WERELD & DENKEN
 
 

De geest en de werkelijkheid

22 okt.2003

Strikt gezien is het zo dat iedere individuele mens de schepper is van zijn eigen wereld. Want alles wat de mens ziet of waarneemt speelt zich strikt genomen niet af in de buitenwereld, maar in zijn hoofd. Zelfs zoiets schijnbaar directs als het zien is een hersenconstructie: het linkeroog levert een plat beeld, en het rechteroog levert een plat beeld. Het zijn de hersenen die de twee platte beelden herconstrueren tot een wereld met diepte, de echte buitenwereld. En voor minder directe zaken dan het zien geldt natuurlijk nog veel meer dat het “slechts” constructies van onze hersenen zijn.

De filosofische term die overeenkomt met die strikte uitleg is solipsisme: de visie dat wat de mens beleeft uitsluitend zijn eigen fantasie is. Het solipsisme zelf is gemakkelijk te weerleggen: je doodt gewoon iedere solipsist. Morele bezwaren hiertegen zijn onzin in de ogen van het strikte solipsisme: het doden is toch slechts een daad in de eigen verbeelding, en dus geen echte moord op een ander persoon .

De rationele visie is het eens met het solipsisme in de constatering dat alle ervaringen van een mens, en zijn gedachten over die ervaringen, zich in zijn eigen hoofd afspelen. Maar daar houdt de overeenkomst op. De rationele visie is dat de bewustzijnservaringen van de mens direct te maken hebben met een buiten de mens staande, objectieve, werkelijkheid. In feite zijn de belangrijkste aspecten van deze aanname al aanwezig in een andere aanname: dat andere mensen een van het eigen ik onafhankelijk bestaan hebben. Daar is geen bewijs voor, maar het erg eigenaardig dat vrijwel iedereen in zijn hoofd ervaringen met andere mensen heeft die onaangenaam tot zeer onaangenaam zijn, en je zou denken dat mensen niet vrijwillig dat soort ervaringen gaan fantaseren.

Uit het objectieve bestaan van andere personen kunnen direct concrete aanwijzingen gehaald worden die wijzen op een objectieve werkelijkheid. Zo is er het feit dat iemand samen met iemand anders in de rivier kan springen, en met die ander kan praten over een groot aantal gelijke ervaringen door die sprong. Kennelijk is die rivier iets dat niet alleen in het hoofd van de een of van de ander bestaat, maar bestaat hij in iets gemeenschappelijks. En er is een oneindige hoeveelheid van dit soort gemeenschappelijke ervaringen. De pure hoeveelheid ervan geven die aanwijzingen de waarde van een bewijs van het bestaan van een gemeenschappelijke werkelijkheid. Het is dat gemeenschappelijke dat de mensheid "de wereld" noemt.

Naast de overeenkomsten in de beelden van de werkelijkheid, zijn er ook verschillen. Van de twee mensen die in de rivier springen, kan de een de temperatuur van het water als koud, onaangenaam, ervaren, en de ander als warm, aangenaam. Dit staat naast het feit dat er ook een objectieve, gemeenschappelijke, en dus werkelijke temperatuur valt vast te stellen. En net als de overeenkomsten komen ook de verschillen in oneindige hoeveelheid en variaties voor. De rationele visie is dat die verschillen een afgeleide zijn van de overeenkomsten, dat wil zeggen: de overeenkomsten zijn primair, en de verschillen een bijverschijnsel dat afgemeten wordt aan de overeenkomsten, aan de wereld.

Deze beschrijving van de stand van zaken rond geest en werkelijkheid is algemeen bekend in de zin dat de meeste mensen er in de meeste dagelijkse omstandigheden naar handelen: het doden van een ander mens wordt beschouwd als moord, dat wil zeggen het doden van een onafhankelijk-van-het-ik bestaand individu. Ook de realiteit van zaken als bruggen, wegen en auto’s wordt niet betwijfeld. Meestal beginnen de problemen met de werkelijkheid daar waar de werkelijkheid de vrijheid van het eigen ik beperkt: zo zijn er velen van overtuigd dat rode stoplichten, snelheidsbeperkingen, en dergelijke slechts belangrijk zijn voor anderen, of deel uit maken van de wereld van anderen, of een andere vorm van relatief bestaan hebben. Dit is een tegenstelling tussen werkelijkheid, de ratio, en gevoeld eigenbelang, de emotie.

Een derde aspect aan de verhouding tussen geest en werkelijkheid is het feit dat de geest in staat is tot het oproepen van beelden die onafhankelijk zijn van de materiële werkelijkheid. Een voor de hand liggend voorbeeld is muziek. Muziek heeft geen enkel verband met iets in de objectieve werkelijkheid, behalve de middelen van transport van mens naar mens (instrument, lucht, oor, enzovoort). Er is dus geen één-op-één relatie tussen werkelijkheid en geest, maar in bepaalde betekenis is de geest dus groter: ze kan begrippen bevatten die geen deel van de werkelijkheid uitmaken. Op dit terrein vindt men zaken als creativiteit, goed- en slechtheid, alle kunstzinnige uitingen, en alle ideeën van een hogere ordening, waaronder religie en wetenschap; meer daarover hier .

Er zijn dus twee "problemen" in de relatie tussen geest en werkelijkheid: een gebrekkige waarneming door de geest van de werkelijkheid, een verlies naar onderen, en een capaciteit om die werkelijkheid te overstijgen, een winst naar boven - de verbeelding. Het is ongetwijfeld zo dat het overstijgende van de verbeelding hetgeen is dat de mens in staat stelt een betrouwbaar beeld van de werkelijkheid te vormen, en dat het datgene is dat de moderne mens, homo sapiens, onderscheidt van zijn directe voorgangers, en de overige dieren .

Maar het is dit onbewust besef dat bij velen ook een overdadige nadruk op de verbeelding geeft, wat er in vele gevallen toe leidt dat de verbeelding in strijd raakt met de werkelijkheid. Het meest opvallend gebeurt dat natuurlijk bij het bewust fout voorstellen van die werkelijkheid, wat we "liegen" noemen. De slechte invloed die liegen heeft op een deel van de geest is inmiddels bekend . Het leidt weinig twijfel dat dit soort deelprocessen schadelijk zijn voor het denken en het bewustzijn als geheel: wie liegt over een deel van de werkelijkheid, heeft ongetwijfeld ook moeite met de relatie tussen de overige delen van zijn geest en de overige delen van de werkelijkheid. Daarbij is het al aangetoond dat geestelijke schade herkenbaar is als hersenschade (de Volkskrant, 24-10-2006, door Simone de Schipper):

  De hersenen van oorlogsveteranen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) zien er anders uit dan de hersenen van gezonde veteranen. PTSS-veteranen voelen lichamelijke pijn minder. Ook blijkt de pijnverwerking in hun hersenen anders te zijn.
    Dit concludeert neuropsycholoog Elbert Geuze uit onderzoek waarop hij vandaag promoveert. ...

Het is niet minder waarschijnlijk is dat geestes- of hersenschade ook gecorreleerd is aan lichamelijke verschijnselen, bijvoorbeeld aan het uiterlijk .

Net als alle andere eigenschappen is de geneigdheid tot het behouden van een nauwe relatie met de werkelijkheid ook in verschillende mate bij verschillende mensen en groepen aanwezig. het snelst zit men dat natuurlijk bij diverse beroepsgroepen - bekend is dat beroepsgroep die het best omgaat met de werkelijkheid, met de feiten, de natuurwetenschappers zijn, de bèta's - en als men het beperkt tot de wetenschappen, zijn de alfa's daarin het slechtst; meer daarover hier , en voor de sociologische aspecten ervan hier .

Het duidelijkst wordt de schade van het "liegen" natuurlijk bij de mensen wier professionele activiteiten bestaan uit het niet-vertellen van de werkelijkheid: kunstenaars, en met name literatoren. Bij literatoren kan men dan ook een uitgesproken afkeer vinden voor die processen die staan voor de slechte relatie tussen geest en werkelijkheid, de dingen die de overige mensen meestal scharen onder het begrip slechtheid .

Naast de al geconstateerde tegenstelling tussen werkelijkheid en eigenbelang, ontstaan er ook heel vaak conflicten tussen de werkelijkheid en de in het vrije deel van de geest ontwikkelde hogere begrippen. Deze beide processen leiden vaak tot afweerprocessen tegen de werkelijkheid (deze psychologische weerstand tegen de werkelijkheid is het eigenlijke hoofdonderwerp van deze site). Verder daarover in De weerstand tegen de ratio .


Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .