Algemene semantiek | Dialoog: luisteren

In Dialoog is het onderhavige proces beschreven vanuit de min of meer theorischte inv;lashoek van "het uitwisselen van informatie", en de problemen die daarbij rijzen omdat twee personen nooit een identieke wereldbeeld hebben en het hoeverre ze dan wel op elkaar lijken dus sterk varieert.

Een andere en meer praktische benaderingswijze is direct beginnen met hoe het proces in de praktijk werkt.

Dat is eigenlijk bekend genoeg: meestal slecht tot zeer slecht, dat laatste met name als het om maatschappelijke ideeën gaat, met name als die het karakter hebben van ideologieën.

Maar ook op het niveau van de meer individuele, psychologische of emotionele, conversatie is overbekend dat er het nodige misgaat. Samen te vatten in de even bekende kreet: "Je luister niet naar me!".

Oftewel: je kan de beschrijving van dialoog ook beginnen met een beschrijving van het proces van "luisteren".

Hier een voorbeeld van iemand die deze aanpak heeft gekozen (de Volkskrant, 13-05-2020, door Gijs Beukers):
  Luister dan!

We zijn eigenlijk helemaal niet goed in luisteren, terwijl het wel veel kan opleveren. Journalist Kate Murphy sprak er spionnen, kappers en barkeepers over voor haar nieuwe boek.

Een goede aanpak! Gebruik de ervaringen en expertise van mensen bij wie het luisteren min of meer deel uitmaakt van hun beroepsuitoefening.
  Stel, iemand zegt tegen u: 'Onze hond ging er deze week vandoor. We hebben er drie dagen over gedaan om hem terug te vinden.'
    Reageert u dan met: a) 'Die van ons graaft altijd onder de schutting door, dus we laten hem nooit buiten, tenzij hij is aangelijnd' of b) 'O nee! Waar hebben jullie hem uiteindelijk gevonden?'    ...

Ook deze redactie, relatief beter onderlegd in dit proces door eerst het bestuderen van het eerste fatsoenlijk leesbare boek over dit soort processen: Language in Thought and Action uitleg of detail van S.I. Hyakawa, heeft er eerdere decennia dan jaren over gedaan om van het "a"-automatisme af te komen.
    Want dat is wat bemerkt werd tijdens het leerproces: het is een automatisme.
    Een automatisme dat sommige mensen niet hebben, maar de meeste wel.
    En daarbij moet je denken in verhoudingen in ieder geval voorbij de 80-20, en vermoedelijk ver voorbij.
    Om precies te zijn: pas later in het leerproces begon het op te vallen dat er mensen waren die het konden en hoe weinig dat er waren.
    En dat blijkt dus ook al beschreven te zijn:
  ...    Reageert u dan met: a) 'Die van ons graaft altijd onder de schutting door, dus we laten hem nooit buiten, tenzij hij is aangelijnd' of b) 'O nee! Waar hebben jullie hem uiteindelijk gevonden?'
    Kiest u voor b, een 'aanmoedigingsreactie', dan bent u een goede luisteraar die geïnteresseerd is in de ander. U bent ook een uitzondering, volgens een onderzoek uit de jaren tachtig van de Amerikaanse socioloog Charles Derber. De meeste deelnemers daaraan kozen voor a, een 'verschuivingsreactie' die de aandacht verlegt naar de luisteraar en symptomatisch is voor 'gespreksnarcisme'.    ...

Een term die wat te extreem lijkt voor een proces dat zo normaal is. In meer populaire termen:
  ...    'Interesse in anderen levert betekenisvolle relaties op', zegt Murphy via Skype vanuit Houston. 'Je maakt in twee maanden meer vrienden door je voor anderen te interesseren dan je in twee jaar maakt door te proberen hen in jou te interesseren', zo citeert ze Dale Carnegie (1888-1955), schrijver van Hoe je vrienden maakt en mensen beïnvloedt, een zelfhulpboek dat meer dan 30 miljoen keer is verkocht.    ...

En dat dus eignelijk bijzonder weinig heeft geholpen.
    Over "luisteren" gesproken ... Men heeft niet erg goed "geluisterd" naar Dale Carnegie. Thierry: "Ik ben voor behoud van mijn cultuur want die is mooi" - politiek-correcte: "Wat zeg je daar Thierry ...? Jij bent een xenofoob en racist!".
    En dat 'politiek-correcte' staat voor zowat de hele media, en een groot deel van de elite uitleg of detail .
  ...   Ook leert [leer, red.] je, door te luisteren.  ...

Klopt.
  ... door te luisteren. 'Het doel van een gesprek is dat je daarna het idee hebt dat je er iets van hebt opgestoken', schrijft Murphy in haar boek. 'Je kent jezelf al. ... '  ...

Hahaha!!!
    Nou, nee. Hier hoort te staan: "Men denkt zichzelf al te kennen ...".
    Daar zijn verschillende populaire wijsheden over zoals: "Men bedriegt vaker zichzelf dan een ander".
    En het niet-kunnen-luisteren is één van de symptomen van zichzelf niet kennen. Het werkt twee kanten op.
    En de theorie is mooi genoeg:
  ... 'Je kent jezelf al. Degene met wie je praat ken je nog niet en je weet ook nog niet wat je van zijn ervaringen kunt leren.'    ...

Klopt. Dat is één van de argumenten die deze redactie gebruikt heeft om zichzelf het luisteren bij te brengen.
  ... Luisteren is dus belangrijk. ...

Hoe kan je het zeggen ...
  ... Maar kunnen we het nog wel? Waarom is het zo moeilijk? En kunnen we het weer aanleren?
    Om met de eerste vraag te beginnen: de afgelopen decennia zijn we slechter gaan luisteren, zegt Murphy. Schuldig zijn de schermen. 'Wanneer je ergens door een buurt loopt', schrijft Murphy, 'leunt er bijna niemand meer over een schutting die je wenkt om een praatje te maken. Het enige teken van leven is de blauwe gloed van een tv- of computerscherm ergens boven.'

Klinkt nogal goedkoop ... Alsof er over die buurtheg zo veel betekenisvol wordt uitgewisseld ... Het overgrote deel daarvan is "standaardconversatie" in diverse vormen, zoals beschreven door Hayakawa ( "The language of social cohesion" ).
    Zoals verderop eigenlijk ook staat:
  ...     Facebook en Instagram hebben het probleem verergerd, maar niet veroorzaakt, vindt Murphy. Luisteren is volgens haar al langer ondergewaardeerd. In het toonaangevende The SAGE Handbook of Interpersonal Communication komt het woord 'luisteren' in het register niet voor. Op universiteiten zijn er voor studenten debatclubs en speechcursussen, maar wie beter wil leren luisteren, kan nergens terecht.    ...

Tot de echte oorzaken behoort dit:
  ...   Een andere oorzaak is neurologisch, zegt Murphy. 'We kunnen veel sneller luisteren dan de ander kan spreken. Luisteren neemt maar een fractie van je hersencapaciteit in beslag. Er is dus volop ruimte om af te dwalen, te denken aan de boodschappen die we nog moeten doen.'   ...

Slecht voorbeeld, dat laatste. Het al getoonde betere voorbeeld: je gaat wat de ander verteld te hebben meegemaakt onmiddellijk spiegelen aan je eigen ervaringen, om te kijken of je er voor jezelf wat van kan leren.
    Daarom is het vermoedelijk bijna een reflex: ervaring helpt bij overleven maar dan moet het wel je eigen ervaring worden.
    En ook deze oorzaak klinkt echt:
  ...   Dat doen we vooral als we denken te weten wat iemand gaat zeggen, een neiging die we vaker hebben bij goede bekenden. Niet voor niets, schrijft Murphy, behoren in een relatie 'Je luistert niet', 'Laat me nou eens uitpraten' en 'Dat zei ik helemaal niet' tot de meest gebezigde uitdrukkingen, na 'Ik hou van je'.   ...

Bingo!
    Andere meer secundair klinkende oorzaken:
  ...    Murphy vergelijkt het met het dagelijkse ritje naar werk. 'Na tientallen keren rijd je dat op de automatische piloot. Veranderingen in het landschap of nieuwe verkeersborden zie je daardoor niet meer. Een man in een gorillapak kan de weg oversteken en je hebt het niet eens in de gaten.'
    Herkenbaar is de situatie waarin een familielid of goede vriend iets voor jou onbekends vertelt aan iemand anders, waarna je zegt: 'Dat wist ik niet!' Murphy: 'Mogelijk stelt die ander betere vragen dan jij.'   ...

"Routine" of "sleur".
    Adviezen:
  ...   Vraag je voortdurend af waarom mensen iets vertellen en let daarbij niet alleen op wat ze zeggen, maar ook hoe, schrijft Murphy. Zegt een collega dat ze een etage lager gaat werken, bied haar dan geen kartonnen dozen aan, maar luister en kijk of ze het met tegenzin of opluchting zegt, en pas je reactie daarop aan.   ...

Behandeld door Hayakawa in "The language of social coheseion": "Got a flat tyre?" "Can't you see?" .
  ...   Murphy pleit voor meer stiltes, aangekondigd door een opmerking als: 'Daar moet ik even over nadenken.' Daarmee laat je merken 'dat je recht wil doen aan wat de ander heeft gezegd', schrijft ze. ...
    Gezonde nieuwsgierigheid helpt, zegt Murphy. 'Luisteren is niet vervelend, het is geweldig. Als journalist heb ik geleerd dat iedereen een interessant verhaal heeft, als je ze de tijd en ruimte geeft om het te vertellen.'   ...

Meer adviezen.
  ...   Niet alleen is het belangrijk om vragen te stellen, het moeten ook de goede vragen zijn. 'Wat doe je?', 'In welke buurt woon je?', en 'Heb je kinderen?' zijn dat niet. Murphy: 'Daarmee wek je niet de indruk ze te willen leren kennen. Dat zijn verhoorvragen waarmee je mensen in een bepaalde hiërarchie probeert te plaatsen. Op hun beurt zullen zij hun vaste riedeltje afsteken en hun cv oplepelen.'    ...

De lessen voor gevorderden.
  ...   Stel open vragen, raadt Murphy aan. 'Wat was je reactie?' en niet 'Werd je daar niet boos om?' Volgens haar zijn vragen die beginnen met 'Denk je niet dat...', 'Ben je het niet met me eens dat...' verhulde verschuivingsreacties die incomplete antwoorden opleveren.    ...

Kijk naar hoe in tv-journaals de presentator de verslaggever ter velde interviewt, en je krijgt eindeloze lessen in gesloten vragen. Tot aan het niveau "Gerrit, het weer was prachtig vandaag. Daar hebben de dagjesmensen natuurlijk van genoten" (let op: zonder vraagteken aan het einde).
    Waarna het artikel besluit met wat opmerkingen over non-verbale communicatie (heel belangrijk, inderdaad), maar dat is dus grotendeels beperkt tot het individuele en psychologische vlak, wat hier niet echt het item is.
    Al met al toch zeer leerzaam, om naar deze mevrouw geluisterd te hebben.


Naar Alg. semantiek, trainingsprogramma  , of site home  ·.

23 mei 2020