WERELD & DENKEN
 
 

Kolonialisme

15 okt.2010

In het kader van de discussie over het nut en de wenselijkheid is de aanroep van het koloniale verleden een vaste waarde. Het argument is simpel: het westen heeft in het koloniale tijdperk de derde wereld uitgebuit, dus heeft het nu de plicht om iets terug te doen.
    Hierbij hoort de impliciete of expliciete aanname dat de koloniale tijd schade heeft berokkend aan de betrokken landen. Die aanname, door alle hulpverleners en ver daarbuiten als vanzelfsprekend geacht uitleg of detail , begint nu onder enige druk te komen, voor een belangrijk deel veroorzaakt door de opkomst van China, hetgeen men afzet tegen het achterblijven van Afrika.
    De eerste bron vanuit de kringen van reguliere wetenschap is van een beoefenaar van de historische wetenschap, over het algemeen die menswetenschap waar men het nuchterst weet te denken:


Uit: Elsevier, 24-04-2010, door Liesbeth Wytzes

Henk Wesseling | Historicus

'Mijn leven hangt aan elkaar van toevalligheden'

Henk Wesseling kreeg een hoge onderscheiding voor zijn inspanningen om de contacten tussen Frankrijk en Nederland te verbeteren. Hij kijkt terug op een bevoorrecht leven als hoogleraar en auteur van boeken over onder meer het imperialisme. 'Afghanistan is een achterlijk land omdat het nooit is gekolonialiseerd.'

Henk Wesseling is zojuist benoemd tot commandeur van het Legion d'Honneur, een hoge Franse onderscheiding. ... Wesseling (72) kreeg de onderscheiding wegens zijn inspanningen voor de Frans-Nederlandse samenwerking.    ...
     Wesseling heeft een frisse kijk op het kolonialisme en trekt zich niets aan van wat politiek incorrect zou kunnen zijn. Waar veel mensen zich schamen voor het imperialistisch verleden, denkt hij dat Afrika juist te kort is gekoloniseerd. 'Dat is mijn liefde voor de paradox. Er zijn een paar theorieŽn die ik altijd dwaas heb gevonden. "De grenzen in Afrika zijn niet natuurlijk." Die tussen Nederland en BelgiŽ wel? Tussen Portugal en Spanje? De Poolse grens is steeds heen en weer geschoven. Polen heeft weleens helemaal niet bestaan. Er zijn maar heel weinig natuurlijke grenzen. Dat is het punt niet, het gaat erom hoe je een natie kunt creŽren binnen een gegeven staatkundige ruimte. India heeft dat heel goed gedaan en IndonesiŽ ook. IndonesiŽ is een verzinsel van de Nederlanders, zonder hen was dat land er nooit geweest.
    'Ook bewezen onzin is dat wij rijk zijn doordat we hen hebben uitgebuit. Als die landen arm zijn, is het doordat wij er niet lang genoeg zijn gebleven om ze tot ontwikkeling te brengen. Er zijn maar weinig landen die nooit zijn gekoloniseerd. Een daarvan is Afghanistan, een van de achterlijkste landen ter wereld. En EthiopiŽ, daar hoeven we ook niet lang over te praten. Die landen zijn niet beter ontwikkeld dan landen die jaren- of eeuwenlang zijn gekoloniseerd. Dat kun je echt met geen mogelijkheid volhouden.'


Red.:   Moeilijk te verteren, zoiets, als je in het multiculturalistische klimaat van Nederland bent opgegroeid. Een andere historicus, Piet Emmer, had iets geschreven met een soortgelijke boodschap, en dit was de reactie uit gekolonialiseerde kringen:


Uit: De Volkskrant, 31-07-2010, door Shantie Ramlal-Jagmohansingh

Koloniaal denken in Nederland

Het koloniale verleden, een bijzonder zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis, behoort tot een verre vervlogen tijd. Toch lijkt de erfenis van de Hollandse voorouders nog steeds springlevend te zijn.
    In zijn artikel ‘Suriname, koloniale mislukking nummer drie’ (Opinie & Debat, 17 juli) doet Piet Emmer, emeritus hoogleraar Geschiedenis van de Europese expansie, uitspraken als ‘Hoe konden de Surinaamse kiezers de wijze lessen uit de koloniale periode over goed bestuur, het handhaven van de rechtsstaat en het tegengaan van corruptie zo in de wind slaan?’ ...


Red.:   Inderdaad, een domme uitspraak. Surinamers moeten zelf weten wie ze kiezen. Maar daarna wordt het spannend:

  Emmer doet alsof de voormalige kolonies zich gelukkig mochten prijzen door de overheersing van de Nederlanders. Jazeker, kolonisatie leverde profijt op. Maar dan wel voor de kolonisator, laat dat duidelijk zijn!   ...
    Holland heeft in de voormalige kolonies verschrikkelijke misdaden begaan. Emmer gaat voorbij aan wat de slavernij daadwerkelijk was: een toestand waarbij het ene individu eigendom was van een ander individu, wiens leven volledig gecontroleerd en beheerst werd.

Wat er in IndiŽ is gebeurd, is dat de Nederlanders de Indische adel hebben vervangen als onderdrukkers. Het houden van slaven zoals in Suriname, was in alle voorgaande geschiedenisperioden uiterst gewoon. Op alle continenten en in talloze beschavingen. Weet de auteur ook wel:
  Het is de hoogste tijd voor wetenschappelijke dekolonisatie. Om de verschrikkingen van de Surinaamse slavernij te minimaliseren wordt er door menigeen op gewezen dat slavernij al veel eerder voorkwam. Dat landen in de oudheid dit systeem ook al hadden en dat de Hollanders dit hebben nagedaan.

Menigeen heeft doodgewoon gelijk. De anderen kletsen uit hun nek.
  Het feit dat slavernij eerder bestond, betekent niet betekent dat je deze misdaad niet moet veroordelen.

Dat betekent het wel - in het tijdsperk waar het om gaat. In het heden is er geen kolonialisme noch slavernij, voornamelijk door het streven vanuit het westen. Liet je niet-westerse volken hun gang gaan, was daar nog evenveel slavernij als vroeger:
  Een ander argument dat wordt gehanteerd om de aandacht van de koloniale misstanden af te leiden, is dat het de Afrikanen zelf waren die de Afrikanen als slaaf verkochten. Een argument dat niet wordt gehanteerd in het geval van de Joden die in de wereldoorlog stierven.

Een vergelijking die volkomen mank gaat - Joden hebben geen Joden verkocht.
  Ook slaat het nergens op te zeggen dat de Afrikanen en Hindoestanen het nu beter hebben in Suriname, dan wanneer ze in Afrika of India waren gebleven. Alles waarover ze nu beschikken, hebben ze aan zichzelf te danken.

Nog erger. Als Afrikanen alles aan henzelf te danken zouden hebben, zouden Afrikanen in Afrika rijker zijn dan in Suriname, of andere ex-kolonies. Het volstrekte tegenovergestelde is waar. De grote uitzondering is HaÔti, dat nog het meeste op Afrika lijkt uitleg of detail - HaÔti was dan ook het eerste land dat zich vrijvocht van de kolonie-status.
    Een vrijwel definitief bewijs:


Van: academischeboekengids.nl, opgeslagen 19-08-2010 uitleg of detail , door Ben Vollaard, universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.

Econometrie nieuwe stijl

Waarom Egyptenaren vaker foutparkeren dan Denen

Foutparkerende buitenlandse diplomaten in New York vertellen veel over de hardnekkigheid van corruptie. Handige economen gebruiken hun parkeergedrag – en andere goedgekozen thema’s – als ‘natuurlijk experiment’ en blazen de sociale wetenschappen nieuw leven in.

...   Veel sociaalwetenschappelijk onderzoek, ook op het terrein van ontwikkelingsvraagstukken, laat geen duidelijke conclusies toe – al doen de onderzoekers het natuurlijk graag anders voorkomen. Om een voorbeeld te geven: voormalige koloniŽn doen het vaak beter dan hun niet-gekoloniseerde buurlanden. Blijkbaar profiteren landen van hun koloniale erfenis, bijvoorbeeld in de vorm van infrastructuur en bestuursapparaat. Maar een andere verklaring voor hetzelfde resultaat is ook mogelijk. Koloniale mogendheden kozen de landen uit met de meeste grondstoffen, goede toegang tot zee en andere gunstige kenmerken. Deze landen doen het dankzij dergelijke gunstige condities nog altijd relatief goed; de koloniale tijd heeft daar niets mee te maken.
    ... twee Amerikaanse ontwikkelingseconomen [hebben] een natuurlijk experiment bedacht dat over dit vraagstuk uitsluitsel kan bieden. Het onlangs verschenen ‘Colonialism and Modern Income’ van James Feyrer en Bruce Sacerdote is een mooi voorbeeld van sociaalwetenschappelijk onderzoek ‘nieuwe stijl’. In dit artikel vergelijken de auteurs de economische groei van een groot aantal eilanden, waaronder de Comoren en de Bermuda-eilanden. De kolonisten lieten sommige eilanden links liggen omdat deze door de heersende zeewinden niet of nauwelijks per zeilschip te bereiken waren. Het verschil tussen wel of niet gekoloniseerde eilanden zat dus niet zozeer in hun aantrekkelijkheid, maar in de vraag of men ze goed per schip kon bereiken. Dankzij het slimme onderzoeksontwerp is de relatief hoge economische groei van voormalige koloniŽn maar op ťťn manier te verklaren: door de koloniale erfenis.   ...


Red.:   Gewoon gepubliceerd onderzoek, waarvan iedere betrokkene zou kunnen weten. Toch wordt het sprookje van de negatieve gevolgen van kolonialisme nog dagelijks gebruikt in de media, en ondersteund door alle cultureel antropologen, vrijwel alle sociologen en de meeste historici.
    Hier een voorbeeld hiervan:


Uit: De Volkskrant, 19-10-2012, door Peter Giesen

Nederland is naÔeve neokoloniaal

Nederland is CuraÁao liever kwijt dan rijk. Maar de chaos op het eiland dwingt Den Haag keer op keer tot ingrijpen. Op CuraÁao klinkt dan het verwijt van kolonialisme. Is er een oplossing?

"...    Nederland heeft geen belang bij de Antillen, de Antillianen des te meer bij Nederland, zegt Oostindie. Het moederland fungeert als financieel vangnet, als beschermer van democratie en territoriale integriteit. Bovendien: als het echt tegenzit, kun je altijd nog emigreren naar het rijke Europa. 'In het CaraÔbische gebied wonen zo'n 40 miljoen mensen, van wie 15 procent op eilanden die niet-onafhankelijk zijn', zegt Oostindie. 'Geen van die eilanden wil onafhankelijk worden. De rijkste gebieden in de regio zijn ook niet-onafhankelijk.'    ...


Red.:   En andersom werkt het ook zo: het eerste zelfstandig werd HaÔti, dat zichzelf bevrijdde met een slavenopstand. En HaÔti is het eiland waar, algemeen erkend, het de grootste puinhoop is uitleg of detail .
    Als volgende nog een historicus die wat meer licht op de duisternis van de ideologie werpt. De brenger van de boodschap: journalist, recensent, en historicus maar voornamelijk held van de politieke correctheid Peter Giesen uitleg of detail kan het nauwelijks geloven:


Uit: De Volkskrant, 11-12-2010, door Peter Giesen

Scriptieprijs | Historica Marlous van Waijenburg analyseerde loonstatistieken

Afrikaanse ellende is geen natuurverschijnsel

Marloes van Waijenburg geeft met haar masterscriptie het Afrika van tussen 1500 en 1990 eindelijk een gezicht.

Tussentitel: Wie de scriptie van Van Waijenburg leest, krijgt de indruk dat het kolonialisme zo gek nog niet was

...    Haar scriptie begon ook met zo'n simpele vraag. 'Wat is er aan de hand met Afrika? Waarom is er zo veel armoede en politiek geweld? Veel studies zijn heel pessimistisch en deterministisch: er zijn structurele factoren die ontwikkeling belemmeren', zegt Van Waijenburg. Sommige onderzoekers wijzen op de geografie van Afrika. Het continent ligt excentrisch en grote delen zijn moeilijk bereikbaar. Anderen zoeken de oorzaak in institutionele factoren: in veel Afrikaanse landen zijn eigendomsrechten slecht geregeld, waardoor markten niet tot ontwikkeling komen.
     'Maar in zulke studies wordt vaak een lijn getrokken tussen twee punten. In 1500 schoten de Afrikaanse instituties tekort, in 1990 ook. Maar over de tussenliggende periode wordt niets gezegd. De prekoloniale tijd is ook moeilijk te onderzoeken. Afrika heeft een orale traditie, er is weinig op schrift gesteld. Maar over de koloniale periode is veel meer materiaal. Daardoor kun je over een langere periode naar de Afrikaanse economie kijken.'
    De Groningse historicus Jan Pieter Smits had al laten zien dat de Afrikaanse economie tussen 1910 en 1950 flink was gegroeid. Ook toonde hij aan dat gewone Afrikanen daarvan profiteerden: ze kregen dagelijks meer calorieŽn binnen. In het onderzoek van Smits werd Afrika echter niet opgedeeld in afzonderlijke landen. Van Waijenburg keek naar de koopkracht van arbeiders in acht landen in Brits-Afrika: Gambia, Goudkust (het huidige Ghana), Nigeria, Mauritius, Sierra Leone, Kenia, Oeganda en Nyasaland (het huidige Malawi). Ze gebruikte een methode die eerder voor onderzoek naar de reŽle lonen in Aziatische landen was gebruikt, waardoor een vergelijking tussen Afrika en AziŽ mogelijk werd.   ...
    De koloniale periode is vaak beschouwd als een periode van brute uitbuiting. Volgens sommige onderzoekers hebben de koloniale machthebbers de Afrikaanse economie nooit tot volwassenheid gebracht, omdat ze hun koloniŽn zo veel mogelijk wilden leegpersen. Na de dekolonisatie zouden Afrikaanse elites die strategie hebben voortgezet.
    Maar wie Van Waijenburgs scriptie leest, krijgt de indruk dat het kolonialisme zo gek nog niet was. In elk geval deed Afrika het in de eerste helft van de 20ste eeuw het een stuk beter dan nu. West-Afrika was rijker dan AziŽ. Kennelijk werden de koloniŽn niet louter als wingewest gezien. Van Waijenburg: 'De koloniale autoriteiten hadden ook de belastingen kunnen verhogen.
    Die ruimte was er, omdat de koopkracht toenam. Maar kennelijk wilden ze niet alles uit de koloniŽn persen.' ...
    Haar onderzoek laat zien dat de Afrikaanse armoede geen natuurverschijnsel is. Onder andere omstandigheden heeft Afrika het wel goed gedaan. Bovendien valt armoede ook niet zo maar te verklaren uit de koloniale erfenis. In de eerste helft van de 20ste eeuw werd Afrika niet leeg geperst, maar juist tot bloei gebracht.   ...


Red.:   Wat al geconstateerd was in het data-mining onderzoek. Maar dat komt natuurlijk uit heel andere kringen dus dat weet men niet. Net als het volgende:

  De vraag waarom het na de dekolonisatie zo mis is gegaan, kan Van Waijenburg ook niet beantwoorden. 'In veel Afrikaanse landen willen de elites zo veel mogelijk geld uit het land halen', aldus Van Waijenburg. Een schoolvoorbeeld hiervan is het bewind van Robert Mugabe in Zimbabwe.

Hoe zou dŠt nou toch komen...? Nou,als je het niet weet, dan geef je toch gewoon de schuld aan de blanken ...
  'Heeft die houding van de Afrikaanse elites te maken met de koloniale geschiedenis, waarin de machthebbers elites tegen elkaar uitspeelden? Ik weet het niet, maar het is een vraag die ik graag zou willen onderzoeken.'

De schat ... Want ook dit is door het data-mining onderzoek al ruimschoots bekend:


Van: academischeboekengids.nl, opgeslagen 19-08-2010 uitleg of detail , door Ben Vollaard, universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.

Waarom Egyptenaren vaker foutparkeren dan Denen

Foutparkerende buitenlandse diplomaten in New York vertellen veel over de hardnekkigheid van corruptie.

In New York kunnen diplomaten parkeren waar ze willen. Parkeerboetes hoeven ze niet te betalen. Tot voor kort waren er ook geen andere sancties. Verkeerd geparkeerde auto’s van diplomaten verstopten de straten rond de gebouwen van de Verenigde Naties en voor restaurants door heel Manhattan.
   Het parkeergedrag van diplomaten in New York is ... een bron van ergernis voor andere bewoners en het stadsbestuur. ... blijkt ... dat niet alle diplomaten zich aan foutparkeren bezondigen. Nederlandse vertegenwoordigers bijvoorbeeld niet, Deense ook niet. Italiaanse diplomaten wel, Egyptische nog veel vaker. De foutparkeerders komen stuk voor stuk uit corrupte landen; de diplomaten die zich netjes aan de regels houden, komen juist uit landen met weinig corruptie.   ...


Red.:    En onder de landen met veel corruptie hoort natuurlijk heel Afrika - zie voor meer voorbeelden hier uitleg of detail .
    Piet Emmer schrijft de globale werkelijkheid van slavernij nog eens helder op:


Uit: De Volkskrant, 01-07-2011, door Piet Emmer

'Slavernij is van alle plaatsen en tijden'

Niet de slavernij zelf was uniek westers, maar de verontwaardiging erover en de afschaffingscampagne. Dat stelt Piet Emmer.

Piet Emmer is emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Als Pieter C. Emmer heeft hij met Seymour Drescher de bundel Who Abolished Slavery? Slave Revolts and Abolitionism (2010) geredigeerd.

Tussentitel: Voor invalide, bejaarde en kind-slaven was de afschaffing van de slavernij niet onverdeeld gunstig

...    Waarom de NTR een nieuwe serie over de slavernij heeft gemaakt? Omdat de Europese Nederlanders een paar jaar geleden een kostbare serie over De Oorlog hebben 'gekregen'. ...
     In de eerste plaats moet de westerse slavenhandel anders worden ingekaderd. Dachten we dertig jaar geleden nog dat alleen Europeanen zo'n massale, gedwongen volksverhuizing konden organiseren, tegenwoordig weten we dat die handel elders zeker zo omvangrijk was. Ook binnen Afrika werden op grote schaal slaven verhandeld en veel Afrikanen zijn bovendien naar het Midden-Oosten verkocht. In AziŽ en Indiaans Amerika bestond eveneens een levendige handel in slaven, terwijl misschien wel een miljoen Europese slaven (de gekaapte bevolking van een aantal kuststreken in Spanje, Portugal en Ierland, krijgsgevangen soldaten en scheepsbemanningen) in Noord-Afrika terechtkwamen. Toch dragen de westerse slavenhandel en de koloniale slavernij een uniek karakter, omdat de Europese handelaren en slaveneigenaren, anders dan hun Arabische, Afrikaanse en Aziatische collega's, thuis geen slavenhandel en slavernij kenden. Die dubbele standaard leidde na 1750 tot grootschalige publieke verontwaardiging en de oprichting van een zeer effectieve afschaffingslobby.
    Die verontwaardiging en de daarop gebaseerde afschaffingscampagne waren ook uniek. Dat is een tweede belangrijk verschil met vroeger, toen veel studies het humanitaire karakter van de afschaffing kleineerden, omdat de slavenhandel en de slavernij toch onrendabel zouden zijn. Tegenwoordig weten we wel beter. Als het aan de markt had gelegen, waren deze zeer winstgevende instituties nog decennialang blijven bestaan en alleen het Westen heeft daar een eind aan gemaakt, AziŽ en Afrika niet.
    Maar hoe zat het met de gevolgen van de afschaffing? Dat de slaveneigenaren daardoor schade leden, wisten we al, maar over de voor- en nadelen voor de ex-slaven was veel minder bekend. Daar is inmiddels verandering in gekomen. Steeds meer studies laten zien dat lang niet alle vrijgelatenen er in materieel opzicht op vooruit gingen en dat hun inkomens sterk uit elkaar groeiden. Met de afschaffing kwam er immers een abrupt einde aan het systeem, waarin de eigenaren zich gedwongen zagen steeds meer voedsel, betere huisvesting en gezondheidszorg ter beschikking van hun slaven te stellen, niet alleen aan hun beste werkers, maar ook aan hun invalide, bejaarde en kindslaven, die niet werkten.
    Die verbeteringen waren grotendeels afgedwongen door acties van de slaven zelf, en door toe te geven hoopten de slaveneigenaren de lieve vrede te bewaren en bovendien de tegenstanders van de slavernij de wind uit de zeilen te nemen. Zo werden op veel Surinaamse plantages ziekenhuisjes ingericht, kwam de dokter regelmatig langs, werden de werkuren per dag gemaximeerd en kwam er een voor die tijd royale regeling voor zwangerschapsverlof.
    Met de afschaffing kwam er een abrupt einde aan dit systeem. Voor de ex-slaven in de kracht van hun leven was dat niet erg, want zij konden als dagloner en als kleine, zelfstandige boer soms meer inkomen verwerven dan voorheen, maar voor wezen, zieken en bejaarden was dat niet het geval.    ...


Red.:   Iets dat perfect wordt aangevuld door de geschiedenis van het eerste bevrijde slavenland: HaÔti uitleg of detail .
    En daar is 'ie eindelijk: de waarheid:


Uit: De Volkskrant, 18-05-2013, door Marcel van Engelen (1971) is journalist en schrijver, onder meer van Het kasteel van Elmina

Slavernij | De grijstinten van de mensenhandel

Heb het ook over zwarte daders

We moeten de slavernijgeschiedenis ontdoen van het clichťbeeld: witte daders en zwarte mensen als louter slachtoffers, schrijft Marcel van Engelen. Juist ook in Nederland, dat twee eeuwen lang in het hart van de trans-Atlantische slavenhandel opereerde.


Tussentitel: De koning van de Ashanti wilde graag doorgaan

Dat de commerciŽle uitbater van het West-Indisch Huis in Amsterdam de geschiedenis liever verborgen houdt, is misschien nog te begrijpen. Het fraaie herenhuis in het centrum was ooit het hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie, het bedrijf dat een eeuw lang zijn Nederlandse alleenrecht op het kopen en verschepen van Afrikaanse slaven overzee beschermde. Maar dat hij die historie kan wegmoffelen zonder dat de meeste bezoekers daar iets van merken, is veelzeggend. Het tekent de onbekendheid van deze geschiedenis.    ...


Red.:   Nog steeds deze oude leugens: de redactie heeft hier alles over geleerd daar war de enige plaats is waar dit hoort: op school.

  Terwijl dit verleden zo zichtbaar is: er wonen veel zwarte mensen in Nederland.

Volkomen vrijwillig. Het overgrote deel van Nederland hangt de vlag uit als ze weer gaan. Met hun gehossel en schietpartijen.
  Welk deel van de vaderlandse historie is zo duidelijk aanwezig als je de tv aanzet ...

Waar ze inderdaad in overdadige hoeveelheden worden opgevoerd, om te bewijzen "dat ze erbij horen en het best wel goed doen". Bewijzende dat dit niet zo is, want zoiets is voor de Chinezen absoluut niet nodig uitleg of detail .
  Toegegeven, de aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden is de laatste jaren behoorlijk opgeleefd. Dat is een wonderlijk proces geweest. Een eeuw oude geschiedenis kwam opeens in de belangstelling te staan.

Door het gezeik van de negers over hun verleden, ter maskering van hun mislukking nu. En bij wijze van chantage.
  In 1990 zag de eerste uitgebreide studie naar de Nederlandse slavenhandel het licht (gemaakt door een Friese Amerikaan, geen toeval). En in 2002 verrees in Amsterdam een nationaal slavernijmonument, een kleine anderhalve eeuw nadat de slavernij in Suriname en op de Antillen werd afgeschaft.
    Dat monument werkte als een katalysator. Er kwam een nationaal onderzoeksinstituut, tentoonstellingen werden georganiseerd, theatervoorstellingen gemaakt, er verschenen artikelen in de krant, het slavernijverleden werd opgenomen in de historische canon, het Historisch Nieuwsblad organiseerde 'een dag van de slavernij' en in 2011 was er zelfs een tv-serie van de publieke omroep. De Slavernij, gepresenteerd door Daphne Bunskoek en Rouť Verveer, was na De Oorlog de tweede grote historische serie van de NTR.

Allemaal een grote leugen, zoals snel zal blijken.
  Nakomelingen van slaven joegen de oplevende publieke belangstelling aan. Wat daarbij hun - bewuste of onbewuste - strategie was: de wrede en dramatische kanten van deze geschiedenis benadrukken. Aanzetten. Soms ook overdrijven. In elk geval niet: relativeren. Toen de drijvende kracht achter het monument, Barryl Biekman, een ronde maakte langs Tweede Kamerleden om steun te krijgen voor haar plan vroegen de geschrokken parlementariŽrs: had het niet wat minder gekund? Nee, want dan hadden ze waarschijnlijk niet geluisterd. Het was nodig om de aandacht te krijgen.

Wat we al zeiden. Chantage. Morele chantage. Stinkend morele chantage, zoals meteen zal blijken.
  Maar de strategie kon ook groteske vormen aannemen. De Surinaamse econoom Armand Zunder kwam in 2008 naar buiten met de claim dat Nederland 379 miljard euro compensatie moest betalen aan vooral nakomelingen van Afrikaanse slaven in Suriname. Hij baseerde dat bedrag op berekeningen die nogal wankel waren opgebouwd.

En stinkend cultureel en materialistisch eigenbelang.
  Maar de strategie kon ook groteske vormen aannemen. De Surinaamse econoom Armand Zunder kwam in 2008 naar buiten met de claim dat Nederland 379 miljard euro compensatie moest betalen aan vooral nakomelingen van Afrikaanse slaven in Suriname. Hij baseerde dat bedrag op berekeningen die nogal wankel waren opgebouwd.

Waarna in het artikel een flink stuk van de geschiedenis van de slavenhandel wordt voorgevoerd. Overbekend, allemaal.
    Maar dit wordt altijd verzwegen:
  Wat daaraan vooraf is gegaan, hoe het allemaal is begonnen, hoe de slavenhandel in West-Afrika verliep, blijft almaar schimmig. Er wordt weliswaar geregeld gewezen op 'Afrikaanse collaborateurs' die de slaven hebben verkocht aan de Europeanen, maar hoe die contacten verliepen en wat de rol van Afrikanen zelf was, wordt nooit helemaal duidelijk. Er is veel minder over bekend. Afrikaanse volken die in het binnenland oorlog voerden of uit commercieel gewin mensen roofden, lieten geen archieven of handelscorrespondentie na. De Europeanen die dat wel deden, kwamen tot het einde van de 19de eeuw het binnenland niet in.

En dit wordt met opzet vergeten:
  Er speelt nog iets anders. Bij degenen die aandacht vragen voor deze geschiedenis - in Nederland vooral mensen van Surinaamse en Antilliaanse herkomst - proef je weinig behoefte om naar de Afrikaanse zijde te kijken.

Zal je de donder halen. Dat zou hun chantagetruc onderuit halen.
    Verder met de geschiedenis:
  Een kleine tweeŽnhalve eeuw, van 1637 tot 1872, was het kasteel van Elmina in Nederlandse handen en in die tijd groeide het uit tot een van de voornaamste centra van de slavenhandel in West-Afrika. Het kasteel is nu een bezienswaardigheid die bij bezoekers uit de hele wereld hevige emoties losmaakt, niet in de laatste plaats bij Afro-Amerikanen, Jamaicanen of Surinamers op zoek naar hun roots. Het gebouw was een bewaarplaats van hun voorouders die uit het Afrikaanse binnenland werden aangevoerd en als vee werden bewaard in kale stenen holen, alvorens ze naar de Europese schepen werden geleid.
    Het kasteel van Elmina was ook het regiecentrum van de Nederlandse slavenhandel die langs de hele West-Afrikaanse kust plaatsvond - vanuit deze plek werd die mensenhandel grotendeels aangestuurd.
    Bij de opgeleefde aandacht voor het Nederlandse slavernijverleden begint het verhaal vaak bij de verscheping van de samengepakte en geketende Afrikanen - het gruwelijkste deel van deze trans-Atlantische historie. Verder gaat het vooral over de slavernij in Amerika en het Caribisch gebied, waar de weggevoerde Afrikanen voor 80 procent in suikerrijke gebieden belandden, merendeels om er te werken op de plantages. Het zijn de nakomelingen van de slaven die deze geschiedenis levend houden, en het grootste en meest recente deel ligt daar.
    De geschiedenis van slavernij in Amerika en het Caribisch gebied is voor velen zo pijnlijk en heeft zo lang weinig aandacht gekregen, tenminste hier in Nederland, dat eerst en vooral de grote schande ervan wordt belicht - begrijpelijk. Daarbij wordt een overzichtelijke tweedeling gemaakt: mensen van Afrikaanse herkomst zijn eeuwenlang geknecht en vernederd, en mensen van Europese afkomst maakten zich daaraan schuldig.
    Ook in de Verenigde Staten wordt de Afrikaanse rol in deze geschiedenis vaak genegeerd, schreef Henry Louis Gates in 2010 in The New York Times. De geromantiseerde geschiedversie die volgens hem sterk leeft: voorouders van zwarte Amerikanen werden uit Afrika weggeroofd door evil white men.
    Als je je verdiept in hoe leven en (slaven)handel in en rond het kasteel van Elmina zijn verlopen, ontdek je echter dat de Nederlanders, de Europeanen, tot aan het einde van de 19de eeuw weinig tot niets hadden te vertellen in West-Afrika. Ze verbleven in hun forten en handelsposten aan de kust, met enkele tientallen mannen, of hooguit een paar honderd. Ze kwamen het moeilijk doordringbare en levensbedreigende binnenland niet in. Dat hoefde ook niet, want de (slaven)handel kwam naar hen toe. Afrikanen hadden de slavenhandel volledig in handen tot het moment dat de slaven aan de Europeanen werden overgedragen.
    Slavernij en slavenhandel waren al alom aanwezig op het continent voordat de Europese zeevaarders subsaharaans Afrika bereikten. Afrikanen vielen in slavernij door oorlog (gevangenen), door een veroordeling van een lokale leider of door een schuld. Het land gold als gemeenschappelijk bezit; slaven daarentegen waren een vorm van privťbezit. Voor West-Afrikaanse volken was het niet vreemd om slaven te ruilen tegen spullen. Zo kon de trans-Atlantische slavenhandel beginnen en grootschalig en langdurig doorgaan.

Afrikaans systeem
De Amerikaanse afrikanist John Thornton gaat zelfs zo ver de trans-Atlantische slavenhandel door westerlingen 'de uitgroei' van een Afrikaans systeem te noemen. Hij draait het om. Hij bekijkt deze geschiedenis vanuit Afrika, in plaats van vanuit Europa of Amerika. Hij zegt in wezen: neem de Afrikaanse rol in deze trans-Atlantische geschiedenis eens serieus. Pas dan begrijp je hoe deze verstrekkende mensenhandel zich heeft kunnen voltrekken, zonder dat de Europeanen de mankracht en de militaire middelen hadden om Afrikaanse leiders en koopmannen hun wil op te leggen.
    Historici in Ghana zeggen min of meer hetzelfde: de trans-Atlantische slavenhandel is niet los te zien van het inheemse, Afrikaanse systeem van slavernij. Ze waren met elkaar vervlochten. Toen vanuit Europa de trans-Atlantische slavenhandel werd beŽindigd (formeel aan het begin van de 19de eeuw; in werkelijkheid staken slavenschepen zeker tot 1866 de oceaan over) bleef het inheemse systeem bestaan. Tot 1900 bestonden in het binnenland van de Goudkust nog markten waar mensen als vee werden verhandeld.
    Uit oude ooggetuigenverslagen blijkt nog iets sterkers: de voornaamste leveranciers van slaven vanuit het achterland van de Goudkust, de Ashanti, waren verbolgen dat de Europeanen aan het begin van de 19de eeuw wilden stoppen met de slavenhandel. De koning van de Ashanti wilde graag doorgaan. Het was lucratieve business. En waar moest hij anders heen met zijn oorlogsgevangenen en de mannen en vrouwen die in het noorden werden geroofd en die hij als centrale macht ontving? Ashanti-koning Osei Bonsu vroeg zich in 1820 tegenover de Britse gezant Joseph Dupuis ook af: waarom vinden de Britten de handel in mensen opeens slecht terwijl ze die eerst goed vonden?

Heel veel woorden om een simpele en voor iedereen die het wilde weten allang duidelijk waarheid te onthullen: de slavenmakers waren de Afrikanen. De Europeanen waren slechts een instrument. de handelaars. De daders, de criminelen, waren de Afrikanen. De Europeanen waren de helers.
    Natuurlijk  moet de auteur afsluiten met de bekende Europese krokodillentranen om zij stukje in de krant te krijgen.
    En zonder dat politiek-correcte taboe is er dus nu maar ťťn passende reactie op de zwarte chantage: "Rot op met je zwarte neger-eisen en zwarte neger-chantage. Naar Afrika."
    Meer over de bijbehorende creoolse cultuur hier uitleg of detail en in beelden hier uitleg of detail .
 

Naar Cultuur, gelijkheid , Westerse organisatie , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .