WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Psychologische krachten: slaap en hallucinaties

11 sep.2011

De ervaringen tijdens de slaap die we beschrijven als "dromen"  zijn vermoedelijk afgespeelde scenario's waarvan de waarschijnlijk wordt doorgerekend voor toekomstig gebruik, en eventueel opgeslagen voor als dat nodig lijkt. Waarbij het "dromen" zijn omdat ze niet doorgegeven worden aan het bewustzijn. Gebeurt dat wel, noemt men dezelfde niet-bestaande gebeurtenissen en de bijbehorende beelden "hallucinaties". Die dus geen storing zijn, behalve in de zin dat ze in het bewustzijn komen. Welke afscheiding van het bewustzijn een proces is dat beter en minder goed kan functioneren, in ongetwijfeld, zoals vrijwel altijd, een glijdende schaal. Met dit soort zaken tot gevolg (noot: onderstaande bron dateert van na het schrijven van het item over slaap  , en kan gezien worden als een experimentele bevestiging van de aldaar gegeven modelmatige beschrijving):


Uit: De Volkskrant, 09-09-2011, van verslaggeefster Malou van Hintum

Interview | Psycholoog Hanneke Wigman

40 procent pubers heeft psychotische ervaringen

40 procent van de Nederlandse jongeren heeft milde psychotische ervaringen, blijkt uit promotieonderzoek dat neuropsycholoog Hanneke Wigman (Universiteit Utrecht) met NWO-subsidie deed en dat ze vrijdag 16 september verdedigt. Het gaat dan om hallucinaties, wanen, paranoia, grootheidswaan en paranormale overtuigingen.   ...


Red.:   Waarbij de terminologie 'psychotisch' dus volstrekt onjuist is, aangezien dat laatste een te behandelen ziektebeeld veronderstelt. En het volgende misverstand oproept:

  Zo, bijna de helft van de jongeren is gestoord?
'Nee, helemaal niet. Het gaat om ervaringen die ook 10 tot 30 procent van de volwassenen hebben. Aan een psychotische stoornis lijdt ongeveer 2 procent van de volwassenen.'

Waaruit dus de conclusie volgt: als je het niet wilt zeggen, gebruik dan ook de term niet.

  Wat is het verschil tussen een psychotische ervaring en een psychotische stoornis?
'De 7.700 jongeren van 12 tot 16 jaar uit mijn onderzoek gaan gewoon naar school. Ze hebben meer last van waanachtige ideeŽn of lichte gevoelens van paranoia dan volwassenen, of ze horen weleens een stem die er niet is. Maar niet in die mate dat ze medicatie of therapie nodig hebben. Dat geldt ook voor de groep die zegt dat ze er vaak last van heeft, de zogenoemde persistente groep.'

Want dan hoef je dit allemaal niet uit te leggen. Het volgende is al moeilijk genoeg voor zwart-wit denkers als Malou van Hintum, die nog sterk in de linksige ideologie ziet.

  Helemaal onschuldig is het nou ook weer niet, toch?
'De persistente groep loopt het grootste risico een stoornis te ontwikkelen. Daarvoor is een aantal extra factoren nodig. Het gaat dan om een combinatie van aanleg, omgevingsfactoren zoals een slecht functionerend sociaal netwerk, en aanhoudende negatieve ervaringen zoals stress en trauma.'

En het zit natuurlijk allemaal in de verbindingen tussen de hersenmodules, die zich nog ontwikkelen in een kind:

  Waarom zijn juist jongeren gevoelig voor psychotische ervaringen?
'De adolescentie is op allerlei vlakken een tijd van onzekerheid en dynamiek, en dat zie je hier terug. Jongeren maken een snelle psychologische ontwikkeling door, en vaak komen ze terecht in nieuwe sociale omgevingen. Ze zijn veel bezig met zichzelf en met hoe anderen hen zien; dat kan tot lichte vormen van paranoia leiden. Daar komt bij dat de hersenen van adolescenten zich nog aan het ontwikkelen zijn, waardoor het voor hen lastiger is een onderscheid te maken tussen prikkels die wel en niet relevant zijn. Dat maakt hen gevoeliger voor hallucinaties.'

    Een geval dat gewoonlijk als geheel losstand wordt gepresenteerd is dat van de bijnadoodervaring. De poging tot definitie laat al meteen de overeenkomst met hallucinaties zien - de citaten staan niet in hun oorspronkelijke volgorde:


Uit: De Volkskrant, 19-11-2011, door Maarten Keulemans

Half dromend de drempel over

Een foutmelding in de hersenstam, waarna het brein in een spagaat schiet tussen dromen en waken. Meer is er niet nodig om nader tot God te komen, stelt neuroloog Kevin Nelson in zijn boek De goddelijke hersenstam. 'Alles wijst erop dat ook dieren het licht kunnen zien.'
...
Wat is eigenlijk precies een bijnadoodervaring?

'Een werkbare definitie is die van psychiater Bruce Greyson van de universiteit van Virginia. Die omvat een aantal criteria: je voelt je gescheiden van het lichaam, ziet een licht, ervaart een diep gevoel van vrede, komt in contact met een mystiek wezen, of ontmoet overledenen. Wie de ervaring krijgt, kan een of meer van die elementen ervaren, in verschillende combinaties.'    ...


Red.:    Wat dus ook allemaal valt onder de meer algemene term "hallucinatie". Met als extra wat eigenschappen die het speciaal lijken te maken, onder andere het veel voorkomen tijdensof na medische ingrepen:

  Het begon allemaal zo'n dertig jaar geleden, met een bezoek van de duivel. Joe Hernandez, een hartpatiŽnt, lag op de intensive care toen de duivel aan zijn ziekbed verscheen. Om zijn ziel op te eisen. Gelukkig verscheen net op tijd ook Jezus Christus ten tonele, die de duivel verjoeg. Hernandez was gered, het was een wonder, vertelde hij zijn dokter.
    Het was een relaas dat bepalend was voor de weg die de dokter, een jonge neuroloog genaamd Kevin Nelson, zou inslaan. 'Ik werd enorm door Joe's verhaal getroffen', vertelt Nelson, nu hoogleraar neurologie aan de universiteit van Kentucky. 'Ik vroeg mij af: wat doet het brein tijdens zo'n ervaring?'

Waardoor sommigen er een speciale betekenis aan hebben gegeven:

  Scherpe kritiek heeft u dan ook op artsen als cardioloog Pim van Lommel, die denken dat de ervaring bovennatuurlijk is van aard en te maken heeft met de overgang naar het hiernamaals.
'Ja. Er zijn meerdere dingen waarmee ik moeite heb. Van Lommel definiŽert 'dood' als: het krijgen van een hartstilstand. Geen neuroloog zou dat doen. Het hart kan 10 seconden stilstaan terwijl het brein nog prima blijft werken. Ook daarna kan het brein, bij een sterk verminderde bloedtoevoer, nog langdurig functioneren. Van Lommel gaf dus de verkeerde indruk: dat de mensen die hij had bestudeerd waren teruggekeerd uit de dood. Dat was absoluut niet het geval; ze waren springlevend! Ik vind dat misleidend.'

Het valt op dat veel onderzoekers van bijnadoodervaringen cardioloog zijn.
'Ik denk dat het komt doordat cardiologen vaker met dit soort patiŽnten in aanraking komen. En mensen die een bijnadoodervaring hebben gehad, vertellen dat vaak aan hun arts. Het zijn zeer krachtige ervaringen, dus als arts raak je er al snel door overweldigd. En sommige cardiologen, zoals Van Lommel, nemen zo'n ervaring dan voor waar aan.'

Wat betreft het speciale medische aspect deels al rechtgezet wordt door Nelson:

  Een misleidend woord eigenlijk, bijnadoodervaring. U wijst erop dat de ervaring ook vaak mensen overkomt die helemaal niet doodgaan.
'Dat is inderdaad fascinerend, en wordt vaak over het hoofd gezien. In de jaren negentig bestudeerde Justine Owens, eveneens van de universiteit van Viriginia, de medische dossiers van 58 mensen die een bijnadoodervaring hadden gehad. Daaruit bleek dat ruim de helft tijdens de ervaring niet in levensgevaar was geweest. Toch waren hun ervaringen - uit het lichaam treden, overleden verwanten tegenkomen, het verleden herbeleven - nagenoeg identiek aan de ervaringen van mensen die echt bijna dood waren geweest. In een nog ongepubliceerde studie gaan we in op een andere waarneming: dat flauwvallen de meest voorkomende oorzaak is van bijnadoodervaringen.'

Het veel voorkomen bij medische handelingen als operaties heeft natuurlijk een mogelijke simpelere verklaring voor zowel speciale voorkomen als de "speciale" aard van de verschijnselen: de patiŽnt krijgt narcotica toegediend - in dit geval onder de noemer "verdoving", maar narcotica is het. Narcotica waarvan het zeer plausibel is dat ze diverse bijwerkingen heeft. En omdat het speciale narcotica is, zijn speciale bijverschijnselen nauwelijks een verrassing.
    Nu dan de neurologische verklaring volgens Nelson - hij zal hier weinig verrassend klinken:

  Inmiddels heeft u daarvan een aardig beeld. Uw onderzoek wijst uit dat dit soort ervaringen helemaal niet beginnen in ons rimpelige, hogere brein - de cortex - maar in de veel primitievere uitloper onder aan het brein, de hersenstam.
'Ja, dat is nogal tegenintuÔtief, vind je niet? Dat zo'n sublieme ervaring niet uit de cortex komt. Uiteindelijk speelt de cortex wel een rol, maar het startschot, de aansturing van de ervaring, komt uit een dieper, primitiever gebied.'

Dat wisten we hier al  - wat in feite afgeleid is uit de evolutionaire oorsprong van het brein.

  Legt u eens uit?
'Het brein kent drie toestanden van bewustzijn: wakker, niet-droomslaap en droom- ofwel REM-bewustzijn. In de hersenstam zit de schakelaar die de overgangen tussen die drie bewustzijnstoestanden coŲrdineert. Meestal gaat dat perfect, maar bij sommige mensen staat de schakelaar zo afgesteld dat de bewustzijnstoestanden nu en dan in elkaar overlopen. Die mensen kunnen dan bijvoorbeeld meemaken dat ze 's ochtends als verlamd liggen terwijl ze zich wakker voelen (slaapverlamming, red.), of ze krijgen droombeelden tijdens de overgang tussen REM-slaap en waken. Na mijn ervaring met Joe heb ik me verdiept in de literatuur over bijnadoodervaringen. In een van de gevallen ging het om iemand die zich volkomen wakker voelde, maar zich volslagen verlamd voelde. Op dat moment realiseerde ik me: wacht eens, dat is iets dat we kennen, dat is slaapverlamming. Zo kwam ik uit bij de hersenstam.'

Op deze website is dezelfde weg gevolgd, richting de meer basale delen van de hersenen.

  En bij een medische crisis kan die schakelaar ontregeld raken?
'De hersenstam geeft dan het startschot. Ten eerste is er de verlamming. Je ziet eruit alsof je dood bent, terwijl je dat niet bent. Daarna komt de ervaring tot uitdrukking in de cortex, via een golf signalen vanuit de hersenstam. De hersenstam drijft dan de cortex aan. De hersenstam stimuleert bijvoorbeeld het visuele systeem, waardoor we licht en lichtverschijnselen zien. De hersenstam schakelt ook het temporopariŽtele gebied uit, een hersengebied hoog boven de oren, waardoor de sensatie van uittreding uit het lichaam ontstaat. Dus de cortex is het eindstation, maar het begin zit in de hersenstam.'

De tekst is vergezeld van een illustratie, met de verschillende deelprocessen:


Dit verschilt enigszins van de alhier  geschetste verbanden - voor de plaats en functie van de genoemde hersendelen, zie hier  (globaal) en hier  (emotieorganen):
1:  In de hersenstam  wordt een module ontregeld door neurotransmitters van bijvoorbeeld narcose, of een andere direct invloed op het autonome stelsel
2:  De hersenstam stuurt signalen en/of neurotransitters richting het emotionele brein (bijvoorbeeld via de VTA of de rode kern).
3:  De verdovingsnarcotica of de andere autonome modules sturen signalen naar de pons, en de pons stopt het doorgeven van de bewegingssignalen, net als bij de slaap.
4:  De barriŤres richting in het emotionele systeem opgeslagen ervaringen (o.a. de hippocampus) worden verminderd of opgeheven - de normaliter onbewuste ervaringen en voorspelde scenario's worden bewust toegankelijk.
5, 6:  Die imaginaire ervaringen worden verward voor echte ervaringen.
7:  Die ervaringen gaan niet of slechts deels door de module van het bewustzijn die van alle deelaspecten van de herinnering integreert tot een enkel beeld maakt - net als in de slaap is er sterk verminderde band tussen de onderdelen als kleur, vorm, geur enzovoort. Uittreding is een verminderd verband met het ervaren van het eigen lichaam.
    De journalist is nog niet gewend aan dit soort demystificerende benadering:

  Geef ze eens ongelijk. We hebben het hier toch over patiŽnten die, terwijl ze voor dood liggen, van buiten hun lichaam de operatiekamer overzien?
'Dat lijkt inderdaad verbazingwekkend, maar laat me ook een waarschuwing geven. Deze patiŽnten beschrijven vaak ook zaken die niet kloppen, zoals klokken met een verkeerde tijd of kleding die ze niet dragen. Dat alleen al duidt erop dat we zo'n ervaring naderhand construeren. Als je op de operatietafel ligt en je hart valt stil, gaan je oogleden doorgaans open en ben je wel degelijk in staat dingen waar te nemen. Maar in een crisissituatie letten medici daar vaak niet op. De ogen, maar ook andere zintuigen, nemen veel meer op dan de behandelaars beseffen. De patiŽnt lijkt in coma, maar is dat niet echt.'

Een misverstand over de daadwerkelijkheid van wat er in het brein gebeurd - daarvoor is dus geen enkele garantie, zodra het directe contact met de buitenwereld, de feedback, verdwijnt.
    En nog steeds valt het kwartje niet:

  Wat niet wegneemt dat het toch opmerkelijk is dat deze patiŽnten bezweren uit hun lichaam te zijn getreden.
'Wat er in feite gebeurt, is dat het bewustzijn zijn oriŽntatie kwijtraakt ten opzichte van het lichaam, van aanraking, zwaartekracht en beweging. In 2002 beschreef de Zwitser Olaf Blanke in Nature hoe je, door een elektrisch stroompje toe te dienen aan de temporopariŽtale verbinding iemand uit zijn lichaam kunt wippen. Met de nauwkeurigheid en de voorspelbaarheid van een schakelaar die je omzet. Dus we weten allang dat deze dingen worden voortgebracht door het brein. Cardiologen weten onvoldoende tot welke dingen het brein in staat is.'

Nu wel, een beetje:

  Dus het brein raakt de kluts kwijt, en...
'Vervolgens construeert je brein de ervaring, door dat bizarre gevoel te interpreteren: ik zit niet meer in mijn lichaam. Of: ik voel een aanwezigheid vlak bij mijn lichaam.'

En:

  Is zo'n bijnadoodervaring dus zoiets als wakend dromen?
'Ik aarzel om het zo te noemen. Ik zie het meer als een hybride bewustzijnsvorm. Een grensgebied. De ervaring heeft elementen van wakend bewustzijn en elementen van droombewustzijn. Het droombewustzijn zorgt er bijvoorbeeld voor dat het visuele systeem geactiveerd raakt en we ons lichamelijke gevoel uitschakelen, zodat je je lichaam niet echt meer voelt. Bijnadoodervaringen gebruiken dus sommige breinmechanismen die we ook gebruiken als we dromen.'

Zoals we al gezien hebben. En wat deels natuurlijk ook een kwestie van gevoeligheid is:

  Uit uw onderzoek blijkt dat mensen bij wie dromen en waken wel vaker vermengd raken ook gevoeliger zijn voor bijnadoodervaringen. Wie weleens slaapverlamming heeft of droombeelden ziet als hij wakker is, krijgt in een crisis veel vaker bijnadoodervaringen.
'Ik vind dat zeer sterk bewijs. We hebben het gepubliceerd in Neurology, een conservatief, zeer hoog aangeschreven, gerespecteerd vakblad.'

Nog beter als bewijs: het past in een algemeen beeld van de werking van de hersenen. Zoals geschetst hier  .

  Een rare consequentie is dat ook dieren bijnadoodervaringen moeten hebben. Dieren hebben immers ook een hersenstam en droomslaap.
'Inderdaad. Alles wijst erop dat ook dieren buitenlichamelijke ervaringen kunnen hebben, het licht zien, herinneringen hebben aan het verleden. Maar wat zullen ze ervan denken? De interpretatie van dit soort gebeurtenissen vereist een denkende linkerhersenhelft. Dus denk ik dat mensen de enigen zijn die hieraan een interpretatie geven in een spirituele contekst.'

Alleen raar in de ogen van hen die nog steeds niet geleerd hebben evolutionair te denken.
    Nu richting interpretatie:

  Veel mensen die de ervaring hebben gehad, beschrijven een diepe euforie. Een diep gevoel van mystieke of religieuze verbondenheid met het universum.
'Er zijn sterke aanwijzingen dat het uit het limbisch systeem komt (een groep hersengebieden die onder meer emoties en beloningen regelen, red.). Het REM-systeem is zeer sterk verbonden met het limbisch systeem. Maar hoe dat precies gebeurt, weten we nog niet.'

Het "limbisch systeem" is de oude naam voor de emotionele hersenen, zie hier  . Wat betreft beloningen speelt hierbij de hoofdrol de nucleus accumbens uitleg of detail .

  Denkt u dat de ervaringen de inhoud van religies hebben beÔnvloed?
'O, absoluut. Ik denk dat er geen twijfel is dat voor veel religieuze denkbeelden de bijnadoodervaring het beginpunt is. Vandaar misschien dat zaken als lichtwezens, tunnels en een vredig hiernamaals zo universeel zijn.'

Met als logische vervolg:

  Hoe legt u dat uit aan iemand die religieus is: dat hun godsbeeld is gebaseerd op een hersenillusie?
'Ik geloof dat het brein allesoverheersend en instrumenteel is bij deze ervaringen; dat veel van deze ervaringen besloten liggen in ons brein. Aan de andere kant: mijn zoektocht is er een naar het hoe, niet naar het waarom. Die twee vragen houd ik zo goed mogelijk gescheiden. Er zijn grenzen aan wat de wetenschap ons kan vertellen.'

Hier leven we in een meer verlichte wereld dan de Angelsaksische waar atheÔstisch zijn moeilijk is (Engeland, en dominions) tot blasfemisch en taboe (Amerika). Dus kunnen we ronduit zeggen dat dit het zoveelste bewijs is dat religie gebaseerd is op diverse hersenafwijkingen, of althans: eigenschappen van de hersenen die in bepaalde opzichten vermoedelijk nuttig zijn, maar deze ook gevoelig maken voor diverse afwijkingen. Waaronder religie.


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .