WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Psychologische krachten: intuïtie

14 okt.2007

Eerst een pleidooi voor de intuïtieve manier om beslissingen te nemen, en dan een tegenvoorbeeld:


Uit: De Volkskrant, 06-10-2007, door Marjon Bolwijn

Beslissen op gevoel

Beslissingen die je onbewust neemt, zijn vaak de beste, stelt psycholoog Ap Dijksterhuis. Hoe kan dat? En wat als je intuïtie je in de steek laat?


Tussentitel: Onbewust vang je 200.000 keer meer informatie op

...   Ap Dijksterhuis was nog geen hoogleraar in de psychologie van het onbewuste, toen hij jaren geleden halsoverkop een bod op een huis deed. Op zijn gevoel, zonder de badkamer te hebben gezien en het oordeel van zijn makelaar af te wachten. Het kostte hem een slapeloze, warme nacht. Maar achteraf bleek het een goed besluit; hij zou zes jaar lang met plezier in het huis wonen. En hij raakte gefascineerd door onbewuste besluitvorming.
    Van Dijksterhuis’ hand ligt sinds een paar dagen Het slimme onbewuste in de boekwinkel, vol bewijzen dat onbewust beslissen vaak tot een beter resultaat leidt dan een besluit dat tot stand komt na lang wikken en wegen, met behulp van lijstjes met voors- en tegens. Van een pot jam tot een huis. ...
    Het begrip intuïtie duikt steeds vaker op en is serieus onderdeel van wetenschappelijk onderzoek. Betekent dat dat er iets aan het veranderen is; dat de rationeel denkende westerse mens ook andere invloeden toelaat voor de richting die hij kiest? Dijksterhuis denkt van wel. ‘We overtuigen elkaar met woorden, niet door te zeggen ‘het voelt goed’. Dat gaat langzaam veranderen. Ik zie het bijvoorbeeld in het bedrijfsleven.’ Herman Wijffels, de econoom die het huidige kabinet in elkaar timmerde en ooit de Rabobank en de SER aanvoerde, zei een jaar geleden in een interview: ‘Ik heb veel ervaring met belangrijke beslissingen. In een split second weet ik wat ik eigenlijk wil, maar ik neem altijd de ruimte om mijn intuïtie te toetsen door de ratio. Zo ga ik er altijd mee om.’
    Zo werkt intuïtie: een eerste ingeving die opkomt bij een vraagstuk dat opduikt. Het is een autonoom beslissingsmechanisme dat we serieus moeten nemen, vindt Dijksterhuis. Intuïtie is het beste middel waarover de mens beschikt om keuzes te maken, omdat het voortkomt uit het onbewuste en het onbewuste is veel objectiever dan het bewuste, betoogt hij.
    Dijksterhuis deed een aantal experimenten. Zo vroeg hij een aantal proefpersonen te kiezen uit vier appartementen, met elk twaalf verschillende positieve en negatieve kenmerken. De proefpersonen kregen zo 48 stukjes informatie, zij werden vervolgens in drie groepen ingedeeld. Groep 1 moest meteen beslissen, de tweede groep kreeg een korte bedenktijd en groep 3 werd afgeleid met een spel, waarna ze moesten beslissen. Deze laatste groep (van onbewuste denkers) koos het gunstigste appartement.
    Een verklaring waarom onbewust beslissen het beste resultaat geeft, is dat het onbewuste liefst 200 duizend keer meer informatie kan verwerken dan het bewuste. En dus over veel meer informatie beschikt op grond waarvan een beslissing kan worden genomen. Die informatiebron is onder meer gevoed door ervaringen in de loop van een mensenleven, maar ook door vermogens van een door de eeuwen heen geëvolueerd brein waarover de mens beschikt, stelt de Duitse cognitief-psycholoog Gerd Gigerenzer in zijn onlangs verschenen boek De kracht van je intuïtie. Dat verklaart waarom kinderen zijn toegerust met intuïtieve kennis, waardoor zij bijvoorbeeld onbewust een situatie kunnen herkennen waarin het niet pluis is. En waarom we ‘op ons gevoel’ een partner kiezen,
    Gigerenzer en Dijksterhuis halen nog tal van andere voorbeelden aan dat intuïtief genomen beslissingen beter uitpakken. Zo blijken degenen die op basis van gevoel, zonder veel specifieke kennis beleggingsfondsen kiezen – vaak vrouwen – succesvoller dan financieel specialisten die met veel kennis van zaken hun keuze maken. En een groep personen die meteen een kunstposter moest kiezen uit een gevarieerd aanbod bleek een paar weken later veel tevredener met zijn keuze dan de groep die bedenktijd kreeg.
    Maar kan je intuïtie je ook de verkeerde richting wijzen? Ja, zegt Dijksterhuis, bijvoorbeeld bij een ingrijpende emotionele gebeurtenis, zoals een sterfgeval of een fikse ruzie thuis. ‘Dat beïnvloedt je op dat moment dermate, dat je intuïtie geen ruimte heeft voor een zuiver oordeel. Een tweede probleem is wanneer je leergeschiedenis niet klopt. Daarmee bedoel ik dat je een situatie beoordeelt op grond van een eerdere, soortgelijke gebeurtenis die echter onvergelijkbaar is. Toch reageer je erop als op die voorgaande gebeurtenis.’
    Om je intuïtie haar nuttige werk te laten doen is het noodzaak voldoende tijd alleen door te brengen, zegt hij. ‘Je moet perioden van onbewust nadenken strategisch inbouwen. Daar vaart je onbewuste wel bij. Bij mij werkt dat het beste in de trein. Al reizend kom ik erachter hoe iets in elkaar zit, hoe ik het ga aanpakken. ...


Red.:   Nog eentje, want intuïtie is weer in de mode:


Uit: De Volkskrant, 14-02-2009, door Mirjam Schöttelndreier

Liever intuïtie dan verstand

Ooit gold het verstand als superieur aan zoiets ongrijpbaars als intuïtie. Maar intuïtie blijkt zo onverstandig niet, en lacht het gevoelsarme verstand inmiddels uit.

Tussentitel: Zonder gevoel kun je niet goed beslissen, zo blijkt het.

Vroeger was het toch vooral iets vrouwelijks: die onlogische afkeer van de nieuwe collega van haar man, het ruiken dat er iets mis is met buurvrouw Mia en meteen zien dat het met Jantje niet goed gaat. Intuïtie, want daar hebben we het over, was iets waarover vooral vrouwen beschikten. ...
    In die tijd waren mannen rationele wezens, vrouwen emotionele. Wetenschap leverde objectieve kennis op, kunst bood persoonlijk te waarderen schoons. Het was ook belangrijk niet je verstand te verliezen, want o wee als je in het moeras van het gevoel belandde. Over belangrijke zaken dacht je lang na en je liet je niet door emoties overmannen. Impulsen waren iets voor kinderen, niet voor volwassenen. En ga zo maar door: hier de slimme ratio, daar het naïeve gevoel.
    Maar zoals het met de psychologie is gegaan, die eerst vooral erop was gespitst te ontdekken hoe mensen aan depressies en andere vervelende afwijkingen kwamen, en sinds een paar decennia vraagt hoe mensen eigenlijk gelukkig worden, zo lijkt het nu ook met het verstand en de ratio te gaan: goed dat ze er zijn, maar moeten we als mensen echt vooral beducht zijn voor de emotie, het gevoel; zijn die werkelijk zo gevaarlijk voor het gezonde verstand? In het breintijdperk kan het niet anders of ook voor de raadselachtige gedragingen van mensen wordt driftig in de hersenen gewroet - en gevonden.
    De Duitse Gerald Traufetter, wetenschapsredacteur bij Der Spiegel, maakt met zijn boek Intuïtie, leer erop te vertrouwen korte metten met de ouderwetse scheiding tussen hoofd en onderbuik, tussen verstand en gevoel. Traufetter neemt de lezer mee langs tal van deskundigen die nieuwe terreinen hebben verkend, ongebruikelijke vragen hebben gesteld en daarmee nieuwe kennis hebben geproduceerd. De kern van de zaak is dat daaruit blijkt dat intuïtie niet iets is dat voorbehouden is aan naïeve huisvrouwen, maar bij beide seksen voorkomt en van beslissend belang is, zowel in het alledaagse leven als in de wetenschap,
    Als Neil Armstrong, de man die het eerste ruimteveer, de Eagle, op de maan zette, niet hoogst intuïtief had gehandeld in 1969, dan had niemand zich zijn uitspraak herinnerd: ‘Dit is een kleine stap voor een mens, maar een grote stap voor de mensheid’. Dan was de landing uitgemond in een groot drama. Want kort voor de succesvolle landing stuurde de boordcomputer van de Eagle het gevaarte plus bemanning loodrecht op een krater af, en het was Armstrong die in een flits besloot handmatig de landing op een andere plek te laten plaatsvinden – terwijl hij niet wist hoeveel brandstof hij nog had.
    Ook de luitenant-kolonel die in Irak boze inwoners dreigend op zijn zwaarbewapende mannen zag afkomen, besloot in een split second het juiste: hij beval zijn mannen te knielen en te glimlachen. Waarschijnlijk heeft het een bloedbad gescheeld. .... En over het opvolgen van lichamelijke signalen en impulsief gedrag gesproken: wie wist dat grootbelegger Georges Soros zijn beleggingspositie verandert zodra hij pijn aan zijn rug krijgt?
    Traufetter laat met eindeloos veel onderzoek en onderzoekers zien dat intuïtie gestolde ervaring en verworven kennis is, opgeslagen in de hersenen. Dat kan oerkennis zijn, gericht op het onmiddellijk herkennen van gevaar, maar ook persoonlijke kennis: de hersenen hebben geleerd wat effectieve strategieën zijn en hebben die opgeslagen.
    ‘Intuïtie bestaat vooral uit het vinden van patronen in de stroom van waarnemingen die op ons inwerken en ons dwingen beslissingen te nemen. Deze patronen zijn niet via telepathische of andere spirituele wegen in onze geest beland; ze zijn aangeleerd. Daarbij zijn de meeste patronen niet bewust aangeleerd. Het is kennis waarvan wij niet weten dat wij haar in ons bezit hebben.’
    Dat we kippenvel krijgen, gaan zweten of hoofdpijn krijgen, zijn signalen van de innerlijke radar, of zoals de in het boek veel geciteerde neuropsycholoog Antonio Damasio zegt: emoties zijn de ‘verkeerslichten en richtingaanwijzers van de geest’. Sterker: als emoties geen invloed zouden hebben op wat de hersenen besluiten, dan werd er helemaal niets besloten, zo blijkt uit onderzoek bij mensen die een bepaald soort hersenletsel hebben opgelopen.   ...
    Verstand en emotie kunnen voor een gezond functioneren niet zonder elkaar. Wetenschappelijk klinkt die samenvoeging van wat ooit twee tegenstellingen waren, zo: ‘Metaforisch zou je kunnen zeggen dat verstand en emotie elkaar in de ventromediale prefrontale cortex en in de amygdalia overlappen’. Aldus Damasio, die de theorie van het ‘somatisch stempel’ (zie kader) ontwikkelde.
    Geeft intuïtie daarom altijd de juiste richting aan? Nee, foute beslissingen blijven bestaan: errare humanum est, vergissen is menselijk. ...

Tussenstuk:
Gestempeld

Volgens neuropsycholoog Antionio Damasio kan het verstand niet altijd beslissen wat het beste is, vaak ook is een keuze niet rationeel goed of fout. Dan treedt een neuraal mechanisme in werking dat een emotioneel kader biedt: ja of nee. Dat ja of nee loopt via het ‘somatisch stempel’, het lichaam geeft een duidelijk signaal af: een steek, warme golf of koude voeten.


Red.:   Dat is het proces zoals het zou moeten werken. Nu hoe het vaak werkt:


Uit: De Volkskrant, 24-01-2009, column door Ad Bergsma

Onbekendheid maakt paddo's eng

Tussentitel: Schaatsen is ook een roes met risico's

Het ijs uit de sloten van Nederland is verdwenen, maar de vorstperiode is nog steeds herkenbaar in het straatbeeld. Her en der lopen mensen met armen in mitella's en diverse ouderen maken zich opnieuw zenuwachtig voor hun heupoperatie, die was uitgesteld omdat de bottendokters het te druk hadden met mensen die gevallen waren met het schaatsen.
    Schaatsen lijkt daarmee zeker zo gevaarlijk als roken in cafés of het gebruiken van paddo's. De reactie op de gevaren is echter heel verschillend. Aan het schaatsen en het vallen doet het kabinet vrolijk mee, maar de twee andere gezondheidsrisico's worden fanatiek bestreden. Een van de redenen is dat de mens nu eenmaal twee systemen heeft om risico's in te schatten. Het eerste is intuïtief en instinctief, het tweede rationeel en gebaseerd op wetenschappelijke analyses. Het eerste systeem zorgt er bijvoorbeeld voor dat we blootstelling aan straling veel gevaarlijker vinden als die afkomstig is van een kerncentrale, dan wanneer die vrij komt bij medisch onderzoek nadat we zijn gevallen.
    Een van de redenen waarom we risico's gevoelsmatig verkeerd inschatten, is dat ons gevoel soms moeite heeft met cijfers. Een enkel ongeval na paddogebruik, weegt daardoor veel zwaarder dan de enkele schaatser die definitief onder het ijs verdwijnt. Bij het schaatsen weet elke minister en ambtenaar uit eigen ervaring dat het meestal goed afloopt en dat de ene man die verdrinkt, de uitzondering op de regel vormt. Over paddogebruikers weten we veel minder en daardoor maakt die ene toerist die uit het raam valt bij een slechte trip veel meer indruk. Het is de onbekendheid die de paddo's enger maakt.  ...
    Door de intuïtieve onderschatting van de gevaren van het schaatsen, mogen we deze gevaarlijke hobby ook de volgende keer weer van de overheid uitoefenen. ...
    Eigenlijk vind ik het wel fijn om in een land te wonen, waar ook ik zo dom en onverantwoord mag zijn om mij aan de roes van het schaatsen over te geven. ...
    De vraag is alleen of dit voorrecht voorbehouden zou mogen zijn aan blanke mannen en vrouwen met ervaring met ouderwetse winters. Als dat niet zo is, zou je ook jongeren die een andere roes zoeken de ruimte moeten geven om domme of licht gevaarlijke streken uit te halen met paddo's.


Red.:   Het inschatten van gevaren en de bijbehorende beslissingen kan men ook het gebruik van intuïtie noemen. Maar daar blijkt het dus allemaal niet zo goed te werken - er zijn veel meer voorbeelden dan de boven genoemde.
    Eén uitweg is om dit proces geen intuïtie te noemen, maar emotie. Maar dat vereist een duidelijk onderscheid tussen intuïtie en emotie, in ieder geval in haar uitkomsten: "Deze beslissingen komt van de intuïtie en die van de emoties". Zo blijkt het helaas niet te werken, zodat we met de onduidelijkheid blijven zitten, en we dus niet zomaar op dit soort beslissingen kunnen vertrouwen.
    Niettemin is het waarschijnlijk wel zo dat het verschil tussen intuïtie en emotie bestaat, en dat intuïtieve ingaven heel vaak goed werken.
    Intuïtie is ook nauw verwant met een ander belangrijk denkproces, dat van de snelle beslissing - hoe deze relatie ligt is nog niet duidelijk, maar het bovenstaande artikel lijkt zich op een langzamere intuïtie te concentreren - meer over de snelle beslissing hier
    Maar het gestelde in die laatste bron, dat die snelle beslissingen goed zijn in sommige situaties, maar niet alle, geldt, vanzelfsprekend, ook voor intuïtie. Men zegt het in beide artikelen wel, maar dat verdwijnt in de rest, met haar stellige uitspraken over intuïtie. Benadrukt door de tussentitel van het tweede artikel: 'Zonder gevoel kun je niet goed beslissen, zo blijkt het.' In deze generieke zin is deze uitspraak dus beslist onjuist. Als het waar was, had de mens geen ratio - dan waren de ingevingen van de intuïtie en emotie voldoende - zoals ze voldoende zijn voor zoogdieren, die dit allemaal ook hebben, zoals bewezen door talloze andere verhalen, bijvoorbeeld over de gevluchte dieren voor de komst van de tsunami van 2004.
    Met deze tegen-indicaties in de hand, kan je zelfs enigszins afschatten wat de numerieke verhouding is van de het gebruik van ratio en intuïtie: het belang en de grootte van de grote hersenen geeft aan dat ratio in ieder geval belangrijker moet zijn, voor die beslissingen die echt tellen.
    Nog een indicatie van de subtiliteit van het proces:


Uit: Dagblad De Pers, 12-05-2009, door Marcel Hulspas

Eerst een nachtje slapen is wel degelijk nuttig

Zodra we voor ingewikkelde keuzes staan, is de impulsieve beslissing zeker niet de beste.

Bij belangrijke financiële beslissingen gaan we niet graag over een nacht ijs. We willen er nog een nachtje over slapen. Maar helpt dat? Levert wachten een betere beslissing op?
    Davy Lerouge van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Universiteit van Tilburg, toonde door middel van een aantal experimenten aan dat het inderdaad beter kan zijn om je aandacht even af te laten leiden.
    Zijn proefpersonen konden kiezen uit verschillende camera’s, allemaal voorzien van al dan niet nuttige technische snufjes. Een aantal werd gevraagd direct te zeggen welke camera de voorkeur had; anderen werden gedurende enkele minuten afgeleid – en zij waren daarna beter in staat de goede van de minder aantrekkelijke alternatieven te onderscheiden. Beter dan deelnemers die de producten onmiddellijk beoordeelden, en beter dan degenen die heel hard over de producten nadachten. Lerouge stelde ook vast dat afleiding vooral goed werkt bij mensen die de neiging hebben om de zaken zwart-wit voor te stellen.


Red.:   Deze bevindingen spreken de "instantane" werking van het intuïtieve denken tegen. Ook zien we een mogelijke reden waarom langduriger nadenken over een beslissing minder kan werken: een afwijking van het rationele denkproces in de vorm van zwart-wit-denken  . En het artikel is ook een steun voor het idee dat hier meerdere niveaus door elkaar werken, afhankelijk van de beschikbare of geassocieerde tijdschaal.


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .