WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Houding top V, netwerken: erkenning

2 mrt.2009

Natuurlijk wordt het bestaan van een old boys network vrijwel altijd ontkent - uit eigenbelang. Er is slechts een enkele erkenning nodig om het bestaan te bewijzen. Onder staan er inmiddels twee - meer dan voldoende (voor een case study, zie hier uitleg of detail ):


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 27-04-2006, interview door Thomas Blondeau

Alumnus | De Leidse jaren van Ivo Opstelten

'Ik deed niet mee dan nodig was'


Tussentitels: 'Dikke boeken, daar had ik een repetitor voor'
                    'Het Leids netwerk bestaat gewoon'

Een repetitor hielp hem door dikke boeken, zijn vrouw tikte zijn 'vlammende en flitsende' scriptie uit. In een serie interviews met bekende Leidse alumni: burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten. 'Zooien? Af en toe moest er inderdaad iets rechtgezet worden. Of iemand.'

Uw ouders woonden in Wassenaar. Was het vanzelfsprekend dat u in Leiden terechtkwam?
'Als je terugkijkt. is het inderdaad vanzelfsprekend. Mijn vader en mijn hele omgeving hadden ook in Leiden gestudeerd. Bovendien kon ik in de weekends de was naar het ouderlijk huis gaan brengen. Dat was maar een kort eindje niet de bus. Niet dat ik altijd het weekend thuis spendeerde. Wel als de was gedaan moest worden.'
...
Nog steeds contact met uw clubgenoten?
'Zeker. In die tijd smeed je een ijzeren ring van vrienden voor de rest van je leven. Wat er ook gebeurt, dat gaat nooit meer over. Ik ga er nog wel eens mee op vakantie. Soms zie je elkaar een hele tijd niet en bij het weerzien ga je gewoon verder waar je gebleven was.
Wat de ander ook gedaan heeft, tussen ons zijn geen rangen of standen.
    'Als ik de studenten in Utrecht moest verwelkomen of nu in Rotterdam raad ik ze altijd aan om lid te worden, maakt niet uit van welke vereniging. Het is goed voor je studie en voor je algemene vorming. Het gebeurt zo vaak dat ik iemand ontmoet die ik nog ken uit de verenging. Kijk, het Leids netwerk bestaat gewoon. Dat valt niet te ontkennen, er is ook niks mis mee. ...


Uit: De Volkskrant, 27-02-2009, van verslaggevers

'Neem afscheid van het old boys network'

Eurosport-directeur Danny Menken ziet veel in een database voor een nieuwe generatie van commissarissen.

‘Bonussen? Helemaal mee stoppen. Een prikkel is leuk, maar geen irreële bonussen meer. Maximaal een keer een jaarsalaris.’
    Het is een van de ideeën van Danny Menken (29), algemeen directeur voor de Benelux van sportzender Eurosport. Hij ziet zichzelf als een bestuurder van de toekomst; voor zijn 35ste wil hij zitting nemen in de raad van bestuur van een internationale onderneming.
    Nog belangrijker, om een volgende crisis te voorkomen, vindt hij het ontwikkelen van nieuwe manieren om toezichthouders te vinden. Menken (ingenieur, ex-Heineken, ex-KPN): ‘Het old boys network bestaat. We moeten de oude jongens ook niet zomaar aan de kant gooien. Die hebben eerder crises meegemaakt.
    ‘Maar in de oude netwerken ging het vaak om elkaar de zaken te gunnen, op een heel beperkte manier. Dat moet wel verdwijnen. Het moet gaan om verdienste, niet om het bevoordelen van oude vrienden.’   ...
 

Red.:   In een speciale reeks van de Volkskrant over het verschijnsel wordt met grote regelmaat beweerd dat het netwerk niet meer bestaat. Een keiharde leugen, natuurlijk:


Uit: De Volkskrant, 23-01-2010, van verslaggever Jaap Stam

De jonge wethouder tegen de ervaren rot

De Amsterdamse wethouder Asscher beschrijft in zijn boek hoe hij minister Zalm de beursgang van Schiphol afnam.

Het hart klopt in zijn keel als Lodewijk Asscher de ministerskamer van het ministerie van Financiën binnenstapt. Het is donderdag 27 april 2006, 10 uur in de ochtend. Asscher is nog geen 21 uur eerder geïnstalleerd als wethouder van Amsterdam. Hij gaat Gerrit Zalm vertellen dat Amsterdam zijn steun aan de beursgang van Schiphol intrekt. Gerrit Zalm!
    Bijna elf jaar minister van Financiën, en al ruim een half jaar de langstzittende bewindspersoon op Financiën die Nederland ooit heeft gehad. ‘Zalm had die afspraak in mijn agenda laten zetten. Hij had zien aankomen dat het nieuwe PvdA-GroenLinks college tegen de beursgang was. Hij wilde dat vuiltje meteen wegwerken.’
    Het blijkt de opmaat van een fascinerend gevecht tussen de onervaren wethouder en de door de wol geverfde minister, die beroofd dreigt te worden van zijn laatste kunststukje.
    In de maanden die volgen voert Zalm de druk op. Wilco Jiskoot, die bij ABN Amro jarenlang aan de lopende band grote bedrijven naar de beurs bracht, verzekert Asscher dat de beursgang hoe dan ook doorgaat. Asscher: ‘Ik zie hem nog zitten op de bank in mijn werkkamer. Minzaam glimlachend informeerde hij naar mijn ambities voor na de politiek.’
    Jan Kalff, voorzitter van de raad van commissarissen van Schiphol en voorheen de hoogste baas van ABN Amro, belt vanuit zijn auto. Hij is woest. ‘Meneer Asscher, ik heb in 27 jaar bedrijfsleven nog nooit zoiets schandelijks meegemaakt.’
    Asscher: ‘Ik maakte kennis met het old boys network dat de dienst uitmaakt. De minachting en de onderschatting van de politiek die dat netwerk uitstraalt, vond ik schokkend.’    ...


Red.:   Dit tuig in pak moet uit de macht gezet worden.
    Met de opkomst van de universitaire studie als criterium, lijkt er een aanzienlijke verbetering in de openheid van het netwerk te zijn opgetreden. Dit is voor het overgrote deel schijn:


Uit: De Volkskrant, 07-01-2011, door Bastiaan Bommeljé

Onderwijscultuur is door en door rot

De moderne universiteit levert geen academici af, maar dikke, domme en zelfvoldane welvaartsburgers.

Bastiaan Bommeljé | Bastiaan Bommeljé is historicus, uitgever, boekhandelaar en redacteur van Hollands Maandblad. Hij klaagt een bedorven onderwijscultuur aan van buigzame ruggegraten.

Tussentitel: Hoger onderwijs is privilege van de al geprivilegieerden

Het pleidooi van drie hoogleraren van de juridische faculteit van de Universiteit Leiden (Opinie, 23 december), waarin zij de voorgenomen boete voor 'langstuderen' omschrijven als 'een goede prikkel voor een ambitieus studieklimaat' is in diverse opzichten adembenemend.
    Het is adembenemend grappig vanwege de zelfdestructieve reclamepraat over hun eigen universitaire aanpak. Het is adembenemend hilarisch vanwege hun onthullend gebrek aan academische ethos. En het is adembenemend koddig, omdat de hooggeleerden laten zien hoezeer zij zelf deel zijn van het probleem van de ambitieloze 'cultuur van vrijheid-blijheid' aan de universiteiten die zij zeggen te betreuren.
    'Natuurlijk', schrijven de Leidse professoren, 'de studietijd is de mooiste tijd van je leven' - 'want studeren is ontzettend leuk'. Nu is het woord 'leuk' uit de pen van drie hoogleraren al voldoende voor een wee gevoel, maar erger nog is dat ze het gebruiken als een flemerig eufemisme voor 'privilege'. In de sociale werkelijkheid is studeren immers een privilege, en dan nog wel een privilege voor de reeds geprivilegieerden. Wie dit niet inziet, kan ook niet begrijpen dat het probleem van het hoger onderwijs is dat het louter nog functioneert als een reproductiefabriek van die geprivilegieerden. ...


Red.:    Nu moet hier wel bijna vermeld worden dat dit in variabele mate geldt voor de diverse studies en studierichtingen, en voor rechten in de allerhoogste. Maar dat hier sprake is van min of meer opzet, want iedereen in de academische en omliggende wereld weet dit, blijkt uit het feit dat de top, het netwerk, voornamelijk selecteert uit dit soort studies, en met name rechten:

  Rechten is dan ook geen verzamelplaats van 'the best and the brightest'. Zo bleek op de Erasmus Universiteit dat van alle eerstejaars juristen-in-spe bijna de helft een onvoldoende haalde voor een basale toets elementaire taalbeheersing.

Maar ook in het alaemeen  is er een provleem:
  'Leuk' ongetwijfeld, dat studeren, maar mede dankzij de leukheid van dit soort hoogleraren wel ver afgedreven van academische vorming of het aanleren van een intellectuele habitus.
    Anders gezegd: wij leven in een land dat steeds verder daalt op de internationale PISA-ranglijsten, maar wel steeds meer 'hoger opgeleiden' telt. Men hoeft niet hooggeleerd te zijn om te begrijpen wat hier aan de hand is. En voor wie het niet begrijpt, vatte de commissie-Veerman het vorig jaar nog even samen. Zij concludeerde dat het niveau van het Nederlandse hoger onderwijs 'te laag' is, dat nogal wat docenten 'niet goed genoeg' zijn, dat het 'veel en snel beter moet', anders 'redden we het niet'. Er zijn aan de universiteiten, stipuleerde Veerman, 'nauwelijks opleidingen die excelleren' terwijl nogal wat studierichtingen lijden aan 'oppervlakkigheid' en een 'te geringe studiebelasting'.

 Grappigerwijs geven de drie rechtenhoogleraren een voorzet:
  De drie hoogleraren menen dat het probleem van 'vrijblijvendheid, ruis en tijdverlies' vooral te maken heeft 'met cultuur en mentaliteit'.

Wat  Bommeljé al deels invult:
  het stuk van de drie Leidse hoogleraren maakt eens te meer duidelijk dat het incompetente overheidsbeleid op het gebied van het hoger onderwijs en de perfide bestuurscultuur een pendant heeft in een bedorven onderwijscultuur van slappe knieën en buigzame ruggegraten.

En het is even duidelijk dat die bedorven onderwijscultuur het gevolg is van een bedorven bestuurscultuur in de maatschappij in het algemeen. De cultuur van inteelt. Met als slotconclusie:
  Tegen deze corrumperende cocktail helpt geen fake-maatregel zoals boetes voor langstuderen. In afwachting van een onafwendbare parlementaire enquête kan men slechts glimlachend accepteren dat de moderne universiteit geen academici aflevert, maar 'hoger opgeleide' welvaartsburgers, die door Nobelprijswinnaar John Kenneth Galbraith zo treffend werden omschreven als 'fat, dumb, and happy'.

En dit alles om te voorkomen dat degenen die competent zijn, degenen die de moeilijke studies aankunnen, ook daadwerkelijk de maatschappij mogen gaan leiden.
    Toezicht maakt een integraal onderdeel uit van het netwerk:


Uit: De Volkskrant, 21-01-2011, van verslaggever Wilco Dekker

Old boys zoeken elkaar weer op

Commissarissen werven weer vaker onder ‘vriendjes’. In tijden van crisis experimenteren bestuurders waarschijnlijk liever nietmet onbekenden.

De verversing van het old boys network stokt. Commissarissen worden weer vaker aangezocht via hun eigen netwerk. Ze hebben ook weer meer functies per persoon, en blijven langer zitten. Dat zij terugvallen op de eigen vertrouwde kring is waarschijnlijk een gevolg van de crisis.
    Dat blijkt uit het jaarlijkse Nationaal Commissarissen Onderzoek van het toezichtinstituut van de Erasmus Universiteit. Voor het onderzoek werden ruim vierhonderd commissarissen en toezichthouders ondervraagd van (beursgenoteerde) bedrijven, woningcorporaties, onderwijs-, zorg- en culturele instellingen en goede doelen. Deze toezichthouders hadden vorig jaar gemiddeld 3,3 commissariaten per persoon. Dat is een forse stijging ten opzichte van 2009, toen het aantal functies was gedaald naar 2,6.
    Commissarissen kregen hun functie vorig jaar in 6 van de tien gevallen via het eigen netwerk. Dat is iets meer dan in 2009, toen het om 5,8 van de tien gevallen ging. In 2008 werd 'het circuit' in 6,6 van de tien gevallen ingeschakeld. Met gemiddeld bijna elf jaar blijven de commissarissen ook weer iets langer op hun post dan eerder.    ...
    Vooral mannelijke commissarissen krijgen hun functie via het eigen netwerk. Dat gebeurde in bijna tweederde van de gevallen. Van de vrouwelijke toezichthouders kreeg iets minder dan de helft het commissariaat via contacten. De overige commissarissen belanden op hun stoel door te reageren op een advertentie, of via een wervingsbureau.   ...


Red.:   Dit zijn gemiddeldes over tal van sectoren en niveaus. Het is ongetwijfeld zo dat naarmate het niveau hoger op de maatschappelijke ladder ligt, het netwerk geslotener is.
    Er bestaan zelfs gespecialiseerde instellingen die het netwerk onderhouden:


Uit: De Volkskrant, 22-02-2011, door Jady Petovic

De headhunter hangt weer aan de telefoon

Eind 2008 ging de arbeidsmarkt voor professionals op slot. Die stagnatie is voorbij. Iedereen wil wel elders aan de slag, lijkt het.

'Mag ik u even storen? U kent mij niet, maar ik zou graag even met u willen spreken.' Het is zo'n beetje de standaardopening van een headhunter die een potentiële kandidaat voor het eerst belt. Een tikkeltje geheimzinnig, maar die heimelijkheid is volgens headhunters nodig. 'Je benadert mensen die vaak een goede en hoge functie hebben, discretie is zeer belangrijk', zegt Monique Brummans, directeur van headhuntersbureau Diemen & Van Gestel.
    Nu de economie weer aantrekt en de vergrijzing toeslaat, is de kans dat topprofessionals worden gebeld door een headhunter toegenomen. Ook het aantal aanvragen voor recruitmentprojecten neemt toe vanwege een stijgend aantal vacatures.
    Het internationale bureau Stanton Chase, dat executive searches doet voor functies met een salaris vanaf 100 duizend euro per jaar ...

Old boys network
Vertrouwelijkheid gaat boven alles bij headhunten, of chiquer gezegd: executive search. Daarbij is vaak het credo: hoe hoger de functie, hoe minder ruchtbaarheid. ...

 

Red.:   En hoe geslotener het netwerk.
    Het gesloten netwerk gaat natuurlijk samen met dat andere kenmerk van topmanagement-ellende:

  Ook uit recent onderzoek van werving- en selectiebureau YER blijkt dat ruim 75 procent van de hoogopgeleiden van baan wil wisselen omdat ze het na twee jaar stilstand tijd vinden voor een nieuwe stap in hun carrière.  

Want na twee jaar begint duidelijk te worden dat ze inhoudelijk niets af weten van het bedrijf of de instelling waar ze werken uitleg of detail .
    Een individueel voorbeeld:


Uit: Volkskrant.nl, Opinie, 25-03-2011, door Malou van Hintum

Burgemeester Pieter

...    Ik dacht dat het een vervroegde 1 april-grap was, de voordracht van oud-hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Broertjes als nieuwe burgemeester van de gemeente Hilversum. Maar het schijnt echt waar te zijn.
De vertrouwenscommissie noemt Broertjes een ‘a-typische kandidaat’, die ‘niet beschikt over ervaring in het lokaal bestuur’, maar wel ‘historisch sterk verbonden’ is met de stad omdat zijn opa en oma in Hilversum hebben gewoond en gewerkt. O ja, en hij is ook ‘authentiek’. Zelf zegt hij dat zijn ‘levenservaring’ opweegt tegen zijn gebrek aan bestuurlijke ervaring.
    Kunt u zich voorstellen dat een vrouw op deze gronden was benoemd? En zich dan zou kunnen beroepen op haar ‘levenservaring’ en haar oma en opa bij gebrek aan een bestuurlijk verleden? We zouden allemaal van onze stoel rollen van het lachen.
    Vrouwen vallen bij benoemingen vaak af omdat ze ‘de benodigde ervaring missen’, omdat men ‘wil vasthouden aan kwaliteit’, omdat men ‘geen experimenten wil’.
    Bij mannen worden al die nadelen ineens voordelen. Zo is Broertjes ‘inspirerend’, ‘compenseert’ hij zelf werkende weg wel de ervaring die hem ontbreekt, en krijgt daarom op het aan hem toegeschreven ‘gezag’ de job.
    Maar ja, er is dan ook één groot verschil tussen mannen en vrouwen: mannen zoals Pieter Broertjes maken deel uit van een old boys network.
    Vrouwen niet.


Red.:    Vervang in dit stukje de term "mannen" door "old boys" en "vrouwen" door "niet-old boys".
    De cijfers:


Uit: De Volkskrant, 24-05-2011, van verslaggever Wilco Dekker

Ten strijde tegen het old boys network

De Senaat praat vandaag over een vrouwenquotum en minder bijbanen voor bestuurders. Het Nationaal Register ziet meer in openbare werving tegen de ons-kent-ons-benoemingen.

Jarenlang liep het terug, de ons-kent-ons-benoemingen bij bedrijven en instellingen. Maar ondanks schandalen en crises rukt coöptatie in het toezicht weer op, bleek eerder dit jaar uit onderzoek van de Erasmus Universiteit. Tot schrik van het Nationaal Register (NR), een door de bonden en werkgevers opgericht wervingsbureau.
    'Verontrustend', vindt NR-directeur Olaf Smits van Waesberghe deze trend. 'Met steeds dezelfde mensen die steeds dezelfde functies vervullen bij steeds dezelfde clubs, mis je veel talent en doe je je organisatie tekort. Want het zijn over het algemeen blanke mannen van 55 jaar of ouder: de old boys.'
    Volgens Smits van Waesberghe is er een simpele manier om meer vrouwen, jongeren en allochtonen in het toezicht te krijgen: 'Openbaar werven. De zorgsector heeft bijvoorbeeld in een code opgenomen dat je toezichthouders moet werven via advertenties of bureaus, dus niet alleen uit de eigen kring. Het toezicht van de duizend zorginstellingen bestaat nu voor 27 procent uit vrouwen, ver boven het gemiddelde. Die codes werken.'   ...

Red.:   Dat valt te betwijfelen. De zorgsector is sinds langere tijd steeds sterker vrouwen-gericht geraakt, en het is dus de vraag of dit niet een autonome ontwikkeling is.
    Maar het belangrijkste punt is dit: dat een functie openbaar geworden wordt, wil niet zeggen dat de uiteindelijk benoeming niet binnen het netwerk plaatsvindt. er zijn talloze banen waarvoor openbaar geworden wordt omdat dat verplicht, en er allang een, meestal interne, vaste kandidaat is.
    Neem nu een conservatie schatting van het percentage dat op die manier alsnog in het netwerk terecht komt, van vijftig procent. Dan krijg je dus als totale percentage 60 plus de helft van 40 is 80 procent. Dat binnen het netwerk blijft.
    Dat de cijfers vermoedelijk nog ongunstiger liggen blijkt bijvoorbeeld uit deze opmerking:

  Maar zo'n verplichting voor beursgenoteerde bedrijven zit er niet in, laat Jos Streppel alvast weten. Volgens de voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance, de opvolger van de commissie-Tabaksblat, is het niet nodig: grote bedrijven schakelen al vaak headhunters in om breed kandidaten te zoeken. Bovendien beslissen de aandeelhouders of het toezicht voldoende divers is, stelt Streppel.

Het is algemeen bekend dat er op aandeelhoudersvergaderingen geen spetter gebeurt, en de directie of bestuur vrijwel altijd volledig zijn zin krijgt. En dit soort kwesties komen er al hemelaal nauwelijks of niet langs. Die Jos Streppel is dus een leugenaar. En ongetwijfeld ook lid van het netwerk.
    Nog een interne bron:


Uit: De Volkskrant, 24-05-2011, door Loes Reijmer

Tips voor vrouwen met ambitie

'Topvrouwen - we hebben ze nú nodig', luidde een paginagrote advertentie in Het Financieele Dagblad een aantal jaren geleden. Was getekend: de old boys van het Nederlandse bedrijfsleven. 'Wat een belediging, dachten we allebei. Alsof ze in al die jaren dat die mannen carrière maakten bij Unilever en Heineken nog nooit een vrouw hadden gezien.'
    Aan het woord zijn journalisten Willemijn van Benthem (39) en Mirjam van Immerzeel (42). Aangespoord door de FD-advertentie hebben zij het boek CEO me geschreven, een 'handboek voor ambitieuze mannen en vrouwen', dat in september uitkomt.
    'De afgelopen twintig jaar zijn talloze beleidsnota's geschreven om vrouwen te laten doorstromen naar de top, maar die kijken niet naar het persoonlijke aspect. Juist bij het krijgen van een topfunctie speelt het persoonlijke een belangrijke rol. Het gaat om gunnen en herkenning.'
    Om het persoonlijke aspect van topcarrières inzichtelijk te maken, bezochten de twee journalisten borrels, netwerkbijeenkomsten en bestuurskamers. ...
    De auteurs werden overal met open armen ontvangen. 'De oudere garde leek verantwoording te willen afleggen voor het feit dat ze alleen mensen zoals zichzelf kansen hebben gegeven', vertelt Van Benthem. 'Maar wat blijkt nu? Ook de 'jonge garde' vindt het wel fijn als hun medebestuurders hetzelfde zijn. Die willen ook werken met mensen met wie ze hebben gestudeerd.'    ...


Red.:   Tja, hoe kan dat nou ...?
    Eerst even het gevolg:


Uit: De Volkskrant, 04-07-2014, door Tjerk Gualthérie van Weezel

Reportage | Accountancy

Perverse prikkels door de hele zaal

Na een reeks schandalen zijn accountants nu hard op zoek naar een manier om hun sector op te schonen. Te beginnen in een zaaltje in Amsterdam.


Tussentitel: 'De Zuidas is gewoon een sociale werkplaats voor corpsballen'

'Het is twee voor twaalf voor de accountant', zeg gespreksleider Felix Rottenberg. Het is donderdagmiddag en in debatcentrum De Balie zitten honderdveertig mensen in een almaar warmer wordend zaaltje bijeen om te analyseren hoe de accountant zijn respect weer kan terugverdienen.
    Afgelopen jaren regen de incidenten zich aaneen. Ahold, Landis, Ballast Nedam, Vestia, Econcern, Imtech, allemaal concerns waar de boekhouding niet deugde en de accountant toch zijn handtekening zette. En soms zelfs actief meewerkte aan het verdonkeremanen van malversaties.
    Intussen kwam de Autoriteit Financiële Markten met rapporten waaruit keer op keer bleek dat de controle van de meeste jaarrekeningen te wensen overliet. Terwijl in kranten steeds weer berichten verschenen over losgeslagen partners in de grote firma's, alfamannen die naast hun salaris van ettelijke tonnen per jaar graag nog wat wilde bijverdienen met vastgoedprojecten.    ...
    Alles lijkt terug te leiden op hebzucht. 'Sinds de jaren tachtig is de vaktechniek steeds verder op de achtergrond geraakt en zijn bestuurders van kantoren steeds meer gaan sturen op omzet', zegt hoogleraar Marcel Pheijffer. ...


Red.:    En dan een van de belangrijkste oorzaken van de weerzinwekkende mentaliteit:

  ... De voorzitter van de werkgroep gooit direct haar meest prangende vraag de zaal in: 'Wat zijn de perverse prikkels die al deze incidenten mogelijk maakten?'
    De dames met microfoons rennen op en neer om de voorbeelden in ontvangst te nemen. Van de een: 'We durven de raad van bestuur niet genoeg tegen te spreken, omdat die ons betaalt.' Naar de ander: 'We delen dossiers niet wanneer een bedrijf van accountant wisselt.' Naar de volgende: 'Er heerst massale karakterzwakte bij alle grote financiële instellingen. De Zuidas is gewoon een sociale werkplaats voor corpsballen.'

Inteelt der netwerken.


Naar Houding top V , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .