WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Menswetenschappen: sociologie

25 mei 2005

Onderstaand voorbeelden uit de praktijk van het falen van de sociologie als wetenschap. En dat niet omdat het vak niet deugt, maar omdat degenen die het bedrijven onder invloed staan van persoonlijke motieven, voordelen en ideologieën, die een echte wetenschappelijke aanpak remmen en tegenhouden.
    Een speciaal onderwerp hierin is alles dat met immigratie, allochtonen en dergelijke te maken heeft - daarvan is een deel apart verzameld hier uitleg of detail - elders staan de specifieke gevallen van Paul Frissen , Martijn de Koning , Leo Lucassen , Jan Jaap de Ruiter , Annelies Moors , Jan Willem Duyvendak , Joost van Spanje , de Erasmus Universiteit  uitleg of detail , de Katholieke Universiteit Tilburg uitleg of detail , de Universiteit Leiden uitleg of detail , de Vrije Universiteit uitleg of detail  en de Universiteit van Amsterdam uitleg of detail .
    Het eerste geval hier gaat meteen over een kernpunt: eigenlijk willen de meeste sociologen geen echte sociologie bedrijven - "echt" staande voor: gaande over de echte maatschappij:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 03-06-2004, door Frans Saris, redacteur van De Gids, hoogleraar experimentele natuurkunde en decaan van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, Universiteit Leiden

Niko's netelige kwesties

... Er is echter nog een kwestie waarvan we uit Hans Kruuk's biografie over Niko Tinbergen kunnen leren. In Oxford is het hem gelukt, weliswaar na veel tegenstand van collegae, om een multidisciplinaire opleiding op te zetten samen met experts uit andere faculteiten naar de studie van de mens, "Human Sciences". Wie de affaire Buikhuisen heeft meegemaakt, het tumult rond de Leidse hoogleraar die onderzoek wilde doen naar de genetische achtergronden van misdadig gedrag, zal begrijpen welke aarzelingen hier zijn. Toch is het vreemd dat aan onze universiteit wel planten en dieren maar niet mensen onderwerp van studie in onze "Bio-Sciences" zijn. Wij bestuderende zieke mens, in de geneeskunde en in de biofarmacie, ook de psychologie is een populair vak aan onze universiteit evenals geschiedenis, archeologie en antropologie. Is er dan niet alle reden om juist in Leiden de mens in al zijn facetten te onderzoeken; durven wij in navolging van Niko Tinbergen, samen met de "Humanities", ook multidisciplinair onderzoek en onderwijs te beginnen in de "Human Sciences".


Red.:   En als we het niet over de echte maatschappij willen hebben, dan gaan we gewoon over op fictieve maatschappijen:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 23-04-2009, column door Monique Samuel, studente politicologie en auteur

Brokkelige piramides

In de politieke filosofie houdt men zich bezig met briljante denkers en abstracte materie, twee dingen die nogal wat van je hersencapaciteiten vereisen. Maar het vak is populair en de collegezaal zit steeds bomvol. ...
    De colleges zijn allesbehalve saai. Grappend en spottend laat dr. Nieuwenburg het nodige stof opwaaien, wat een hele prestatie is voor een vak met een stoffigheidgehalte van zo’n 2400 jaar. Filosofie is de oudste wetenschap op aarde en dat maakt het vak zo complex, want wij als arme studenten krijgen niet 2400 jaar de tijd om alle filosofische hoogte- en dieptepunten tot ons te nemen. ...
    Terwijl Dr. Nieuwenburg ons kennis liet maken met de kunst der abstractie moest ik denken aan de piramides van Gizeh. Als half-Egyptische kom ik regelmatig thuis in Cairo; de stad van de grote piramides. Ik heb meerdere malen voor en zelfs ín deze piramides gestaan en als iemand mij zou vragen ze te tekenen zou ik dat zo doen. Maar wat zet ik op papier? Teken ik de brokkelige opeengestapelde stenen en rotsblokken, scheef en in de vorm van een trap, of teken ik de gladde strakke piramides zoals iedereen die voor zich ziet? Het laatste. En dat is nu precies het probleem van abstractie, in ons hoofd vormen wij een ideaalbeeld, een ideële geometrische vorm van wat in de werkelijkheid gewoon een grote hoop stenen is, iets wat ik weet, maar niet snel toegeef.
    De posivistische wetenschap gaat uit van een ‘objective reality out there (- yet to discover)’. Een prachtige zinsnede en een mooie missie, maar het is nog maar de vraag of de wetenschap zich daar wel echt en/of genoeg mee bezighoudt. Bestuderen wij niet veel vaker abstracte afleidingen van de werkelijkheid? Vooral in de sociale wetenschap lijken ideaaltypen het van de realiteit te winnen. Deze geconstrueerde eenheden of concepten die in feite niet in de realiteit gevonden kunnen worden zijn natuurlijk handige ‘heuristische’ middelen, maar waar blijft de feitelijke werkelijkheid? Zo hebben politicologen het vaak over de consensusdemocratie en pacificatiedemocratie van Nederland (wat geregeld discussies oplevert), maar of Nederland wel echt een democratie is lijkt verder buiten kijf te staan; terwijl, om terug te grijpen op Aristoteles, de essentie van de democratie (namelijk het volk regeert) toch geregeld ver te zoeken is.
    Abstraheren is een natuurlijk fenomeen, het maakt de piramides gladder en de wetenschap eenvoudiger. Maar als wij de feitelijke werkelijkheid willen bestuderen dienen we ons niet bezig te houden met afleidingen van de werkelijkheid. Een kritischere blik is essentieel en het in twijfel trekken der dingen van uiterst belang. De piramides zijn, ook in gebrokkelde vorm, immens indrukwekkend en de waarheid is interessanter dan de abstractie daarvan. Dus geef mij maar de objective reality out there: brokkelige piramides van reuzenformaat.


Red.:   De werkelijkheid is natuurlijk inderdaad dat Nederland nog geen halve democratie is - het belangrijkste deel van de maatschappij, de economie, valt er helemaal buiten. Terwijl in de rest van de maatschappij processen spelen die de democratie aldaar ook diep ondergraven  . Maar omdat dit gaat over de machtsverhoudingen binnen de maatschappij, en de klasse verhoudingen, zal je weinig tot geen sociologie zien die daarna hun handen willen branden. Een beetje filosoferen over ideaalbeelden is veel veiliger ...  Maar géén sociologie.


Van: noorderlicht.vpro.nl, 26-07-2005 (originele pagina met meer bronnen hier  )

Sociologische mythes

Wetenschappers weten beter dan anderen hoe de wereld in elkaar steekt. Ze baseren zich immers op serieus onderzoek en harde feiten. Ze zijn objectief en trekken zich dus niets aan van modetrends. Althans, dat zouden we graag willen. De werkelijkheid is helaas anders.
    De hele zomer lang besteden we in Noorderlicht aandacht aan mythes en dwaalwegen in verschillende vakgebieden. Vorige week begonnen we met de seksuologie, vandaag is de sociologie aan de beurt.
    Over de toenemende individualisering als verklaring van maatschappelijke problemen, het idee dat Marokkaanse meisjes zo goed presteren en andere sociologische misverstanden, spreekt Ger Jochems met Kitty Roukens, plaatsvervangend directeur van het SISWO, instituut voor Maatschappijwetenschappen en Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.


Red.:   De eerst genoemde mythe is verbonden met een oude bron van misverstanden van sociologen: concentratie op ideeën en belangen van de eigen groep (zie bron  ). De tweede genoemde mythe is direct verbonden met een meer recente bron van manipulatie door sociologen: de bevordering van wat zij noemen de multi-culturele samenleving (maar ook dit kan in het belang van hun eigen multi-cultureel geneigde groep worden gezien); zie bron  . In beide gevallen is sprake van als principes ervaren ideeën boven de werkelijkheid plaatsen.
 

VARA TV Magazine, #42-2005, rubriek Kijkkunde door Dick Wensink

Soms is een onderzoek niet meer dan een staaltje open deuren intrappen

De sociale wetenschappen hebben niet overal een even goede naam. Sommigen noemen het een cursus algemene ontwikkeling, anderen een vorm van 'opendeurintrapkunde'.
Over de sociaal wetenschappelijk onderzoeker worden ook al heel lang grappen gemaakt. Waarvan de oudste waarschijnlijk is dat een socioloog iemand is die een klein fortuin uitgeef tom een bordeel te vinden, dat iedere straatjongen hem zo kan wijzen. Veel onderzoek lijkt dat beeld van de wereldvreemde kamergeleerde die op een ingewikkelde manier probeert te ontdekken wat iedereen allang weet te bevestigen. Neem het 'voor de buis'-onderzoek dat TNS-NIPO op internet voor KPN uitvoerde. 'Een antropologische kijk op het tv kijken':
1. Veel Nederlanders kijken dagelijks televisie, vraag het aan willekeurig iedere collectant die 's avonds op pad gaat. 2. Tijdens het televisiekijken wordt gepraat, gecomputerd, gebeld, gelezen en opgeruimd. Zelf wel eens een televisie aangehad? 3. De meeste Nederlanders kijken weleens televisie tijdens het eten of met een bord op schoot. Tjonge. 4. Tijdens het televisiekijken wordt ook gegeten. Chips, nootjes, pinda's, kaas, worst en toastjes. Nee, geen oesters op een bedje van slagroomgebak en nieuwe haring. 5. Sommige mensen zitten op een bank of stoel tijdens het televisiekijken, andere mensen hangen erin. Alsof iemand staanplaats-en had verwacht. 6. De meest gebruikte drank tijdens het televisiekijken is... Koffie en thee?
Ja, koffie en thee.
    Het wachten is nu nog op een studie over de programma's zelf. Met ontdekkingen als: 1. De meeste programma's hebben een begin. 2. Een aantal programma's heeft ook een eind. En 3. Vaak is er tussen het begin van een programma en een eind iets te zien.


Red.:   Spreekt voor zich. Dit terwijl er toch zoveel interessante dingen zijn te onderzoeken, zoals blijkt op deze site, bijvoorbeeld over macht en machtsgroepen, zie bijvoorbeeld hier  .


De Volkskrant, 21-05-2005, door Peter Giesen

Schieten is lekker

Geweld komt niet alleen voort uit sociale problemen, stelt een ambitieuze promovendus.
...
Schinkel is dan ook allerminst bescheiden in zijn ambities. Hij gaat verder als universitair docent in Rotterdam en wil een 'eigen' sociologie ontwikkelen, zoals Bauman of Wacquant
    Die ambitie mist hij in de Nederlandse sociologie. 'De Nederlandse sociologie knijpt zichzelf af. Het is een kleinzielige bedoening. Als er eens een buitenlander wordt ontdekt, zoals Norbert Elias, wordt hij meteen zo omhelsd dat we er nooit meer vanaf komen.'
    In de jaren zeventig kreeg de sociologie een slechte naam. Sociologen zouden slechts in ingewikkelde bewoordingen vertellen wat iedereen zelf ook wel kon bedenken. Sindsdien wil de sociologie voortdurend aantonen dat zij wel degelijk nuttig is. 'Het huidige klimaat eist maatschappelijke relevantie. Maar dat betekent dat sociologen zich vooral met de korte termijn bezighouden, met de praktische vragen van nu.'
    Dat kan best nuttig zijn, zegt Schinkel, maar zelf wil hij meer. Hij wil een 'kritische sociologie' bedrijven die de bestaande maatschappelijke verhoudingen niet voor lief neemt, maar wil 'ontmaskeren'. Hij wil niet weten hoe vaak er op school geslagen wordt, maar fundamentelere vragen stellen. Wat is geweld? Komt geweld niet voort uit de sociale orde? Het is opmerkelijk: een 28-jarige promovendus bedient zich van een pretentieuze terminologie die decennia nauwelijks meer gehoord werd. Schinkel: 'Het klinkt misschien pretentieus, maar je moet jezelf toch doelen stellen. Ik noem het liever bevlogen.' ...


VARA TV Magazine, nr. 7-2006, rubriek Kijkkunde door Dick Wensink

Weinig zo vertederend als iemand die zich verdiept in een onderwerp dat volkomen zonder betekenis is

JE HEBT LIEVE, zachtaardige en bescheiden mensen die zich met grote hardnekkigheid en doorzettingsvermogen kunnen vastbijten een bepaald onderwerp. En er is weinig zo vertederend, als dat onderwerp dan ook nog volkomen zonder betekenis is. Het is bijna onmogelijk iets anders dan warme sympathie te voelen voor een leven dat geheel besteed wordt aan de studie van een onderdialect van het Sanskriet, dat al duizenden jaren geleden in onbruik is geraakt, of de geschiedenis van de hofetiquette in het koninkrijk Roemenië tussen 1881 en 1940. Wat is ontwapenender dan een verhaal over de betekenis van het sjamanisme bij de Hopi-indianen of de paranormale gebeurtenissen tijdens een séance van een obscuur 19de-eeuws medium.
    Op dezelfde manier is er natuurlijk geen kwaad woord te zeggen over een bijzonder hoogleraar mediabeleid. De.Katholieke Universiteit Nijmegen heeft er een in dienst, Jo Bardoel, vlijtig, sympathiek, uiterst doorgele.er:d en een doorzetter. Als er iemand in Nederland iets weet over 'openbaarheid en publiek domein', 'de markt als voertuig voor de vrijheid', 'de pers als gevangene van de markt', en 'de journalistiek als een in zichzelf gekeerde professie', is hij het wel.
    Mooi toch, dat dat bestaat, een bijzonder hoogleraar mediabeleid aan de universiteit van Nijmegen, terwijl je na de meest recente besluiten van de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep - die erop neerkomen dat het programma-aanbod van Nederland 1, 2 en 3 eindeloos wordt verdund en door elkaar geroerd, zonder dat het zal helpen - zou verwachten dat zo'n vak meegenomen wordt in de opleiding homeopathie op de academie voor natuurgeneeswijzen.


Red.:   De titel is dus niet geheel juist, en had kunnen luiden: Weinig zo vertederend als een vak dat zichzelf zo zonder betekenis maakt.
    Van de volgende is alleen de titel voldoende. Er zijn meer voorbeelden van dezelfde houding van deze schrijver - mevrouw Evelien Tonkens is gepromoveerd socioloog, en hoogleraar actief burgerschap. Daarna over wat er in plaats komt van meten.


Uit: De Volkskrant, 21-03-2007, column door Evelien Tonkens

 Meten is kwetsen
...

Red
.:
   Evelien Tonkens is lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks en socioloog. Deze uitspraak spreekt eigenlijk voor zich. Ze past hem onder andere toe op IQ-tests en CITO toetsen, die ze verderfelijk vindt, parafraserend: "... want je kan een mens niet uitdrukken in getallen" - of nog erger: "Je kan hem niet meten". Een sociaal onderzoeker die vindt dat je niet kan meten ... Wat doet zo iemand dan voor zijn beroep, is de vraag.
   En hier is het antwoord:


De Volkskrant, 29-04-2006, door Peter Giesen

Verkenning | KNAW-rapport signaleert een heuse herleving van de Nederlandse sociologie

De terugkeer van de sociale kletskoek

De sociologie is de crisis voorbij, stelt een verkennend rapport over de wetenschap van de samenleving. Maar waarom werd de Fortuyn-revolutie dan gemist?


Jan Blokker schreef in de jaren zeventig over de 'dictatuur van de kletskoek'. Toch werd de sociologie in die jaren beoefend door eminente geleerden als Jacques van Doorn, Kees Schuyt en Anton Zijderveld. Voor de buitenwacht werd het beeld echter bepaald door neomarxis-tische zwatelaars, die een voor de hand liggende werkelijkheid verstopten onder een wollen deken van structuren en variabelen.
    De sociologie is deze crisis te boven gekomen, stelt de verkenningscommissie die deze week haar rapport over de toestand van de Nederlandse sociologie publiceerde (zie www.knaw.nl). De studentenaantallen stijgen weer, mede dankzij de instroom van hbo'ers die een verkorte opleiding volgen.
    De twee onderzoekscholen (het interuniversitaire ICS en de Amsterdam School of Social Research) zijn gunstig beoordeeld door internationale visitatiecommissies. Sociologen promoveren en publiceren meer dan ooit. En Volkskrant-columnist Jan Blokker aanvaardde in 2004 met geamuseerde mildheid een eredoctoraat in de sociale wetenschappen in Groningen.
    Kortom: de sociologie heeft zich ontwikkeld tot een betrekkelijke kleine, maar stevige en professionele tak van wetenschap.

Excelleren
Misschien wel iets té professioneel, stellen de sociologen Paul Schnabel (directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau), Romke van der Veen (hoogleraar in Rotterdam) en sociaal-psycholoog Hans Boutellier (directeur van het Verwey-Jonkerinstituut) in het boek Balans en toekomst van de sociologie (Amsterdam University Press, ISBN 9085551412).
    'Het universitair klimaat is erg gericht op excelleren, op publiceren in internationale toptijdschriften. Daardoor is er veel scientist's science. Veel tijdschriften staan vol kwantita-tief-empirisch onderzoek waar verder geen haan naar kraait', zegt Boutellier.
    Omvangrijke databestanden worden in theoretische modellen geperst. Vervolgens trekken sociologen met behulp van geavanceerde statistische technieken conclusies waarin de werkelijkheid van de straat niet meer te herkennen valt.
    'Toch zou het een doodklap voor het gezag en de legitimiteit van het vak zijn als de acade-mische sociologie overboord zou worden gezet', vindt Godfried Engbersen, hoogleraar in Rotterdam en voorzitter van de KNAW-verkenningscommissie.
    De kwantitatief-empirische benadering is een heel belangrijke richting in de Nederlandse sociologie, stelt hij, naast de meer historisch-interpretatieve traditie en de beleidsmatige sociologie. De eerste heeft belangrijke nieuwe inzichten opgeleverd over sociale stratificatie en netwerken van moderne burgers.
    Niettemin wordt door buitenstaanders, en ook door sommige sociologen zelf, de vraag gesteld waarom sociologen de 'opstand der burgers' in 2002 niet hebben zien aankomen.
    'De meeste wetenschap is natuurlijk wijsheid achteraf. Voorspellen is altijd moeilijk. In elk geval is het niet waar dat er geen aandacht was voor de oude wijken', zegt Engbersen.

Stadswijken
Zelf schreef hij al begin jaren negentig met collega's over het ressentiment en onbehagen in Rotterdamse stadswijken en over immigratie als potentiële maatschappelijke splijtstof.
    Engbersen: 'Maar wat ik niet verwachtte, was dat die onvrede een politieke kracht zou gaan vormen. Dat gebeurde ook pas toen Fortuyn kwam. Die kreeg een massale aanhang omdat hij de onvrede van de onderklasse wist te verbinden met de ontevredenheid van de middenklasse'.
    In de jaren negentig overheerste de vrees voor 'Amerikaanse toestanden': de oude wijken dreigden te verpauperen tot getto's die zich van de samenleving zouden afkeren. In plaats daarvan kwamen zij in opstand tegen de politiek.
    Hans Boutellier spreekt van een 'theoretische blokkade' bij de sociologie. In de sociologische theorievorming werd te weinig nagedacht over de vraag hoeveel verandering een samenleving eigenlijk kan verwerken. Bovendien trapte de sociologie ook in een statistische valkuil, gelooft Boutellier. Grootschalige surveys, zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau die uitvoert, laten slechts een deel van de werkelijkheid zien.
    'Ik ben helemaal niet tegen zulk onderzoek, maar je moet de beperkingen daarvan wel inzien. Er zit een soort schijnexactheid in. Mensen kunnen op ingewikkelde vragen als: Bent u tevreden over de democratie?' slechts met ja of nee antwoorden. Vaak kiezen ze dan maar voor de dominante, politiek-correcte lijn. Sluimerende gevoelens van onvrede breng je zo niet in kaart. Daarom kun je opeens ook van die snelle omslagen krijgen', stelt Boutellier.
    De resultaten van surveys neigen vaak naar het gemiddelde, omdat het gros van de bevolking nu eenmaal een braaf leven leidt en gematigde ideeën heeft. Daarom zijn SCP-onderzoeken vaak relativerend van toon: met allerlei sociale problemen loopt het zo'n vaart niet, omdat de meeste mensen zich netjes gedragen.
    Boutellier: 'Die relativering is ook best nuttig. Maar onderzoek dat zich op het gemiddelde richt, loopt altijd een beetje achter. De eerste tekenen van verandering zie je juist in de marge.'

Diversiteit
De kracht van de sociologie schuilt echter in de diversiteit van haar methoden, meent Engbersen. Zij gebruikt niet alleen surveys, maar ook antropologische methoden van onderzoek. Daardoor is zij, meer dan andere maatschappijwetenschappen, in staat de sociale werkelijkheid te duiden.
    Hoewel de sociologie vaak bekritiseerd werd, is de samenleving sterk gesociologiseerd. Beleidsmakers maar ook gewone burgers denken vaak in sociologische concepten als individualisering of sociale cohesie.
    Toch lijkt de laatste jaren sprake van een zekere vermoeidheid met de sociologische manier van denken. Sociologen wordt verweten dat zij wangedrag goedpraten door steeds te wijzen op sociale achterstanden en andere verklarende, structurele factoren.
    Onder burgers en bestuurders lijkt de behoefte aan morele helderheid toe te nemen. De sociologische analyse bevredigt hen niet meer; zij willen mensen op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken. Deze gedachte wordt het sterkst verwoord door de Britse arts en schrijver Theodore Dalrymple, die ook in Nederland veel weerklank heeft gevonden.
    'De sociale wetenschappen neigen inderdaad naar het verontschuldigen van wangedrag', vindt Boutellier. 'Criminaliteit is een morele keuze. Je hebt zelf je criminele daad gewild. Maar sociologen onderzoeken vooral de variabelen die criminaliteit verklaren, niet de vrije wil van de dader. Tot voor kort kwam een begrip als moraal niet of nauwelijks voor in de criminologie of de sociologie.'
    Deze benadering stuit echter op steeds meer weerstand. Boutellier: 'Dat is ook een deel van de Fortuyn-revolutie. De erkenning van de vrije wil is teruggekeerd. Dat vind ik wel een goede zaak.'
    Engbersen: 'In deze tijd van individualisering hebben burgers moeite met de socioloog die de zogenaamde vrije wil van individuen, bijvoorbeeld bij partnerkeuze, zelfmoord of criminaliteit, herleidt tot collectieve patronen. De socioloog lijkt hiermee het unieke van mensen af te pakken. Toch ligt hierin juist de grote kracht van de sociologische analyse: laten zien dat er maatschappelijke factoren ten grondslag liggen aan individueel gedrag. 'Zo is de populatie van delinquenten niet toevallig samengesteld. Sommige groepen zijn meer betrokken bij criminaliteit dan anderen.'

Verantwoordelijkheid
Bovendien kunnen sociologische analyse en eigen verantwoordelijkheid heel goed samengaan, zegt Engbersen. 'Dat blijkt ook uit sociologisch onderzoek. Als je een groep bijstandsgerech-tigden met dezelfde achtergrondkenmerken neemt, komen sommigen wel uit de bijstand en anderen niet. Vooral bij therapie of begeleiding moet je de individuele maakbaarheid en verantwoordelijkheid benadrukken. Je moet natuurlijk nooit tegen mensen zeggen: omdat je een slechte jeugd hebt gehad, tolereer ik dat je je slecht gedraagt', zegt Engbersen.
    Maar politici en beleidsmakers kunnen nadrukkelijk hun voordeel doen met een sociolo-gische analyse, vinden Engbersen en Boutellier. Wie bijvoorbeeld de jeugdwerkloosheid wil bestrijden, moet niet alleen jonge werklozen op hun eigen verantwoordelijkheid wijzen, maar ook hun kansen verbeteren, door het onderwijs te verbeteren, discriminatie op de arbeids-markt te bestrijden en stages en banen te creëren.
    De sociologie bestudeert de samenleving, een deel van de werkelijkheid dat veel gemakkelijker waarneembaar is dan het botsen van elementaire deeltjes of cognitieve processen in de hersenschors. Iedereen kan erover meepraten, net als over voetbal.
    Mede daarom wordt de sociologie vaak geconfronteerd met de eis van leesbaarheid, denkt Engbersen, terwijl theoretische modellen en geavanceerde statistische modellen bij andere disciplines moeiteloos worden geaccepteerd omdat ze cruciaal zijn voor wetenschappelijke vooruitgang. De samenleving heeft nu eenmaal een haat-liefde verhouding met de sociologie, denkt Boutellier. 'Enerzijds wordt er soms laatdunkend over gedaan, anderzijds wordt ook vaak tegen sociologen gezegd: jongens, we komen er niet uit, kunnen jullie er eens naar kijken?'


Red.:   Hier wordt kort gezegd het volgende geconstateerd: de sociologie heeft tijden lang zeer slecht gefunctioneerd. Haar laatste grote falen: het signaleren van de problemen die de instroom van grote groepen sociaal achtergeblevenen wel moesten veroorzaken, werd veroorzaakt door foute ideologie, of zoals het genoemd wordt 'een theoretische blokkade', en de sociologie 'neigt naar het verontschuldigen van wangedrag', een ander blijk van foute ideologie die hier achter steekt. Bovendien wordt toegegeven dat de sociologie neigt naar getheoretiseer zonder praktisch toepassing. Dit alles heeft de redactie samengevat in de stelling dat de sociologie de echte maatschappelijke problemen niet wil oplossen, omdat dat niet met de persoonlijke ideologie van de meeste sociologen, zijnde alfa-denkers, overeenkomt. Een saillant voorbeeld: De boven aangehaalde Hans Boutellier is directeur van het Verwey-Jonker Instituut, en een van de onderzoekers van dit instituut, Truus Pels, verkondigt de opvatting dat problemen met immigranten niet in termen van groepen en groepseigenschappen besproken mogen worden. Dat is in volkomen tegenspraak met haar wetenschap, omdat sociologie niets anders is dan het bespreken van menselijke interacties in termen van groepen en groepseigenschappen.
    Dit wordt nog eens ten duidelijkste gedemonstreerd door het oordeel dat in het begin wordt uitgesproken over de marxistische sociologie, dat is: de sociologie die maatschappelijke processen ontleend aan meer fundamentele zaken als economische en technologische ontwikkelingen. Deze stroming heeft in Nederland nooit veel invloed gehad,  zie onderstaande:


De Volkskrant, 06-05-2006, ingezonden brief van Marcel van der Linden, A`damse School Soc. Wetens. Onderz. (Amsterdam)

Bakerpraat

Houdt die onzin dan nooit op? Alweer wordt het bakerpraatje gecolporteerd dat de Nederlandse sociologie in de jaren zeventig een `crisis` zou hebben doorgemaakt omdat `neo-marxistische zwatelaars` de boventoon voerden (Kennis, 29 april).
    In feite heeft het marxisme aan de Nederlandse universiteiten nooit meer dan een kleine teen aan de grond gekregen. Docenten die echt verstand hadden van de historisch-materialistische benadering zijn steeds een minieme minderheid gebleven, terwijl de aanhangers van Norbert Elias of van een zwak-theoretisch empirisme de opleidingen domineerden.
    Was het maar anders geweest, dan zou de Nederlandse sociologie in dit opzicht een minder provinciaalse indruk hebben gemaakt.


Red.:   Nog een ernstige omissie van de sociologie: gericht veldonderzoek, zie hier:
 

Uit: De Volkskrant, 13-05-2006, interview door Maarten Evenblij

Voetbalgeweld | Bij agressie liggen de rollen van dader en slachtoffer niet vast, waarschuwt hooligan-onderzoeker Otto Adang

'Ook zo'n burgemeester wil stoer doen'

Tussentitel: 'Je kunt alle ME-busjes wel roze maken, maar zonder verandering in gedrag heeft dat geen zin'

Volgens Otto Adang, agressie-deskundige, kan geweld nooit helemaal worden uitgebannen.


Otto Adang is geen grote voetbalfan. Toch gaat hij aanzienlijk vaker dan gemiddeld naar het stadion en mengt hij zich tussen de hooligans.
    De Mexican wave laat hij echter aan zich voorbij gaan, hij fluit de scheidsrechter niet uit en hij trekt achteraf geen verkeerszuiltjes om. De 50-jarige etholoog observeert louter. Als een vreemde eend staat hij tussen de supporters, mompelend in een cassetterecorder en uitkijkend dat hij geen klappen krijgt. Voor zijn onderzoek naar conflictsituaties en agressief gedrag in groepen mensen.
    Zulke studies doet hij nu ruim twintig jaar. Eerst bij de Universiteit Utrecht, later als lector aan de Politieacademie. ...
    'Ik ben wel ooit biologie gaan studeren om meer te weten te komen over het gedrag van mensen. Op school las ik boeken over evolutie en gedrag. ...
    'Politie speelt een belangrijke rol in de manier waarop een samenleving met geweld omgaat. In de moderne samenleving heeft deze een gedelegeerd geweldsmonopolie gekregen. En dat werkt goed. Het is wel curieus dat er zo weinig onderzoek naar geweld en agressie wordt gedaan en dat de ethologie van het menselijke gedrag geen hoge vlucht heeft genomen.' ...


Red.:   Nu een bron over een van de onderdelen van de sociologie, namelijk dat wat gespecialiseerd is in misdadig gedrag:
 

Leids universiteitsblad Mare, 01-06-2006, door Arjen van Veelen

Misdaad en spel

Tussentitel: 'Criminologie is voor tachtig procent jezelf bezig houden'

Films en games zijn prima inspiratiebronnen voor de 'overschatte' misdaadwetenschap, betoogden twee criminologen afgelopen maandag op de rechtenfaculteit. 'Stap uit de wetenschap, ga naar de kunst, de literatuur en cartoons.'

Real war news. Real war games. Dat is de slogan van Kumawar.com, een website waar je gratis computerspelletjes vanaf kunt plukken. Die spelletjes zijn geïnspireerd op journaalbeelden van recente oorlogen en conflicten. De games verschijnen een paar weken na de echte gebeurtenissen. ...
    Ander voorbeeld, nu uit de film: sommige gangsters die te veel films hebben gezien schieten met de bovenkant van hun hand horizontaal en duim en pink gestrekt- onveilig en onbetrouwbaar, maar wel cool en zoals in de films.
    Feit en fictie beïnvloeden elkaar, is de les van bovenstaande voorbeelden. Ze komen uit de lezingen van de criminologen Marc Schuilenburg (VU) en Bob Hoogenboom (Nyenrode), afgelopen maandag tijdens een discussiemiddag over games, films en criminologie, georganiseerd door criminologiestudievereniging CoDe en Studium Generale.
    Het was een enigszins provocerende tweetrapsraket: Hoogenboom hield eerst een wetenschapsfilosofisch pleidooi voor het toelaten van populaire cultuur in de 'dinosaurusinsti-tuten' van de criminologie. Zo maakte hij de weg vrij voor Schuilenburg, die aan de hand van computerspelletjes inzichtelijk maakte waarom het puntenrijbewijs er komt en waarom Tony Blair mensenrechten afschaft zonder dat iemand een kik geeft.
    Boodschap van beide sprekers: films en games zijn prima inspiratiebronnen voor de 'gortdroge' misdaadwetenschap.
    Hoogenboom pleitte voor het toelaten van 'narratieve kennis' in de misdaadwetenschap: films, games, poëzie en cartoons kunnen veel meer inzicht bieden dan onderzoeksrapporten en statistiek. Criminologen zijn huiverig voor die sensatiegerichte populaire cultuur en beperken zich liever tot koele cijfers. Maar is dat wel verstandig?
    Volgens Hoogenboom is de blik van de 'highly overrated' criminologie te veel gericht op de 'nuts, sluts en perverts'. In gewoon Nederlands: de meest in het oog springende criminaliteit, zoals bolletjesslikkers en zinloos geweld. Door te kijken naar films, daar kwam zijn betoog op neer, kan de wetenschap inspiratie opdoen voor alternatieve onderzoeksvragen. Bijvoorbeeld over een state crime, zoals de geheime CIA-vluchten en mensenrechtenschen-dingen in Guantanamo. ...
    Films helpen dus om criminaliteit te begrijpen. Maar ze inspireren ook tot onderzoeks-vragen, anders dan de klassieke bolletjesslikkers en de incidenten van zinloos geweld. Hoogenboom geeft als voorbeeld de film The road to Guantanamo, over drie Engelsen die per abuis in Guantanamo gevangen komen, gebaseerd op de werkelijkheid. Hij vraagt wie hem gezien heeft. Iemand uit het publiek: 'Ik wou dat ze bij de uitgang van de bioscoop Kalashnikovs uitdeelden, zodat ik die arrogante grijns van Bush onder handen kon nemen: Zo'n film als dit, vindt Hoogenboom, kan een inspiratie zijn voor een onderzoeksvoorstel over de betrokkenheid van Nederland bij de CIA-vluchten. 'Maar'. zegt hij, 'dat wordt niet gehonoreerd: Gevraagd naar het doel van de criminologie zegt hij: 'tachtig, negentig procent is zichzelf bezighouden'. ...


Red.:   Het volgende geval staat voor een hele klasse: de simpele omkering van oorzaak en gevolg:


Uit: De Volkskrant, 23-09-2006, column door Hans van Maanen

Mensen die drinken, verdienen een zesde meer. Of is het toch andersom?

Dezelfde onderzoekster die zegt dat je van alcohol drinken welvarender wordt, noemt dat ergens anders juist een mythe.


Het nieuws moet brouwers, stokers en drinkers als muziek in de oren hebben geklonken. Twee Amerikaanse onderzoekers, Bethany Peters en Edward Stringham, hebben uitgezocht dat geregeld alcoholgebruik, en vooral gezamenlijk cafébezoek, het maandinkomen van werknemers flink kan verhogen. ‘Wij vinden dat mensen die zeiden dat zij drinken, 10 tot 14 procent meer verdienen dan geheelonthouders,’ zo meldden zij vorige week. Het gezeur van overheid en gezondheidsprofessors over hoe slecht alcohol is, moet dan ook maar eens afgelopen zijn. ‘Niet alleen vermindert het anti-alcoholbeleid het genoegen van drinkers, het verlaagt ook inkomens. Doordat mensen wordt belet in het openbaar te drinken, elimineert dit beleid een van de belangrijkste aspecten van het drinken: toenemend sociaal kapitaal.’ ...
     Een goede gedachte. Of die de conclusie rechtvaardigt dat het drinkers dus niet zo lastig gemaakt moet worden, is natuurlijk een tweede. Maar auteur Edward Stringham is niet alleen onderzoeker aan de universiteit van San José, Californië, hij blijkt ook verbonden te zijn aan Reason, een van de vele Amerikaanse rechtse denktanks die graag alles aan de markt en niets aan de overheid overlaten. Dat verklaart direct veel.
    Wat raadselachtiger is de rol van de andere auteur, Bethany Peters. Al was het maar omdat zij vorig jaar samen met Philip Cook een veel uitgebreider rapport heeft geschreven voor het NBER, het Amerikaanse bureau voor economisch onderzoek. In dat rapport, The myth of the drinker’s bonus, stelt zij ook weer vast dat drinkers meer verdienen dan niet-drinkers, maar legt zij feilloos de vinger op de zwakke plek van al het onderzoek naar drank en inkomen — verdient iemand meer omdat hij drinkt, of drinkt iemand meer omdat hij meer verdient? Volgens Peters en Stringham komt het hoger loon door het drinken, maar volgens Cook en Peters ligt het andersom: ‘Wij concluderen dat alcohol een normaal product is waarvan de consumptie toeneemt met het inkomen, en geen elixir dat de productiviteit verhoogt.’
    En dat lijkt wat logischer. Mensen die meer verdienen, kunnen zich meer permitteren, zelfs in een café, en zullen daardoor eerder geneigd zijn meer te drinken. Mensen die autorijden, verdienen ook vaak meer dan mensen die de fiets nemen. ...


Red.:   Gegeven de keuze zoals die hier gesteld wordt, is het idee dat je van meer drinken een hoger inkomen krijgt dusdanig veel onzin, dat het andere alternatief meer voor de hand liggend is (zou het wel juist zijn, zou je armen gratis drank moeten verstrekken, wat tot nu toe nog niemand gesuggereerd heeft - het netwerkverhaal is natuurlijk een erbij gesleept argument, en slaat nergens op).
    Maar vermoedelijk ligt de zaak nog anders. Want dan zou men de hoeveelheid inkomen die nodig is om veel te drinken in aanmerking moeten nemen, en zonder de cijfers te kennen, durven we hier wel te gokken dat die dusdanig laag is, dat het overgrote deel van de bevolking er absoluut geen problemen mee zou hebben om dit op te brengen - nog afgezien van het bekende vooroordeel dat armoede tot drinken leidt.
    Dus moet er nog verder gezocht worden, en wel naar een andere gemeenschappelijk factor tussen drinken en een hoog inkomen. Zelfs voor een amateur socioloog/psycholoog is die niet moeilijk te vinden: hoe hoger de baan, hoe meer stress en dergelijke - en hoe meer stress, hoe meer drinken. Beide zijn ook zaken die onderbouwd moeten worden met onderzoek, maar dat lijkt geen probleem, als ze al niet gedaan zijn.
    Wat dit laat zien, is dat niet één van de twee onderzoeken, maar beide hoogstwaarschijnlijk onjuist zijn. En wel omdat men of geen overzicht heeft over het eigen vakgebied, of het voor de hand liggende verband tussen een toppositie en haar nadelen niet wil zien.
    Wat geldt voor de sociologie als wetenschap in het algemeen, blijkt ook voor haar meer praktijkgerichte instituten waar te zijn:
 

Uit: De Volkskrant, 16-12-2006, column door Aleid Truijens

Valse Rita geeft Blonde Geert vette knipoog

Voor onthullend onderzoek moet je niet bij het Sociaal Cultureel Planbureau zijn. Dat kolossale leger wetenschappers meldt met rituele regelmaat dat gras groen is, je nat wordt in de regen en dat de hemdjes bij zon en rugwind wonderwel drogen. Nederlandse vrouwen verdommen het om fulltime te werken; slecht onderwijs leidt tot dalende kennis; bij economische hoogtij gaat het ietsje beter – dat werk. ...


Uit: De Volkskrant, 09-12-2006, column door Frank Kalshoven

Het SCP schenkt troebel bruiswater

Is directeur Paul Schnabel van het SCP misschien een beetje in de war?


Elke twee jaar publiceert het Sociaal en Cultureel Planbureau een ‘Sociaal en Cultureel Rapport’, en dat al sinds 1974, maar de editie 2006 die deze week verscheen, Investeren in vermogen is bepaald bijzonder te noemen. Het halflege glas vol kansarmen, mislukte emancipatie en andere narigheid, dat we gewend waren in een teug leeg te gieten, ziet er dit keer uit als een champagneglas – en de vloeistof bruist bovendien. Dit jaar legt het SCP de nadruk op wat goed gaat in Nederland. ...
    Ik verslikte me in de inleiding van directeur Paul Schnabel, die het al die afzonderlijke successen overkoepelende verhaal moest schrijven en afkwam met een tekst die weliswaar pompeus en onbegrijpelijk is, maar waarin de hamvraag niet gesteld, laat staan beantwoord wordt.
    Zo’n studie naar successen maakt uiteraard nieuwsgierig naar de rode draad. Zijn er algemene lessen te trekken die het mogelijk maken de successen te vermenigvuldigen en uit te breiden naar andere terreinen? Wat zijn de kritische succes- en faalfactoren? Zijn door de overheid dingen te doen respectievelijk te laten, opdat de successcore kan worden opgevoerd? Idem voor burgers. Dat type vragen. Als je een dozijn voorbeelden verzamelt, wil je daar iets van leren. Hoe concreter hoe beter.
    Schnabel kiest in zijn inleidende hoofdstuk voor een andere lijn. Het verhaal is een mix van begripsverwarring en boude beweringen.
    Een groot deel van de inleiding gaat op aan een spel met de woorden kapitaal en vermogen, in combinatie met een aantal voorzetsels. Schnabel zoekt zich tastend een weg in wat hij noemt ‘economische metaforen’. Dat klinkt moeilijker dan het is. Kapitaal en vermogen zijn in elk geval voorraadgrootheden. Van die voorraad kun je iets afnemen om te investeren. Door die investering ontstaat een stroom inkomsten en door die stroom wordt de voorraad weer groter. Is de investering rendabel, dan groeit het vermogen dus aan; door een onrendabele investering wordt het vermogen aangetast. Simpel zat. Dit komt natuurlijk uit de economie (financieel vermogen of kapitaal), maar het wordt de afgelopen decennia ook breder toegepast (menselijk kapitaal, sociaal kapitaal, cultureel kapitaal).
    Schnabel gaat hier op onnavolgbare wijze mee op de loop. Neem het volgende citaat, dat begint met de correcte zin: ‘Investeren in economische zin vraagt om vermogen, om geld dat ingezet kan worden om uiteindelijk weer geld mee te verdienen.’ Vervolgens vraagt Schnabel: ‘Kun je ook investeren in vermogen?’ En antwoordt: ‘In de sociale en overdrachtelijke zin is dat vooral het geval wanneer vermogen wordt gedefinieerd in termen van competentie en prestatie. Dat maakt meteen ook duidelijk dat sociologisch gezien ‘vermogen’ niet hetzelfde is als ‘kapitaal’. (…) Het begrip ‘kapitaal’ als economische metafoor heeft ook ingang gevonden als aanduiding van vooral klassengebonden verschillen in bezit aan sociale contactmogelijkheden en culturele bagage. ‘Sociaal kapitaal’ en ‘cultureel kapitaal’ zijn statischer begrippen dan ‘vermogen’, dat een dynamischer karakter heeft. Het kapitaal kan ingezet worden wanneer dat nodig is, het vermogen moet eerst worden opgebouwd en toont pas zijn waarde in het gebruik van de verworven competenties. De zekerheid die het sociaal en cultureel kapitaal biedt, ontbreekt bij het vermogen. In zeker opzicht is vermogen ook minder specifiek dan kapitaal.’
    De notie van voorraad- en stroomgrootheden lijkt niet doorgedrongen; de meeste zinnen bevatten domweg fouten; ze zijn allemaal dikdoenerig, en nergens precies, en het geheel is vooral verward.


Red.:   Schnabel lijkt zich hier te buitengegaan te zijn aan economie die hij niet begrijpt, terwijl er een veel voor de hand liggender onderwerp voor hem ligt met betrekking tot dit onderwerp: hoe en door wie worden die investeringsbeslissingen genomen. Dat laatste blijkt iets dat onderzocht moet worden door een krant (het Netwerken-onderzoek van de Volkskrant), in plaats van een Sociaal Cultureelplanbureau, dat dit soort sociale netwerken tot zijn vaste dossiers zou moeten hebben.
    Het is een aloude wet dat daar waar de baas niet deugt voor zijn werk, het instituut onder zijn leiding ook niet goed vaart. De falens van Schnabel, "brave burgerman die achter de politiek-correcte opinies aanloopt" zijn al eerder in bedekte termen geuit, maar nooit echt systematisch behandeld - Kalshoven is zo'n beetje de eerste. De vraag is echter of het beter kan, aangezien zo'n post in belangrijke mate een politieke benoeming is, en de politiek absoluut geen behoefte heeft aan een onafhankelijke wetenschapper op een dergelijke politiek gevoelige plaats.
    Het ergste falen van het SCP is natuurlijk haar totale onbewustzijn van de problemen van de multi-etnische samenleving gedurende de dertig jaar dat die er zaten aan te komen. Er was genoeg ervaring en onderzoek uit het buitenland voorhanden om de ontwikkelingen in Nederland te kunnen voorspellen. Een juist ingrijpen op een eerder tijdstip had een aanzienlijk deel van die problemen kunnen voorkomen.


Uit: De Volkskrant, 09-12-2006, hoofdredactioneel commentaar

Dit keer alleen goed nieuws van het SCP

Elke twee jaar verschijnt het Sociaal en Cultureel Rapport. Dat pretendeert een integrale beschrijving te geven van beleidsrelevante ontwikkelingen met betrekking tot het sociaal en cultureel welzijn van Nederland.
   ... Het positief bedoelde argument is dat het SCP wil laten zien dat de burgers zelf de motoren achter positieve ontwikkelingen zijn. Schnabel signaleert daarbij dat instituties en de overheid de burgers daarbij vaak meer in de weg zitten dan helpen.
    Het was beter geweest wanneer dit terloops genoemde vraagstuk, de staat die de burger voor de voeten loopt, het hoofdthema van het rapport zou zijn. Het bestaansrecht van het SCP ligt immers in het signaleren van problemen bij de overheid. Iets meer voorspelbaarheid en iets minder frivoliteit zouden op zijn plaats zijn geweest, al biedt ook dit rapport weer een schat aan informatie en inzicht in het welzijn van de natie.


Red.:   In 2007 speelde de heikele kwestie van de "Er is geen dé Nederlands identiteit"-toespraak van het WRR uitgesproken door prinses Maxima. Het SCP heeft zich toen niet over de kwestie uitgesproken. Ruim een jaar later:


Uit: De Volkskrant, 08-10-2008, van verslaggever John Wanders

Nederlander bestaat toch niet

Directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau geeft Máxima alsnog gelijk, en niet zo’n beetje ook.


Prinses Máxima had gelijk toen ze zei dat ‘de Nederlander’ niet bestaat. Het concept ‘Nederlandse identiteit’ rust primair op emotionele beleving en mythologisering van het verleden, verkondigde directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gisteren tijdens een lezing in Rotterdam.
   ‘Onze gemeenschappelijke geschiedenis stelt in werkelijkheid minder voor dan wij denken. Je hoort vaak dat we vroeger zo’n eensgezind volkje waren. In werkelijkheid hadden katholieken en protestanten in Nederland volledig gescheiden werelden gecreëerd.’   ...
    Nederland is geforceerd tot eenheidsstaat en het is louter aan een historische toevalligheid te danken dat Venlo niet aan de Duitse maar aan de Nederlandse kant van de grens belandde, aldus Schnabel. ‘En daarom maakt Geert Wilders nu deel uit van de Nederlandse identiteit.’
    Maar je kon in de jaren vijftig tenminste nog gewoon je keukendeur open laten, citeerde hij oudere Nederlanders. ‘Ja, moeder was toen nog hele dagen thuis. Bovendien viel er in die tijd niks te halen.’
    De calvinistische volksaard wordt al evenzeer opgeklopt, vindt de SCP-directeur en deeltijd-hoogleraar in Utrecht. ‘De calvinisten vormden in Nederland een minderheid – al was het een dominante.’
    Onze visie op de Gouden Eeuw is volgens hem ook vertekend door emotie. ‘We zeggen in het buitenland graag dat Nederlanders goede schilders zijn. Nou, niet iedereen is dat, hoor.’
    Op basis van recent opinieonderzoek concludeerde Schnabel dat Nederlanders één ding gemeen hebben: ‘Alle Nederlanders vinden dat de andere Nederlanders te egocentrisch zijn.’
    Samenvattend: ‘Máxima had gelijk, maar kreeg het niet. En dat is dan ook wel weer heel erg Nederlands.’


Red.:   Paul Schnabel constateert dat er diverse groepen Nederlanders zijn, en dus is er niet dé Nederlandse identiteit - het bekende onbenul van mensen die niets van van het begrip "groep" (van mensen) begrijpen  - dus niets van sociologie, want sociologie gaat eigenlijk alleen maar over groepen. Laat Paul Schnabel nu socioloog zijn, en directeur van de Sociaal en Cultureel Planbureau - je verstand staat er bij stil ...  Hoogstwaarschijnlijk is het de sterk oplichtende allochtone identiteit die de man volstrekt blind heeft geslagen.
    Even een volstrekt overbodig bewijs voor deze krasse taal:
 

Uit: De Volkskrant, 10-10-2008, rubriek Tijdgeest door Olaf Tempelman

Inheemse rozengeur

Een aflevering van deze rubriek wijden aan de trouwpartij is een beetje vals spel. .... Daar komt de bruid! - Honderd jaar rozengeur en maneschijn (Scriptum;
€ 16,-) is van de blijvende populariteit van het fenomeen een prima illustratie. ...
    Toch is dit een boekje van deze tijd. De bruid erin die langs komt is namelijk vooral de Hollandse, de rozengeur is inheems. In een ontzuilde samenleving, bedreigd door duistere globale en multiculti-krachten, zouden deze bruiden weleens in een behoefte kunnen voorzien: aan knusheid, traditie en continuïteit. In de trouwpartij zijn die volop te vinden. Pastoors en schoonmoeders mogen hun macht over bruidsparen hebben verloren, de Hollandse bruiloft is een sobere aangelegenheid gebleven. Extravagante jurken, culinaire excessen, geplunderde wijnkelders en vierdaagse feesten zijn in deze contreien zelden waar te nemen. In het pre-Verdonkiaanse Nederland veroorzaakte wijlen G.B.J. Hiltermann nog een rel door de bruiloft van prins Maurits en Marilène (1998) een toonbeeld van fijne Hollandse tradities te noemen: klein koetsje, sobere plechtigheid, iedereen 's avonds netjes naar huis.
    Of de doe-maar-gewoon-bruiloft reden hoort te zijn voor borstgeklop, betwijfel ik. Maar op GBJ's vaststelling van het Hollandse karakter ervan valt niets af te dingen.   ...


Red.:   In vaktechnische termen: wat Schnabel doet is erger dan een arts die drie keer het verkeerde been afzet - of een rechter die drie keer de verkeerde veroordeelt. Wat Schnabel doet is zijn vak verkrachten.
    Voor andere voorbeelden van met betrekking tot de allochtonenproblematiek, zie hier  .
    Een paar jaar later, de definitieve coming out van Paul Schnabel:


Uit: Volkskrant.nl, 15-07-2012, redactie, ANP.

Paul Schnabel (D66) ziet ministerschap best zitten

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) staat na 12 september open voor een functie als minister. 'Als het op mijn weg zou komen, zou het een hele serieuze optie zijn.' Dat zei de D66'er in de nacht van zaterdag op zondag in het radioprogramma De Overnachting op Radio1.   ...


Red.:    Zoals inmiddels iedereen weet, koester D66 zeer extremistische opvattingen zoals vokomen vrij immigratie, de opheffing van Nederland en opgaan ervan in het Europese Imperium.
    Natuurlijk geldt dat ook voor de rest van het instituut. Een grootschalig onderzoek van onderwijssocioloog Jaap Dronkers heeft een poosje terug de etnische achtergrond van verschillen in schoolprestaties aangetoond. Tijd voor de ideologen van het Sociaal Cultureel Planbureau om terug te slaan:

 
Uit: De Volkskrant, 29-06-2011, van verslaggever Robin Gerrits

Gemixte klas wel goed

Tussentitel: Prestatieverschillen in klas liggen niet aan etnische afkomst

Veelkleurige klassen verminderen de prestaties op school niet. Anders dan de Maastrichtse hoogleraar Jaap Dronkers vorig jaar in een spraakmakende oratie stelde, doen leerlingen het niet slechter in klassen met grote etnische diversiteit.  ...
    Dronkers betoogde bij zijn aanstelling in Maastricht op basis van toetsgegevens van 15-jarigen uit allerlei westerse landen dat kinderen lijden onder etnische diversiteit in de klas: de prestaties zijn minder dan die van kinderen in meer homogene klassen. Op basis hiervan concludeerde hij dat het ook voor het basisonderwijs wel eens beter kon zijn niet te veel geforceerd te mengen. Met dat 'populaire idee' wilde hij afrekenen. 'Voor scholen geldt niet: hoe gemengder, hoe beter.'    ...


Red.:    Onderzoek gebaseerd op een grote hoeveelheid cijfers - uit diverse landen. Wie iets anders wil betogen, moet eerste deze cijfers en analyse weerleggen.
    De motivatie om dat te doen is deze:

  Dit was een steen in de vijver van het tot dan toe gevoerde antisegregatiebeleid in het onderwijs, erop gericht scholen in elk geval niet 'zwarter' of 'witter' te maken dan de buurt waarin ze stonden.

Dus tijd voor de tegenaanval:
  SCP-wetenschapper Herweijer veegt nu op basis van ... de vloer aan met Dronkers' conclusies.

Ideologisch taalgebruik van de verslaggever. Bij de onderzoeker zal het waarschijnlijk ook het geval zijn.
  SCP-wetenschapper Herweijer ... op basis van Nederlandse data over basis- én voortgezet onderwijs ...

Wat alleen op wetenschappelijke basis kan, door aan te geven waarom de Nederlandse cijfers afwijken van de internationale. De eerste aanwijzing:
  Weliswaar doen de basisscholieren uit gemengde klassen het in hun taalvakken een tikkeltje slechter dan in homogene klassen, maar dat kan niet uit de etnische diversiteit worden verklaard. Eerder hebben die volgens het SCP te maken met de gemiddelde sociaal-economische achtergrond en opleiding van de ouders in de klas.

Iedereen weet dat de gemiddelde sociaal-economische achtergrond en opleiding van de ouders sterk gekoppeld is aan etniciteit. De stelling dat het taalverschil niet uit etnicitiet volgt is dus niet onderbouwd door deze tekst, en je mag, je gezonde verstand gebruikende en kijkende naar de taalachterstand van allochtone kinderen, algemeen bekend als zijnde gemiddelde anderhalf en meer jaar, stellen dat de onderzoeker hier de zaak al systematisch oplicht.
  Op het voortgezet onderwijs vond Herweijer helemaal geen prestatieverschillen meer die het gevolg zijn van de etnische samenstelling van een school.
    'De gemeten verschillen hebben eerder te maken met het schooltype vmbo, havo of vwo, dan met de mate van etnische spreiding.'

Wat een goeie grap. Inderdaad: die verschillen hebben te maken met schooltype: de zwak presterende allochtonen zitten voor het overgrote deel op vmbo, en de veel beter presterende Nederlandse kinderen vormen een ruime meerderheid op havo en vooral vwo.
   SCP-onderzoeker Herweijer is dus een doodgewone fraudeur die etnisch bepaalde verschillen vertaald in andere woorden. Verslaggever Gerrits die het allemaal ook kan zien en er toch zo enthousiast over doet, is een propagandist. En dat allemaal met deze reden en dit doel:
  'Lokale projecten zoals die in Deventer en Nijmegen lopen, om bevolkingsgroepen meer over de scholen te spreiden, kunnen in elk geval geen kwaad', concludeert Herweijer.
    'Ze leiden niet tot slechtere prestaties. En er zijn ook andere, maatschappelijke, redenen om een spreidingsbeleid te voeren.'

Oftewel: het multiculturalistische ideaal. Wij moeten accepteren dat immigranten ons apen, honden varkens noemen en onrein vinden.
    Maar er is nog een factor die de slechte gang van zaken innen de menswetenschappen verklaart:
 

De Volkskrant, 10-09-2007, ingezonden brief van Rita Wolters (Enkhuizen)

Zesjesmentaliteit

Ik heb een studie sociale wetenschappen gedaan. Voor ik begon, waren mijn verwachtingen hooggespannen. Ik zou de crème de la crème van het onderwijs gaan genieten, Het eerste jaar was goed, met interessante werkcolleges die de studie verdiepten. Daarna werd het onderwijs gereduceerd tot acht contacturen per week waarbij het vakinhoudelijk wel eens tegenviel: docenten die een boek gingen voorlezen tijdens college. Als je de stof in je hoofd stampte, kon je makkelijk een zes halen. Een zesjesmentaliteit is een wisselwerking: je oogst wat je zaait.


Red.:   De redactie kent precies hetzelfde verhaal uit zijn studietijd, met betrekking tot psychologie. Het toont een totaal gebrek aan inzet en wens tot diepgang met betrekking tot het vak. Binnen de universiteiten hebben de bèta-wetenschappers de naam van nerds die de hele dag op het laboratorium zitten - dat klopt, maar dat is het spiegelbeeld van de alfa's en gamma's, die je "zelden op werk achter hun bureaus zal treffen" - oftewel: alfa's en gamma's werken gewoon minder hard - een universitair algemeen erkend fenomeen.
    Terug naar de inhoud. Hoewel ... de volgende onderzoeker begaat de klassieke fout om aantal te verwarren met inhoud:


Uit: De Volkskrant, 04-07-2008, van verslaggeefster Sjoukje Budde

Onderzoeker: 'Als rechtse thema's vaker in de krant staan dan linkse, denkt de burger dat ze belangrijker zijn'

‘Halsema haalt Wilders nooit meer in’

Interview André Krouwel | De grote aandacht voor rechtse politici maakt de pers tot rechts bolwerk, stelt Krouwel


Wildersmoe is hij er niet van geworden. ‘Integendeel, ik vind het een razend interessant fenomeen’, zegt politicoloog André Krouwel van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Onder zijn leiding werden de voorpagina’s bekeken van elf landelijke kranten (gratis en betaald) in de eerste vijf maanden van 2008.
    Hoe vaak wordt er over politieke partijen en hun leiders geschreven, was een van de onderzoeksvragen. Het antwoord dat donderdag werd gepresenteerd: Femke Halsema (GroenLinks) 1,1 procent, Jan Marijnissen (SP) 1,4 procent, Rita Verdonk (TON) 6,9 procent, Wouter Bos (PvdA) 13,4 procent en op de eerste plaats Geert Wilders (PVV) met 42,8 procent.
    Rechtse onderwerpen domineren volgens Krouwel de kranten. ‘Het debat gaat bijvoorbeeld vaak over immigratie en Europa.’ Zijn conclusie: journalisten vormen geen linkse kerk, zoals Wilders graag stelt, maar eerder een rechtse kerk.

Hoe vaak de naam van een politicus voorkomt op de voorpagina van een krant zegt toch nog niks over de politieke kleur van die berichtgeving?
‘Die frequentie zegt wel degelijk iets. Niet zozeer hoe er over Wilders gesproken wordt, maar wel waar het debat over gaat. Dat zijn naam vaak voorkomt, maakt die berichtgeving in ieder geval niet politiek neutraal. Het zegt misschien niets over de lading die de krant eraan verbindt.
    ‘Toch is de kans groot dat in die 42,8 procent van de gevallen dat zijn naam wordt genoemd, de politicus zelf ook wel eens aan het woord komt. Van alle namen van politici, komt Femke Halsema bijvoorbeeld maar in 1,1 procent van de artikelen voor. Dus ik verzeker je, Halsema haalt Wilders nooit meer in.’

Maar in een kritisch stuk over Wilders komt zijn naam toch ook veel voor? Als er een anti-Wilderskrant zou bestaan, zou die als rechts uit uw onderzoek komen.
‘Dat klopt. Maar dan domineert zo iemand dus wel het debat. De kans dat zijn thema’s onder de aandacht komen, is groter dan de kans dat bij linkse thema’s gebeurt. Burgers denken dan dat dat belangrijker thema’s zijn.
    ‘Als kranten een inhoudelijke stelling tegen hem innemen, merk je dat niet in de door ons uitgevoerde frequentieanalyse, maar wel in een inhoudanalyse. Daarmee haal je dat er zo uit.’

Waarom maakt u al de onderzoeksresultaten bekend als er nog geen inhoudsanalyse is uitgevoerd?
‘Door te tellen hoe vaak bepaalde woorden voorkomen, laat je zien welke thema’s domineren. Dat patroon moet met een inhoudsanalyse verder worden verklaard. Op dit moment moeten we de 2,2 miljoen woorden nog lezen en met behulp van taalwetenschappers elk woord in zijn context onderzoeken. Maar de gevonden trend is zo sterk, dat we hebben besloten nu al te publiceren.
    ‘Wij denken zelfs dat de inhoudsanalyse het beeld zal versterken. Veertig procent van alle berichtgeving op de voorpagina’s is politiek gekleurd. Dat dit overwegend rechts gekleurd is, komt omdat rechtse politici vaker aan het woord worden gelaten.
    ‘Maar zestig procent van alle berichtgeving is politiek neutraal. Eigenlijk hebben we best een goede pers.’

Volgens het onderzoek domineren rechtse onderwerpen als economie en criminaliteit, maar ook de anti-Koranfilm Fitna van Wilders scoort hoog. Die film werd in maart op internet gezet, midden in uw onderzoek. Fitna veroorzaakte veel nieuws. Is het beeld hierdoor niet vertekend?
‘Wij wisten ook niet dat Fitna uitkwam toen we dit onderzoek startten. Dat tikt inderdaad lekker aan in de data. In de toptien van meest besproken onderwerpen op de voorpagina’s van Nederlandse kranten staat Fitna met 6,5 procent op een zesde plaats. Het is absurd, maar eigenlijk vind ik het nog meevallen. De meeste stukken gingen niet over de film, maar over de vrijheid van meningsuiting.’

In dit interview wordt de naam Wilders tien keer genoemd. Is dit daarmee nu ook een rechts stukje geworden?
‘Dat denk ik niet, maar om zeker te zijn moet ik het natuurlijk eerst op inhoud analyseren. Ik ben nu dus eigenlijk mijn eigen data aan het vervuilen. Maar dit komt niet op de voorpagina, toch?’


Red.:   Zelden een "wetenschapper" gezien die zichzelf zo vaak zo kort achter elkaar in de voet schiet - zelfs de journalist kan het niet missen. Om het samen te vatten: Krouwel onderzoekt de vraag wat zwaarder is: een schaal met stukjes lood of een schaal gevuld met veren, en hij komt triomfantelijk met het antwoord: "De schaal met veren is zwaarder, want er zijn veel meer veren dan stukjes lood." Dit alles vergezeld van ongeteste en onbewezen opmerkingen - hypotheses zou een echte wetenschapper zeggen:
De kans dat zijn thema’s onder de aandacht komen, is groter dan de kans dat bij linkse thema’s gebeurt. Burgers denken dan dat dat belangrijker thema’s zijn.
- Veertig procent van alle berichtgeving op de voorpagina’s is politiek gekleurd. Dat dit overwegend rechts gekleurd is, komt omdat rechtse politici vaker aan het woord worden gelaten.'
    Nog een stukje van Dick Wensink:


Uit: VARA TV Magazine, nr. 27-2008, rubriek Kijkkunde door Dick Wensink

Over sociale wetenschappers en hun formules die leiden tot de 'netto fractie'

Over sociale wetenschappen, waarin het tellen niet altijd wil lukken, zijn veel grappen gemaakt. Eentje beschrijft de sociale wetenschapper als iemand die een ton uitgeeft om een bordeel te vinden dat elke straatjongen hem kan wijzen. The nutty professor. Hoewel iedere tv-kijker weet dat hij de meeste programma 's niet van begin tot eind kijkt, kan een sociale wetenschapper daar nog knap moeilijk over doen. Die doet een ingewikkelde steekproef en meet hoe lang een kijker kijkt en een programma duurt. Die twee deelt hij door elkaar om de uitkomst 'netto fractie' te noemen, potjeslatijn voor het stukje programma dat kijkers gemiddeld kijken. Hij ontdekt vervolgens een echte 'wet': hoe langer een programma duurt, hoe lager de netto fractie. Hier zou de straatjongen zeggen: logisch, de kans datje in een programma van vijf minuten wegzapt, is veel kleiner dan in een programma van een uur.   ...


Red.:   Soms komen er ook signalen uit het vak:


Uit: De Volkskrant, 06-12-2008, door Olav Velthuis

Methodes | Amerikaanse hoogleraar Michael Burawoy vindt dat sociologen uit hun ivoren toren moeten komen

Vuile handen maken

Hij werkte in een motorenfabriek in Chicago, een Hongaarse staalfabriek en een Russische meubelfabriek. Zo leerde de Amerikaanse socioloog Michael Burawoy de praktijk van maatschappelijke systemen kennen. Als voorstander van de ‘publieke sociologie’ krijgt hij bijval, maar stuit hij ook op verzet van vakgenoten.

Tussentitel: ‘Je kunt pas begrijpen hoe de vrije markt of een centraal geleide economie werkt als je gaat kijken op de werkvloer’

‘Een academische loopgravenoorlog’ noemt de Amerikaanse socioloog Michael Burawoy de strijd die hij ontketende met zijn pleidooi voor ‘publieke sociologie’: de Amerikaanse hoogleraar aan de Universiteit van Berkeley en voormalig president van de American Sociological Association vindt dat sociologen uit hun ivoren toren moeten komen om zich tot een veel breder publiek te richten. Afgelopen week was hij in Nederland voor een conferentie aan de Universiteit van Amsterdam over engagement in de Nederlandse sociologie.
Terwijl veel studenten volgens Burawoy kiezen voor het vak omdat ze zich druk maken over maatschappelijk onrecht, wordt die motivatie er in de aanloopfase naar een academische carrière zorgvuldig uitgewrongen. In plaats daarvan komt een professionele focus op publicaties in gezaghebbende wetenschappelijke tijdschriften, die een toegangskaart vormen tot Ivy League-universiteiten als Princeton of Harvard. Hun onderzoek presenteren ze op conferenties waar alleen academici op afkomen die even gespecialiseerd zijn als zijzelf. Bij veel sociologen komt de gedachte volgens Burawoy niet eens meer op dat ze ook in gesprek kunnen gaan met buurtbewegingen, maatschappelijke organisaties of andere potentieel geïnteresseerden zonder academische graad.
   Burawoy’s pleidooi voor een herijking van de sociologenrol kreeg bij velen een warme ontvangst. Sommige universiteiten hebben ‘publieke sociologie’ in het onderwijsprogramma opgenomen, gebruiken het als leidraad bij nieuwe benoemingen of promoties, en loven prijzen uit aan medewerkers die zich op dat terrein verdienstelijk maken. Maar met name vanuit prestigieuze universiteiten klinkt afkeuring. Daar heerst de opvatting dat Burawoy de wetenschappelijke integriteit van de sociologie te grabbel gooit.   ...

U staat in de sociologiewereld bekend als marxist. Met de ideologische lading die u aan publieke sociologie geeft, is het toch niet verwonderlijk dat uw collega’s zich zorgen maken over wetenschappelijke integriteit?
‘Pas op. Ik zeg niet dat publieke sociologie progressief moet zijn; je kunt ook met conservatieve groeperingen in dialoog gaan, zoals een geloofsgemeenschap op het platteland. Maar uit statistieken blijkt nu eenmaal dat sociologen doorgaans progressief georiënteerd zijn. Ze waren bijvoorbeeld, in tegenstelling tot het Amerikaanse publiek, van begin af aan tegen de oorlog in Irak. Bovendien denk ik dat je ook in het publieke debat je wetenschappelijke integriteit kunt, ja zelfs moet behouden. Want je mag natuurlijk geen slaaf van je publiek worden. Waar ik me juist zorgen over maak, zijn al die commentatoren die in de media hun mening ventileren over maatschappelijke zaken, zonder dat ze enige kennis van zaken hebben, en dingen roepen die niet door wetenschappelijk onderzoek worden gestaafd.’   ...


Tussenstuk:
‘Ze schieten je met een katapult in het publieke debat’

Op het eerste gezicht lijkt er met de publieke rol van de socioloog in Nederland niets mis te zijn. Uit onderzoek dat de Amsterdamse socioloog Justus Uitermark afgelopen week presenteerde op een conferentie over maatschappelijk engagement in de sociale wetenschappen, blijkt bijvoorbeeld dat sociologen de grootste bijdrage leveren aan het integratiedebat op de opiniepagina’s van de Nederlandse kwaliteitskranten. ‘De typische rol van de Nederlandse socioloog, en de integratiesocioloog in het bijzonder’, schrijft Uitermark, ‘is dan ook om op het snijvlak te opereren van wetenschap, overheid en publiek debat.’  ...


Red.:   Tja, als je wat met je sociologie wilt doen in de wereld van de arbeid en je natuurlijk al snel een marxist ...
    Wat betreft de rol van de Nederlandse sociologen in met name het integratie die zo opgemeld wordt: die rol is die van een vrijwel volkomen gesloten front van multiculturalisme. Het heeft misschien iets met sociologie te maken, maar totaal niets met wetenschap - en alles met ideologie (even googlen op Justus Uitermark (uit het tussenstuk): publiceert veelvuldig samen met Jan Willem Duyvendak, één van de auteurs van het laatste (dec. 2008) extreem multiculturalistische schotschrift  ).
    Er was meer commentaar:


De Volkskrant
, 06-12-2008, ingezonden brief van Paul Haffmans (Amsterdam)

Ivoren toren

Ik ben het graag eens met professor Michael Burawoy (Kennis, 6 december) dat sociologen uit hun ivoren toren moeten komen en meer 'publieke sociologie' zouden moeten bedrijven op de werkvloer. Hij werkte onder meer in een motorenfabriek in Chicago en een Hongaarse staalfabriek.
    Maar waarom altijd zwakke minderheden opzoeken als onderzoeksonderwerp? Het lijkt mij verrassender eens te onderzoeken wat bankdirecties zoal 'bezielt'.
    Met name in de periode voorafgaand aan deze crisistijd. Hoe verloopt zo'n (ethische) 'afweging' wanneer het erop aankomt de hoogte van eigen honorering met bijpassende pensioenen en bonussen te bepalen. Blijkbaar gedoogd door het middenkader dat mee profiteert. Dat moeten sociologisch onthullende en verrassende afwegingen zijn met duidelijk maatschappelijke relevantie. Ga dus moedig met de bandrecorder de directiekamers in. Laat ons weten wat je hoort, dan kunnen we samen deze heren en dames weer in het gareel krijgen en houden.


Red.:   Dat werk van de sociologen wordt op deze website gedaan - zie bijvoorbeeld de serie Houding van de top  en de daarin genoemde bronverzamelingen, of die over Economen  , of die over de Financiële wereld  .
    Nog een sociologisch vak - een vak met zijn ideologie zo'n beetje ingebouwd:


Uit: De Volkskrant, 30-12-2009, door Linda Roodenburg, schrijfster en fotografe

Darwinjaar is ook zaak van antropoloog

We noemden ze barbaars en primitief en we legden het bewijs vast op foto’s, die we niet meer willen zien. Maar maak er toch weer gebruik van, bepleit Linda Roodenburg.

Het Darwinjaar loopt ten einde. Uit alle activiteiten zou je kunnen opmaken dat de evolutieleer alleen gaat over planten en dieren. De mens is niet aan bod gekomen. Waarom doen volkenkundige musea niet mee als het om Darwin gaat?
    De kopschuwheid van volkenkundige musea is begrijpelijk. De schedels, botten en andere mensenresten in de depots getuigen van een verleden waar we niet trots op zijn. Voor biologen is Darwin een held, maar antropologen en volkenkundigen hebben zijn gedachtengoed de deur uit gedaan.
    In On the origin of species hield Darwin in het midden wat de evolutietheorie voor de herkomst van de mens betekende. Strategisch was dat verstandig, maar het gevolg was dat mindere goden de leemte gingen vullen. Zij ‘vertaalden’ de theorie naar volken en culturen. Daaraan hebben we kwalificaties als ‘primitief’, ‘barbaars’ en ‘beschaafd’ te danken, het koppelen van rassen aan mentale kenmerken en de mate van beschaving die daarmee correspondeert. Apen stonden onderaan de evolutieladder, daarna kwamen primitieve volken als Aboriginals en Papoea’s en bovenaan stond de hoogontwikkelde Europeaan.
    Moderne antropologen verklaarden dit achterhaald en verruilden ‘ras’ voor ‘cultuur’. Na eugenetische experimenten en de genocide door de nazi’s, werd antropologisch onderzoek naar de relatie tussen aangeboren kenmerken en gedrag taboe. De banden tussen volkenkunde en evolutionisme werden definitief verbroken. ...
    Voor het onderzoek naar de evolutie van de mens stond niet alleen het scheppingsverhaal in de weg, er waren ook praktische bezwaren. Exotische planten en dieren kon je prepareren en mee naar huis nemen, met mensen was dat lastiger. Het nieuwe medium fotografie bood uitkomst. Foto’s konden fysieke kenmerken objectief en meetbaar weergeven. Er kwamen richtlijnen, die zo goed en zo kwaad als het ging door fotografen werden toegepast. Deze antropometrische fotografie bevindt zich in alle volkenkundige fotocollecties.
    Deskundigen serveren haar af in termen van ‘mensonterend’ en ‘racistisch’. ...
    ... Ongewenste voorwerpen kun je ‘repatriëren’ of ‘deselecteren’, maar van foto’s kom je niet zo makkelijk af. Het is een sterk soort dat zich vermenigvuldigt als konijnen. Ze overleven in gemuteerde vorm of duiken op in nieuwe biotopen. Deze foto’s, ooit verzameld voor wetenschappelijk onderzoek, ontsnapten uit de musea en verspreidden zich in miljoenenoplages via quasiwetenschappelijke bestsellers en ander ranzig drukwerk. Zo nestelden de stereotypen zich in ons collectieve onderbewustzijn. Onwillekeurig borrelen ze op als Boekestijntjes of vooroordelen waar we zelf van staan te kijken.
    Politici noemen de islam een achterlijke cultuur en mensen vragen zich oprecht af wat daar van waar is. ...
    Intussen lezen we in de krant dat genetisch onderzoek uitwijst dat crimineel gedrag ook aangeboren kan zijn. Zie je wel. Dit onderzoek wordt weliswaar niet meer met ras in verband gebracht, maar het antropologische cultuuridee dat zich verzette tegen de aangeboren basis van gedrag, wordt hiermee wel onderuit gehaald. Antropologie en volkenkunde zouden hier op zijn minst tegenwicht kunnen bieden.
    Laat volkenkundige musea en antropologen over hun gêne heen stappen en zich roeren in debatten over mensen en culturen, door hen voor te stellen als medeburgers in een multiculturele samenleving en niet als exotische volken uit Verweggistan. ...


Red.:   Of afgekort in de woorden van één van de grondleggers van de culturele antropologie, Claude Lévi-Strauss: "De rationaliteit van het wilde denken" - een multiculturalistische oxymoron  .
    Nog een stukje inmenging van de antropologie in het multiculturele debat. Het rechtse kabinet van 2011 heeft afscheid genomen van het multiculturele ideaal, en minister Verhagen heeft dat nog eens duidelijk geformuleerd. Zij het in termen van "angst voor" allochtone immigranten in plaats van het juistere "afkeer van hun gedrag". De cultureel antropologen stikken natuurlijk in hun maaltijd:


Uit: De Volkskrant, 01-07-2011, ingezonden brief van Rivke Jaffe, Maarten Onneweer & Annemarie Samuels, Instituut Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie, Universiteit Leiden

Angst voor de Ander

Het feit dat vicepremier Verhagen (in zijn toespraak van 28 juni, O&D) angst voor 'buitenlanders' begrijpelijk en terecht vindt, baart ons ernstige zorgen. Juist een rooms-katholieke CDA'er zou moeten begrijpen hoe belangrijk het is om een dergelijke angst voor de Ander te overwinnen.   ...


Red.:   Zoals gezegd: het is een kwestie van afkeer van gedrag. Leugen één, dus
  Is ons collectief geheugen zo kort dat we zijn vergeten hoe lang rooms-katholieken als een vreemde, bedreigende, ja haast buitenlandse groep werden gezien? Nauwelijks een halve eeuw geleden werd er binnen het verzuilde Nederland nog volop gewaarschuwd voor 'het roomse gevaar'. De katholieken uit het zuiden van het land - met hun paapse gewoontes, hun grote gezinnen en hun vermeende loyaliteit aan Rome - veroorzaakten destijds ook veel onbehagen. Toch rouwen weinig Nederlanders om het einde van de verzuiling.

Aan die verzuiling is geen einde gekomen door vermenging. Er is een eind aan gekomen omdat aan beide kanten de kerken zijn leeggelopen. Antropologisch onbenul, dus.
  Het CDA is in 1980 ontstaan uit voormalige aartsvijanden KVP, CHU en ARP. Tegenwoordig verenigt het CDA relatief probleemloos protestantse en rooms-katholieke leden.

Nog een leugen: de richtingenstrijd altijd onderhuids aanwezig, en bij problemen heftig.
   En antropologisch onbenul nummer twee: het aanroepen van de verschillen tussen katholieken en protestanten berust op een gelijkstelling. Neem nu het verschil tussen katholieken en protestant als dat tussen 5 en 6 - ze hadden namelijk natuurlijk veel meer gemeen dan dat ze verschilden. Op dezelfde schaal is het verschil tussen, zeg, protestanten en moslims dat tussen 5 en 25. De gelijkstelling van het verschil tussen protestant en katholiek met dat tussen protestant en moslim is ernstig onbenul.
    Een van de auteurs, Rivke Jaffe, schrijft met enige regelmaat een column in het Leidse universoiteitsblad. Hier nadere toelichting van haar wetenschappelijke geloofsbrieven:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 19-04-2012, column door Rivke Jaffe, universitair docent culturele antropologie

Bestaat een niet-Nederlands uiterlijk?


Red.:
   Bij zo'n titel wrijf je als liefhebber van astrologie, wichelarij en Ouija-borden natuurlijk al meteen in je handen. Hier gaat iemand bewijzen dat Japanners gemiddeld even lang zijn als Nederlanders. En dat Japanners geen "scheve ogen hebben". En dezelfde soort oorsmeer hebben (nog zo'n een hard aangetoond lichamelijk onderscheid).
    Maar er was in de ogen van de gelovige misschien wel enige aanleiding voor de bloedstuwing:

  De afgelopen weken was een artikel van Leidse criminologen en juristen volop in het nieuws: uit hun onderzoek blijkt dat politierechters verdachten met een niet-Nederlands uiterlijk strenger straffen.

Een onderzoek van hetzelfde allooi als dat van Diederik Stapel, ongetwijfeld - de werkelijkheid is namelijk tegenovergesteld uitleg of detail . Ongetwijfeld zijn de veronderstelde resultaten het gevolg  van de sterke oververtegenwoordiging van allochtonen in de criminaliteit uitleg of detail .
  Een belangrijk onderzoek, want het wijst op de institutionalisering van discriminatie binnen het rechtsstelsel, bij uitstek een institutie waar gelijke behandeling centraal zou moeten staan. Blijkbaar is Vrouwe Justitia toch niet zo blind.

Iets dat de onderzoekers ongetwijfeld al van mening waren lang voor de start van het onderzoek - anders ga je zo'n soort onderzoek namelijk niet doen, want ieder normaal mens gaat er vanuit dat dat níet gebeurd in de rechtszaal. Rivke Jaffe en de overgrote meerderheid van de overige collega's gaan uit van een ander werkvermoeden: het blanke racisme (gekleurd racisme is er natuurlijk niet ...).
  Ik was zelf bij het lezen van het artikel (gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad) geïntrigeerd door een ander aspect, namelijk het gebruik van de term 'niet-Nederlands uiterlijk'.
    Hoe meet je zoiets? Wat is een 'niet-Nederlands uiterlijk', en hoe operationaliseer je het als variabele? Je komt al snel uit bij andere, politiek-filosofische kwesties uit: wat is überhaupt 'Nederlands'?

Beste Rivke, dat is heel simpel: je gaat met twee blaadjes, één gevuld met een dozijn foto's van Chinezen en één gevuld met een dozijn foto's van Nederlanders, dat wil zeggen: geen immigranten, naar de Leidse Haarlemmerstraat, en je vraagt aan zeg, zo'n honderd gewone Leidenaar om aan te wijzen wie de Chinezen zijn, en wie de Nederlanders. En noteer het aantal gewone Leidenaars dat het mis heeft.
   Goed, Rivke weet dus dat er geen echt verschil is. Dus moeten de verschijnselen die dat suggereren natuurlijk een andere oorzaak hebben:
  Aan de Universiteit van Amsterdam is een groep sociologen en antropologen bezig met een onderzoek naar de 'culturalisering van burgerschap'. Zij kijken naar hoe, binnen Nederlandse discussies over burgerschap, de nadruk is verschoven van juridische definities naar culturele definities. Nederlanderschap wordt steeds minder gezien als een nationaliteit, een staatsburgerlijke status, en steeds meer als een culturele eigenschap of affiniteit. Dit Amsterdamse onderzoek biedt een sterke analyse van recente maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.

Precies wat de sociologen en antropologen dus al dachten (denkt u nu ook weer aan Diederik Stapel?).
  Maar het belang van uiterlijke, lichamelijke kenmerken in processen van in- en uitsluiting komt nauwelijks aan bod.
    Hoe zit het met de 'somatisering' van burgerschap? Bewust of onbewust is voor veel mensen Nederlanderschap niet alleen een kwestie van paspoort of cultuur, maar ook van uiterlijk. Hoeveel generaties je familie ook in Nederland woont, hoe cultureel aangepast je ook bent, als je uiterlijk 'afwijkend' is (van een blonde, blauwogige norm?) zal je vaak als 'niet-Nederlands' worden ingedeeld.
    Het Leidse onderzoek werd uitgevoerd op basis van observaties door studenten met een gestandaardiseerde checklist. Bij navraag begreep ik dat de variabele 'niet-Nederlands uiterlijk' gebaseerd was op een combinatie van de subjectieve inschatting van de observant, en de registratie van het geboorteland van de verdachte. Bij onduidelijkheden moesten observanten dit kenmerk open laten. Als er onzekerheid bestond of het uiterlijk van de verdachte al dan niet Nederlands was, werd die case niet opgenomen in de analyse. Dit was slechts in tien van de 541 zaken het geval, dus de observanten voelden zich vrij zeker over hun vermogen het onderscheid tussen een Nederlands en een niet-Nederlands uiterlijk te maken.

Rivke gelooft er geen barst van dat de Leidse Haarlemmerstraat het onderscheid tussen Chinezen en Nederlanders kan maken ...   
  Als we niet uitkijken, draagt ons wetenschappelijke werk ook bij aan de somatisering van burgerschap. Studenten – en allicht zelfs rechters – denken een trefzeker onderscheid denken te kunnen maken tussen Nederlandse en niet-Nederlandse gezichten of lichamen. Kunnen wij wetenschappers het ons permitteren om die assumpties, of die taal, kritiekloos over te nemen? Als we er in ons onderzoek vanuit gaan dat – hoe subjectief gedefinieerd ook – er iets bestaat als een niet-Nederlands uiterlijk, versterken we de associatie tussen nationaliteit en fenotype.

Je hoort het hoe ze het zichzelf wijsmaakt. In weerwil van de kennis van het tegendeel dat toch ergens in haar hoofd moet moeten zitten.
  Mijn eigen discipline, de antropologie, heeft een roemloze geschiedenis van somatische categorisering. Diverse vormen van 'antropometrie', van schedelmeten tot visuele ordeningen, werden ingezet om de mensheid in een afgebakende serie standaardtypen te verdelen.

En dat is natuurlijk iets dat nooooit meer mag gebeuren.
   Oh ja, we schreven zojuist dat de kennis van het tegendeel ongetwijfeld in haar hoofd moest zitten. Dat schreven we niet alleen op grond van gezond verstand:
  Daarnaast heb ik zelf een uiterlijk en een naam die vaak als niet-Nederlands worden geïnterpreteerd.

Ach ja ... Die specifieke niet-Nederlandse afkomst hoeft nauwelijks naar geraden te worden. En die verklaart veel: nooit geen holocaust meer. Dat dit soort ideologische en leugenachtige verhalen de snelste weg richting volgende holocaust wijzen, is iets dat de antropoloog met 100 procent zekerheid ontgaan is.
    Soms wordt de cultureel antropoloog ook wel ernstig geprovoceerd. Zoals bijvoorbeeld door Robbert Dijkgraaf, scheidend voorzitter, schrijvende juni 2012, van de Koninklijke Academie der Wetenschappen. Dijkgraaf hield een afscheidstoespraak waarin zei hij dat dat "wetenschap oriëntatie biedt". Het was deze redactie, net als Robbert Dijkgraaf afkomstig uit de natuurwetenschap, niet opgevallen, want voor natuurwetenschapper is dit ene open deur. Zonder wetenschap is is het leven een absurd theater bezet door een variaties aan acteurs uiteenlopend van mensen tot bacteriën, zodat dat er een enkel verband is tussen al die figuranten.
   In hun primitieve pogingen enige orde te scheppen in dit theater, zijn de oermensen gekomen met zoiets als religie: sla op de trom en het gaat regenen. En enige tienduizenden jaren met dit stokje voor de blinden, is met horten en stoten uiteindelijk iets ontstaan als natuurwetenschap, die heeft laten zien hoe de acteurs in het theater aan elkaar verwant zijn. En hoe die verwantschappen in de loop van de tijd geëvolueerd zijn. Een verheldering die ook uitermate praktisch is gebleken daar ze ook leidde tot de opkomst van techniek die toch rustig spectaculair genoemd kan worden ten opzichte van eerdere strevingen van d mensheid in die richting.
    Goed, wetenschap leidt dus tot oriëntatie. Maar niet als je geen natuurwetenschapper bent. Gewone mensen hebben er geen probleem mee, maar wel wetenschappers die geen natuurwetenschappers zijn. Want die wetenschappers hebben hun eigen methodiek ontwikkeld uit de religie: de ideologie. En deel van die ideologie is dat er geen evolutie is van menselijke culturen, want die zijn allemaal een en hetzelfde: de menselijke cultuur. Er is dus geen oriëntatie nodig en gewenst aangaande culturen. En omdat de menselijke cultuur nu eenmaal nauw verweven is met tal van andere zaken, kan er ook geen oriëntatie in het algemeen zijn. Kijk maar:


Uit: De Volkskrant, 05-06-2012, door Stef Aupers, cultuursocioloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Media voeden scepsis over wetenschap

Wetenschap biedt volgens Robbert Dijkgraaf een 'gevoel van oriëntatie'. Het tegendeel is waar.

Na de politici hebben nu ook wetenschappers hun ivoren torens verlaten en proberen zij de kloof met de burger te dichten. Grote roerganger is vertrekkend KNAW-president Robbert Dijkgraaf - een aimabele man met een goed verhaal. Hij gaf op Hemelvaartsdag een college bij De Wereld Draait Door over de oerknal - de oorsprong van het heelal en het leven op aarde. 'Wetenschap', stelde Dijkgraaf vooraf vast, is voor iedereen en biedt een 'gevoel van oriëntatie'.   ...


Red.:   De algemene waarde van het verhaal van de cultuursocioloog kan al meteen ingeschat worden, aan de hand van het gebruik van de term 'roerganger'. Een retorische truc, en de regel is: hoe meer retorische trucs, hoe meer kans dat de auteur liegt en dat het tegendeel van wat hij beweert waar is. Dit is er nog slechts één, maar de trend is daar.

  ... vergroten we het maatschappelijk draagvlak door een popularisering van wetenschap via de media? Het tegendeel is waar.

Tweede retorische truc: Ad ponandum uitleg of detail : het uiten van een bewering die tegen het gezonde verstand ingaat zonder een enkele onderbouwing. Je kan net zo goed beweren: popularisering van een nieuwe merk wasmiddel via de media is contraproductief. Er is een hele industrie die op het tegendeel wijst.
  Het vertrouwen in wetenschap neemt alleen maar af in westerse samenlevingen - vooral onder laagopgeleiden.

Derde retorische truc: Ad ponandum. Reactie: bewijs het. Als er sprake is van een afname van vertrouwen, dan is dat onder alfa's, dat wil zeggen: intellectuelen. De hogere klassen. Die voelen zich namelijk bedreigd door de bèta-wetenschap.
    Drie retorisch trucs. De man is hoogstwaarschijnlijk een leugenaar.
    Maar we gaan verder:
  Mediatisering neemt dat wantrouwen niet weg maar voedt juist de twijfel, de scepsis en het wantrouwen. Via de media worden mensen onophoudelijk geconfronteerd met de tegenstrijdigheid van wetenschappelijke claims. Neurobiologen als Dick Swaab, psychiaters als Bram Bakker en filosofen als Stine Jensen bestoken ons enthousiast met verschillende verhalen over wie wij in essentie zijn.

Wat een goeie grap. Dick Swaab en Bram Bakker zijn gamma-wetenschappers (psycholoog en psychiater), en Stine Jensen een alfa. Vijanden van de natuurwetenschap. Vijanden van de wetenschap. Want volgens het Engelse taalgebruik is science gelijk aan natuurwetenschap. Die andere dingen zijn studies - geen wetenschappen.
    De  volgende reeks:
  Discussie tussen en binnen disciplines; methodische twijfel over empirische bevindingen en theorieën - zij zijn inherent aan wetenschapsbeoefening. Maar waar debat voorheen plaatsvond achter de muren van laboratoria en universiteiten, daar is zij de laatste decennia transparant gemaakt voor het grote publiek. Kranten, tijdschriften, radio en televisie bestoken ons met tegenstrijdige onderzoeksresultaten: visolie is goed voor het hart; van visolie krijg je kanker; opvoeden doe je met empathie; opvoeden doe je met harde hand; het gaat beter met het klimaat; we stevenen af op een ecologische catastrofe; vaccinaties tegen de Mexicaanse griep zijn noodzakelijk; zij zijn overbodig of zelfs gevaarlijk.

Nog mooier: aangaande visolie geeft de wetenschap eenduidige resultaten - de weerspraak komt van de voedingmiddelenindustrie. Over opvoeden is het wetenschappelijke resultaat ook duidelijk, maar de gamma-wetenschappers houden hardnekkig vast aan ideologietjes, en het geval van het klimaat hoeft nauwelijks toelichting: een klassieke geval van natuurwetenschap versus belangengroepen, ideologen, en diverse andere groepen waarbij de draadjes van de redelijkheid nogal los zitten.
   Er komt nog een voorbeeld aan:
  Een recent voorbeeld: NRC Handelsblad beweerde op 11 augustus 2011 dat 'uit onderzoek blijkt' dat Nederlandse jongeren in de topvijf van zware drinkers zitten in Europa; de Volkskrant doet een duit in het zakje en stelt op 25 april dit jaar: 'Comazuipen neemt toe'. Een week later, op 2 mei 2012, wijdt de Volkskrant een artikel aan een onderzoek waaruit 'blijkt' dat het alcoholgebruik onder Nederlandse jongeren juist daalt en dat zij de meest matige drinkers uit Europa zijn.

Een zeer sneu misverstand: het doen van ene enquête is geen wetenschap. Dat is op zijn best "studie". Maar degenen die gewoonlijk enquêtes ondernemen, sociologen en aanverwante, kunnen op dit vlak nog niet een koe van een paard onderscheiden uitleg of detail .
    En:
  ... twee klimaatwetenschappers die elkaar retorisch de hersens inslaan in DWDD, Knevel & van den Brink of Pauw & Witteman. De conclusie die mensen trekken is dan al snel: 'wetenschap is ook maar een mening', 'wetenschappers lullen maar wat' en het perspectief van deze 'experts' op de werkelijkheid verschilt niet fundamenteel van dat van de gewone man.

De feiten hierover zijn allang bekend: 90 procent van de wetenschappers die er ook maar iets mee te maken hebben, zijn het eens met het idee van klimaatopwarming. Ongeveer zo eenzijdig als ene positie mat kan zijn. de figuur die tegenover een klimaatwetenschapper gezet wordt, is hoogstwaarschijnlijk een charlatan, en en ieder ieder geval zwaar overgerepresenteerd. Je kan net zo goed een discussie over het effect van bidden voor regen organiseren tussen een meteoroloog en een imam. En dan na afloop stellen dat er twijfel bestaat over de effectiviteit van de meteoroloog ten opzichte van die imam, en dat hun opvatting dus ook maar meningen zijn.
    Waarna dit verhaal ene geval wordt van de regel dat op iedere regel uitzonderingen zijn. Want gewoonlijk valt er in dit soort verhalen geen enkele vorm van zinnigheid te detecteren, maar hier is daarop een uitzondering:
   De media maken dergelijke tegenstrijdigheden binnen de wetenschappelijke gemeenschap niet alleen transparant, zij selecteren actief op conflict in plaats van consensus. Onomstreden feiten zijn niet mediageniek.

Even corrigerende dat het dus normaliter niet over twee wetenschappers gaat, is het wel zo dat media selecteren op conflict. Hetgeen ze dus mede doen door tegenover de wetenschapper een imam te zetten. Of iemand van soortgelijk allooi. Zoiets al een socioloog die komt beweren dat de cultuur van die imam echte evenveel waard is dal die van de meteoroloog. Of een pedagoog die komt beweren dat kinderen volstoppen met zoetigheid en vet en materialistische zaken en ze ongecontroleerd loslaten op de rest van mensheid ook een manier van opvoeden is uitleg of detail . Want iets anders is "streng zijn", en dat kan echt niet. Dat beklemt de creativiteit.
    Kijk, als je dat soort dingen gelooft, het soort dingen waar de cultuursociologie in gelooft, is het geen wonder dat je tot de volgende conclusie komt:
  Terug naar Robbert Dijkgraaf: biedt wetenschap een 'gevoel van oriëntatie'? Dat is naïef verlichtingsdenken gebaseerd op een wensdroom - meer gebaseerd op hoop dan op realiteit. Wetenschap, vooral via de media, kweekt juist een 'gevoel van desoriëntatie'.

Waarbij het laatste gebruik van de term "wetenschap" ongetwijfeld slaat op de eigen wetenschap van de cultuurfilosoof.
    Maar dé achilleshiel van de culture antropoloog blijft natuurlijk de andere cultuur en zijn gelijkwaardigheid:


Uit: De Volkskrant, 23-03-2013, ingezonden brief van Ineke Roex, antropoloog, Berg en Dal

Spiegel

Docent Wilbert van Rijen (O&D, 20 maart) houdt ons een spiegel voor als hij zegt dat het integratieproces van vooral allochtonen met een islamitische achtergrond verre van optimaal verloopt.
     Hij constateert terecht dat het onder zijn leerlingen not done is om te trouwen met een blanke kaaskop en dat zij zich in de eerste plaats moslim voelen, daarna Turk/Marokkaan en als laatste zeggen iets met Nederland te hebben. Dat is een waarheid als een koe. Net als dat alle mensen gelijk zijn, zoals hij schrijft.
    Ongemerkt laat hij zien dat ook culturen op elkaar lijken. Ik woon dertig jaar in blanke getto's en doe tien jaar onderzoek onder moslims in Nederland. Ik constateer dat de mensen in mijn omgeving de leerlingen van Wilbert in de eerste plaats moslim noemen, dan stellen dat deze kinderen Turks/Marokkaans zijn en toevallig ook iets met Nederland hebben. Dat doen niet alleen kennissen, vrienden, familie en buren, maar ook collega's, bestuurders en politici.
    Tenslotte is het not done in deze kringen om je dochter of zoon te laten trouwen met een Marokkaanse/Turkse/islamitische meid of jongen. Of minstens problematisch. Het integratieproces verloopt inderdaad nog verre van optimaal. Ieder zijn eigen getto.


Red.:   Een vrij langgerekte vorm van "Er zijn ook Nederlanders die ..." - en vul op de puntjes maar alles in waarop de allochtone immigrant slecht scoort.
    Voor de gein tussengevoegd, een knipseltje uit de VARAgids:


Uit: VARAgids, nr. 46-2011, 17-11-2011, programma-aankondiging

The other end of the line

(2008, James Dodson) Zoete romantische komedie zonder verrassingen over een meisje werkzaam bij en call center in India (Shriya Saran) die valt voor de stem van Jesse Metcalfe (de jonge tuinman uit Desparate Housewives) die haar bevraagt over een probleem met zijn creditcard. Ze besluit uiteindelijk zelfs naar zijn woonplaats San Francisco te vliegen. ...


Red.:   Het gaat om de bijbehorende illustratie:

indiase

Vraagje aan Rivke: Wat zou dat nu zijn: iemand uit Lapland, uit China, of uit Afrika? Of zou de regie gekozen hebben voor een vrouw die eruitzag als iemand uit India?
    Wat een gigantische hoeveelheid onbenul, hè ...
    De houdingen van de antropologie komen het sterkst naar buiten in zaken waarin de culturen elkaar direct raken, waarvan het kolonialisme ongeveer het eerste grote geval is. Waarvan men dan graag weer als eerste over de slavernij heeft, met als aanhef: "Men heeft het nooit over de slavernij, laten we het eens over de slavernij hebben". Waarvan in 2011 de zoveelste versie werd afgedraaid, in de vorm van een serie uitgezonden door de NPR.  Tijdens het reclamefilmpje voor de serie spreekt de negerman de volgende zin uit "De slavernij is de meest vergeten periode uit de Nederlandse geschiedenis".
    In de uitvoering is gekozen voor de vorm van een menging van de menselijke factor en achtergrondfeiten. Maar dat houdt dus de aanwezigheid van onafhankelijke deskundigen in. En met die onafhankelijke deskundigen loop je een risico - het risico dat ze onafhankelijke feiten gaan noemen. Wat dus gebeurde, tot ongenoegen van andere onafhankelijke deskundigen, namelijk degenen die iets minder hebben met de onafhankelijke feiten:


Uit: De Volkskrant, 15-10-2011, Aspha Bijnaar, Gert Oostindie en Alex van Stipriaan.

Serie slavernij was te vaak te relativerend

In de tv-serie De Slavernij is gekozen voor het geven van veel context. Dit leidt tot zoveel relativering dat het lijkt alsof het nogal meeviel met de slavernij.


Tussentitel: Slavernij blijft een wrede en beschamende geschiedenis


Red.:   De boodschap. De slavernij is de "black holocaust". En de boodschap komt niet van de minsten:
  Als adviseurs zijn wij persoonlijk betrokken geweest bij de opzet ervan, maar de uitwerking ging buiten ons om, die zien ook wij nu pas op tv.   ...

Aspha Bijnaar is verbonden aan het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee).
Gert Oostindie is verbonden aan KITLV-KNAW en de universiteit Leiden.
Alex van Stipriaan is verbonden aan het Tropenmuseum en de EUR.

Maar achteraf vinden ze dus:
  Het is goed dat de serie er is en wij horen vooral van een niet-ingewijd publiek veel positieve reacties. Maar er is ook heftige kritiek te horen, met name van hen voor wie deze geschiedenis meer vertrouwd is, wetenschappers incluis. En die kritiek is in sommige opzichten volkomen terecht.

Waarna nog een flink stuk pretpraat volgt om tot de essentie te komen:
  Natuurlijk is de serie geen poging het slavernijverleden van Nederland weg te moffelen of te vergoelijken. Integendeel, de serie maakt duidelijk dat het slavernijverleden bij de Nederlandse geschiedenis hoort. Maar deze boodschap wordt inderdaad nogal lichtvoetig gebracht.

Grappig genoeg wordt dit tot in detail uitgelegd:
  Voor het grote verhaal worden terecht woorden gebruikt als 'dramatisch', 'de hel', 'mensonterend'.

Oftewel: de bombast en retoriek van de bekende boodschap: de black holocaust.
  Maar zodra wordt ingezoomd op concrete mensen, gebeurtenissen of afwegingen leidt de ook door ons bepleite keuze voor het geven van veel context nogal eens tot een overmaat van relativering, soms zelfs een beeld van harmonie. Dan lijkt alles nogal te zijn meegevallen; er viel 'best leuk te leven' op een Surinaamse plantage, zoals het heet in de vierde aflevering; harde straffen waren nauwelijks aan de orde.

Een leugen. Wat er gezegd werd dat er wel harde straffen werden uitgedeeld, maar dat dat geen dagelijkse maar een meer uitzonderlijke gebeurtenis was. Tezamen met de veroordelingen van het specifieke geweld en woorden als  'dramatisch', 'de hel', 'mensonterend' een redelijk plausibel beeld.
    Maar dan volgt het hoogtepunt in dit artikel: de argumentje:
  Natuurlijk, het sterftepercentage van Afrikanen was tijdens de overtocht naar het Caribisch gebied niet hoger dan dat van de matrozen, in Nederland hadden de armen het ook niet best, Afrikanen zelf waren de toeleveranciers van slaven aan de Europeanen, de plantages waren geen concentratiekampen, slavernij is van alle tijden... Allemaal waar, maar het geven van zoveel context schiet vaak zijn doel voorbij, zeker als dat gemoedelijk voortkabbelend wordt verteld.

    Het essentiële punt in hun lijstje verzachtende omstandigheden aangaande de black holocaust is natuurlijk dit: 'Afrikanen zelf waren de toeleveranciers van slaven aan de Europeanen'. Dat het essentieel is, weten ook de black holocaust-aanhangers hulpverleners, multiculturalisten en antropologen , want als er iets verdonkeremaand wordt in deze context is het niet de straffen en de mensonterendheid, maar het feit dat het Europese "slavenhalen" in hoge mate beperkt was tot "slaven vervoeren", want de slaven werden "kant en klaar" afgeleverd door Afrikanen, negers, bij de blanke nederzettingen (nauwelijks meer dan enkele forten) aan de kust. Het slavenhalen werd gedaan door de Afrikanen.
    De auteurs maken bezwaar tegen de vermelding van dit feit  - het artikel is een en al verontwaardig over dat de serie De slavernij de negers niet uitsluitend afschildert als de volkomen onschuldige slachtoffers van een volkomen harteloze stel massa-moordenaars:
  Die laatste aflevering moet dan wel heel veel bijspijkeren, als correctie op keuzen die eerder in deze serie zijn gemaakt. Te vaak is daar gekozen voor de relativerende toon, te weinig voor het tegengeluid, een ander perspectief, het debat

     Dit was de situatie in het "openbare" debat, wat geen debat si want de feiten mogen niet besproken  worden. Die feiten werden wat verder uitgewerkt in het academische debat:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 29-09-2011, door Vincent Bongers

'Er bestond geen Black Holocaust'

Hoe moet Nederland omgaan met zijn slavernijverleden? Mare vroeg het drie experts. 'Mensen zijn niet gebaat bij excuses'

Tussentitel: Slavernij was gewoon business

Slavernij staat weer in de belangstelling. ...


Red.:   Let op dat 'weer''. Oftewel: slavernij staat met regelmaat in de belangstelling.
  Mare vroeg drie Leidse kenners hoe om te gaan met een pijnlijke periode uit de geschiedenis.
    Gert Oostindie is hoogleraar Caraïbische geschiedenis, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en werkte mee aan het scenario van De Slavernij. Piet Emmer, emeritus hoogleraar geschiedenis, is ook te zien in de serie en verzorgt momenteel de Studium Generale-reeks ‘Nederland en de Europese expansie overzee’. Lotte Pelckmans promoveerde vorige week op antropologisch onderzoek naar de gevolgen van slavernij in Mali.

Gert Oostindie zijn we dus zonet tegengekomen. Let op zijn woorden in Mare in vergelijking tot die in de Volkskrant.
  Slavernij was toch gewoon?
Oostindie: ‘Wij vinden het bizar, maar in de hele wereldgeschiedenis is onvrijheid een constante.’

Precies dus het soort relativerende opmerking die Oostindie in de Volkskrant nog afkeurde.
  Pelckmans: ‘Je moet het in de juiste tijdsgeest zien, maar dat mag geen excuus zijn. Het is geen reden om de zaak te banaliseren en er geen aandacht aan te schenken.’
    Emmer: ‘We willen voortdurend dat 17e-eeuwse mensen door de ogen kijken van de 21e eeuw. Dat werkt niet. Met het geweten van nu was men er nooit aan begonnen. En als je uitrekent wat de slavenhandel opbracht, vraag je je af waarom ze in vredesnaam zoveel moeite deden. Het leverde wel enige winst op, maar als je het afzet tegen het nationaal inkomen is het miniem. Nederland was verantwoordelijk voor ongeveer vijf procent van de trans-Atlantische slavenhandel.’
    Oostindie: ‘Plantages waren geen concentratiekampen, het was geen “Black Holocaust”, al wordt dat soms gesuggereerd. De Holocaust was erop gericht om zoveel mogelijk mensen te vernietigen. Slavenhandel was niet bedoeld om Afrikanen dood te maken, maar juist om rijk te worden - zij het over de rug van anderen ...

En alweer spreekt Oostindie anders dan in de Volkskrant. Zijn laatste opmerking is overigens niet ter zake doende: rijk worden gaat vrijwel altijd over de rug van anderen, ook nu. En vervolgens gaat het helemaal mis:
  Slavenhandel was niet bedoeld om Afrikanen dood te maken, maar juist om rijk te worden ... met racistische argumenten.

Voor het laatste is een tegenargument: Amerikaanse indianen werden niet tot slaven gemaakt. De tussentitel zegt het nog eens duidelijk: het drijvende argumenten was geld. De slechte behandeling was het gevolg.
    Nog een argument:
  Emmer: ‘Waarom maakten ze niet gewoon arme Nederlanders tot slaaf? Dat was makkelijker. We hebben vreselijke dingen met Europeanen gedaan, maar tot slaaf maken gebeurde niet. Het was culturele voorkeur om het niet de doen. Al is dat een zwak argument. Met eigen volk gingen we ook slecht om.’

Waarvan akte.
   Volgende tafereel:
  Zijn excuses nodig?
Oostindie: ‘Publiekelijk zeggen: “Dit had zo niet gemogen,” moet natuurlijk wel en dat is ook gebeurd. Verder is het belangrijk om op fatsoenlijke manier om te gaan met de voormalige koloniën in de vorm van erkenning en ook ontwikkelingshulp.’
    Emmer: ‘Maar je kunt nog veel meer schuldvragen stellen. Vrouwen werden niet als gelijke behandeld. Kinderarbeid was aan de orde van de dag. En wat te denken van dierenmishandeling? We hebben ook geen hondenkarren meer.’
    Pelckmans: ‘Ik denk dat mensen niet echt gebaat zijn bij excuses. Investeer liever geld in het publiek maken en het verhaal vertellen. Het gaat er om dat mensen zich bewust worden en blijven van het slavernijverleden en dat ook met het heden kunnen verbinden.’
     Oostindie: ‘De Nederlandse staat benadert het verleden op een rare moraliserende wijze. In 2002 werd de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) herdacht in de Ridderzaal. De koningin en premier Kok waren erbij. Er hing een feestelijke sfeer. Drie maanden later waren dezelfde prominenten aanwezig bij de onthulling van het Nationaal Monument Slavernijverleden. Toen was het juist spijt betuigen geblazen over de core business van de West-Indische Compagnie (WIC).
    De overheid waait mee met wat bepaalde groepen migranten willen: “Indische Nederlanders, zijn jullie trots op de VOC en niet boos over het kolonialisme? Dat komt goed uit. Dat zijn wij eigenlijk ook. “Surinamers en Antillianen: Jullie zijn niet blij met de WIC, dan zijn wij dat ook niet.” Dat is “u vraagt, wij draaien.”’

Allemaal uit politieke-correctheid: als een minderheidsgroep iets vraagt, geef je het. Anders discrimineer je en ben je een racist.
    En dan dat andere dan al genoemd is:
  Pelckmans: ‘In West-Afrika wordt de interne slavernij in de doofpot gestopt. De aandacht gaat uit naar de trans-Atlantische slavenhandel. Het komt overheden goed uit om een gezamenlijke boeman te hebben, dat leidt af van de eigen problematiek. Het schept ook eenheid in de West-Afrikaanse natiestaten die nog zo jong zijn. Als je gaat porren in het verleden van die landen krijg je conflicten en verwijten.’

Inderdaad: de slavernijdiscussie is een instrument. Voor vieze zaken.   
  Heeft slavernij ondanks de ellende ook positieve kanten?
Emmer: ‘Dat is het rare. Er zitten veel vreselijke aspecten aan. Maar op het punt van voedsel was vaak niets mis. Je ging een dure investering niet laten verhongeren. Het dieet van slaven in Noord-Amerika rond 1850 was beter dan wat Fiat-arbeiders in 1939 aten in Italië. Als je skeletten vergelijkt van West-Afrikaanse kinderen in de puberteit met die van leeftijdsgenoten die zijn opgegraven bij slavenkerkhoven dan blijkt dat slavenkinderen langer zijn. En lang zijn betekent: beter eten en minder ziekten. Als je nu aan een lange zwarte basketballer denkt, denk je niet aan een West-Afrikaan maar aan een Noord-Amerikaan.’
    Pelckman: ‘Na de aardbeving in Haïti, een land waar veel nazaten van slaven wonen, bood de president van Senegal slachtoffers een stuk land in zijn land aan. Hij stelde dat de Haïtianen dubbel gestraft waren vanwege hun slavenachtergrond en de aardbeving. Aan Senegalezen met slavenafkomst in eigen land zou hij nooit land aanbieden.’
    Oostindie: ‘In een systeem dat totaal niet deugt, wordt er tegen de klippen op gewoon geleefd. En dus ook cultuur ontwikkeld. De hedendaagse popmuziek is via de blues en de jazz bijvoorbeeld ook een erfenis van de slavernij.’
    Emmer: ‘In het Caribische gebied waren er soms honderden slaven tegenover een paar plantagehouders en opzichters. Het is toch te gek om te denken dat dit functioneerde zonder medewerking van die slaven.’

Tel hierbij op het gemeten verschil tussen streken die al dan niet gekoloniseerd zijn geweest: degene met (het meeste) kolonialisme en dus ook met (het meeste) slavernijverleden doen het in de huidige tijd het beste  .
    Een goed artikel, van Mare. De ideologen waren het er natuurlijk volstrekt niet mee eens. En aan de universiteit kent men de studie "Ideologie" onder namen als "sociologie", met gespecialiseerde deelgebieden als "culturele antropologie":


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 06-10-2011, column door Rivke Jaffe, universitair docent culturele antropologie

Waarom niet gewoon toegeven?

Slavernij staat weer volop in de belangstelling, aldus Mare vorige week. Drie Leidse wetenschappers kwamen aan het woord om hun licht te schijnen op het slavernijverleden.   ...
    Emmer staat bekend om zijn voorliefde voor provocerende opmerkingen. Hij roept al jaren in verschillende media dat de Nederlandse slaven het helemaal niet zo erg hadden, ze hadden immers genoeg te eten en bovendien waren ze veel geld waard dus de slaveneigenaren moesten ze wel goed verzorgen. Ik vind het zelf nogal bizar om te impliceren dat het niet erg is om een mens als een verhandelbaar product te behandelen, als je hem of haar maar genoeg eten geeft. Als ze het zo goed hadden, waarom wilden ze dan toch vrij zijn? Ah, volgens Emmer werkten de slaven zelf mee aan hun eigen onderdrukking. Lomp, maar we zijn niet echt anders van hem gewend.
    Jammer is dat de uitspraken van Gert Oostindie en Lotte Pelckmans ook een soort goedprating van het Nederlands slavernijverleden suggereren. ...


Red.:   Hierin wordt duidelijk welke definitie Jaffe hanteert: iedere opmerking over slavernij anders dan dat het de absolute zwartheid is, is 'goedprating' en dus fout. Oftewel: volgens Jaffe is slavernij het absolute zwart.
  Alsof dit Nederlandse verleden minder erg is omdat er ook zwarte slaveneigenaren waren

Oftewel: er bestaan volgens Jaffe absolute normen van goed en kwaad, en die normen zijn onafhankelijk van plaats en tijd. Een vast onderdeel van het ideologisme.
    Een ander onderdeel is het doordraven:
  Alsof dit Nederlandse verleden minder erg is omdat er ook zwarte slaveneigenaren waren, of omdat men in Afrikaanse landen nog minder praat over hun eigen rol in de slavenhandel. Misschien dat je, als je jarenlang onderzoek doet naar dit onderwerp, de behoefte voelt om het te relativeren. Of misschien zijn hun antwoorden in een andere context geplaatst door de journalist – ik snap ook niet helemaal waarom die het nodig vond om te vragen naar de positieve kanten van de slavernij. Ook onder de nazi’s werden er prachtige wegen gebouwd, en bloeide de chemische industrie op. Dus?

Fijne van dit niveau van discussiëren is dat de persoon met de geestelijke kwaal zijn kwaal zo helder uiteen kan zetten. Voor wie het nog niet helemaal duidelijk is: het argument heeft de op webfora bekende vorm: "Hitler scheet, jij schijt, dus jij deugt ook niet". Je kan hier voor "schijt" ook het wat minder schurende "ademt" invullen.
    Nog een paar bijverschijnselen:
  Waarom willen we als Nederlanders zo graag de lelijke kanten van ons koloniale verleden verzwijgen, ontkennen of bagatelliseren?

Ten eerste: er is geen sprake van bagatelliseren, maar van het corrigeren van een absoluut zwart-wit beeld. Dit is dus zwart-wit denken van de kant van Jaffe. Ten tweede wordt 'de Nederlanders' iets toegedicht dat ze niet vinden - dat is de retorisch truc van de stroman  . Ten derde is dit niet iets dat Nederlanders vinden, maar een kleine groepje - de meerderheid der Nederlanders is geïndoctrineerd door het Black Holocaust denken van mensen als Jaffe.   
  Waarom kunnen we niet gewoon toegeven dat het wél erg was, dat de erfenis van dat koloniale verleden in de 21e eeuw nog steeds doorspeelt, en daar wat aan proberen te doen?

Er is uitgebreid toegegeven dat het erg was, en door een ruime meerderheid van mensen als Jaffe dat het het absolute "erg" was.
  Omgaan met ons slavernij- en koloniale verleden houdt ook in dat je erkent dat dat verleden de bron is van veel stereotypen, vooroordelen en vormen van discriminatie die nog steeds leven.

Dat is vroeger misschien waar geweest, maar inmiddels, sinds de zestiger jaren, in Nederland volkomen verkeerd in zijn tegendeel, zoals we boven gezien hebben: lelijke dingen mag je alle zeggen over blanken, maar beslist niet over gekleurde mensen, en al helemaal niet zwarte. Je mag van blanken gemakkelijk zeggen dat het oplichters zijn, maar van zwarten niet dat het schieters zijn. Terwijl het laatst op zijn minst even waar is.
  Omgaan met ons slavernij- en koloniale verleden houdt ook in dat je erkent dat dat verleden de bron is van veel stereotypen, vooroordelen en vormen van discriminatie die nog steeds leven. Op straat, in de media, ook op de universiteit. In het politieke klimaat van 2011 is dit geen populaire boodschap, maar is daar niet juist een rol weggelegd voor kritische, onafhankelijke wetenschappers?

En dat laatste is een aperte leugen: probeer maar eens iets over het slavernijverleden te zeggen dat verder gaat dan dat het het absolute zwart is, bijvoorbeeld in de Mare, en de ideologen en racisten staan huizenhoog op de barricades. Bijvoorbeeld in de Mare.
    We hadden graag nog wat op dat 'kritische, onafhankelijke wetenschappers' willen ingaan, maar dat hoefde niet: Piet Emmer deed het zelf al - maar we beginnen met wat ander commentaar van hem:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 13-10-2011, door Piet Emmer, emeritus hoogleraar geschiedenis

Jammer de loopgraven zijn alweer betrokken


Slavernij

Uit haar reactie op het openingsartikel in Mare 4 met de titel ‘Er bestond geen Black Holocaust’ blijken mijn opmerkingen over de relatief gunstige materiële welvaart van de slaven ten tijde van de koloniale slavernij universitair docente antropologie Rivke Jaffe in het verkeerde keelgat te zijn geschoten. Volgens haar had de journalist van Mare helemaal niet mogen vragen naar de positieve kanten van de slavernij, ook al zouden die er geweest zijn. Dat zou maar tot ‘goedpraterij’ leiden. ...


Red.:   Welk argument we al noemden.
  Jaffe is evenmin gecharmeerd van het feit dat Gert Oostindie, Lotte Pelckmans en ik in vrijwel eensluidende bewoordingen uitlegden dat de ophef over de afbeeldingen van de koloniën op de Gouden Koets op historische onkunde was terug te voeren, dat de slavenhandel en slavernij niet ten doel hadden de slaven te vermoorden, en dat alleen een uitgekiend systeem van geven, nemen en het bevoordelen van collaborateurs onder de slaven het mogelijk maakte dat deze instituties zo lang konden bestaan. Let wel, nergens in haar reactie komt Jaffe met een wetenschappelijk onderbouwde weerlegging van de genoemde feiten. In plaats daarvan wijst zij op het nazisme, dat ieder weldenkend mens nu afwijst ondanks het feit dat dit politieke systeem wellicht ook op een paar positieve resultaten kon bogen.

Het is van het niveau dat deze redactie erg goed kent van de discussies met rabiate multiculturalisten.
  Een aantal aspecten van het nationaal-socialisme en fascisme zijn zo verwerpelijk, dat niemand in his right mind met de kennis van de wereld van na 1945 zulke ideologieën nog zou willen aanhangen. Het woord Auschwitz zegt alles. Maar hoe zat het met de mensen met alleen kennis van de wereld van vóór 1945? Het antwoord op deze vraag zal mevrouw Jaffe nooit kunnen geven. Politieke correctheid verhindert haar zich in te leven in de afweging tussen goed en kwaad zoals die in de periode tussen de Wereldoorlogen gemaakt werd. Die handicap maakt het haar onmogelijk om de studenten op wetenschappelijke wijze duidelijk te maken hoe het kwam dat miljoenen en nog eens miljoenen Europeanen deze radicale ideologieën omarmden. Want zodra ze op zoek gaat naar verklaringen en zou wijzen op de dramatische ontwrichting van de maatschappij ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog,van de economische wereldcrisis, en van de agressieve ideologieën ter linkerzijde, heeft ze het idee iets fouts goed te praten en laat ze de wetenschap in de steek.

En hier raakt Emmer een essentiële zaak die deze redactie ontgaan was: het is de wetenschappelijke plicht van Jaffe om alle bekende factoren betrokken bij een historisch proces te benoemen. Er daarvan een aantal weglaten omdat ze niet in een ideologisch straatje passen is een doodzonde.
    Emmer trekt het op logisch wijze door naar het slavernijdebat:
  Slavenhandel en slavernij worden thans als verwerpelijke instituties gezien. Maar dat was tot het midden van de negentiende eeuw voor het overgrote deel van de Europeanen, Afrikanen en Aziaten helemaal niet zo. Om dat te begrijpen hebben een groot aantal collega’s en ik de laatste veertig jaar veel onderzoek gedaan. Daarbij is gebleken dat de acceptatie van de slavernij door de slaven onder meer op collaboratie berustte, terwijl men in Europa eeuwen lang vrede had met dat instituut, onder meer omdat de slaven in de koloniën er in materieel opzicht zeker niet slechter aan toe waren dan het proletariaat in West-Europa, om van de horigen in Oost-Europa en van de slaven in Afrika zelf maar te zwijgen. Dat die bevindingen door mevrouw Jaffe worden afgedaan als ‘lomp’ en ‘provocatief’ bewijst weer de verwoestende werking van de politiek-correcte cocon, waarin zij zich heeft opgesloten. Mevrouw Jaffe is helemaal geen wetenschapper, maar een ‘do- gooder’, die discriminatie wil uitbannen en honderd vijftig jaar na dato nog steeds de – overigens niet verder gespecificeerde - gevolgen van de slavernij wil verzachten. Dat lijken me op zichzelf loffelijke doelen, maar niet voor een universitair docent. Ga dan werken bij Amnesty of Slavery International.

Waarna de conclusie zichzelf trekt:
  De universiteit heeft behoefte aan onafhankelijk denkende wetenschappers. Niet aan mensen, die bang zijn dat de uitkomsten van hun onderzoek zullen ingaan tegen de waan van de dag, het rechtvaardigheidsgevoel, de verheffing van de onderdrukten der aarde of wat dan ook. Dat zijn geen wetenschappelijke doelen. Alles van waarde is weerloos en dat geldt ook voor de wetenschap. In het ergste geval ontslaan we hoogleraren en docenten, die plagiaat plegen en onderzoeksgegevens vervalsen. Politieke correctheid is echter veel schadelijker voor het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, maar vormt geen reden voor zulke sancties. Waarom eigenlijk niet?

Dat had deze redactie ook willen schrijven: weg met deze niet-wetenschapper bij een wetenschappelijke instelling. Het is lichtelijk bevreemdend zulke radicale taal vanuit de instituties zelf te horen. Het geeft aan hoe ernstig de situatie is.
    Hier nog een poging van de cultureel antropologen om zich te roeren in het debat over mensen en culturen:


Uit: De Volkskrant, 31-07-2010, door Jacco van Sterkenburg, Iris van der Tuin, Gloria Wekker, en Rosemarie Buikema, werkzaam bij het departement Media en Cultuur Wetenschappen, Universiteit Utrecht, en gespecialiseerd in etniciteit- en genderkwesties

'Witte schicht' is ineens wereldnieuws

Zwarten zijn van nature atletisch, witten moeten veel harder trainen om hetzelfde te kunnen bereiken, blijven we maar beweren.

Het Europees Kampioenschap atletiek dat deze weken in Barcelona plaatsvindt heeft woensdag een eeuwenoud taboe opgerakeld, namelijk dat zwarte mensen van nature harder kunnen lopen dan witte. De Franse sprinter Lemaitre, white lightning genoemd, won het koningsnummer van de atletiek dat normaal gesproken gedomineerd wordt door zwarte atleten en was daarmee in een klap wereldnieuws. Wereldwijd hebben dagbladen de winst van Lemaitre breed uitgelicht, en ook de Nederlandse dagbladen duidden de winst van de Franse sprinter zonder uitzondering als historisch vanwege zijn witte huidskleur.
    Zo kopte nrc.next ‘Niet zwart, maar toch razendsnel’, claimde het AD ‘Na 28 jaar weer een blanke sprintkampioen’, schreef Trouw ‘Witte bliksemschicht wint 100 meter’ en stelde NRC Handelsblad ‘Fransman te snel voor donkere sprinters’. Met zijn winst in een veld van zwarte sprinters verwees Lemaitre de veronderstelling dat alleen zwarte sprinters de 100 meter kunnen winnen naar het rijk der fabelen. Maar de krantenkoppen en de overweldigende mediabelangstelling zeggen méér dan dat alleen. Zij leggen ook de controversiële overtuiging bloot die diepgeworteld en wijdverbreid is in de westerse samenleving, dat zwarte mensen van nature sneller en explosiever zijn dan witte mensen en daarom altijd zullen winnen in de sprint. Ook sportverslaggevers geven op deze manier vaak betekenis aan het succes van zwarte atleten, zo blijkt uit internationaal en Nederlands onderzoek.  ...


Red.:   Oké: volgens deze onderzoekers is de dominantie van zwarte mensen op de sprint 'controversieel', dat wil zeggen: omstreden. Oftewel: er zijn mensen die zeggen dat het wel zo is, en mensen die zeggen dat het niet zo is.
    Dan is er wetenschappelijk gezien maar één goede oplossing: kijk naar de feiten - de werkelijkheid. Dat wil zeggen: zoek een aantal redelijk representatieve vertegenwoordigers van beide groepen, en laat deze "proefpersonen" tegen elkaar hardlopen - op de sprint. Noteer de uitslagen, en doe dit een voldoende aantal malen om een statisch redelijk betrouwbaar resultaat te krijgen. En om het echt wetenschappelijk te maken, stel je van tevoren een aantal criteria  op voor de verschillend mogelijke conclusies. Zoiets als: Neem de snelste vijftig uit alle wedstrijden. Als de capaciteiten tussen zwart en niet-zwart gelijk verdeeld zijn, moet de uitkomst liggen op 25 zwart en 25 niet-zwart, met een spreiding van 5, oftewel: 20-30 en 30-20 beschouwen we nog als gelijk, maar 15-35 of 35-15 beschouwen we als ongelijk. Die spreiding bepaal je aan de hand van statische criteria als het aantal deelnemers, en eventuele systematische ongelijkheden, zoals veroorzaakt door verschillende totale bevolking, en sociale ongelijkheden als beschikbaarheid van trainingsfaciliteiten. In beide gevallen zijn de zwarten in het nadeel: er zijn minder zwarten dan niet-zwarten, en ze zijn gemiddeld armer, dus hebben minder trainingsfaciliteiten.
    Dat zou de wetenschappelijke aanpak zijn. Niet erg reëel, want erg begrotelijk. Maar hier springt de realiteit te hulp, want dit soort experimenten worden al spontaan gedaan. Het heet "atletiek". Over de hele wereld worden er op dit wetenschappelijke experiment lijkende wedstrijden georganiseerd, niet met het doel om wetenschap te bedrijven, maar gewoon de lol. En de centen. Waarbij dat laatste maakt dat het er redelijk eerlijk aan toegaat - als dat niet zo zou zijn, hingen de benadeelden onmiddellijk aan de bel.
   Dus dat is heel mooi, voor onze wetenschappers. Hier een wetenschapper die het inderdaad heeft gedaan - we hebben zijn conclusies even weggelaten, en geven alleen de getalsmatige uitkomst:
  Uit: De Volkskrant, 07-08-2010, ingezonden brief van Rogier Overkamp (Utrecht), student Wetenschapscommunicatie

... In de hele geschiedenis van de 100 meter sprint hebben 71 mensen sneller dan 10 seconden gelopen. 69 hiervan hebben West-Afrikaanse roots. Een is een Namibiër. Lemaitre is als enige etnische Europeaan de nummer 71. ...

Oké. Als we dus ons geformuleerde criterium gebruiken, kijken naar de vijftig snelsten over alle wedstrijden, dan is de uitslag: 50-0 voor de zwarten. Verander je het criterium wat, zeg naar de eerste honderd, krijg je een licht andere verdeling, iets als 10-90 misschien. Maar op geen manier is het voorstelbaar dat de wetenschappelijke conclusie anders luidt dan dat de zwarten inderdaad sneller sprinten dan niet-zwarten. Ook de bepaald niet racistische Volkskrant heeft geen moeite met de associatie als het niet specifiek het onderwerp is, zie de aankondiging van de wedstrijd met de bijbehorende illustratie
  Televisie Zondag

 BBC2
...
19.00 Athletics: European Championships. Jonathan Edwards brengt verslag uit vanaf het Europees Kampioenschap Atletiek, dat plaatsvindt in het Olympisch Stadion in Barcelona.

    Dus terug naar de opmerking van de cultureel antropologen dat de bewering over het zwarte sprinten controversieel zou zijn. Nou, niet dus bij de wetenschappers, want die vinden allemaal dezelfde uitkomst als ze de wetenschappelijke methode toepassen. Dus moeten de mensen die wel iets anders vinden, een niet-wetenschappelijke methode gebruiken om tot hun mening te komen. Terug naar hun artikel:
  Amerikaanse onderzoekers spreken in dit verband van een brain versus brawn distinction, waarbij zwarte Afrikaanse sporters als van nature sterk, maar niet al te intelligent en gedisciplineerd worden gerepresenteerd.

Aha. Wat hier afgekort staat als brain versus brawn distinction, is dat als er verschillen zijn in atletische prestaties, er ook verschillen kunnen zijn in andere prestaties. En onder die andere prestaties vallen ook die van de geest, waaronder brain, in de praktijk te vertalen als "intelligentie":
  Deze brain-brawn distinction vindt haar oorsprong in de tijd van het kolonialisme – eeuwen geleden. ...
    En ook buiten de sportverslaggeving rondom events als het WK-voetbal en het EK-atletiek zijn vele voorbeelden te vinden van het gebruik van koloniale metaforen in de sportverslaggeving. Elsevier (27 oktober 2007) gebruikte in het artikel Zijn negers dommer? de brain-brawn distinction door aan te geven dat ‘blanken wel kunnen leren, maar niet springe’, zwarten ‘dunken’ daarentegen beter, maar presteren op school net een tikje minder’.

De argumentatie is nu duidelijk: zwarten kunnen niet minder intelligent zijn als niet-zwarten. Zwarte sprintdominantie leidt tot de mogelijkheid van andere etnische verschillen, waaronder intelligentie. Dus bestaat er geen zwarte sprintdominantie.
    Kortom: de stelling dat er geen zwarte sprintdominantie bestaat is niet gebaseerd op wetenschap, maar op een vooronderstelling, namelijk de vooronderstelling dat er geen verschil is in intelligentie tussen zwarten en niet-zwarte. Plus een stukje redenatie.
    Nu is de opvatting dat er geen verschil is in intelligentie tussen zwarten en niet-zwarten een idee - iets dat gebaseerd is op een geestelijke opvatting. Het stellen van zo'n opvatting boven de werkelijkheid van sprintdominantie is bekend als "ideologie": het stellen van ideeën boven de werkelijkheid.
    Toch is er ook nog de mogelijkheid dat de redenatie lopende van denkgelijkheid naar sprintongelijkheid niet klopt - het zou zo kunnen zijn dat er wel sprintongelijkheid bestaat, en geen denkongelijkheid. Het feit dat de ideologen dat niet aanvoeren of onderzoeken wijst erop dat ze die mogelijkheid klein achten. Het is natuurlijk ook redelijk onwaarschijnlijk: als er op één terrein ongelijkheden bestaan, is er geen fatsoenlijke reden te verzinnen waarom dat niet op alle terreinen zou gelden. Zoals dat Aziaten korter zijn, enzovoort. Iets dat ook de briefschrijver constateert:
  De auteurs opperen verder dat er geen wetenschappelijk bewijs zou zijn voor fysieke superioriteit van zwarte sporters. Nee, natuurlijk niet, fysieke eigenschappen zijn ook niet gerelateerd aan huidskleur, het zou inderdaad racistisch zijn om dat te beweren. Maar wat wel een rol kan spelen, is etniciteit. Het heeft helemaal niets met koloniaal denken te maken als je constateert dat Oost-Aziaten gemiddeld kleiner zijn en West-Afrikanen gemiddeld een bredere neus hebben dan Europeanen. De auteurs zouden zich eens moeten verdiepen in de biologische antropologie om zich ervan te overtuigen dat er wel degelijk fysieke verschillen tussen volkeren zijn, die wellicht ook gedeeltelijk het succes van West-Afrikaanse sprinters kunnen verklaren.

Erg vrijgevig van de auteur, want natuurlijk bedoelen de cultureel antropologen met "kleur" precies hetzelfde als "etniciteit". En zijn conclusie blijft even geldig, zoals ook verwoord in de titel:
  Verbazing over blanke sprinter is niet racistisch

... En nu zou het plotseling racistisch zijn om als journalist daar de aandacht op te vestigen? Kom nou.   ...
    Jammer dat op deze manier de aandacht wordt gevestigd op racistisch denken, terwijl daar geen enkele aanleiding voor is. Ik wil niet beweren dat geracialiseerd taalgebruik niet voorkomt, maar als het om sport gaat, moeten de auteurs toch iets verder kijken dan hun cultuurwetenschappelijke neus lang is.

    De eerste conclusie is dus glashelder: de auteurs van het "witte schicht"-artikel bedrijven geen wetenschap, maar ideologie. Dat ze het artikel schrijven onder de paraplu van de Universiteit Utrecht, met een referentie naar hun werkzaamheden aldaar, laat zien dat die werkzaamheden niet vallen onder de term "wetenschap", in de gebruikelijke zin van "wetenschap" in dat feiten en onderzoek van de werkelijkheid gesteld wordt boven ideologische opvattingen. Maar, zoals we geconstateerd hebben, is dat laatste de gebruikelijke stand van zaken in de culturele antropologie.
    De naam van één van de auteurs deed een bel rinkelen, en wat zoekwerk op het internet leverde al snel het volgende:
  De Volkskrant, 05-11-2001.

WieWatWaar: Gloria Wekker

Cultureel antropologe Gloria Wekker wordt de eerste zwarte Nederlandse hoogleraar gender en etniciteit. Wekker zal zich bij de Universiteit Utrecht, die beschikt over de leerstoelgroep vrouwenstudies, bezighouden met de positie van zwarte vrouwelijke migranten en vluchtelingen in Nederland. De uit Suriname afkomstige Wekker (51) studeerde aan de Universiteit van Amsterdam.  ...

Gloria Wekker heeft dus een overduidelijk groepsbelang bij het doen van haar ideologische en niet-wetenschappelijke uitspraken: zij voelt zich gediscrimineerd bij een eventuele andere uitkomst.
   En die belangen zijn niet alleen theoretisch, maar ook praktisch, zoals blijkt uit het "witte schicht"-artikel:
  De effecten van deze verdekte vorm van racisme blijven niet beperkt tot de sport. Omdat tactisch/strategische, mentale, of intellectuele vaardigheden in westerse samenlevingen over het algemeen hoger gewaardeerd worden om een sociaal-maatschappelijke positie te verwerven dan fysieke of sportieve vaardigheden, helpt een dergelijk vertoog mee om bestaande machtsverhoudingen in stand te houden. Binnen deze verhoudingen zijn witte mensen nog steeds vaker dan zwarte mensen te vinden in de invloedrijke posities van de maatschappij die vooral geassocieerd worden met discipline, hard werken, intellectuele en organisatorische vaardigheden.

Oftewel: het feit dat er weinig zwarten op invloedrijke posities zitten, bijvoorbeeld als hoogleraar culturele antropologie bij de Universiteit Utrecht en andere wetenschappelijke instelleningen en wetenschappelijke disciplines, is niet het gevolg van iets dat in de zwarte bevolking van Nederland zit, maar in de witte, in de vorm systematische en zware discriminatie.
    Wat in dit artikel niet staat, maar vermoedelijk wel  de opvatting is van Gloria Wekker, is dat deze discriminatie door middel van bestuurlijke maatregelen opgeheven moet worden. Dus voortaan moeten aan de universiteiten naar proportie zwarte hoogleraren benoemd worden. Zo zullen de disciplines van met name vakken als sterrenkunde, natuurkunde, scheikunde, en biologie, waar geen enkele Surinamer te vinden is, en vermoedelijk ook weinig tot geen andere zwarten, onmiddellijk een proportioneel aantal van hen aangesteld moeten worden. De aanstelling van Gloria Wekker bij het departement van culturele antropologie van de Universiteit Utrecht laat tenslotte zien dat zwarte mensen net zo goed zijn in wetenschap als andere etniciteiten.
    Niet lang daarna liet Gloria Wekker weer van zich horen, en kregen we een verklaring voor het voorgaande:


Uit: De Volkskrant, 30-11-2010, door Gloria Wekker, hoogleraar aan Gender Studies aan de Universiteit Utrecht.

De gammacanon (44)

Vrouwenstudies | Gender | Het verschil tussen man en vrouw is niet louter biologisch, maar ook sociaal geconstrueerd.

Tussentitel: Identiteit wordt in sterke mate bepaald door gender


Red.:   Aha. Er zijn aangaande het verschil tussenmanen vrouw dus twee zaken: de biologische en de sociale factor, en ook nog zoiets als gender. Wat dat is, kunnen we wleel naar raden, maar het staat er ook direct onder:
  Het begrip gender wordt toegeschreven aan de Amerikaanse psycholoog Robert Stoller (1968). Hij introduceerde een sociocultureel onderscheid met sekse, dat naar de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen verwijst. Sekse werd daarbij als ahistorisch en onveranderlijk gedacht en de prioriteit werd gegeven aan de bestudering van het sociaal-culturele, van het veranderlijke.

Oftwel: gender is het sociale deel. En uit de kop en het laatste zinnetje in het citaat weten we dus nu: de sociale factor is belangrijker dan de biologische.
    Alle verstandige mensen, en iedereen die iets heeft gelezen over laatste ontwikkelingen over het hersenonderzoek die steeds sterker verwijzen naar het belang van het aangeborene en het onbewuste, stopt hierna met verder lezen, want dit gender-gedoe is dus patentonzin. Ongetwijfeld is er een sociale factor, maar die is redelijk gering tot verwaarloosbaar. "Gender" is de academische versie van de man-vrouwopvatting van de corresponderende aloude linkse ideologische uitwas  , horende bijna de Gelijkheidsideologie  .
   Als je een onzin-onderwerp bestudeert, komt er natuurlijk ook onzintaal uit je pen:
  Een laatste belangrijke verandering is de intrede van het begrip intersectionaliteit: gender wordt steeds meer gezien als gelijktijdig werkzaam met en onverbrekelijk onderdeel van andere grammatica’s van verschil. Andere maatschappelijke factoren zoals klasse, ‘ras’/etniciteit en seksualiteit spelen evenzeer een fundamentele rol in de structurering van de persoonlijke, symbolische en institutionele werkelijkheid.

Dit is de laatste alinea, maar dartussen is het slechts marginaal beter. Deze alinea zou uitstekend dienst kunnen doen als voorbeeld van wat door algemeen semanticus Hayakawa beschreven is als (lenende woorden van psycholoog Wendell Johnson): "Words cut loose from their moorings" - oftewel: woorden die geen verband meer hebben met de realiteit  .
    Natuurlijk is dit allemaal slechts een bevestiging van wat je uit de koppen al kon aflezen: het sociologische vak genderstudies heeft geen band met de realiteit. Het is doodgewoon geen wetenschap. Het is een hobby afkomstig uit ideologisch zeer verwarde tijden. Een uitwas die ook nu nog schade aanricht, door het verspreiden van desinformatie over hoe het wezen van de mens in elkaar zit, zoals hierboven, en hoe de maatschappij werk, zoals in het stukje daarvoor. Het bestaan van deze studie en de activiteiten van haar beoefenaars zijn tekenen van geloof in regel drie uit het rijtje dat begint met "De aarde is plat"  . Oftewel: het bestaan van deze studie en hun beoefenaars is een teken van culturele achterlijkheid.
    Een heerlijk voorbeeld van de ideologische houding van sociologen is hun visie op slavernij. De aanleiding voor hun openbaringen staat ook vermeld:


Uit: De Volkskrant, 07-07-2010, door Michaël Deinema en Hebe Verrest, promovendus sociale geografie en universitair docent ontwikkelingsstudies

Aanzet afschaffing slavernij ging van de slachtoffers uit

Tussentitel: Opstanden maakten duidelijk dat slavernij niet goedaardig was

Volgens Piet Emmer is de afschaffing van de slavernij niet zo’n glorieus feit als wordt voorgesteld in (in zijn woorden) ‘politiek correcte’ studies (de Volkskrant, 1 juli 2010). Allereerst stelt hij dat deze historische ommekeer volledig voor rekening komt van een stoffige kliek deftige, oude, blanke, mannelijke leden van Europese en Amerikaanse parlementen. Emmer ontkent dat slaven (behalve in het huidige Haïti) of doorsnee Europese burgers hierbij een significante rol hebben gespeeld en tracht de trots die nakomelingen van slaven en sommige blanke Europeanen voelen over deze strijd te temperen. Ten tweede beargumenteert de professor dat de afschaffing van de slavernij in de Europese koloniën helemaal niet zo’n heilzaam effect heeft gehad, vooral niet op in Afrika achtergebleven slaven.
    Emmer ziet enkele cruciale en bekende feiten over het hoofd die de gangbare ‘politiek correcte’ interpretatie ondersteunen. Zo negeert hij de ontwikkelingen in de Engelstalige wereld die uiteindelijk leidden tot nagenoeg alle afschaffingen in de 19de eeuw. In Groot-Brittannië, toen het machtigste land ter wereld, was het verzet tegen slavernij (abolitionisme) een ware volksbeweging. ...


Red.:   Klopt. En die bewegingen waren westerse bewegingen, en geen anders-culturele - daar vond men slavernij nog steeds een gewone gang van zaken. Kijk maar:
  Dat de afschaffing van de slavernij door Europeanen en Amerikanen geen positief effect had op slavernij in Afrika zelf, en zelfs niet op de materiële omstandigheden van bevrijde slaven in de Nieuwe Wereld, is ook slechts ten dele waar. Zo zette het Europese voorbeeld op den duur ook morele en politieke druk op Afrikaanse heersers.

En zo laten de heren zelf zien dat ze onzin verkondigen.
    Plotseling komt een belangrijke reden voor dit soort verschijnselen boven water:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 22-04-2010, door Bart Braun

‘Student niet a-religieus’

Driekwart van de Leidse studenten gelooft dat er meer is tussen hemel en aarde. Iets meer dan veertig procent bezoekt wel eens een kerk, synagoge of moskee. Het hoogste percentage atheïsten zit aan de bèta-faculteit, de christenen zijn het sterkst vertegenwoordigd bij Sociale Wetenschappen.


De cijfers komen uit het rapport Student en Zingeving. Het Leidse studentenpastoraat bestaat veertig jaar, en liet het Instituut Godsdienstwetenschappen onderzoek doen naar spiritualiteit en zingeving onder ruim zevenhonderd studenten in Leiden.  ...


Red.:   Het klopt naadloos: de sterke hang naar ideologie, de bijna even sterke drang om "zielige negertjes" te beschermen, en de grote onwil om naar de werkelijkheid te kijken en luistern.
    De problemen beginnen al bij de instroom. Aanleiding voor onderstaande stuk is het bekend worden van plannen van de (nieuwe rechtse) regering in het basisonderwijs meer de nadruk te gaan leggen op de inhoudelijke vakken van taal en rekenen, en in het middelbaar onderwijs om een groot aantal keuzemogelijkheden en profielen te schrappen, en te concentreren op een alfa en bèta keuze:


Uit: De Volkskrant, 09-12-2010, door Ike Lieshout, leerling 6 vwo

Voor de gamma is de lol er straks af
.
Het onderwijs moet terug naar de kern, zo stelt minister Van Bijsterveldt. Dat klinkt natuurlijk prachtig. En dat het onderwijsniveau omhoog moet, daar zal ik de minister niet in tegenspreken. Maar de minister verliest mij als ze stelt dat niet alleen Nederlands, Engels en wiskunde kernvakken zijn, maar vooral ook 'science', oftewel de bètavakken.
    Als 6vwo'er heb ik al mijn hele schoolcarrière gemerkt dat bètavakken hoger gewardeerd worden dan alfa- of gammavakken. Ik heb nooit begrepen waarom dit zo iets. Wat heb je aan honderden harde wetenschappers als je niemand hebt om het land te leiden?   ...


Red.:   Een jong iemand heeft natuurlijk het excuus dat hij/zij niet weet hoe slecht het land bestuurd wordt. En dat het idee dat alfa- en gamma-mensen geschikt zijn om het land te besturen, een, zij het wijd verspreid, waanidee is. Waarbij het er niet alleen omgaat dat je om een land te leiden moet kunnen rekenen, maar vooral dat je leert logisch te denken - in oorzaak en gevolg. En leert problemen analyseren en ontleden, en dergelijke.
  Als ik in een systeem terecht was gekomen waarin zoveel meer waarde wordt gehecht aan de exacte wetenschappen, was ik niet alleen doodongelukkig naar school gegaan, maar had ik ook mijn ware talenten niet kunnen ontplooien, en had ik zesjes gehaald. Dat was trouwens ook het geval geweest als de nadruk op vreemde talen had gelegen: daar ben ik namelijk nog slechter in. Ik ben een gamma: goed in geschiedenis, aardrijkskunde, economie en filosofie: de sociale wetenschappen. In het huidige systeem haal ik achten en negens voor de vakken die ik interessant vind en ga ik met plezier naar school.

Tja ... In het huidige systeem worden bèta's gedwongen veel te veel taal en andere suffe vakken te leren - waar bovendien weinig nuttigs mee kan worden gedaan. Het enige dat er nu gebeurt, is dat de balans een beetje rechter wordt getrokken.
   Maar wat er ook met de gammawetenschappen gebeurt, is dat daar voornamelijk, of misschien wel uitsluitend, mensen terecht komen die denken dat de wetenschappelijke waarheid verkondigd wordt door degenen die de mooist klinkende praatjes kunnen verkondigen. In plaats van degenen die de werkelijkheid het best kunnen beschrijven.
    Een grappig voorbeeld van het gezegde over de schoen en het passen - auteur Hans van Maanen, wetenschapsjournalist, heeft zich eerder op zeer uitgesproken wijze gemengd in het debat rond het controversiële criminaliteitsonderzoek van Wouter Buikhuisen  . Nu gaat hij manipulatie door wetenschappers beschrijven:


Uit: De Volkskrant, 11-12-2010, door Hans van Maanen

Kenniscafé | Masterclass 'liegen met wetenschap'

Wat verzwegen wordt, is zeker zo interessant

Echt liegen doen wetenschappers zelden, maar er wordt wel gegrossierd in halve waarheden. Zeker als men in de krant wil. Waarop moeten journalisten en krantenlezers letten? Publicist Hans van Maanen geeft maandag een masterclass in het KennisCafé in De Balie.
Liegen met wetenschap kan op vele manieren - zoals ook liegen zonder wetenschap op vele manieren kan. Maar anders dan bij leugens in de gewone wereld gaat het bij leugens in de wetenschap meestal niet om het vertellen van een onwaarheid, maar om het niet-vertellen van de gehele waarheid. Echte leugens ziet men zelden in en om de wetenschap, menistenleugens des te meer. Wat gezegd wordt is wel waar, maar wat verzwegen wordt is veel interessanter.

1. De halve waarheid
Het verzwijgen van de wetenschappelijke waarheid kan op vele manieren - de ene keer is het vooral ergerlijk, de andere keer gewoon malicieus. De meest gehanteerde vorm is waarschijnlijk het halveren van de resultaten.
    'Alzheimer blijft weg als ouderen goed eten', meldde bijvoorbeeld de Volkskrant op 17 april 2010 - een willekeurige greep. Er stond van alles in het bericht, maar niet hoeveel het nu scheelde in de groep die gezond at en de groep die ongezond at. Toch kan een oudere alleen met die cijfers erbij bepalen of hij het de moeite waard vindt om vet, vlees en zuivel te laten staan. ...
    Wetenschap, zou je kunnen zeggen, begint en eindigt met kruistabellen, en wie alleen vertelt wat er in de cel linksboven gebeurt en de andere drie cellen weglaat, liegt met de wetenschap.

TIP: Geloof geen berichten meer van het schema: 'X verhoogt de kans op Y met Z procent'. Vraag hoeveel de kans is verhoogd zonder X, en of die Z procent werkelijk de moeite waard is. Persconferenties over wetenschappelijke doorbraken zijn ideaal om slechts het halve verhaal te vertellen.

2. Significantie
Een mooie wetenschappelijke manier om te jokken is met 'significantie'. Het is het toverwoord in de wetenschap - vooral omdat de meeste wetenschappers zelf ook geen idee hebben wat het precies betekent.
    Ten eerste is het helemaal niet moeilijk om significante resultaten te bereiken: je neemt gewoon een heel grote steekproef, en zelfs de kleinste verschillen worden significant. Als we het IQ van honderd krantenlezers en gewone mensen vergelijken, is een verschil van meer dan 2 punten significant. Dat is een behoorlijk verschil. Als we tienduizend mensen nemen, is een verschil van 0,2 punten significant, een onbeduidend verschil. ...

TIP: Als een wetenschappelijk resultaat significant is, is dat reden tot nadenken, maar volstrekt geen reden om het voor waar aan te nemen.

3. Publicatiebias
Het selectief melden van mooie resultaten heeft natuurlijk ook zijn tegenhanger: het verduisteren van slechte resultaten.
    Een van de grootste problemen die vooral het medisch onderzoek bedreigen, is de 'publicatiebias'. Met name de farmaceutische industrie heeft er een handje van om onderzoek dat niet goed uitkomt, niet te publiceren. Of onderzoek dat niet helemaal goed uitkomt, zo te presenteren dat het toch goed uitkomt. De farmaceutische industrie is op grote schaal de wetenschappelijke literatuur aan het vervuilen, en daarmee de geloofwaardigheid van wetenschap aan het ondergraven. ...

TIP: Cijfers zijn niet van God gegeven, maar door mensen verzameld, geconstrueerd, bijgewerkt. Waarom krijgen wij juist deze cijfers, en waarom alleen deze? En waarom nu?

4. Absoluut en relatief
Nu we het toch over cijfers hebben, ontkomen we niet aan een van de meer geraffineerde methoden om te liegen met de wetenschap. Dat is het presenteren van resultaten in relatieve cijfers, in plaats van in absolute cijfers. Economen zouden zeggen: als procenten in plaats van procentpunten. Daarmee kunnen minieme winsten op bijvoorbeeld zeldzame aandoeningen als grote doorbraken worden voorgesteld. Het standaardvoorbeeld is natuurlijk dat het aantal vrouwen in hoge functies is verdubbeld, van 1 naar 2. (Het verband met eerder genoemde jokvormen is duidelijk, maar oplichters hanteren nu eenmaal het liefst diverse strategieën tegelijk.)     ...

TIP: Vraag bij relatieve cijfers om de absolute aantallen, en bij absolute aantallen ook percentages. En denk aan tip 1.

5. Context, context, context
Wetenschap is een feuilleton. Een goed begrip is eigenlijk niet mogelijk zonder korte inhoud van het voorafgaande: elke onderzoeker bouwt voort op eerder onderzoek. Een elegante manier om te liegen met wetenschap, zeker tegenover journalisten die geen tijd hebben zich een vakgebied geheel eigen te maken, is het weglaten van die eerdere afleveringen.
    Al duizendmaal is aangetoond dat homeopathische middeltjes niet werken, dat mobiele telefoons geen hersentumoren veroorzaken en dat telepathie niet bestaat, maar elk onderzoek dat wel in die richting wijst wordt gepresenteerd alsof het volkomen nieuw en opzienbarend is - zo niet door de onderzoekers, dan wel door de kranten. Hoe onwaarschijnlijk de resultaten, in het licht van de rest van de wetenschap, ook zijn. Nog steeds is het nieuws als iemand zegt dat negen maanden na een stroomstoring/kampioenschap/strenge winter/mooie zomer meer baby's worden geboren, ook al is allang aangetoond dat zo'n effect er nooit is, en dat mensen doorgaans wel wat beters te doen hebben bij een stroomstoring. ...
    En trouwens, als er zo veel wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan als tegenwoordig, is het wel logisch dat er af en toe resultaten komen die volkomen afwijken. Daar hoeft niet eens opzet voor in het spel te zijn, de regels van het toeval voorspellen het. Wie de context niet kent, laat zich gemakkelijk op het verkeerde been zetten.
    Zoals makelaars hameren op 'locatie, locatie, locatie', zo is het in de wetenschap 'context, context, context'. Wie een wetenschappelijke bevinding presenteert zonder achtergrond, zonder voldoende cijfers en zonder voldoende diepgang, is wetenschappelijk aan het liegen.

TIP: Context, context, context.


Red.:    Ieder van die punten is juist. En uit die punten volgt onmiddellijk dat dit artikel een wetenschappelijke en journalistieke leugen is.
    Laten we beginnen met het laatste: de door Van Maanen beschreven verschijnsel zijn niet gelijkelijk verdeeld over de wetenschappen. Ze zijn geconcentreerd in de alfa- en gamma-wetenschappen, en wel meer naarmate ze meer alfa of gamma zijn. Deze context laat Van Maanen weg. Leugen1.
    Geval 4, het weglaten van relatieve of absolute aantallen. Daarvan zijn er twee grote voorbeelden: in de economie, en in het immigratiedebat. Het economische geval is een welbewuste leugen uit eigenbelang  . Het immigratiegeval is een welbewuste geval uit ideologie: aangaande zaken als criminaliteit wordt stelselmatig gelogen dat de absolute aantallen klein zijn (het relatieve aantal is hoog want er zijn veel minder immigranten dan autochtonen  ), en aangaande zaken als terrorisme wordt gelogen dat het percentage, het relatieve aantal, klein is- de werkelijkheid is dat er slechts een handjevol terroristen (enkele tientallen) nodig een maatschappij te ontwrichten  . Van Maanen liegt door de belangrijkste voorbeelden weg te laten. Leugen 2.
    Geval 3, publicatiebias. Die kunt u na het voorgaande zelf invullen. Het veruit belangrijkste voorbeeld van publicatiebias is alle wetenschappelijke onderzoek naar immigratie en aanverwante zaken met een ideologische inslag - in zowel de wetenschappelijke literatuur, als de maatschappelijke, zijnde de media. Dat laatste heeft ook namen als propaganda, hetze, censuur, enzovoort  . Dit artikel is er een glashelder voorbeeld van. Leugen 3.
    Geval 2, significantie. Net als de andere een op zich juist punt. Maar is wat er hier beschreven wordt aangaande het liegen in de wetenschapsignificant? En in hoeverre varieert die significantie? In de natuurwetenschappen lijkt er heel weinig significantie: de bedriegers komen redelijk snel bovendrijven - het liegen is dus niet erg significant. En de sociale wetenschappen en vooraal haar meest praktische aspect, de politiek, is liegen een volkomen significant verschijnsel - in de vorm van een zegswijzen: "Hoe detecteer je of een politicus liegt? Antwoord: Je kijkt of hij zijn mond open doet"  .
    Toch gaat dit artikel over wetenschappelijk liegen. Weinig significant, dus.
    Geval 1, halve waarheid. Daarvan zijn er over dit artikel al ettelijke voorbeelden gegeven.
    Kortom: dit artikel beschrijft een voor toepassing op de discussie over de wetenschap gerichte variant van het algemene informatiefilter  .  En is tevens een schitterende illustratie van de noodzaak van zo'n filter.
    Volgende bericht, en weer iemand die wierookstokjes voor zichzelf aansteekt:


Uit: De Volkskrant, 18-12-2010, door Paul Schnabel

Gammacanon: 51 concepten, theorieën en verschijnselen

Verlichtende wetenschappen

Een jaar lang passeerden in de Volkskrant kernthema's uit de sociale- en gedragswetenschappen. Deze week is die Gammacanon klaar, dik vijftig lemma's groot. Voorzitter Paul Schnabel van de canoncommissie maakt de balans op. 'Ondanks verschillen is er een opmerkelijke eenheid.'

De Gammacanon is klaar. Een jaar lang elke week een thema uit de sociale en gedragswetenschappen. 51 stuks in totaal, voor elk van de wetenschappen - psychologie, sociologie, economie, antropologie, politicologie - dus maar een heel kleine selectie uit het bestand aan kennis en inzichten. Collega's uit de sociale geografie, de planologie, de criminologie, de communicatiewetenschappen en de pedagogiek hebben zich al heel snel beklaagd over het ontbreken van lemma's uit hun vakgebied. Het zou dan ook niet moeilijk geweest zijn de gammacanon nog twee of zelfs twintig keer zo groot te maken.   ...
    De wetenschappen van de gammacanon zijn ontstaan in de tijd van de Verlichting en hebben zich in de 19de eeuw vooral in filosofische en historische zin ontwikkeld. De 20ste eeuw bracht de overgang naar het empirische onderzoek en zeker ook naar het zoeken naar mogelijkheden om de uitkomsten daarvan ook weer in praktijk om te zetten of in beleid te gebruiken. Hoewel ze als academische disciplines sterk gericht zijn op hun eigen ontwikkeling als wetenschap, laat de gammacanon juist ook zien dat de worteling in de Verlichting nooit verloren is gegaan.
    Het zijn wetenschappen die het menselijk leven letterlijk en figuurlijk willen verlichten: begrijpelijker maken en ook voor gericht en bewust handelen toegankelijker maken. Net als in de natuur-en menswetenschappen gaat het om kennis die mensen kan helpen de weg te vinden naar een beter bestaan.


Red.:    De gammawetenschappen als vak wel, maar Paul Schnabel en talloze beoefenaars dus zeker niet. Die verklaren dat er geen Nederlandse cultuur bestaat. Die verkopen de cultuur van de peniskoker-dragers als gelijkwaardig  . Die beschouwen de moslim als verlicht  . Die schamen zich niet om de obscurantistische geestes-astrologie van de gender-studies op te nemen in de Gammacanon. Die propageren "de gelijkheid der mensen":


Uit: De Volkskrant, 31-12-2010, door Jaap Dronkers

De gammacanon (51 en slot)

Sociologie | Ongelijkheid | Beschikbare hulpbronnen zijn in samenlevingen niet gelijk over ieder verdeeld.

In alle samenlevingen bestaat ongelijkheid. Maar in sommige samenlevingen is die groter dan in andere. En in sommige samenlevingen kan die ongelijkheid meer doorgegeven worden aan de volgende generatie, terwijl in andere de sociale positie van de ouders minder gewicht in de schaal legt. Zo bestond er in de samenlevingen van jagers- en verzamelaars ongelijkheid in vaardigheden bij de jacht en het maken van gereedschap en voedsel. Maar deze verschillen waren niet permanent en de mogelijkheden om die voorsprong door te geven beperkt. Dat werd anders in de agrarische samenlevingen. Bezit van landbouwgrond werd erfelijk en er ontstonden afzonderlijke standen van krijgers en priesters. De verschillen werden meer permanent en konden gemakkelijker worden overgedragen.
    Dergelijke golfbewegingen zijn er meer opgetreden. Tijdens de industriële revolutie werd de ongelijkheid groter door de groeiende arbeidersklasse en de rijk wordende industriëlen. Aan het eind van de 19de eeuw nam die ongelijkheid weer af door de groei van de geschoolde hand- en hoofdarbeid, de grotere macht van aandeelhouders en managers en het succes van sociaal-democratische en christen-democratische vakbonden en partijen bij de inrichting van sociale voorzieningen. Sinds het laatste kwart van de 20ste eeuw neemt de ongelijkheid weer toe, door de afbraak van sociale voorzieningen en het ontstaan van nieuwe categorieën mensen met weinig hulpbronnen: eenoudergezinnen en etnische onderklassen.
    Ook tussen landen zijn er verschillen. Zo is in de VS de ongelijkheid groter dan in Nederland, door het ontbreken van sociale voorzieningen en doordat in de VS het geld van ouders belangrijker is voor (onderwijs)kansen. ...
    Sociale ongelijkheid is een permanent kenmerk van samenlevingen, maar vorm en inhoud verschillen. Over dit laatste gaat politieke strijd, tussen conservatieven en vooruitstrevenden (mate van veranderbaarheid van ongelijkheid), of tussen liberalen en socialisten (verantwoordelijkheid voor die veranderbaarheid).


Red.:    En die sociale ongelijkheid is natuurlijk een afgeleide van de psychologische ongelijkheid. Wat er dus in ieder geval niet bestaat is "De gelijkheid der mensen". Misschien bestaat er wel zoiets als het "Op gelijke manier omgaan met de verschillen", in de zin dat het zinvol daar naar te streven. Maar dat is een heel andere zaak. Dat heet meritocratie  .
    Ook zit de sociologie boordenvol met racisme. Inclusief het bijbehorende idee dat racisme iets van blanken is:


Uit: De Volkskrant, 08-04-2011, van verslaggeefster Janny Groen

Nederlands onderzoek: neiging tot ordenen sterker in chaotische omgeving

Troep leidt tot discriminatie

Tussentitel: 'Op vuil stadion gaat blanke verder van zwarte af zitten'

Chaos in de openbare ruimte, zoals een smerig treinstation of een opgebroken straat, leidt tot stereotypering en discriminatie. Dit stellen twee Nederlandse onderzoekers in een artikel dat vandaag verschijnt in het Amerikaanse tijdschrift Science.
    De onderzoekers, Diederik Stapel (hoogleraar cognitieve sociale psychologie in Tilburg) en Siegwart Lindenberg (hoogleraar cognitieve sociologie in Groningen), baseren hun stelling op zowel veldonderzoek als op proeven in het laboratorium.
    'Mensen die geconfronteerd worden met fysieke wanorde krijgen een verhoogde behoefte aan het scheppen van orde. Dat bereiken ze door meer in zwart-wit te denken, door stereotypering dus. En dat leidt weer tot discriminatie', zegt Lindenberg.  ...
    Of minderheden net zo reageren op chaos is niet onderzocht. ...


Red.:   Noch dus die van niet-blanke minderheden. Misschien gaan ze door wanorde nog wel meer jagen op homo's en albino's dan ze normaal doen. Ze hebben wel een suggestie:
  Lindenberg: 'Het is speculeren, maar we verwachten eenzelfde effect.

Tja ...
    Overigens kan er ook een heel simpele verklaring zijn voor het verschijnsel: niet-blanke-landen zijn vieze chaos-landen, wat iedereen weet. Viezigheid en chaos zijn dus de associëren met niet-blanke mensen. Nederlanders houden niet van viesheid en chaos. Als Nederlanders viesheid en chaos zien, associëren ze de niet-blanke met die viesheid en chaos, en gaan dus verder van hem af zitten. Wat, overigens twee, heel simpel te controleren is door het experiment te herhalen met Aziaten, die men niet associeert met viezigheid en chaos. Maar ja, dat is echte wetenschap, hè  ...
    Bijgekomen informatie: Wikipedia levert de informatie dat Lindenberg  een ontwikkelaar is van het idee van de homo economicus, een andere diepgravende denkfout  . Hetgeen een levende illustratie is van de intuïtie van "de continuïteit der dingen" - in dit geval: fundamentele denkfouten komen zelden alleen.
    Nog meer nagekomen informatie: de baas achter het onderzoek, Diederik Stapel, heeft de gegevens bij het onderzoek zelf verzonnen. Wie is er hier nu niet verbaasd ...
    Het volgende item was onderwerp van enige overweging of het hier wel paste, want je zou het ook bij het onderwerp psychologie kunnen denken, en ten tweede is het eerder praktisch dan wetenschappelijk. Het gaat over de jeugdzorg, en dat lijkt hier toch het meest passend omdat velen in de betrokken sector onder de noemer "sociologisch werkzaam" vallen. Over die jeugdzorg is de laatste tijd een stroom klachten losgekomen, vaak van de soort die waarnemers de handen tegen het hoofd doet slaan van verbijstering. Hier is de reden:


Uit: De Volkskrant, 13-04-2011, door Anneke Stoffelen

Interview | Anne Felicitas, moeder van Kevin, die een excuusbrief van Jeugdzorg kreeg

'Contact zoeken met Jeugdzorg: fout'

Anne Felicitas' zoon werd uit huis geplaatst. Het laat zien hoe het mis kan gaan als hulpverleners zich niet door feiten laten leiden.

Ze werd door de gezinsvoogd een borderliner genoemd en een hoer. Anne Felicitas, de 41-jarige moeder van Kevin (nu 9), klopte aan bij Bureau Jeugdzorg omdat ze veel problemen had met haar ex-man, een stalker. Maar in plaats van hulp, leverde het haar een uithuisplaatsing van haar zoontje op.
    'De vader van Kevin beet me toe: als ik mijn kind niet meer mag zien, zie jij hem ook niet meer', zegt Anne Felicitas. Haar ex-man Gerard werd meerdere keren veroordeeld voor bedreiging en geweldpleging. Niettemin slaagde hij er jarenlang in de instanties naar zijn hand te zetten.
     'Wij doen niet aan waarheidsvinding', is het adagium dat ouders van Bureau Jeugdzorg te horen krijgen als zij het niet eens zijn met rapportages. Gezinsvoogden maken van ontmoetingen met een familie een verslag en schatten op basis daarvan in, in overleg met collega's, welke hulp het beste is voor het kind. Verhalen van de ene ouder over de ander worden opgetekend en gewogen, maar niet per se op feiten gecheckt.   ...

Tussenstuk:
Geen waarheidsvinding, tot frustratie van de ouders


Tot frustratie van benadeelde ouders, zeggen Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming steevast niet aan waarheidsvinding te doen. Zij handelen uit belang van het kind. ...


Red.:   Je reinste waanzin, natuurlijk -  ook dat laatste zinnetje. Want hoe kun je nu handelen in het belang van het kind, als je omstandigheden omtrent dat belang niet kent. Als je een liegende vader gelooft, is het duidelijk dat je beslissing niet in het belang is van het kind.
    Het idee dat je gebaat bent met minder waarheid dan er te krijgen is, is in alle omstandigheden een vorm van krankzinnigheid - een ziekte van de geest. Een ziekte die er toe leidt dat je als begeleider van een kind-verdachte, dat kind kunt overleveren aan de verdachtmakingen van justitie, zoals gebeurd is in de Schiedammer moordzaak  (Wikipedia). De fouten van jeugdzorg zullen niet allemaal direct hiertoe te herleiden, maar wel de mentaliteit die aan die fouten ten grondslag ligt.
    De titels van het volgende stuk deden de lippen al krullen:


Uit: De Volkskrant, 20-04-2011, door Yvonne Zonderop en Casper Thomas

Sociale wetenschap hangt er beetje bij

Over de hele linie hebben sociale wetenschappers aan gezag ingeboet. Kritische introspectie is geboden.

Yvonne Zonderop is oud-redacteur van de Volkskrant. Casper Thomas is redacteur van De Groene Amsterdammer. Op basis van onderzoek stellen ze vast dat de sociale wetenschap in een gezagscrisis verkeert.

Tussentitel: Onderzoek toont gekwetstheid van wetenschappers
...

Red.:   Tja, dacht de redactie, dat heb je ervan als je veertig jaar lang multiculturele meuk verkoopt, en je beloont wordt met een invasie van hoofddoeken in de stad en een stroom hatelijke stukken van allochtonenvertegenwoordigers (zie de lijst bij dit artikel:  ) . De meest bevattelijke onder de burgers gaan daarvan PVV stemmen, en de houding onder een groot deel van de rest loopt van schaamte tot minachting.
    Toch benieuwd naar wat ze er zelf van vinden. Nou, dat was toch weer een verrassing:
  Voor het weekblad De Groene Amsterdammer vroegen wij meer dan honderd wetenschappers wat de dringendste, de meest onderschatte en de meest overschatte problemen van ons land zijn. ...
    ... we stuitten ook op overeenkomsten. Uit menige inbreng klonk de teleurstelling dat wetenschappelijke feiten tegenwoordig zo weinig gewicht in de schaal leggen, zowel bij het publiek als in de politiek. De Groningse hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes verwoordde het ongenoegen heel precies: 'Cijfers die uitwijzen dat criminaliteit daalt, dat allochtonen goed integreren, dat moslims geen terrorist zijn, dat burgers vertrouwen hebben in de overheid, en dat drankgebruik afneemt: we geloven het niet, want ons gevoel zegt dat het niet waar kán zijn, dat het niet waar mág zijn.'

Oftewel: de cijfers over de allochtone oververtegenwoordiging in de criminaliteit zijn een leugen  , de moskeeën en hoofddoeken zijn een fata morgana, de haatstukken in de krant worden geschreven door als moslims verhulde PVV'ers  , en de waslijst van terreur-plegende moslims is een fabricatie van de CIA  . En ze vinden dat vrijwel allemaal:
  Maar de wetenschap zegt: 'We maken ons nodeloos druk.'

Zoals we hier ook al geconstateerd hadden   . In de woorden van een enkel exemplaar:
  Socioloog Ruben Gowricharn schrijft: 'Er is een middenklasse ontstaan, ...

Oftewel: ze zijn niet allemaal lopende-bandarbeider meer.
  ... de tweede generatie schittert in het hoger onderwijs, het etnisch ondernemerschap bloeit. Maar in de beleving en in de politiek vormen allochtonen een levensgroot probleem.' Kortom, de feiten gaan ten onder in de beeldvorming.

Ze gaan naar school waar ze het lesgeven moeilijk maken  en het onderwijsniveau torpederen  .
  ... de tweede generatie schittert in het hoger onderwijs, het etnisch ondernemerschap bloeit.

En uit onvermogen om te functioneren binnen de westerse organisatie zijn ze massaal winkeltjes begonnen.
   Met alles conclusie: als je niets doet, komt het vanzelf goed:
  Kortom, de feiten gaan ten onder in de beeldvorming.

Net als het vanzelf goed is gekomen met de negers in Amerika, de negers in Afrika, de moslims in Afghanistan  , de moslims in Pakistan, de moslims in ... (vul maar in)  .
    De mensen zien dat het niet goed is gekomen met de negers in Afrika, en de moslims in Arabië en elders:
  Wetenschap is het patent op de waarheid kwijt geraakt, zo concluderen meerdere deelnemers dan ook.

 Ze geloven dus niet meer in de waarheid van de sociale wetenschap, want ze zien, zonder daarvoor een opleiding te hebben genoten, ook zo wel dat die sociale wetenschappers uit hun nek kletsen.
    De wat abstracter formulerende waarnemer stelt dat sociale wetenschappers doodgewoon ideologie bedrijven (althans: voornamelijk). Dat ze, zich ze kennelijk onbewust bewust (!) zijn van dit feit, en daarom hardnekkig weigeren de waarde van de waarneming, werkelijkheid, en de waarheid in te zien. De reden dat ze hun onderzoeken over moslims universeel houden door het gaan praten met moslims  . In plaats van doodgewoon wat stukjes in de krant te analyseren en dialoogjes met moslims op tv te bestuderen  . Want dat laatste is de werkelijkheid en de werkelijkheid is eng. Veel veiliger is het om de moslims te vragen naar hoe gematigd en geïntegreerd te zijn, want dan weet je zelf ook wel wat het antwoord zal zijn: het antwoord dat je wilt en dat past bij je ideologie!
    Toch voelen ze dat er iets mis is, voornamelijk met hun ego:
  Wetenschap is het patent op de waarheid kwijt geraakt, zo concluderen meerdere deelnemers dan ook. En dat steekt.... De wetenschappers vertonen zelfs kenmerken van de gedepriveerden die ze zelf bestuderen. Ze reageren gefrustreerd en gekwetst op het feit dat hun gezaghebbende positie in het publieke debat is verzwakt.

Dus gaan ze er wat aan doen:
  En zo levert dit onderzoek, dat eigenlijk onderbelichte sociale vraagstukken in Nederland boven tafel moest halen ...
    Maar daarmee zijn de sociale wetenschappers er nog niet. Ze zullen zich ook moeten buigen over de vraag waarom hun inspanningen nog maar zo weinig teweegbrengen in de samenleving. Je kunt politici, burgers en media wel van alles verwijten, maar wat doen de onderzoekers zelf verkeerd, wat zien ze over het hoofd, wat beschouwen ze ten onrechte als vanzelfsprekend?
    Antwoorden op deze vragen vergen meer introspectie dan waarvan de meeste geënquêteerde wetenschappers blijk geven. De wetenschap zelf blijft goeddeels buiten schot. ...

Dat 'ze' is voorlopig dus beperkt tot de auteurs: Thomas en Zonderop, welke laatste in de Volkskrant meer zinnige stukken geschreven lijkt te hebben dan de hele sociale wetenschap bij elkaar (met uitzondering van Meindert Fennema en misschien nog een paar mensen)
  In de Volkskrant van 28 maart gaf hoogleraar Louise Fresco een interessante voorzet voor dergelijk zelfonderzoek. Volgens haar heeft de wetenschappelijke wereld haar eigen gezagsverlies mee helpen veroorzaken door een gebrekkig zelfkritisch systeem. 'Resultaten komen steeds sneller naar buiten, anders zijn geld en aanstelling niet meer gegarandeerd. Dit vermindert de autoriteit van de wetenschap.'
    Fresco's startschot verdient een antwoord en een vervolg. De sociale en geesteswetenschappen moeten aan status herwinnen om de rol te kunnen spelen in het publieke debat die hun toekomt.

Nou, dat is wat betreft de gammawetenschappen een luxeprobleem. Die moeten  bezig met veel fundamentelere vragen. Met als allereerste: "Geloof ik wel dat mijn bezigheid een wetenschap is?"  Een simpele lijst van criteria, zie hier  , laat zien dat ze daar nog lang niet aan toe zijn.
    De volgende reactie laat zien dat de teneur van artikel inderdaad eigenlijk veel te positief was:


Uit: De Volkskrant, 22-04-2011, ingezonden brief van Wim van Hoorn, wiskundige en socioloog (Aerdenhout)

Afkalving eigen schuld

Er zijn mijns inziens twee belangrijke redenen waarom het gezag van sociaal wetenschappers de laatste jaren is afgenomen: het selectief presenteren van resultaten en de heimelijke, doch duidelijk politieke, lees linkse, achtergrond die hier mee te maken heeft. Zo stellen criminologen voortdurend dat 'de misdaad' is afgenomen, en voor sommige soorten is dat inderdaad zo, maar er zijn allerlei gegevens en signalen die wijzen op een toename van bepaalde ernstige vormen als gewelddadige beroving. Ernstige overlast in de buurten daalt eveneens niet.
    Door dit te negeren, diskwalificeert men zichzelf. Zo ook ten aanzien van de integratie van minderheden. Sommige groepen doen het inderdaad goed, maar andere helemaal niet en grote aantallen allochtonen spreken om te beginnen onze taal gebrekkig of niet. Ook de onderwijsachterstand is nog steeds erg groot. Allochtone meisjes doen het beter dan jongens, maar hun arbeidsdeelname na de opleiding blijft laag.
    Dan roepen dat de integratie geslaagd is, is op z'n minst eenzijdig en roept de vraag op: welke geheime agenda hanteert deze als wetenschapper vermomde politicus? De enige manier om het aanzien te herwinnen is: echte, kritische wetenschap bedrijven en niet de resultaten stiekem maatschappelijk aanvaardbaarder maken.


Red.:   De situatie wordt steeds minder vrolijk voor de heren sociologen, want de meer serieuze journalistiek keert zich verder van hen af:


Uit: De Volkskrant, 23-04-2011, column door Martin Sommer

Een ongemakkelijke waarheid

Tussentitel: Wetenschappers kunnen niet naar zichzelf kijken

...   Nederland heeft een traditie in het uitbesteden van vervelende politieke besluiten aan de wetenschap. Die voorliefde gaat terug op een verzuilde geschiedenis waarin politieke conflicten liefst werden teruggebracht tot zakelijke verschillen van inzicht. Bij voorkeur door de onpartijdige wetenschap beslecht. Nog altijd is er een ring van instellingen rond het bestel, van WRR tot CPB. Hun afkortingen hebben iets onontkoombaars - zo moet het en niet anders.   ...


Red.:   Een hoogst neutrale beschrijving van Sommer, want zowel WRR als CPB zijn vermoedelijk nog erger dan de academische wetenschap - dit zijn ordinaire strijders voor respectievelijk het multiculturalisme  en het neoliberalisme  .
  Maar de wetenschap ligt al een tijdje onder vuur. Je kon zien aankomen wat nu is gebeurd: tientallen sociale wetenschappers hebben zich beklaagd in een onderzoek van het weekblad De Groene Amsterdammer. Zij worden in Den Haag minder dan vroeger en misschien wel helemaal niet meer gehoord. Hun beurskoers zakt, juist op de heikele onderwerpen waar ze van oudsher zoveel invloed hadden. 'Criminaliteit daalt, allochtonen integreren prima, moslims zijn geen terrorist, burgers hebben vertrouwen in de overheid, drankgebruik neemt af.' Allemaal feiten volgens de gekwetste hoogleraren, maar ze krijgen er geen poot meer mee aan de grond. Daarvoor in de plaats komt de fameuze feitenloze politiek - fact free politics. De werkelijkheid gaat ten onder aan de beeldvorming.
    Maar kijk nou nog eens naar die opsomming en je ziet helemaal geen feiten, maar een lijst van politieke oordelen. Dat het heel goed gaat met de integratie en dat de criminaliteit daalt, zijn beweringen die (dezelfde) professoren al tientallen jaren doen. Alleen de waardering is kennelijk veranderd. Vroeger werd er naar ze geluisterd, nu niet meer. Vervelend voor de hoogleraren, want dat gaat ten koste van het emplooi. Maar ook de linkse partijen in de Kamer zijn allang doordrongen van de noodzaak om iets aan misdaad en mislukte integratie te doen.   ...
    De ongemakkelijke waarheid is dat het de wetenschappers moeilijk valt naar zichzelf te kijken. Zouden ze zelf ook iets verkeerd gedaan hebben? In De Groene wordt gesuggereerd dat hun invloed tanende is, omdat ze steeds sneller moeten publiceren, ze moeten meedoen aan de ratrace om de subsidies en daarom verliezen ze aan gezag en autoriteit. Dat lijkt mij te onschuldig.
    Vroeger waren de idealen links en de feiten rechts. Idealen zijn er niet zoveel meer over, wat resteert voor deze wetenschappers is zich vastklampen aan de feiten. Die zijn van hen, en ze zijn links. Mij lijkt het bij uitstek hovaardig te denken dat jij als enige zicht hebt op de feiten en al die anderen niet. Vooral als het om de sociale wetenschappen gaat waar niet zo heel veel feiten voorhanden zijn. Er waren respondenten die niet aan het Groene-onderzoek wilden meedoen omdat zij er ook zo over dachten. Een ongenoemde hoogleraar antwoordde: 'Ik vind het een probleem dat aan meningen van experts te veel waarde wordt toegekend, omdat het niets meer en niets minder dan meningen zijn.'

    Een geval van vooroordeel dat in vele vormen voorkomt: "De blanke heeft het gedaan":


Uit: De Volkskrant, 21-06-2011, van verslaggeefster Lidy Nicolassen

Interview | Voetbalcommentaar zit vol stereotyperingen

Surinamer scoort niet: te klein, Latino wel: door z'n ego

Racistische taal gebruikt de blanke commentator bij gekleurd voetbal niet. Toch zit, leert een studie, het vooroordeel diep.

Voetbalcommentatoren praten in stereotypen, hardnekkige etnische stereotypen. Surinamers zijn sterk of juist klein van stuk, Latino's vooral uit op eigen gewin. En Marokkanen? Die blijken in het voetbalcomentaar hele gewone Nederlanders.
    Race, etnicity and the sportmedia heet het proefschrift van Jacco van Sterkenburg (34) waarin deze bevindingen staan. Van Sterkenburg keek in het seizoen 2007/2008 oeverloos naar voetbal op tv. RTL Voetbal, toen met stip het meest populaire voetbalprogramma, omdat de NOS de voetbalrechten kwijt was. Maar veel maakt het niet uit, zegt Van Sterkenburg, die 27 juni in Utrecht promoveert. De voetballers in Nederland zijn extreem etnisch divers, de commentatoren extreem etnisch homogeen. Of ze nu bij RTL zitten of bij de NOS, voetbalcommentatoren zijn blanke mannen. En die etnische journalistieke samenstelling is niet veranderd.

Met uitzondering van Humberto Tan.
'Ja, maar hij praatte vooral de wedstrijden aan elkaar. Hij zei weinig over de spelers zelf, dat deden de commentatoren. Twee etnische groepen sprongen er uit: Surinamers en Latijns-Amerikanen. Niet dat commentatoren racistische taal gebruiken, of expliciete opmerkingen maken. Het zit hem veel meer in de triviale dingen. Ze vallen je op als je echt gaat luisteren en analyseren.'    ...


Red.:   Kortom: eigenlijk is er geen racisme, dus maak je het gewoon:
  Bijvoorbeeld?
'Surinamers worden veel meer dan gemiddeld geduid in fysieke termen. Ze hebben een krachtig lichaam, zijn snel of bijvoorbeeld juist klein van stuk.

Zo ... zou dat allemaal niet waar kunnen zijn? American football, basketbal - zeer fysieke sporten, en gedomineerd door creolen.
  De Latijns-Amerikaanse voetballer is dus een ego-tripper.
'De commentatoren duiden hem als een speler die te veel voor het eigen succes gaat. Hij is niet tactisch. De tactische en cognitieve kwaliteiten van deze speler worden vaker negatief dan positief beoordeeld. Ook dat is een bestaand stereotype: de Latino is irrationeel, iemand die emotioneel reageert. En dat zie je terug in het voetbalcommentaar. Hij heeft geen oog voor het team maar hij gaat voor het eigen succes.

Iets dat iedereen met zijn eigen ogen kan waarnemen als de werkelijkheid. De commentatoren doen dus niets bijzonders - ze beschrijven der werkelijkheid. Een werkelijkheid die de socioloog niet bevalt.
    Waarna hij zijn eigen aanpak onderuit haalt:
  En de Marokkanen? Op het veld ook niet de meest geliefde etnische groep?
'In het algemeen worden Marokkanen in de media negatief afgeschilderd, maar in het voetbalcommentaar vind je daar niets van terug. Zij worden net zo besproken en geduid als alle andere groepen, dus met stereotypen die voor alle voetballers gelden. Nederlanders of Marokkanen, in het voetbalcommentaar is er geen verschil te ontdekken.'

En terug naar de politiek-correcte kerk, dus maar ... (tussen twee haakjes: de werkelijkheid is dat Marokkanen niet negatief worden afgeschilderd, maar door gedrag negatief in het nieuws komen - de media proberen ze positiever dan dat af te schilderen)
    Grappig: er wordt ook door anderen aan de poten van Claude Lévi-Strauss, de grondlegger van zo'n beetje de hele antropologie, gezaagd:


Uit: De Volkskrant, 25-06-2011, door André Köbben

Lévi-Strauss droeg kleren van de keizer met zwier

Geloof in eigen voortreffelijkheid en bijval van intellectuelen bepaalden succes Claude Lévi-Strauss.

André Köbben | André Köbben is emeritus hoogleraar antropologie aan de Leidse universiteit. Hij onderkent dat zijn vakgenoot Claude Lévi-Strauss zekere kwaliteiten had, maar die lagen overwegend buiten de wetenschap.

...    1955: Ik lees Lévi-Strauss' toen befaamde dissertatie, handelend over vormen van verwantschap in tribale samenlevingen.
    1957: Twee vooraanstaande Amerikaanse onderzoekers gaan in op stellingen van Lévi-Strauss in genoemd boek. Zij behandelen Lévi-Strauss en zijn werk kritisch maar uiterst fair. Daarom heb ik jarenlang iedereen die het horen wilde hun werkstuk ter bestudering aanbevolen.
    Waar gaat hun kritiek over? Er zijn tribale samenlevingen waarin de aangewezen huwelijkspartner van een man zijn moeders broeder dochter is. Deze huwelijksregel, zegt Lévi-Strauss, leidt tot een grotere mate van samenhang in de gemeenschap en is in die zin een 'betere' samenleving. Hoe komt het dat in sommige stammen deze regel bestaat, in andere niet? Lévi-Strauss veronderstelt dat in oeroude tijden in sommige groepen slimme mensen waren die het nuttige effect van die regel hebben voorzien, in andere niet. Voorwaar een koene veronderstelling! Die echter als onoverkomelijk bezwaar heeft dat zij nooit bevestigd noch ontkracht kan worden door proefondervindelijk onderzoek.
    De genoemde Amerikanen leveren een andere verklaring die wel empirisch te toetsen is. Zij hebben zo'n toetsing ook uitgevoerd, hetgeen hun maanden van noeste arbeid heeft gekost. Lévi-Strauss heeft op hun studie gereageerd, jawel, met een nietszeggende voetnoot.
    1962: Van de filosoof Jean-François Revel verschijnt het boek La Cabale des Dévots oftewel Het Gezelschap der Goedgelovigen. Daarin bindt hij de strijd aan met een reeks hele en halve filosofen, onder wie Sartre, Heidegger en Lévi-Strauss. Zijn bezwaar is dat zij met stelligheid uitspraken doen over zaken die zij onvoldoende onderzocht hebben. 'Goedgelovigen' noemt hij degenen die desondanks de beschouwingen van zulke geleerden klakkeloos voor waar aannemen. Dat doen ze vooral omdat deze geleerden hun ideeën zo meeslepend onder woorden weten te brengen. Meeslepend schrijven, is iets wat Lévi-Strauss als geen ander kon. Vandaar vooral het succes van zijn Tristes Tropiques.
    Lévi-Strauss ontzegt Revel het recht te oordelen over zijn geschriften, 'want', zegt hij, 'ik heb geleefd in een inheemse samenleving. Hoe zou een buitenstaander daarover iets zinnigs te berde kunnen brengen?' Maar Revel wijst erop dat Lévi-Strauss slechts een minuscuul deel van zijn professionele leven besteed heeft aan onderzoek in het veld.
    In 1964 houdt Lévi-Strauss in Londen de prestigieuze Huxley Memorial Lecture. Hij sprak over Crow-Omaha verwantschapsstelsels. Verreweg de meeste aanwezigen waren leken op antropologisch gebied en zullen er geen snars van begrepen hebben.
    De genoemde stelsels komen betrekkelijk zelden voor. Maar toevallig heb ik zelf ooit onderzoek gedaan in zo'n samenleving. Ziehier hoe ik daarop geattendeerd werd;
    Met mijn vaste informant ben ik in zijn moeders dorp. Terwijl wij zitten te praten, loopt een meisje van een jaar of vijf ons voorbij. Hij roept haar bij zich, zet haar op zijn knie en zegt met een voilà-gebaar: 'dit is mijn moeder'. Wat blijkt? De zusters van zijn 'echte' moeder spreekt hij aan met dezelfde term als haarzelf. Dat geldt voor vele samenlevingen. Maar het bijzondere van deze samenleving is dat voor alle vrouwen en meisjes in mannelijke lijn diezelfde term wordt gebruikt.
    Maar nu Lévi-Strauss. Hij beweert dat samenlevingen met een dergelijke terminologie een sprong vooruit betekenen in de evolutie van de mensheid. Hij doet dat aan de hand van een spitsvondige en vergezochte redenering. Wij (twee medewerkers en ikzelf) hebben zijn theorie onderzocht. Dat heeft ons maanden werk bezorgd. We hebben aangetoond dat samenlevingen met een zodanige terminologie helemaal niet de bijzondere plaats innemen in de geschiedenis, die Lévi-Strauss aan hun toeschrijft. Onze inspanningen hebben geresulteerd in het enige artikel in mijn lange loopbaan dat volstrekt onbegrijpelijk is, behalve voor een handjevol ingewijden.
    Amusant was (vonden wij) wat er gebeurde toen wij een overdruk van ons artikel aan hem hadden opgestuurd. Per kerende post kregen wij een briefkaart: 'To acknowledge with thanks receipt of your paper with which I most utterly disagree! Cordially, Claude Lévi-Strauss'.
    In 1975, krijg ik, als tijdschriftredacteur een artikel te beoordelen van P.L. Aspelin, een Amerikaanse antropoloog die onderzoek had gedaan bij de Nambikwara, een indianenstam in het Amazonegebied waarmee Lévi-Strauss in 1938 contact gehad heeft en waarover hij schrijft in Tristes Tropiques. Aspelin toont pijnlijk nauwkeurig aan dat wat Lévi-Strauss over hen vertelt kant noch wal raakt. Wij nodigen Lévi-Strauss uit een repliek te schrijven. In een korte reactie complimenteert hij Aspelin met zijn onderzoek maar gaat niet in op diens kritiek.    ...
    In 2010 verschijnt een biografie van de hand van Patrick Wilcken, getiteld: Claude Lévi-Strauss (New York: The Penguin Press, 404 pagina's). De auteur geeft onomwonden te kennen dat Lévi-Strauss nooit echt antropologisch veldwerk verricht heeft. ...


Red.:    Vraag 1: heeft Clause Lévi-Strauss ooit wetenschappelijk onderzoek gedaan? Antwoord: Nee. Vraag 2: Waarom heeft Claude Lévi-Strauss zo'n reputatie verworden? Antwoord: ten eerste: hij kon goed schrijven - ten tweede: hij kon goed theoretiseren - ten derde: er is een grote behoefte aan mensen die kunnen goed kunnen schrijven en tegelijkertijd goed kunnen theoretiserend fantaseren.
    Is er in het geval van Claude Lévi-Strauss dus sprake van wetenschap? Antwoord: Nee. Is er bij de  aanhangers van Claude Lévi-Strauss dus sprake van wetenschap? Hoe groot en invloedrijk is de aanhang van Claude Lévi-Straus? Antwoord:
  Het gebeurde in 1972. Ik word opgebeld door een collega. Hij zegt: 'Ik ben lid van de commissie die de winnaar van de Erasmusprijs moet aanwijzen. Wij denken aan de antropoloog Claude Lévi-Strauss. Wat vind jij als antropoloog daarvan?'
    'Mijn keuze zou het niet zijn. Die man heeft zijn verdiensten, maar hij is geen goede antropoloog. Ik kan mijn mening toelichten, maar dat zal weinig baten. Dat hij het wordt, staat nu eenmaal in de sterren.'
    Zijn werk is door een stoet geleerden uit de meest uiteenlopende vakgebieden besproken: filosofen, linguïsten, historici, noem maar op. Steeds vol lof. Bijvoorbeeld. Een filosoof schrijft: 'Hij is een meesterdenker... hij verbluft als meeslepend verteller en borend graver van de menselijke beschaving... Hij legt de strengste wetenschappelijke eisen aan... Zijn boek Tristes Tropiques is een adembenemend reisverslag, subliem geschreven, het behoort tot de allergrootste werken van de 20ste-eeuwse Franse literatuur.'   ...
        2008. Het jaar van Lévi-Strauss' honderdste geboortedag. President Sarkozy feliciteert hem namens het Franse volk. Hij was lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het bestuur vraagt mij een rede te zijner ere te houden. Ik sla die uitnodiging beleefd af.
    2009. Het jaar waarin Lévi-Strauss overlijdt. Zijn dood is wereldnieuws. In Nederland wordt hij door de KNAW op passende wijze herdacht.

De invloed en de aanhang van Claude Lévi-Strauss is dus zeer groot, beslaande een belangrijk deel van de antropologie. Vraag: Is er in de hoofdstroming van de antropologie sprake van wetenschap? Antwoord: Nee.
    Tot slot een opmerking die buiten het sociologische vakgebied ligt, maar kenmerkend is voor dit soort denken:
  Neem zijn Mythologiques. Vier boeken over mythen, meer dan 2.000 pagina's omvattend. Ik had me voorgenomen daarvan althans een deel te lezen, maar heb de lectuur al spoedig gestaakt. Zijn interpretaties leken mij wel zeer arbitrair. Zozeer, dat ik me nauwelijks kon voorstellen dat een ander tot dezelfde uitkomsten zou geraken. Lévi-Strauss geeft dat zelf toe waar hij schrijft: 'het doet er niet toe of de gedachtegang van die indianen zijn vorm krijgt door het medium van mijn denken, of omgekeerd de mijne door hun denken'. Iemand heeft dat 'a Neem zijn Mythologiques. Vier boeken over mythen, meer dan 2.000 pagina's omvattend. Ik had me voorgenomen daarvan althans een deel te lezen, maar heb de lectuur al spoedig gestaakt. Zijn interpretaties leken mij wel zeer arbitrair. Zozeer, dat ik me nauwelijks kon voorstellen dat een ander tot dezelfde uitkomsten zou geraken. Lévi-Strauss geeft dat zelf toe waar hij schrijft: 'het doet er niet toe of de gedachtegang van die indianen zijn vorm krijgt door het medium van mijn denken, of omgekeerd de mijne door hun denken'. Iemand heeft dat 'a splendidly egotistical passage' genoemd. ' genoemd.

En ineens doet dat denken aan Arnon Grunberg. Ook zo iemand die zo uitstekend kan schrijven. En talloze 'splendidly egotistical' opinies in zijn columns in de Volkskrant weet te produceren.
    De volgende poot onder de stoel van het idee dat menswetenschappen inderdaad ook wetenschappen zijn hebben ze er zelf afgezaagd. Het begon met een simpel gevalletje van fraude:


Uit: De Volkskrant, 08-09-2011, van verslaggeefster Sarah Venema

Tilburg betrapt hoogleraar op fraude

Psycholoog Diederik Stapel, bekend van tv-programma's van Omroep Max en de NCRV, fingeerde data. 'Dit is een unieke situatie en raakt de kern van de wetenschap.'

Tussentitel: Hij leek het toonbeeld van integriteit | Roos Vonk - Radboud Universiteit Nijmegen

Hoogleraar Diederik Stapel van de Universiteit van Tilburg is betrapt op fraude. Bepaalde delen van zijn onderzoeken hebben nooit plaatsgevonden. Dit heeft rector magnificus Philip Eijlander van de universiteit woensdag bekendgemaakt. De hoogleraar cognitieve sociale psychologie is op non-actief gesteld en mag niet meer terugkomen naar de universiteit.
    In Nederland haalde Stapel geregeld de media, zoals in april met zijn onderzoek waaruit zou blijken dat mensen in een rommelige omgeving eerder stereotyperen en discrimineren. Ook onderzocht hij of mensen door de economische crisis meer geld uitgeven en of mooie mensen meer kansen hebben.   ...


Red.:   Dit was niet het onderzoek waarbij de eerste twijfels rezen - dat was dit:
  Roos Vonk van de Radboud Universiteit Nijmegen werkte samen met Stapel ... Vonk deed samen met Stapel en collega Marcel Zeelenberg onderzoek naar de 'psychologie van vlees'. Uit de eerste resultaten bleek dat mensen 'hufterig' worden van vlees. 'Vlees haalt het slechtste in mensen naar boven', concludeerden de onderzoekers eind augustus.

Wat is de overkomst tussen het idee dat vleeseten hufterig maakt en dat een rommelige omgeving leidt to stereotypering en discriminatie en vele soortgelijke onderzoeken zoals de gelijkheid van man en vrouw, enzovoort, enzovoort, enzovoort? Antwoord: dat ze overeenkomen met politiek-correcte ideologieën. Zou dat toeval zijn? Roos Vonk, gerenommeerd hoogleraar, gaf tekst en uitleg op televisie - hier is een verslag:


Uit: De Volkskrant, 15-09-2011, door Iris Dijkstra is (gepromoveerd) psycholoog en wetenschapsjournalist.

Een student weet meer van onderzoek dan professor Vonk

Naast brokkenpiloot Diederik Stapel heeft de sociale psychologie nóg een brekebeen: Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Maandagavond was ze te gast bij Pauw & Witteman om uit te leggen hoe het beruchte vlees-hufter-onderzoek de wereld in was geslingerd. Nog nooit heb ik me bij het zien van een hoogleraar psychologie zo op zitten vreten van ergernis. Vonk presteerde het om de hele wetenschap, in het bijzonder de sociale psychologie, in diskrediet te brengen. En laten we de Radboud Universiteit niet vergeten. Die lijdt met de dubieuze uitspraken van Vonk enorme imagoschade.
    Vonk vertelde dat collega Diederik Stapel gegevens van vier experimenten had aangeleverd waarvan niet alles was 'gelukt'. 'Zo gaat het vaak', zei ze, 'het lukt niet allemaal.' 'En met 'lukken' bedoelt u dat de hypothese die je hebt ook wordt bevestigd door het onderzoek?', vroeg Pauw nog maar even, voor alle zekerheid. 'Ja', antwoordde Vonk. En daarmee ging ze verschrikkelijk de mist in.
    Natuurlijk hangt het 'lukken' van een experiment niet af van de uitkomsten maar van de proefopzet. Zit een onderzoek goed in elkaar, en zijn er tijdens het onderzoek geen gekke dingen gebeurd (de computers deden het naar behoren, de proefpersonen wisten waar ze moesten wezen, het onderzoek werd niet onderbroken door een brandalarm), dan kun je spreken van een geslaagd experiment. Ongeacht of de resultaten je bevallen of niet.
    'Is dat de kern van de sociale psychologie?', vroeg Pauw. 'Dat je een verwachting hebt en dat je dan eigenlijk hoopt dat je een onderzoek kunt vinden dat die verwachting ook bevestigt?' 'Ja túúrlijk', antwoordde Vonk. 'Dat is altijd zo.'    ...


Red.:    Precies wat het betoog is van deze verzameling en deze website aangaande de methodiek van de huidige menswetenschappen: ze doen onderzoek vanuit ideeën. Mevrouw Dijkstra fileert het genadeloos:
  Dat is helemaal niet zo, mevrouw Vonk. Elke eerstejaars psychologiestudent kan u vertellen dat het zoeken naar bevestiging voor je hypothesen de wetenschap niet vooruit helpt. Als je denkt dat er alleen maar witte zwanen bestaan, heeft het geen enkele zin naar witte zwanen te zoeken; je moet juist op zoek naar die ene zwarte zwaan die je hypothese onderuit haalt. Dáár word je wijzer van.
    Maar Vonk hield voet bij stuk. 'Ik was er zo van overtuigd dat die data gewoon goed waren. En als je data hebt, dan is dat toch gewoon weer bewijs.' Daarom had ze de boel niet gecheckt. Dat zou ze wel hebben gedaan als ze op onverwachte uitkomsten was gestuit. 'Als je resultaten afwijken van wat je had verwacht op basis van theorie en eerder onderzoek, dan is het altijd zo dat je daar teleurgesteld over bent. Dan moeten we nog eens kijken of we dat wel goed gedaan hebben.'
    Ook dit getuigt van weinig professionaliteit. Een goede wetenschapper is helemaal niet teleurgesteld als uitkomsten verrassend zijn; hij of zij zal simpelweg proberen te verklaren hoe deze onverwachte resultaten zijn ontstaan. Misschien klopt de theorie toch niet helemaal, misschien zijn andere dingen van invloed dan tot nog toe gedacht - dat soort werk. De teleurstelling waarover Vonk spreekt, getuigt van een emotionele betrokkenheid die niets met wetenschap te maken heeft. Natuurlijk, onderzoekers houden zich altijd bezig met onderwerpen die hun interesseren. Maar dat is niet erg: een portie gezonde nieuwsgierigheid hoeft een kritische, wetenschappelijke houding helemaal niet in de weg te staan. Als je gewoon wilt weten hoe iets nu écht zit, kun je prima onderzoek doen.

De huidige menswetenschappen blijken te stinken, en zijn stinkende geworden omdat ze begonnen zijn met een aantal basiswaarden die een ideologische leugen zijn: de leugen dat alle culturen gelijk zijn en de leugen dat alle mensen gelijk zijn. En wie genoodzaakt wordt het veelvuldig liegen om deze twee enkele ideologieën in de lucht te houden, raakt gewend aan dat liegen, en gaat het ook op de vele subterreinen doen. Zoals nu bij het vleesonderzoek. En al lange tijd en heel veel meer in dit soort onderzoek:


Uit: De Volkskrant, 12-09-2011, ingezonden brief van Dr. Gerben van Kleef, Amsterdam, universitair hoofddocent sociale psychologie, Universiteit van Amsterdam  

Sociale psychologie, juist nu

Wetenschappers wereldwijd hebben geschokt gereageerd op het nieuws dat hoogleraar Diederik Stapel onderzoeksresultaten heeft verzonnen. Terwijl de sociaal-psychologische gemeenschap zich bekommert om de gedupeerde betrokkenen, worden in andere kampen de messen geslepen. Velen grijpen de gelegenheid aan om hun sluimerende ongenoegen en vooroordelen over de (sociale) psychologie en aanpalende 'boterzachte' wetenschappen te ventileren. ...
    Deze dwaling van een enkeling mag geen gevolgen hebben voor de discipline als geheel. Sociaal-psychologisch onderzoek is broodnodig, juist nu. Veel grote hedendaagse maatschappelijke problemen zijn sociaal-psychologisch van aard. Hoe herstellen we het vertrouwen in de overheid? ...


Red.:    De sociale psychologie doet er niets aan. Want de sociale psychologie zegt niets over fundamenteel zaken die dit veroorzaken, zoals het liegen door politici, bestuurders en andere oligarchen. Misschien betreft dit misschien niet allemaal zuivere sociaal-psychologen, maar dan toch vakbroeders die er erg op lijken.
  Hoe kunnen we succesvolle integratie bevorderen?

De sociale psychologie doet hier minder dan niets, door de oorzaak van de integratieproblemen uitsluitend bij de autochtonen te zoeken    .
  Wat is de effectiefste manier om terrorisme te bestrijden?

Voor zover sociaal-psychologen daar iets over kunnen zeggen, geldt ongeveer hetzelfde als voorheen
  Hoe kunnen we machtsmisbruik en fraudeschandalen voorkomen?

Idem.
  En waar komt de toenemende hufterigheid (van vleeseters én vegetariërs) in de samenleving vandaan?

En dat is wel redelijk bekend: van het soort linksige zestiger-jaren ideologie van "alles moet kunnen" die o zo populair in het soort kringen waarin je ook sociaal-psychologen en soortgelijke bevinden.
  Al deze vragen kunnen worden geanalyseerd aan de hand van sociaal-psychologische modellen en bevindingen.

Van z'n lang zal ze leven niet ... Als er in Engeland een oproer uitbreekt onder aanvoering van de creolen, staan de sociaal-psychologen in het vak van al die ideologen die de etnische component ontkennen, en met autochtone daders aan komen draven.
    Ineens komt de sociale psychologie in het algemeen in the picture - een verdere aanleiding


Uit: De Volkskrant, 17-09-2011, door Frans Schütt, sociaal psycholoog

Israël staat voor een gruwelijk dilemma

Zowel aan voortzetting van het huidige beleid als aan een vredespolitiek zijn voor Israël grote risico's verbonden. Want ook vrede is voor de Palestijnen een middel voor het bereiken van het uiteindelijke doel: de verdwijning van Israël.

Donderdag betrok Marcel van Dam in zijn Volkskrant-column de stelling dat de teloorgang van de VS als grootmacht tot een verzwakking van Israël zal leiden. ...
    Tegenstanders van deze visie zullen er allereerst op wijzen dat het Palestijnse volk niet bestaat. Het betreft hier Arabieren die pas een nationaal Palestijns bewustzijn hebben ontwikkeld nadat de staat Israël werd gevestigd in het gebied waar zij zich - soms slechts toevallig rondtrekkend - bevonden.   ...


Red.:   Dat klinkt objectief: 'Tegenstanders van deze visie ...'. Maar 'Tegenstanders van deze visie' kan iedereen betreffen, waaronder ook alle inwonende van het gesticht. Welk gesticht een grote vestiging heeft in Israël, waar de mensen zitten die vinden dat zij wel recht hebben op grond van een verhaal dat 5000 jaar oud is aangaande een volk van toen, maar dat de bewoners van Palestina in 1945 geen volk zijn.
    Maar gaat het nu over anderen of over de mening van Frans Schütt zelf? Hier is het antwoord:
  Wat in ieder geval geconstateerd kan worden, is dat de Palestijnse mensen - ongeacht de vraag of het nu wel of niet een eigen volk betreft -

Hij stelt de vraag dus ook. Met het gezag van de sociaal-psycholoog.
    De correspondent voor de Arabische wereld tekent protest aan:


Uit: De Volkskrant, 24-09-2011, rubriek Q&A, door Rob Vreeken

De zeepkist van de sociale psychologie

Heeft Abbas gisteren inderdaad het Palestijns VN-lidmaatschap aangevraagd?
Jazeker, al dreigde op het laatste moment een spaak in het wiel te worden gestoken.

Want?
Woensdag werd in de wandelgangen van het VN-hoofdkwartier de vertaling verspreid van een artikel dat vorige week zaterdag op de opiniepagina van de Volkskrant stond. Daarin werd uitgelegd dat er helemaal geen sprake is van zoiets als een Palestijns volk. Het artikel sloeg in als een - excusez le mot - bom.

Want?
Het idee dat de Palestijnen helemaal niet bestaan, was voor iedereen in New York nieuw, een eyeopener. Maar de consequenties zijn verstrekkend. Als er geen Palestijns volk is, kan er ook geen Palestijnse staat zijn. Zonder potentiële staat heeft het geen zin het lidmaatschap van de VN aan te vragen. Sterker: het hele zogenaamde vredesoverleg zou geen zin hebben, want met wie of wat praten de Israëli's dan nog? Gelukkig liep de zaak met een sisser af.

Want?
Het stuk bleek te zijn geschreven door ene Frans Schütt, sociaal psycholoog van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Een collega dus van de sociaal psychologen Diederik Stapel en Roos Vonk, die op grond van verzonnen gegevens hadden beweerd dat vleeseters hufteriger zijn dan vegetariërs.

Dus?
Nu zijn vakgebied in diskrediet is geraakt, gooit Schütt kennelijk een visje uit op andere onderzoeksterreinen.

Heeft hij daar verstand van dan?
Nee, maar dat geeft niet. Eerst had je de fact free politics, toen de fact free science van Stapel en Vonk, en nu dus de fact free opinion. Een nieuwe trend, we zullen dat in de toekomst veel vaker gaan zien.


Red.:    Nog iemand die beter heeft opgelet dan deze redactie:


De Volkskrant, 23-09-2011, ingezonden brief van Wim Bartels, Amsterdam

Claims

Frans Schütt hoopte vast dat niemand zijn claims (O&D, 17 september) zou natrekken dat Palestijnse leiders slechts uit zijn op de verovering van heel Palestina, inclusief het huidige Israël, en dat nog wel onder 'islamitisch gezag'.
    Bij Arafat wordt daartoe een anonieme verwijzing gedaan naar een optreden op de Jordaanse tv en bij Mahmoud Abbas, de huidige president van de Palestijnse autoriteit, naar The New York Times van 16 mei. Ik zou zeggen: google die speech even, mensen, en je weet meteen wat Schütt's artikel en stemmingmakerij waard is. Bereiden we ons zo voor op het debat in de VN aan het eind van deze week?


Red.:   De sociaal-psycholoog is druk doende zijn vak af te breken. Maar zoals we hier uitvoerig al hebben gezien: ideologie is voor de socioloog en aanverwante echt veel belangrijker dan wetenschap. Zelfs als die ideologie zoiets is als zionisme.
    Het volgende stuk is van een arabist. Direct valt dit vak onder de antropologie, en daarna dus ook onder de algemene noemer van sociologie. En ook deze auteur schrijft dit stuk onder vermelding van zijn functie in de sociologie, en spreekt dus namens de sociologie:


Uit: De Volkskrant, 26-09-2011, door Jan Jaap de Ruiter, arabist aan de Universiteit van Tilburg

PVV is weinig christelijk

PVV-leider Wilders raast, scheldt en tiert, en als het stof weer is neergedaald, blijkt dat iedereen - van oppositieleider Cohen tot premier Rutte - er weer is ingetrapt. Geert komt ermee weg. ...


Red.:   Een standaardbegin van één van de vele onzinstukjes die over Geert Wilders en de PVV worden geschreven onder het mom van deskundigheid, en waarin meestal weinig tot niets voor in komt dat ononderbouwde meningen en onderbuikgevoelens. Dit soort stukjes vallen daarom niet meer op. De reden voor plaatsing alhier is dat het onwetenschappelijke karakter ervan door anderen is aangetoond. Daarom eerst nog wat citaatjes:
  Misschien is er een andere optie. Ik hou de PVV-leider, met in zijn kielzog partij-ideoloog Martin Bosma, graag een koekje van eigen deeg voor.

Grappig: hij beschuldigt Wilders van allerlei slechts, en belooft nu hetzelfde te gaan doen - onder vermelding van zijn functie als arabist - als wetenschapper, dus. Een gotspe, gezien vanuit de wetenschap.
  In zijn onvolprezen publicatie De schijn-élite van de valsemunters formuleert Bosma de waarden waar de PVV voor staat. Hij stelt dat mensen als Henk en Ingrid 'voor de christelijke waarden in Nederland opkomen' (p. 94). Onze 'cruciale verworvenheden hebben namelijk een relatie met het christendom' (p. 94). Om welke waarden het gaat? 'Tolerantie, vlijt, discipline, eerlijkheid en efficiency' (p. 94 en p. 187). Bosma betreurt het dat de linkse 'generatie van 1968 zich afgezet heeft tegen de burgerlijkheid van (...) waarden als discipline, netheid, arbeidsethos, matigheid, respect voor ouderen en waardering voor onze geschiedenis en nationale symbolen' (p. 285).

Enzovoort.
    Zoals gezegd, het werd door anderen die het boek van Martin Bosma beter kenden inhoudelijk weerlegd - we laten de inleiding van de reactie even weg:


Uit: De Volkskrant, 30-09-2011, ingezonden brief van Martin Bosma, Tweede Kamerlid voor de PVV

'Waar is de universiteit Tilburg mee bezig?'

... De Ruiter slaagt er al niet in de titel van mijn boek foutloos te copy-pasten. Hij schrijft dat ik stel 'dat mensen als Henk en Ingrid 'voor de christelijke waarden in Nederland opkomen' (p. 94).
    Sorry, dat staat echt niet in mijn boek. Het komt zelfs niet in de richting. Henk en Ingrid figureren niet in mijn boek. Helemaal dubieus is dat De Ruiter erbij vermeldt 'p.94', daarmee een wetenschappelijke accuratesse suggererend, waarschijnlijk in de hoop dat niemand het nazoekt. Ook twee andere citaten zijn een samenraapsel.
    De Ruiter roept dat ik iets uit het bijbelboek Matteüs citeer. Dat doe ik nergens in mijn boek. Hij schrijft zelfs dat ik er 'stukken uit de Bijbel' citeer. Klopt ook al niet. De Ruiter stelt dat ik in fractievergaderingen stukken uit de Bijbel voorlees. Hoe denkt hij dat te weten? Ik kan me niet herinneren dat hij een fractievergadering heeft bijgewoond.
    Dat zijn allemaal al wetenschappelijke doodzondes. Maar de portee van zijn stuk is dat evenzeer. Zijn verwijt is dat de PVV niet christelijk is, maar dat wel beweert te zijn. Ook hier weer een fundamenteel wetenschappelijk manco. Ik stel in mijn boek nergens dat de PVV christelijk is. Wel heb ik een enorme waardering voor het christendom, dat het grote, schragende, fundament is van onze beschaving. Ons past daarvoor enorme waardering en dankbaarheid, en niet het platvloers denigreren zoals gewoon is in linkse kring.
    Dat is iets anders dan je eigen partij als christelijk bestempelen. Dat doe ik dan ook nergens in mijn boek. De Ruiter gooit ook de laatste wetenschappelijke pretenties overboord als hij schrijft dat de PVV 'terugverlangt naar de tijd dat de Kerk nog het zwaard hanteerde.' Een dergelijke verstrekkende stelling had een serieus wetenschapper onderbouwd.


Red.:   Zo, dat is het dan: Jan Jaap de Ruiter, arabist aan de Universiteit van Tilburg pleegt vormen van vervalsing van onderzoekgegevens die zeker niet minder zijn dan die gepleegd door Diederik Stapel. De enige mogelijk verzachtende factor is dat De Ruiter het in een krant doet. Maar of dat verzachtend is, kan je over twisten. Want waar de normale wetenschappelijke fraude alleen wetenschappelijk schade aanricht, is dit bij dit soort gevallen als van De Ruiter ook maatschappelijk het geval. Als je fraude pleegt bij dit soort stellingnames zijn de stellingnames zelf vermoedelijk ook onjuist. En brengen, omdat ze direct maatschappelijk zijn, dus ook kleinere of grotere schade toe aan de maatschappij. De portee van de Ruiter's betoog is dat de PVV gevaarlijker is - bedoeld natuurlijk: gevaarlijker dan de islam waar de PVV tegen strijdt. Dat hij ter ondersteuning van deze stelling fraudeert, maakt dat het waarschijnlijker is dat de islam schadelijker is dan de PVV. En omdat de Ruiter hiermee ook impliciet de islam steunt, steunt hij dus iets dat schadelijk is voor de maatschappijen. een conclusie die ook op vele anderen gronden beredeneerd kan worden, onder vermelding van zaken als uithuwelijken, inteelt, cliëntilisme, maatschappelijk wantrouwen, machismo, enzovoort.
    Maar zoals we al genoemd hebben, De Ruiter is niet een geïsoleerd geval. Het is veel erger: De Ruiter is een representatief geval. We hoeven alleen maar al die onderzoeken te noemen naar de culturele of sociologische toestand van allochtonen die gebruik maken van het hoogst misleidende instrument van de enquêtering  - onder diezelfde allochtonen  . Een wetenschappelijke doodzonde.
    Ook Martin Bosma constateert dit enorme probleem:
  Wat is er toch aan de hand met de Universiteit van Tilburg? Heeft dit instituut nog wel wetenschappelijke pretenties? Eerst de Tilburgse professor Stapel met gefingeerde data, toen Marcel Zeelenberg die met Roos Vonk van Wakker Dier/Radboud Universiteit 'bewees' dat vleeseters hufters zijn.
    Vorige week mocht ik Kamer-vragen stellen over Rob Riemen, die een enorm aantal 'citaten' van Menno ter Braak volledig uit zijn duim blijkt te hebben gezogen, tot twee keer toe - zonder dat de universiteit ingreep. Maandag een potsierlijke stuk (O&D, 26 september) in deze krant van Jan Jaap de Ruiter, ook al verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
    Bij de opening van het academisch jaar riep de rector-magnificus van de Radboud Universiteit dat er een 'nieuwe universitaire elite tegen Wilders' nodig is. In Tilburg wil dat nog niet erg lukken.

Het hele wereldje van de sociologie en omstreken is gewoon door en door corrupt. Een conclusie niet vanwege het vervalsen van een setje onderzoeksgegevens. Maar vanwege het feit dat ze een maatschappelijke ideologie boven de wetenschap stellen. En wel uitsluitend en alleen omdat het overeenkomt met het materialistische groepsbelang van degenen die dit vak bedrijven. De belangen van de maatschappelijke elite versus die van de meerderheid der lagerbetaalde burgers
    En oh ja: er zijn vast wel een aantal mensen te vinden die wél betrouwbaar zijn - maar zij zijn sterk in de minderheid.
    De redactie wist van andere voorbeelden reeds staan op deze website van sociologen die ernstige overtredingen begingen. De reden om niet verder te zoeken was het idee dat nieuwe voorbeelden zich vanzelf wel zouden voordoen. En dat is al razendsnel het geval. En meteen ook een prominent geval., want dat is Jan-Willem Duyvendak zeker. Merk overigens op dat recensent Peter Giesen die een paar kanttekeningen plaats zelf ernstig ideologisch behept is in met name het multiculturalisme


Uit: De Volkskrant, 08-10-2011, door Peter Giesen

De wraak van de sneue nationalist

Je ergens thuis voelen is een essentiële menselijke behoefte, maar helaas ook een potentiële splijtzwam, stelt socioloog Jan-Willem Duyvendak.


Red.:    De titels zijn natuurlijk niet de keuze van Jan-Willem Duyvendak, maar titels zijn toch vaak representatief voor de rest. In in deze titels zit al veel van wat volgt: niet sociologie, maar ideologen. Het ideaal dat in deze titels zit is dat van een grote vreedzame wereld. Vrijwel algemeen erkend als ideaal, maar in ieder geval een ideaal. En een ideaal dat nog nergens en nog nooit door de natuur is geïmplementeerd, dus je kan je afvragen of het ideaal wel zo ideaal is. Want de natuur heeft een bijzonder goede reden om iets anders te doen dan dit ideaal: de natuur is voor variatie. En concurrentie tussen de varianten. Want morgen kan de fysieke en klimatologische wereld er wel heel anders uitzien. En dan wil je toch graag overleven, als soort. En dan is een rijke variatie in deelgroepen een voordeel. En een ideaal homogene monocultuur een zeer beslist nadeel Vraag maar aan de panda's.
    Wat details:
  Het verlangen naar de gulden neemt weer toe. De ouderwetse gulden is een symbool van een geïdealiseerd verleden,

Het standaardwapen van de ideoloog: de zwart-wit redenatie. Mensen hebben praktisch bezwaren tegen de euro omdat de invoering ervan leidt tot overheveling van Nederlands pensioenspaargelden naar corrupte landen als Griekenland. Duyvendak maakt daar "nostalgie naar een geïdealiseerd verleden" van. Zonder een draad van onderzoek of andere aanwijzingen of bewijs.  
    En gaat verder:
  Het verlangen naar de gulden neemt weer toe. De ouderwetse gulden is een symbool van een geïdealiseerd verleden, toen Nederland nog Nederland was, zonder immigranten,

Dat laatste is fout, menen dat Nederland zonder immigranten beter af was, dus het eerste ook.
  Het verlangen naar de gulden neemt weer toe. De ouderwetse gulden is een symbool van een geïdealiseerd verleden, toen Nederland nog Nederland was, zonder immigranten, zonder bemoeienis van die bureaucratische moloch uit Brussel

Net als bezwaren tegen internationalisme dat ertoe leidt dat de openingstijden van de dierentuinen aangepast moeten worden aan die in Londen - en een stroom soortgelijke dwaasheden.
  De Nederlandse samenleving is doortrokken van nostalgie.

Weer een uitspraak zonder een draad van onderzoek of andere aanwijzingen of bewijs. 
  Tot voor kort hadden sociologen weinig geduld met zulke opvattingen

Vertaald: sociologen zijn ideologen. Indien deze mensen wetenschap zouden bedrijven, zouden ze beschrijven hoe de maatschappelijk werkt en groepen mensen daarin, en niet beginnen een waardeoordeel over die gedragingen.
  De meeste sociologen waren cheerleaders van de moderniteit die ons bevrijdde uit de kluisters van de traditie. Een modern mens was een kosmopoliet, die zijn vleugels uitsloeg en zich overal thuis voelde. Nationalisten werden afgeschilderd als sneue 'moderniseringsverliezers' die angstig probeerden het onvermijdelijke tegen te houden. In deze lijn paste ook het pamflet Het bange Nederland waaraan de socioloog Jan-Willem Duyvendak in 2008 meeschreef.

Afgekort: Jan-Willem Duyvendak is geen socioloog maar een ideoloog. Dat pamflet is op deze website al besproken als wat het is: je reinste hetze  .
  In zijn nieuwe boek The Politics of Home - Belonging and Nostalgia in Western Europe and the United States neemt Duyvendak het nostalgisch nationalisme wél serieus. Daar is ook alle reden toe. De 'sneue verliezers' hebben teruggeslagen en jagen de kosmopolieten de stuipen op het lijf. Overal in Europa winnen populisten en schuiven gevestigde partijen in nationalistische richting op.
    'Je thuis voelen' is een existentiële behoefte, schrijft Duyvendak in een dun, maar interessant boek over een van de centrale problemen van onze tijd. Helaas is het ook een behoefte die discrimineert. Niemand voelt zich overal en met iedereen thuis. 'De kosmopolitische droom negeert de sociologische werkelijkheid dat je thuis voelen een emotie is die noodzakelijkerwijze onderscheid maakt tussen de mensen bij wie we ons wél en niet thuis voelen', aldus Duyvendak.

En dat is dus fout, volgens Jan-Willem Duyvendak, die zijn ideologische hetze dus nu in vaktermen wenst te formuleren. Met behoud van een deel van de hetze, want dat 'we' slaat natuurlijk op autochtoon Nederland, terwijl de beschreven eigenschap bij uitstek geldt voor niet-westerse culturen  , en dus voor niet-westerse immigranten.
  Die onaangename waarheid maakt 'je thuis voelen' tot een potentiële splijtzwam. 'Thuis' dreigt een zero-sum game te worden, schrijft hij. Wij voelen ons pas thuis als de anderen buiten de deur blijven.

"Thuis" was natuurlijk altijd al een zero-sum game. Waar ook ter wereld. Die zero-sum game die er toe leidt dat Afrika wordt bestuurd door incapabel een corrupte negers, terwijl er een overvloed aan blanken beschikbaar is die dat veel beter zouden doen. En idem voor moslims.
    Maar Jan-Willem Duyvendak bedrijft geen wetenschap ondanks zijn gebruik van termen daaruit:
  Wij voelen ons pas thuis als de anderen buiten de deur blijven. Dat is echter geen reële optie. Sinds de jaren zestig is de demografische samenstelling van Europa veranderd. Relatief homogene samenlevingen kregen te maken met de immigratie van goedkope arbeidskrachten.

Het gaat hem niet om het proces, maar om het waardeoordeel over een bepaald deel van het proces. Dat waardeoordeel dat gebaseerd is op de ideologie van de grote vredige en homogene wereld. Dat ideaal dat de natuur maar niet wil implementeren.
   Overigens is dat laatste een leugen: het overgrote deel van de immigratie naar Europa is kettingimmigratie en asielzoekers  , die dan ook voor vele tientallen procenten in diverse uitkeringen zitten  .
    En om dit allemaal te maskeren, dus nog maar wat loze beweringen
  Dat roept nostalgie op, aldus Duyvendak. 'Het verleden wordt geportretteerd als een gesloten en conflictvrij geheel, gedragen door burgers die dezelfde normen en waarden deelden en tradities deelden', schrijft hij.

Nee. Er zijn praktische klachten over het heden - geen nostalgische hang naar een verleden. Niemand wil zijn auto, computer en mobieltje inleveren.
  De werkelijkheid was veel minder harmonieus.

Ook interessant als methodiek: je eigen denkfouten corrigeren.
  In de jaren zestig en zeventig stonden links en rechts fel tegenover elkaar. Sindsdien is de eenstemmigheid juist toegenomen. Nederland bereikte een progressieve consensus, vooral over morele zaken als abortus, euthanasie, vrouwen- en homorechten.

Afgekort: vooruitgang. Onder druk van verlichte mensen. Atheïsten.
  Juist die consensus maakt de integratie van moslims relatief moeilijk.

Want moslims zijn achtergebleven. Cultureel en sociaal. Minder verlicht. Minder beschaafd. En al dit soort gepraat en geschrijf is er om dit te verhullen. Sociologen gedragen zich als ideologen.
  Juist die consensus maakt de integratie van moslims relatief moeilijk. In de Verenigde Staten, maar ook in veel Europese landen, worden conservatieve ideeën over vrouwen en homo's gedeeld door een groot deel van de autochtone bevolking.

Inderdaad. Want de Verenigde Staten is sociaal en cultureel achterlijker dan Europa. Voor het overgrote deel.
  Duyvendak keert zich tegen auteurs als Paul Scheffer die stelde dat Nederland in onzekerheid over zijn identiteit verkeerde. Nederland heeft juist een sterke identiteit: een verlicht, modern land dat bedreigd wordt door 'achterlijke' nieuwkomers.

Een ideologische richtingenstrijd.
  Politici proberen gevoelens van nostalgie en vervreemding te bestrijden door nog sterker te hameren op nationale identiteit.

Diverse leugens in één. Politici hameren al decennialang op het belang van internationale solidariteit, globalisering en Europese eenwording. Tezamen met de media. Er is één politicus gekomen die nadruk legt op nationale identiteit: Geert Wilders. De rest van de politici zijn blijven hameren op het belang van internationale solidariteit, globalisering en Europese eenwording.
  Populisten claimen de natiestaat als het eigendom van de autochtone meerderheid, aldus Duyvendak.

Manipulatie: 'autochtone meerderheid' moet zijn "oorspronkelijke bevolking". En na deze correctie is het simpel: "Bij wie anders ligt het eigendom van de natiestaat als de oorspronkelijke bevolking?"
  Politici proberen gevoelens van nostalgie en vervreemding te bestrijden door nog sterker te hameren op nationale identiteit. De minderheid moet zich geheel aanpassen of verdwijnen.

Manipulatie: 'minderheid' moet azijn "immigranten". En voor immigranten geldt overal ter wereld: "Immigranten moeten zich grotendeels aanpassen". Door het verplicht leren van het volkslied en het groeten van de vlag zoals in het immigratieland Amerika.
  Dat betekent in feite het einde van de democratische politiek, stelt hij. Een democratie is geen kwestie van 'meeste stemmen gelden'.

Dat is het wel - in eerste benadering. Een glaszuiver voorbeeld hoe je door diverse kleinere stappan kan komen tot "Oorlog is vrede'. Stappen gedreven door ideologie.
   Zij moet ook ruimte laten aan minderheden met afwijkende opvattingen, mits zij zich aan de wet en de democratische spelregels houden.

Een bekende ideologische propagandaleugen. Niet-misdadig en niet-terroristisch zijn, is niet de voorwaarde om als minderheid te kunnen functioneren. Die voorwaarde is je houden aan de leefregels, de mores, van de samenleving waarin je verkeert. Moslims schenden dit stelselmatig. Moslims zijn als naaktlopers in Mekka.
   Zelfs Giesen plaatst kanttekeningen:
  Daarom is het probleem van de 'thuisloosheid' ook zo moeilijk oplosbaar. Autochtonen voelen zich niet meer thuis door de aanwezigheid van andere bevolkingsgroepen, maar die anderen gaan niet weg. Duyvendak heeft hier ook geen snel antwoord op. Gedwongen assimilatie is geen optie: praktisch onmogelijk en principieel onverenigbaar met de liberale democratie.
    Het multiculturalisme biedt evenmin een oplossing: als iedereen zich thuis voelt in eigen kring, voelen we ons niet meer thuis bij elkaar. Uiteindelijk kiest Duyvendak voor een light-variant van 'je thuis voelen', waarin een burger geworteld is in zijn eigen samenleving maar zich toch openstelt voor anderen. Hoe zo'n licht thuisgevoel precies zou moeten functioneren wordt in The Politics of Home slechts summier uitgewerkt.

Maar de doodsteek voor Duyvendak als wetenschapper zit in dit:
  Het is wel jammer dat Duyvendak zo weinig aandacht besteedt aan de concrete oorzaken van het hedendaags onbehagen, zoals de sterke oververtegenwoordiging van jonge allochtonen in de criminaliteit. Het gevoel niet meer thuis te zijn in eigen land, wordt niet alleen veroorzaakt door diffuse gevoelens van vervreemding, maar ook door heel concrete schokkende gebeurtenissen.

Oftewel: de maatschappelijke werkelijkheid past niet in zijn ideologie.
    Diederik Stapel wordt ontslagen vanwege bewuste fouten in zijn onderzoekstechnische methodiek. Jan-Willem Duyvendak schaft de hele wetenschappelijke methodiek af. De conclusie voor wat betreft wat er met hem moet gebeuren is duidelijk - ontslag is eigenlijk gewoon het minste.
    Maar dat zal niet gebeuren, want dan zou je hele faculteiten en onderzoeksinstituten moeten sluiten.
    Naar aanleiding van het geval van sociaal-pyscholoog Diederik Stapel die enquête-uitslagen zelf vervalste, komt een andere onderzoeker met wat andere bezwaren tegen enquêtes:


Uit: De Volkskrant, 03-11-2011, door Illya Jongeneel, deed in 1985 als een der eersten onderzoek naar voetbalsupporters.

Enquête is slechte onderzoeksmethode

Of wetenschappelijk onderzoek betrouwbaar wordt geacht, hangt te vaak af van de status van de onderzoeker.


De commissie die de fraude van hoogleraar Diederik Stapel onderzocht, concludeert dat de omvang van de fraude verbijsterend is. Het is echter niet de omvang van de fraude, maar de verbazing en ophef rondom de fraude die verbijsterend is.
    Al jaren zou bekend moeten zijn dat de onderzoeksmethode die veelal gebruikt wordt in sociaal-psychologische onderzoeken, namelijk de schriftelijke enquête, geen betrouwbare resultaten oplevert.   ...
    Deze fraudegevoelige onderzoeksmethode heeft er al jaren geleden toe geleid dat opdrachtgevers de opdrachten gunden aan die onderzoekers die resultaten leverden waarmee de opdrachtgevers vooruit konden en wilden. Voor de onderzoekers is het in die situatie verleidelijk, ja zelfs noodzakelijk om te overleven, als onderzoeksresultaten tegemoetkomen aan de wensen van de opdrachtgever. De mogelijkheid tot extra media-aandacht is hierbij een voordeel.   ...
    Drie voorbeelden uit mijn eigen praktijk.
    In 1988 werd een toonaangevend onderzoek gedaan onder voetbalsupporters die naar de EK'88 in Duitsland gingen. Het onderzoek werd gedaan in de supportersbussen die de eerste dag aankwamen in Düsseldorf. Onderzoekers deelden in de bussen enquêteformulieren uit en beloofden 5 gulden voor elk ingevuld formulier. Ik heb met eigen ogen gezien dat in de bus waarin ik zat alle formulieren gegeven werden aan een vriendin van één van de hooligans die ze vervolgens allemaal braaf voorzag van de meest vreemde en uiteenlopende antwoorden.
    ...  De conclusies aan de hand van dit onderzoek waren echter wel maatgevend voor toekomstig politiek beleid en de onderzoeksleider werd deskundige op het gebied van de gedragingen van voetbalsupporters.
    Een ander toonaangevend onderzoek werd begin jaren '90 gedaan onder de harde-kernvoetbalsupporters van verschillende clubs via de toen op verschillende plaatsen actieve supportersprojecten. De formulieren werden uitgedeeld in het supportershome en aan het eind van de avond weer opgehaald.
    De tachtig harde-kernsupporters van Go Ahead Eagles uit Deventer overlegden onderling welke gevolgen hun beantwoording kon hebben. Zij besloten dat het voor een gewelddadige uitstraling van de Deventer hooligans goed was om alle antwoorden op vragen over hun crimineel verleden of hun gewelddadigheid zwaar te overdrijven. Ook de resultaten van dit onderzoek werden maatgevend voor zowel het politieke beleid als de manier waarop de politie omging met voetbalsupporters en hooligans.   ...


Red.:   Dit zijn voorbeelden van ernstige fouten in de uitvoering. De fundamentele fout van het psychologisch of sociaal wenselijk antwoorden, wordt hier over het hoofd gezien. Maar er wordt nog wel geraakt aan de reden dat veel van dit soort fouten hebben kunnen blijven doorwoekeren:
  Deze fraudegevoelige onderzoeksmethode heeft er al jaren geleden toe geleid dat opdrachtgevers de opdrachten gunden aan die onderzoekers die resultaten leverden waarmee de opdrachtgevers vooruit konden en wilden. Voor de onderzoekers is het in die situatie verleidelijk, ja zelfs noodzakelijk om te overleven, als onderzoeksresultaten tegemoetkomen aan de wensen van de opdrachtgever. De mogelijkheid tot extra media-aandacht is hierbij een voordeel.

Men wílde doodgewoon frauderen. Wat natuurlijk in nog versterkte mate geldt zodra er niet alleen geld of een opdracht achter het onderzoek zit, maar ook nog eens ideologie - met name de eigen ideologie van de onderzoekers. En over welke ideologie we het dan hebben als eerste hebben zou bekend moeten zijn: het multiculturalisme. Met als les: geen enkele sociologisch onderzoek met een positieve uitkomst voor het multiculturalisme is te vertrouwen, tenzij bevestigd door onafhankelijke feiten  .
    Nog iemand anders is de omissie van de grootste methodefout opgevallen:


De Volkskrant, 04-11-2011, ingezonden brief van Willem Heijster, Breda, psycholoog

Piet Vroon

Volgens Illya Jongeneel (O&D, 3 november) zou al jaren bekend moeten zijn dat de methode die vaak gebruikt wordt in sociaal-psychologisch onderzoek, namelijk de schriftelijke enquête, geen betrouwbare resultaten oplevert. Dat klopt. Al jaren geleden schreef de toenmalige hoogleraar psychologie Piet Vroon regelmatig in zijn Volkskrant-column dat 'mensen niet doen wat ze zeggen en niet zeggen wat ze doen'.


Red.:   Ach ja, Piet Vroon ... die had wél enig gezond verstand.
    In tegenstelling tot de antropologie, die we hier al zo veel zijn tegengekomen:


Uit: De Volkskrant, 04-11-2011, ingezonden brief van Eefje Smet, antropoloog

Antropologie

In zijn Voetnoot 'Menswetenschappen' (2 november) reageert Grunberg op het schandaal rond hoogleraar Diederik Stapel. Ik denk dat alle (sociale) wetenschappers erg geschokt zijn over de manier waarop deze man de geloofwaardigheid van sociaal-wetenschappelijk onderzoek onderuit heeft gehaald.
    Als antropoloog heb ik altijd mijn reserves wat betreft vragenlijsten: vragen kunnen verschillend geïnterpreteerd worden, hebben een beperkte mogelijkheid tot uitleg van het antwoord of zijn niet volledig beantwoord. Ook speelt altijd de vraag of wat mensen denken, ook is wat ze zeggen en bovendien wat ze doen.
    Antropologen willen de mensen onder wie zij onderzoek doen, leren kennen door gedurende langere tijd met hen te leven. De toetsing van etnografische data vindt plaats met behulp van contextualisering en vergelijking.
    Grunberg heeft de beeldende manier waarop de etnografie wordt opgeschreven onjuist afgedaan als romankunst, terwijl hier een diepe analyse achter schuilgaat.
    Wat leert menswetenschappelijk onderzoek ons over het gedrag van mensen, is de vraag van Grunberg. Welnu, de antropologie geeft bijvoorbeeld inzicht in machtsrelaties tussen mensen en groepen mensen, het daaraan gerelateerde dominerende discours en het daaruit voortkomende onrecht en probeert dit aan de kaak te stellen. Lijken mij geen onbelangrijke zaken in deze wereld!


Red.:    Het onrecht dat sommige culturen verder zijn dan andere, en wat de culturele antropologie probeert recht te zetten. Want de gelijkheid der culturen is hoogst belangrijk in deze wereld!
    Iets waarvan ook Bas Haring, professor in de wetenschapspopularisatie, al blijk van had gegeven dat hij er het een en ander mee heeft:


Uit: De Volkskrant, 05-11-2011, column door Bas Haring

Over Diederik Stapel en zeven miljard mensen

Er zijn twee actuele onderwerpen waarover ik wat kwijt wil. Alletwee voldoende behandeld in de krant en toch kan ik de neiging niet onderdrukken er ook wat over te schrijven. Diederik Stapel en zeven miljard.
    Maandagmiddag, net na de persconferentie over Stapel zou ik een college geven over onconventioneel, creatief wetenschappelijk onderzoek. Ik gebruik Diederik Stapel al jaren als een inspirerend voorbeeld maar het leek me dat ik dat maandagmiddag beter niet kon doen; ik kon beter stilstaan bij het zojuist uitgekomen rapport.   ...


Red.:   Tja, zo is dat Bas... Je kunt wel nog zo verstandig zijn, zodra je je als mens op het vlak van het multiculturalisme gaat begeven, glijdt je op die zeephelling bijna onstuitbaar naar beneden. En belandt je in het kamp van mensen als mooi-leugenaars Alexander Pechtold, kosmopolitisch politicus, en Diederik Stapel, multiculturalistisch wetenschapper.
    Voor de komst van de allochtonen waren er andere mogelijkheden voor de menswetenschapper om de verkeerde kant te kiezen:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 26-02-2012.

Boze homo’s

Neurobioloog en arts Dick Swaab (1944), bekend van de bestseller 'Wij zijn ons brein', geeft vrijdag een lezing bij de de Leidsche Ganymedes Borrel, het netwerk voor lesbische, homo- en biseksuele studenten en medewerkers.

Hersenen van homo’s en hetero’s verschillen, ontdekte u begin jaren 90.

‘We publiceerden een onderzoek waaruit bleek dat in de hersenen van homoseksuele mannen de biologische klok tweemaal zo groot is als in de hersenen van hetero’s. Toen we dat naar buiten brachten, ontstond er een rel die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Er stonden demonstranten voor de deur. De kinderen werden op school gepest. Dag en nacht dreigtelefoontjes. Er waren bommeldingen. Ik kreeg een kaart met daarop de aankondiging dat ze me kwamen vermoorden en een andere met de tekst “Je zult het wel jammer vinden dat je niet onder Mengele in Auschwitz hebt kunnen werken.”’

Wat was er zo aanstootgevend aan het onderzoek?
‘Het is mij nog steeds niet geheel duidelijk. Maar in die tijd was het geloof in de maakbare samenleving nog heel groot. Er lag een taboe op de biologische achtergrond van seksuele oriëntatie. Bepaalde homo-organisaties zagen homoseksualiteit zelfs als een politieke keuze. Wij stelden dat er niets viel te kiezen. Daar waren ze boos om.
    ‘Het hielp ook niet dat Utrechtse hoogleraar sociologie, Rob Tielman, ons onderzoek als “bijzonder onkies” omschreef. De kritiek verspreidde zich als een olievlek. Iedereen bemoeide zich ermee.’   ...


Red.:   Een geparfumeerde scheldpartij, dat 'onkies' ...
    Een aardige illustratie van waar het probleem ligt:


Uit: De Volkskrant, 23-02-2012, van verslaggeefster Yvonne Hofs

CBS blundert: Nederlanders lenen níet meer

Tussentitel: Mensen gebruiken creditcard vaker, dat is alles

'Nederlanders lenen meer en vooral duurder', kopte het CBS woensdag in een persbericht. Een nauwkeurige blik op de statistieken laat van die bewering weinig heel. Het statistisch bureau interpreteerde de eigen cijfers verkeerd.
     Het CBS-nieuws werd gisteren in diverse media breed uitgemeten. De portee: omdat banken tegenwoordig minder krediet verlenen, grijpt de consument steeds vaker naar zijn creditcard.
    De feiten volgens het CBS: Nederlanders namen in 2011 4,5 miljard euro krediet op met hun creditcard, een half miljard meer dan het jaar daarvoor. Ook nam de roodstand op betaalrekeningen toe. Tegelijkertijd namen mensen in 2011 juist minder langlopend krediet op bij banken en financieringsmaatschappijen.
    Duidelijke zaak, meent het CBS: de consument compenseert de krenterigheid van de banken door rood te gaan staan en creditcardschulden te maken. Zorgwekkend, vindt het CBS, want op dat soort schulden is de rente veel hoger dan op gewoon krediet. De Nederlander steekt zich dus niet alleen dieper in de schulden, maar zadelt zichzelf ook op met hogere rentelasten.

Klinkt logisch, maar het is een blunder. Uit de kleine lettertjes bij de CBS-statistieken valt op te maken dat het CBS álle creditcardtransacties als 'lening' telt, ook gewone betalingen die met creditcards zijn verricht. Een CBS-woordvoerder bevestigt dit schoorvoetend. Met andere woorden: iemand die op internet een boek of een vliegticket met een creditcard afrekent, is volgens het CBS een sloeber die niet meer bij de bank kan lenen en daarom zijn creditcard gebruikt.   ...


Red.:   En hoe is dit tot stand gekomen? Helder: men had cijfers, en men had een idee. En de cijfers zijn geïnterpreteerd naar dat idee. Typisch sociologie. Zie ook het SCP (boven) en het CPB uitleg of detail .
    Er zijn ook jonge en kritisch sociologen - mensen als Willem Schinkel:


Uit: De Volkskrant, 07-04-2012, door René Cuperus

Oudemannenhuis Nederland

Nederland heeft geen fut meer voor vergezichten en vernieuwing. Het kampt met een geestelijke energiecrisis. Iedereen past zich aan, niemand durft tegen de stroom in te gaan. Een verontrustende diagnose van socioloog Willem Schinkel.

Het Nederlands politieke bestel ruikt naar rottend vlees. Nederland is een museum, een dode cultuur die vastzit in conservatief-regressieve neigingen, zonder enige wereldhistorische levensenergie. Wie ooit een Aziatische metropool heeft gevoeld, die weet wat wij missen: energie. Wat dreigt, is een toenemend gefrustreerde jonge generatie onder een toenemend gerontocratisch gerund regime. We moeten ons niet vergissen: Museum Europa is een luchtballon die langzaam leeglopend een scheet de wereld in schiet waarvoor die wereld, als ze überhaupt luistert, de neus ophaalt.
    Deze temperamentvolle zinnen zijn afkomstig uit De nieuwe democratie, het zojuist verschenen boek van de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel. Schinkel schetst daarin een bikkelharde diagnose van het huidige politiek-maatschappelijk klimaat. Hij doet dat pikant, scherpzinnig en volstrekt eigenzinnig. In de stijl van de angry mature man - Schinkel is 35. Een socioloog met de hamer.   ...


Red.:   We weten inmiddels allemaal waarom die Aziatische, en Indiase en Braziliaanse, metropool het zo goed doet: een razendsnelle bevolkingstoename, massa's armoedige en machteloze en ongeschoolde arbeidskrachten, en een relatief kleine groep in de top die een paar trucjes van de westerse beschaving heeft overgenomen. Maar Schinkel is kennelijk een ouderwetse kosmopoliet die in katzwijm valt voor iedere scheet uit het buitenland.
    En over het binnenland:

  Politiek in de ware zin van het woord is, volgens Schinkel, op sterven na dood. De politieke partijen zijn inhoudelijk samengesmolten, hun verschillen zijn zo goed als verwaarloosbaar.

Inderdaad: de oligarchische politieke partijen, dat wil zeggen: CDA, PvdA, VVD, D66 en een dusdanig groot deel van de rest dat je rustig kan zeggen: alles behalve PVV en SP  . Zodat met hoge mate van zekerheid van de heer Willem Schinkel, angry young sociologie men, gesteld kan worden dat hij daar ook toe behoort - zodra het er ook maar enigszins op aan komt.
    Kijk maar:
  Schinkel: 'Moslims vormen een probleem puur omdat ze een 'andere cultuur' vormen, en dat probleem is aan de andersheid van hun 'cultuur' te wijten, niet aan de onbevraagde zogenaamde 'dominante cultuur'.' Zelfs het Sociaal en Cultureel Planbureau krijgt hier een veeg uit de pan: die zou met zijn meetlat 'sociaal-culturele integratie' de uitsluiting van allochtonen wetenschappelijk legitimeren.

Hét simpelst waar te nemen kenmerk van oligarchie en kosmopolitisme: vinden dat de cultuur van de moslims volkomen gelijkwaardig is aan de westerse. Met dit soort bijverschijnselen horende de rabiate versies:
  Het mag dan ook niet verbazen dat Schinkel Wilders ... omschrijft als een 'een narcistische protofascist'.

Met natuurlijk dat andere, slechts marginaal minder simpel te detecteren verschijnsel:
  Op eenzelfde manier omhelst en verfoeit hij het nationalisme in een en dezelfde beweging. Hij heeft geen goed woord over voor het huidige bekrompen 'neo-nationalisme' , maar betoogt aan de andere kant dat juist de natiestaat een heel goede basis vormt voor solidariteit en democratie ...

De contradictie.
    Kortom: de heer Schinkel behoort tot dat bekende fenomeen van de zich als "alternatief" presenterende socioloog of anderszins menswetenschapper, die zich alleen als "alternatief" presenteert, maar in wezen een geïntegreerd onderdeel van de oligarchie uitmaakt. Met dit niet geheel maar toch redelijk betrouwbare gezond-verstandscriterium als toetje en eigenlijk ook voorafje:  iemand die maatschappelijk en dus sociologisch echt alternatief denkt, en dat opschrijft, krijgt écht geen baantje binnen de oligarchie, dat wil zeggen: aan de universiteit! (Oh ja:  een doodenkele uitzondering daargelaten).
    Waar het op zich al moeizaam gaat met de sociale wetenschappen, duikt er nog een nieuw gevaar op: de allochtonen-variant. Want die hebben diverse strikte denkregels, waaronder: "Het ligt nooit aan de allochtone immigrant":


Uit: De Volkskrant, 08-05-2012, van verslaggeefster Janny Groen

Wetenschap vreest verlies aan inzichten

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) gooit het kind met het badwater weg. Veel kennis over de multiculturele samenleving zal verloren gaan. Met name het voorstel om het geboorteland van ouders uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) te schrappen, is een brug te ver.
    Dit zeggen de hoogleraren Han Entzinger (Migratie- en Integratiestudies) en Jean Tillie (Politicologie). Entzinger en Tillie maken vaak gebruik van etnische gegevens. Tillie, die onder andere radicalisering en politieke participatie van etnische minderheden onderzocht, vindt het huidige registratiesysteem 'prima'.   ...
    Principieel tegen het gebruik van etnische gegevens bij criminaliteitsbestrijding is de Marokkaans-Nederlandse onderzoeker Ilias el Hadioui niet. 'Maar als je de statistieken selectief toepast, bij deviant gedrag en overlastgevende jongeren, schiet je je doel voorbij.'   ...


Red.:   Hoe je het wel moet toepassen, zegt de onderzoeker ook:

  Het is fijn te weten dat eenvijfde van de studenten aan de Erasmusuniversiteit behoort tot bepaalde minderheden.'

Dat willen we wel weten en onderzoeken, maar de oververtegenwoordiging in de criminaliteit niet. Maar het is niet eens zo veel erger dan bij de blanke collega's ...
    De sociologie zet haar beste beentje voor, want het wetenschappelijke tijdschrift Science, waaruit het onderzoek van het volgende bericht komt, geldt als één van de meest toonaangevende. Het is natuurlijk wel uit het Engelse taalgebied, en dat is nog politiek-correcter en multiculturalistischer als Nederland:


Uit: De Volkskrant, 19-05-2012, door Maarten Keulemans

Multicultuur, lukt dat nog?

Is het 'multiculturele experiment' tot mislukken gedoemd? Een groep vooraanstaande wetenschappers vat deze week in een bundel artikelen in Science samen wat onderzoekers over multicultureel samenleven denken te begrijpen. Vier wetenschappelijke lessen in het multiculturele denken.


Red.:   Meteen maar een voorafje: wat multiculturalisme is, wordt niet duidelijk uit het artikel, en dus vermoedelijk ook niet in de bron. Vermoedelijk wordt er in belangrijke gedoeld op de multi-etnische samenleving, wat natuurlijk iets heel anders is: je kan prima een Joodse wijk, een Chinese wijk, een zwarte wijk, enzovoort, naast elkaar hebben, en never the twain shall meet. Zoiets als in New York. Maar of dat nu een multiculturele samenleving is?

  Les 1: Ontkennen lukt niet
Over één ding zijn alle gedragswetenschappers het eens: mensen hebben de natuurlijke neiging, of noem het onhebbelijkheid, de wereld in groepen te verdelen. Een aanpassing uit de oertijd, vermoedt men, om in één oogopslag te kunnen zien wie groepsgenoot is en wie niet. Handig - totdat u in Rotterdam in de tram stapt.

Ook daar is het handig - je ziet meteen wie de Antilliaanse pistooldragers zijn.
  Sommigen zeggen: afschaffen, dat groepsdenken. Weg met het dubbele paspoort, en weg met de term allochtoon, zoals de Raad Maatschappelijke Ontwikkeling vorige week voorstelde. Maar dat werkt niet, zegt sociaal-psychologe Naomi Ellemers van de Universiteit Leiden, auteur van een van de hoofdartikelen in de Science-special.

Nee, je kan net zo goed voorstellen om te stoppen met ademen.
  'Buitenstaanders en politici negeren nogal eens dat mensen het denken in groepen nodig hebben om te kunnen functioneren. ...'

Net als het overgrote deel der sociologen.
  Les 2: U neigt tot vijanddenken
Uit de statistieken blijkt dat multiculturele samenlevingen de meest harmonieuze zijn.

Een leugen. Uit onderzoek blijkt dat samenlevingen minder harmonieus zijn naarmate ze multicultureler worden - het beroemde onderzoek van Robert Putnam uitleg of detail - wat eigenlijk overbodig is, want iedereen kan het zelf zien. Wat die statistiek, als ze klopt, laat zien is dat blanke samenlevingen succesvoller zijn en dat succes veroorzaakt gekleurde instroom.
  Intussen worden zelfs de best 'gelukte' multiculturele maatschappijen ontsierd door discriminatie en gedoe tussen rassen en religies.

Een zin die, met weglating van de term 'Intussen', alleen begrijpelijk in connectie met de correctie op de voorgaande zin.
  Dat komt deels doordat ons oerinstinct andere groepen al snel als vijand ziet.

En een andere deel is omdat door het oerinstinct andere groepen ons snel als de vijand zien. Kijk maar eens hoe vijandig negers ten opzichte van ons staan: ze branden, samen met de moslims, onze grote steden af: Parijs 2005, Londen 2011, Stockholm 2013.
  In apengroepen 'kun je verwachten dat groepsleden je aardiger behandelen dan buitenstaanders', merkte de Australische psycholoog Marilynn Brewer daarover op. En tegenwoordig is er altijd wel ergens een behulpzame Geert Wilders om ons te helpen de groepen te duiden en zo ons oergevoel aan te wakkeren.

En tegenwoordig is er altijd wel een behulpzame haat-imam of "Racisme!"-neger uitleg of detail om het oergevoel bij moslims of negers aan te wakkeren. En altijd is er wel ergens een behulpzame socioloog of stukjesschrijver in de krant om te wijzen op Geert Wilders, en voorbij te gaan aan de haatimam in zijn talloze gedaantes.
  Hoe makkelijk dat gaat, bewees lerares Jane Elliott in een klassiek geworden experiment. Ze zette leerlingen met blauwe ogen apart en vertelde dat mensen met blauwe ogen dommer, onbetrouwbaarder, viezer en crimineler zijn. Met heftige gevolgen: al snel wilden de donker-ogen niet eens meer uit hetzelfde kopje drinken als de blauw-ogen.

Inderdaad. Je hebt maar een beperkt aantal haatimams en een niet eens zo hoge overrepresentatie in overlast uitleg of detail en criminaliteit uitleg of detail nodig om dit proces te starten.
  Vervelend is dat het 'vijandsysteem' te scherp staat afgesteld, 'als een rookdetector die zo is gemaakt dat hij liever vals alarm geeft dan een dreiging te missen', aldus sociaal-psycholoog Steven Neuberg. Uit experimenten blijkt dat het sneller afgaat als we al alert zijn: een donkere man op een verlaten station! Proefpersonen die een eng stukje Silence of the Lambs te zien kregen, zagen daarna vaker de uitdrukking 'woede' op de gezichten van zwarte mannen.

En alweer wijzen de sociologen eenzijdig, naar blanke mensen. Het minstens net zo erge racisme van bijvoorbeeld de zwarte mens uitleg of detail wordt aan voorbijgegaan. Zo ziet u maar hoe makkelijk het is het vuurtje van de rassenhaat op te stoken!
  Les 3: Maak nieuwe groepen
'Integratie betekent aanpassing over en weer', zegt Ellemers. 'De politiek gebruikt het woord integratie te vaak in de betekenis: pas je maar aan ons aan. Dat is geen integratie, maar assimilatie.'

Een leugen van Ellemers, want het gaat niet over integratie, maar immigratie. En het gezonde verstand zegt, zoals verwoord in het Russische gezegde: "Je gaat niet met eigen gewoontes andermans klooster binnen".
  Zelf deed Ellemers onder meer onderzoek naar moslimvrouwen op de werkvloer. 'Daaruit bleek dat ze veel gemotiveerder zijn om te integreren als ze zich geaccepteerd voelen. Dat kan om kleine dingen gaan: halal-voedsel in de kantine, een hoofddoek mogen dragen.'

We stellen hier een ander onderzoek voor: de moslimvrouwen komen zonder hoofddoek en halal-vlees werken. De voorspelde uitslag: Dan zijn de autochtonen veel gemotiveerder om te integreren (integreren in de zin van "gezellig doen" - het is nu eenmaal lastig integreren met iemand die jou als onrein bestempelt en als ongelovige afficheert).
  'Het gevoel van: ik hoef niet meer te ontkennen wie ik ben, ook als Marrokkaanse vrouw kan ik een volwaardige Nederlander zijn.'

Men wil een contradictie: een volwaardige Nederlander is iemand die een Nederlandse opvoeding heeft gehad, en dat wordt steeds meer een blank iemand. Doordat groepen als Marokkanen blijven uitstralen en zijn wie ze zijn: Marokkanen.
   Les 4: Ontregel uw instinct
Allianties aangaan heeft de evolutie ook ingebakken, denkt onder anderen Crisp. De wonderlijm van de multiculturele samenleving is volgens hem: het stimuleren van gedrag buiten stereotypen. Om die reden heeft Harvardpsycholoog Mahzarin Banaji een screensaver gemaakt die minderheden in onverwachte situaties toont: vrouwelijke bouwvakkers, zwarte intellectuelen. Alles om ons groepsinstinct te ontregelen.

En nou heeft men het in punt 1 toch zo duidelijk gezegd: het groepsinstinct is niet te ontregelen. Ja, misschien even te bedriegen, maar niet systematisch. Dus gaan we het toch proberen, want voor de goede zaak ... Overigens zijn vrouwen geen minderheid, en worden minderheden in de media in alle mogelijke onverwachte situaties getoond, zoals Journaal-presentator uitleg of detail terwijl ze nog nooit iets aan de ontwikkeling van techniek en media hebben bijgedragen, en ze blijven stereotyp gedrag vertonen: hoofddoeken dragen, gangs vormen enzovoort.
  Een opvallende boodschap: niet met ze theedrinken, niet het begrip allochtoon afschaffen en niet een meldpunt overlast instellen - de ander in je leefomgeving accepteren werkt het best.

Precies. Dus accepteer je Nederlandse leefomgeving, en ga niet in moskeeën zitten en blijf niet in je eigen groep hangen met je hoofddoek, en vorm geen hiphop-gangs.
    Topsociologen, maar nog niet de meest elementaire regel geleerd: bekijk een zaak met twee partijen van twee kanten.
    Maar toch is er op theoretisch vlak sprake van enige vooruitgang. Dat blijkt niet uit bovenstaande selectie van de Volkskrant, maar die van de wetenschappers zelf. Want het betreffende artikel stond dus in Science,  één van de meest prestigieuze tijdschriften gewijd aan alle wetenschappen. Om van dit overzichtsartikel in een belangrijk blad, stonden er ook berichten op de websites van de betreffende faculteit en de Universiteit Leiden - aankondigende de ontdekking van het bestaan van menselijke groepen:


Uit: Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit Leiden, 17-05-2012. uitleg of detail (FSW) uitleg of detail (UL)

Een groep is ook een ‘zelf’

We kunnen wel denken dat we steeds ons eigenste unieke ‘zelf’ zijn maar dat is niet zo, betoogt prof.dr. Naomi Ellemers. Dat we deel uitmaken van groepen heeft invloed op ons zelf. Gewild of ongewild. Wat is een groep eigenlijk? Wat doen groepen met ons en wij met groepen? Review in Science.

Emotionele verbondenheid
Naomi Ellemers ziet een groep als een entiteit met een eigen ‘zelf’, dat afstraalt op de afzonderlijke groepsleden. Soms gebeurt dit omdat de leden van een groep dezelfde kenmerken hebben, of elkaar nodig hebben om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Maar vaak is het vooral een gevoel van emotionele verbondenheid, dat niet goed te verklaren is vanuit het eigenbelang van een individu. Als er iets vervelends gebeurt met de groep, ervaren de groepsleden negatieve emoties, ook als ze er zelf niets mee te maken hebben.   ...
 

Red.:   Dit is een doorbraak - reden voor een publicatie in een topblad. De standaardvisie van de sociologie is deze:

  Vaak wordt een groep gezien als een verzameling personen met hun eigen motieven, doelen en vaardigheden, die samen optrekken omdat ze daardoor hun individuele doelen beter kunnen verwezenlijken.

Oftewel: een groep mensen is hetzelfde als een verzameling losse zandkorrels. En als er al iets extra's gebeurt, is dat negatief:
  Maar waarin je ook jezelf en je vermogen tot nadenken kunt verliezen. Zo verklaart men het gedrag van hooligans, de misdragingen van soldaten ten aanzien van Irakese gevangenen en zelfs het veel te veel risico nemen door bankiers.

Dat er een tegenspraak zit in deze twee opvattingen neemt men voor lief. De reden voor het aanvaarden van contradicties is dat men het bestaan van groepen niet wil erkennen, omdat de belangrijkste en meest zichtbare groepen de etnische groepen zijn, gevolgd door de culturele. En als die erkent als groepen, ben je niet ver weg van het zien van verschillen, dat wil zeggen: niveauverschillen. En dat laatste is zo verboden, dat het begrip "mensengroep" praktisch gezien ook verboden is.
  ... Ellemers heeft daar toch een wat andere kijk op.
    Ellemers’ artikel in Science geeft een overzicht van recent onderzoek over dit onderwerp, inclusief het werk van haar eigen onderzoeksgroep. Ze maakt duidelijk dat een mens zich laat beïnvloeden door dat groepen waarvan hij deel uitmaakt. En hierdoor zelf direct geraakt wordt, ook al gebeurt dat vaak onbewust. Wie kent niet de schaamte die tijdens een vakantie opkomt als andere Nederlanders zich misdragen. Dan voelen we onszelf ineens erg Nederlands. In andere gevallen hebben we juist bewust als doel deel uit te maken van een groep, bijvoorbeeld omdat we er zelf voor gekozen hebben. Van het zangkoor tot de politiek.

Als je dit gaat vertellen aan het publiek in de Leidse Haarlemmerstraat, zullen ze je vreemd aankijken: dit voor niet-sociologen het intrappen van wagenwijd open deuren.
    En zelfs voor het waarnemen van volstrekte vanzelfsprekendheden hebben sociologen inbreng van buiten nodig: 
  Onbewuste en bewuste vormen van groepsverbondenheid kunnen samengaan maar dat hoeft zeker niet. Wel blijkt dat onbewuste identificatie met een groep in de hersenactiviteit te zien is: mensen reageren positief op personen uit een groep waarmee ze zich verbonden voelen, ook al kennen ze die anderen niet. Deze hersenactiviteit voorspelt ook hun gedrag, zoals de bereidheid om geld te geven aan slachtoffers van een natuurramp. Voelen we ons niet verbonden met anderen of kijken we neer op een groep, dan is deze hersenactiviteit er niet. We blijven bijvoorbeeld onaangedaan als we geconfronteerd worden met beelden van daklozen. Dit gegeven kan misschien effectiever worden ingezet bij hulpacties en door goede doelen organisaties, die nu vooral een appel doen op de goedgeefsheid van personen.

Alweer: je zal er de bloemenverkoper niet mee verrassen of verbazen. Hij zal iets mopperen over het verspillen van overheidsgeld aan het doen van onderzoekjes naar dingen die iedereen (op straat) allang wist. Maar ja, iedereen (op straat) weet ook allang dat er in Afrika niet zo hard gewerkt wordt ... En het "onderzoek" daarnaar laat nog decennia op zich wachten.
    Kijk maar:
  Lastig is dat je de manier waarop door anderen naar de groep wordt gekeken niet kan sturen: een groep kan te maken krijgen met vooroordelen en een ongewenst imago. Lid zijn van zo’n groep of ertoe worden gerekend, is dan niet altijd een pretje: als je bij voorbaat door anderen in een hokje wordt geplaatst krijg je niet de kans om je persoonlijke kwaliteiten te laten zien. Bijvoorbeeld als je op je werk als professional wilt worden gezien, terwijl anderen vooral op je etniciteit reageren.

Ja, het zijn eigenlijk best wel slechte zaken, die groepen:
  Iedereen kan tot meerdere groepen behoren, maar het is niet vanzelfsprekend dat je wordt geaccepteerd door de groep die voor jou het belangrijkste is. Daar kunnen mensen ernstig onder lijden. In de hersenen geven de emoties die dit met zich meebrengt dezelfde activiteit die optreedt bij het voelen van fysieke pijn. Ook andersom kan het een probleem zijn als je je wilt distantiëren van een bepaalde groep, zoals het dorp waar je vandaan komt, je godsdienst of je sociale achtergrond, en dat lukt niet. De gevoelens van bedreiging die hierdoor ontstaan zorgen voor een verhoogde bloeddruk.

Met als conclusie:
  Ellemers maakt inzichtelijk dat we beter kunnen inspelen op dit soort verschijnselen als we rekening houden met het feit dat de mens uiteindelijk een groepsdier is.

En waarom zou dat nou toch zo zijn? De strikt individuele mens is toch een veel betere manier om de uitdagingen van de natuur te overwinnen? Tenminste, als groepen inderdaad allemaal van zulke slechte eigenschappen hebben ...
    Uit welk ironisch commentaar blijkt dat hier wel sprake is van de erkenning van het bestaan van groepen, maar nog lang niet van het bestaan van groepen als natuurlijk en evolutionair verschijnsel. Dat ze, gezien hun lange bestaan, dus grote evolutionaire voordelen moet hebben. En dat het zomaar uit elkaar halen van groepen, bijvoorbeeld door deze willekeurig door elkaar te gooien, dus evolutionaire nadelen kán hebben.
   Ontsporing wil nog eens leiden tot onthulling. Hier is zo'n geval:


Uit: De Volkskrant, 20-06-2012, tv-recensie, door Jean-Pierre Geelen

Stapel

Hij wilde 'de wereld net iets mooier maken dan die is', zei hij zelf. Daar is Diederik Stapel maar matig in geslaagd, nu hij is ontmaskerd als 'een van de grootste wetenschappelijke fraudeurs'. Profiel besteedde dinsdag aandacht aan hem. Kernvraag: 'Hoe de golden boy van de sociale psychologie verstrikt raakte in zijn eigen zorgvuldig geweven web van leugens', zoals de voice over van Philip Freriks het verwoordde.   ...


Red.:   Wat je dus naadloos kan aanvullen tot vrijwel de gehele sociologie: ze willen de wereld mooier maken dan hij is. Ze willen dat culturen gelijk zijn, terwijl ze donders goed weten indien voorzien van enige intelligentie, dat dit niet zo is. Net zoals Diederik Stapel donders goed wist dat datgene wat hij deed, niet deugde. Want hij heeft van alles gedaan om het te verbergen. Net zoals de sociologie van alles doet om te verbergen dat datgene wat ze doet, niet deugt. Zoals het verketteren van iedereen die beweert dat culturen wel van niveau verschillen.
    Nog eens een voorbeeldje van high-relevancy en high-impact onderzoek gedaan door sociologen:


Uit: De Volkskrant, 27-08-2013, door Tonie Mudde

Ware wetenschap | Excuses

Op zoek naar een A-tijdschrift

Hoe komen ontdekkingen tot stand? In Ware Wetenschap volgt de Volkskrant 12 onderzoeksteams gedurende hun onderzoek. Vandaag: Onderzoek klaar, nu nog publicatie in een tijdschrift met een 'hoge impactfactor'.


Onlangs had de Utrechtse communicatiewetenschapper Daniel Janssen een beoordelingsgesprek. Zijn leidinggevende vinkte af hoe vaak Janssen het afgelopen jaar had gepubliceerd in hoog aangeschreven tijdschriften. 'We spraken wel over onderwijs en andere activiteiten, maar uiteindelijk wordt een wetenschapper op zijn H-index afgerekend. Dat is een maat voor het aantal gepubliceerde artikelen en hoe vaak andere onderzoekers die artikelen citeren.'
    Zo'n twee keer per jaar moet Janssen in een A- of een B-tijdschrift staan; daar ligt de lat. Thuis schrijft Janssen nu aan zijn nieuwste artikel. De afgelopen maanden deed hij diverse experimenten naar het effect van excuses door bedrijven, bijvoorbeeld na het terugroepen van een ondeugdelijk product. Uitkomst: hoe bozer klanten over een schandaal, hoe meer die excuses nodig zijn om hun woede te temperen.    ...


Red.:   Ja ja, daar kijkt de burger echt van op ...
    Soms wordt de waarde van het alfa- en gamma-wetenschappelijke onderzoek ook wetenschappelijk vastgesteld - let niet op de kop van het artikel:


Uit: De Volkskrant, 19-12-2013, van verslaggever Marijn van Calmthout

'Subsidies doen te weinig recht aan alfa's'

... op ministeriële subsidies voor veelbelovende onderzoekssamenwerking. ...
     ...minister Jet Bussemaker van OCW woensdag (...) bij de uitreiking in Den Haag van de zogeheten Zwaartepunt-subsidies aan zes prominente Nederlandse onderzoeksteams. In totaal krijgen zij 153 miljoen euro. Volgens de minister gaat het geld naar 'de wetenschappers op wie Nederland stuk voor stuk trots kan zijn', ...
    ... NWO organiseert voor het ministerie de selectieprocedure van het programma Zwaartekracht. ...
    Een internationale jury selecteerde dit jaar zes projecten uit ruim veertig voorstellen. In alle winnende voorstellen werken onderzoekers en teams samen die al eerder grote subsidies voor excellent werk kregen. Alle groepen willen nadrukkelijk een grote wetenschappelijke en maatschappelijke uitdaging aanpakken.
    Zo gaan toponderzoekers in de microbiologie uit Nijmegen, Delft en Wageningen ...
    Elf wiskundigen in Amsterdam, Eindhoven en Leiden gaan speuren naar principes die computer- en communicatienetwerken, maar ook verkeer en vervoer robuuster kunnen maken.
    Immunologen en chemici uit Nijmegen, Utrecht, Leiden en van het Kankerinstituut willen ...
    Aardwetenschappers uit Utrecht en Wageningen hopen ...
    Een Eindhovens team krijgt een kleine 20 miljoen voor onderzoek ...


Red.:   Wat die teams allemaal precies gaan doen hier van generlei belang. Het enige dat hier van belang is, is dit deel van het voorgaande:

  op ministeriële subsidies voor veelbelovende onderzoekssamenwerking. ...
     ...... de zogeheten Zwaartepunt-subsidies aan zes prominente Nederlandse onderzoeksteams. In totaal krijgen zij 153 miljoen euro. Volgens de minister gaat het geld naar 'de wetenschappers op wie Nederland stuk voor stuk trots kan zijn', ...
    ... NWO organiseert voor het ministerie de selectieprocedure van het programma Zwaartekracht. ...
    Een internationale jury selecteerde dit jaar zes projecten uit ruim veertig voorstellen. In alle winnende voorstellen werken onderzoekers en teams samen die al eerder grote subsidies voor excellent werk kregen.

Oftewel: dit is een hartstikke objectieve procedure voor een puur wetenschappelijk doel: de bevordering van samenwerking binnen de wetenschap.
    Maar dat is niet de toonzetting van dit bericht, waarvan hier alvast de kop is gereproduceerd. Het begin van het bericht onder die kop gaat helemaal over dat er geen alfa's en gamma's bij de genomineerden zitten:
  'Subsidies doen te weinig recht aan alfa's'

Tussentitel: 'Ruim 150 miljoen voor onderzoek en alles gaat naar exacte wetenschappen'

Wetenschapsfinancier NWO en het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (OCW) gaan bekijken of alfa- en gammaonderzoekers voldoende kans maken op ministeriële subsidies voor veelbelovende onderzoekssamenwerking. Nu gaat vrijwel alles daarvan naar exacte wetenschappen en life sciences.
    Dat heeft minister Jet Bussemaker van OCW woensdag gezegd bij de uitreiking in Den Haag van de zogeheten Zwaartepunt-subsidies aan zes prominente Nederlandse onderzoeksteams. In totaal krijgen zij 153 miljoen euro. Volgens de minister gaat het geld naar 'de wetenschappers op wie Nederland stuk voor stuk trots kan zijn', maar geeft het wel te denken dat er niet één op het vlak van de geestes- of sociale wetenschappen bij is.
    NWO deelt die zorg: 'Dit zijn de zes beste projecten. Niettemin is de uitslag aanleiding om na te denken over de procedure en criteria. We zullen bekijken of Zwaartekracht voldoende is toegesneden op alfa- en gammaprojecten. Ook het feit er weinig vrouwen bij zijn, verdient aandacht.' ...

Allemaal alfa- en gamma-propaganda, dus. Door alle betrokken partijen: minister(ie), media, en de NWO die zijn oren laat hangen naar het voordurende gezeik van de eerste twee.
    Natuurlijk vindt je geen alfa's en gamma's als je gaat selecteren op samenwerking binnen toponderzoek. Ten eerste doen alfa's en gamma;s niet aan toponderzoek, want ze zitten nog volledig in de ideologie  en die twee gaan absoluut niet samen, en ten tweede doen alfa's en gamma's niet aan samenwerking, want samenwerking vereist overeenstemming over een gezamenlijke kapstok om de individuele bevindingen aan op de te hangen - een consensus over de grootschalige structuur van het onderzoeksterrein. Die consensus bestaat niet binnen de alfa- en gammawetenschappen, omdat de alfa- en gammawetenschappen niet voldoen aan een nog fundamentelere eis: het uitgangspunt dat er een objectieve werkelijkheid bestaat, waaraan iedereen kan refereren - zonder dewelke je nooit verder komt dan "botanie", en waarmee je als je die stap wel neemt binnen redelijk korte tijd al spectaculaire vooruitgang kan boeken  .
    Kortom: in feite zit het probleem in een valse voorstelling van zaken. De valse voorstelling van zaken besloten in de term "alfa- en gammawetenschap". De huidige alfa's en gamma's bedrijven geen wetenschap - ze bestuderen dingen op een onsamenhangende wijze. Je mag die term dus ook gerust een leugen noemen.
    Aan het geval "Europa" is in deze verzameling nog geen aandacht besteed. En vooraf: dat alles rond Europa als het gebeurt met een wetenschappelijke pretenties behoort tot de algemene noemer "sociologie" staat vast. Hier een artikel van zo'n wetenschappelijke Europeaan:


Uit: De Volkskrant, 24-01-2014, door Peter Rodenburg, universitair docent Europese studies aan de UvA

Onze soevereiniteit is allang naar de vaantjes

In 1983 gaf Nederland zijn monetaire soevereiniteit op, en niet omdat eurofielen dat zo graag wilden.


Tussentitel: Ruding trok de conclusie dat 'wat er ook gebeurt met de Duitse mark, wij volgen'

Het Burgerforum EU onder aanvoering van Thierry Baudet en Ewald Engelen heeft 63 duizend handtekeningen verzameld en mocht onlangs in de Tweede Kamer zijn bezwaren uiteenzetten. Het Burgerinitiatief protesteert tegen de sluipende soevereiniteitsoverdracht aan de Europese Unie en vindt dat aan elke overdracht van soevereiniteit een bindend referendum vooraf moet gaan.
    Als voorbeeld van deze sluipende machtsoverdracht naar de EU noemt Ewald Engelen in het Journaal het monetaire beleid van De Nederlandsche Bank; sinds de invoering van de gemeenschappelijk munt hebben Nederlanders niets meer te zeggen over het monetaire beleid omdat dat sluipenderwijs is overgedragen aan een Europees instituut in Frankfurt.
    Feit is echter dat Nederland de laatste vier decennia helemaal geen monetaire autonomie heeft gehad. ...
    De devaluatie van 1983 is de laatste keer dat Nederland gebruik maakt van zijn monetaire soevereiniteit. Ruding trekt uit de gebeurtenis de conclusie dat 'wat er ook gebeurt met de Duitse mark, wij volgen'. Duisenberg grijpt de gebeurtenis aan om een strak hardemuntbeleid te voeren en de Duitsers nog nauwgezetter te volgen. In Frankrijk krijgt hij de bijnaam Monsieur Cinq Minutes omdat Nederland de Duitse renteaanpassingen bijna onmiddellijk volgt.
    In 1983 is De Nederlandsche Bank definitief een bijkantoor geworden van de Bundesbank en heeft Nederland vrijwillig zijn monetaire autonomie opgegeven. ...



Red.:   Dit artikel lijdt twee fundamentele denkfouten. De eerste: er is een fundamenteel verschil tussen "WIJ beslissen om Duitsland te volgen" versus "ANDEREN beslissen dat wij Duitsland volgen". Hiertussen is geen geleidelijke overgang mogelijk - het is als "je bent zwanger of je bent het niet".
    Denkfout nummer twee: Baudet stelt dat  ieder geval van soevereiniteitsoverdracht aan een referendum moet worden onderworpen. Rodenburg neemt één enkel geval en beweert dat weerlegt te hebben. Zelfs als die weerlegging juist is, is de conclusie dat Baudet dus weerlegd is voor alle mogelijke gevallen van oerdracht volstrekt onjuist
    Dit zijn beide de meest fundamentele redenatiefouten. Denkfouten. Deze persoon is totaal ongeschikt voor welke vorm van wetenschap dan ook.
    En dat dit gepaard gaat met retorische trucs, is vanzelfsprekend - hier is die in de laatste zin:

  Het Burgerinitiatief is een achterhoedegevecht dat zich verzet tegen een voldongen feit. Niet de EU maar de globalisering heeft de soevereiniteit allang aangetast.

De retorisch truc van het "voldongen feit"  .
    Nog iemand die op heeft gelet:


De Volkskrant, 27-01-2014, ingezonden brief van Andreas Zijlstra, Groningen

Europa

De discussie over de al dan niet sluipende overdracht van bevoegdheden aan de EU moet vooral gevoerd worden, maar liefst wel met correcte argumenten.
    Peter Rodenburg stelt aan de hand van een voorbeeld (O&D, 24 januari) dat Nederland al sinds 1983 geen monetaire soevereiniteit meer heeft, en dat verbindt hij aan het door het Burgerforum genoemde sluipende verlies aan soevereiniteit. Hij suggereert dat er nu geen soevereiniteit meer overgedragen kan worden als die immers toch al verdwenen was in 1983.
    Zijn argument is dat Nederland voor het laatst in 1983 een eigen koers heeft gevaren en dat de kosten daarvan zeer hoog waren. Sindsdien volgen we de facto de Duitse beslissingen op monetair gebied, waarmee we onze autonomie kwijt zijn geraakt.
    Rodenburg mist hier echter het fundamentele punt: Nederland volgde uit vrije wil die lijn en kon er op elk moment ook weer mee ophouden.
    Als op enig moment een Duits besluit als negatief zou worden beoordeeld kon ter plekke een andere keuze worden gemaakt. Nu wordt in de EU echter met elk volgend besluit daadwerkelijk de beslissingsbevoegdheid van de nationale overheden uit handen genomen. En dat is echt verlies van soevereiniteit.
 

Red.:   Een weerwoord, omdat het gepubliceerd is, dat zou moeten leiden tot ontslag van die Rodenburg wegens gebleken volkomen incompetentie. En een onderzoek naar het functioneren van degenen in zijn academische omgeving.
    Hier een reactie uit het werkveld betreffende mensen die beschreven worden als onderwijspsychologen, maar vermoedelijk onderwijssociologen zijn:


De Volkskrant, 24-05-2014, ingezonden brief van Frank Nagtzaam, Havelte

Tuinbroek

Aleid Truijens zegt in haar column (Binnenland, 18 mei) aan het eind iets heel waars over het effect van een evenwichtige mix van vrouwen en mannen op de gesprekken op een school.
    De school waar ik 24 jaar werkte, was een school voor voortgezet onderwijs in Zaanstad. Er waren in die tijd (alweer zo'n vijftien jaar geleden) op mijn school evenveel mannen als vrouwen en ook de leeftijdsopbouw was niet eenzijdig: jong, middelbaar, ouder, alles was vertegenwoordigd.
    In de personeelskamer had je geen mannentafels of vrouwentafels. Gesprekken over lekkere wijven kan ik me helemaal niet herinneren, wel over voetbal - maar niet stompzinnig - en auto's, anderzijds kwam het weleens voor dat de dames het gesprek onder elkaar wilden houden. Dat alles speelde zich af in de marge.
De gesprekken gingen namelijk nog veel vaker over zaken die iedereen interesseerden: kunst, politiek, de stupiditeit van Zoetermeer, wat niet al, laat ik het vák niet vergeten.
    Wat ook bijdroeg aan de sfeer was het ontbreken van types die overal seksisme (en natuurlijk racisme) ruiken. Juist daarom hadden - volgens eigen zeggen - een Surinaamse en een Turkse collega het zo naar hun zin in ons midden.
    Soms werd de school betreden door enkele dames in tuinbroek. Onderwijspsychologen, ze bewogen zich als zombies door de gangen, spraken niet met ons, groetten nooit. Wat hun bezielde bleef lang onduidelijk. Tot iemand op een gegeven moment onthulde dat deze dames overal seksisme en racisme vermoedden. Dat wij ons niet hulden in vodden, had die vermoedens mogelijkerwijs extra voedsel gegeven.
    Aleid Truijens heeft de nodige kritiek gehad op haar column over 'verjuffing' (Binnenland, 10 mei). Was daar veel kritiek bij van onderwijspsychologen?


Red.:   Vast wel ...
    Elders op deze website is de intellectuele doopceel gelicht van de dsociologe en hoogleraar Pauline Meurs, een van de schrijvers van en inspirator achter het rapport Identificatie met Nederland (2007), uitgekomen onder auspiciën van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, en bekend geworden van de toespraak bij de presensatie ervan door toenmalig prinses Maxima, de beroemde "Er bestaat geen dé Nederlandse identiteit"-toespraak uitleg of detail . Mevrouw Meurs heeft een baantje in een andere sector gevonden, namelijk hoogleraar "management van de gezondheidszorg", aan, volkomen volgens de verwachting, de Erasmus Universiteit Rotterdam, want dat is de meest warme broedplaats van dit soort politieke-correctheid en multiculturalisme geworden. Helaas voor haar is de medische wetenschap ietwat meer een naar het bèta neigend iets dan de sociologie, dus als je daar soortgelijke neigingen vertoont als in de sociologie, gaat dat alras opvallen. En hier is het resultaat:


Uit: Volkskrant.nl, 03-10-2014, redactie uitleg of detail

Kwakzalversprijs naar hoogleraar Pauline Meurs

De prijs voor kwakzalver van het jaar gaat naar Pauline Meurs, voorzitter van instituut ZonMw, dat gezondheidsonderzoek financiert. Zij krijgt de zogeheten Meester Kackadorisprijs 2014 van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, maakte de vereniging vandaag bekend. Meurs is ook hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
    Reden voor de prijs is onder meer een rapport van ZonMw waaraan 'uitsluitend is meegewerkt door een aantal notoire pro-alternatief denkende figuren, terwijl ook een paranormaal genezeres bijdroeg'.    ...


Red.:   Het kon niet mooier: de Meester Kackadoris-prijs ... En natuurlijk kreeg de vereniging tegen de medische kwakzalverij een Kackadoris-antwoord:

  ZonMw liet in een reactie weten dat Meurs de prijs niet in ontvangst neemt 'omdat bij de vereniging (tegen de Kwakzalverij) een open discussie volledig ontbreekt'.

Iets dat volkomen de gang van zaken weerspiegelt in de nasleep van het WRR-rapport, en alle andere vormen van politiek-correcte sociologie in het algemeen: het is niets meer dan kwakzalverij, en het hele vakgebied, op enkele uitzonderingen na, verdient de Meester Kackadoris-prijs.
    Een paar stukken die leders op de website al gepubliceerd zijn (bij Permissiviteit uitleg of detail) - de eerste iemand die al jong besmet is:


Uit: De Volkskrant, 04-01-2014, ingezonden brief van Johan van Erp, student sociologie aan de Universiteit Utrecht

Alcoholverbod 16-jarigen lost niets op

Op 1 januari komt er een algeheel verbod op de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar. Doel van deze maatregel is het beperken van de risico's die het drinken van alcohol op jonge leeftijd met zich meebrengt, zo valt te lezen in de diverse nota's. ...
    ... Om jongeren bewust te maken van de gevolgen van alcoholgebruik zullen andere wegen bewandeld moeten worden dan een alcoholverbod.


Red.:   Dit zijnde de eerste en de laatste zinnen van een vrij uitgebreide ingezonden brief, met daar tussenin een hele boel bla bla, waarin de student sociologie een proeve van zijn kunnen afgeeft. Op het vlak van woordjes-rijgen. De inhoud is natuurlijk in een pennestreek afgedaan, door gewoon even de kop te spiegelen: "Alcohol-vrijlaten 16-jarigen lost iets op". Of de eigenlijk beter spiegelende spiegel: "Alcohol vrijlaten 16-jarigen lost alles op". Die student gaat dus een mooie carrière in de sociologie tegemoet.
    Volgende onderwerp. Hoe het in het oorspronkelijke onderzoek heeft gestaan is even onduidelijk, maar hoe de Volkskrant het opschrijft is duidelijk genoeg:


Uit: De Volkskrant, 09-10-2014, van verslaggeefster Margreet Vermeulen

Weerloze slachtoffers van jeugdig geweld roepen extra agressie op

Wat bezielt vechtende jongeren, zoals de 'kopschoppers' in Eindhoven, om een slachtoffer dat weerloos op de grond ligt nog eindeloos na te trappen? De Amsterdamse socioloog Don Weenink denkt een deel van het antwoord te hebben ...
    ... Het risico op extreem geweld neemt volgens Weenink toe als slachtoffers op de grond vallen, in de foetushouding gaan liggen of om genade smeken.
    Als de aanvallers getalsmatig de overhand hebben en/of zich gesteund weten door meer toeschouwers dan de tegenpartij vergroot dat ook de kans op buitensporig geweld. Een extra risicofactor is als de aanvallers deels familie van elkaar zijn. Dat versterkt de groepssolidariteit.    ...


Red.:   Merkt u hier wat raars in uw geest? Dat komt omdat in dit verslag en mogelijk ook in het onderzoek de rol van de daders in de passieve zin wordt beschreven, "er overkomen hen omstandigheden", en de rol van de slachtoffers in de actieve "ze gaan op de grond liggen". Het resultaat in het hoofd: de mishandeling ligt aan de slachtoffers, en niet aan de daders. En dat is geen idee van specifiek u in uw hoofd:


Uit: GeenStijl.nl, 09-10-2014, door Van Rossem uitleg of detail

Socioloog: Slachtoffer groepsgeweld? Eigen schuld!

Stop de persen. Lang hebben we erop moeten wachten, maar dankzij de Amsterdamse socioloog Don Weenink weten we nu wat er in het hoofd van kopschoppers omgaat op het moment dat zij weerloze slachtoffers nog eens lekker hard tegen het hoofd trappen. What were they thinking? Wat blijkt: slachtoffers zijn zelf schuldig. ...


Red.:   Ook de redactie van GeenStijl had datzelfde idee in het hoofd gekregen. Dat hier in dit bericht en mogelijk het onderzoek betoogd, of in ieder geval geïnsinueerd, wordt dat de slachtoffers de daders zijn. En de daders de slachtoffers.Gefundenes Fressen voor GeenStijl:

  Eigen schuld dus, moet je maar niet zo weerloos op de grond gaan liggen kermen. Bovendien, extra fun fact, is het ook nog eens zo dat het risico op geweld toeneemt als de aanvallers getalsmatig de overhand hebben. Goed om te weten. Het is dus niet de schuld van GeenStijl, maar van de slachtoffers die in foetushouding liggen. Of gillen om genade. Of gewoon met minder zijn. Dan vraag je er natuurlijk ook gewoon om.

Schrijf dus die Weenink maar af als wetenschapper. En wat betreft de Volkskrant blijkt dus voor de zoveelste keer dat politiek-correcte weerzinwekkendheid geen grenzen kent.
    En hierop, uit de verzameling Permissiviteit, criminaliteit uitleg of detail :


Uit: De Volkskrant, 30-10-2014, door Henk Müller

Twistgesprek | Henk Müller met Marie Rosenkrantz Lindegaard

Aanvallen is de slechtste verdediging bij een overval

Premier Rutte meent dat je overvallers best een paar ferme tikken mag geven. Maar werkt dat wel, of moet je van verzet afzien?


U wilt een discussie over hoe je te verdedigen tegen overvallers. Aanleiding is de overval op het juweliersechtpaar in Deurne waarbij twee doden vielen. Wat valt er te discussiëren? Het echtpaar handelde uit noodweer en is vrijgesproken.
'Het echtpaar is nu opnieuw bedreigd, nadat ze al een gewelddadige en traumatische overval hadden meegemaakt. Ik wil een discussie omdat uit mijn onderzoek is gebleken dat aanval de slechtste verdediging is tegen overvallers.'    ...


Red.:   Juist ja ... Omdat familie of bekende van het Marokkaanse tuig dat bij de overval op de juwelier isdoodgeschoten de zich verdedigd hebbende slachtoffers bedreigt, moeten we maar afzien van verzet bij overvallen door dat Marokkaanse tuig. Wie beweert er zulke stompzinnige dingen? Even voorstellen:

  Marie Rosenkrantz Lindegaard (1976) is geboren in het DeenseTønder. Ze studeerde antropologie in Kopenhagen en Amsterdam. Ze is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Tja ... Antropologie ... Daar ga je ... Zelfs de Volkskrant-journalist is verbaasd:
  Politie en detailhandel adviseren het RAAK-principe te hanteren: Rustig blijven, Accepteren van de situatie, Afgeven van geld en goederen, Kijken hoe de dader eruitziet. Het ontbreekt er nog maar aan dat de overvaller een kopje koffie moet krijgen.
'Nee, ik vind dat een goed advies. De aanval is niet de beste verdediging tegen overvallers. Een van de opvallende uitkomsten van het onderzoek is dat de daders eigenlijk nooit met geweld beginnen. Ze gaan alleen tot geweld over als er verzet is.'

Ongelofelijk ... Iedereen met enig gezond verstand of oren aan zijn hoofd heeft inmiddles vernomen dat overvallers beginnen met erop los te slaan.
  Overvallers hebben vast een andere definitie van geweld.
'Klopt. Eén tik vinden ze geen geweld. Dat is, zeggen ze, om de shock te doorbreken zodat het slachtoffer daarna doet wat de overvaller wil.

Juist ja ... Overvallers melden dat ze één tik geven. Volgensde wteten van het onregelamtige werkwoord weet je dan voor zkerr dat ze allemaal beginnen met erop los te slaan. Dus deze mevrowu leidt aan de meest ernstige vorm van blindheid voor de werkleijkheid: ze is blind voor een werkleijkheid die in haar eigen hoofd zit. Waarvan er nog meer is:
  Maar je geeft het recht op zelfverdediging op. Daarnaast blijken slachtoffers trauma's als gevolg van geweld beter te verwerken als ze zich hebben verzet.
... Er is nog weinig onderzoek naar slachtoffers gedaan die zich hebben verzet, maar ze verwerken hun trauma's inderdaad beter.'

Juist ja ... De onderzoeker heeft een resultaat dat tegen haar conclusie in gaat, en dat heeft ze maar niet verder onderzocht. Dat moet je niet willen, een werkelijkheid die tegen je vooropgestelde conclusies ingaat.
    Maar wat heeft de antropoloog dan wel onderzocht? Hier is het antwoord, en een waardchuwing vooraf: stop nu het eventuele nuttigen van drank en vooral vast voedsel:
  Hoe weet u dat zo zeker?
'Ik heb de laatste anderhalf jaar, samen met collega's, voor dat onderzoek honderd overvallers gesproken over 156 overvallen die zij pleegden.

Bent u uitgelachen ...? De onderzoeker ontleent haar wijsheid dat het niet verstandig is geweld te gebruiken tegen overvallers, aan de mening van de overvallers.
    Tja ...
    Om dit artikel op te slaan, werd het laatste in deze folder aan de website toegevoegde artikel geopend. En u wilt het niet geloven, maar dit is de aanhef van dat artikel:


Uit: De Volkskrant, 09-10-2014, van verslaggeefster Margreet Vermeulen

Weerloze slachtoffers van jeugdig geweld roepen extra agressie op

Wat bezielt vechtende jongeren, zoals de 'kopschoppers' in Eindhoven, om een slachtoffer dat weerloos op de grond ligt nog eindeloos na te trappen? De Amsterdamse socioloog Don Weenink denkt een deel van het antwoord te hebben ...
    ... Het risico op extreem geweld neemt volgens Weenink toe als slachtoffers op de grond vallen, in de foetushouding gaan liggen of om genade smeken.


Red.:   Het precies tegenovergestelde van wat de Deens mevrouw stelt. Met als meest waarschijnlijke verklaring: ze zitten er alletwee hopeloos naast. Met als tegenovergestelde van wat deze lui beweren: overvallers moet je remmen door een beloning uit te loven voor iedereen die er eentje onschadelijk weet te maken, op welke manier dan ook, en dat kopschoppen maak je een einde aan door openbare geseling van de daders, liefst uit te zenden op televisie. Zodat het moreel vervallen tuig weet wat het te wachten staat, op het moment dat het de neiging voelt opkomen. Maar ja, iedereen weet dat dit wel werkt, dus de hele politiek-correcte elite en de hele sociologie-sector is er mordicus tegen.
    Weer een mooi staaltje "SCP":


Uit: De Volkskrant, 11-12-2014, van verslaggever Jonathan Witteman

Nederlanders hebben weinig behoefte aan 'Piketty'-taks

Er is weinig draagvlak onder Nederlanders om de rijken meer belasting te laten betalen over hun vermogen, zoals de PvdA bepleit in navolging van Franse econoom Thomas Piketty. Ongeacht de hoogte van hun vermogen of inkomen vinden alle Nederlanders inkomensverschillen erger dan verschillen in rijkdom.
    Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau uit een enquête onder bijna drieduizend Nederlanders uit alle inkomens- en vermogensgroepen. Hoewel een flink deel een aversie heeft tegen sommige rijke mensen - bijna de helft van de Nederlanders vindt het bijvoorbeeld onrechtvaardig dat veel profvoetballers zo rijk zijn - geldt deze aversie niet alle vermogende Nederlanders, schrijft het adviesorgaan van de regering. 'De tolerantie voor vermogensongelijkheid bleek groter dan die voor inkomensverschillen. ...'   


Red.:   En hier is de grafiek die men gebruikt ter ondersteuning:

Rijkentaks 1

Een duidelijke uitslag, zou je zeggen. Maar de onderzoekers hadden meer vragen gesteld dan deze enkele. Hier is de uitslag op een paar van die andere vragen:
Rijkentaks 2 

Een heel andere uitslag. In totaal er op neerkomend dat de rijken wel rijk mogen zijn, maar niet naar dat rijk-zijn mogen leven. En dat is hetzelfde als "niet rijk mogen zijn", want wat is het nut van rijk-zijn als je er niet naar mag leven ...
    Hoe komt deze paradox nu tot stand? Dat is omdat de eerste vraag een abstracte vraag is. "Vindt u het erg dat rijken rijk zijn?" kan makkelijk beantwoord worden op beide manieren, want "het kost niets". En tel daar bij op dat als je "Ja" zegt, dat je dan vanuit de rechtse hoek en dus ook de media (die zijn economisch hartstikke neoliberaaal dus rechts) te horen krijgt dat je jaloers bent. De media en de rechtsen noemen de "rijkentaks" een "jaloezietaks".
    De tweede reeks vragen daarentegen gaat over concrete punten: krijgt de rijke voorrang, krijg jij als armere "achter-rang". En dat willen we dus toch niet ... Merk op dat de punten waarop men milder is, die punten zijn waar minder sprake is van verdringing: meer vakantie voor de rijken hoeft niet samen te gaan met minder vakantie voor de armeren.
    De onderzoekers van het SCP behoren tot de lakeien van rijken. Net als de media. Dus die presenteren de uitslag op de abstractere dus onbetrouwbare en hier ook nog bewezen als onjuiste uitkomst, als de juiste. Welk soort dingen ze standaard doen, wat hetgene is dat ze tot lakeien maakt.
    Het bovenstaande behoort een beetje tot de uitzonderingen. De meeste dwaasheden der sociologie behoren tot het drietal "Cultuur, Ras, Intelligentie". Allemaal zaken die niet bestaan, meetbaar, of niet relevant zijn, afhankelijk van de hardheid van het bewijs van het tegendeel waar men op dat moment weer op gestuit is. Als de marsmannetje landen en opvolkomen betrouwbare wijze aantonen dat negers als groep minder intelligent zijn, zal men in koor verkondigen dat intelligentie niets zegt over welke vorm van maatschappelijk presteren of functioneren dan ook. Om de volgende dag te pleiten voor een Cito- of andere toets bij leerlingen. Oh nee, dat mag ook niet. Nee, het pleidooi wordt: "Iedereen naar de universiteit, want er bestaan geen verschillen tussen mensen en iedereen heeft recht op dezelfde opleiding".
    Enfin, genoeg gefantaseerd, hier is de minstens even navrante werkelijkheid. Auteur van het stuk is "hoogleraar antropologie" uitleg of detail , maar is dat wel in Amerika dus hoogst prominent.


Uit: Joop.nl, 17-04-2015, door Nina Jablonski - Hoogleraar antropologie

Weg met het begrip ras


Red.:   Na welke kop je al onmiddellijk weet dat hier obscurantisme van de donkerste soort wordt bedreven. Want iedereen met ook maar een centje belangstelling voor het onderwerp of ook maar een greintje gezond verstand weet dat de term "ras" biologisch gedefinieerd is als: "Twee soorten waarvan een eventueel gedeeld nageslacht niet vruchtbaar is", en dat het in de menselijk context gebruikt slechts één ding kan betekenen: een pseudoniem of synoniem voor "etnie" - de bekende hoofdgroepen "negroïde", "mongoloïde", "kaukasisch" en een aantal kleinere.
    Wat er dus staat in de kop is:
  Weg met het begrip etnie

En wat er bedoeld wordt met 'weg' staat in direct onder de kop:
  Jaarlijks stelt John Brockman, oprichter van het vermaarde discussieplatform Edge.org, één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers, auteurs en kunstenaars ter wereld. Dit keer vroeg hij: ‘Welk wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenmand?’ De 175 antwoorden werden gebundeld in Wetenschappelijk onkruid en op Joop lees je er de komende weken alvast een aantal van.

En in de prullemand stop je dingen die waardeloos zijn en in de wetenschappelijke prullemand stop je dingen die niet bestaan, dus wat die kop zegt is dit:
  Etnie bestaat niet

Oftewel die kop zegt precies wat er gebruikt is als voorbeeld in Denkfouten, absurditieten uitleg of detail :
  Als je een Chinees echtpaar vervoert naar Afrika, krijgen ze een creools kind  -  Alle multiculturalisten, en alle alfa's en gamma's.

En het hoofdargument, dat nog volgen gaat, heeft precies hetzelfde niveau:
  Als je één enkele Japanner vindt die langer is dan één enkele Nederlander, heb je bewezen dat Japanners gemiddeld even lang zijn als Nederlanders  -  Alle alfa's en gamma's. uitleg of detail

Want dat hoofdargument is de onderkop van het artikel:
  Als wetenschappers scherpe grenzen tussen groepen probeerden te ontdekken, konden ze die niet vinden

Oftewel: alleen volkomen scherpe grenzen zijn echte grenzen, en grenzen met een beetje een overgang zijn geen echte grenzen. En aangezien er best wel een Japanner te vinden is die groter is dan de helft of meer dan de Nederlanders, is er dus geen volkomen scherpe grens, qua lengte tussen Japanners en Nederlanders uitleg of detail . Dus het begrip "lengte van mensen" is een niet-bestaand begrip, want scherpe grenzen ervoor zijn niet te vinden.
    Ja, allemaal echt waar. Het staat er echt. En die mevrouw is echt hoogleraar aan een Amerikaanse universiteit. En dusdanig prominent dat ze in Nederland van haar bestaan weten. En dat ze uitgenodigd wordt door een wetenschappelijk blad om over het onderwerp te schrijven. Daarmee aangevende dat het hele vakgebied zo rot is als een mispel.
    En daarvoor hoef je nog geen letter van het echte artikel te lezen. Het is volkomen helder samengevat in de koppen.
    En dat stuk behelst dan ook maar één ding: de edele kunst van de zwartmakerij en verbale hekserij:
  'Ras' is altijd een vaag, glibberig concept geweest. Halverwege de achttiende eeuw beschreven Europese naturalisten als Linnaeus, Buffon en Johannes Blumenbach ... De filosofen David Hume en Immanuel Kant waren allebei gefascineerd door de fysieke diversiteit van de mens ...
    Ook Kant was die mening toegedaan. ... Hij was de eerste die de geografische groeperingen van mensen namen gaf en ze definieerde als 'rassen'. Er waren er vier, gekarakteriseerd door huidskleur, haarsoort, schedelvorm en andere anatomische kenmerken alsmede het vermogen tot moreel besef, zelfverbetering en beschaving.
    Waarom zegevierde het wetenschappelijke racisme van Hume en Kant ...

Oftewel: alle vormen van het maken van onderscheid is "racisme".
  Bovendien vormde het racisme – waarbij de menselijkheid van niet-Europeanen, vooral Afrikanen, werd gereduceerd of ontkend – een goed excuus voor de trans-Atlantische slavenhandel, die de grootste motor van de Europese economische groei was geworden.

De Europese welvaart is gebouwd op slavenarbeid dus onderdrukking van andere rassen.
  De komst van het sociaal darwinisme was opnieuw een bevestiging voor de visie dat de superioriteit van het blanke ras deel uitmaakte van de natuurlijke orde.

Het gebruik van "ras" of "etnie" is "sociaal darwinisme"  oftwel het idee dat verschillende culturen verschillende overlevingskracht hebben, en dat is natuurlijk absoluut fout. De cultuur van de nazi's is beslist evenveel waard als die van de democratie. Oh nee, die nazi-cultuur is blank dus die mag je wel veroordelen.
  Raciale realisten dragen genomische bewijzen aan die de harde biologische realiteit van raciale verschillen moeten ondersteunen, terwijl raciale sceptici geen raciale patronen waarnemen. Duidelijk is dat mensen zien wat ze willen zien en onderzoeken zo inrichten dat de uitkomsten zijn zoals ze verwachten. In Race Decoded: The Genomic Fight for Social Justice (2012) beschrijft Catherine Bliss, sociologe aan de University of California, ras tegenwoordig als 'een systeem van overtuigingen dat op een bepaald sociaal en historisch moment consistenties in perceptie en gewoonte produceert'.

Oftewel: "Ras is een verzinsel van het brein". Natuurlijk bedoeld als scherpe afwijzing. Want erop volgt:
  Ras heeft een vaste plek in de geschiedenis, maar geen plek meer in de wetenschap.

Waarna weer een fraai zelfportret volgt:
  Ras heeft een vaste plek in de geschiedenis, maar geen plek meer in de wetenschap. De volslagen instabiliteit en het gevaar van misinterpretatie maakt het concept 'ras' als wetenschappelijk concept nutteloos. We moeten nieuwe vocabulaires bedenken voor het omgaan met menselijke diversiteit en onrechtvaardigheid. Het zal niet makkelijk zijn, maar het moet gebeuren.

Wat vertaald dient te worden in:
  De sociologische ideologie heeft een vaste plek in de geschiedenis, maar geen plek meer in de wetenschap. De volslagen instabiliteit en het gevaar van misinterpretatie maakt het concept 'huidige sociologie' als wetenschappelijk concept nutteloos. We moeten nieuwe vocabulaires bedenken voor het omgaan met menselijke diversiteit en onrechtvaardigheid. Het zal niet makkelijk zijn, maar het moet gebeuren.

Er wordt op deze website hard aan gewerkt. Met slechts één enkele garantie voor de kwaliteit en juistheid ervan: de confrontatie van de voorspellingen ervan met het heden en de toekomst.
    Oh ja: een zeer onwetenschappelijke onderbouwing van het niveau van de argumentatie van de hoogleraar kan gevonden worden in de discussie onder het artikel op Joop.nl, de meest "intellectuele" zijnde:
  Sylvia StuurmanSylvia Stuurman, za 18 april 2015 18:04 in reactie op Ludwig Feuerbach
Tweelingonderzoeken hebben niets te maken met rassen, maar met de mate van erfelijkheid van bepaalde eigenschappen.
    De genetische variatie binnen wat sommigen "rassen" noemen is veel groter dan *tussen* die groepen.
    Erg [o, red.]: rassen bestaan niet, biologisch gezien.

Oftewel precies hetzelfde als betoogd in de onderkop: er is variatie in lengte tussen Japanners en er is variatie in lengte van Nederlanders, en dus is er geen verschil in gemiddelde lengte tussen Japanners en Nederlanders. Komisch. Mevrouw wil het graag en eindeloos herhalen. Op pedante toon. Nog komischer.
    En nog eentje (pas later opgevallen in de stroom onzin):
  Kapitan Laipose, vr 17 april 2015 14:58
Het begrip ras is sowieso al moeilijk te hanteren in de praktijk. Bovendien verklaart het concept ras op wetenschappelijk gebied weinig. De verschillen tussen persoon A en persoon B van beiden ras X zijn groter dan de verschillen tussen ras X en ras Y.
    Het wetenschappelijk idee van ras is daarom ontzettend achterhaald.

En hoe is het dus mogelijk dat ook op alle andere gebieden de meningen van "Kapitan Laipose" naadloos aansluiten bij die van Sylvia Stuurman? Antwoord: omdat de bijpassende storing één groot complex is dat het hele denken beheerst.
    En nog een voorbeeld van dat laatste. Want wat hoort bij het complex van het ontkennen van het bestaan van etnie? Antwoord: het ontkennen van het bestaan van IQ. Uit dezelfde serie dus een even prominent socioloog/antropoloog die dat gaat betogen:


Uit: Joop.nl, 24-04-2015, door Scott Atran - Antropoloog uitleg of detail

Weg met het begrip IQ

Er is geen reden om aan te nemen, en er zijn genoeg redenen om dat niet te doen, dat IQ op enigerlei wijze een algemeen cognitief vermogen weerspiegelt

Jaarlijks stelt John Brockman, oprichter van het vermaarde discussieplatform Edge.org, één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers, auteurs en kunstenaars ter wereld. Dit keer vroeg hij: 'Welk wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenmand?' De 175 antwoorden werden gebundeld in Wetenschappelijk onkruid en op Joop lees je er de komende weken alvast een aantal van.


Er is geen reden om aan te nemen, en er zijn genoeg redenen om dat niet te doen, dat het zogenaamde 'intelligentiequotiënt' op enigerlei wijze een algemeen cognitief vermogen of een soort natuurlijke eigenschap van de menselijke geest weerspiegelt. Het IQ als algemene maat van intelligentie wordt niet gestaafd door recente ontdekkingen in de cognitieve psychologie of de ontwikkelingspsychologie. Het is in tegenspraak met domeinspecifieke vaardigheden – denk aan specifieke mentale vermogens als geometrisch en ruimtelijk inzicht in vormen en posities, mechanisch inzicht in massa en beweging, taxonomisch inzicht in biologische soorten en sociaal inzicht in de overtuigingen en verlangens van andere mensen, enzovoort; de enige geestelijke vermogens waarvoor een evolutionaire verklaring aannemelijk lijkt, in de zin van natuurlijke selectie voor taakspecifieke vaardigheden.    ...


Red.:   Uitspraak, uitspraak, uitspraak, uitspraak. Mening, mening, mening, mening. Onzin, onzin, onzin, onzin.
    Een paar details:

  Het IQ als algemene maat van intelligentie wordt niet gestaafd door recente ontdekkingen in de cognitieve psychologie of de ontwikkelingspsychologie.

Indien bestaand, onjuiste en slechte onderzoeken, die weersproken worden door een veelvoud aan onderzoeken die het tegendeel laten zien.
  Het is in tegenspraak met domeinspecifieke vaardigheden – denk aan specifieke mentale vermogens als geometrisch en ruimtelijk inzicht in vormen en posities,

Een leugen. Laat dat soort dingen doen door mensen met een gwoon IQ en mensen met een zwakzinnig IQ, en de verschillen in die vaardighden zijn dramatisch. En hoe: lager het IQ, hoe slechter de prestaties.
  ... net zoiets als een algemene maatstaf voor 'het lichaam', zonder rekening te houden met de verschillende organen en lichaamsfuncties als hart, longen, maag, bloedsomloop, ademhaling, spijsvertering enzovoort.

Een vergelijking van appels met peren - of hier: van lichaam en zenuwstelsel.
  Leg je een enkelvoudige waarde voor 'lichaamsquotiënt' (LQ) voor aan een arts, dan kan die daar niet zoveel mee.

Zelfs niet waar. De arts noemt dit "algehele gezondheid".
  Nergens in het planten- of dierenrijk lijkt er ooit sprake te zijn geweest van natuurlijke selectie voor een aanpassing die niet taakspecifiek was.

Nergens in het planten- of dierenrijk is er sprake van hersens als de menselijke.
  IQ-tests werden ontwikkeld in de hoogtijdagen van het behaviorisme, toen er nog weinig belangstelling was voor de cognitieve structuur. Het scoresysteem werd zo ingericht dat de distributie van de uitkomsten een normale verdeling vertoont met een gemiddelde van 100 en een standaardafwijking van 15.

Omdat alle andere menselijke kenmerken, zoals lengte, op die manier verdeeld zijn . En de keuze doetweinig  niets af aan de gemeten onderlinge verschillen. Dus dit ...:
  In andere samenlevingen zou die normale distributie van een algemene intelligentiemaatstaf er weleens heel anders uit kunnen zien; van iemand die bij ons 'normaal' scoort, zou de score daar een standaardafwijking kunnen hebben ten opzichte van de 'normale' scores in de test. In ipsatieve tests (gedwongen keuze) gaven Oost-Aziatische studenten de voorkeur aan veldafhankelijke boven veldonafhankelijke perceptie, aan thematisch redeneren boven taxonomisch redeneren en aan exemplaargebaseerde boven regelgebaseerde categorisatie. Bij Amerikaanse studenten is dat meestal precies omgekeerd.

... is naast onbegrijpelijk ook nog eens flagrante onzin, zoals ook al blijkt uit het feit dat scores van bijvoorbeeld Aziaten in Amerika totaal niet verschillen, qua trends, van niet-Aziaten.
    Over naar de eerste reden van al die rotzooi:
  Er wordt al heel lang fel gediscussieerd of, en zo ja welke, facetten van het IQ erfelijk zijn.

Erfelijkheid van eigenschappen is natuurlijk nog veel fouter dan IQ: alle menselijke eigenschappen worden bepaald door opvoeding en omgeving. Volgens dit soort ideologen.
  Het interessantst zijn onderzoeken naar adoptie en naar tweelingen die gescheiden van elkaar zijn opgegroeid. Onderzoek naar tweelingen betreft meestal kleine populaties;

Flagrante onzin - die populaties zijn groot genoeg. Kijk naar de uitslagen van peilingen, en na een aantal respondenten van ergens tussen 50 en 100 verandert de score met hoogstens enkele procenten.
  ... bovendien gaat het vaak om tweelingen die bij de geboorte gescheiden zijn. ...

Hier slaat de verbijstering toe: het gaat juist om tweelingen die gescheiden worden, ten einde een verschil te hebben in sociale omgeving bij gelijke genen. Dat wil zeggen: bij identieke tweelingen, waar deze het oplichter het over heeft zonder het te zeggen, want alleen daarvan is de populatie zo klein dat dit invloed kan hebben op de statistiek. Van gewone gescheiden tweelingen is er een ruime voorraad.
  ... Dan geldt niet meer dat je de effecten van de sociale leefomgeving en opvoeding kunt uitsluiten, die tweelingen anders zo goed vergelijkbaar maken. ...

Deze man begrijpt het tweelingenonderzoek niet.
  ... Het grootste probleem bij adoptieonderzoek is dat adoptie sowieso het IQ aannemelijk verhoogt, zonder enig verband tussen het IQ van de kinderen en hun biologische ouders.

Stellingen waarvan geen enkel bewijs bekend is. Dus onzin tenzij het bewijs wordt bijgeleverd.
    Waarna het al tijd is voor de conclusies:
  Niemand heeft er een oorzakelijke verklaring voor hoe of waarom genen, alleen of in combinatie, het IQ zouden beïnvloeden.

Naar analogie: Niemand heeft er een oorzakelijke verklaring voor hoe of waarom genen, alleen of in combinatie, de lichaamslengte zouden beïnvloeden. En dat hoeft ook. Waar het om gaat dat het verband er is.
  Dat komt denk ik niet doordat het zo’n moeilijk vraagstuk is ...

Fout. Dat is het wel. Zie het voorbeeld van de lengte.
  ... maar doordat IQ slechts een veronderstelling is en geen natuurlijke eigenschap.

Een volkomen loshangende stelling. Of in de oude Griekse of Latijnse termen: "Non sequitur" : het gestelde volgt niet uit het voorgaande.
    En nog een bewijs van de "syndroom"-hypothese:
  Kapitan Laipose, vr 24 april 2015 22:54 in reactie op Jan B
Ik denk dat de auteur wel degelijk een sterk punt heeft.    ...

Het was weer bijzonder grappig allemaal.
    Wat minder grappig is, is op zijn minst één van de redenen achter deze campagne, zo niet dé reden: het besef dat op dit soort meetbare parameters er een onderscheid is tussen etnieën. In ieder geval qua waarneembaar rationeel gedrag. En dat mag natuurlijk helemaal nooit naar buiten komen. Met als gevolg dat die andere etnieën, indien levende te midden van beschaafdere culturen, hun achterstand gaan wijten aan hun beschaafdere omgeving. Met sociale onrust en mogelijk burgeroorlog tot gevolg.
    Naast de culturele ("De Frisheid van het Wilde Denken") antropologie is er een neiwue vakgebied opgestan dat volledig beheerst wordt door de nomadistische ideologie: migratieleer of migratierecht. Wr je zou verwachten dat men zich darin zou bekwmene in het onerscheiden van verschillende soorten van migratie en de effecten ervan op achterblijvende en aankomerscultuur, en op henzelf ("Waarom is migrantenland Amerika zo sterk egoïstisch?"), blijkt het in de prktijk uitlsuitenb en alleen een por-vrije-immigratie discussieclubje dt steun geeft aan de pro-vrij-immigratie actievoerders in de media - de hele mainstreammedia, dus. Dat nu ook is verworden tot een regelrchte pro-vrije-immigratie actiegroep zoals in "aksiegroep":


Uit: De Volkskrant, 15-05-2015, column door Sheila Sitalsing

Namen

Op Lesbos trof hij graven met bordjes waarop stond Afghaan 1, Afghaan 2, Afghaan 3. Op Lampedusa zijn de grafplaquettes mooier, er staat op of de dode een man of een vrouw was en waar hij of zij is aangetroffen. ...


Red.:   En nee, dit is dus niet een aksiegroeper met sjekkie, manchesterbroek en baard, maar:
  En in Noord-Griekenland, vertelde Thomas Spijkerboer onlangs aan het Belgische weekblad Knack, is op een heuveltop een begraafplaats ingericht waar enkel omgekomen bootmigranten liggen.
    Spijkerboer, hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit ...

En dit is dus niet een privé-actie:
   Spijkerboer ... leidt een onderzoeksgroep die dode bootvluchtelingen telt in Spanje, Italië, Griekenland en Malta, en die de mensen die naamloos aanspoelen hun naam terug probeert te geven. Ze vlooien overlijdensaktes door, dorp na dorp. Promovenda Tamara Last, een Britse die meedoet aan Spijkerboers onderzoek, vertelde afgelopen januari in de Volkskrant hoe dat tellen in het werk gaat:

Volkomen irrelevant natuurlijk, de individuen, als dit wtenschappelijk onderzoek zou zijn. Wetenschappelijk onderzoek aangaande migratie onderzoekt "stromen". Het onderzoek naar individuen behoort tot de psychologie. Het onderzoek naar de identiteit van slachtoffers van ongevallen, behoort bij de hulpdiensten. Thomas Spijkerboer is een geestelijk hopeloos verdwaalde figuur die wetenschappelijk allang verdronken is.
    Op televisiekanalen Discovery Channel en National Geographic is een nieuwe mode van verhalen over diverse groepen "pioniers", waarvan één soort die van  goudzoekers in Alaska is. Daar moest deze redactie aan denken, bij het aantreffen van het volgende artikel in het hoogst politiek-correcte ("De islam is de Nieuwe Verlichting") en zeer alfa-intellectuele ("Techniek is Vies") weekblad De Groene Amsterdammer. Ga er maar voor zitten, want bijna alle dwaasheden op het gebied van de gamma-wetenschappen komen langs:


Uit: De Groene Amsterdammer, 28-05-2015, door Sanne Bloemink

De nieuwe wetenschap: ruim baan voor het verhaal


Red.:   Dit is nog niet de echte kop - dit is nog maar dat regeltje dat daar vaak nog boven staat. En het is al een voltreffer - een goudklompje. "Het verhaal" als basis van de wetenschap ... Zelden heeft het zo jaren-zestig geklonken sinds de jaren-zestig. De tijd dat de psychiatrische patiënt normaler was dan de psycholoog of psychiater, en zichzelf ging genezen.
    Maar de (hoofd)boodschap is in een andere richting:
  Niemand is gemiddeld

En als u bijgekomen bent van het lachen (dit is het tweelingbroertje van "Iedereen is uniek" ) ... Dit gaat zich voorstaan "wetenschap" te zijn:   
  `Vergelijk het met de vrouwenbeweging. Een groep die wordt gemarginaliseerd gaat zich op een gegeven moment organiseren. Het feilen van het systeem wordt duidelijker en de oorspronkelijke splinter wordt uiteindelijk een balk in het oog.' Aan het woord is Christien Brinkgreve, emeritus-hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht, en ze praat over niets minder dan een op handen zijnde paradigmaverschuiving binnen de wetenschap.

Regelrecht terug naar de jaren zestig. En niet een beetje:
  Het 'individuele verhaal' is daarbij het gemarginaliseerde deel van het systeem: de persoonlijke beleving van patiënten, de ervaringen van burgers, de gedachten van consumenten. Kortom: het verhaal van mensen. Tijdens haar afscheidsrede hield ze een pleidooi om dat verhaal juist een grotere plaats te geven in de sociale wetenschap: 'Door de huidige gerichtheid op het grote getal en het gemiddelde verschraalt kennis en verdwijnt het zicht op de rijkdom en veelvormigheid van individuele levens (...) De sociologie kan inzicht geven in de manieren waarop mensen met elkaar verhalen maken, en hoe die vertellingen veranderen, passend bij andere verhoudingen en omstandigheden, en bij de behoeften van de tijd.'

Alle onzinnige prietpraat uit die tijd gecondenseerd en heropgdiend als iets nieuws.
  In haar boek Vertel (2014) gaat Brinkgreve uitgebreid in op de kracht van verhalen. Ook literaire verhalen. ... Een roman kan de wereld van de data bezielen.
    Brinkgreve staat beslist niet alleen. Zo wees Anne-Mei The, bijzonder hoogleraar langdurige zorg en dementie aan de Universiteit van Amsterdam, er tijdens haar oratie op hoe oude werelden steeds meer 'intern gerichte subwerkelijkheden' zijn geworden die hun 'aansluiting en verbinding met de dagelijkse werkelijkheid verliezen, en langzaam maar zeker vooral op eigen behoud uit zijn. The schaart ook de wetenschap onder deze oude werelden.
    Ook The propageert een 'paradigma-wisseling ...

Juist ja ... De wetenschap als oude wereld die haar zicht op de werkelijkheid terug moet krijgen door te luisteren naar de verhalen van dementen.
    Een groot deel van het artikel gaat in op de verhalen en boodschap van The. Wat niets met wetenschap te maken heeft. De verhalen en ervaringen van The gaan over een heel andere zaak: de behandelpraktijk. De plaats waar de bevindingen van de wetenschap, gebaseerd op ervaringen met grotere groepen mensen, toegepast gaan worden op een individu. Een plaats waar het vanzelfsprekend gaat om het toesnijden op het individu. Maar dat is behandelpraktijk. Geen wetenschap.
    En er wordt ook veel gebruikt gemaakt van een derde bron:
  In haar boek Betere mensen gaat Trudy Dehue ... aan de Universiteit van Groningen ...
    ... Als voorbeeld gebruikt ze het wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde psychiatrische geneesmiddelen.
    Neem de vraag of een antidepressivum of ADHD-middel effectief en veilig is. ...

Trudy Dehue is bekend geworden met onderzoek naar dementie en depressie. Medisch-wetenschappelijke onderwerpen, net als die van The. En dan ook nog eens weer de behandelpraktijk van die wetenschappen. En vanuit die ervaringen gaat ze dingen zeggen over wetenschap in het algemeen:
  Dehue analyseert in Betere mensen behoedzaam en secuur de problemen van de huidige wetenschap en laat overtuigend zien hoe wetenschappelijk onderzoek de werkelijkheid vaak eerder vormgeeft dan dat het haar ontdekt. Daarbij is haar uitgangspunt een waardering voor onzekerheid, die inherent is aan het individuele verhaal. Als voorbeeld gebruikt ze het wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde psychiatrische geneesmiddelen.

Je gelooft je ogen niet ... Ervaringen uit problemen met de behandelpraktijk van de zeer onvolwassen wetenschap van de behandeling van geestelijke ziekten, wordt veralgemeniseerd tot "de wetenschap". Terwijl het zo lezende sowieso de vraag is of die mevrouw Dehue überhaupt wel het verschil kent tussen serotonine en acetylcholine, twee van de vier secundaire neurotransmitters die een fundamentele rol spelen in dit soort kwalen.
    Maar mevrouw Dehue heeft in ieder geval wel verstand van dit:
  Sinds psychiatrische middelen op de markt zijn gebracht, melden veel gebruikers klachten. `Jarenlang was de typische reactie daarop dat ze maar wat verzinnen, helemaal als ze psychiatrische patiënten zijn, stelt Dehue. 'De wetenschap had immers objectief bepaald dat het middel effectief en veilig is. Naar aanleiding van haar eerste boek De depressie-epidemie kreeg Dehue echter talloze e-mails en brieven van gebruikers van deze middelen. 'Die bevatten de meest schrijnende verhalen. Mensen stuurden me soms hele dossiers waaruit ook viel op te maken dat ze van het kastje naar de muur waren gestuurd. 

De individule verhalen uit de behandelpraktijk van een vak dat de sterrenwichelarij net een par stapjes te boven is gestegen. Maar in hoge mate nog werkt met de methode van "trial and error", wat een dure versie is van "God zegen de greep".
    En die mevrouw mag en moet iets gaan zeggen over wetenschap in het algemeen:
   ... gaat Trudy Dehue, hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Universiteit van Groningen ...

Het is van de ratten besnuffeld ...
    Maar ook "de vijand" komt langs. De vijand is "het positivisme". Wat is "positivisme" volgens het boekje: 'Het positivisme is de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren.' (Wikipedia). En dat is helemal fout, dat positivisme (u kunt onderweg in dit lange citaat ook stoppen met lezen - de boodschap is dat big data, het halen van gegevens uit grote hoeveelheden elders verzamelde gegevens oftewel data mining , niet deugt:
  Nathan Jurgenson schreef onlangs een verhelderend artikel in The New Inquiry over deze 'onttrekking aan het zicht'. In View from Nowhere: On the Cultural Ideology of Big Data gaat hij in op de verwachtingen die worden gewekt door de huidige wetenschap van big data. Volgens Jurgenson heeft het positivisme, het idee dat de sociale wereld kan worden gekend en uitgelegd vanuit een waarden-neutrale, transcendente 'view from nowhere', altijd een bepaalde aantrekkingskracht gehad. Hoewel in de afgelopen eeuw deze 'arrogante visie, die pretendeert universele wetten voor de sociale wereld te kunnen ontdekken, grotendeels is verworpen ten faveure van het erkennen van maatschappelijke complexiteit, heeft de komst van big data het ideaal van de alleswetende view from nowhere nieuw leven in geblazen.
    Jurgenson bespreekt het boek Dataclysm: Who We Are (When We Think No One Is Watching) van Christian Rudder, over de data van zijn datingsite OKCupid. Het idee van Rudder is dat niet alleen subjectiviteit van de onderzoeker, maar ook van het onderzoekssubject zelf simpelweg wordt weggenomen door de enorme hoeveelheid data waarover de onderzoeker beschikt. Zo komt, zonder dat onderzoeker of onderzochte hier erg in heeft, de 'ware aard' van de mens vanzelf naar boven via de pure kracht van algoritmen. Zie hier het positivisme nieuwe stijl. Positivisme zal volgens Jurgenson nooit helemaal uitsterven, omdat de fantasie van werkelijk objectieve kennis simpelweg te aantrekkelijk en te winstgevend is. Als je kunt stellen dat je de sociale wereld accuraat hebt beschreven, geeft dit je de macht om werkelijk alles te verkopen: een politiek standpunt, een product, zelfs je eigen autoriteit.' Des te gevaarlijker is het positivisme en Jurgenson waarschuwt dan ook voor de pretentie van de view from nowhere. Want uiteindelijk is het duidelijk dat de data maar voor een beperkte groep toegankelijk zijn en dat er altijd sprake blijft van subjectiviteit van de onderzoeker, bijvoorbeeld door zijn keuze om bepaalde vragen te stellen of zijn besluit om bepaalde data te verkopen.
    'Als big data daadwerkelijk beter zicht kunnen bieden op de sociale wereld, dan moeten onderzoekers vechten tegen de culturele ideologie die big data overwaardeert en overfinanciert, stelt hij. 'De view from nowhere die ten grondslag ligt aan boeken als Dataclysm en aan veel commerciële datawetenschap moet ontmaskerd worden als een view from a very specific and familiar somewhere.'

Even nog een dingetje hieruit gehaald:
  Positivisme zal volgens Jurgenson nooit helemaal uitsterven, omdat de fantasie van werkelijk objectieve kennis ...

Oftewel: er bestat geen objectieve werkelijkheid. En ...:
   Het strookt met Dehue's bevinding dat alle wetenschappen zacht zijn, omdat er menselijke beslissingen mee gemoeid zijn. ...

Juist ja ... Niveau: "Als je de hele Aarde met één meter ophoogt, hoeft niemand meer te bukken". Want "Alle wetenschap is zwak, of zacht, omdat alle wetenschap door mensen bedreven wordt". Diederik Stapel heeft beslist veel minder erge dingen gedaan.
   En wat vindt u van deze:
  Denkers over wetenschap laten al meer dan een eeuw overtuigend zien dat wetenschappelijke feiten op allerlei vooronderstellingen en interpretaties berusten.

Gelukkig gaat Trudy Dehue ons een middel verschaffen om over deze barrirere heen te stappen: de verhalen van individuele mensen. Patiënten, liefst ...
  Opvallend is dat de roep om het individuele verhaal nu pas begint door te klinken in de wetenschap ...

Gepaard gaande met zulke uitstekende en wetenschappelijke argumenten:
  ...  door te klinken in de wetenschap, terwijl de commerciële sector storytelling al bijna een cliché begint te vinden. ...

Mar dat kan natuurlijk ook dit weekblad zijn, dat natuurlijk hopeloos in het moeras van het alfa-linksige politiek-correcte en mythische denken zit:
  ...   een cliché begint te vinden. (Inmiddels heeft zelfs een sjaaltje van de Hema `een verhaal, schreef ik in een eerder stuk over corporate storytelling in dit blad.)

Maar de geestelijke gestoordheid heeft een eindeloze variatie, ook op dit gebied:
  Marlieke Kieboom, onderzoeksadviseur bij Kennisland, een onafhankelijke denktank voor maatschappelijke vernieuwing, bepleitte onlangs in Het Parool om burgers een stem te geven in de wetenschap. ...
    Burgers zouden volgens Kieboom moeten worden betrokken bij kennisproductie, maar ook bij de keuze voor onderzoeksonderwerpen. ...
    Socioloog Willem Schinkel van de Erasmus Universiteit kwam zelfs met het radicale idee om Nwo om te vormen tot een organisatie voor de 'maatschappelijke programmering van onderzoek. ...

En als klap op de vuurpijl van het bewijs van de totale van de pot geruktheid van dit geheel:
  De politiek lijkt bovendien te luisteren. Zo kondigden minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in de Wetenschapsvisie 2025 aan dat Nederlandse burgers zullen meebepalen welke wetenschappelijke onderzoeken de universiteiten gaan uitvoeren. Een fundamentele wijziging van het topsectorenbeleid waarvoor dan ook Nwo ingrijpend zal moeten worden gereorganiseerd.

De politiek die al sinds de jaren zeventig, met het invoeren van de mammoetwet, nijver bezig is alles dat rukt naar inhoudelijk ondewijs en echte wetenschap is te slopen. Te vervangen door toerismekunde en "luisteren naar de patiënt".   
  Je komt in de marketingsector kennis tegen van literaire fictie, culturele antropologie en theoretische sociale wetenschap. Precies datgene wat de universiteiten sinds een kwart eeuw hebben verwaarloosd - wat vooral komt doordat grote bevolkingsgroepen op school hebben geleerd dat alleen bètawetenschap echte wetenschap mag heten.

Wat dus allemaal samengaat met deze algemene smerigheid:
  We moeten willen weten hoe iemand zijn leven met dementie ervaart, we moeten interesse hebben voor gemelde bijwerkingen van antidepressiva, we moeten ons inleven in het leven van een asielzoeker.

De smerigheid van het volstoppen van Nederland met lieden die de Bijlmer, Kanaleneiland en de Schilderswijk gemaakt hebben tot gang- en shariawijken en no go areas voor onderwijs, verlichting en beschaving.
    Maar even terugkomende op de sociologie als wetenschap: die mevrouw Brinkgreve uit het begin is uiterst prominent in de sociologie. En ze verkondigt rabiate onzin. En zo is het in de hele sociologie.
    Nog een zeer prominente Nederlandse socioloog:


Uit: De Volkskrant, 01-08-2015, door Wilma de Rek

'Hoor hem eens zingen!

Emeritus hoogleraar sociologie en schrijver Joop Goudsblom ( 82 ) bracht onlangs een nieuwe editie uit van zijn magnum opus Vuur en beschaving. 'Ik denk dat elke schrijver zich miskend voelt.'


...    Net als de beroemde socioloog Norbert Elias ziet Goudsblom beschaving als een proces; ...


Red.:   Hahaha ... Wat is het anders? Een kokosnoot? Een koekje ...? Oh nee, Norbert Elias is van Joodse huize, dus de norm is: Het is een idee. En dan meteen ook nog een absoluut idee ook, als het even kan. Eentje met "absoluut wel" en "absoluut niet". Kijk maar:
  ... als een proces; je kunt geen scherpe cesuur aanbrengen tussen 'beschaafde' of 'nog niet beschaafde' volken of tijden. ...

Juist ja: omdat het geen absoluut idee is, kun je geen scherpe censuur aanbrengen. Inderdaad. Maar de werkelijkheid is dat er in de werkelijkheid nergens een absoluut proces bestaat  dus kan je de de geleerde heren volgende nergens een scheiding aanbrengen. Want vage grenzen, weet u wel ...
    Wat wetenschappelijker geformuleerd: 'scherpe cesuur' is van het niveau 'onbestaanbaar'. Hier wordt dus geredeneerd met een onbestaanbaar begrip. Veel fouter kan het niet.
    Waarbij het natuurlijk gaat om de implicatie hiervan:  "Je kunt geen scherpe cesuur aanbrengen tussen 'beschaafde' of 'nog niet beschaafde' volken of tijden dus bestaan er geen beschaafde en nog niet beschaafde volken oftewel beschaafdere en minder beschaafde volken".
    En als combinatie:
  .Net als de beroemde socioloog Norbert Elias ziet Goudsblom beschaving als een proces; je kunt geen scherpe cesuur aanbrengen tussen 'beschaafde' of 'nog niet beschaafde' volken of tijden. ...

... staat daar dus doodgewoon een contradictie: het is een proces en dan heeft het dus geen scherpe cesuur en dus wel een onscherpe cesuur tussen meer beschaafde en minder beschaafde volken.
    Er speelt een "vluchtelingen"crisis. De hele elite kiest bijna zonder één enkele uitzondering voor het toelaten van iedereen die zich meldt aan de Europese buitengrenzen en zichzelf afficheert als "vluchteling". Aangevoerd door de media, die de hulp inroepen van sociologen, in dit geval opererende onder de noemer van migratiedeskundigen, waarvan ze mening kennen. Hier is er eentje:


Uit: De Volkskrant, 08-08-2015, door Maartje Bakker

Interview | Henk van Houtum, politiek geograaf

'Migrantenquotum? Het is geen melk'

De Europese buitengrenzen zijn de dodelijkste op aarde, met alle migranten die er sterven. 'Dit is niet het beschavingsideaal waar Europa voor staat.'


'Aan de grenzen herkennen we een beschaving.' Dat gelooft Henk van Houtum, hoofd en medeoprichter van het Nijmegen Centre for Border Research van de Radboud Universiteit. 'Je laat zien wie je bent door je gedrag tegenover de buitenwereld. Dat bepaalt je identiteit. Als je een beschavingsideaal hebt, moet je dat ook naar buiten toe laten zien.'
    Met de Europese beschaving is het treurig gesteld, als je Van Houtums manier van denken volgt. Hij noemt de Europese buitengrenzen de 'dodelijkste op aarde'. Vandaar dat Van Houtum, ook universitair hoofddocent politieke geografie in Nijmegen, het liefst zou willen dat de sterk aangezette buitengrenzen van de Europese Unie zouden vervagen.


Red.:   Oftewel; weg met de grenzen. Open grenzen. Laat ze allemaal maar binnenkomen.
    Conclusie waanzin? Dan de argumenten ook, natuurlijk:
  Zouden we zonder grenzen niet worden overlopen door de migranten?
'Dat is maar zeer de vraag. Door de grenzen te sluiten, wordt het komen en gaan van arbeidsmigranten onderbroken. Ze blijven binnen.

Argument: als de grenzen open gaan, gaan er meer weg.
  Er waren nog nooit zo veel mensen op de vlucht als nu. Is dat geen reden om niet iedereen toe te laten?
'Het gaat vaak over horden mensen, over massa-immigratie. Maar mondiaal draait het om een kleine groep: 3 procent is migrant, al decennialang.

Argument: Als er van de 100 er 10 vertrekken naar een ruimte waar er al 10 zitten, is het geen verdubbeling van het aantal dat er al zit maar slechts 10 procent erbij omdat ze eerst met 100 waren ...
  Wat zijn de voordelen van vrije migratie?
'Open grenzen zijn goed voor de economie ...

Aperte leugen. de Nederlandse economie is door de allochtone immigratie boven de 10 miljard per jaar slechter uit uitleg of detail .
  ... en het is rechtvaardiger. Nu we migranten tegenhouden, leidt dat steeds vaker tot hun dood.

Argument: als iemand dreigt in de Maas te springen, moet je hem de rest van je leven onderhouden.
  Een nadeel is dat mensen hun baan kwijtraken door de concurrentie met migranten - vooral de lager opgeleiden.
'Op korte termijn kunnen er nadelige effecten zijn voor werknemers in bepaalde sectoren. Tegelijkertijd doen migranten vaak werk dat de nationale bevolking niet of met tegenzin doet.

Een aperte leugen: ondanks 1,5 miljoen allochtonen moetsen er 400 duizend Polen komen om het laaggeschoolde werk te doen.
  Een behoorlijk deel van de autochtone bevolking wil helemaal niet meer migranten. Ze zijn bang een vreemde te worden in eigen land en voelen zich aangesproken door Geert Wilders.
'Het is geen wet van Meden en Perzen dat een deel van het volk die mening heeft. ...

De Volkskrant: iedereen die tegen volledig open grenzen is, is een aanhanger van Geert Wilders. Of: een reaguurder bij GeenStijl uitleg of detail .
    Het antwoord:
  'Het is geen wet van Meden en Perzen dat een deel van het volk die mening heeft. ...

Een aperte leugen - dit stond onder het artikel:

Dat is 62 procent tegen (en liep later nog op naar 68) - onder de lezers van de Volskrant. Dat wil zeggen: boven de 80 procent landelijk.
    Dat Van Houtum deze opinies had, gepresenteerd als "uitkomsten of gegevens van de wtenschap" wist de Volkskrant omdat hij ze al eerder in de media had verkondigd, in (onder andere) de Volkskrant (27-05-2013, 01-07-2015) en Trouw (16-12-2012).. Tot nu toe onweersproken, voor zover bekend bij deze redactie.
    Nu is de inhoud van de berichtgeving van de Volkskrant voor 90 en meer procenten voor open grenzen, maar vanwege de uitgebreide stroom berichten in het kader van deze crisis, én de omvang van de stroom, was men genoodzaakt ook een paar tegengeluiden te laten horen. Die zich ook direct op de wetenschappelijke opinies van Van Houtum richtten:


Uit: De Volkskrant, 10-08-2015, column door René Cuperus, cultuurhistoricus

Gatenkaas Europa

Het lijkt er soms op dat het debat over vluchtelingen en migratie door maar twee soorten mensen gevoerd wordt. Door mensen zonder hart en door mensen zonder verstand. Dat is wat Oxford-hoogleraar Paul Collier onlangs nog fraaier zo zei: 'The debate on migration is polarized into two positions, the heartless & the headless'.
    Op de voorpagina van de krant van zaterdag werden Henk van Houtum en Martin Sommer tegenover elkaar geplaatst. De een wil de landsgrenzen opheffen. De stroom migranten valt toch niet te stoppen, en dat is ook helemaal niet erg. Migratie moet. Migratie is goed. Open grenzen zijn een teken van beschaving. De ander wil helemaal geen grenzen open, want vreest in dat geval voor een ernstige ontwrichting van de Europese samenlevingen.
    ... Henk van Houtum, politiek geograaf van het Nijmeegse Centre for Border Research. Van Houtum vertolkt, bijna karikaturaal, de extreme open grenzen-positie. 'Open grenzen zijn goed voor de economie en het is rechtvaardiger. Als mensen met reden en recht vluchten, dan doet het aantal er niet toe. Dit moet geen wereld van staten en burgers zijn, maar van mensen.'
    Van Houtum walst over alle mogelijke schaduwzijden van migratie heen, of doet ze af met de bekende historische en statistische drogredeneringen. Migratie blijkt vooral iets wat beter gecommuniceerd moet worden, want 'op langere termijn is migratie voor iedereen voordelig.' Je begint je af te vragen hoe iemand nuchter aan 'border research' kan doen, terwijl men feitelijk een anti-grenzen moralist en -activist is? Je zult als politici maar op zo'n expert moeten varen met je kompas van Verantwortungsethik.    ...


Red.:   In meer wetenschppelijke termen wat deze redactie al geformuleerd had. Mar het is nog niet tijd voor conclusies want er volgde meer:


Uit: De Volkskrant, 22-08-2015, rubriek Vrij zicht, door Martin Sommer

Kijk toch uit met die feiten

Al die migratiedeskundigen wijzen maar in één richting: meer migranten opnemen.


Ik sprak eens een tobberige journalist uit de voormalige DDR. Hij had op school Argumentieren durch Tatsachen geleerd. Argumenteren met feiten. Zo gaat het nog steeds, feiten spreken nu eenmaal niet voor zich. Ook in het asieldebat wordt een verbeten gevecht gevoerd om het bezit van de feiten. Wens en werkelijkheid lopen onontwarbaar door elkaar. Laten we een paar migratiedeskundige feiten onder de loep nemen, die ons allemaal in één richting duwen: meer migranten opnemen.

1) Het aantal vluchtelingen wordt sterk overdreven.
Staatssecretaris Dijkhoff kreeg er deze week van langs omdat hij alarm sloeg. Wekelijks komen er 1.700, voornamelijk Syrische, vluchtelingen bij. Dat zegt niks, aldus critici. Vorig jaar riep voorganger Teeven dat het aantal vluchtelingen wel 65.000 kon worden. Dat was na een golf Eritreeërs, maar daarna zakte het aantal in. Alarm om niets, vonden de critici.
    Wat gebeurde er? De Eritreeërs kwamen georganiseerd naar Nederland, op door de maffia uitgestippelde routes. Toen er arrestaties vielen, weken ze uit naar Oostenrijk of Duitsland. De stroom ging dus elders gewoon door en nu zijn ze ook weer in Nederland. Relativering van het aantal gaat meestal samen met verwijzing naar de jaren negentig. Vergeleken met toen stelt het nu allemaal weinig voor, zegt men. Intussen verwacht Duitsland een Allzeitrekord en een verdubbeling van het topjaar 1994. Zou dat ook weer sterk overdreven zijn?    ...


Red.:   Overigens: het vullen vn en vat van 50 liter van 20 naar 30 liter is iets anders dan het vullen van het vat van 45 liter naar 55 - in het tweede geval is het overgestroomd. Oftewel: het argument van de migratiedeskundigen is wetenschappelijk volkomen ongeldig.
  2) De impact wordt overdreven; van ontwrichting is geen sprake.
Migratiehistoricus Leo Lucassen berekende dat het aantal asielaanvragen jaarlijks slechts anderhalf promille bedraagt op de Nederlandse bevolking. Omgerekend 9 mensen erbij in zijn Limburgse geboortedorp Meijel. Zouden die negen het dorp ontwrichten?

Idem. Plus: als die 9 allemaal seriële vrouwenverkrachters zijn ... Of volgens Sommer:
  Dat is een handige, contextloze uitspraak. De realiteit is dat die negen asielzoekers nu juist níét in Meijel komen wonen. Wie geen migratiekundige is, redeneert anders en ziet dat bijna 40 procent van Amsterdam en Rotterdam inmiddels van niet-westerse komaf is. In het onderwijs is dat 50 procent. Als gevolg daarvan is de vrijheid van onderwijs, een kernwaarde, feitelijk afgeschaft.

Gevolgd door:
  3) Ze gaan heus allemaal terug.
Vraag een willekeurige migrant of hij teruggaat. Hij zal ja zeggen, heimwee bestaat. Migratiekundige Henk van Houtum wijst op de Spanjaarden en Italianen die kwamen werken en weer vertrokken. Was dat vanwege de open grenzen? Nee, dat was toen de welvaartskloof tussen daar en hier kleiner werd. Marokkanen, Turken, Syriërs en Eritreeërs laten hun familie overkomen. Zij blijven. Tijdelijk asiel is een illusie, schreef de dit jaar overleden vluchtelingenexpert Peter van Krieken. Hij wees op de vluchtelingen uit Kosovo die eind vorige eeuw werden toegelaten. Wanhopig is geprobeerd ze te laten terugkeren. Zolang het verschil in welvaart, vrijheid en voorzieningen zo groot blijft, hebben migranten geen enkele aanleiding weer hun biezen te pakken. Van Krieken: 'Als we de Syriërs hiernaartoe halen, zitten we eraan vast.'

Af.
  4) Er is helemaal niets aan te doen.
Ook dit feit kennen we uit de jaren negentig. Migratie en asiel konden niet worden ingedamd. Wie er anders over dacht, was een rechtse maakbaarheidsdenker. Toch bleek de beperking van immigratie vooral een kwestie van willen. Op het hoogtepunt van de asielzoekersstroom werd de wet-Cohen ingevoerd. De voorwaarden werden strenger en het aantal asielzoekers daalde drastisch. Nog meer succes had Rita Verdonk die paal en perk stelde aan gezinshereniging. Ook dit stuitte op mensenrechtelijk verzet, maar nu hoor je er niets meer over. Importbruiden uit Turkije of Marokko zijn er nauwelijks meer.

Af.
  5) Ze brengen werkgelegenheid en gaan ons pensioen betalen.
We hebben ze nodig en de economie heeft er profijt van, zei migratiekundige Hein de Haas in Nieuwsuur. Laatste CBS-cijfers: Somaliërs, 70 procent in de bijstand, Iraki's 62 procent, Eritreeërs de helft. In de Volkskrant stond dat ze zelf hun banen meebrengen. Wat voor banen zijn dat? Het COA zoekt mensen, net als de IND, dat is waar. Vertalers en advocaten moeten er komen. Maar bij de bond zouden ze dit een sigaar uit eigen doos noemen.

Af.
    Dat was een te sterke uitdaging voor de heren om te kunnen blijven doen wat het verstandigst is als je geschoren wordt: stilzitten. Ze trappen in de valkuil - met twee benen, want ze zetten er nog pontificaal hun wetenschappelijke credentials bij:


Uit: De Volkskrant, 26-08-2015, door Leo Lucassen (Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar sociale geschiedenis, Universiteit Leiden), Henk van Houtum (hoofd van het Nijmegen Centre for Border Research, Radboud Universiteit Nijmegen), en Hein de Haas (hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, research associate International Migration Institute (IMI, University of Oxford)

Sommer winkelt zeer selectief in ons werk

Martin Sommer doet publicaties van migratiewetenschappers geweld aan om zijn gelijk te halen.


'We moeten uitkijken met feiten', aldus Martin Sommer in zijn rubriek Vrij zicht in de Volkskrant van zaterdag 22 augustus. Sommer gelooft de wetenschappelijk onderzochte feiten niet en beweert om zijn eigen gelijk te halen dat veel migratieonderzoekers, zoals ondergetekenden, de feiten over migratie zodanig presenteren dat de waarheid geweld wordt aangedaan.
    Dat is een ernstige beschuldiging. Bij de bespreking van de voorbeelden die hij gebruikt om zijn bewering te onderbouwen, blijkt echter dat Sommer zelf zeer selectief heeft gewinkeld in onze en andermans publicaties. Kortom: hij maakt zich juist schuldig aan hetgeen hij ons verwijt.
    1. Wij zouden menen dat grootschalige immigratie de vergrijzing kan oplossen. Een fraaie stropop, maar dat beweren wij nergens. ...


Red.:   Een fraaie stropop ... Het woord "vergrijzing" komt in het artikel van Sommer niet voor. Zoek in het arcief van de Volkskrant op de term "vergrijzing", en je vindt dit:


Uit: De Volkskrant, 20-08-2015, door Maartje Bakker

Het nieuwe taboe: iets positiefs over migratie zeggen

Wie nuchter naar de feiten kijkt, kan niet zeggen dat er in Europa een vluchtelingencrisis heerst, stelt een keur aan deskundigen. 'De politiek moet de migrant omarmen.'


... Leo Lucassen is hoogleraar sociale geschiedenis in Leiden ...
   Adriana van Dooijeweert sluit zich erbij aan. Ze neemt binnenkort afscheid van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, een onafhankelijk adviesorgaan van de regering.
    ... Adriana van Dooijeweert ... 'Accepteer migratie als een permanente realiteit ... Bovendien, straks hebben we laaggeschoolde arbeidskrachten nodig door de vergrijzing. Dan kunnen we veel aan migranten hebben.'


Red.:   En dit:


Uit: De Volkskrant, 22-08-2015, hoofdredactioneel commentaar, door Fokke Obbema

Gezocht: Europese, nuchtere aanpak

... De toestroom van honderdduizenden asielzoekers mag dan worden gezien als een lastig vraagstuk, het is niet onoverkomelijk. Zeker niet nu de economie weer wat aantrekt. Jonge migranten kunnen dan voor het vergrijzende Europa een voordeel zijn. ...


Red.:   Dus het kmp van Lucassen c.cs. beweert wel dgelijk dat immigrtie helpt tegen de vergrijzing.
    En ze vervolgen met:

  Wat we wel betogen, is dat bij verstandig beleid de economie profijt kan hebben van immigranten, zowel van hoog- als laaggeschoolden.

Is al weerlegd: zowel van de eerdere Turkse en Marokkaanse als de latere Somalische en Eritrese immigranten is het economische saldo zwaar negatief. Per jaar in de enkele tientallen miljarden, is totaal in de enkele honderden miljarden  .
  Monique Kremer van de WRR heeft dat onlangs nog overtuigend beargumenteerd in de Volkskrant ten aanzien van Oost-Europese migranten.

Met dezelfde argumenten als die van de heren Lucassen c.s., oftewel: de ene gelovige haalt de andere aan.
  2. Daarnaast zouden wij de hoge aantallen vluchtelingen wegwuiven door erop te wijzen dat in het verleden de aantallen veel hoger waren. Sommer stelt daartegenover dat Duitsland dit jaar wel eens een absoluut record zou kunnen bereiken. Hoewel dat laatste nog lang niet vaststaat, zijn de werkelijke feiten dat andere landen zoals Jordanië en Libanon veel meer vluchtelingen opvangen dan heel Europa samen

Ongelofelijk ... Van Jordanië enzovoort krijgen ze niets, behalve ruimte om een tent op te slaan - tent zelf en voedsel komen van hulporganisaties. In Nederland krijgen ze een huis, met inrichting, een inkomen zonder enkele verplichting, enzovoort.
   Over wetenschappelijk vals spel gesproken ... Dit komt waarschijnlijk van die De Haas - op de televisie een echte psychopaat gebleken.
  3. Vervolgens zouden we hebben beweerd dat 'ze heus allemaal terug gaan'. Nee, we stellen op basis van onderzoek alleen vast dat Marokkanen tot kort voor de sluiting van de Schengengrens na gedane seizoensarbeid vaak terugkeerden, omdat zij toen nog wel vrij mochten reizen van en naar Zuid-Europa. Dat zijn de feiten.

Een herhaling van de leugen: Marokkanen en Turken staat het ook nu nog volkomen vrij om terug te gaan.
  4. Tot slot zouden wij volgens Sommer menen dat de staat onmachtig is om migratie te reguleren. Dat hangt, opnieuw, van de context af. Voor vluchtelingen gaat dit grotendeels op, althans als een staat zich aan internationale regels wil houden. ...

Een leugen. Geen enkele internationale regel verplicht tot het opnemen van vluchtelingen - Amerika houdt onder alle internationale regels alle vluchtelingen tegen. Ze geven alleen green cards uit aan economisch nuttigen.
  ... Tot op zekere hoogte kunnen staten arbeidsmigratie reguleren, maar bij een aanhoudende arbeidsvraag vertaalt zich dat in toenemende irreguliere migratie.

Een leugen: er is geen arbeidsvraag, laat staan een aanhoudende arbeidsvraag. Er is werkloosheid, en wel een aanhoudende werkloosheid.
    En voor alle zekerheid herhalen ze nogmaals hun programma met dezelfde ongeldige argumenten:
  Migratie is een onlosmakelijk deel van onze internationale samenleving.

Oorlog en massa-verkrachting zijn ook een onlosmakelijk deel van onze internationale samenleving.
  ... nu sterven er duizenden mensen aan onze grenzen ...

Doen ze volkomen vrijwillig, door in het water te springen vanuit wrakke bootjes war ze vrijwillig in zijn gaan zitten.
  ... omdat de EU alleen mensen geboren in bepaalde landen legaal toegang verschaft ...

Een leugen: ze doen het omdat de Europese landen ze geen toegang verschaffen.
  ...  discriminatie op geboortegrond.

Oftewel: hier staat een pleidooi voor het opheffen van grenzen.
  Legale arbeidsmigratie (met trapsgewijze toegang tot de sociale zekerheid) en een humanitair vluchtelingenbeleid is wat anders dan grenzen afschaffen, wat Sommer ons in de schoenen lijkt te schuiven. Dat zou onzinnig zijn. Grenzen zullen er altijd blijven.

Allemaal gore leugens - ze hebben grenzen zojuist bestempeld tot discriminatie - net als de rest van hun opvattingen slechts op één manier zijn samen te vatten: open grenzen:
  De EU zit nu echter al jaren vast in een irreële tunnelvisie, en met de dramatische consequenties die we dagelijks zien. De duizenden doden en dat mensensmokkel een reactie is op grenscontroles en niet de oorzaak van migratie, zijn feiten die Sommer niet eens noemt. Politiek is het huidige beleid, zoals ook Olaf Tempelman in zijn essay 'Europa - het gekleurde continent' liet zien, een heilloze weg.
    Want door dit restrictieve beleid neemt de irreguliere migratie juist toe, waarmee de zichtbaarheid en beheersbaarheid van de migratie juist worden verminderd en xenofobie wordt aangewakkerd

Weer: ze keren zich tegen een restrictief beleid. Dus voor een niet-restrictief beleid. Dus een beleid zonder restricties. Dus open grenzen. Dus geen grenzen.
    Dit is van een dergelijk niveau dat een reactie onvermijdelijk leek. En die kwam dan ook:


Uit: De Volkskrant, 01-09-2015, door Meindert Fennema, was hoogleraar Politieke Theorie van Etnische Verhoudingen

Deskundigen ondergraven hun gezag

Migratiedeskundigen Leo Lucassen, Henk van Houtum en Hein de Haas reageren op de column van Martin Sommer van 22 augustus. Hun opvattingen over de migratieproblematiek zijn niet erg helder en veeleer politiek geïnspireerd dan wetenschappelijk gefundeerd. Zij schrijven: 'Nu sterven er duizenden mensen aan onze grenzen, vooral omdat de EU alleen mensen geboren in bepaalde landen legaal toegang verschaft: discriminatie op geboortegrond. En daardoor ontstaat het irreguliere circuit.'
    Wat bedoelen zij? Dat discriminatie op geboortegrond op zich moreel verwerpelijk is? Of dat het geen toegang verschaffen tot Europa leidt tot 'het irreguliere circuit'? Dat laatste zou betekenen dat alleen de legalisatie van alle migratie een oplossing biedt voor de migratieproblematiek. Maar dat bedoelen zij niet: zij willen de grenzen niet afschaffen. 'Dat zou onzinnig zijn. Grenzen zullen er altijd blijven.'    ...


Red.:   Fennema doet, vermoedelijk bewust, naïef. Wat Lucassen c.s. zeggen is dit: "We zijn tegen grenzen met beperkingen en tegen open grenzen". Deze positie is wetenschappelijk gezien fraude, of corruptie, en vanuit de positie een normaal mens: gestoord. Fennema wil gewoon beleefd blijven.
  De drie deskundigen zijn voor 'legale arbeidsmigratie (met trapsgewijze toegang tot de sociale zekerheid) en een humanitair vluchtelingenbeleid'. Ik denk eigenlijk dat Martin Sommer daar ook voor is. De vraag is echter welke arbeidsmigratie wij willen legaliseren. We hebben immers al legale arbeidsmigratie uit 27 EU-landen. En wat is een 'humanitair vluchtelingenbeleid'? Dat zeggen de schrijvers niet. Wel vinden ze dat het zoals het nu gaat niet deugt: 'De EU zit nu al jaren vast in een irreële tunnelvisie, en met de dramatische consequenties die we dagelijks zien. De duizenden doden en dat mensensmokkel een reactie op grenscontroles is en niet de oorzaak van migratie, zijn feiten die Sommer niet eens noemt.'
    Begrijp ik het goed dat de grenscontroles de oorzaak zijn van duizenden doden en mensensmokkel? Dan moeten die grenscontroles dus afgeschaft worden. Maar de hoogleraren zeggen dat 'grenzen er altijd zullen blijven'. Dus hun oplossing is: grenzen zonder grenscontroles.
    'Want door dit restrictieve beleid neemt de irreguliere migratie juist toe, waarmee de zichtbaarheid en beheersbaarheid van de migratie juist worden verminderd en xenofobie wordt aangewakkerd.' Het spijt me voor mijn oud-collega's, maar dat door grenscontroles op te heffen en het migratiebeleid minder restrictief te maken de beheersbaarheid van migratie zou toenemen en de xenofobie zou afnemen, moeten ze mij nog maar eens uitleggen. Ik zou het graag begrijpen, want politiek ben ik het met de hooggeleerden eens.
    Ook ik ben voor een minder restrictief beleid en een betere beheersing van de migratie. Maar dat standpunt zou ik niet graag verdedigen met een beroep op wetenschappelijk onderzoek. Ik ken geen onderzoek dat deze stelling ondersteunt. ...
    Lucassen, Van Houtum en De Haas bewijzen het gezag van migratiestudies met dit opiniestuk geen dienst.

Deze redactie is niet gebonden aan de eisen van de onderlinge mores van de elite, en formuleert het anders. Dit is oneindig veel erger dan wat Diederik Stapel ooit gedaan heeft. En de sociologie doet er niets aan. Omdat ze het er ideologisch mee eens zijn. En waarmee ze volkomen mede-aansprakelijk zijn. Sociologie is pure corruptie en oplichting.
    En voor de zeer instructieve reacties van Volkskrant-lezers, zie hier uitleg of detail .
    Een van de kenmerken van door ideologie bezeten mensen is dat ze geen acht slaan op tegenargumenten, indien wel er niet naar luisteren, indien wel er niet op ingaan. Hier de vorm "niet nr luisteren" (of eerder) gepaard gaande met het meestal geassocieerde verschijnsel: herhaling van de eigen reeds weerlegde argumenten:


Uit: Joop.nl, 06-09-2015, door Wouter de Been - Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Vluchtelingen en het fact-free realisme

Vijf argumenten tegen migratie ontkracht


Red.:   Eigenlijk behoort Rechtsgeleerdheid tot de alfa-wetenschappen, maar omdat de academicus uitspraken doet over de sociologische kant van de zak, scharen we hem nu maar onder de sociologie.
    De overige dingen die de onderzoeker beweert in zijn lange introductie laten we maar liggen - dit is zijn boodschap:
  Voor een strikt toelatingsbeleid is de laatste 20 jaar een breed arsenaal aan redelijk klinkende argumenten ontwikkeld. ...
    De meeste van deze argumenten zijn doorzichtige voorwendselen voor mensen die het liefst hadden dat vluchtelingen die aanklopten simpelweg zouden verdwijnen

En dit zijn zijn weerleggingen:
  Vluchtelingen zijn eigenlijk economische migranten en gelukzoekers:
Dat de mensen in de bootjes op de Middellandse Zee vooral economische migranten zijn die rijk willen worden in Europa in plaats van ontheemde burgers die de ellende en burgeroorlogen in Irak, Libië en Syrië willen ontvluchten, is zo langzamerhand niet meer staande te houden. De herkomst en hoeveelheid aanmeldingen in Europa loopt sinds tijden al tamelijk parallel aan de opkomst en neergang van conflicthaarden in onze periferie. Is er vrede, dan drogen de stromen op. Zijn er conflicten, dan zwellen de stromen aan. Vluchtelingen stug 'migranten' blijven noemen is een vorm van Orwelliaanse Newspeak. Al Jazeera heeft bijvoorbeeld het besluit genomen om voortaan de dingen bij de naam te noemen en de verhullende term 'migrant' niet meer te gebruiken. VVD politici spreken nog wel graag over 'bootmigranten'.

Weerlegging: de meeste van de huidige "vluchtelingen" bevinden zich al geruime tijd in veilige gebieden, bijvoorbeeld Jordanië en Turkije, en allemaal trekken ze door gebieden en landen die veilig zijn. Dat ze naar West-Europa willen is puur voor de betere materiële omstandigheden. Voor het geld.
  We schieten op de lange termijn economisch niets op met deze migranten:
Deze these wordt in Nederland vaak naar voren gebracht onlangs nog door - de koning van het fact-free realisme - Martin Sommer in de Volkskrant. De migranten hebben ons alleen maar armer gemaakt. Dat is een opmerkelijke these. Landen waar veel migranten naar toe trekken zoals de Verenigde Staten, Australië of Canada zijn meestal geen toonbeeld van economische stagnatie. Ze zijn juist economisch zeer dynamisch en succesvol en de rol van migranten in dit succes wordt breed erkend. Er is ook een tamelijk breed consensus dat het vergrijzende Europa gebaat zou zijn bij meer immigratie zodat het niet vervalt in de eindeloze stagnatie die bijvoorbeeld het vergrijzende Japan ten deel valt. Ook herkomstlanden van de migranten hebben voordeel van een losser toelatingsbeleid. Als de burgeroorlog in Syrië straks voorbij is, zal het land gebaat zijn bij een economisch succesvolle diaspora. Die het land weer op de been kan brengen.

Hierin worden migranten naar Canada en Amerika gelijkgesteld met migranten naar Europa. Een botte leugen om twee redenen: de oude migranten naar Canada en Amnerika waren voornamelijk westerse migranten, en de huidige migranten worden streng geselecteerd op nuttigheid en economische waarde.
    De suggestie dat Syriërs terug zouden gaan wordt weerlegd door het feit dat Turken en Marokkanen enzovoort daartoe geen enkele neiging vertonen.
  Als we meer vluchtelingen toelaten dan gaan onze bevolkingen door het lint:
Dit is een soort burgermeester-in-oorlogstijd argument voor het migratieprobleem dat het goed doet bij bange politici. ...

Is geen argument, maar een moreel oordeel: "De tegenpartij deugt niet.
  ... het feit dat de aantallen in Europa in werkelijkheid relatief klein zijn. ...

Een fout argument: de aantallen zijn klein ten opzichte van de stabiele situatie, maar groot ten opzichte van de dynamische: het absorberingsvermogen per tijdseenheid: als er nu duizend mensen bij komen, moeten er duizend huizen extra gebouwd worden, en dat kost een jaar of zo om te orgnaiseren en 100 miljoen euro als absoluut minimum. En in Nederland wordt bezuinigd op de opvang van bejaarden.
  ... Het veel armere Turkije neemt 21 asielzoekers per 1000 inwoners voor zijn rekening. ...

Een ongeldige vergelijking: Turkije doet niets voor die mensen, behalve ze een terrein gunnen.
  Misschien is het daarom meer op zijn plaats om de last in de buurlanden enigszins te verlichten. Dat kan bijvoorbeeld door ook eens leiderschap te tonen zoals Merkel onlangs heeft gedaan. En het kiezerssentiment te veranderen in plaats van gedwee achter de publieke opinie aan te lopen.

Weer: geen argument, maar "De tegenpartij deugt niet".
  De ellende in Noord-Afrika en het Midden Oosten is niet ons probleem en niet onze verantwoordelijkheid:
De eerste verantwoordelijkheid voor vrede en welvaart in Noord-Afrika en het Midden Oosten ligt uiteraard bij de regeringen ― voor zover die er zijn ― en de burgers in de regio. Maar dat betekent niet dat we onze handen kunnen wassen in onschuld als we naar de chaos kijken waarin de regio is vervallen. We zijn direct betrokken geweest bij de crises in Libië en Irak. ...

Een leugen. Dat was Amerika. Dus breng die lui naar Amerika.
  Er gaan terroristen schuil in de stroom vluchtelingen die naar Europa wil:
IS lijkt vooralsnog niet erg geïnteresseerd in West-Europa. ...

Daarvoor is geen enkel bewijs. Eerder van het tegendeel, gezien de filmpjes van uit Europa afkomstige jihadi's.
  ...Als een moslimterrorist al naar Europa zou willen dan ligt het niet voor de hand dat hij met honderden mensen in een lekke boot stapt om zijn leven in handen te leggen van louche mensensmokkelaars. Waarschijnlijk neemt hij dan gewoon het vliegtuig.

Geen argument: dat betekent dat zoele migranten in bootjes als die in vliegtuigen tegengehouden moeten worden.
    Dat was het. Wat betreft de argumenten die de "fact-free" argumenten tegen immigratie moeten weerleggen. De wijze van argumenteren en het niveau werd in één keer afgedaan:
  Albert Einstein, ma 07 september 2015 09:01
Er zij altijd wel argumenten te verzinnen tegen het ophogen van de dijken.
1: Het is veel duurder dan wat het oplevert.
2: Dat het land zal overstromen is echt onzin. Kijk naar Zwitserland, daar hebben ze ook geen dijken.
3: Kijk eens wat de zee ons heeft opgeleverd. Nederland is in de gouden eeuw groot geworden door de zeevaart. De zee nu buitensluiten zou een volkomen verkeerd signaal zijn!
5: En al dat water wat over het land stroomt, dat is een verrijking voor ons allen, het biedt kansen voor de toekomst!
4: Politici die voor dijkverzwaring zijn, zijn bange mensen, of hydrofoben.

Etc Etc het is allemaal maar net hoe je het bekijkt. 

En nog wat inhoudelijke opmerkingen, van kort naar lang:
  JT TJ, ma 07 september 2015 03:07
Ik had gehoopt op een serieus weerwoord waar ik iets van zou kunnen leren. Maar als dit de tegen argumenten zijn weet ik wel wat waar is.

j westers, zo 06 september 2015 23:35
" Landen waar veel migranten naar toe trekken zoals de Verenigde Staten, Australië of Canada zijn meestal geen toonbeeld van economische stagnatie. "
    Dus we moeten dan ook hun zeer strikte werk en visa systemen overnemen inclusief beperkte verzorgingsstaat etc
    Fact free gegoochel is exact het geen wat deze auteur zelf doet
    En nee...deze vluchtelingen zijn niet op de vlucht voor direct gevaar. Ze zijn al jaren geleden uit het oorlogsgebied gevlucht

edwin manders, ma 07 september 2015 08:45
Wanneer ik naar een ander land wil immigreren, en ik wil daar succesvol zijn zal ik eerst (voor mijn vertrek) zoveel mogelijk de taal van dat land willen kennen.
    Deze vluchtelingen kennen 1 ding van de landen waar ze heen vluchten; hun 'rechten'. Recht op een uitkering, recht op een huis, recht op gezondheidszorg, recht op scholing.
    De taal? Die kennen ze niet, en als deze immigratie iets zegt over de vorige stroom, dan weten we dat hun kinderen en kleinkinderen de taal amper zullen kunnen spreken, en aan de onderkant van de maatschappij blijven vertoeven, en vandaaruit enkel kritiek zullen leveren op het land waar ze veilig kunnen leven.

edwin manders, ma 07 september 2015 08:36
"De migranten hebben ons alleen maar armer gemaakt. Dat is een opmerkelijke these. Landen waar veel migranten naar toe trekken zoals de Verenigde Staten, Australië of Canada zijn meestal geen toonbeeld van economische stagnatie."
    Klopt.
    Economisch gezien doen Australie, de VS en Canada het goed, oa of wellicht met name vanwege de immigranten die er in het verleden naar toe zijn gegaan.
    Hoe is echter de verhouding met de autochtone bevolking gebleven gedurende die eeuwen?
    VS; Indianen in reservaten.
    Canada; Indianen praktisch uitgeroeid.
    Australie: Aboriginals tot de dag vandaag gemarginaliseerd, uitgemoord ect.
    Voor de autochtone bevolking valt immigratie dus lang niet altijd goed uit; sterker nog... meestal delven ze het onderspit.

Oftewel: dit stuk waar de academicus de naam van zijn instituut bij durft te zetten, is tot dat instituut heeft ingegrepen, een totale ontkrachting van de wetenschappelijkheid ervan. Dat instituut is de Erasmus Universiteit Rotterdam, dat ook hetzelfde soort wetenschapsfraudeurs Willem Schinkel (socicoloog) en Maria Grever (historicus) kent. De Eramsus Universiteit Rotterdam opereert op het niveau van Islamitische Universiteit Rotterdam.
    En idem maar met minder argumenten van een ander instituut:


Uit: De Volkskrant, 07-09-2015, door Vino Avanesi, studeert Cultuurwetenschappen aan Tilburg University

Gastland vaart wel bij opname vluchtelingen

De geschiedenis bewijst dat het verwelkomen van vluchtelingen economisch profijt oplevert.



Red.:   In principe is dit artikel hiermee af te doen, want in de tekst staat hetzelfde, maar dan met meer woorden - halverwege:
  Laat ons terug gaan naar het 'juiste' register, voor veel Nederlanders is de kwestie namelijk economisch en niet ethisch of ideologisch van aard.

Het voorgaande was dus weer allemal moralisme - vaak ook "idealisme" genoemd.
  Men kan in het werk Wereldrijk voor een dag (2011) van Amy Chua lezen dat de geschiedenis uitwijst dat het beoefenen van tolerantie en het verwelkomen van vluchtelingen veelal positief uitpakt voor het gastland en intolerantie juist het tegenovergestelde bewerkstelligt.
    Van de culturele en religieuze vrijheid die onderdanen van het Groot-Perzische imperium genoten, tot de Joodse zakenlieden die een veilige haven in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vonden en de Gouden Eeuw mogelijk maakten - volgens Chua is het een historisch wederkerend fenomeen.
    Het bewaren en aantrekken van het menselijk kapitaal is een noodzakelijke voorwaarde voor economische, technologische, en militaire succes. Dat geldt zowel voor een wereldmacht als voor een klein land van polders en dijken.

Dus weer allemaal gebaseerd op de these:"Migranten van toen zijn gelijk aan de migranten van nu". Volkomen ontkracht door de maatschappelijke positie, in Nederland, van Turken en Marokkanen: sterk achterstandig, en eigenlijk: achterlijk. Om een simpele reden: islam maakt achterlijk. En creolen hebben nog nergens ooit iets substantieels voor elkaar gekregen uitleg of detail .
    Gevolgd door nog meer moralisme:
  ... We moeten ervoor zorgen dat de vluchtelingen een succesverhaal worden en bijdragen aan de Nederlandse economie zal intolerantie in de kiem smoren.
    Hoewel dit gemakkelijker gezegd dan gedaan is, zijn het juist de lastige idealen die het waard zijn om nageleefd te worden.

Met als enige zinnige riposte die van Hans Teeuwen op de eisen van de Meiden van Halal: "IK MOET HELEMAAL NIKS!!!" uitleg of detail .
    Overigens spreken de laatste passages de eerdere tegen: als Nederland zich zo veel inspanningen moet getroosten voor die vluchtelingen, is het uiterst onwaarschijnlijk dat ze economisch profijtelijk zijn. Al die eerdere succesvolle migranten konden het allemaal helemaal zelf rooien.
    Hier iemand die er helemaal niets van begrepen heeft:


De Volkskrant, 12-09-2015, ingezonden brief van Harmen Versteeg, Breda

Onvergelijkbare migranten

Geregeld wordt verwezen naar eerdere migratiestromen om de huidige in een positief daglicht te stellen. Vino Avanesi ('Gastland vaart wel bij opname vluchtelingen', O&D, 7 september), door Peter de Waard aangehaald (Economie, 8 september) wijst op migranten en Joodse zakenlieden uit bijvoorbeeld de Zuidelijke Nederlanden.
    Het klopt dat de vestiging van kooplieden uit vooral Antwerpen de groei en dominantie van Amsterdam in de wereldhandel mogelijk maakte. Wat niet wordt vermeld, is dat Antwerpen tot de plundering door de Spanjaarden in 1576 tot de belangrijkste handelssteden van Europa behoorde. De kooplieden met hun belangrijke netwerk verhuisden in korte tijd naar Amsterdam waardoor deze stad de rol van Antwerpen overnam. Er was destijds sprake van een unieke situatie, die je niet naar onze tijd kunt kopiëren. Je kunt dus echt niet zomaar stellen dat de vluchtelingen van nu hetzelfde zullen betekenen voor Nederland.


Red.:   Maar als je een ideologie hebt en dus geen wetenschapper bent, is dat geen enkel probleem.
    Even een kleine schets van de situatie na deze laatste bijdrage:

Triest ...
    Weer eens iemand die de open deuren intrapt. Hier wordt voornamelijk de term "psychologie" gebruikt, maar het gaat allemaal om onderzoek dat sociaal-psychologisch is en de methoden daarvan gebruikt: reeksen proefpersonen:


Uit: De Volkskrant, 05-09-2015, van verslaggever Maarten Keulemans

Methodologie | De replicatie-paradox

De psychologie van gebrekkig onderzoek

Het merendeel van de onderzoeken in de psychologie houdt bij herhaling geen stand. De Tilburgse methodologe en co-auteur van deze schokkende studie Michele Nuijten legt uit waar het misgaat, en hoe het anders kan.


Tussentitels:  De psychologie is een beetje de zondebok. Maar het is ook een bijzonder moeilijk veld.
53 'landmark papers' onderzoeken naar kankermedicijnen bleken bij herhaling maar zes keer dezelfde uitkomst te geven.


Op een terras van de campus van de Universiteit van Tilburg klapt Michèle Nuijten haar laptop open en wijst naar een reeks punten in een grafiek. Kijk: daar zijn ze nou. Bewijs dat er iets niet lekker zit in de wetenschap, vertelt de promovenda 'menselijke factoren in de statistiek'. In een ideale wereld zouden de punten min of meer op één lijn liggen, legt ze uit. En dat is nu overduidelijk niet het geval. De puntenwolk staat helemaal schuin, alsof hij een scheve bek trekt naar iedereen die denkt dat wetenschap altijd alleen maar de waarheid spreekt.    ...


Red.:   En natuurlijk komt de Volkskrant, en deze lieden zelf, weer met dat: "de wetenschap". Terwijl het gaat over studies die zich volkommen te onrechte tooien met de term "wetenschap". De knoeiers van (sociaal-)psychologie en sociologie worden onthuld als knoeiers, en de Volkskrant weet weer: "De wetenschap deugt niet".
    Knoeiers met onderzoeken die uitwijzen dat "Alle moslims gematigd zijn", "Turkse organisaties bijdragen aan de integratie", "Marokkanen niet extra crimineel zijn", enzovoort, enzovoort, enzovoort ... De gewone mensen hadden er allang niets meer dan snerende commentaren voor over. En nu komen ze met:
  Achter elke punt in de grafiek, vertelt Nuijten, gaat een psychologisch onderzoek schuil, naar een en hetzelfde fenomeen. En eigenlijk zouden al die onderzoekjes min of meer hetzelfde moeten vinden. Maar dat is niet het geval. Aan de punten zie je het meteen: hoe kleiner het aantal proefpersonen dat men in een studie onderzocht, des te sterker het effect dat men vond.

Zoiets als: vraag aan zes hoogopgeleide moslims hoe gematigd ze zijn, en de uitkomst is: "Alle moslims zijn gematigd". De gewone mens constateert dat zelfs hoogopgeleide moslims die ambtenaar zijn geloven dat ISIS een zionistisch complot is als ze een beetje spontaan reageren. En als je bij Joop.nl leest, weet je onmiddellijk dat dit een collectief verschijnsel is.
    Deze is ook nog aardig:
  Hoe kun je als gewone burger inschatten welk onderzoek nog te vertrouwen is?
'Als je weinig van statistiek weet, is denk ik de beste vuistregel om je af te vragen: bij hoeveel mensen is dit eigenlijk onderzocht? ...'

Technische flauwekul. De hoofdregel is: vertrouw geen enkel sociologisch of sociaal-psychologisch onderzoek, wnat dat gaat (mede) over maatschappelijke visies en daarbij hebben (bijna) alle onderzoekers een nauwelijks te onderdrukken gevoel van eigenbelang. En als kleine verfijning: gooi alles dat politiek-correcte uitkomsten geeft onmiddellijk het raam uit. (Voor een systematische aanpak, zie hier  )
    Nog iemand nam de moeite tot reageren:


Uit: De Volkskrant, 12-09-2015, ingezonden brief van P. Overbosch, Düsseldorf, Duitsland

Psychologie en wetenschap

De psychologie moet wegens het gebrek aan reproduceerbaarheid (Sir Edmund, 5 september) van haar studies waarschijnlijk langdurig door een heel zure appel bijten, maar toch is er ook op de korte termijn hoop. Uitvluchten zoals tijd- en publicatiedruk ('The devil made me do it.'), afleidingsmanoeuvres via andere disciplines ('Edelachtbare, waarom moet ík hier terecht staan terwijl veel grotere boeven vrij rondlopen?') en misplaatste zonnigheid omdat 'het vanaf nu alleen maar beter kan gaan', gaan dit probleem niet oplossen. De onzinnige claim dat psychologie de eerste discipline is die dit soort onderzoek doet, helpt ook niet.
    In de exacte wetenschappen is reproduceerbaarheid al heel lang de norm. Iedere chemicus die een nieuwe verbinding synthetiseert, iedere fysicus die een nieuw effect vindt en iedere sterrenkundige die een interessant hemellichaam ontdekt kan er zeker van zijn dat anderen het onmiddellijk controleren.
    Wie toevallig iets aardigs gevonden heeft maar niet veel illusies heeft voor wat betreft de reproduceerbaarheid kan altijd terecht bij The Journal of Irreproducible Results (TJIR), waar ook al wel artikelen vanuit de medisch/psychologische hoek zijn verschenen, bijvoorbeeld 'A Double Blind Efficacy Trial of Placebos, Extra Strength Placebos, and Generic Placebos'...
    Om te redden wat er te redden valt, ontkomt de psychologie niet aan een grote schoonmaak, wat hun bestaande literatuur waarschijnlijk zeer ernstig zal decimeren en een forse rem op nieuwe publicaties zal zetten. Voor alle kleine sappige toevalstreffers die nu al in de pijplijn zitten is er altijd TJIR.


Red.:   Amen.
    En de reactie van de Volkskrant? Die bestelde nog een wetenschap-haatstuk:


Uit: De Volkskrant, 15-09-2015, door Piet Verschuren, emeritus hoogleraar in de onderzoeksmethodologie


Red.:   Met meteen al een gore leugen:


Uit: wikipedia.org, opgeslagen 16-09-2015.

Piet Verschuren

Petrus Johannus Maria (Piet) Verschuren (1944) is een Nederlands hoogleraar Methodologie van de Managementwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.    ...


Red.:   Verschuren is emeritus hoogleraar in de methodologie van de Managementwetenschappen. De methodologie van de sociologie. De methodiek van de botanie. De methodiek van de astrologie. De methodologie van het wichelroedelopen.
    Die Verschuren is niet, NIET!, emeritus hoogleraar in de wetenschapsmethodologie. Die Verschuren is niet, NIET!, emeritus hoogleraar in de (wetenschappelijke-)onderzoeksmethodologie.
    Verder met het artikel:
  Geloof in wetenschap is vaak ongegrond

Een nog bêtere herhaling van de Grote Leugen. Dit gaat niet, NIET!, over wetenschap.
  Onlangs argumenteerde ik dat een onvoorwaardelijk geloof in wetenschappelijk onderzoek ongegrond is. Deze stelling wordt intussen ruim ondersteund door recent onderzoek in de biotechnologie, de psychologie en de medische wetenschap (de Volkskrant, 7 november 2013 en 28 augustus, 1 september en 5 september 2015).
 
Tja ... Ook  nog het volkomen door het geld gecorrumpeerde medische gebeuren.
   En dat alles om aan te sturen op deze gore leugen:
  In deze onderzoeken blijkt 50 tot 70 procent van de gecontroleerde onderzoeksprojecten niet herhaalbaar. Dat wil zeggen dat herhaling ofwel replicatie van het onderzoek afwijkende resultaten laat zien. Kortom, de ontluisterende conclusie dringt zich op dat wetenschappelijk onderzoek onbetrouwbaar is, alle geloof in wetenschap en zogenoemde toponderzoekers ten spijt.

Die charlatan van Verschuren met zijn niet-wetenschap-zijnde "onderzoeken" verdient een verblijf op de wetenschappelijke brandstapel.
    Net als natuurlijk (bijna) die hele Volkskrant.
    Tussengevoegd: een ruime week later schopt één van de weinige Volkskrant-medewerkers die met enige regelmaat tekenen van gezond verstand vertoont het hele verhaal keihard onderuit - als zodanig onbedoeld ongetwijfeld:


Uit: De Volkskrant, 02-10-2015, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Hebben roeptoeters nu vrij baan?

De economische wetenschap hoeft zich niet meer te schamen. De hele wetenschap verkeert inmiddels in een identiteitscrisis. 'De ontluisterende conclusie dringt zich op dat wetenschappelijk onderzoek onbetrouwbaar is, alle geloof in wetenschap en zogenoemde toponderzoekers ten spijt', aldus emeritus hoogleraar onderzoeksmethodologie Piet Verschuren vorige week in deze krant.
    Alleen staat de wetenschappelijke status van de meeste onderzoeksterreinen nog recht overeind. ...


Red.:    Brullen van de lach ...
    Terug naar tijdvolgorde. Want in de tussentijd had de Volkskrant al weer een puik bewijs geleverd van haar ideologisch bepaalde anti-wetenschappelijke drammerij:


Uit: De Volkskrant, 22-09-2015, van verslaggever Martijn van Calmthout

Wetenschapsfinancier gaat vooroordelen aanpakken

Vrouw grijpt dikwijls naast onderzoeksbeurs

Door seksediscriminatie zijn in de periode 2010-2012 bij wetenschapsfinancier NWO dertig vrouwelijke wetenschappers minder aan de bak gekomen dan wanneer ze gelijke kansen zouden hebben gehad. Dat blijkt uit een studie in het tijdschrift PNAS. NWO gaat de procedures voor kwaliteitsbeoordeling aanpassen.
    Vrouwelijke aanvragers hebben volgens de studie van de psychologen Naomi Ellemers en Romy van der Lee bij NWO 14,9 procent kans op een beurs voor wetenschappelijk onderzoek, tegen mannen 17,7 procent. Vrouwen vragen 42 procent van de beschikbare beurzen aan, maar krijgen daarvan slechts 38 procent. Per jaar gaat het om ongeveer 40 miljoen euro die te verdelen is. Het sekseverschil ontstaat bij beoordeling door selectiecommissies, die de persoonlijke kwaliteiten van vrouwelijke kandidaten systematisch lager inschatten, laat het onderzoek zien. De voorstellen zelf zijn kwalitatief wel even goed.
    De wetenschapsfinancier die jaarlijks meer dan 500 miljoen euro verdeelt, gaat daarom de voorzitters en secretarissen en de leden van beoordelingscommissies anti-seksismecursussen aanbieden. Daarnaast is het voornemen om alle teksten in uitnodigingen en instructies sekse-neutraal te maken. Onderzocht wordt hoe. 'Dat er een verschil bestaat, ondanks onze inspanningen, weten we', zegt een NWO-woordvoerder. 'Deze studie biedt aanknopingspunten om er wat aan te doen.'
    Spinozaprijswinnaar Ellemers onderzocht samen met de Leidse sociaal wetenschapper Van der Lee sekseverschillen in het toekenningsbeleid van NWO. In totaal werden daartoe de dossiers van 2.823 aanvragers van een zogenoemde Veni-beurs in detail bekeken. Zo'n Veni-beurs voor beginnende onderzoekers wordt meer en meer een noodzakelijke stap naar een eventueel hoogleraarschap op een universiteit. NWO gaf zelf de opdracht voor de studie nadat in Europees verband ook al zulke genderverschillen aan het licht waren gekomen.     ...
    Maandagavond noemde in het KennisCafé in De Balie in Amsterdam de Delftse informaticus en voorzitter van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren Catholijn Jonker de cijfers over de NWO-beurzen 'onluisterend'. Jonker: 'Aanpassing van de procedures lijkt me het minste dat NWO kan doen.'


Red.:   Voor de start van de analyse, eerst even een kleine herhaling van dat onderzoek direct hierboven:


Uit: De Volkskrant, 05-09-2015, van verslaggever Maarten Keulemans

Methodologie | De replicatie-paradox

De psychologie van gebrekkig onderzoek

Het merendeel van de onderzoeken in de psychologie houdt bij herhaling geen stand. De Tilburgse methodologe en co-auteur van deze schokkende studie Michele Nuijten legt uit waar het misgaat, en hoe het anders kan. ...



Red.:   En na deze herhaling van een deel van het commentaar van deze redactie in de verzameling "Menswetenschappen, ondermaats waar dit was geplaatst: dit zijn de resulstaten vn knoeiers met onderzoeken die uitwijzen dat "Alle moslims gematigd zijn", "Turkse organisaties bijdragen aan de integratie", "Marokkanen niet extra crimineel zijn", enzovoort, enzovoort, enzovoort ... 
    Daar vergeten maar hier dus onmiddellijk duidelijk dat ontbrak: onderzoek naar discriminatie: moslims, negers én: van vrouwen.
    Men had nog een advies:
  Hoe kun je als gewone burger inschatten welk onderzoek nog te vertrouwen is?
'Als je weinig van statistiek weet, is denk ik de beste vuistregel om je af te vragen: bij hoeveel mensen is dit eigenlijk onderzocht? ...'

Al genoteerd commentaar: "Technische flauwekul. De hoofdregel is: vertrouw geen enkel sociologisch of sociaal-psychologisch onderzoek, want dat gaat (mede) over maatschappelijke visies en daarbij hebben (bijna) alle onderzoekers een nauwelijks te onderdrukken gevoel van eigenbelang. En als kleine verfijning: gooi alles dat politiek-correcte uitkomsten geeft onmiddellijk het raam uit. (Voor een systematische aanpak, zie hier  )"
    En bovenstaande onderzoek is zo politiek-correct als het maar kan. En het eigenbelang is overduidelijk: vrouwelijke onderzoekers constateren discriminatie van vrouwen.
    De ontmaskering kwam instantaan:


Uit: De Volkskrant, 23-09-2015, ingezonden brief van Daniël Lakens, universitair docent Technische Universiteit Eindhoven, Rotterdam Rolf Hut is onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft, Haarlem

Hoezo seksisme?

'NWO discrimineert vrouwen' (Ten eerste, 22 september). Een boude uitspraak, maar gebaseerd op onderzoek: 2.823 aanvragen voor Veni- beurzen van 2010 tot en met 2012 werden bekeken. Vrouwen krijgen 14,9 procent van hun aanvragen toegekend en mannen 17,7 procent.
    Het verschil is nét statistisch significant. NWO, zelf opdrachtgever van het onderzoek, belooft actie en beterschap. We zijn het volledig eens met het beleid dat NWO voorstaat. Competitie om beurzen in de wetenschap vereist een gelijkwaardig speelveld.
    We zijn het echter niet eens met de bewering in het artikel dat NWO momenteel discrimineert bij Veni- aanvragen. Een nét statistisch significant verschil in een hele grote steekproef is altijd zeer zwakke steun voor de hypothese. Dat blijkt hier ook: als we nieuwe data uit 2015 meenemen, verdwijnt het effect. Als we betere analyse technieken gebruiken, verdwijnt het eveneens.
    Een beschuldiging van seksisme, zeker als het institutioneel zou gebeuren, dient uiterst zorgvuldig gemaakt te worden. Dat is hier niet het geval. Het effect van seksisme in het proces van de Veni-aanvraag is óf erg klein, óf afwezig.
    ... is het een goede zaak dat NWO de aanvraag procedure gender-neutraal maakt: 'haar/zijn cv' in plaats van standaard 'zijn cv'. Maar laten we niet met schreeuwende krantenkoppen op basis van een enkele dataset beschuldigend wijzen voordat we zeker weten dat dit terecht is, en laten we ons druk maken om seksisme waar dat nodig is.


Red.:   Bijvoorbeeld het seksisme dat zo flagrant is bij het krijgen van kinderen ...
    Waarna dit nog een laatste knock out is:
  Opmerkelijk is dat de achterstelling van vrouwen in de Veni-rondes juist optreedt in de minder exacte gebieden zoals levenswetenschappen, gedragswetenschappen of medische wetenschappen, waarin wel meer vrouwen actief zijn maar de competitie om het beperkte aantal beurzen nog veel feller is. Juist daar blijken vooroordelen harder mee te spelen in de vaak pijnlijke beslissingen. In de exacte vakken hebben meedingende vrouwen dezelfde kans een beurs te krijgen als mannen, zegt Van der Lee.

Hoezo opmerkelijk? Levenswetenschappen en gedragswetenschappen zijn geen wetenschappen, maar studies en dus zijn er geen objectieve normen. En de medische wetenschppen zijn gecorrumpeerd door medische bedrijven. Dit soort gedoe had nooit bij NWO ingdeeld moeten worden, maar een apart instituut genaamd NFO: Nationaal Fopwetenschappelijk Onderzoek. Voor welk instituut dus ook foponderzoekers Ellemers en Van der Lee werkzaam zijn. En genderstudies is wel één van de meest foppige van alle fopwetenschppen. Voornamelijk bedreven door vrouwen. Natuurlijk.
    Tussengevoegd: nog een onderzoek:


Uit: De Volkskrant, 10-12-2015, van verslaggever Martijn van Calmthout

Beurzen toch niet eerder naar man

Seksediscriminatie speelt een grote rol bij de toekenning van onderzoeksbeurzen, bleek uit een studie eerder dit jaar. Een nieuwe publicatie stelt: die discriminatie is niet aantoonbaar.

Vrouwen worden niet aantoonbaar achtergesteld bij het toekennen van onderzoeksbeurzen bij wetenschapsfinancier NWO, in elk geval in de sociale wetenschappen. Dit concluderen twee Amsterdamse sociologen na een gedetailleerde statistische analyse van NWO-cijfers voor acht jaar beurstoekenningen in hun vak.
    In het Amerikaanse tijdschrift PNAS schrijven UvA-socioloog prof. Beate Volker en criminoloog Wouter Steenbeek dat er geen enkele indicatie is dat sekse een rol speelt in de kans op een wetenschapsbeurs. Ze gaan hiermee lijnrecht in tegen een recente studie van de Leids-Utrechtse sociaal-psycholoog en Spinozaprijswinnaar prof. Naomi Ellemers, die leek aan te tonen dat vrouwen bij gelijke kwaliteit worden achtergesteld in de uiteindelijke toekenningen door commissies en jury's.    ...
    Al bij verschijnen kreeg de alarmerende analyse van Ellemers veel kritiek van statistici, omdat de gevonden effecten niet of nauwelijks significant waren. De nieuwe Amsterdamse studie keek in een kleiner vakgebied over een langere periode (2006-2013) naar de slaagpercentages van kandidaten voor meerdere NWO-onderzoeksbeurzen binnen de sociale wetenschappen. Ellemers bekeek alle vakgebieden, in 2010-2013, en één NWO-beurs, de Veni.
    Anders dan bij Ellemers is in de nieuwe studie ook naar onderliggende verschillen tussen kandidaten gekeken, van hun specialisme tot het instituut waar ze werken. Het blijkt dat die onderliggende factoren veel beter de verschillen in succes verklaren dan het geslacht van een aanvrager. Deze zogeheten Simpson-paradox - een afgeleid kenmerk wordt aangezien voor de oorzaak van een verschil - komt in de sociale analyse vaak voor, aldus Volker.    ...


Red.:    Net als bij  gewone criminelen blijven deze wetenschappelijke criminelen natuurlijk hardnekkig ontkennen.
    Weer een fraai staaltje. Het onderzoek is naar racisme, en bij iedereen met enig gezond verstand is dit: "Het maken van onderscheid uitsluitend op grond van ras". Of correcter: "etnie", maar de term is nu eenmaal zo. Waarin cruciaal is: "uitsluitend". Iedere vorm van het maken van onderscheid op andere eigenschappen is geen racisme. Het beledigen van Marokkanen (in Nederland) is alleen al op deze grond geen racisme, want Marokkanen vormen geen ras - er zijn er meerdere soorten etnieën onder de gezamenlijke noemer die er één is van nationaliteit. Met bijvoorbeeld één kenmerkend onderscheid: Marokkanen in Nederland hebben een dubbele nationaliteit, en Marokkanse criminelen in Nederland kunnen naar Marokko vluchten en zijn daar veilig voor de Nederlandse justitie. En bij iedere ruimere gebruik van "racisme" doen Marokkanen dus aan institutioneel racisme.
    Dat ruimere gebruik is het normale gebruik binnen de politieke-correctheid, en ook alle wetenschappers die politiek-correct zijn. Zoals deze:


Uit: De Volkskrant, 07-10-2015, van verslaggeefster Wil Thijssen

Economie speelt geen rol bij racistisch geweld

Racisme jegens immigranten komt niet voort uit angst voor bedreiging van de economie ('ze pikken onze banen in'), maar gewoon uit vreemdelingenhaat. Economische factoren hebben daar vrijwel niets mee te maken.    ...
    Promovendus John van Kesteren onderzocht slachtoffers van racistisch geweld in veertien West-Europese landen. ...


Red.:   De eerste en huidige hoofdvorm van racisme: de gelijkstelling van "racisme door blanken" met "racisme".

  Dat blijkt uit een promotieonderzoek naar onder meer 'hate crimes' - de mishandeling, bedreiging of intimidatie van iemand vanwege diens afkomst of geloof.

Het staat er niet bij maar van bedreiging en intimidatie kan zo de gehanteerde definities afgeleid worden, want dat zijn, tenzij anders vermeld, dezelfde als overal elders gehanteerd worden, en dat is: "vuile neger" of "vieze moslim" vallen onder bedreiging en intimidatie, en "kk kaas" en "ongelovigen zijn haram dus vies" niet.
   Wat er wel bij staat en de voorgaande conclusie ondersteunt, is dit:
  Van Kesteren baseert zijn conclusie op resultaten van de Internationale Slachtofferenquête, die sinds 25 jaar elke vier of vijf jaar wordt gehouden onder de bevolking van ruim tachtig landen. Daarin worden gemiddeld tweeduizend personen per land bevraagd over hun ervaringen met diverse soorten criminaliteit.

Brullen van de lach. Die Van Kesteren heeft helemaal niets over "racisme" onderzocht, maar over
"de mate waarin mensen klagen over racisme". Zoals neger-advocaat-met-dure-auto Roethof natuurlijk pagina's lang klaagt over racisme omdat hij vaker aangehouden wordt dan een blanke in zo'n zelfde soort auto, terwijl de werkelijkheid is dat van negers-in-dure-auto's 90 procent en meer al dan niet zware criminelen zijn uitleg of detail uitleg of detail uitleg of detail , zodat het precentage eigenlijk veel hoger zou moeten liggen.
     En Van Kesteren voelt zelf wel enige nattigheid:
  'Je zou verwachten dat in regio's met een hoge werkloosheid en lage inkomens meer racistisch geweld voorkomt, maar dat is niet zo', zegt Van Kesteren.

Want dat is wat politiek-correcten bij hoog en bij laag beweren als het over racisme bij moslims gaat, hetgeen ze dan geen racisme noemen maar "incidenten", of op zijn hoogst "overlast" maar in werkelijkheid is racistische criminaliteit en racistisch terrorisme. Waar dus komt door "economische achtergesteldheid".
    De verklaring van het onbreken van een relatie met economische factoren is natuurlijk dat er geen economische factoren spelen. Omdat het niet gaat over "racisme", maar "klagen over racisme". En dat heeft weinig tot niets te maken met de algehele economie, maar alles met ...: de culturele nederlaag. En die culturele nederlaag is een constante factor.
    Van Kesteren bevestigt dit onbewust:
  'Hate crimes nemen alleen toe naarmate het aantal immigranten stijgt, ongeacht sociaal-economische factoren in het gebied waar die toename zich afspeelt.'

Klopt: hoe meer allochtone immigranten, hoe meer klachten want die klachten komen van de allochtone immigranten naar aanleidng van hun culturele nederlaag.
    En dan volgt er nog even een bevestiging van de totale eenzijdigheid van zijn methodiek:
  Onder vreemdelingenhaat verstaat de promovendus angst voor verlies van de eigen identiteit door bijvoorbeeld vreemde geloofsrituelen - 'denk aan de kreet dat heel Europa islamiseert' - vreemde eetgewoonten of het verdwijnen van Zwarte Piet.'

Waarop er nog slechts één groot raadsel overblijft: Hoe durft men dit zo op te schrijven? Want hier staat met grote dikke letters en onderstreept:
  Dit onderzoek deugt wetenschappelijk niet

En:
  Dit onderzoek is racisme

Waarna er een soort van een verklaring volgt:
  Van Kesteren promoveerde vrijdag 2 oktober aan de universiteit van Tilburg

De "universiteit" van Diederik "fraudeur" Stapel en Jan Jaap "Wilders is fascist" de Ruiter.
    Er kwam ook een reactie:


De Volkskrant, 09-10-2015, ingezonden brief van Wilbert van Rijen, Holthees

Hoezo haat?

De promovendus John van Kesteren stelt 'Racisme jegens immigranten komt niet voort uit angst voor bedreigingen van de economie ( ze pikken onze banen in), maar gewoon uit vreemdelingenhaat.' Vreemdelingenhaat heeft een zeer negatieve connotatie, daar zou je niet graag van beticht willen worden. Maar... blijkt uit het artikel, de promovendus verstaat onder vreemdelingenhaat 'de angst voor verlies van eigen identiteit en cultuur' . Dus de angst dat onder druk van de migranten allerlei, voor ons dierbare, culturele elementen moeten verdwijnen. De angst dat het prominent aanwezig uitdragen van de islam nog groteskere vormen aan gaat nemen. Bewoners in de oude wijken, waar Nederland de immigratieproblematiek op afgewenteld heeft, zijn bang nog geïsoleerder in de totaal veranderde wijk te moeten overleven. Die angst en bezorgdheid bij grote delen van de bevolking wordt nu door de voorstanders van meer multiculturalisme en volledig open grenzen met groot dedain afgedaan als vreemdelingenhaat, xenofobie, primitief, en racistisch. De reactie hierop zal een ondergrondse veenbrand worden van frustratie, boosheid en moedeloosheid.
    De enige politicus die deze angst en zorgen onder woorden durft te brengen is Geert Wilders waar men dan ten einde raad zijn of haar heil bij zal zoeken. Maar door het ontbreken bij de PVV aan de noodzakelijke nuances in deze complexe materie is daar weinig constructiefs van te verwachten.


Red.:    En: "Door het ontbreken bij de wetenschapper aan de noodzakelijke nuances is daar weinig constructiefs van te verwachten". Een reactie die gehakt maakt van de wetenschap van de wetenschapper.
    Steun:


Uit: Elsevier.nl, 01-11-2015, door Sebastien Valkenberg

Sociaal-psychologen zijn activisten vermomd als wetenschappers

Dubieuze bewijsvoering, ronkende conclusies. Sociaal psychologen misbruiken onderzoek om de samenleving bij te sturen.


Hoe zotter het onderzoek, hoe mediagenieker. Onlangs mocht een promovenda van de Universiteit Wageningen in de Volkskant uitleggen dat de Nederlandse natuur discrimineert. Ze zei het iets deftiger – autochtonen maken vaker gebruik van 'de groene ruimte' dan allochtonen – maar hier kwam het wel op neer.
     Wie dacht dat het na het debacle Diederik Stapel gedaan was met sloppy science, vergist zich. Nieuwe Stapels staan te dringen en nog steeds gaan er bakken met geld naar studies waarbij het wachten is op een demasqué.
    Dat dit een reëel risico is, bleek afgelopen zomer. In Science stond een onderzoek naar de reproduceerbaarheid van experimenten in de psychologie. Het artikel was geen reclame voor het vakgebied. In slechts 39 procent van gevallen leverde een herhaling van het oorspronkelijke onderzoek identieke resultaten op.    ...
    Komt door de publicatiebias, heet het dan. ...
    Publicatiebias en de druk om te publiceren kunnen slechts deels fungeren als verzachtende omstandigheden. Hier hebben andere wetenschappers ook mee te maken. Toch liggen zij niet zo onder vuur als zachte wetenschappen als de sociale psychologie. Het is de methodiek die rammelt.
     De uitkomsten komen vaak tot stand via antwoorden op schriftelijke enquêtes. ...


Red.:   Bingo. Eindelijk iemand die ditt ook durft te zeggen.
  Wat je in het onderzoek stopt, rolt er ook uit, aldus hooligan-onderzoeker Illya Jongeneel in een krantenstuk tijdens Stapelgate. Sociaal-psychologen gaan naar de Spaanse costa's, typeerde hij hun werkwijze, om Nederlanders te vragen of ze wel eens in het buitenland met vakantie gaan. En trekken dan de conclusie dat die inderdaad de vakantie in het buitenland doorbrengen.

Dat is het "positieve" geval - het geval waarbij de uitkonst niet strijdig is met de werkelijlkheid.
  Dezelfde vooringenomenheid zie je in het onderzoek naar natuurbeleving per bevolkingsgroep. 'Op de vraag: voel je je weleens gediscrimineerd in de natuur? kwam nauwelijks antwoord,' geeft de onderzoekster toe. Hypothese weerlegd, zou je denken, maar nee. De vraagstelling werd aangepast en de gewenste reactie volgde vanzelf.
    Turkse mannen hadden laten weten dat ze eerst wel in een park kwamen, maar deze plek meden nadat er een moord was gepleegd. Bang om als dader te worden aangemerkt.
    De onderzoekster: 'Ze noemden dat zelf geen discriminatie, maar pasten wel hun gedrag aan.' Het dondert dus niet wat de geïnterviewden antwoorden. Hoewel ze zelf het d-woord meden, maakt dit voor de onderzoeksconclusies weinig uit.

Het normale geval: daar waar de uitkomst wel in strijd is met de werkelijkheid. Omdat de uitkomst al tevoren vast staat: "Nederlanders discrimineren". Dat "weet" men uit vorig "onderzoek". Vorig gemanipuleerd onderzoek. Maar de media publicerden dat vorige onderzoek met graagte en nadruk. Dus gaat men aan de slag voor nieuwe successen.
  ... het is juist oppassen geblazen als onderzoek uitnodigt tot onmiddellijke toepasbaarheid. Je ziet de beleidsmakers instemmend knikken bij de onderzoeksresultaten uit de sociale psychologie en de belendende vakgebieden. Ze vonden toch al dat de samenleving moest worden bijgestuurd en nu is het wetenschappelijk bewijs geleverd.

Bijgestuurd richting politieke-correctheid: de multiculturele samneleving en diversiteit zijn prachtige zaken die gouden bergen gan brengen.
  Zo ook in het geval van de natuur. Het onderzoek uit Wageningen is koren op de molen van Staatsbos­beheer, dat een diverser [schuin door redactie] publiek wil trekken. Daartoe stelt het deze herfst een multiculturele [schuin door redactie] jongerenraad aan. Staatsbosbeheer in een toelichting: 'Om de natuur in Nederland voor iedereen aantrekkelijk te maken, moeten we ons aanpassen aan nieuwe [schuin door redactie] wensen.'

Dieventaal. De bossen zijn blank, niet omdat er grenswachten staan die de gekleurden tegenhouden, maar omdat aangetrokken worden tot natuur niet in de gekleurde cultuur zit. Moslims hebben een woestijncultuur en bijpassende woestijngod en -religie, en negers hebben er zo mogelijk nog minder mee. Er zijn geen nieuwe [schuin door redactie] wensen, behalve bij de politiek-correcten die graag willen laten zien "hoe goed de gekleurden erbij horen". Tegen alle bewijzen van het tegendeel in.
    En de soiologen en aanverwante leveren het bijpassende onderzoek.
  Het verband tussen de kracht waarmee psychologen hun overtuigingen uitdragen en het bewijsmateriaal dat ze ervoor aanvoeren, blijkt in de praktijk vaak zoek. Zo kopte begin dit jaar Ad Valvas, het blad van de Vrije Universiteit Amsterdam, triomfantelijk: 'Wetenschappers bewijzen het: rechtse mensen niet te vertrouwen.' Boven het bericht een foto van Geert Wilders.

De werkelijkheid:
  Hoe kwamen de onderzoekers tot hun conclusies? 8.600 Mensen kregen dilemma's voorgelegd, bijvoorbeeld of ze te veel ontvangen wisselgeld zouden teruggeven. Rechtse mensen gaven aan van niet, maar wat kun je hieruit afleiden? Alternatieve conclusie: kennelijk hebben zij bij de beantwoording van de vragenlijsten geen last van de neiging om zich beter voor te doen dan ze zijn. Ze zijn juist hartstikke betrouwbaar.

Conclusie:
  De indruk die achterblijft: sociaal-psychologen zijn activisten die zich hullen in de witte labjas van de wetenschapper.

En laat dat 'De indruk' maar weg.
    Onderzoek naar de waarde van godsdienst, afkomstig van het Amerikaanse continent .Weliswaar niet uit Amerika zelf, want dat zou je onmiddellijk in de prullenbak kunnen gooien, maar in veel opzichten is Canada, ook een immigrantenland, net zo politiek-correct. En dat blijkt:


Uit: De Volkskrant, 13-02-2016, van verslaggever Maarten Keulemans

Straffende god bindt mensen

Een strenge god is de lijm die mensen helpt een succesvolle gemeenschap te vormen met verre geloofsgenoten. Dat blijkt althans uit een Canadees antropologisch onderzoek.


Bedankt, god. De mens heeft het aan de goden te danken dat we grote, complexe sociale gemeenschappen zijn gaan vormen die veel verder reiken dan onze directe naasten alleen. Vooral strenge, straffende goden zijn bekwaam in het samenbinden van mensen die elkaar niet persoonlijk kennen.    ...


Red.:   Twee zeer open deuren: gemeenschppelijke ideeën zorgen voor binding, en: hoe groter de straf, hoe groter het effect - het tit-for-tat proces  . Dit laatste is overigens in flagrante tegenstelling tot de politiek-correcte opvatting: daar werken strengere strafffen niet en zelfs andersom uitleg of detail .
    En ook hier blijkt er sprake van ernstige politieke-correctheid:
  Dat blijkt althans uit een reeks proefjes die een internationaal team antropologen uitvoerde met gelovigen in acht zeer verschillende geloofsgemeenschappen. Mensen die geloven in een alwetende, straffende god zijn in die experimenten iets vaker bereid om anonieme geloofsgenoten die ver weg wonen geld te gunnen. Hoe strenger de god, des te meer geld men verre medegelovigen gunde. Een aanwijzing dat men uit angst voor de toorn van god minder aan zichzelf denkt, schrijven de onderzoekers onder leiding van de Canadese antropoloog Benjamin Purzycki in Nature.

Onvermeld in het verslag en vermoedelijk dus ook in het artikel: als meer strengheid de onderling binding in de groep versterkt, maakt het natuurlijk ook de afstoting tussen die groep naar andere groepen groter. Zoals men al, tot politiek-ocrrecte schrik, ontdekte bij de werking van oxytocine uitleg of detail : het versterkt binding de binnen de groep, én afstoting van andere groepen. En natuurlijk wordt het proces van binding-met-woorden waaronder die met een al dan niet straffende god in de hersenen uitgevoerd door het losmaken van oxytocine.
    Maar dit onderzoek blijkt zelfs zeer politiek-correct:
  Een belangrijke ontdekking, vindt het team, want buiten je kringetje denken ligt aan de basis van allerlei knalsuccessen van de mens, zoals handel drijven en verbindingen aangaan met mensen die je nog nooit hebt ontmoet.

Apert onjuist. Er is geen enkel bewijs dat gelovigheid leidt tot handeldrijven.
  Strenge goden zijn zodoende de lijm die meehelpen bij de vorming van 'ingebeelde gemeenschappen', aldus de wetenschappers.

Er is veel meer bewijs van het tegendeel.
  Dat religie een belangrijk bindmiddel is, weten sociaal-wetenschappers al sinds de dagen van antropologische grondleggers als Bronis¿aw Malinowski en Emile Durkheim, begin vorige eeuw. De laatste decennia is de nadruk verschoven naar de vraag of godsdienst de mens ook evolutionair vooruit heeft geholpen: wat heeft een volk dat met god gaat voor op anderen?

Een "expriment" dat allang is uitgevoerd - vele malen. In Europa van circa 500 tot 1500 Anno Domini. De uitkomst: religie levert binding, maar er zijn betere vormen van binding, die de evolutie veel verder brengen. Ergo: ook al was religie misschien ooit goed, nu, NU, is het fout.
    En dit blijkt zelfs ook in dit onderzoek te zitten:
  Purzycki en zijn collega's besloten een experiment uit te voeren in acht zeer uiteenlopende maatschappijen: van christelijke vissers op Fiji tot zonnegod aanbiddende jagers-verzamelaars uit Tanzania.

Oftewel: het werkt bij hele en halve barbaren.
    En natuurlijk zijn er genoeg er andere Angelsaksische sociologen te vinden om zichzelf belachelijk te maken:
  Dat is 'het meest uitgesproken bewijs tot dusver dat geloof in bovennatuurlijke straf de samenwerking in maatschappijen bevordert', beaamt de niet bij het onderzoek betrokken Britse sociaal-wetenschapper Dominic Johnson in een commentaar. 'Een belangrijk deel van het succes van menselijke beschavingen kan wel eens in de handen hebben gelegen van de goden - of ze nu echt zijn of niet.'

Politieke-correctheid is erger dan de derdedaagse koorts.
    Weer zo eentje waar je alleem maar om kan lachen:


Uit: De Volkskrant, 20-07-2016, van verslaggeefster Margreet Vermeulen

Grotere kans op stress-stoornis bij inwoners welvarende landen

Nederlanders hebben, op Canadezen na, de grootste kans om getraumatiseerd te raken. Dat blijkt uit een internationale vergelijking tussen 24 landen. Het risico op een post traumatische stress stoornis (ptss) blijkt niet alleen te worden bepaald door blootstelling aan heftige gebeurtenissen, maar ook door het land waar je woont.
    In Nederland krijgt 7 procent van de bevolking een trauma. In China en Irak is dat achtereenvolgens 0,3 en 2,5 procent.
    Tegen alle verwachtingen in is het effect van ingrijpende gebeurtenissen het grootst in zeer welvarende naties. Nederlanders, Australiërs en Nieuw Zeelanders hebben zelfs drie keer zoveel kans op ptss als Mexicanen, Colombianen en Israëliërs. De studie wordt morgen gepubliceerd in het British Journal of Psychiatry.    ...


Red.:   Je gelooft je ogen niet dat dit in een gereputeerd wetenschappelijk blad komt. Dat wil zeggen: eentje over psychiatrie. Waar het misschien een plaatsje zou kunnen vinden is in "Sociological Methodology", als voorbeeld van "How not do to socio-psychologic research". Want wat er in dit onderzoek gemeten is, heetf natuurlijk niets met ptss op zich te maken, maar met de mogleijkheden en bereidheid om ptss te rapporteren en registreren.
    Jan Willem Duyvendak. Al een tijd niets van vernomen, deze uiterst prominente socioloog. Maar hij werd dan ook wel uiterst grof geprovoceerd. Een wetenschappelijke vluchteling, die wetenschappelijk asiel heeft gekregen in Duitsland, heeft het opgenomen voor de "blanke meerderheid".
    Tja ...
    Hier komt dus JWD uit zijn hol gekropen. Een gelegenheid voor ons om te onderzoeken waar nu precies de expertise van een socioloog schuilt. JWD introduceert zelf de zaak verder:


Uit: De Volkskrant, 08-12-2016, door Jan Willem Duyvendak, is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Meerderheid heeft het allang voor het zeggen

Collega-socioloog Ruud Koopmans stelt (Vonk, 3 december) dat het de hoogste tijd is om 'de rechten van nationale meerderheden te herwaarderen'. Hij meent dat deze in de verdrukking zijn gekomen door de instroom van migranten, van 'minderheidsculturen' die wel alle ruimte krijgen.
    Op grond van mijn eigen onderzoek concludeer ik precies het tegenovergestelde ...


Red.:   Pendaterie. Tenzij je met iets substantieels komt. Hier is het aanbod:

  ... de legitimiteit van aanspraken van minderheidsgroepen ...

Eerst het laatste onderdeel: 'minderheidsgroepen'. Dit is een retorische truc of een vervalste term. Er zijn in Nederland alleen minderheidgroepen. Iedereen zit in minderheidsgroepen. Er is maar één duidelijke meerderheidsgroep: de blanke etnie. Wat JWD bedoelt met 'minderheidsgroepen' is "etnische minderheidgroepen" of nog duidelijker "rasminderheden". JWD is bezig rassen te tellen. En is dus een racist. Die zijn racisme verbergt achter de term 'minderheidsgroepen'.
    Bewijs 1 van "JWD is een taalvervalser".
    Dan de eerste term: 'legitimiteit' -  ook dat is een retorische truc of vervalsing, De truc is die van "jargon"  : het gebruikt van vaktechnische termen om iets te verhullen.
    Bewijs 2 van "JWD is een taalvervalser".
    En dat te combineren met de middelste term: 'aanspraken'. In de wet staan geen aanspraken, maar rechten of plichten.
    Dit alles heeft een bedoeling, die blijkt uit de rest van de uitspraak:
  ... de legitimiteit van aanspraken van minderheidsgroepen is de afgelopen twintig jaar in Nederland enorm verminderd ...

Oftewel: volgens JWD hebben rasminderheden in de Nederlandse wet de laatste twintig jaar minder rechten gekregen.
    Zijn argument:
  Hoe kan het een serieuze wetenschapper ontgaan dat alle regeringsnota's over integratie van nieuwkomers in de afgelopen jaren het belang van de Nederlandse cultuur benadrukken evenals de noodzaak voor migranten om zich aan te passen? ...
    Nederlandse politici vinden vooral dat migranten zich de 'kernwaarden van Nederland' eigen moeten maken, zoals dat recentelijk weer vastgelegd in het Participatiecontract van minister Asscher.

Ten eerste slaat dit op iets anders dan rechten, namelijk plichten. Ten tweede is dit allemaal papieren werkelijkheid, en is er in de echte werkelijkheid slechts één ding veranderd: een verplichte inburgeringscursus, die in feite weer alleen neerkomt op de verplichting tot het leren van basaal Nederlands. Zonder enige sanctie bij niet-voltooien of niet-slagen. De facto, in de praktijk, is het dus geen plicht. het wordt slechts een plicht als niet-slagen gevolgd wordt door remigratie.
    Oftewel:
  ... de legitimiteit van aanspraken van minderheidsgroepen is de afgelopen twintig jaar in Nederland enorm verminderd ...

... is een aperte leugen. Tegen iedere poging in die richting zou ook een storm van protest uitbreken. Dat gebeurt zelfs bij het voorstel om het volkomen absurde recht dat terroristen hebben op terugkeer naar Nederland te beperken.
    Bewijs 3 van "JWD is een taalvervalser".
    Volgende:
  In Nederland is de gedachte dat de 'oorspronkelijke' bewoners meer te zeggen zouden moeten hebben dan nieuwkomers allang gemeengoed geworden. Die opvatting wordt ook wel 'nativisme' genoemd: de natives vinden dat zij vanwege historische redenen meer te zeggen hebben over het land dan non-natives, zeker waar het culturele tradities betreft.

Hij vindt dat nieuwkomers evenveel te zeggen over de Nederlandse cultuur als de Nederlanders zelf. Dat is duidelijke taal. Het heeft niets met sociologie te maken. Dit is ideologie. Gebaseerd op "De Gelijkheid der Culturen".
    Dit was allemaal in algemene termen. Nu komt de toepassing, het specifieke voorbeeld:

  Koopmans meent dat de discussie over Zwarte Piet aantoont dat er te weinig naar oorspronkelijke Nederlanders wordt geluisterd. Hij vindt blijkbaar dat Zwarte Piet zwart moet blijven omdat de witte 'meerderheidscultuur' dat zou willen. Maar waarom zouden Surinaamse Nederlanders hierover niet mogen meepraten?

De volgende gladde retorische truc. Niemand in de openbatre discussie heeft serieus gezegd dat Surinamers niet mee mogen praten. Dit is de truc van de stroman  iets bestrijden wat de andere aprtij nets gesteld heeft.
    Bewijs 4 van "JWD is een taalvervalser".
    En hij herhaalt de truc:
  Zijn Surinaamse Nederlanders dan geen Nederlanders? ...
... wat is de positie van de tweede en derde generatie? Meent Koopmans heus dat hun stemmen minder zwaar moeten wegen  ...
    ...lijkt het mij dan ook veel urgenter om te bezien hoe die cultuur zich kan openen naar anderen ...

De werkelijkheid is deze: Natuurlijk mogen ze meepraten. Dan praten de partijen een tijdje. Ze worden het eens of niet. Worden ze het eens, doen we dat. Worden ze het niet eens, gaan we stemmen. Probleem opgelost.
    Dit is zoals het hoort te gaan.
    Wat er geburt is is dit. De zwarten gingen praten. We werden het niet eens. De elite begon ze gelijk te geven. De zwarten gingen  het Sinterklaasfeest verstoren. De elite begon ze meer gelijk te geven. De zwarten begonnen met schelden,  met termen als "Rascime!", "Kolonialisme" en "Slavernij". De elite gaat ze nu helemaal gelijk geven.
    Er is de facto helemaal niet gepraat. Door zwarten en elite. Er is afgedwongen. En het recht op praten van één partij is geschonden: de partij die Zwarte Piet wil handhaven. En dat dat toevalling een meerderheidspartij is, is natuurlijk volkomen immaterieel. het gaat om het recht op praten. Eerst praten dan eens-worden, en indoen geen eens-worden, dan stemmen.
    Dit alles verstopt JWD onder "Zwarten willen meepraten en mogen dat niet".
    Bewijs 5 van "JWD is een taalvervalser".
    En keert daarna de werkelijkheid om:
  Het Zwarte Piet-voorbeeld laat goed zien dat het denken in rechten van 'meerderheidsculturen' ingewikkeld, en soms zelfs gevaarlijk is.

Het is precies andersom: "Het Zwarte Piet-voorbeeld laat goed zien dat het denken in rechten van 'minderheidsculturen' ingewikkeld, en soms zelfs gevaarlijk is". Want zonder dat "minderheidsculturen" is het uiterst simpel: de ene groep wil dit, de ander wil dat, en kom je er niet uit, dat tellen we neuzen en hupsakee: daar is het resultaat.
    En in feite is zijn hele aanpak dus die van omkering, zoals in deze passage:
  Zijn Surinaamse Nederlanders dan geen Nederlanders? Hoezo niet? Woonden zij niet op het 'Nederlands territorium'?

Het is dus juist andersom: volgens JWD is het zo dat ze geen gewone Nederlanders zijn. Bij gewone Nederlander is het neuzen tellen, hup, Zwarte Piet blijft. Zoals blijkt uit deze min-of-meer terloopse opmerking:
  ... in het geval van postkoloniale migranten, die oorspronkelijk als slaaf naar Nederlands grondgebied zijn verscheept, ook uiterst precair, om niet te zeggen: pijnlijk. Het Zwarte Piet-debat ...

JWD ziet Surinamers als geen gewone Nederlanders, omdat "de nakomelingen van slaven".
    En waar JWD "Het niet-behandelen als gewone Nederlanders" duidelijk als een ernstig vergrijp ziet ...
  ... Gradaties van burgerschap introduceren op basis van culturele verwantschap, zoals Koopmans voorstelt, leidt niet tot een vermindering van de steun voor Wilders, maar is de legitimatie van zijn programma.

... is hij het dus zelf, en iedereen die deze zaak op dezelfde manier voorstelt, degene die de ernstige overtreding begaat.
    Dat doet niet Koopmans maar JWD, die dus Wilders legitimeert. Wat kennelijk heel erg is. Dus JWD is geen socioloog, maar politicus.
     En, eveneens onbedoeld natuurlijk, geeft hij ook aan waar werkelijk de schoen wringt:
  Ik betwist niet het bestaan van een meerderheidscultuur. Integendeel...  Het zijn juist degenen die niet delen in de Nederlandse liberale cultuur zoals orthodoxe religieuzen die dagelijks voelen dat zij als 'achterlijk' worden beschouwd.

Juist ja ... De 'minderheidsgroepen' moeten beschermd worden, vanwege een veronderstelde door de Nederlanders "toegediende" achterlijkheid.
    Een uitspraak waarop geen bewijs volgt. Noodzakelijk zijn hier voorbeelden van dagelijkse gebeurtenissen die hen achterlijk doen voelen. JWD geeft ze niet, want die zijn er niet. Althans niet bewust. Dat die minderheden dagelijks ervaren dat hun cultuur achterlijk is, is niet de schuld an de Nederlanders.
    Wat er wel is, is heel wat anders. namelijk dat minderheidsgroepen, minderheidsculturen, in Nederlkand in openbaar vervier of auto stappen, naar de televisie kijken, en hun mobieltje uit hun zak pakken. dat zijn allemaal producten van de westerse cultuur. Producten die hun eigen cultuur: de islam bij de mslims en de winti bij de croielen, nog in geen miljoen jaar zouden kunnen ontwikkelen.
    Dat is wat ze iedere dag op hun neus gedrukt krijgen.
    Hun eigen achterlijkheid.
    Door henzelf zolang ze vasthouden aan hun eigen cultur. Hun eigen islam. Hun eigen winti.
    Dat zijn de werkelijkheden die Jan Willen Duyvendak vermijdt. En hij vermijdt ze door vervalsing van taalgebruik
     En dit is de voornaamste gave van de moderne socioloog, op een doodenkele uitzondering na: een verbale begaafdeheid die in staat stelt de maatschappelijke werkelijkheid te vervalsen. Ten gunste van de geijkte ideologieën. De ideologie van "De Gelijkheid der Culturen". En de rest van de poltieke-correctheid.
    En dat het om die gelijkheid der culturen gaat, bewijzen nog deze uitspaken:
  In plaats van de meerderheidscultuur nog verder aan te zetten, lijkt het mij dan ook veel urgenter om te bezien hoe die cultuur zich kan openen naar anderen, hoe de mainstream nieuwkomers in zich kan opnemen.

Juist ja... Oftewel: zij hebben een gelijkwaardige inbreng.
  Koopmans' pleidooi is dus riskant, juist omdat meerderheidsculturen culturen van meerderheden zijn die soms onvoldoende rekening houden met minderheden. ...

Oftewel: zij hebben een gelijkwaardige inbreng.
  ...Alle 'culturen' moeten open staan voor kritiek ...

Volstrekte onzin. Het hangt maar helemaal af van de soort kritiek en van wie die komt.  Ook dit gaat uit van gelijkwaardige inbreg, zeg bijvoorbeeld van de genitale besnijders.
  Vandaar ook dat bemoeienis vanuit de VN met de Zwarte Piet-traditie niet hoeft te worden afgewezen, zoals Koopmans doet.

De geformaliseerde vorm van het voorgaande: Zwarte Piet is cultuur en de VN moet culturele diversiteit bevorderen. De VN mag zich uitspreken over cultuurgewoontes die mensen schaden, zoals genitale besnijdenis. De VN doet dat niet omdat het "zwartjes" betreft: moslims en negers. Naar dit soort VN verhalen hoeft dus sowieso niet geluisterd te worden. Waar bij komt dat het enige dat Zwarte Piet doet, kadootjes uitdelen is.
    Ook dit is een taaltruc: het autoriteitsargument => .
    En nog eentje:
  Meerderheidsculturen zijn niet boven kritiek verheven, zeker niet als zij mensenrechten schenden (wat Koopmans overigens erkent).

Niemand heeft dit beweert: dit is een red herring => .
    En tenslotte nog een andere aspect van de moderne sociologie:
  In het nativisme bestaat de wereld uit geografische eenheden, met daarbij behorende volken, en hun waarden en gebruiken. In zo'n wereld mogen we niks meer zeggen over de slechte behandeling van homo's in Afrikaanse landen, of over antisemitisme in Arabische landen, want dat is nu eenmaal onderdeel van de daar bestaande meerderheidscultuur: 's lands wijs, 's lands eer.

Precies, dat laatste. Ze gaan hun gang maar. Ze hebben toch een gelijkwaardige cultuur ...? Nou, dan moeten we daar vooral niets over zeggen.
   Maar hier blijkt dus dat JWD naast politicus ook SJW is -  de afkorting op het internet voor social justice warrior: die soort mensen die beweren de wereld te willen verbeteren, maar in de praktijk eindigen met het bombarderen van Irak, Syrië en Libië. Om maar een paar recente dwarsstraten te noemen. En in Syrië islamitische terroristen steunen na ze eerst omgedoopt te hebben tot "rebellen".
    Zelden iets gezien dat de pretentie heeft over sociologie te gaan, en zo veel rotzooi bevat. Diederik Stapel zou zich er diep voor schamen.
    De volgende. nauwelijks minder prominent. En met iets dat nog onmogelijker lijkt:


Uit: De Volkskrant, 11-02-2017, door  Laura de Jong, Hans Wansink

'Een onsje minder Wilders in de krant graag'

Hij kwam in 1996 als Deense uitwisselingsstudent voor een half jaar naar Nederland. Maar hij keerde niet meer terug naar zijn geboorteland. Sinds 2005 is Claes de Vreese hoogleraar politieke communicatie aan de UvA. 'We moeten Trump, Wilders, Le Pen en Petry niet over een kam scheren.'


Red.:   Een onverholen politieke stellingname: "Stemt niet op Wilders". Een wetenschappelijke doodzonde.
    Maar er valt natuurlijk dan nog meer te genieten qua onwetenschappelijkheid:

  Hij geldt als autoriteit binnen zijn vakgebied. Zijn onderzoek richt zich op de invloed van media op verkiezingscampagnes, politieke framing, sociale media en populisme in Europa. 'De tweet die Geert Wilders verstuurde met een nepfoto van D66-voorman Alexander Pechtold tussen Hamas-demonstranten, is een stap verder in een strategie die Wilders al jaren benut', stelt De Vreese.

Pardon ... Wat is dan die strategie en wat is er fout aan? Vergeleken met andere campagnes.
  Het verspreiden van nepnieuws door een politicus is nieuw voor Nederland.
'Ja, ...'

Nee. Die foto was voorzien van de tekst "Ís dit de toekomst?", slaat dus niet op feiten, en kan dus nooit "nieuws" zijn en bij logische inclusie dus ook geen 'nepnieuws'. De foto is gewoon een soort "campanecartoon".
  'Ja, Wilders heeft een nieuwe stap gezet in toon en stijl van campagnevoeren. Hij heeft al eerder dingen getweet die inhoudelijke niet klopten ...'

De foto klopt inhoudelijk wel, want Pechtold wil onbeperkt moslims binnenlaten, en dat is het steunen van islamisering - wat Wilders uitdrukt als "Het steunen van Hamas". Retoriek.
  Wat zou u doen als u hoofdredacteur was?
'Ik zou af en toe een onsje minder Wilders doen.'

Een groot misverstand: de hoofdredacteur snapt dat acties zoals die foto begrepen worden door de juiste mensen ("Pechtold is iemand die het land verraad aan de islam"), en proberen die invloed te bestrijden. Ze kunnen niet anders en ze kunnen het niet laten.
    De rest was weinig interessant. Op alle mogelijke manieren.

Het volgende geval is dat in hoogst mogelijke mate. Omdat het over gekleurde groepen gaat zou je het in de rubriek "allochtonen" kunnen plaatsen, maar de hoofdles eruit is methodologisch, vandaar de plaatsing hier. Aanleiding was wat een kleine zaak lijkt: nieuwe software voor kunstmatige intelligentie lijkt vooroordelen te produceren, en de analyse van de gebruikers van die software is dat die vooroordelen er van buitenaf in komen (de Volkskrant, 14-04-2017, door Bard van de Weijer):
  Kunstmatige Intelligentie (kortweg AI, artificial intelligence) leert zichzelf 'menselijke' taken uit te voeren door enorme hoeveelheden data door te ploegen. Door AI eindeloos te laten gamen, leerde het zichzelf zonder gebruiksaanwijzing Space Invaders. En door dezelfde systemen enorme corpussen tot wel 850 miljard woorden te laten analyseren, leren ze de context van woorden herkennen en ontstaat iets wat lijkt op taalgevoel. Moderne chatbots kunnen hierdoor steeds beter conversaties houden die lijken op hoe een mens dat doet.
    Soms gaat het enorm mis ... AI-systemen die hun kennis baseren op gewonemensentaal ...

En daarmee scoort men al meteen weer maximaal op de schaal van sneuheid. Het alternatief zou namelijk pas echt een serieuze vooruitgang zijn: AI-systemen die hun kennis baseren op niet-gewonemensentaal ... Zeg de taal van Marsbewoners ...
    Maar inderdaad is het wel zo dat die gewonemensentaal dat bekende probleem heeft:
  AI-systemen hun kennis baseren op gewonemensentaal, ontwikkelen veelal dezelfde impliciete vooroordelen als wij. Dit ontdekten onderzoekers van onder meer de universiteit van Princeton in een studie die donderdag verscheen in Science. ...

En daar komt weer een vooroordeel van deze redactie langs: dat blad Science behoort tot de Engelstalige publicatie- en opvattingencultuur, en die cultuur zit zelf boordevol vooroordelen. Zo vol, dat die verzameling vooroordelen een eigen naam heeft - die van "politieke-correctheid". Natuurlijk staat tegenover een enkele erkenning van deze stand van zaken vele honderden ontkenningen, maar daarop zijn de Informatieregels van toepassing: als iemand iets beweert tegen het directe eigenbelang is het 100 duizend keer zo betrouwbaar als wanneer het in zijn eigen belang is. En op die basis is het bestaan van die politieke-correctheid een volkomen vaststaand feit.
  ...  in Science. Daaruit blijkt dat culturele stereotypen hardnekkig voortleven in AI-systemen die op grote schaal worden gebruikt.

Ernstig. Laten we eens een paar voorbeelden bekijken. Eerste voorbeeld:
  ... AI kan net als mensen positieve en negatieve verbanden leggen tussen woorden. Zo worden bloemen veel plezieriger ervaren dan insecten en worden muziekinstrumenten positiever gewaardeerd dan wapens. ...

Nou, dat doet dat AI-systeem dus uitstekend - met insecten heeft de mensheid ietwat mindere ervaringen dan met bloemen, en dat andere spreekt voor zich... 2-0 voor de AI. De vooroordelen zijn oordelen gebleken.
    Derde voorbeeld:
  Maar uit eerder semantisch onderzoek bleek dat Europees-Amerikaanse namen vaak veel positiever worden beoordeeld dan Afro-Amerikaans klinkende namen.

Ha! Daar lijkt het systeem te falen. Maaarrrr: wat is hier eigenlijk het vooroordeel en wat het oordeel? Is die negatieve beoordeling van Afro-Amerikaanse namen nu een vooroordeel, of is de opvatting dat dit een vooroordeel is, zelf een vooroordeel?
    Kijk, daar kom je niet zomaar een-twee-drie uit. En dan is er maar één ding te doen: van zowel het menselijke vooroordeel als dat van AI-systemen af en gewoon maar wat platte cijfers verzamelen. Cijfers met betrekking tot sociaal-culturele factoren. En doe je dat, dan blijken die negatieve vooroordelen over het Afro-Amerikaanse functioneren gewoon keihard te kloppen uitleg of detail .
    Maar de ontwerpers van AI-systemen zijn meestal sociaal-wetenschappelijk-achtigen. Oh nee: bedoeld wordt de gebruikers ervan - sociaal-wetenschappelijk-achtigen kunnen niets creatiefs. En sociaal-wetenschappelijke achtigen hebben andere oplossigen voor systemen met goede regels die dingen produceren die niet overeenkomen met hun vooroordelen. Neem dit Nederlandse voorbeeld:
  'Deze studie is belangrijk om inzicht te krijgen hoe AI bestaande al dan niet impliciete vooroordelen overneemt', zegt taaltechnoloog Florian Kunneman van de Radboud Universiteit, die niet betrokken is bij het onderzoek.    ...
    ... 'Of het systeem moet duidelijk maken hoe het tot een keuze gekomen is.'

Pardon ... Als de regels vooraf zijn vastgesteld en neutraal bevonden, is als bekend hoe het AI-systeem tot zijn keuze is gekomen.
    Neem een voorbeeld: stel je doet een AI-onderzoek naar de mate van coöperativiteit van mensen, door te kijken naar parkeerovertredingen en of ze die overtredingen betalen. Moet je wel mensen nemen die de vrijheid hebben om die boetes niet te betalen: diplomaten. Daarvan zitten er bijzonder veel in New York, dus je laat het AI-systeem een onderzoek doen naar het coöperative karakter van mensen bij het betalen vab parkeerboetes onder diplomaten in New York.  De AI-regels van dit onderzoek zijn: neem alle parkeerboetes, noteer welke al dan niet betaald is, noteer, het land van herkomst van de diplomaat, en soorteer deze landen naar bruto binnenlands product (BBP) . De uitkomst van het AI-onderzoek: naarmate het BBP lager, gedragen de diplomaten zich non-coöperatiever. Of: naarmate de landen gekleurder, gedragen de diplomaten zich non-coöperatiever.
    Merk op dat dit niets te maken heeft met het inkomen van de diplomaten, want dat is voor alle landen redelijkerwijs hetzelfde in bedragen, en relatief (ten opzichte van thuis) veel hoger voor diplomaten uit arme landen.
    Uitkomst dus van dit onderzoek: die arme landen zijn arm mede omdat de mensen daar (eel) minder coöperatief zijn.
    Volgens de politieke-correctheid is dit niet gewoon een onwelkome uitkomst. Het is een ontkennning van hun diepste geloven. Nummer één: de ontkennnig van "Alle culturen  zijn Gelijk en Gelijkwaardig", en ten tweede van "Arme dus gekleurde culturen zijn arm omdat de mensen daar lief en sneu zijn".
    Dus wat doe je met dat soort onderzoek:
  ... zegt Kunneman. 'Dus is het zaak te letten op vooroordelen.' Dat kan door een soort equalizer te zetten op de resultaten, waardoor een negatieve bias ... wordt gecorrigeerd.

Hoe zit het dus volgens deze menswetenschapper: "Het idee dat diplomaten uit arme dus gekleurde landen minder coöperaytief zijn is ongunstig voor mensen uit gekleurde landen, dus een voordeel. Vooroordelen moeten besatreden worden. Dus als de uitkomst negaoiytef is voor mensen uit gekleurde landen, moet het onderzoek daarvoor worden gecorrigeerd worden zodat mensen uit gekleurde landen hetzelfde socren als uit niet-gekleurde landen".
    Natuurlijk gebruikte de menswetenschapper niet het daadwerkelijk uitgevoerde onderzoek onder diplomaten in New York uitleg of detail , maar had het over solliciteren in Nederland:
  Dat kan door een soort equalizer te zetten op de resultaten, waardoor een negatieve bias voor bijvoorbeeld buitenlandse namen bij sollicitaties wordt gecorrigeerd.

Hier een voorbeld van het consgtateren van die nefgatieve bias bij solliciteren (GeenStijl.nl, 05-06-2013, door Van Rossem uitleg of detail ):
  Onderzoek. Niemand klikt op Rachid en Mohamed

..."Werkzoekenden die hun cv op internetdatabanken zetten, hebben meer kans op een reactie met een Nederlandse naam dan met een Arabische naam", lezen we in de Azijnbode. ... de schuldige van bovenstaand nietszeggend ANP'tje, Lieselotte Blommaert ... Mevrouw MsC heeft een proefschrift vol nonsens bij elkaar gecopypaste om te concluderen dat er 'meer bewustwording van mogelijke discriminatie' op de arbeidsmarkt moet zijn. Want daar haal je de media mee. Niet met onderzoeken naar de mogelijke oorzaken waarom de CV's van Samira, Mohammed en Rachid minder aangeklikt worden dan die van Renske, Joris en Lieselotte. ...

En die mogelijke oorzaken worden gegeven door reageerders bij GeenStijl, waaronder, is al eerder duidelijk geworden, vrij veel kleinere ondernemers en zelffstandigen. mensen van de soort die hun eigen peroneel aanemen. Hier zijn hun bevindingen:
  Natuurlijk is het ontzettend lullig als je door je naam (lees: het vermoeden van een bepaalde afkomst) wordt afgeserveerd, helemaal als je zelf goedbedoelend bent en eigenlijk een kans verdient. Maar dat werkgevers niet zo snel op bepaalde namen klikken heeft natuurlijk wel een oorzaak. Doe daar eerst maar eens iets aan, zou ik zeggen.
Lewis | 05-06-13 | 14:04 | + 102 -

Het is zo onderhand beledigend aan het worden dat er door al die gutmensch-onderzoekertjes maar voetstoots en impliciet aangenomen blijft worden, dat HR-, PO en werving/selectie medewerkers NIET eerst op inhoud selecteren en dan pas "op een naam klikken".
Als er ergens nog mensen met professionaliteit in hun gogme te vinden zijn, dan is het in het bedrijfsleven, niet tussen de academia.
CynicalBastard | 05-06-13 | 14:06 | + 45 -

Heeft mevrouw ook al onderzoek gedaan naar het waarom? Constateren kan iedere aap namelijk. Wij nemen inmiddels ook alleen nog maar Nederlanders aan. En dat is niet omdat we zo graag discrimineren. Dat is omdat we ervan geleerd hebben. En met ons velen.
Vindefin | 05-06-13 | 14:11 | + 116

Ik heb het in het verleden een paar keer geprobeerd met Rachid, Mohammed en Fouad.
Ging ook een paar keer fout.
Maar goed, ik ben open-minded, niet bevooroordeeld en niet stigmatiserend, dus je probeert het nog een paar keer.
Met Fatima, Naïma, Ahmed, Anouar, Loubna en Yassir.
Ging ook iedere keer fout.
Diefstal, aggresiviteit, vrouwen meppen, fraude, te laat komen, geen flikker uitvoeren, niet terug komen van vakantie en nog meer diefstal.
Noem mij maar een racist, maar ik begin er niet meer aan.
Cuyahoga | 05-06-13 | 14:12 | + 252

Als ik als werkgever een "mohammed" zonder werkervaring, met een dramatische MBO voor m'n snuffert krijg, dan zeg ik ook nee. Laat ze eerst maar eens fatsoenlijk stage lopen en/of vrijwilligerswerk doen bij onze bejaarden ofzo.
LangeTijdGeleden | 05-06-13 | 14:13 | + 37 -

De arbeidsmarkt is per definitie discriminatie. Je maakt onderscheid op ervaring, opleiding, leeftijd, potentie, persoonlijke of organisatorische klik, en ervaringen uit het verleden.
Parel van het Zuiden | 05-06-13 | 14:13 | + 89 -
 Ah, de oplossing is anoniem solliciteren. Ik denk dat de oplossing is jezelf aanpassen aan wat er op de arbeidsmarkt wordt gevraagd, veelal zijn dat geen macho prinsjes.
Bruno Alaska | 05-06-13 | 14:14 | + 17

Feit: Mohammed's c.s. werken niet.
Feit: Fatima's gedragen zich als prinses op de erwt
Conclusie: in ons bedrijf heeft Dirk-Jan ongezien de voorkeur
QED
Ben ik nu gepromoveerd?
ole guapa | 05-06-13 | 14:16 | + 70 -

@Cuyahoga | 05-06-13 | 14:12
je moet gewoon je functieomschrijving aanpassen ,dan voldoen ze opeens wel ;-)
ervaring met :
Diefstal, aggresiviteit, vrouwen meppen, fraude, te laat komen, geen flikker uitvoeren, niet terug komen van vakantie en nog meer diefstal.
R.E.Calcitrant | 05-06-13 | 14:17 | + 16 -

Bij de Albert Heijn bij mij op de hoek denken ze daar anders over.
Ik moet tegenwoordig zo ongeveer een Marokkaans woordenboek meenemen als ik de chocopasta niet kan vinden.
Botte Hork | 05-06-13 | 14:18 | + 66

 @Cuyahoga | 05-06-13 | 14:12 | + 0 -
Helaas heb ik dezelfde ervaring. Chauffeurs nodig voor een logistieke dienstverlener. In Den Haag zit een grote populatie Marokkaanse jongens die dan ook netjes komen solliciteren. Een aantal jongens aangenomen voor verschillende vestigingen in de regio en helaas overal hetzelfde gezeik al na een paar dagen. Onbetrouwbaar. Geen afspraak mee te maken. Weigeren bedrijfskleding aan te doen of doen het gewoon uit als ze de deur uit zijn. Nemen vriendjes mee de wagen op. Laten vriendjes die niet in dienst zijn voor ze rijden. Kennen het onderscheid niet tussen mijn en dijn; als in jatten van klanten. Overleggen vakantieplannen niet en denken ineens voor een maand pleite te kunnen om weer lekker naar Marokko te gaan. Alle vooroordelen waar ik me zo netjes overheen had gezet kwamen één voor één uit. Dan moet ik er wel bij vermelden dat een paar gasten echt uit het juiste hout zijn gesneden en die doen er alles aan om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Het is alleen zo jammer van die (in dit geval dan) meerderheid die het snoeihard verknalde.
Schreeuwmeeuw | 05-06-13 | 14:21 | + 138

Ervaringen uit het verleden geven nu wel helaas garantie voor de toekomst: moe, lui, geen zin, te zwaar, te ver weg, te vroeg op, te laat thuis, last van mn rug.....
GebuktIsGenomen | 05-06-13 | 14:22 | + 13 -

Linkse mensen zijn allemaal politicus; ambtenaar; kunstenaar; of ze werken voor een linkse stichting.
In die "bedrijfstakken" maakt het niet uit hoeveel verlies zij veroorzaken, daar slapen ze zelf geen nacht minder om. Hun bovenmodale salaris blijft toch gegarandeerd vanuit de oneindig gevulde pot met belastinggeld.
Ik kan mij voorstellen dat zulke moreel superieure mensen het maar discrimiNazi vinden als werkgevers weigeren de multiKul te bedrijven, voor eigen risico. Op eigen kosten.
Dus Rachid en Mohamed, jullie hebben alle schijn tegen - en als je niet weet waarom: je bent een kansloos kansenmensch.
Jan Passant mk2 | 05-06-13 | 14:23 | + 30

3 redenen:Ze komen niet op tijd,als ze al komen opdagen.Kans op lang ziekteverzuim is hoog en ze stelen van de werkgever.
Kom maar met de minnetjes.
RentaHam | 05-06-13 | 14:23 | + 105

Tel hier bij op de openlijke verklaringen van tuinders uit bijvoorbeeld het Westland, die geen gekleurde mensen willen want "die werken half zo hard als Polen ...
    Voor de werkelijkheid gaan onderzoekers in de menwetenschappen nu corrigeren, als ze gedaan worden door AI-systemen die niet door hen vooraf gemanipuleerd worden. En zo blijft het idee in stand dat gekleurde mensen evenveel presteren als niet-gekleurde. Je past gewoon de cijfers aan net zo lang tot dat wél het geval is.
    Het zo veel voorkomen van zwraten op allerie posities in films en televisieseries is niets anders dan dat: het corrigeren van de werkelijkheid. het corrrigeren van een zeer pijnlijke werkelijkheid.

Overigens bedacht deze redactie pas later dat er ook een simpelere manier van weerlegging is. Met behulp van een minstens zo pijnlijke werkelijkheid. Een speciaal geval van een AI-systeem is namelijk een patroonherkenner - veel fotoverzamelingssites zijn die gaan inzetten om aldaar opgeslagen foto's te automatisch rubriceren, ten dienste van degenen die naar iets specifieks op zoek zijn. Dat doen die AI-systemen steeds beter, want anders werden ze niet al gebruikt. Hier is een bericht over een merkwaardig resultaat van zo'n systeem:
 

De kop vertaald: "Google gaat raciaal beledigende fotoherkenningssoftware haastig repareren" . Hier wat groter het eerste beeld in het bericht met het beledigende resultaat:
 

De foto met het vriendinnetje krijgt de omschrijving toebedeeld van "gorilla". En constateert de vriend verontwaardigd ... :

 

"Het is alleen bij de foto's met haar erbij dat het gebeurt" ...
    Het is volkomen duidelijk waarom het alleen gebeurt met dat vriendinnetje erbij: de foto's van dat vriendinnetje vertonen contouren die sterk (genoeg) overeenkomen met die van een gorilla.
    Em Google gaat voor die objectieve waarneming "corrigeren". Oftewel: falsificeren. Want wat is de reden dat je president George Bush met groot succes mocht vergelijken met een chimpansee, en president Barack Obama absoluut niet: Barack Obama is (half) zwart en zwarten lijken inderdaad meer op chimpansees dan blanken.
    En, van belang in verband met het voorgaande: in dat fotoherkenningprogramma zit geen woord of letter aan taal, laat staan taal met vooroordelen erin. Wat die taal-AI-systemen doen is hetzlefde als wat dat foto-herkenningssysteem doet: een voor iedereen eigenlijk al zichtbaar resultaat produceren, daar waar sommige mensen die werkelijkheid minder-wenselijk tot totaal onwenselijk vinden.









============
reststuk bij JWD
Er zijn twee mogelijkheden: die andere culturen zijn niet achterlijk of ze zijn het wel. Dus gaarne een ondezoek, weer. En een paar criteria (Antwoord aan het einde). Zijn ze niet achterlijk dan is er sprake van ernstige discriminatie. Zijn ze het wel, dan is dit voorstel absurd: voorlijken mogen zich niet aanpassen aan achterlijken, ten kost van de culturele ondergang.


Naar Menswetenschappen  , Wetenschap lijst  , Wetenschap overzicht  , of site home  .