureau voor de Statistiek van de stad New York meldde in augustus vorig jaar dat het gat tussen rijk en arm, dat toch al het grootste is van alle staten in de VS, alleen maar groter wordt.
    De cijfers: 37 procent van het totale inkomen van de stad gaat naar 1 procent van de inwoners. De onderste 20 procent moet het doen met 3 procent van het totaal.
    Twee miljoen New Yorkers zijn niet verzekerd tegen ziektekosten. Van de acht miljoen New Yorkers leeft ongeveer 20 procent in armoede. Er bestaat een organisatie van vrijwilligers, City Harvest, die bij restaurants etensresten ophaalt en uitdeelt aan de behoeftigen.
    Ik vermeld dit alles omdat Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen in Amsterdam, mij en de in New York vertoevende publiciste Heleen Mees op de korrel nam We zouden in onze liefde voor de stad voorbij hollen aan de ontzagwekkende ongelijkheid die vooral immigranten treft.  ...
    Heleen Mees vindt, zo stelt Fennema, dat een verlaging van het minimumloon in New York de beste weg is naar een snelle integratie van immigranten. Het minimum uurloon ligt nu op 7 dollar 15. Mees zou volgens Fennema liever zien dat het laagste uurloon 5 dollar bedroeg.
    Fennema neemt in één pennestreek mij mee als protagonist van zo’n maatregel als hij schrijft: ‘Zouden zij wel eens nadenken over de perverse effecten daarvan?’
    Het is niet dat het heel erg is, maar leuk is het voor niemand op één lijn te worden geplaatst met Heleen Mees. Ze koestert merkwaardige opvattingen. Zo zou ze graag zien dat er dwangarbeid komt voor gestudeerde vrouwen die niet fulltime werken omdat ze ook nog voor de kinderen willen zorgen. In New York lijkt ze Madame de Pompadour te willen uithangen, de maitresse van de Zonnekoning Lodewijk XV: ‘Als ik in Nederland ben en geen winterjas heb, stuurt de portier er eentje van mij op’, zei ze vorige week in een interview met Vrij Nederland.
    Fennema heeft groot gelijk als hij aandacht vraagt voor wat hij ‘de achterkant van de etnische verhoudingen in New York’ noemt. In mijn boek omschrijf ik het als volgt: ‘New York is in feite een ouderwetse en klassieke standenmaatschappij, een samenleving van gescheiden werelden.’ The Economist schreef dat de roemruchte dynamische samenleving van Amerika is verworden tot een dynastieke.
    Maar hoe zou het dan komen dat New York toch, ondanks alle ongelijkheid, een weldadige stad is, een optimistische gemeenschap – heel anders dan, als ik dat in één keer mag meenemen, het Hollandse chagrijn en cynisme?
    Het wonderlijke is dat New Yorkers nog altijd geloven dat niet afkomst en klasse je toekomst bepalen. Morgen en anders wel overmorgen kunnen je kansen zich keren. Het is aantoonbaar dat de Amerikaanse Droom van de berooide immigrant die het tot oliebaron schopt, tot het rijk van de dromen behoort. Wie ouders heeft met een modaal inkomen, heeft een kans van 2 procent om in de top van de inkomenspiramide te eindigen. Maar niets is sterker dan geloof en hoop. ...


Red.:   Zo, die is dus wel voldoende uitgerookt. Nu komen de relevante gegevens wel naar buiten - New York blijkt een neoliberale hel. En toch is iedereen er vol hoop en optimistisch, constateert hij aan het einde.
    Dit heeft als primaire oorzaak waarschijnlijk een zeer eenvoudig proces: die immigranten, waar er dus een grote hoeveelheid van is, komen allemaal uit situaties waarin ze er nog stukken slechter af waren. Geen wonder, dus.
    En als oorzaak nummer twee: de psychologie van het casino: iedereen weet dat hij bij gokken gemiddeld genomen verliest, maar hele naties zijn er verslaafd aan - ook weer: omdat hun situatie zo matig tot beroerd is dat de virtuele kans op beter belangrijker is dan het verlies nu. Dit is proces waar de hele Amerikaanse maatschappij om draait.
    Maar terug naar zijn kritische opmerkingen. Ten eerste blijkt New York dus een verschrikkelijke standenmaatschappij: de armen bedienen de rijken, voor het overgrote deel natuurlijk niet voor 1.500 dollar (bonus), maar voor een grijpstuiver. Dit alles samen te vatten in zijn karakterisering van Heleen Mees als een moderne Madame de Pompadour. Of naar het geheel kijkende: dit is het ouderwetse Dickensiaanse kapitalisme, van de vette volgevreten rijke klasse die broodkorsten gooit richting bedelaars aan de kant van de weg, en die bedelaars lager acht dan dieren.
    Hier lijkt trouwens ook sprake van enig afwenden van schuldgevoelens richting Mees, naar aanleiding van zijn moeizame optreden bij Pauw & Witteman. Heleen Mees heeft haar positie ook in zeker mate genuanceerd:


Uit: De Volkskrant, 30-04-2009, ingezonden brief van Heleen Mees (New York)

Verschil

...    Ik heb (...) nooit beweerd dat het minimumloon in New York moet worden verlaagd van 7 dollar 25 naar 5 dollar. In mijn boek Tussen hebzucht en verlangen – De wereld en het grote geld schrijf ik wel dat de bruto loonkosten op minimumniveau in Nederland te hoog zijn, namelijk 15 tot 20 euro bruto per uur (inclusief werkgeverslasten en btw, cijfers afkomstig van het Centraal Planbureau). Daardoor krijgen laagopgeleide migranten in Nederland niet de kansen op de arbeidsmarkt die ze in New York wel krijgen. ...


Red.:    Slechts enigszins, dus. Want wat hier staat is dat de instroom van kansarmen en kanslozen moet leiden tot verlaging van het inkomen voor iedere niet-hoger-opgeleiden.
    Een mooi voorbeeld van de uitwassen van het systeem zijn de door Mees aangehaalde waterschenkers in het café: deze staan onderaan de ladder en zijn minder dan gewone bediening. En hun werkzaamheden zouden natuurlijk ook gewoon door de bediening gedaan kunnen worden. Deze arbeid is eigenlijk overbodig en minderwaardig - het is een geïnstitutionaliseerde vorm van bedelarij. Zoals, ander voorbeeld, een 70-jarige die door de kredietcrisis bankroet was geraakt, en in een winkel moest gaan werken als "begroeter van klanten".
    Nog eens terug naar dat New Yorkse en Amerikaanse optimisme. En hoe kan het dat op zich redelijk weldenkende mensen, als we Jan Tromp en Hellen Mees even zo kwalificeren, een slechte situatie zijn gaan prijzen - als je zo'n zelfde soort situatie in het Oostblok zou plaatsen, en daarna Westerse journalisten ernaar toesturen, zouden ze met de meest afschuwelijke verhalen terugkomen. Voor dit soort verschijnselen lijkt er maar één soort verklaring te zijn, namelijk het soort massapsychose dat we ook kennen van religie. Het Amerikaanse geloof van de maakbaarheid is het gevolg van haar migrantenoorsprong. En dit maakbaarheidsgeloof is langzaam vermengd met een andere geloof: het geloof in geld - het geloof in Mammon. Kijk in de ogen van Tromp tijdens het interview in Pauw & Witteman uitleg of detail , en je ziet dezelfde blik als die in de ogen van Leger des Heils soldaten. Het zijn de interviewers die hem enige nuchterheid moeten bijbrengen ("Dat appartement waar je zat, hoeveel was de huur daarvan?" Tromp: "4000 dollar ...in de maand") - de nuchterheid die hij in bovenstaande artikel weer teruggevonden heeft.
    En nog een toeval: er is over de moraliteit van deze kwestie ook recent een film gemaakt - we gebruiken een afwijkende volgorde van citeren:


Uit: De Volkskrant, 27-04-2009, van medewerker Jan Pieter Ekker

'Ik zou willen dat ik kon stoppen'

Interview Lukas Moodysson | Zijn film Mammoth gaat over de omgang van rijken met immigrantenpersoneel. Moodysson heeft zelf geen schuldgevoel.


...    In Mammoth spelen Gael Garcia Bernal en Michelle Williams een New Yorks stel dat alles heeft wat je maar kunt wensen (penthouse in Soho, goede banen, schattige dochter) en toch niet gelukkig en tevreden is. Hij is door zijn genie directeur geworden van een bedrijf dat computerspelletjes maakt, maar kan zichzelf niet vermaken. Zij is een OK-arts die vecht voor de levens van haar patientjes, terwijl hun eigen dochtertje haar dagen slijt met de Filipijnse hulp.
    De morele leegte van de nouveau riche, het lot van migranten, de emotionele verscheurdheid van werkende ouders; het zijn slechts enkele van de kwesties die de geëngageerde Moodysson aansnijdt in Mammoth. Dat komt niet door schuldgevoel, en hij heeft ook geen midlifecrisis, bezweert Moodysson. Het uitgangspunt voor zijn film heeft te maken met 'het concept van schoonmaken'. 'Dat iemand huis en haard achterlaat om jouw huis schoon te maken. Daar begon het mee. Hoe normaal dat vandaag de dag is.'
    Bij de vraag of hij zelf - een hardwerkende filmmaker die veel van huis is dan geen schoonmaakster heeft, fronst Moodysson de wenkbrauwen. 'Nee, absoluut niet. Waarom denk je dat?' 'Iedereen met geld heeft een schoonmaker', antwoordt een Engelse journalist. 'Ik niet', zegt Moodysson. 'Ik was eens in Brazilië. Daar waren de mensen net zo verbaasd dat wij geen schoonmaakster of een kindermeisje hadden. 'Doen jullie dat dan zelf?', zeiden ze. 'Echt?' Die reacties zijn me bijgebleven. Ze dachten dat ik loog.' Na een korte stilte: 'Ik zou nu ook kunnen liegen...'


Red.:   Zo, dat is onderstreping van het morele oordeel over deze maatschappelijke structuur - verdorven.
    In dat licht zijn de reacties uit het milieu, in het artikel staande voor dit citaat zeer illustratief:

  'Dus de film die we hebben gezien is uw versie, u staat er helemaal achteren u laat hem zo?!' Lukas Moodysson heeft zich koud geïnstalleerd of de toon van het gesprek lijkt gezet door een Griekse journalist. De Zweedse regisseur laat zich echter niet van de wijs brengen. 'Is dit een vraag?', antwoordt hij minzaam.
    Moodysson (Malmö, 1969) is ook wel wat gewend. Mammoth, zijn eerste Engelstalige film ... is ... op het festival van Berlijn onthaald op een lang aangehouden boegeroep. 'En terecht', schreef het gezaghebbende vakblad Variety. Screen International noemde Mammoth 'pedant' en neerbuigend'. ...

Deze reacties komen uit het milieu van de kunstzinnig geïnteresseerden en aanverwanten. Die reacties zijn eenduidig: zij kiezen keihard partij voor het Dickensiaanse neoliberalisme. Om een hele simpele reden: ze voelen dat ze er een belang bij hebben - al dan niet terecht. Zij voelen zich in één groep met de groepen uitbuiters en graaiers die het rijke deel van Dickensiaanse maatschappij bevolken. Zij voelen zich daarmee solidair, omdat ze tot dezelfde groep behoren: de kosmopolieten.
    Ook op politiek niveau is de link tussen kosmopolitisme en neoliberalisme te leggen:


Uit: De Volkskrant, 02-03-2009, van verslaggevers Yvonne Doorduyn en Ron Meerhof

D66 lokt grote groepen hoogopgeleide en vrijzinnige kiezers weg bij de PvdA en het CDA

Pleisterplaats voor doctorandussen

Een tikje verend is de tred altijd al. ... In geen dertien jaar zagen de peilingen er voor D66 rooskleuriger uit. Zowel bij Maurice de Hond als bij TNS NIPO staan de sociaal-liberalen op negentien zetels, tegen drie nu in de Tweede Kamer.
    Kiezers switchen vooral naar D66 om de ‘duidelijke lijn’, zegt onderzoeker Peter Kanne van TNS NIPO. ...
    ... Kosmopolieten en doctorandussen, blijkt uit de profielbeschrijving. De gemiddelde D66-stemmer is zeer hoog opgeleid: 58 procent is hbo-plus, tegen 31 procent gemiddeld in Nederland. ...Ze wonen in de grote steden en in Noord-Holland.   ...


Red.:   Tezamen met:


Uit: De Volkskrant, 20-03-2009, door Thijs Berman, lijsttrekker Europese verkiezingen voor de PvdA

CDA en D66 steunden grote geld

Jarenlang stemden CDA en D66 tegen toezicht en voor bonussen. Nu duidelijk is tot wat voor ellende dat geleid heeft, gaan ze om. Rijkelijk laat, vindt Thijs Berman.

Afgelopen maandag sprak ik een oudere dame uit Amsterdam. Ze had de afgelopen jaren eenderde van haar spaargeld verloren. Op advies van een beleggingsadviseur had ze jarenlang gespaard voor een klein aanvullend pensioentje. Na jaren van sparen had ze begin vorig jaar niet meer dan haar inzet over. En afgelopen maandag krap tweederde. De rest was ze kwijt.
    Krokodillentranen voor deze mensen vloeien rijkelijk deze dagen. Wim van der Camp (Reformatorisch Dagblad, 18 maart) en Sophie in ’t Veld (Financieel Dagblad, 18 maart) – lijsttrekkers voor respectievelijk het CDA en D66 voor de Europese verkiezingen – pleiten beiden voor de aanpak van kortetermijnbonussen en Europees toezicht op risicovolle producten en banken. ... Maar zowel Van der Camp als In ’t Veld hebben een gigantische hoeveelheid boter op hun hoofd.
    Dat toezicht had er al jaren moeten zijn. Jarenlang hebben CDA en D66 dat toezicht echter geblokkeerd. De markt was meester. Het Europa van het grote geld was voor hen belangrijker dan het sociale Europa, het Europa voor mensen ....


Red.:   D66 is een hartelijk voorstander van het neoliberalisme, omdat het neoliberalisme de tweelingbroer is van het door hen nagestreefde kosmopolitisme.
    Een paar dagen later was de aangesprokene ook nog eens zo vriendelijk dit allemaal te bevestigen:


Uit: De Volkskrant, 26-03-2009, door Sophie in ’t Veld is lid van het Europees Parlement voor D66 en lid van de parlementaire commissie Economische en Monetaire Zaken.

PvdA-coryfeeën zeuren veel over bonussen, maar dóen heel weinig

Bonussen zijn soms onacceptabel, maar loon naar prestatie brengt toch het beste in de mens boven, meent europarlementariër Sophie in 't Veld.

PvdA-lijsttrekker Thijs Berman zegt dat D66 ‘het grote geld’ steunt (Forum, 20 maart), in reactie op onder meer mijn opiniestuk in het Financieele Dagblad van 18 maart. D66 zou voor hoge bonussen zijn, en tegen toezicht.   ...
    Maar we verschillen met de PvdA van mening over de vraag hoe dat toezicht eruit moet zien. De PvdA wekt de illusie met steeds meer regelgeving alle risico te kunnen uitsluiten. Te weinig regelgeving kan inderdaad veel economische problemen en banenverlies veroorzaken, zoals we nu meemaken.
    Maar een teveel aan regels verstikt de bedrijvigheid en vernietigt ook banen. Het is bovendien moeilijk te begrijpen hoe de PvdA tegelijkertijd kan klagen over een overmaat aan Brusselse regels.
    D66 gaat uit van de kracht van burgers en ondernemers. Daarbij hoort een zekere mate van risico. De rol van de overheid is om het risico aanvaardbaar te houden: waar een individu te grote risico’s neemt voor zichzelf of voor de samenleving als geheel, moet de overheid als een krachtige marktmeester optreden.   ...
     Op het punt van beloningen is de PvdA van mening dat geld zo veel mogelijk herverdeeld moet worden. Loon hangt in die visie niet samen met prestatie maar met verworven rechten.
     D66 daarentegen wil mensen uitdagen het beste uit zichzelf en hun omgeving te halen. Bijzondere prestaties en een grote inzet mogen beloond worden. ...
    Belangrijker is wat nu gedaan moet worden om de crisis zo kort mogelijk te houden en toekomstige crises te voorkomen.
    D66 dringt al jaren aan op hervorming om onze economie en arbeidsmarkt robuust en toekomstbestendig te maken. Want vrije handel heeft Europa ook een ongekend hoge levensstandaard gebracht, dus laten we het kind niet met het badwater weggooien.
    Zoals de FNV nu elke hervorming botweg blokkeert, zo houden PvdA en SP ook in Europa hardnekkig vast aan oude oplossingen als protectionisme, hoge staatsschuld, gesubsidieerde Europese banen, een Europees minimumloon en Europees fonds voor werklozen. Alles op kosten van toekomstige generaties.


Red.:   Met nog wat aanvullende worden van de huidige baas:


Uit: De Volkskrant, 15-06-2009, door Alexander Pechtold

PvdA heeft niet zo veel te bieden als ze denkt

...    In mijn visie op integratie speelt de arbeidsmarkt een hoofdrol. ... Het ontslagrecht bijvoorbeeld, dat uit de jaren veertig van de vorige eeuw stamt, houdt jongeren, vrouwen en allochtonen buiten. ....
    ... Door uit te gaan van wat mensen wél kunnen, zijn velen van hen nu weer aan het werk. ... Ik noem dit integratie: van verzorgingsstaat naar kansenmaatschappij.  ...


Red.:   Het is allemaal in eufemistische termen gegoten, maar in deze artikelen staat bijna het hele neoliberale programma, inclusief de retorische trucs die gebruikt worden door neoliberalen tegen tegenstanders - de term "communisme" staat er niet, maat het wordt wel bedoeld: wie niet neoliberaal is, is een communist. Uit de mond van een beruchte kosmopolitiste.
    Het neoliberalisme kenmerkt zich onder andere door het kweken van een steeds grote tweedeling tussen de onder- en de bovenkant van de maatschappij.


Uit: NRC Handelsblad, 24-02-2007, door Marc Leijendekker

De stelling van Saskia Sassen: een stad die meetelt in de globalisering, heeft cappuccino
...
We zien in de grote steden een groeiende kloof tussen arm en rijk. Verdwijnt daardoor de middenklasse? De politieke analyst Anatol Lieven heeft eerder op deze plaats gewaarschuwd dat daardoor een soort ruggengraat van de samenleving verdwijnt, een traditie van morele stabiliteit.

"Lieven verwees daarbij naar de belastingpolitiek van Bush, die in het voordeel van de erg rijken is. Je ziet inderdaad dat de middenklasse aan politieke macht inboet, minder zichtbaar is als een eigen groep. Dat komt niet door Bush, het is het resultaat van een veel dieper liggend proces. We zien overal de kleine zelfstandige bloemwinkel, het familiebedrijf, verdwijnen. ...
 

Red.:   Dit wordt ondersteund door een vergelijking met kleinere steden - dan is af te leiden: hoe groter de stad, hoe groter de inkomensverschillen, en dus hoe kleiner de middengroep.
    Het vervolg op het laatste citaat geeft daarvoor nog een factor:

  ... Dat is bekend. De bedrijven worden onderdeel van een keten. Maar wat je óók ziet, of het nu Shanghai is, Parijs of New York, is een groep van ongeveer 20 procent met erg hoge inkomens. Dat zijn al die gespecialiseerde dienstverleners. Dat is een groot verschil met de één procent, superrijken van vroeger. Niet alleen omdat ze met meer zijn, maar ook omdat ze anders omgaan met hun geld. Ik heb me als sociale wetenschapper afgevraagd, waarom die mensen zo hard werken. Het is niet om iets op te bouwen: als er een fusie is of het gaat even minder goed, liggen ze er zo maar uit. Dan moeten ze hun la leegmaken en vertrekken. De ratio is hun luxe levensstijl. Ze willen het laten zien: de kleren, de sjieke restaurants, de jaguar. En die 20 procent is een significant percentage, dat maakt een enorm verschil in een stad. Dat geeft een heel andere dynamiek dan die van het oude geld. Daarom is een maat voor het belang van een stad in een geglobaliseerde wereld of je er cappuccino met schuim kunt krijgen, goede wijnen kunt kopen."

Het is die twintig procent waar we de van groep intellectuele kosmopolieten moeten zoeken. Het Sex and the City-volk.
    De volgende is een hele club die aan zowel globalisering als neoliberalisme doet:


Uit: De Volkskrant, 30-07-2008, door Joop Hazenberg, voorzitter van stichting Prospect, een denktank van jonge academici die zich richt op grote maatschappelijke thema’s 

Benut het enorme succes van globalisering

Open grenzen zijn geen gevaar voor Nederland, noch ‘best belangrijk’, stelt Joop Hazenberg. Globalisering verrijkt ons leven. Laten we zorgen dat dat nog lang zo blijft
.
...

Uit: De Volkskrant, 19-09-2009, door Joop Hazenberg, voorzitter van denktank Prospect en auteur van Change - hoe de netwerkgeneratie Nederland gaat veroveren

AOW-leeftijd moet naar 70 jaar
...

Red.:   Alle productieve mensen langer werken zodat hij langer kan profiteren. Langer kan denken in zijn denktankje.
    Een recent opgedoken gegeven dat aan veel twijfel een einde maakt:


Uit: De Telegraaf, 04-04-2008, van een correspondent

Duitsers meest geliefd

Duitsland is het meest geliefde land ter wereld. Dat stelt de Engelse omroep BBC op basis van een wereldwijde peiling onder 17.000 mensen. Uit een andere enquête bleek ook nog eens dat de hoofdstad Berlijn de gelukkigste inwoners heeft.

De Bondsrepubliek staat op de ranglijst van veertien landen op de eerste plaats. Circa 56 procent van de ondervraagden vindt de Duitse invloed op de wereld positief. ...
    In New York, Londen en Parijs zeiden negen van de tien inwoners dat een "zeer hoog inkomen" een voorwaarde is voor een goed leven. In de Duitse hoofdstad gold dat slechts voor de helft van de mensen. Daarentegen beoordelen de Berlijners de werkloosheid en de armoede als negatief. ...


Red.:   Daar ziet u de directe link tussen bewoners van wereldsteden, megapolen, aanhangers van kosmopolitisme, en materialistische weerzinwekkendheid. Oh ja, dat is dus bij hetzelfde als neoliberalisme.
    Een specifiek voorbeeld van de economische werkingen:


Uit: De Volkskrant, 06-12-2011, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Is jong en mooi oneigenlijke concurrentie?

De Singapore Girl is altijd mooi. De EasyJet-steward altijd goedkoop. Oneigenlijke concurrentie is een keerzijde van de mondialisering.

De eerste stewardessen werden sky girls genoemd.... Na de oorlog werden ze vaak geselecteerd op grond van hun uiterlijk.
    Passagiers - toentertijd vooral mannen - wilden nu eenmaal het liefst bediend worden door knappe meisjes. ...
    Toen waren er vaste ticketprijzen. Omdat ze niet konden worden verlaagd, gingen luchtvaartmaatschappijen op service concurreren. Dat betekende dat ze elkaar probeerden te overtreffen met lekkerder eten, betere stoelen en aantrekkelijker bedienend personeel. Stewardessen werden voor een periode van vijf jaar aangenomen. Wie te dik werd, zwanger raakte, de dertig passeerde of aan de bril moest, werd simpelweg ontslagen.
    Veel van de glamour van de baan van stewardessen is verdwenen. ...
    p 1 januari 1978 werd de luchtvaart gedereguleerd en verdwenen de vaste ticketprijzen. Sindsdien kozen luchtvaartmaatschappijen voor mensen die het werk voor de laagste prijs wilden doen.
    Bij de KLM hadden stewardessen echter in 1977 eindelijk een vast dienstverband tot hun 56ste jaar gekregen, wat in 2006 werd verlengd tot hun 60ste. Wie ook daarna wilde blijven, kon zelfs dat doen, tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Maar die voorwaarden werden niet wereldwijd geharmoniseerd. Vooral de maatschappijen uit Azië en de golfstaten konden blijven adverteren met hun mooie stewardessen. Een Singapore Girl van 40 jaar is op geen vlucht te zien.
    In de jaren negentig kwamen budgetmaatschappijen op als EasyJet en Ryanair, die het cabinepersoneel alleen op jaarcontract aannamen, zodat ze nooit last zouden hebben van zwangerschapsverloven.
    ... Dat Air France-KLM verliezen lijdt en EasyJet zoveel winst maakt, is niet alleen te danken aan een betere en slimmere bedrijfsvoering. Het is ook het gevolg van oneigenlijke concurrentie - de keerzijde van de mondialisering.


Red.:    Globalisering en mondialisering, meer specifieke termen voor kosmopolitisme, leiden altijd tot een race to the bottom voor de werkenden. Globalisering, mondialisering, en kosmopolitisme zijn geen mooie zaken, maar nieuwe terminologie voor Dickensianisme - de Verelendung van de werkenden.
    Een bevestiging van de relatie tussen de drie begrippen door een onoplettende economie-journalist:


Uit: De Volkskrant, 19-06-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Stierf het antiglobalisme in Hotel California?

Nooit was er zo veel reden om te protesteren als nu. Ratelslangen en cactussen schrikken de antiglobalisten misschien af.


De twintig machtigste wereldleiders zijn bijeen op het uiterste zuidpuntje van wat Californië heet. Plus een ontelbaar aantal ministers, captains of industry, de topbestuurders van alle internationale organisaties die er toe doen en de rest van het wereldestablishment. ...
    Het antiglobalisme - het verzet tegen het neoliberalisme en de vrije markt -

 
Red.:   Globalisme, neoliberalisme, en de vrije markt ... In de praktijk één en hetzelfde ding.


Naar Kosmopolitisme , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .