WERELD & DENKEN
 
 

Alfa- en bèta-denken, sociologisch

28 okt.2006

De termen alfa's en bèta's als beschrijving van mensen maken een indeling naar de geneigdheid tot emotioneel en rationeel denken, waarbij de meest kenmerkende uiting van het emotionele de kunst is, en die van de ratio in de wetenschap ligt, of nauwkeuriger: de natuurwetenschap. In Het alfa en bèta denken  hebben we de psychologische achtergrond van de twee termen belicht, en gezien dat ze zelfs terug te vinden zijn in fysiologische verschillen. Hier gaat het over de maatschappelijke uitingsvormen ervan.

De termen "alfa" en "bèta" stammen oorspronkelijk uit de academische wereld, waar men ook nog een derde groep groep kent, weinig origineel de gamma's gedoopt, bestaande uit de menswetenschappen, die sterk opgekomen zijn in de twintigste eeuw, met als belangrijkste sociologie, psychologie en economie. In wetenschappelijk opzicht nemen ze in de alfa-bèta tweedeling min of meer een middenpositie in, met binnen hun eigen vakken deeldisciplines die meer naar de alfa- of bèta-kant neigen, waarbij ze in de loop van de tijd geleidelijk meer naar de bèta-kant gaan, zoals in de sociologie in het nature-nurture debat  , en in de psychologische praktijk de succesvollere moderne behandelingen voor psychologische problemen steeds meer een bèta-achtige aanpak hebben, waarbij gekozen wordt voor een directe benadering in termen van specifieke eindtermen, barrières, en paden naar de oplossing  (meer over de gammawetenschappen hier  ). Maar als men in de praktische maatschappij kijkt naar de rollen van de diverse groepen, staan de gamma's grotendeels aan dezelfde kant als de alfa's, en hier worden alfa's en gamma's daarom voorlopig gezien als één groep onder de noemer alfa's, in de komende sociologische vergelijking met de bèta's.

De kenmerkende verschillen tussen alfa's en bèta's zijn zodanig duidelijk en evident, dat de groepen zelfs fysiek te onderscheiden zijn, zoals iedere student een groepje natuurkundigen perfect kan onderscheiden van een groepje medicijnenstudenten of rechtenstudenten. In termen van geesteshoudingen gaat het over keuzes als tussen vorm of inhoud, idealisme of realisme, woorden of cijfers, emotie of ratio, macht of gezag, enzovoort. Die verschillen in geesteshouding  leiden tot de hier te bespreken verschillen in sociologisch gedrag - een aantal van die relaties is verzameld in het overzicht te vinden hier  .

Ieder van de genoemde psychologische verschillen is nauwelijks tot niet omstreden: de alfa gaat bij het beoordelen van een een stukje schrijfwerk veel meer voor de vorm dan een bèta. De houding van de laatste is: als de boodschap maar overkomt. Wat betreft idealisme en realisme ligt het bal even duidelijk: de bèta kan zich moeilijk idealen veroorloven - de praktijk of het experiment wijst al heel snel op een uitzondering, of zelfs het tegendeel. Wat betreft woorden of cijfers is de afkeer van de alfa voor cijfers bijna spreekwoordelijk. Over emotie en ratio hoeven we het helemaal niet te hebben. En de gaat bij het overnemen van een oordeel veel meer af op de inhoud van het gestelde, dat wil zeggen: de competentie van de ander, dan de alfa, die zich veel meer laat leiden door de uitstraling, de emotie van de ander.

Maar zet het nu eens op een rijtje: de alfa's volgen meer de begrippen vorm  , idealisme, woorden  , emotie, macht, inspiratie, enzovoort, en bèta's volgen meer de inhoud, realisme, cijfers, ratio, gezag, vakmanschap  enzovoort - voor een overzicht, zie hier  . Wie met die rijtjes in de hand naar onze maatschappij kijkt, ziet meteen wie daar de baas zijn: de alfa's.

Dat is misschien niet verwonderlijk, als je beseft dat veel van cultuur en sfeer in de maatschappij bepaald wordt door mensen als journalisten, schrijvers, cabaretiers en dergelijke, en dat dit van nature vrijwel allemaal alfa's zijn  . Die volgen natuurlijkerwijs de zaken waar ze zelf het dichtst bij staan, waar ze het meest belangstelling voor hebben, en dat zijn dus alfa-zaken. Het gevolg is dat kennis en wetenschap die zeker ook een essentieel van onze cultuur uitmaakt, die van de natuurwetenschappen, die van de bèta-wereld, in hoge mate onbekende zijn  , genegeerd worden  , en vaak zelfs misprezen wordt  , met name in de media  - en voor wie het te veel moeite is om álle links langs te lopen: soms, als de nood hoog wordt, willen ze het zelfs wel erkennen  . De ultieme enkelvoudige illustratie is gegeven door de commissie die de nieuwe historische canon heeft samengesteld, met als enige bèta-inbreng een hobby-astronoom  ; kortom: de bèta's werden gewoon vergeten.

Dit geldt ook in hoge mate voor de politiek, waar ook presentatie en "persoonlijkheid" doorslaggevender zijn dan concreet beleid en inhoud. En omdat dit allang zo is, trekken deze velden ook veel meer mensen aan: het lijkt dat alfa's in de meerderheid zijn in op zijn minst de verhouding 3 op 1  , maar wie bijvoorbeeld op de universiteiten kijkt, ziet dat dit mogelijkerwijs hoger ligt. En in de politiek, die tak van de maatschappij die in de hoogste mate haar functioneren bepaalt, zijn de alfa's altijd volkomen dominant geweest  .

Deze constatering van de tweespalt tussen alfa en bèta denken in de politiek is niet nieuw. De eerste openbare uiting ervan was een rede door de schrijver en wetenschapper C.P. Snow  , gegeven in 1959, genaamd The Two Cultures, uitgewerkt in het 1963 verschenen boek met dezelfde naam. Dit boek is een klassieker binnen de filosofie van de natuurwetenschappen. Buiten deze kringen is het echter weinig bekend volgende het alom bestaande misverstand dat wetenschap in de politiek alleen ter sprake moet komen bij zaken als die van medische ethiek en biotechnologische ethiek - en zelfs dan wordt er meestal niet echt geluisterd. Een houding die nog steeds geldt, en ook in Nederland natuurlijk  .

Maar iemand die de wereld met een morele blik bekijkt, herkent met de tweedeling tussen  wetenschap en politiek ook meteen een paar andere, namelijk die tussen betrouwbaarheid en verraad, tussen samenwerking en "vechtpartijen", recht-door-zee en achterbaksheid, en meer van het soort dingen dat een politiek een spreekwoordelijke slechte naam heeft gegeven. Of in algemene morele termen zien we in de wetenschap het goede en het  constructieve in de mens, en de politiek voor het vunzige, het slechte.

Vergelijk dit nu met het eerder genoemde rijtje van verschillen in eigenschappen van alfa's en bèta's: vorm, idealisme, woorden, emotie, macht,  enzovoort, versus inhoud, realisme, cijfers, ratio, gezag, enzovoort. Hier het morele oog op werpende, ziet men precies dezelfde verschillen als die bij politiek en wetenschap. Het lijkt een niet al te stoutmoedige aanname om te veronderstellen dat die slechte morele eigenschappen van politiek direct samenhangen met het feit dat ze gedomineerd wordt door de alfa's  , en daardoor de slechte eigenschappen van het alfa-denken heeft   .

De dominantie van het alfa-denken in de politiek heeft tot grote maatschappelijke problemen geleidt. Zo is kernenergie tientallen jaren onbespreekbaar geweest vanwege een afvalprobleem, terwijl het veel grotere afvalprobleem van fossiele brandstoffen werd genegeerd  . Zo heeft men decennia lang het lof gestoken op de diensteneconomie, negerende dat onze import betaald moet worden met export  . Zo heeft men de immigratie van honderdduizenden uit sociaal en economisch achtergebleven gebieden als het Turkse Anatolië en het Marokkaanse Rifgebergte toegelaten, negerende de problemen ten gevolge van de culturele verschillen die wel moesten komen  . En zo heeft men gedurende dertig jaar het onderwijs uitgehold uitgaande van het gelijkheidsbeginsel, negerende het simpele feit dat mensen niet gelijk zijn en ieder naar zijn mogelijkheden moet worden aangesproken  .

Gezien de toenemende ernst van die maatschappelijke problemen is het dus zaak om in de top van de maatschappij, bij politici en andere machthebbers op alle niveaus, een meer bèta-achtige manier van denken en aanpak aan te bevorderen, inclusief het onderdrukken van de neiging tot onjuiste voorlichting en andere vormen van bedrog.

Er zijn twee principiële mogelijkheden om dit aan te pakken, de eerste zijnde het veranderen van de huidige machthebbers. Dat blijkt voortdurend een zeer moeizame zaak, met als meest recente en dramatische voorbeeld de klimaatcrisis: zodra zich ook maar enige uitvlucht  voordoet, in dit geval een paar fouten in het IPCC-rapport dat de klimaatverandering heeft aangetoond, vlucht men weg in smoezen om niets te hoeven doen. Dit verschijnsel is beschreven door de natuurkundige Max Planck: "Nieuwe ideeën komen niet tot invoering omdat de aanhangers van de oude ideeën overtuigd worden, maar omdat ze uitsterven". Een verschijnsel dat zeer versterkt wordt door intense afkeer die alfa's/gamma's en bestuurderen hebben van de bèta-wereld, en alles (zie het rijtje boven) wat dat inhoudt - meer daarover hier  .

De oplossing moet natuurlijk komen van de tweede methode: het geleidelijk vervangen van de oude machthebbers door nieuwe. Daaraan is eigenlijk niets bijzonders. De hele geschiedenis van culturen laat zien dat het gaat om de kwaliteit waarmee ze bestuurd werden, met als voorlopige hoogtepunt de westerse cultuur waarin persoonlijke kwaliteiten als meeste de doorslag geven ten opzichte zaken als afkomst en contacten.

Het punt is dat we in onze huidige cultuur daar slechts een kleine stap in zijn gevorderd. De huidige manier van selecteren van mensen voor banen heeft nog zeer veel weg van de oude manieren  , waarin afkomst en onbelangrijke zaken als sociale vaardigheden en taalbeheersing een hoofdrolspelen. De vooruitgang van de beschaving laat hier overduidelijk de weg naar de toekomst zien, namelijk die naar een grotere meritocratie: baan naar capaciteiten, beloning naar verdienste, en gezag boven macht  . Zaken waar de alfa's/gamma's intuïtief tegen zijn     .

De beschrijving van de psychologische voorkeuren en houdingen van alfa's/gamma's en bèta's  en de bijbehorende sociologisch gedrag  laten eigenlijk zonder verdere toelichting al zien dat de groepen zich aan wederzijdse kant in het strijdperk van gezag en macht, de bèta's, de dragers van wetenschap rationaliteit en verlichting, aan de kant van het gezag, de kant van de beschaving. Niet dat er geen (kleinere of grotere groepen) alfa's/gamma's zijn die niet bijdragen aan de beschaving of er geen bèta's zijn die daaraan schade aanrichten, maar de trends zijn overduidelijk.

Het lijkt bijzonder moeilijk om deze oplossingen te implementeren. De meest haalbare mogelijkheid lijkt het opvoeden van de jeugd in de nieuwe waarden, dat wil zeggen het veranderen van ons onderwijs. De moeilijkheid daarvan wordt geïllustreerd door het feit dat gedurende de laatste veertig jaar de omgekeerde beweging is gevolgd, van inhoudelijk naar op gelijkwaardigheids-idealen gebaseerd competentieonderwijs  - meer over de vernietigende rol van het alfa-denken op het onderwijs hier  . De strijd om de vooruitgang zal zich in belangrijke mate op het niveau van het onderwijs afspelen - meer daarover hier  .

Deze veranderingen zullen op zijn best geleidelijk en waarschijnlijk langzaam verlopen - de klimaatdiscussie in het algemeen en het geval van de fouten in het IPCC-rapport laten zien dat hoe lang de weg is die afgelegd moet worden. Het laat ook zien dat het een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid heeft dat voor substantieel vooruitgang op dit terrein eerst een echte ramp zal moeten plaatsvinden. Het valt te hopen dat het dan niet meteen de laatste menselijke ramp is  .


Naar Alfa en bèta, psychologisch  , Alfa wereld  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home  .