WERELD & DENKEN
 
 

Denkfouten en drogredenen




Absolute Waarheid
Het beroep op de absolute Waarheid is natuurlijk hetzelfde als zwart-wit denken , want de absolute Waarheid is het absolute "wit". Desondanks is er een verschil, want zwart-wit denken wordt redelijk algemeen als negatief gezien, ondanks het feit dat heel veel of zelfs de meeste mensen het doen, en de absolute Waarheid heeft eigenlijk best wel een positieve klank. Dat laatste komt natuurlijk door de belangrijkste brenger van de absolute Waarheid: de godsdienst.
    Dat laatste verband laat tevens zien wat de aantrekkingskracht is van de absolute Waarheid: het biedt een verdediging en troost tegen de onzekerheden van het leven. Vandaar dat ook vele niet-religieuzen hun eigen vormen van de absolute Waarheid aanhangen, die dan "ideologie", "utopisme", "multiculturalisme" en dergelijke heten.
    Het spreekt voor zich dat in de botsing tussen de absolute Waarheid en de beperkte waarheid van de werkelijkheid een groot aantal andere denk- en redenatiefouten wordt begaan, hetgeen op gelukkige wijze samenvalt met de plaats van absolute Waarheid bovenaan deze lijst. Eén daarvan verdient speciale vermelding, en dat is de extreme reactie van sommigen op het besef dat er geen absolute Waarheid is: het cynisme .
    Dit nadeel en andere effecten ervan in de praktijk laten zien dat de rol van de absolute Waarheid veel dichter staat bij het absolute zwart dan het absolute wit - zie voor verdere argumentatie daarvan van de redactie hier , of iemand anders hier .
    Een voorbeeld van redeneren met gebruik van absolute Waarheden:
  1: Religie = islam = immigrant.
2: Ergo: anti-religie = anti-immigrant
3: Anti-immigrant = racisme.
4: Ergo: Anti-religie = racisme.
5: Ergo: Anti-religie is fout, en mag met alle mogelijke middelen bestreden worden.

Dit is de redenatie achter alle pogingen om kritiek op de religie van allochtone immigranten, voornamelijk de islam, te bestrijden met de terminologie "racisme". Deze denkfout is endemisch in zo'n beetje alle min of meer intellectuele kringen - wier intellectuele niveau dus ver beneden peil is. Men name filosofen blijken hierin uit de blinken.

Absolutisme
In deze verzameling staan al de items absolute waarheid en zwart-wit-denken als voorbeelden van denken-in-extremen. Daar kan je ook bij nemen abstractisme , ideologie , principieel denken , theoretisme en utopisme , maar ook cynisme en nihilisme , als allemaal verschillende voorbeelden van een omvattender verzamelbegrip: dat van absolutisme. Iets dat, gezien zijn vele uitingsvormen en zijn vele voorkomen, kennelijk in de menselijke geest zit ingebakken. want is ook al heel oud, met de Joodse Absolute Godheid als best overgeleverde exemplaar uit de oudheid. Een voorbeeld dat ook meteen laat zien dat een bepaalde hoeveelheid van dat spectrum waartoe absolutisme behoort vermoedelijk een werkzaam iets is, maar de hoeveelheid ervan die in absolutisme zit, volstrekt schadelijk - zoals een beetje insuline een medicijn is, en veel insuline hartstikke dodelijk. een enkel voorbeeld (de Volkskrant, 10-04-2014, door Henk Müller, opinieredacteur van de Volkskrant. Herman de Regt is associate professor wetenschapsfilosofie aan Tilburg University. Hij schreef onder meer Stof tot Denken (over brein en bewustzijn) en Durf te Denken, Filosofie voor VWO (2014). ):
  Twistgesprek | Henk Müller met Herman de Regt

'Iemand die nu een moord pleegt, is niet schuldig'

... U gelooft niet in de vrije wil en u wilt daarom ook een ander rechtssysteem.

'Klopt, ik ben wat ze in filosofisch jargon een 'harde determinist' noemen, iemand die op basis van onze wetenschappelijke kennis inziet dat de vrije wil een illusie is omdat alle gevolgen een oorzaak hebben.'

Ja hè, hè, daar hoef je geen filosoof voor te zijn.
'Oorzaken en gevolgen vormen een lange keten die bij wijze van spreken teruggaat tot de oerknal. Iemand die nu een moord pleegt, is niet schuldig maar staat simpelweg aan het eind van zo'n keten van oorzaken en gevolgen, waarover hij verder niets te zeggen had.'

Meteen een illustratie van de slotconclusie: Absolutisme is niet alleen een denkfout, maar ook al bijna meteen een denkstoring. En voor filosofen is het een bedrijfsziekte.

Abstractisme
Dit lijkt een merkwaardige item, omdat abstract denken of generaliseren vermoedelijk de belangrijkste capaciteit is die mensen onderscheidt van dieren. Althans: het niveau waarop de twee groepen ertoe in staat zijn. Maar net zoals bij alles is er ook hiervan een "teveel". Dat teveel zou dan eigenlijk een aparte term moeten krijgen, en is hier "abstractisme" gedoopt, in verlenging van al die andere schadelijke "ismen". Wat nader gespecificeerd: "abstractisme" is het denken in abstracties, zonder ooit de meer praktische gevolgen van de conclusies van dat denken te bekijken. Als zodanig is het ook geformuleerd in de wetenschap van de algemene semantiek , maar dan slaande op woorden, als "words cut loose from their moorings' , oftewel: "woorden losgeslagen van hun ankers", en "chasing oneself or each other in verbal circles" , oftewel: "jezelf of elkaar met woorden achterna jagen". Welk laatste een nog vroegere formulering heeft in de satires van aforismen-schrijver Ambrose Bierce in The Devils Dictionary (Wikipedia):
  Magnet, n. Something acted upon by magnetism.
Magnetism, n. Something acting upon a magnet.

In maatschappelijke discussies is dit een dusdanig veelvoorkomend verschijnsel, dat er sprake lijkt te zijn van een pandemie, en misschien zelfs een endemie - oftewel: dat het ingekankerd is. Met name politici lijken vrijwel niets anders te doen, behalve dan het debiteren van op zijn minst evenveel  retorische trucs om dit abstractisme te verhullen. Hier een voorbeeld uit meer beleidsmatige en academische kring (de Volkskrant, 05-02-2014, door Maaike Okano-Heijmans, senior onderzoeker bij Instituut Clingendael, en Duncan Waardenburg, was onderzoeksassistent bij Clingendael):
  Benut de Bank waar je in Azië niet omheen kunt

Ooit gehoord van de Aziatische Ontwikkelingsbank? Geen reden om je te schamen. Dit zusje van de Wereldbank blijft ook onder de radar van vrijwel alle politici, beleidsmakers en commentatoren. ...
    Nederland en andere Europese landen staan voor enorme uitdagingen in Azië. ... Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat opkomende landen in deze regio - China voorop - westerse normen klakkeloos zullen overnemen. Dit concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een recent advies aan de regering.

Waarop volkomen automatisch een lijst, of in ieder geval een voorbeeld, zou moeten volgen van welke westerse normen niet klakkeloos zouden moeten worden overgenomen. Wat dus niet alleen op dit punt niet gebeurt, maar zo zelden gebeurt dat als het wel gebeurt, het leidt tot sterke verrassing. Maar verderop in dit artikel lijkt het wél te gebeuren:
  Maar er vallen ook lessen te trekken uit de niet-westerse werkwijze van deze internationale organisatie 'met Aziatische karakteristieken en Japans gezicht'. Apolitiek en gelijkwaardig opereren staat hoog in het vaandel. Pragmatisme heeft de voorkeur boven administratief multilateralisme

Een bijzonder treffende illustratie van het voorgaande, want dit zijn veel eerder typisch westerse waarden, dan Aziatische uitleg of detail . In de Aziatische cultuur hebben "respect" en "de hoger geplaatste" absolute prioriteit boven gelijkwaardigheid, en het belang dat men daar hecht aan administratieve procedures is zo mogelijk nog sterker dan hier.
    Andere gebieden waar het abstractisme een klemmende greep op heeft, zijn de discussies rond de multiculturele samenleving. Die een verrijking zou zijn, maar een antwoord op de vraag "Noem eens een enkele culturele eigenschap van allochtonen waar wij ons voordeel mee zouden kunnen doen" is er ondanks tientallen malen stellen nooit gekomen. Desondanks wordt dat "verrijking" of soortgelijke termen eindeloos gebruikt.
    Indien bewust gebruikt, is abstractisme een retorische truc uitleg of detail . En als abstractisme zeer frequent wordt, kan dat wijzen op iets ergers: een echte geestelijke kwaal, zie verder hier uitleg of detail .
    Meer voorbeelden van abstractisme hier uitleg of detail .

Anekdotisch bewijs
Anekdotisch bewijs is een simpele en veelgebruikte drogreden: een enkel geval of een speciaal geval wordt aangevoerd om een algemene regel te formuleren of als bewijs van iets te zien. Een voorbeeld: "De hele familie van Jan heeft voor hem gebeden toen hij kanker kreeg, en hij is wonderbaarlijk genezen. Dat bewijst dat God bestaat.". Of in een waar gebeurd geval, van een overlevende van een verwoestende tornado, Joplin (VS) 2011 (CNN uitleg of detail), met meer dan honderd slachtoffers: "It's only God that I'm still alive" ...
    Ook het omgekeerde komt voor, waarin een enkel of speciaal geval gebruikt wordt om een bestaande regel of een bestaande groepsaanduiding onderuit te halen: "Riku Kobayashi is langer dan Jan Klaassen, dus de regel dat Nederlanders langer zijn dan Japanners is onjuist." . Deze versie wordt zeer veel gebruikt door alle tegenstanders van groepsaanduidingen en regels, waaronder merkwaardig veel sociologen uitleg of detail . Meer voorbeelden hier uitleg of detail .

Aselecte keuze
Aselecte keuze, dat wil zeggen: uit een grote groep een niet-representatieve kleinere groep halen, is een algemeen verschijnsel, wat bijvoorbeeld een essentiële rol speelt bij opiniepeilingen. Maar ook de denkfout van anekdotisch bewijs is ook een vorm van aselecte keuze, zij het een extreme. Onder de term worden hier die gevallen genomen waarin de aselecte keuze onbewust wordt gemaakt door iemand die oprecht denkt dat hij het goed doet (De Volkskrant, 12-05-2011, column door Peter de Waard):
  Zit alle wijsheid bij Charles Darwin?

In 1886 zijn veel bedrijven opgericht die nu nog bestaan. Ze pasten zich aan de veranderende omstandigheden aan (zie Darwin)

Op 29 januari 1886 vraagt Karl Benz patent aan op de allereerste auto met benzinemotor. Op 2 mei opent Ericus Verkade zijn Stoombrooden Beschuitfabriek De Ruyter. Op 8 mei ontwikkelt de Amerikaanse apotheker John Pemberton een nieuw drankje: een mix van coca-extracten, suikersiroop en koolzuurhoudend spuitwater. In het Zwitserse Lenzburg richten Gustav Henckell en Gustav Zeiler een conservenfabriek op.
    Op 15 november 1886 begint Robert Bosch in Stuttgart zijn Werkplaats voor fijne mechaniek en elektrotechniek. Wilhelm Hunkemöller opent dat jaar zijn fabriek voor korsetten in Amsterdam. En in de VS tikt Richard Sears een partij horloges op de kop die hij voor 14 dollar per stuk gaat verkopen.
    En nu 125 jaar later bestaan al deze bedrijven nog. ...
    Er zijn opvallende overeenkomsten tussen deze bedrijven. Het zijn allemaal sterke merken en ze hebben zich steeds heel geleidelijk aan de veranderde omgeving aangepast. Volgens de evolutietheorie van de 1882 overleden natuuronderzoeker Charles Darwin zullen op de lange termijn niet zozeer de sterksten of de slimsten overleven, maar degenen die zich het best aan veranderende omstandigheden kunnen aanpassen. Bewust of onbewust hebben juist al die bedrijven de les van natuurlijke selectie ter harte genomen. Beschuit werd koek, korsetten werden lingerie, horlogewinkels werden warenhuizen en het eerste autootje van Karl Benz werd het protserige bezit van succesvolle ondernemers en rijke zakenlieden.
    Deze week werden Apple en Google tot sterkste merken verkozen. Apple bestaat 36 jaar en Google nog maar 13 jaar. ...
    Hun managementbijbel is het in 1982 gepubliceerde boek Search of Excellence (Excellente Ondernemingen) van voormalig McKinsey-adviseur Tom Peters en Robert Waterman. Zij somden de kenmerken op van 43 toentertijd succesvolle ondernemingen. 'Een excellente onderneming koestert zijn mensen, staat dicht bij de klanten, komt snel tot actie, heeft een kleine staf en combineert een centrale koers met decentrale vrijheid.' Iedereen zal het erover eens zijn, maar vijf jaar later waren van de 43 nog maar 14 excellente bedrijven over.

Een aardige maar onjuiste vergelijking. Want omdat de bedrijven van 125 jaar oud komen uit een tijd van 125 jaar terug, kennen we alleen de succesvolle exemplaren. En zijn de talloze minder succesvolle exemplaren automatisch vergeten. De genoemde succesvolle bedrijven zijn een zeer aselecte keuze.

Autoriteitsargument (Ad verecundiam)
Een zeer veel voorkomende denkfout, van de normaliter afgekorte vorm: "Professor Weetal heeft gezegd ...", wat een afkorting is van:
  "Professor Weetal heeft gezegd zegt dat de maan van groene kaas is."
"Professor Weetal heeft altijd gelijk."
Ergo: "De maan is van groene kaas."

Theoretisch gezien hoeft dit geen denkfout te zijn, omdat het zo zou kunnen zijn dat Professor Weetal de toestand van de maan inderdaad onderzocht heeft, en hij dus een goede reden heeft om zijn uitspraak te doen. In de praktijk zal deze situatie zich zo zelden voordoen, dat men hem op voorhand kan afwijzen - ten eerste zou als dat onderzoek gedaan is, ieder verstandig persoon verwijzen naar dat onderzoek en niet naar professor Weetal, en ten tweede wordt de "Professor Weetal"-redenatie vrijwel uitsluitend toegepast op die terreinen waar er nauwelijks tot niet sprake is van onderzoek van de werkelijkheid, zoals filosofie, sociologie, en politiek.
    Een voorbeeld uit het geheugen van de redactie is een test die ooit eens gedaan is (door een Amsterdamse universiteit?) waarbij toenmalig VVD-voorman Hans Wiegel en PvdA-voorman Ed van Thijn een speech hielden voor studenten met PvdA en VVD sympathieën, waarbij Wiegel linkse standpunten verkondigde en Van Thijn rechtse, waarna de studenten ondervraagd werden over hun waardering van de speeches. Uit het resultaat bleek dat de studenten in overweldigende mate de persoon volgde, de autoriteit, in plaats van de inhoud.

Badwater
Volledig: het kind met het badwater weggooien. Bijvoorbeeld (zie Marcel van Dam ): "In Westerse democratieën wordt er gedood, want sommige kennen de doodstraf, dus de Westerse cultuur is niet beter dan alle andere culturen." Dit zegt in feite: de Westerse heeft ook fouten, dus kan ze nooit beter zijn dan de andere culturen (de weerlegging is uiterst simpel: de redenatie betekent dat de cultuur van Saddam Hoessein en Hitler gelijk staat aan de Westerse verlichte cultuur).
   "Badwater" is dus een vorm van anekdotisch bewijs , en lijkt ook sterk op zwart-wit denken , en principieel denken , en komt meestal voor in combinatie met denkfouten als cynisme en wensdenken . Voor een voorbeeld op het psychologische vlak, zie hier , en op het sociologische vlak, zie hier .

Betekenisbotsing
"Ik pas in mijn jas, mijn jas past in mijn tas, dus ik pas in mijn tas" (ontleend aan Marcel van Dam ). Wat hier gebeurt, is dat twee handelingen met dezelfde naam "passen", maar met verschillende betekenissen, door elkaar worden gebruikt: het eerste "passen" ("De jas kan mijn lichaam geheel omhullen") is niet hetzelfde als het tweede "passen" ("De jas kan zodanig gevouwen worden dat de tas hem kan bevatten"). Het resultaat in het voorbeeld is een absurdisme. In de praktijk wordt deze fout begaan in bijna iedere discussie, met vaak even absurde gevolgen.
    Dit is een voorbeeld van twee belangrijke semantische feiten: een woord kan meerdere betekenissen hebben, en hetzelfde ding kan aangeduid worden door meerdere woorden. Als je de verzameling van materiële en ideële zaken en begrippen neemt aan de ene kant, en de verzameling van woorden aan de andere, kan je je voorstellen dat er een één-op-één relatie is tussen alle woorden en dingen, zie de illustratie - gevallen van betekenisoverlap kan je nu, om voor de hand liggende redenen, een "botsing" noemen.
    Zonder semantische botsingen was de taal altijd eenduidig. Dat dit niet zo is, betekent vermoedelijk dat het samengaan van betekenissen een belangrijke waarde heeft. Een voorbeeld daarvan is wat in de algemene semantiek "multi-ordinale" woorden heten: woorden die hun betekenis ontlenen aan hun context, met als belangrijkste voorbeeld het werkwoord "zijn" . "Passen" is dus een andere voorbeeld van dit geval. Deze vorm van betekenisbotsing kan je dus ook "categorieverwarring" noemen.

Categorieverwarring
Het onderdeel categorie in deze term slaat op verschillen in abstractie zoals beschreven in de "abstractieladder", met als standaardvoorbeeld: Bessie de koe, koeien, vee, boerderijtoebehoren, enzovoort, dat wil zeggen: van zeer specifiek naar steeds algemener. Het spreekt eigenlijk min of meer voor zich dat eigenschappen of relaties die geldig zijn binnen een bepaalde categorie of niveau dat hoeven te zijn op een ander niveau, en vrijwel nooit tussen niveaus. Zet je koeien bij elkaar, van gemengde kunne, krijg je meer koeien. Doe je dat met vee, is dat veel minder het geval. En voor tractoren geldt het helemaal niet. Toch gebeurt die verwarring dagelijks in eindeloze hoeveelheden. Zo is bijvoorbeeld alle gepraat over individuen in de politiek een voorbeeld ervan want politiek en sociologie gaan over groepen - niet over individuen.
    Meer voorbeelden hier .

Cirkelredenatie (Petitio principii)
Talloze malen geparodieerd door aforismen-schrijver Ambrose Bierce in The Devils Dictionary (Wikipedia):
    Magnet, n. Something acted upon by magnetism.
    Magnetism, n. Something acting upon a magnet.
Vrijwel altijd betekenend dat men de verklaring niet weet.
    Dit lijkt alleen maar grappig, maar de valkuil zit erin dat men dit soort cirkelredenaties accepteert als de verklaring. Dat betekent namelijk dat het niet-weten, het probleem, niet opgelost wordt, en heel vaak draagt het bij aan de  verharding van de geest, op dezelfde manier als religie dat doet (veel religieuze "argumenten" komen ook neer op cirkelredenaties)  . Veel beter is om gewoon toe te geven dat men iets niet weet.
    De cirkelredenering leent zich ook goed als basis voor retorische trucs (uit de Volkskrant, 15-09-2010, van verslaggeefster Yvonne Doorduyn)  :
  Verhagen: CDA niet rechts

CDA-onderhandelaar Maxime Verhagen heeft via een brief aan zijn leden en in de media in scherpe bewoordingen afstand genomen van geluiden als zou zijn partij ‘rechtsaf slaan’ en deelnemen in een rechts kabinet.
    ‘Het CDA is een middenpartij en daar ben ik trots op. Een kabinet waarin het CDA zit, kan dus geen rechts kabinet heten.’ ...

Redenatie: het kabinet is niet rechts omdat het CDA niet-rechts is en in het kabinet zit, en het CDA is niet rechts omdat het in een niet-rechts kabinet zit. (In werkelijkheid zit het al dan niet rechts-zijn natuurlijk in het beleid uitgevoerd door het CDA ).
    Voorbeelden hier .

Contradictie
Het doen van twee uitspraken die in strijd met elkaar zijn. In zijn veelvoorkomendheid de meest verbijsterende denkfout die er is. Die veelvoorkomendheid is dusdanig, dat er meerdere namen en ondersoorten zijn, zoals de contradictio in terminis (Wikipedia), voorbeeld "bindend advies", en de oxymoron, een bewuste tegenspraak, (Wikipedia), voorbeeld "levend lijk".
    Het contradictio voorbeeld laat zien dat dit soort fouten vaak het gevolg zijn van het verenigen in de geest van ideeën die niet kloppen, op zich meestal weer het gevolg van het hanteren van een ideologie, dat wil zeggen: een stelsel ideeën dat zich niet aanpast aan de werkelijkheid, en daardoor makkelijk kan gaan botsen met die werkelijkheid - een aantal sprekende voorbeelden staat hier .
    Ook alles rond maatschappelijke ideologieën of persoonlijke taboes of komt in aanmerking als bron voor contradicties, met als meest populaire in de jaren 2002-2010: "Niet-westerse immigranten vormen een groep die sociaal achterloopt en die (dus) onze steun nodig heeft en verdient", en "Overlast door niet-westerse immigranten bestaat niet, want niet-westerse immigranten vormen geen groep". En: "De multiculturele samenleving is een verrijking voor ons land" en "Er bestaat geen Nederlandse identiteit" . Voor meer voorbeelden, zie hier .
    Het onderhouden van contradicties leidt vermoedelijk tot diverse psychologische kwalen, zich uitende in absurde meningen en absurd gedrag, zie de eerder gegeven voorbeelden.

Correlatie en causaliteit (ook: Post hoc ergo propter hoc)
De verwarring tussen correlatie en causaliteit, tussen samengaan en oorzaak: "Als de zon opgaat, gaan de bloemetjes open. Als de zon op gaat, wordt het ook licht. Dus de bloemetjes maken het licht." In de vorm "Post hoc ergo propter hoc": omdat het één na het ander komt, is het één de oorzaak van het ander. In die laatste vorm bijna meer een automatisme dan een denkfout - en iets dat onontbeerlijk is voor ons denken: het feit dat het vallen van de appel komt na het loslaten ervan, en dus een gevolg ervan, is een essentieel basispunt om verder te kunnen denken. Natuurlijk wordt het bestaan van de relatie waarschijnlijk als de twee vaker na elkaar voorkomen. Hoogstwaarschijnlijk maken de intuïtie en het onbewuste denken druk gebruik van dit proces . Meer voorbeelden hier .

Cynisme
Cynisme is een denkfout op het niveau van levenshouding, vrijwel altijd neerkomende op: "Omdat de mensen niet deugen, gaat dit ook fout" (en vul voor "dit" van alles in), of, erger: "Omdat de mensen niet deugen, hoef ik ook niet te deugen." De cynicus wijst daarbij graag op de juistheid van zijn voorspellingen.
    Vanwege dat laatste klinkt cynisme redelijk, maar die redelijkheid bestaat alleen als men de uitspraken op zich bekijkt. Maar voer nu een tweede cynicus in, zeg cynicus Piet en noem de eerste cynicus Jan. Dan zegt cynicus Piet:
"Omdat de mensen niet deugen, hoef ik ook niet te deugen." - en als voorbeeld noemt hij cynicus Jan.
Aan de ander kant zegt cynicus Jan:
"Omdat de mensen niet deugen, hoef ik ook niet te deugen." - en als voorbeeld noemt hij cynicus Piet.
Hetgeen leidt tot de conclusie dat de "de mensen" waar Jan en Piet het over hebben, de cynici zelf zijn.
    Waaruit we vervolgens concluderen dat het de cynici zijn die niet deugen. En cynisme een denkfout is, van de vorm cirkelredenering : "Ik hoef niet te deugen, omdat ik niet hoef te deugen."
    Overigens: een overbekende oorzaak van cynisme is het koesteren van foute idealen, die begrijpelijkerwijs ten onder gaan door de krachten van de realiteit .
    Een goed voorbeeld van de houding van de cynicus, en haar gevolgen is Red-Eye/Roodoog uit de parabel Red-Eye the Atavist . Cynici maken veelal deel uit van de groepen politici (vooral de rechtse), machthebbers (alle), en intellectuelen (links en rechts, ).
    De groep der cynici is gevaarlijk, met name de intellectuelen onder hen. De cynicus bestrijdt niet alleen idealen, maar alle vormen van goed (willen) handelen, en schept daarmee een moreel vacuüm waarin het slechte kan gedijen.
    Saillant voorbeeld: oorlogshistoricus Martin van Creveld (Wikipedia). In 2005, aangehaald in Elsevier Weekblad en 07-03-2009 in de Volkskrant: "De werkelijke reden dat er oorlog bestaat, is dat mannen van oorlog houden en vrouwen van krijgers." Dit is de rol van cynicus Jan: "De mens deugt niet". En in 2002 in Elsevier: "We hebben enkele honderden kernkoppen en raketten om ze overal op te gooien, misschien zelfs op Rome. Met vliegtuigen zijn de meeste Europese hoofdsteden zelfs een doelwit. (...) Wij hebben de mogelijkheid de wereld mee te slepen als we ten onder gaan. En ik kan u beloven dat voordat Israël wordt vernietigd, we dat ook zullen doen.". Dit is cynicus Piet: "Dus hoef ik ook niet te deugen". De 'We' aan het begin van deze uitspraak is de staat Israël. Van Creveld is een overtuigd zionist, die kennelijk heilig geloofd in maar één recht: het recht van de sterkste. Een glaszuivere vorm van cynisme. Dit geval is tevens een illustratie van de meest voorkomende oorzaak van cynisme: verloren idealisme.

Eenzijdig denken
Een redenatie met twee betrokken partijen en/of standpunten, waarbij de argumenten alleen op een partij en/of standpunt wordt toegepast. Een vorm van inconsistentie . De hele discussie rond de islam in Nederland en de uitspraken van Geert Wilders (lopende 2005-2010) is een vorm van eenzijdig denken. Wilders wordt het gebruik van de term "kopvoddentaks" verweten, terwijl niets wordt opgemerkt over het "Joden zijn apen" uit de koran - meer voorbeelden uit deze sector hier uitleg of detail . Meer voorbeelden hier .

Filteren
Filteren, het weglaten van beschilbare informatie, is niet zozeer een specifieke denkfout als wel een rubriek, en ten tweede niet zozeer een denkfout als wel een systeemfout: de meeste en de ergste vormen van filteren vinden plaats niet in het bewuste maar het onderbewuste en de grens van de twee. Het is het gevolg van het deels disfunctioneren en deels misbruik van een proces dat op zich van nature is . Het geval van disfunctioneren is dus het onbewuste deel, en het misbruik is door het bewuste, zoals bijvoorbeeld het niet willen weten .

Foute logica
(In ontwikkeling)
Dit is een van denkfouten van oudsher, ook genaamd "Non sequitur": "Het gestelde volgt niet uit de aannames". Dat kan op zeer vele manieren, omdat het aantal manieren on iets fout te doen het aantal goede manieren oneindigvoudig overstijgt (er is geen grens aan). In fiete zijn "cirkelredenatie" en "categorieverwarring" speciale gevallen van Non sequitur - een absurd voorbeeld is: "Omdat het vriest, moeten lepels links naast de borden gelegd worden". Veelvoorkomend zijn fouten met de "Als-dan" en combinatie regels.

Gelijkheid van culturen
In de ene cultuur kan het tweemaal voorwaarts knikken van het hoofd "Ja" betekenen, en in de andere "Nee" - dus culturen zijn niet gelijk. Deze op één na grofste cultuurverschillen vallen grotendeels samen met de taalgrenzen.
    De alternatieve betekenis van "Culturen zijn gelijk" is die van "Er is geen kwalitatief verschil", oftewel je kan ze niet rangschikken. Ook daarvan zijn simpele tegenvoorbeelden te vinden: zet de cultuur van de nazi's tegenover die van de democratie,of die van de boeddhisten tegenover die van Djengis Khan. Met de nazi's, Djengis Khan, en Attila de Hun aan één kant van lijn tussen hen en ons, is het duidelijk dat die lijn bevolkt zal zijn met talloze tussengevallen. Culturen zijn dus te rangschikken op een lijn, en niet gelijk. Een lijn die voor een deel samenvalt met de lijn der geschiedenis en evolutie, waarop we koppensnellers kunnen plaatsen op een punt liggende achter dat van ons, ook weer met talloze gevallen daartussen.
    Hoewel gelijkheid der culturen dus normaliter beschouwd wordt als een opvatting, een opinie waarover je kan discussiëren, is het dat gezien de simpelheid van de tegenvoorbeelden niet - het is een denkfout. Het is een toepassing op het sociologische vlak van de logische denkfout van inconsistentie .

Gelijkheid van mensen
Gelijk van mensen is een een broertje van gelijkheid van culturen, en kan op dezelfde manier worden afgedaan. Man en vrouw zijn niet gelijk, want alleen de vrouw krijgt kinderen. Volwassen en kind zijn niet gelijk, want een kind is niet juridisch verantwoordelijk voor zijn daden. Gehandicapte en niet-gehandicapte zijn niet gelijk, want alleen de gehandicapte krijgt hulp in de vorm van een rolstoel, aangepast werk of een uitkering. Dus mensen zijn niet gelijk.
    De alternatieve verklaring is ook hier weer die van "Er is geen kwalitatief verschil". Ook hier is het tegenvoorbeeld weer uiterst simpel: Als er geen kwalitatief verschil was tussen mensen, kreeg iedereen hetzelfde salaris, en niemand bestrijdt de wenselijkheid van verschillen daarin. Dus ook "Er is geen kwalitatief verschil" is onjuist.
    De derde uitleg van "gelijkheid van mensen" is die van: "Alle mensen zouden dezelfde kansen moeten krijgen." Tegen deze uitspraak zijn geen logische of aanverwante bezwaren aan te voeren. Het is echter veruit de minst gebruikelijke van de drie.

Grote sprong
De "grote sprong" is net als vele andere denkfouten een zeer hardnekkige. Het grote voorbeeld qua naamgeving: "De Grote Sprong Voorwaarts" , zijnde een idee van Chinees partijleider Mao, wordt namelijk algemeen afgeschilderd als een grote mislukking, kenmerkend voor het communisme en zijn altijd mislukkende pogingen tot grote projecten. Desondanks zijn in de westerse wereld de pogingen tot een grote sprong voorwaarts endemisch. Alleen noemt men het dan anders. Bijvoorbeeld een "project". Een voorbeeld dat relatief kort volgde op Mao's Sprong, was het Amerikaanse Apollo-ruimtevaart-project. Dat was één grote sprong voorwaarts. Zowel qua idee als qua uitvoering: in één keer naar de maan en weer terug. Terwijl de evolutionaire aanpak allang in de sciencefiction beschreven was: bouw eerst een ruimtestation. Als dat eenmaal goed draait, bouw dan een overstapstation in een baan om de maan. Vlieg daarna van aarde naar ruimtestation per specialistische capsule - en later weer terug. Stap daarna over op het lichte aarde-maan transittoestel naar het maan-overstapstation. En landt daarna met het gespecialiseerde maanlandingstoestel op de maan. Behalve de startcapsule zijn alle vaartuigen permanent in de ruimte. Vlieg bijna zo vaak je wilt. Het Apollo-maanlandingsproject gooide alles weg, en er is niets van overgebleven. Zelfs geen methodieken. Alles was tijdelijk en is weggegooid. Omdat het een "Grote Sprong"-project was.
    De lucht- en ruimtevaarttechniek levert meer illustratieve gevallen: Hughes' Sproose Goose en de Brabazon die gewoon praktisch mislukten, of de rampen: Comet , Space Shuttle . En dit wordt nu weer herhaalt in de nieuwste vorm van techniek, de ict, waarin, met name bekend in Nederland schrijvende in 2012, de grote projecten bijna steevast leiden tot enorme kostenoverschrijdingen en mislukkingen.
    Het laatste voorbeeld, in combinatie met de eerdere, laat zien dat hier sprake is van een fundamenteel probleem, een fundamentele denkfout. Die is de volgende: een nieuw groot en/of ingewikkeld systeem bestaat uit vele componenten, waarvan ook minstens een aantal nieuw zijn. Die componenten worden ontworpen op onderling samenwerken, om de functionaliteit van het geheel te verzorgen. Als één component niet geheel werkt zoals ontworpen, heeft de tweede daar last van, en zo propageert het probleem door, tot het geheel stokt. En, hier is de clou: het is onmogelijk een component van enige ingewikkeldheid en voor welke functionaliteit dan ook zo te ontwerpen, dat die precies werkt zoals bedoeld. Er zijn altijd kleinere of grotere aanpassingen op het oorspronkelijke ontwerp nodig om het werkende te krijgen. Aanpassingen die niet gepland zijn in het ontwerp, want dat is gebaseerd op het oorspronkelijke ontwerp van de component. Aanpassingen die dus werken als een verstoring van het geheel. En die propageren door het geheel, en uiteindelijk de werking van het geheel onmogelijk maken.
    Waarmee onmiddellijk de procedure is geschetst voor een wel werkende aanpak: zorg eerst voor de goede werking van de diverse componenten los van elkaar, en bouw daarna die componenten één voor één aan elkaar tot een geheel. Hetgeen de manier is waarop de natuur de bouw van ingewikkelde structuren aanpakt, zoals die van de mens, en de levende natuur in het algemeen. Voor een enkel uitgewerkt voorbeeld, zie de opbouw van de hersenstam en de hersens in het algemeen .
    De natuur verschaft ook voorbeelden van wat er gebeurt als er voor een bepaalde ontwikkeling wél een grote sprong nodig is, waarbij "grote sprong" hier nader gedefinieerd kan worden als het moeten maken van twee (of meer) stappen tegelijk: die gebeuren niet - of zeer zelden. Zo is bekend dat de meest (langdurig) succesvolle van de directe menselijke voorlopers, homo erectus, gedurende zijn bestaan van circa anderhalf miljoen jaar geleden tot circa een half miljoen jaar, geen enkele vooruitgang heeft geboekt in het maken van vuistbijlen gedurende die miljoen jaar. De volgende technologische stap kwam pas met een volgende mensensoort. Kennelijk was er meer dan één ontwikkelingsstap nodig om tot de volgende fase over te gaan. Een voorbeeld van een "technologische" stap die de natuur nooit heeft kunnen maken, is die van het wiel, de meest efficiënte vorm van voortbeweging en dus iets met een hoge evolutionaire meerwaarde: er zijn te veel componenten in één keer nodig om het te kunnen laten evolueren.
    Dit verschil is ook terug te vinden in naamgeving: het proces van de geleidelijke overgang door middel van een reeks van eenstaps-processen heet "evolutie", en het twee- of meerstapsproces heet "revolutie".
    Voor toepassing op maatschappelijke processen, zie hier

Ideologie
Ideologie is het onderhouden van vaste ideeën omtrent hoe het in de wereld zit of hoe het met de wereld beter kan. Daarvoor wordt ook wel eens de term "idealisme" gebruikt, maar dat slaat op het hebben van die ideeën op zich. Als ideologie worden die ideeën tot vaststaande wetten ("logos") gemaakt.
    Als oervader van deze vorm van ideologie of idealisme wordt in onze beschaving de Griekse filosoof Plato (Wikipedia) gezien. Plato stelde het nog iets sterker, namelijk dat werkelijke wereld die van idealen is, en de wereld die wij kennen daarvan slechts een flauwe afspiegeling vormt. Idealisme noemt men daarom ook wel Platonisme (Wikipedia). Plato kwam ook met een ideaalbeeld over de inrichting van de maatschappij als geheel - daarvoor is later de term "utopisme" bedacht.
    Het probleem van het (theoretische) idealisme is dat het ernstige bijwerkingen heeft. De eerste daarvan is dat men dat alles dat afwijkt van dat ideaal van mindere of geen waarde acht. Dan is het ook absolutisme of zwart-witdenken . Merkwaardigerwijs staat men kritischer tegenover absolutisme, zonder dat dat verhindert dat men positief staat tegenover de vormen van (theoretisch) idealisme die men vaak tegelijkertijd onderhoudt.
    De tweede ernstige bijwerking van idealisme is dat het de waarneming van de werkelijkheid vervormt. Dat is te zien in allerlei vormen van wensdenken , niet-willen-weten (de struisvogel-houding) en dergelijke. Maar recent onderzoek heeft laten dat dit niet zozeer een praktisch bezwaar is, maar dat er fundamentele processen in de hersenen aan ten grondslag liggen .
   Vanwege deze bijwerkingen, en met name de laatste, wordt ideologie op deze website gezien als de ernstigste denkfout. Het is bovendien een denkfout die ingeboren lijkt in de menselijke geest, en moeilijk tot onmogelijk te bestrijden bij degenen die er eenmaal aan ten offer zijn gevallen. Het ultieme voorbeeld daarvan is de vorm van ideologie genaamd religie .

Immoraliteit
Een foute mentale houding lijkt in eerste instantie een emotionele kwestie die zich onttrekt aan rationele analyse, maar in de praktijk blijkt er een duidelijk verband tussen mentaliteit en rationele denkfouten te zijn: hoe fouter de mentaliteit, hoe groter het aantal denkfouten. Een voorbeeld van een foute mentaliteit is de vrijwel kritiekloze steun aan de allochtonen en hun cultuur, gepaard aan een overdadige kritiek op de eigen, autochtone cultuur, zie bijvoorbeeld hier . Hetzelfde geldt voor de drie monotheïstische religies: de foute mentaliteit en moraliteit  die erachter steekt, namelijk het absolute gelijk van een absolute machtigheid, leidt onontkombaar tot de weerzinwekkendheden die van die religies bekend zijn en dus geen utwassen zijn, maar behoren tot de kern ervan.

Inconsistentie (Ad hoc)
Het doen van twee uitspraken die elkaar tegenspreken of anderszins niet samengaan. "Jantje is genezen, dus zijn gebeden zijn verhoord" Tegenvraag: "Waarom is Pietje wel aan kanker overleden?"Antwoord: "Gods wegen zijn ondoorgrondelijk." Inconsistentie komt ook zeer vaak voor, en is voor de meeste en alfa/gamma geesten nauwelijks een bezwaar. De belangrijkste hedendaagse vorm zit in het multiculturalisme: "Allochtone immigranten moeten gelijk behandeld worden, want ze zijn volkomen gelijk aan autochtonen", versus "Allochtone immigranten verdienen onze speciale steun, omdat ze vanuit een achtergebleven positie komen (of hebben)" .
    Werkelijk gebruikt voorbeeld: "Islamitische kritiek op het westen met boerka's, hoofddoeken en moskeen? Dat moet kunnen!" versus "Westerse kritiek op de islam? Wat is de zin van het systematisch provoceren van een minderheidsgroep in de samenleving?!"
    Ander live voorbeeld: "Kritiek op het christendom, moet kunnen, want natuurlijk wordt door iedereen fouten gemaakt.", versus: "Kritiek op de islam is haatzaaien, want de moslims zijn een kwetsbare groep."
    Derde voorbeeld, afkomstig van een socioloog : Vraag één: wat gebeurt er als mensen bang zijn? - antwoord: 'De mensen die aan de dood waren herinnerd, sloten zich in meerderheid aan bij de grote groep'. Vraag twee: 'Maar hoe verklaart hij de huidige situatie in Nederland?' - antwoord twee: 'In een angstig maatschappelijk klimaat lopen de traditionele grote middenpartijen leeg, terwijl de steun voor kleine partijen als de PVV toeneemt'.
    Vierde voorbeeld, in een dialoogje: "Hoofddoeken hoeven niet verboden te worden, want vrouwen dragen ze vrijwillig". Antwoord: "Als hoofddoeken vrijwillig zijn, kunnen ze ze zonder bezwaar afdoen". Antwoord terug: "Het dragen van hoofddoeken moet van het geloof".
    Vijfde voorbeeld: "Immigranten moet je niet dwingen iets te veranderen aan hun cultuur - dat werkt averechts en radicaliserend", versus "Blanke ouders moeten gedwongen worden hun kind op een gemende school te doen, want dat is goed voor de integratie".

Individualitisme
Omdat de term "individualisme" in het dagelijkse gebruik al bezet is als uitdrukking voor "te veel aan jezelf denken en te weinig aan anderen", is voor "het individu is de enige menselijke organisatievorm" de term "individualitisme" uitgevonden - een vorm van absolutisme of ideologie .
    Individualitisme of groepsontkenning komt op diverse niveaus voor. Op dat van de psyche is het een fundamenteel onderscheid tussen alfa's en bèta's : alfa's en gamma's lijden ernstig aan individualitisme, de alfa's expliciet en de gamma's meer impliciet in de vorm van groepsontkenning.
    Maatschappelijk-economisch is het de laatste vier decennia dominant, in de vorm van het neoliberalsime. De lijfspreuk van neoliberal-voorvrouw en Brits premier Margaret Thatcher luidde "There is no such thing as society", en is een glaszuivere vorm van individualitisme.
    De overeekomstige achtergrond van individualitisme is de verklaring voor het schijnbara merkwaardige feit dat veel van de standpunten van rechte poltici en intellectuelen overeekomen met zichzlef "links" achtende lieden, zoals de gezamenlijke steun aan vrije immigratie, de Europese Unie, de afkeer van nationalisme, socialisme en communisme, enzovoort.

Kettingredenatie
In een kettingredenatie worden achtereenvolgens meerdere argumenten genoemd, meestal gelijkstellingen, waarna uit de combinatie een conclusie wordt getrokken - bijvoorbeeld:
- Een paard is vee.
- Vee leeft op de boerderij
- Dus: een paard leeft op de boerderij
Zonder kennis van de algemene semantiek is dit nog lastig te ontwarren, want er zijn inderdaad heel veel overeenkomsten tussen een muis en een olifant: naast de vier poten hebben ze talloze van dit soort lichamelijke eigenschappen gemeen. En ook qua hersens ontlopen ze elkaar vermoedelijk niet eens al te veel. Allemaal samen te vatten in de opmerking dat het beide zoogdieren zijn.
   Maar met die laatste opmerking is ook meteen het ontwarren wat makkelijker. Want dat is een specifiek geval van de algemeen semantische opmerking dat olifant en muis op een gemeenschappelijk abstractieniveau zitten - dat van de zoogdieren. Waarna het raadsel is opgelost door op te merken dat "heeft een slurf" een opmerking is van een niveau lager - het niveau van een specifieke soort. En dat de gelijkstelling dus niet meer opgaat omdat de twee uitspraken uit de ketting op een verschillend abstractieniveau spelen.
   Voorbeelden hier .

Lineair denken
Lineair denken is één van die gevallen met twee gezichten: in de juiste dosis passend bij de situatie kan het goed tot uitstekend werken, en in de verkeerde dosis en de verkeerde situatie is het een ernstige denkfout. Zoals blijkt uit de simpelste formulering ervan: "Als dit, dan dat". Dat werkt in de de natuur, en in de natuurkunde in hoge mate. Maar in intermenselijke situaties slechts in beperkte mate. En in ingewikkelde natuurlijke en menselijke situaties dus zeer zelden. In een verlog van het simpele voorbeeld: "Als dit, dan 80 procent kans op dat". Dus: "Als dit, dan 80 procent kans op dat, en als dat, 80 procent kans op zus, en als zus, dan 80 procent kans op zo". De kans, van "Als dit, dan zo" bedraagt iets onder de 50 procent. Fifty-fifty. Voorspellende waarde: nul. De oplossing van de natuur voor haar ingewikkelde situaties, zoals de levende natuur: terugkoppeling: "Als dit, dan dat, en voor je verder gaat, controleer dat" - meestal met nog een paar stappen ertussen.
    Terugkoppeling in in feite een circulair proces. In de vorm van cirkelredeneringen heeft de circulaire aanpak dus ook beperkingen. Oftewel: de vrijwel absolute regel is dat er geen absolute regels bestaan.
    Van lineair denken zijn de meest hinderlijke en schadelijke voorbeelden alles dat op enigerlei vorm of mate gebruik maakt van "macht" : macht is het bepalen van zaken voor andere mensen zonder dat deze een vorm van terugkoppeling hebben.

Loze argumenten
Daarvan zijn er vele, maar het gaat hier om de twee hoofdvarianten: de argumenten die voor alle mensen of zaken gelden, en de argumenten die voor geen enkel mens of zaak gelden. Een voorbeeld van de eerste variant is: "Misdadigers zijn ook mensen van vlees en bloed, dus moeten we hun daden vergeven". Het gaat hier om het eerste deel: misdadigers zijn van vlees en bloed. Het van-vlees-en-bloed zijn geldt voor ieder mens, dus kan je er geen enkele onderscheidende conclusie uit trekken, dat wil zeggen: een conclusie die leidt tot handelen ten opzichte van een deelgroep der mensen. Een ander bekend voorbeeld is: "Iedereen is uniek, dus ...", waarop dan meestal conclusies volgen dat regels niet van toepassing zijn.
    Er zijn vele varianten van dit loze argument, bijvoorbeeld: we moeten asielzoekers binnen laten omdat ze zielig zijn. Deze vorm van zielig-zijn geldt voor honderden miljoenen mensen in de wereld, zo niet miljarden. Het is dus niet voldoende onderscheidend om een beslissing te nemen aangaande asielzoekers aan onze grens.

Magisch denken (mystiek)
De meer algemene vorm van religie: "Er is meer tussen hemel en aarde ...". Een live voorbeeld: "Alleen wetenschappelijk heb je gelijk. Je beseft echter niet dat er meer bronnen zijn van kennis en inzicht. Ze worden alleen niet wetenschappelijk genoemd en door die beperkte visie bestaan ze niet." Hier valt natuurlijk niet mee te discussiëren - net als met religie zelf. Voor de ontmanteling van mystiek, zie hier .

Massa argument (Ad populum)
In algemene vorm is dit: "Het is waar, want iedereen zegt dat het waar is" - waar voor 'iedereen' allerlei groepen kunnen staan. Enkele voorbeelden: "Al duizenden jaren geloven mensen in de bijbel en Jezus, wil je beweren dat al die mensen gek zijn?" of: "Zo'n twee miljard mensen zijn christen, dat zegt toch wel iets?" Deze variant kom tot in de beste kringen voor (uit de Volkskrant, 16-02-2011, door Malou van Hintum):
  Interview | André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie

'Iedereen ziet weleens dingen die er niet zijn'

André Aleman onderzoekt hersenspinsels, wanen en hallucinaties. Bij schizofrenen, bij gezonde mensen en bij gelovigen.
...
U bent zelf gelovig. Is geloven in God niet ook een soort waan?
(lacht) 'Dat kun je mij natuurlijk niet vragen, want als iemand echt een waan heeft, zal hij dat krachtig ontkennen. De psychiatrische definitie van een waan is dat je iets denkt wat niet klopt, dat andere mensen in je omgeving die waan niet delen, en dat je disfunctioneert in je dagelijkse leven.
    'Geloven is dan geen waan, want het grootste deel van de wereldbevolking denkt dat er iets meer is. In een land als de Verenigde Staten, dat wetenschappelijk voorop loopt, is maar 10 procent van de mensen atheïst. Als je de psychiatrische definitie van een waan hanteert, is atheïsme eerder een waan dan in God geloven.'

Natuurlijk faalt dit argument op het bekende feit dat de massa vroeger ook dacht dat de aarde plat is, en in het middelpunt van het heelal staat.
    Naast als denkfout kan het massa-argument ook werken als een retorische truc. De denkfout zit erin dat niet gerefereerd wordt naar de werkelijkheid, maar wat mensen denken over de werkelijkheid - een jurist zou zeggen: "Dit is 'van horen zeggen', dus geen toelaatbaar bewijs." Ook het aantal maakt hierin niet uit, want honderd maal niets is nog steeds niets. Of met een Rotterdamse zegswijze:  "Als honderd man in de Maas springen, dan spring je er toch ook niet achteraan ..." De oudst bekende weerlegging is natuurlijk die van de parabel van "De kleren van de keizer".
    Het massa-argument is een retorische truc, als men wel weet dat het onjuist is en het toch gebruikt, zie hier .

Midden
Pas als nummer 32 hier bedacht, maar toch één van de populairdere denkfouten: het argument dat de waarheid in het midden ligt. Natuurlijk ligt de waarheid alleen waar hij ligt, en dat is zelden echt in het midden. Men bedoelt misschien "ongeveer in het midden", maar zelfs daarvoor zijn weinig aanwijzingen. Een bijna even populaire variant ervan is zelfs een gezegde geworden: "Waar er twee ruziemaken, hebben er twee schuld." Een bekend voorbeeld daarvan is de oorlog in Palestina, door de "twee ruzie, twee schuld"-denkers altijd aangeduid als het conflict tussen Israël en de Palestijnen - hetgeen onjuist is: het een landoorlog tussen Joden en Palestijnen. Een ander tegenvoorbeeld is de ruzie tussen religie en wetenschap: het is niet zo dat de zon voor de helft om de aarde draait, en voor de helft de aarde om de zon. Dus ook hier heeft er voornamelijk eentje schuld, en ligt de waarheid niet in het midden.  Of in de woorden van reageerder Theofiel Boemerang uitleg of detail (12/11/13 13:48): 'Dieven vinden dat je mag stelen; eigenaars vinden van niet. Mag je dan wel de helft van iemands spullen stelen?'

Naturalistische drogreden
Het argumenten dat een bepaalde situatie gewenst of onontkoombaar is, "Omdat de natuur nu eenmaal zo in elkaar zit". Voorbeeld: "Onbeperkt kapitalisme is goed, want in de natuur geldt dat de sterkste overleeft." Als het aangehaalde voorbeeld uit de vergelijking niet op zich al onjuist is (in dit geval: waar met op doelt is "survival of the fittest", en dat betekent niet "overleven van de sterkste", maar "overleven van de meest aangepaste"), is het vrijwel altijd zodat men selectief uit de voorbeelden van de natuur winkelt - zo is er inderdaad strijd tussen soorten, maar binnen soorten is de meest voorkomende houding die van samenwerking .

Niet-willen-weten
Niet-willen-weten is in populaire termen bekender als "struisvogelpolitiek"; wij gebruiken liever de letterlijke vorm, omdat het veel vaker voorkomt dan het gebruik van de term struisvogel-politiek suggereert. Waarschijnlijk zijn mensen oneindig meer onderhevig aan struisvogel-politiek dan de ergste struisvogel. De allerergste mensensoort is die van de intellectuelen, zeker als men in rekening neemt dat zij bij uitstek beter zouden moeten weten. In tegendeel: het grote verschil tussen intellectuelen en lager opgeleiden is de diepgang, ingewikkeldheid en gelaagdheid van de drogredenen waarmee ze hun kop in het zand steken. Voor een aardige psychologische illustratie, zie hier  - voor de gevaarlijke variant, zie hier .

Nihilisme
Filosofisch: de stroming die alle vormen van overtuiging, meestal bedoeld als zijnde religies, afwijst. Praktisch: de opvatting dat niets beter is dan het andere, of alles even goed is, plechtig bekend als het verval der waarden. Dit komt er dus op neer dat nergens een waardeoordeel over uitgesproken kan worden. Veel gebruikt in de bespreking van culturen, en dan bekend als het cultuurrelativisme. In het algemeen het instrument van degenen die überhaupt problemen hebben met het begrip waarde, de cynici , en degenen die liever het slechte doen, en om dat te verhullen het begrip goed en slecht niet-geldig verklaren.

Onjuistheid
Het gebruik van een aanname, bewering, of iets dergelijks die niet juist is - die niet overeenkomt met de werkelijkheid.
    In principe is dat natuurlijk geen denkfout, maar hij wordt vrijwel altijd in dit soort kader gebruikt, en er is geen goede andere plaats voor.
    Wordt ook gebruikt als retorische truc voor het geval een discussie dreigt verloren te worden, met als standaard gevolg een "wellus-nietus"-situatie, een situatie die voordelig is voor de discussiant die in de discussie ongelijk dreigt te krijgen (en als die discussiant ongelijk krijgen als een probleem ziet, wat het eigenlijk niet is).

Persoonlijke aanval (Ad hominem)
Niet zozeer een denkfout als wel een argumentatie- of retorische fout of drogredenatie, en als zodanig vermoedelijk de meest gebruikte drogredenatie, in zijn algemene vorm: "Wat je zegt is niet waar, want jij deugt niet." In plaats van "jij deugt niet" ziet men heel vaak "jij bent een fascist", "jij bent een racist", of  "jij bent een antisemiet".

Projectie
Het projecteren van eigen fouten, met name eigen foute vormen van argumenteren, op de ander. Is in principe een denkfout, maar heeft in de praktijk meestal de rol van retorische truc, omdat datgene wat geprojecteerd wordt meestal natuurlijk emoties zijn - en niet de gunstigste.

Principieel denken
Een principe aanroepen zonder te bekijken of het principe van toepassing is.
    Toelichting: ieder principe heeft een aantal voorwaarden waaronder het geldig is. Het principe dat iedereen hetzelfde onderwijs moet krijgen heeft als randvoorwaarde dat iedereen hetzelfde is. Dat laatste is duidelijk niet het geval, wat betreft zijn onderwijskundige aspecten, zoals geïllustreerd wordt door de noodzaak van het hebben van een apart onderwijs voor zwakzinnigen. Zie ook: Solidariteit .

Reductio ad absurdum
Ook wel "bewijs uit het ongerijmde". In zijn oorspronkelijke vorm hoeft dit geen denkfout te zijn, want die oorspronkelijke vorm komt uit de wiskunde - wat men dan doet is een bepaalde aanname doorrekenen of doorredeneren, en laten zien dat er dan iets onmogelijks uit komt. Dan stelt men dat de oorspronkelijke aanname dus onjuist, en daarmee het omgekeerd van die aanname dus wel juist - bijvoorbeeld: als je stelt dat er meer dan twee rechte lijnen door tweepunten gaan, en laat zien dat er dan iets absurds uit komt, dan heb je bewezen dat er maar één rechte lijn tussen twee punten gaat. Oftewel: je hebt aangenomen dat er geen andere mogelijkheid is, of  "uitgesloten derde". Het meest gebruikte praktische voorbeeld is de bewijsvoering dat oorlog nodig is: "Als wij de vijand niet aanvallen, dan zal hij ons aanvallen. Dus moeten wij hem aanvallen" (uitwerking: Aanname: wij vallen niet aan; redenatie: dan valt de vijand ons aan; constatering: dit is een absurde uitkomst; conclusie: keer de aanname om: wij vallen wel aan).
    In het dagelijkse leven is dit altijd een denkfout, omdat uitgesloten derde daar altijd onjuist is: er is naast wit en zwart altijd een oneindige mogelijkheid van tussenmogelijkheden van grijs - reductio ad absurdum is in de niet-wiskundige gewone wereld een vorm van zwart-wit-denken.
    Voor een voorbeeld uit de praktijk, zie hier .

Religie
Religie is een denkfout, zodra ze op enigerlei wijze uitspraken doet over de aard van de werkelijkheid. Dit geldt met name voor alle religies met vaststaande regels , en in versterkte mate als die religie ook een enkele heersende godheid heeft . De vaststaande regels van de religie zullen op een gegeven moment botsen van de veranderlijkheid van de werkelijkheid, dat wil zeggen: de veranderlijkheid van de natuur. Dit komt als eerste naar buiten als een grote hoeveelheid contradicties in uitspraken over en naar aanleidng van de werkelijkheid.
    Omdat kennis-nemen van en aanpassen aan de werkelijkheid essentieel is voor overleven, is religie een levensgevaarlijke denkfout. Het feit dat religie tot op de huidige dag bestaat, is omdat voor het merendeel der mensheid de winst van zekerheid gaat boven het verlies van rationele functionaliteiten. Het voortbestaan van culturen hangt af van de hoeveelheid rationeel denkende mensen en of die in staat zijn voldoende rationaliteit in de maatschappij als geheel te krijgen. Dit is wel het geval in het westen en niet in de rest van de wereld . De komst van niet-westerse immigranten en met name moslims zet de invloed van het rationele in het westen onder druk.

Solipsisme
De opvatting dat alles wat zich voordoet als indrukken van buiten zich in feite alleen afspeelt binnen de eigen geest. Deze vorm van hypersubjectiviteit is weerlegbaar, en wel op de volgende manier: neem aan dat de man die dit beweert gelijk heeft. Dan is deze man slechts een figuur in mijn verbeelding. En omdat ik geen zin heb om met dit deel van mijn verbeelding verder te gaan, ga ik hem bij deze verwijderen, door hem te doden. Dat kan voor hem echt geen probleem zijn, want hij is toch maar verbeelding. Als ik dat doe met iedereen die in deze theorie gelooft, is de theorie verdwenen uit mijn geest, en daarmee weerlegd, volgens de eigen opvattingen van het solipsisme.
    Het opvallende is dat solipsisme in deze vorm een vrijwel puur theoretische oefening is die voornamelijk onder filosofen voorkomt, echte solipsisten handelen er vrijwel niet tot nooit naar. Degenen die wel naar deze opvatting handelen, omschrijft men meestal als psychopaten, dat wil zeggen dat men dit handelen beschouwt als een geestelijke afwijking. Als algemeen verschijnsel is de scheiding tussen theorie en handeling eigenlijk ook een psychische afwijking, dat dus op veel meer niveaus voorkomt dan bij filosofen, hoewel de laatsten er experts in zijn.

Spiegeling
De denkmethode van de "spiegeling" is in de praktijk van het redeneren één van de nuttigtse gebleken uit hoofde van frequentie van toepasbaarheid . Dat betekent, volkomen logisch dat er een even populaire denkfout is van dezelfde naam. Deze redactie lange tijd ontgaan, vermoedelijk vanwege de associatie van "denkfout" met "bewust redeneren". "Spiegeling" is een denkfout die onbewust plaatsvindt in het hoofd van mensen die lijden aan de ernstigere vormen ideologie: ze nemen de relatie tusen twee dingen in de werkleijkheid waar, die niet overeenkomt met hun ideolgie. Dan keren ze die relatie om, zodat deze wel in overeenstemming is. Hier is het voorbeeld dat het licht deed branden: een moslima die schrijft over het inreisverbod voor drie haatimams:

Het is natuurlijk precies andersom: gisteren als moslims strijden voor het verbieden van alles dat ze niet bevalt: boeken (Duivelverzen), toneelstukken (Aïsha), schilderijen (alles met naakt), symbolen (kruizen), films (Fitna), cartoons (alles waar islam in voorkomt), alle critici ("Zijn islamofoben"), en dus eigenlijk alles wat niet des islams is en een mening heeft of daar voor staat. En vandaag strijden voor de vrijheid van imams om haat jegens westerse waarden te verspreiden die leidt tot moord, oorlog, en koppensnellen.
    Moslims en andere ideologen lijden in hoogst ernstige mate aan dit::

Spookaanval (stroman)
Spookaanval is een door de redactie bedacht alternatief voor het meer gebruikelijke stroman, de redenatie waarbij datgene wat men wil aanvallen eerst een niet-bestaande eigenschap wordt toedicht, en dan die eigenschap onderuit haalt - vrijwel altijd wordt dit bewust gedaan, in welk geval het een retorische truc is .

Sprong, grote
Zie "grote sprong .

Theoretisme
Theoretisme is een hier bedachte term voor twee processen. In het eerste wordt een specifieke stelling, een enkele praktische situatie, of een enkel voorbeeld veralgemeniseren tot de bijpassende categorie (of een nieuwe verzinnen), en in erop de volgende redenaties alleen maar praten over die categorie of andere categorieën, zonder ooit terug te gaan naar de oorspronkelijke stelling, een praktische situatie, of andere voorbeelden. In het tweede proces wordt in het geheel niet gerefereerd aan praktische situaties, en alleen in theorieën of abstracties gepraat. Theoretisme is nauw verwant aan idealisme .
    De archetypische theoretisten zijn filosofen, die oprecht verbaasd en verontwaardigd kunnen zijn als de werkelijkheid niet overeenkomt met hun theorieën . Theoretisme gaat daarom natuurlijk vaak samen met andere denkfouten als wensdenken , niet-willen-weten (de struisvogel-houding) en dergelijke.
    Theoretisme is een denkfout die ingebouwd zit in de menselijke geest. Het is voor die geest onmogelijk om te gaan met alle details die het dagelijkse leven inbrengt, en een zekere selectie is noodzakelijk. Het grootste deel van dit proces gebeurt op het onbewuste niveau, deels gedurende de slaap. Theoretisme is de uit de hand gelopen versie van dit natuurlijke proces.. Voor een klasse van voorbeelden met verstrekkende gevolgen, zie hier . In de algemene semantiek is theoretisme plastisch beschreven als chasing oneself in verbal circles en dead-level abstracting .

Tu quoque
Tu quoque is ook wel bekend als "jij-bak", of vollediger: "Een verwijt of kritiek op jouwzelf terugspelen naar de andere partij". Of nog vollediger: "Jij stelt dat voor mij A geldt, maar je hebt zelf niet-A gedaan oftewel je stelt dat voor jouwzelf niet-A geldt".  Waarvan dus aangenomen wordt dat het in alle gevallen een foute redenatie is. Welke laatste stelling opzichtig onjuist is, als je uitgaat van de intersubjectiviteit van logica, oftewel: voor iedereen moeten dezelfde regels gelden. Oftewel: De stelling dat "Tu quoque" een denkfout is, is onjuist.
    Toegepast op het archetypische voorbeeld, in antwoord op een verwijt richting een roker: "Maar je rookt zelf ook" of "Maar je hebt zelf ook gerookt". De clou in beide gevallen is dat de slechtheid van roken bij degene die het verwijt maakt ook wel bekend was, natuurlijk, maar er dus (!) andere argumenten waren om toch te (blijven) roken. Wat de verwijter moet aantonen, is dat die laatste argumenten niet gelden voor degene aan wie hij het verwijt maakt. Doet hij dat niet, dan is zijn verwijt niet bewezen en dus is de reactie van de roker juist. En geen fout redenatie. En geen tu quoque. Maar een spiegeling.
    Overigens begint de verwarring rond tu quoque al met de naamgeving, want die stamt van Julius Ceasar richting mede-moordenaar Brutus: "Tu quoque ...?" - "Ook jij...?". Wat dit met "terugspelen" te maken heeft is volstrekt duister.
    Nog duisterder wordt het met het voorbeeld dat aanleiding was voor deze toevoeging aan de lijst (de Volkskrant, 19-12-2012, door Suzanne Weusten, directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie):
  tu Quoque : Hoe je een jij-bak kunt pareren

Bij de bakker ben ik getuige van een echtelijke woordenwisseling. Het is zaterdagmiddag en terwijl ik op mijn beurt wacht, zegt de man naast mij enthousiast tegen zijn vrouw: 'Zullen we zo'n aardbeientaart kopen?'
    'Ben je nou helemaal idioot, het vriest', antwoordt de vrouw verontwaardigd. 'Wie eet er nou aardbeien midden in de winter? Wel eens van duurzaamheid gehoord?'
    De man geeft geen krimp. 'Moet jij nodig zeggen', zegt hij vals. 'Wie bestelde vorige week asperges in dat restaurant? Nou? Die kwamen vast niet uit Limburg.'

Dit is dus fout volgens de auteur - "tu quoque". En ook hier laat de uitwerking zien dat dit verwijt als verwijt onjuist is: de redenatie die de vrouw hanteert is: "aardbeien kweken in de winter kost veel energie - alles dat veel energie kost, is niet goed - dus aardbeien kopen in de winter is niet goed". Het antwoord van de man luidt: "Als de regel is 'alles dat veel energie gebruikt is niet goed', dan heb jij die regel overtreden met de aankoop van asperges in de winter want die kosten ook veel energie". Wat hij had kunnen aanvullen met: "Dus de regel 'alles dat veel energie kost is niet goed' is niet correct en dan mag jij hem niet gebruiken, of de regel moet luiden 'vele zaken die veel energie kosten zijn niet goed', maar dan moet jij bewijzen waarom het voor mijn geval wel geldt en voor jouw geval niet".
    De uitwerking maakt het glashelder: niet de man zit fout, maar de vrouw. Wat verder uit te breiden is tot: Als het teruggespeelde verwijt slaat op hetzelfde terrein als het originele, is tu quoque geen denkfout, maar een geldige redenatie. Het is dan doodgewoon een versie van "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". Dus indien spelende op eenzelfde terrein, is het denken dat qu quoque een denkfout is, zelf een denkfout.
    Waarna nog de gevallen besproken moeten worden waarin de twee terreinen wel verschillen. Dan kan de geldigheid alleen in de praktijk worden vastgesteld. Hier wat voorbeelden zoals gebruikt in Wikipedia (opgeslagen 23-12-2012):
  “Ja, maar jij…”
“Dat moet jij nodig zeggen!”
  Te weinig specifiek, kan wel of niet waar zijn.
“Roken is slecht voor de gezondheid. Maar jij hebt vroeger zelf gerookt!”   Dit is geen jij-bak - de argumenten om wel te roken moeten er ook in betrokken worden.
“Beleid A is beter dan beleid B. Maar vorige week was je nog voor beleid B!”   Dit is geen jij-bak, want het gaat over beleid aangaande dezelfde zaak. Tenzij er goede redenen waren het beleid in de loop van die week te wijzigen
“Je bent zélf achterlijk!”   Dit is geen jij-bak. Iemand die een ander achterlijk noemt  (is: "Ad hominem"), is met een aanzienlijke waarschijnlijkheid zelf achterlijk.
“Niet ík verpest hier de sfeer met ongefundeerde beschuldigingen, dat doe jíj!”   Dit hangt af van de feiten. Het is niet per definitie een jij-bak
“Ik móést het project wel stopzetten, want hij was bezig alles naar zijn hand te zetten.”   Idem.
“Ik heb het artikel niet eenzijdig gemaakt. Ik heb het juist aangepast, omdat jíj het vanuit een niet-neutraal standpunt had geschreven.” Idem.
  “Wíj waren niet star, de werkgévers waren star, en dáárom zijn de CAO-onderhandelingen mislukt.”   Idem. Dit een vorm van misbruik van de bestaande foutieve vorm van tu quoque: de werkgevers konden star zijn, met in de achterhand de kennis dat ze een "tu quoque"-verwijt konden maken als de werknemers er wat van zeiden.
  Op de opmerking “Ik ga niet voor de eerste de beste loser opzij!”, kan als jij-bak geantwoord worden: “Ik wel.”   Zelfde als het "achterlijk"-geval.

Kortom: in het merendeel van de gevallen is het verwijt van tu quoque of jij-bak op zijn minst potentieel onjuist. Het hanteren van tu quoque, zonder nadere uitwerking, kan dus inderdaad gezien worden als een denkfout. Of is de meeste gevallen: een retorische truc: het hanteren van de term bekend als "denkfout", zonder aan te tonen dat er inderdaad een fout is gemaakt.
    Overigens is hier een voorbeeld van iets dat duidelijk wél een jij-bak is (de Volkskrant, 18-12-2012, van verslaggever Fokke Obbema):
  In China hanteert de gek een mes

Op dezelfde dag dat de 20-jarige Adam Lanza twintig kinderen en zes volwassenen doodschoot op een Amerikaanse lagere school, viel in China de 36-jarige Min Yongjun kinderen aan in een lagere school op het platteland. Hij deed dat met een mes, er vielen 23 gewonden, maar geen doden.
    Kan China met zijn strenge wapenwetgeving derhalve een voorbeeld voor de VS zijn? Die vraag is in beide landen opgekomen. ...
    Sommige commentatoren in de Chinese media zien er een buitenkans in om hard uit te halen naar de Verenigde Staten.

Dit is een echte jij-bak, omdat er in de westerse media op bijna dagelijkse basis hard uit wordt gehaald richting China.
    Meer voorbeelden hier .

Utopisme
Het idee dat er een ideale samenleving bestaat - dus een vorm van zwart-wit denken of theoretisme.
    Er is ook een omgekeerd gebruik van utopisme, door mensen die voorstellen tot verbetering van iets, meestal in de maatschappij, afdoen als "utopisme" - dit is de veel ergere denkfout van cynisme .

Vals dilemma
Toepassing van zwart-wit denken , meestal gebruikt in de vorm: "Wie niet voor mij is, is tegen mij." Op mondiale schaal toegepast door Amerikaans president George W. Bush na de aanslagen van 9/11: "Wie niet voor ons is, is voor de terroristen". Ook veel gebruikt in de Koude Oorlog.

Valse vergelijking
Vergelijking van twee zaken of situaties is een veelkomend methode om uit de eigenschappen van de ene die van de andere af te leiden. Maar omdat geen enkele zaak of situatie volkomen gelijk is aan de ander, kan dit ook tot onjuiste resultaten leiden - dat is dan een geval van valse vergelijking - bijvoorbeeld:
- Een muis is gelijk aan een olifant, want ze hebben beide vier poten.
- Een olifant heeft een slurf.
- Dus een muis heeft een slurf.
Dit is een makkelijk geval maar sommige valse vergelijkingen zijn lastig te ontwarren. Dan kan de algemeen semantische aanpak een hulp zijn - hier zou die luiden:
- Olifant en muis zitten op een gemeenschappelijk abstractieniveau - dat van de zoogdieren.
- De opmerking "heeft een slurf" is van een niveau lager - het niveau van een specifieke soort.
- Dus er bestaat geen gelijkstelling tussen de twee uitspraken omdat ze op een verschillend abstractieniveau spelen.
    Indien gedaan met opzet, is het ook een retorische truc. De veruit meest gebruikte toepassing daarvan is:
- Een Nederlander heeft twee armen, twee benen, en een hoofd.
- Een moslimimmigrant heeft twee armen, twee benen, en een hoofd.
- Dus moslimimmigranten zijn gelijk aan Nederlanders.
Waarvoor ook andere niet-westerse immigranten ingevuld kunen worden.

Wensdenken (Eng.: wishful thinking)
Een redenatie aanpassen aan wat men denkt dat de uitkomst zou moeten zijn, waarbij de uitkomst meestal gebaseerd is op emoties of een of andere theorie of principe. De eerste vorm is populair bij iedereen (bronnen ), de tweede vorm komt vooral voor bij linkse intellectuelen, met name alfa's (zie Alfa's en bèta's ).

Zwart-wit denken (absoluut dichotoom denken, tertium non datur)
Maakt een goede kans in de strijd om de toppositie in zowel frequentie als ernst in denkfouten. In algemene termen geformuleerd is dit het idee dat tussen twee uitkomsten geen middenweg is, in de filosofie bekend als het principe van de uitgesloten derde: als iets niet niet-zwart is, dan moet het wel wit zijn, oftewel: er is geen derde mogelijkheid.
    De meest gebruikte toepassing is op de begrippen "waar" en "niet-waar": iets is "waar" of iets is "niet-waar" - algemeen wordt gedacht dat waar er vele gevallen zijn dat uitgesloten-derde niet juist is, het wel van toepassing is op "waarheid".
    Deze opvatting is onjuist. De enige plek waar uitgesloten-derde correct is, is binnen zogenaamde formele systemen: systemen van afspraken waarvan alle regels bekend zijn, en consistent, dat wil zeggen dat de regels elkaar nergens tegenspreken. Alle voorbeelden van dit soort geformaliseerde systemen zijn wiskundige modellen, of kunnen tot wiskundige modellen herleid worden. Het verschil tussen formele systemen en systemen van regels uit het normale leven is dat de regels van formele systemen alleen op elementen van het formele systeem kunnen slaan: je kan nieuwe regels afleiden, maar daarin zitten alleen al eerder bekende regels. Zodra een formeel systeem van toepassing wordt gemaakt op het dagelijkse leven, moet het regels met verwijzingen naar elementen uit het dagelijkse leven bevatten, zoals in 'één steentje plus één steentje is twee steentjes'. "Steentje" is hierbij het element uit het dagelijkse leven. De problemen ontstaan door de mogelijkheid van het invullen van andere elementen uit het dagelijkse leven dan "steentje". Gebruik bijvoorbeeld "cel": één cel plus één cel is twee cellen kan als algemeen geldige uitspraak, als regel, gefalsificeerd worden: er zijn omstandigheden dat het niet waar is: opeens zit je met drie cellen, en even later vier, enzovoort. Er is bewezen dat zodra je tot formele systemen elementen van buiten dat systeem toelaat, er tegenspraken ontstaan (dit is de beroemde stelling van Gödel ). De conclusie is dus dat het absolute "waar" of "niet-waar" alleen van toepassing in de wiskunde. Alle zaken uit het gewone leven bevinden zich op een glijdende schaal van het ene uiterste naar het andere.
    Het zwart-wit denken wordt meestal gebruikt als bewuste of onbewuste manipulatie in een meningsverschil tussen individuen of opvattingen. Het is meestal een teken dat de partij die het gebruikt niet deugd, of ondeugdelijke standpunten heeft. De tegenhanger, het Nul-A-denken of algemene semantiek wordt beschreven vanaf hier (Eng.). Het zwart-wit denken heet in de algemene semantiek de "two-valued orientation" - meer over dit specifieke onderwerp hier .
    De overtreffende trap van zwart-wit denken is Absolute Waarheid denken .

Zwarte zwanen (ook: Omkering van bewijslast)
In geobjectiveerde vorm heeft de redenatie twee varianten: als niet bewezen kan worden dat iets niet bestaat, bestaat het; en: als niet bewezen kan worden dat iets niet waar is, is het waar. De eerste stelling is een heel oud discussiepunt, en de weerlegging is bijna even oud. De weerlegging is de volgende: de bewering dat er geen zwarte zwanen bestaan is niet te bewijzen, omdat er altijd ergens, bijvoorbeeld in een ver land, een zwarte zwaan kan opduiken (hier afgekort tot "zwarte zwanen"). Een toevoeging: denk aan het geval van schapen: ondanks het zien van hele kuddes witte schapen, kan men niet concluderen dat er geen zwarte schapen bestaan, en die blijken er ook te bestaan .
    Als "omkering van bewijslast" vraagt men aan anderen een zwarte zwanen bewijs af te leveren: "Jij kan niet bewijzen dat God niet bestaat, dus hij bestaat." Of: "Saddam Hoessein moet bewezen dat hij geen massavernietigingswapens heeft, en doet hij dat niet, dan (heeft hij ze wel dus) vallen wij hem aan."
    De tweede variant van de bewering is een vorm van uitgesloten derde: naast niet-waar en waar bestaan geen andere mogelijkheden, zie zwart-wit denken . Deze bewijsvorming wordt veel gebruikt in de wiskunde. Ook is wiskundig bewezen dat het alleen geldt binnen de wiskunde (of officieel: een geformaliseerd systeem). Voor alle praktische toepassing is hij dus ongeldig, al is het maar omdat alle praktische toepassing ervan in de vorm van een "geen zwarte zwanen" bewering gegoten kan worden.
 

Noot 1:  Bij bovenstaande is gebruik gemaakt, onder andere voor een aantal voorbeelden, van een weblogbijdrage van Erik van Donk (weblog inmiddels opgeheven).


Naar Alg. semantiek, lijst , Alg. semantiek, overzicht Psychologie overzicht , Algemeen, overzicht , Site map , of site home .