Bronnen bij Retorische trucs: "Ja, maar ..."

"Ja, maar" komt er in diverse varianten. De meest verraderlijke is degene die zich ergens voorstander van betoont "Ik ben voor ..., maar ...", en het vervolgens gaat bekritiseren - of zelfs afkraken. Ongetwijfeld zij er integere vormen van "Ja, maar ..." in het algemeen en van "In ben voor..., maar ..." in het bijzonder, maar naarmate de kritiek op het behandelde onderwerp sterker wordt, is de kans op oprecht gebruik kleiner. Met een startniveau van op zijn best rond de dertig procent.

De verraderlijk van de truc schuilt erin dat de dader zich door het aanvankelijke "Ja ..." een mantel van objectiviteit aanmeet, om daarmee de kracht van zijn argumenten te ondersteunen. Het is dan ook het wapen van de meer smerige soort drogredenaar, iets dat vroeger nogal eens aangeduid werd met de termen als "jezuïtisch" en dergelijke. Meestal gaat ze dan ook gepaard met meerdere andere retorische trucs

De klassieke vorm van de "Ik ben voor ..., maar ..." is, natuurlijk, "Ik ben voor belasting betalen, maar ...". Hier is een uitgebreide versie daarvan, uitgespind door een rabiate neoliberale econoom (opgediept van elders op deze website) (de Volkskrant, 15-01-2005, artikel van economie redacteur Frank Kalshoven):
  Belasting betalen? Graag

Liefde? Vriendschap? Solidariteit? Vergeet het: geen woord in de Nederlandse taal klinkt zoeter dan 'belastingvoordeel'. Of het zou 'aftrekbaar' moeten zijn. ... Hebben we soms een hekel aan belasting betalen?  Jazeker.
    En dat is raar. Ons chagrijn is wel verklaarbaar (ik noem straks twee wel heel goede redenen), maar het is hoog tijd dat we onder ogen zien dat het eigenlijk een zegen is dat we een flink deel van ons inkomen mogen afstaan aan de collectieve kas. Daar zijn drie redenen voor, en daar begin ik mee. ...

"Ik ben voor belasting betalen, ..." (een regel of tien)
    "Maar ...":
  Zelfs blije belastingbetalers die doordrongen zijn van de onlosmakelijke koppeling tussen de belastingdruk en het niveau van de publieke sector, en bovendien de diepe wijsheid van de gebraden kip doorgronden, ontkomen niet aan twee vervelende verzuchtingen. Eén: is het niet een beetje erg veel, alles bij elkaar? Twee: wordt het geld nou echt wel goed besteed? En omdat eerlijke antwoorden daarop nou eenmaal ja respectievelijk nee moeten luiden, valt het zelfs de meest hartstochtelijke liefhebber van de publieke sector zwaar de aftrekposten ongebruikt te laten.
    Bij de Belastingdienst nemen ze met mijn 27.640 euro belastingen en premies geen genoegen. Als ik voor 250 euro een gitaar koop, eist de overheid 47,50 euro op, waardoor ik voor het jammerhout bijna driehonderd euro moet betalen. Dat is de BTW, de belasting op toegevoegde waarde. Daaraan verspijker ik makkelijk achtduizend euro.
    Omdat ik het eerlijk gezegd niet durf uit te rekenen, laat ik de accijns op sigaretten, de accijns op benzine en de klap BPM bij de aanschaf van de auto maar even zitten. Gelukkig ben ik in 2003 niet verhuisd, want de overdrachtsbelasting is in alle redelijkheid een indrukwekkend bedrag.
    Als de mannen en vrouwen van belastingstaatssecretaris Joop Wijn hun eerzame werk hebben gedaan, de hoofdsom, begint het feest pas goed: het meerwerk. Of de gemeente even 1164,29 euro kan vangen, inclusief, dat wel, de 34,03 euro voor de 'eerste hond', vuilnis ophalen en rioolrecht. Gelieve aan het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 218,79 te voldoen. Waterbelasting: 31,02 euro. Regulerende Energie Belasting, die op het gas en licht wordt geheven: 493,98 euro. Een kleine tweeduizend euro, alles bij elkaar.
    De teller staat op zo'n 38 duizend euro, accijnzen grootmoedig vergeten, en we zijn nog lang niet klaar. Het wordt alleen anders.
    Midden jaren tachtig is het profijtbeginsel uitgevonden, het idee dat publieke diensten, voorzover deelbaar èn individueel toerekenbaar, per stuk moesten worden afgerekend. De burger zou er prijsbewuster van worden en het was eerlijker bovendien: bijstandsmoeders die geen geld hebben om naar het buitenland op vakantie te gaan betaalden niet langer mee aan het paspoort van grootverdieners zoals ik.
    De onbedoelde consequentie is dat je als burger bij praktisch elk contact met de publieke sector je portemonnee moet trekken. Schoolgeld kinderen: vijfhonderd euro. Vernieuwen rijbewijs: 25,20 euro. Nieuw paspoort: 37,95 euro, plus 38,10 euro voor de spoedprocedure (sorry, eigen schuld). Twee identiteitskaarten voor de kinderen, omdat hun school (leuk!) had besloten de kids mee te nemen naar Eurodisney bij Parijs: 61,10 euro. Parkeergelden: 700 euro.
    Bibliotheekkaarten en de toegang tot gemeentelijke zwembaden laten we maar zitten. Maar de duizend euro aan strippenkaarten voor de kinderen tellen we mee, net als de wegenbelasting van een paar honderd euro. Bij elkaar een post profijtbeginsel van grofweg 2500 euro.

Gefeliciteerd: we zijn de grens van veertigduizend euro gepasseerd. En dan heb ik nog geen vut-premie afgedragen omdat ik solidair moet zijn met de oudere collega's die dringend voor hun 65-ste moe ten stoppen met werken; evenmin heb ik de solidariteitsheffing betaald waarmee mijn ziektekostenpremie wordt verhoogd in verband met chronisch zieken en andere pechvogels.
    Die blijde glimlach waarmee ik van mezelf de collectieve kas moet spekken, ziet er nu een beetje slapjes uit. Want op diezelfde belastingaangifte van 2003 staat ook mijn bruto jaarloon dat zo'n beetje 85 duizend euro bedroeg. Ik heb, ondanks het aftrekken van een stoot hypotheekrente, dus maar iets minder dan de helft van mijn inkomen afgedragen aan het collectief. 'Ik' kreeg maar net iets meer dan 'wij'. En is het bij u anders?
    Met de indrukwekkende hoogte van het bedrag zou ik zonder meer vrede hebben als ik de indruk had dat in Nederland elk van die veertigduizend euro's door de hoeders der collectiviteit nuttig werd besteed; en als de passie en inzet waarmee ik die veertigduizend euro voor het collectief verdiende (plus die 45 duizend voor mezelf) met gelijke munt werden terugbetaald bij het uitgeven.
    Dit is niet het geval. Overheidsfalen - de pendant van het eerder gememoreerde marktfalen - is aan de orde van de dag. En ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik wil geen extra belasting betalen voor een publieke sector die niet levert. Het is al duur genoeg.   ...

Een lamenteren van vele tientallen regels waarom Kalshoven tegen belastingbetaling is. Gebaseerd op een drogreden, want het bedrijfsleven is nauwelijks tot niet minder inefficiënt (denk aan de topsalarissen), en het gezin, de consument, besteedt zijn inkomen nog veel onzinniger aan zaken als roken, drinken, make-up en dergelijke. Vergeleken daarmee is de overheid het toppunt van efficiëntie en nuttigheid, en op basis daarvan zou de belastingdruk op de consument meteen verdubbeld moeten worden.
    Kalshoven plakt, misschien in verband met de lengte van het artikel, er nog een herhaling aan vast:
  Mijn liefde voor de publieke sector en de gretigheid waarmee ik geld afdraag aan collectieve kassen, zijn niet in strijd met de verzuchting dat veertigduizend euro wel een beetje veel is van het goede, en dat overheidsfalen niet hard genoeg kan worden bestreden. ...
    Ik zou, als het overheidsfalen tot redelijke proporties is teruggebracht en de financiering van een kwaliteitssprong dat toch nodig maakt, best méér belasting willen betalen. Want ik hou van de publieke sector en betaal dolgraag belasting.

"Waar het hart van vol is, het geen-belasting-willen-betalen, stroomt de krant van over" ...

Het volgende geval gaat over een nauw verwante zaak: de overheid. De auteur is schrijver van beroep, en gebruikt een paar extra trucs (de Volkskrant, 02-05-2011, column door Arnon Grunberg):
  Sociaal-democratie

Gisteren vierde de PvdA haar 65ste verjaardag. ...
    De meeste idealen van de sociaal-democratie zijn in West-Europa gerealiseerd. Die verworvenheden liggen minder onder vuur dan sommigen ons willen laten geloven. Geen politicus in Nederland beweert dat de overheid het probleem is.   ...

Het "Ja, ...".
       In het "... maar ..." volgen nog wat extra trucs van de beroepsschrijver:
  De meeste idealen van de sociaal-democratie zijn in West-Europa gerealiseerd.

Ad ponandum  . En een keiharde leugen  : West-Europa wordt steeds sterker gedomineerd door het graaikapitaal  en het neoliberalisme.
  Die verworvenheden liggen minder onder vuur dan sommigen ons willen laten geloven.

Tweede leugen. Herhaling van de eerdere leugen  .
  Geen politicus in Nederland beweert dat de overheid het probleem is.

Derde leugen (premier Mark Rutte (VVD): "We gaan Nederland teruggeven aan de Nederlanders"). Herhaling.
    Dat een beroepsschrijver dit soort trucs hanteert, is misschien geen verrassing. Wat dan dus wel een verrassing is dat iemand die een beroep uitoefent waarin goed verhulde leugenachtigheid een pre is, de gelegenheid krijgt deze capaciteiten op de voorpagina van een als kwaliteitskrant beschouwt dagblad uit te oefenen, als het ook om zaken aangaande de inrichting van onze maatschappij gaat.

Het volgende geval was de aanleiding om deze verzameling te starten. Het betreft weer een subtiele variatie (de Volkskrant, 04-05-2011, column door Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar actief burgerschap):
  Toverspreuken tegen migratie

Hier staat geen "Ja, ...", maar een "Nee, ...". Toch is het een "Ja, maar ...", want de auteur is naast hoogleraar in één of ander quasi-wetenschappelijk sociologisch iets  , ook lid van de Eerste Kamer voor Groen Links. En GroenLinks is een kosmopolitische partij die hartstikke voor migratie en dus immigratie is  . Hetgeen mevrouw Tonkens ertoe brengt om na het "Nee, ..." in de titel, een hartstochtelijk pleidooi te houden voor meer immigratie:
  Wat vindt de politieke partij van uw voorkeur ervan? Uw partij heeft geen mening. Uw partij heeft pas een mening als het te laat is natuurlijk. Te laat in elk geval voor doordacht, toekomstgericht beleid ten aanzien van de miljoenen Roemeense, Poolse, Bulgaarse en Moldavische au-pairs voor oma's en opa's die in toenemende mate de zorg voor ouderen en gehandicapten in Europa op peil houden. Migranten die inwonen bij hulpbehoevende ouderen (of soms gehandicapten) en dag en nacht voor hen zorgen.   ...
    ...  gezien de vergrijzing, de verwachte personeelstekorten en beperking van voorzieningen en budgetten in de zorg. Migrantenzorgwerkers zijn een bekend fenomeen in zeker zeventien Europese landen, waaronder Oostenrijk, Zweden, Denemarken, Italië, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Slowakije, Griekenland en Polen. De migranten komen meestal uit Oost-Europa. In Polen komen ze ook wel uit de Oekraïne, en in Italië ook wel uit Zuid-Amerika.
    ... nadat er ook in Nederland honderdduizenden migrantenwerkers in de zorg zijn gaan werken. ...
     Nu de AWBZ bij ons afgebouwd gaat worden, kun je uittellen dat hier ook migrantenzorgwerkers aangetrokken worden. ...

Allemaal drogredenen, want die honderdduizenden werkers voor de zorg hebben we allang aangetrokken: dat zijn die anderhalf miljoen allochtone immigranten. Zoals mensen als mevrouw Tonkens ook eindeloos herhalen bij iedere vorm kritiek of negatieve publiciteit aangaande die allochtone immigranten: we hebben ze nodig in de verpleging. En voor de zorg voor ouderen. Nou, dus kennelijk niet, als er nu weer honderdduizenden immigranten voor uit Oost-Europa moeten komen. Wat de tegenstanders van immigratie ook al vele eerder hebben opgemerkt: immigratie is voor Nederland niet effectief, want de immigrant heeft relatief een veel makkelijker bestaan in de uitkering. Waarin ze dan ook massaal zitten.
    En ook dit is dus weer een voorbeeld van de gedane bewering dat onder hanteerders van de "Ja, maar ..." de houders van de meest smerige houdingen en denkbeelden zitten.    

In het multiculturele debat worden zeer vele trucs toegepast, maar "Ja, maar ..." is betrekkelijk zeldzaam - omdat het steun aan de PVV impliceert. Hier zo'n zeldzaam geval, waarvan eerst het "Ja" en het eind van het veel langere "...maar" wordt weergegeven (de Volkskrant, 02-07-2011, ingezonden brief van Michiel Besters, Bergen op Zoom):
  In de ban van de vijand

Alle onderbuikgevoelens ten spijt heb ik de PVV nochtans niet op 'harde' discriminerende voorstellen kunnen betrappen. ...
    De PVV doet er dus beter aan om ­ zoals Keilson stelt - haar vijand lief te hebben, in plaats van haar categorisch zwart te maken. Deze tip geef ik graag aan de PVV, doch ik hoop dat die aan dovemansoren is gericht. Immers, als de PVV haar vijand verliest, is zijzelf ten dode opgeschreven. Die gedachte alleen al stemt mij vrolijk.

En de wet van meden en perzen zegt dat het tussendeel dan ook meestal niet deugt. Zo ook hier:
  PVV-kamerlid Joram van Klaveren stelt dat derdegeneratie-immigranten ook nog als allochtoon moeten worden bestempeld. Anders verdwijnt deze probleemgroep uit het oog. Als onderdeel van de autochtone groep kunnen de kleinkinderen van migranten niet meer worden onderscheiden van Henk en Ingrid.
    Het stigmatiserende en discriminerende karakter van Van Klaveren's redenering lijkt me duidelijk, en dat mag in een rechtsorde simpelweg niet, voor de wet is iedereen gelijk.

De opmerking van Van Klaveren gaat over gedrag, en kan dus nooit discriminerend zijn. De opmerking dat iedereen voor de wet gelijk is, weerhoudt de maatschappij er niet van sommige mensen op te sluiten - op grond van gedrag. En weerhoudt de maatschappij dus ook niet om allochtone groepen te benoemen op grond van gedrag. Zoals een deel van de maatschappij ook allochtone groepen benoemt op grond van andere zaken waarin ze zich onderscheiden, en volgens dat deel van de maatschappij daarom gesteund moeten worden.

Weer een Grunberg (de Volkskrant, 15-04-2014, column door Arnon Grunberg):
  Lange Duitser

...    Er was ooit een textielindustrie in Nederland, en die is verdwenen omdat fabrieken werden opgezet in landen waar de lonen lager waren. ...
    Uitstekend dat er wetten zijn om arbeiders te beschermen. Ook prima als de overheid ervoor zorgt dat die wetten worden nageleefd, maar moeten we concurrentie 'verdringing' noemen?    ...

Uitstekend dat er wetten zijn die de arbeiders beschermen, maar ze moeten wel afgeschaft worden.


Naar Retorica, trucs  , of site home  ·.

5 mei 2011