WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Samenwerking bij dieren: diversen

12 mei 2007

Het bestaan van samenwerking bij dieren is een relatief nieuw idee. Dit komt door de kracht van het idee, gepropageerd door handelaren, geldwisselaars, egoïsten, uitbuiters, kapitalisten, reactionairen, neoliberalen, cynici en dergelijk soort lieden dat de natuurlijk toestand van de dierenwereld er een is van gegeten en gegeten worden. Een snelle blik op de kuddes die rondrenden over de Afrikaanse savannen laat zien dat samenwerking in groepen de regel is - het roofdier dat er een paar opeet is de uitzondering.
    Per definitie moet een dier in een kudde rekening houden met de anderen - rekening houden met anderen noemt men altruïsme. Maar samengevat in de laatste term ziet men het weer als iets uitsluitend menselijks, en ontstaat er alsnog weer discussie: hoe kan nu altruïsme ontstaan, als het toch zo veel voordeliger lijkt voor een individu om alles voor jezelf te houden:

 
Uit: De Volkskrant, 01-04-2006, door Willy van Strien

Liefde kan niet altijd van één baardkleur komen

Als alleen wezens met een groene baard lief zijn voor anderen, overleeft dat altruïsme niet. Dus waar komt naastenliefde vandaan? Als belangenloze liefde bij meerdere kleuren baard opduikt, maakt zij een goede kans.


Evolutionair succes is voor de zelfzuchtige types. Graaiers die leven ten koste van anderen, zo redeneren biologen, zullen veel nakomelingen krijgen en die erven het zelfzuchtige karakter.
    Altruïsten daarentegen zijn de verliezers. Zij sloven zich uit of riskeren hun leven om een ander te helpen en krijgen daardoor gemiddeld minder nageslacht. Een eigenschap als 'hulpvaardigheid' is gedoemd te verdwijnen.
    'En toch komt altruïsme in de natuur behoorlijk vaak voor', zegt prof. dr. ir. Vincent Jansen, als wiskundig bioloog verbonden aan Royal Holloway, University of London. ...
    De twee Nederlandse biologen bouwen voort op een oud idee, dat bekend is geworden als het groene-baardeffect. Als altruïsten temidden van egoïsten elkaar zouden kunnen herkennen, bijvoorbeeld doordat ze een groene baard hebben, en alleen elkaar zouden helpen, zou die hulpvaardigheid stand houden, is het idee.
    Want zo'n altruïst levert wel wat in, maar dat komt ten goede aan individuen die de eigenschap altruïsme delen en die eigenschap doorgeven aan hun kinderen.
    Maar de Engelse evolutiebioloog Richard Dawkins, die het beeld van de groene baard had bedacht, schoof het idee terzijde. De eigenschappen 'groene baard' en 'altruïsme' zouden altijd samen moeten overerven, stelde hij. Anders ontstaan er egoïstische groenbaardigen die met succes de hulpvaardigheid van anderen uitbuiten en dan zal het altruïsme weer wijken voor egoïsme. Dus eigenlijk zou één gen moeten zorgen voor zowel altruïsme en groene baard, en dat is uiterst onwaarschijnlijk.
    Toch dook sindsdien de groene baard af en toe op in de literatuur. Er zijn berichten van individuen die een erfelijke eigenschap met soortgenoten delen, elkaar herkennen en elkaar een voorkeursbehandeling geven. Zo is er een Zuid-Amerikaanse brandmier die nesten heeft met meerdere koninginnen. Werksters die een bepaald gen hebben, doden koninginnen die dat gen missen. Koninginnen die het gen wel hebben, laten ze in leven. Ze herkennen die aan hun geur. Zou de groene baard toch kunnen werken?   ...
    Met theoretische modellen en computersimulaties pakten Jansen en Van Baalen die vraag aan. Allereerst maakten ze altruïsme en groene baard stevig aan elkaar vast. Maar hoewel zo'n sterke koppeling volgens Dawkins nodig was om altruïsme te behouden, ontdekten Jansen en Van Baalen dat het daardoor juist misloopt. Jansen: 'Er zal toch altijd een keer een groenbaardige egoïst verschijnen, bijvoorbeeld door een mutatie. En dat pakt catastrofaal uit.'
    De groenbaardige egoïst krijgt alle kans om zich snel voort te planten ten koste van anderen. De altruïsten onder de groenbaardigen kunnen zich dan alleen handhaven als hun goede daden hun familieleden ten goede komen, van wie velen de eigenschap altruïsme ook hebben. Maar als de hulp van altruïsten ook bij niet-verwanten terechtkomt, blijven alleen de uitbuiters over. Een vaste koppeling tussen altruïsme en groene baard is dus de dood in de pot.'
    Een lossere koppeling bleek het veel beter te doen - precies in tegenstelling tot de verwachting en ook tot verrassing van Jansen en Van Baalen zelf. Altruïsme raakt dan van tijd tot tijd met een andere baardkleur verbonden. In een groep groenbaardige goedzakken verschijnt natuurlijk op een zeker moment een egoïst en voor de groene altruïsten is het spel dan uit. Maar inmiddels is er ook een groep roodbaardigen op het toneel verschenen waarin de eigenschap altruïsme voortleeft. En als daar een rode uitbuiter opduikt, zijn er elders gele en paarse individuen aardig voor elkaar. Jansen: 'Zo kan de eigenschap altruïsme aan de gang blijven.' ...


Red.:   Laten we even het omgekeerde aannemen: er is geen altruïsme tussen mieren, dat wil zeggen: ze doen alleen maar datgene dat goed uitkomt voor zichzelf. Dan hoef je het probleem van hoe altruïsme kan ontstaan niet op te lossen. Maar dat lijkt geen vooruitgang, want dan moet je een ander probleem oplossen - het probleem hoe het volgende kan ontstaan:


Uit: De Volkskrant, 10-12-2005, column door Bas Haring

Termieten weten niet dat ze heuvels bouwen. Maar ze doen het wel

Met 700 kilo bouwafval in mijn laadbak vraag ik mij af of de mens niet meer op termieten lijkt dan hem lief is.
    ... Begrijp ik waar ik mee bezig ben?
    Termieten niet. Die begrijpen niet waarmee ze bezig zijn. Onwetend slepen ze bouwmaterialen van hot naar her. En ondertussen bouwen ze de prachtigste kastelen. Met kraamkamers, voedselfabrieken en een altijd constant klimaat - ondanks een felle zon of een koude wind. Toch is een termiet een simpel beestje: op basis van een eenvoudige logica doet-ie wat-ie doet. Hij pakt een zandkorrel rechts en legt hem op een andere zandkorrellinks; en als er meer dan drie zandkorrels op elkaar liggen dan doet hij een stapje naar voren. Dat soort logica. Termieten weten helemaal niet dat ze termietenheuvels bouwen. Maar ze doen het wel.   ...


Red.:   Dan lijkt het probleem hoe altruïsme kan ontstaan toch een stuk makkelijker op te lossen. Je hoeft alleen maar te zeggen dat het idee van "alles is eten en gegeten worden" onzin is, en hé presto ... het probleem van het ontstaan van altruïsme is opgelost - althans, het is dan  niet anders dan het probleem van het ontstaan van alle andere dingen.
    Nog een termietenverhaal:


Uit: KIJK, nr. 9-2014, door Joost van Kasteren

Zwermgedrag van insecten inspireert roboticadeskundigen

Eendracht maakt macht

Sociale insecten al termieten hebben een brein zo groot als een speldenknop, maar ze bouwen wel fantastische constructies en veetonen complex groepsgedrag. Dat biedt onderzoekers aanknopingspunten om een heleboel robots samen slimme dingen te laten doen.


Tussentitel: Door het geurspoor op [het, red.] ene balletje legt de termiet zijn volgende balletje erop

Hij heeft wel wat weg van een mestkever, de robot die is gebouwd door Harvard-onderzoeker Kirstin Petersen. ...
    Vooral termieten vormen een inspiratiebron voor Justin Werfel, de leider van het onderzoeksteam waar Kirstin Petersen deel van uitmaakt. Deze insecten van nog geen centimeter lengte bouwen constructies van 5 meter hoog, oftewel vijfhonderd maal hun lengte. Ter vergelijking: het hoogste gebouw ter wereld, de Burj Khalifa in Dubai, is met zijn 828 meter net iets minder dan vijfhonderd keer 1,67 meter, de gemiddelde lichaamslengte van de mens.

Bouwen op geur
In het geval van een megawolkenkrabber als de Burj Khalifa heeft de architect een ontwerp getekend en zijn er vervolgens tientallen constructeurs en duizenden aannemers, onderaannemers en uitvoerders onder leiding van honderden projectingenieurs aan het werk gegaan.
    Niets van dat alles bij een termietenheuvel. Termieten maken balletjes van modder en leggen die willekeurig neer. Op het balletje laten ze een geurspoor achter, een feromoon, waardoor een andere termiet zijn balletje erbovenop legt. Doordat ook dit balletje een geurspoor krijgt, wordt de geur sterker, dus ook termiet nummer drie legt zijn balletje erop. Enzovoort, enzovoort, tot er een kolom van modder staat. Geursporen op soortgelijke kolommen leiden ertoe dat de toppen ervan langzaam maar zeker naar elkaar toe buigen, tot de uiteinden een boog vormen. Die bogen zijn het skelet van de uiteindelijke constructie, de termietenheuvel.
    In eerste instantie vormen de geursporen voor de termieten het belangrijkste teken om actie te ondernemen, maar later gaan ook andere wijzigingen in de omgeving een rol spelen. In de termietenheuvel-in-aanbouw zijn de hoeveelheden waterdamp en kooldioxide bijvoorbeeld net iets anders dan in de buitenlucht, en ze veranderen ook tijdens de bouw. De termieten signaleren dat en leggen hun modderbolletjes daardoor net iets anders neer.
    Uiteindelijk ontstaat een constructie met aparte ruimtes voor de koningin, voor het broed en voor het voedsel, inclusief verbindende loopgangen en een behoorlijk geavanceerd natuurlijk ventilatiesysteem. Maar geen enkele termiet - ook de koningin niet - weet van tevoren hoe de heuvel eruit gaat zien. Het is allemaal een kwestie van duizenden eenvoudige insecten die eenvoudige regels volgen. En niet te vergeten: miljoenen jaren evolutie.
    Het ligt voor de hand dat de architectuur van de termietenheuvel het succes van de kolonie bepaalt. Een heuvel die goed aan de omgeving is aangepast, levert meer nageslacht op. Een iets andere manier van bouwen kan een evolutionair voordeeltje opleveren, waardoor de ene bouwregel na vele generaties nog wel bestaat en de andere is verdwenen. Spontane mutaties en de dwingende kracht van natuurlijke selectie leiden uiteindelijk tot bouwregels die ingewikkelde constructies opleveren, waarin de kolonie kan voortbestaan.    ...


Red.:   Mogelijkerwijs is die Burj Khalifa vergelijkenderwijs zelfs minder indrukwekkend dan de termietenheuvel.
   Het blijkt zelfs nog een stapje verder het rijk van de natuur in te gaan:


Uit: De Volkskrant, 12-08-2011, door Ben van Raaij

Schimmels en planten blijken eerlijke partners

Planten en schimmels houden er ondergrondse marktplaatsen voor voedingsstoffen op na. Beide partijen jagen op de beste partner en de beste deal en dwingen elkaar zo tot eerlijke handel. Dat stellen biologen van onder meer de Vrije Universiteit deze week in Science.
    De overgrote meerderheid van de landplanten leeft via haar wortelsysteem in symbiose met bodemschimmels. Het zijn relaties tot wederzijds voordeel: de plant krijgt fosfor en andere nutriënten van de schimmel, de schimmel ontvangt suikers van de plant. De vraag is hoe de partners in de vaak complexe ondergrondse netwerken de handel eerlijk houden.
    Toby Kiers van de afdeling Dierecologie van de VU onderzocht de kwestie met labproeven waarin ze de symbiotische relatie kon manipuleren. Ze liet diverse soorten schimmels groeien op wortels van rupsklaver en scheidde ze in vakken. De schimmels kregen daarop verschillende hoeveelheden fosfor om te ruilen, en de planten verschillende hoeveelheden suiker. Kiers mat de uitwisseling door het traceren van isotopen.
    De planten bleken de meeste suiker te geven aan schimmels die de meeste fosfor aanboden. Omgekeerd bleken de schimmels de meeste fosfor te geven aan planten die de meeste suiker verstrekten. Blijkbaar zijn beide partijen in staat de meest interessante partner te onderscheiden, te selecteren en te belonen. Beide partijen kunnen de andere partij zo dwingen het spel eerlijk te spelen.
    Een verrassing, aldus Kiers. Altijd is aangenomen dat de plant de baas is, aangezien schimmels planten meer nodig hebben dan andersom: schimmels zijn niet in staat tot fotosynthese, terwijl planten ook zelf fosfor uit de bodem kunnen halen.
    Kiers: 'We gingen aanvankelijk dus uit van een soort eenrichtingsverkeer, waarbij planten schimmels kunnen afsnijden als die niet voldoende leveren. Maar de schimmels blijken net zo gehaaid als de planten. Het zijn gelijkwaardige partners die onderhandelen over de eerlijke uitwisseling van voedingsstoffen. Dat hadden we absoluut niet verwacht.'    ...
    Een belangrijk inzicht, aldus Kiers. 'Biologische markten waren bekend van onder meer apen en poetsvissen, maar blijken dus ook tussen planten en schimmels te bestaan. Dat is misschien wel een van de grote lessen van dit onderzoek: alle organismen zijn in staat een goede deal van een slechte deal te onderscheiden.'   ...


Red.:    En weer kan een opmerkelijke soort aan de lijst worden toegevoegd:


Uit: DePers.nl, 09-12-2011.

Ratten zijn solidair

Ratten in laboratoria zijn solidair met hun soortgenoten en zijn in staat mee te leven met lotgenoten. Ze helpen elkaar zelfs. ...
    Het in het vaktijdschrift Science verschenen onderzoeksresultaat van professor Inbal Ben-Ami Bartal is gebaseerd op de observatie van ratten. Die reageerden emotioneel als soortgenoten bijvoorbeeld stress, pijn of angst beleefden. Ze hielpen elkaar ook. Zo bevrijdden ratten die relatief vrij rondliepen en voedsel tot hun beschikking kregen, eerst soortgenoten uit een kooitje voor ze vervolgens samen gingen eten.  ...


Red.:   Het is mede opmerkelijk omdat weer weer koosnaam uit de boeken geschrapt kan worden: bankiers en directeuren kunnen niet meer uitgemaakt worden voor ratten - ze zijn veel en veel erger.
    De recente stroom onderzoeken over samenwerking bij dieren gaan voornamelijk over apen, en dan meestal weer mensapen. In werkelijkheid is samenwerking altijd al een voordeel geweest, natuurlijk. Zoals ook blijkt, als je goed in de natuur gaat kijken:


Uit: De Volkskrant, 06-10-2012, door Maxime Smit

Op zeebodem blijkt ook de bacterie een sociaal wezen

Recent onderzoek laat zien dat micro-organismen vaker samenwerken dan gedacht.


Bioloog dr. Otto Cordero spreekt van een voorzichtige trend. 'In de klassieke microbiologie wordt de bacterie meestal als individu bestudeerd. De laatste jaren is het gebruikelijker geworden om juist te kijken naar de interactie tussen de individuen.' Met collega's van het Massachusetts Institute of Technology onderzocht hij populaties zeebacteriën uit de familie Vibrionaceae. Deze maand concludeerden ze in Science dat bacteriën binnen één populatie elkaar beschermen tegen aanvallen van buitenaf.
    Het onderzoek tekent het beeld van de bacterie anno 2012. De bacterie werkt samen met andere bacteriën en gunt haar soortgenoten een pleziertje. Dat dit soms ten koste van haarzelf gaat, deert niet. Samen staan we sterk; daarmee blijkt de bacterie meer dan een simpele levensvorm met slechts eigen gewin aan het eencellige hoofd.
    Cordero: 'Sommige bacteriën uit de door ons onderzochte populaties produceren een antibioticum waartegen de overige bacteriën resistent zijn. Bij aanvallen worden bacteriën van andere populaties door het antibioticum gedood, terwijl de eigen populatie behouden blijft en zelfs groeit.'
    Cordero vergelijkt Vibrio-bacteriepopulaties met troepen leeuwen: 'De ene leeuw gaat jagen en de ander beschermt de troep. Zo werkt het ook bij bacteriën, blijkt nu. Bacteriën hebben een sociale structuur, net als meer ontwikkelde wezens. Dat maakt ze complexer dan we dachten.' Hij waarschuwt voor al te simplistische vergelijkingen. 'Er wordt nu veel gesproken over egoïstische en niet-egoïstische bacteriën, maar egoïsme is natuurlijk een menselijke eigenschap. In de bacteriële wereld gebeuren dingen gewoon, daar zit geen intentie achter.'    ...


Red.:   Ha ha ha ... Wie zegt dat dat voor mensen ook niet geldt ...
    En samenwerking is écht voordelig:

  Het sociale karakter van de bacterie houdt niet op bij de eigen soort. Ze gooit het ook graag op een akkoordje met andere levensvormen. Verschillende bacteriën werken samen met minuscule wormpjes, nematoden, om insecten te doden. De wormpjes dringen kevers of pissebedden binnen en laten daar de bacteriën vrij die ze met zich meedragen. Die schakelen vervolgens het immuunsysteem van de gastheer uit. Als het insect is leeggegeten, hoppen de bacteriën terug op de aaltjes waarna het circus verder trekt. Op naar het volgende slachtoffer. Onderzoekers van verschillende Amerikaanse universiteiten wezen er afgelopen voorjaar in het blad PLoS Pathogens op dat meer aaltjes en bacteriën een dergelijke samenwerking aangaan dan tot dan toe werd gedacht.

We kunnen wel stellen dat het individualisme in alle versies die ook maar enigszins neigen naar dominantie, absoluut weerlegd is.
    Een voorbeeld op een net iets hoger niveau:


Uit: De Volkskrant, 09-11-2012, van verslaggeefster Maxime Smit

Bedreigd koraal roept vis te hulp

Koraal dat in contact komt met giftig zeewier geeft hulpsignalen af aan vissen. Die halen het zeewier weg, schrijven onderzoekers van het Amerikaanse Georgia Institute of Technology deze week in Science.


De onderzoekers bekeken de wisselwerking tussen het zeewier Chlorodesmis fastigiata, twee soorten koraalvis en koraal Acropora nasuta, een koraal dat onder meer voorkomt bij Fiji. Bij contact met zeewier raakt het koraal beschadigd of sterft af, waarna het wier zijn plek inneemt. De onderzoekers ontdekten dat koraal waar de vissen tussen leven 80 procent minder schade opliep door zeewier dan koraal waar de vissen niet aanwezig waren.
    'In feite houden de vissen hun tuintje schoon', zegt evolutiebioloog Duur Aanen van de Wageningen UR. 'Ze wieden onkruid.' Constructies waarbij beide partijen profiteren komen vaker voor op de zeebodem, zegt Bert Hoeksema, hoofd afdeling Mariene Zoölogie bij Naturalis. 'Veel koralen worden opgegeten door zeesterren. Tussen de takken van dat koraal leven soms krabben. Die knijpen in de voetjes van de zeester zodat deze weggaat.'
    Symbiose, het verschijnsel waarbij twee soorten organismen samenleven en daarvan wederzijds voordeel behalen, beperkt zich niet tot de oceaan. 'Termieten in Afrika kweken in een soort landbouwformule schimmels die ze vervolgens opeten', zegt Aanen. 'Ondanks dat de schimmels worden opgegeten, is hun dichtheid veel groter dan in andere omstandigheden het geval zou zijn. Bovendien groeien ze dankzij de termieten op de savanne, waar ze normaal niet voorkomen.'    ...


Red.:   Voorbeeld na voorbeeld.
    Hoe het werkt is ook wel duidelijk:
  Nieuw aan het onderzoek uit Science, benadrukt Hoeksema, is dat een visje reageert op een chemisch signaal dat wordt afgegeven door koraal. Door het koraal te bespuiten met de stoffen die zeewier afgeeft of de stoffen die ontstaan wanneer koraal en zeewier met elkaar in contact komen, bekeken de onderzoekers of de vissen reageren op het koraal of dat alleen zeewier ze alarmeert. Ze concluderen dat de koraalvissen zich uitsluitend naar het koraal haasten wanneer dit signalen afgeeft van direct contact met zeewier.
    Eén van de vissoorten eet daarbij het wier op, de ander verwijdert het slechts.

Met biochemie dus, de basis van al het leven.
    Hoe hoger de soort, des te subtieler de samenwerking kan zijn:


Uit: De Volkskrant, 03-01-2013, van verslaggever Derwin van der Sloot

Bonobo's werken aan hun netwerk

Bonobo's delen vrijwillig voedsel met vreemdelingen als ze daarmee hun sociale netwerk uitbreiden. De mensapen staan zelfs eerder eten af aan onbekenden dan aan groepsgenoten.
    De mens is daarmee niet de enige diersoort die vreemdelingen helpt, zeggen antropologen van Duke University in Durham in een artikel dat woensdag is verschenen in PLoS ONE.
    Er zijn twee beweegredenen voor bonobo's om eten te delen: een zelfzuchtige en een onzelfzuchtige motivatie, schrijven onderzoekers Jingzhi Tan en Brian Hare. Een nieuw sociaal contact zien bonobo's als een beloning en daarvoor staan ze graag voedsel af. Als er geen kans is op sociaal contact helpen bonobo's elkaar alleen als de nieuwkomer niet bij het eten kan.
    Het gedrag van bonobo's is vooral opvallend omdat ze eerder voedsel delen met vreemdelingen dan met groepsgenoten. Bonobo's zijn in het wild niet vijandig tegen buurgroepen. 'Bonobovrouwtjes verhuizen na verloop van tijd naar een andere groep. Zo hebben individuen uit beide groepen meer paringskansen', vertelt Liesbeth Sterck, gedragsbioloog bij de Universiteit Utrecht.
    In zo'n vreemde groep is het belangrijk goede sociale banden te hebben met buurgroepen. Dit is volgens Sterck een mogelijke verklaring voor de vrijgevigheid, omdat de vreemdelingen in het onderzoek van Tan en Hare allemaal vrouwtjes zijn.
    Bonobo's zijn uniek in dit gedrag vergeleken met de nauw verwante apensoorten. Chimpansees bijvoorbeeld zijn over het algemeen zeer vijandig tegen onbekende soortgenoten. 'Die kennen echte oorlogsvoering, waarbij de ene groep de andere opzoekt en uitmoordt', zegt Sterck.    ...


Red.:   Maar natuurlijk zijn bonobo's niet, zoals mensen wel, niet gek:

  Daarnaast onderzochten Tan en Hare of bonobo's anderen ook helpen als ze zelf geen beloning krijgen in de vorm van sociaal contact. De vrijgevigheid van bonobo's blijkt dan wel grenzen te kennen. Als de apen de nieuwkomer niet kunnen aanraken, laten bonobo's anderen alleen binnen als die niet bij hun voedsel kunnen.

Het verschil: bonobo's hebben geen last van allerlei gestoorde ideologieën ...

Weer eentje over het begrip "eerlijkheid". Eerlijkheid is natuurlijk nauw verwant aan samenwerking - je zou bijna zeggen: zonder het ene niet het andere en omgekeerd. Bij apen is is het al onderzocht, en nu gaat het een eolutoinaire stap erder terug:


UIt: De Volkskrant, 10-06-2017, Wetenschapsnieuws

Wolf herkent onrecht
 
Gevoel voor onrechtvaardigheid geen gevolg van leven onder de mensen. Van honden was het al bekend, maar nu blijken ook wolven de eigenschap te bezitten: ze zijn gevoelig voor onrechtvaardigheid. Wetenschappers van de Universiteit voor Diergeneeskunde in Wenen ontdekten dat wolven, net als honden, weigerden mee te werken aan een experiment als ze daarvoor geen beloning kregen of een geringere beloning dan een soortgenoot. Omdat de reactie bij wolven even sterk was als bij honden concluderen de onderzoekers dat de gevoeligheid voor onrecht geen gevolg is van domesticatie - aanpassing aan de mens. Ze beschouwen het als gedrag dat de dieren hebben geërfd van hun gemeenschappelijke voorouders. De onderzoekers lieten de dieren op een knop drukken. Als ze daarvoor niet werden beloond of minder werden beloond dan een soortgenoot weigerden ze eerder aan de opdracht te voldoen dan wanneer er geen ander dier bij betrokken was. 'Ze weigerden niet alleen omdat ze geen beloning kregen. Ze weigerden omdat het andere dier iets kreeg en zij zelf niet', aldus een van de onderzoekers. De studie verscheen in Current Biology.    ...


Red.:   Er zijn hele sociale theorieën dat dit voor mensen niet zou gelden - de bekendste hedendaagse heet "neoliberalisme" .


Naar Groep en samenleving, De Waal , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .