Onderwijs, managers

1 apr.2010

Het was natuurlijk voornamelijk ideologie, maar de waanzinnige schaalvergroting ook in het onderwijs werd verkocht als een vorm van efficiëntie, dus ook van bezuiniging. De efficiëntie zou voor een groot komen uit het verminderen van de bestuurlijke overhead door de samenvoeging van besturen
    Als men niet verblind was geweest door ideologie, had men geweten dat het precies andersom was; in grote organisatie gaat besturen een specialisatie worden,die razendsnel uitgroeit tot een waterhoofd dat nauwelijks tot geen contact meer heeft met de werkvloer. Tot aparte gebouwen op andere locaties aan toe. Dit is al bekend sinds het verschijnen van Parkinson's Law in 1958 uitleg of detail (Wikipedia).


Uit: De Volkskrant, 04-01-2010, door Presley Bergen, docent op het hbo en bestuurder van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON)

Zorg eerst dat het geld de leerling bereikt

Het kabinet wil 35 miljard bezuinigen en heeft speciale commissies aan het werk gezet. Een aantal specialisten geeft hier een voorzet. Vandaag: Presley Bergen specialisme: onderwijs

De deplorabele staat van ons onderwijs vraagt eerder om investeringen dan bezuinigingen. Helemaal in een samenleving die zich kenniseconomie wil noemen. Het Europese gemiddelde volgend, zou er wel zeker 1 procent van het bbp (7,5 miljard) bij moeten.
    Wel is helder dat aan de besteding van het huidige onderwijsbudget (ruim 30 miljard euro) nog veel te verbeteren valt. Van elke euro die overheid, de belastingbetaler dus, aan onderwijs uitgeeft, gaat nu gemiddeld minder dan de helft naar de leerling en de leraar. ...
    Wat gebeurt er met al dat geld? Waar vroeger Nederland bezaaid was met honderden hogescholen en scholen voor mbo hebben we nu een dikke dertig hogescholen en even zoveel roc’s, mastodonten met tienduizenden leerlingen. Een instituut voor beroepsonderwijs van zo’n vijftien jaar geleden had, naast het onderwijspersoneel, onderwijsondersteunend personeel (conciërge, technisch onderwijs assistenten en een enkele leerkracht die als coördinator de directeur ondersteunde), een administratie, een roostermaker en een klein bureau ict. En dan was er de directeur die in grote scholen werd ondersteund door een onderdirecteur. Deze twee directeuren hadden één directiesecretaresse.
    In het ‘nieuwe’ beroepsonderwijs is het aantal functies bijna niet meer te tellen. Er zijn nu conciërges aangevuld met beveiliging, vele ict- medewerkers, toezichthouders in Open Leer Centra of Multimediale Centra, stagebureaus, examenbureaus, onderwijsontwikkelaars, communicatiedeskundigen, volledige personeelsdiensten met personeelsmanagers, personeelsmanagersadviseurs en vastgoedmanagers. De directeur is vervangen door een eerstelijnmanager met boven zich een sectordirecteur, locatiedirecteur, dagelijks bestuur en raad van toezicht. Het bestuur weet boven zich ook nog de mbo- of hbo-raad.
    Ook externe clubjes graaien mee uit de onderwijspot. Bij de behandeling van de onderwijsbegroting werd duidelijk dat ruim 900 miljoen subsidie wordt verstrekt aan tientallen projecten en onderwijsadviesbureaus, en aan allerlei bestuursraden zonder dat de overheid precies weet wat met dat geld gebeurt. Zo vertegenwoordigen de raden van bestuurders (hbo-, vo-, mbo-, en po-raad) zogenaamd de leraar en de klassen. In feite zijn het echter verenigingen van schoolbestuurders. Naast de subsidies die zij ontvangen, vragen zij scholen miljoenen euro’s aan contributie.
    Het is een volkomen overbodig gecreëerd middenveld dat de taak van het ministerie heeft overgenomen met honderden personeelsleden en natuurlijk een hiërarchisch opgebouwd personeelsbestand met medewerkers, eerstelijnmanagers, adjunct-directeuren, directeuren, sectordirecteuren en een centrale raad van bestuur.   ...


Red.:   De helft van het geld gaat al naar dit soort lieden. En hier hoe ze presteren - de delen van het betoog dat ter verdediging van het competentiegericht onderwijs zijn hebben we grotendeels geschrapt. Het gaat hier om de verklaring van de problemen ermee, volgens de auteur:


Uit: De Volkskrant, 31-03-2010, door Ton van Beuningen, docent ROC Flevoland, Almere

Middelbaar beroepsonderwijs ligt onder vuur

Competentiegericht onderwijs is zondebok

Managers hebben het beroepsonderwijs aan een slechte naam geholpen. Iedere zwakke opleiding is er een teveel.

Er is veel kritiek op het competentiegericht onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Op Forum (15 maart) verscheen een artikel van Harm Beertema, bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON), en afgelopen zondag besteedde Zembla er aandacht aan.
    Beertema beschrijft hoe de overheid zich heeft teruggetrokken uit het onderwijs, hoe de managers de macht naar zich toe hebben getrokken en op intimiderende wijze het competentiegericht onderwijs hebben ingevoerd. En dan opeens slaan zij om als een blad aan de boom en komt Beertema tot de conclusie dat kennis in het onderwijs weer mag. Maar is kennis in het onderwijs ooit verboden geweest?
    In Zembla was hetzelfde beeld te zien. De uitzending ging over roosters die niet in orde waren, over lessen die uitgevallen waren door het lerarentekort, over verkeerde besteding van gelden, over klagende studenten, kortom over de slechte organisatie van scholen. En soms, heel even, ging Zembla over het competentiegericht onderwijs. Ad Verbrugge, bestuursvoorzitter van BON, sprak vooral over de verkeerde besteding van gelden en de slechte organisatie. Maar wat heeft dat alles met competentiegericht onderwijs te maken?
    Volgens Beertema zijn competenties vaag. Zeker is dat competenties te maken hebben met kennis, vaardigheden en houding. ...
    In de projecten moeten de studenten het geleerde in de praktijk brengen. Hier leren zij samenwerken. ...
    Competentiegericht onderwijs betekent dus niet ...
    De kwaliteit van het onderwijs baart ook mij zorgen. Managers hebben van de invoering van competentiegericht onderwijs misbruik gemaakt door te bezuinigen. Ze hebben verhullende termen bedacht als ‘ontdekkend leren’ en ‘actief praktijkleren’ om die bezuinigingen te rechtvaardigen. Maar dat heeft niets met competentiegericht onderwijs te maken. Managers hebben docenten op het verkeerde been gezet en dit onderwijs een slechte naam bezorgd; studenten zijn de dupe. Maar competentiegericht onderwijs is niet per definitie slecht. Het heeft veel te bieden aan studentenmits op de juiste wijze en met de goede middelen uitgevoerd.
    ... Laten we de discussie zuiver voeren en het handelen van managers en andere onderwijsfunctionarissen niet verwarren met competentiegericht onderwijs.


Red.:   En die managers vinden natuurlijk zelf dat ze het heel goed doen - de volgende is er eentje ven het soort dat zichzelf verzameld heeft in een beroepsclub, die voor veel geld advies geven aan andere managertypes:


Uit: De Volkskrant, 31-03-2010, door Henk Hendriks, directeur adviesbureau Van Beekveld & Terpstra

Stuur uw kind gerust naar het mbo. Dat is heel verantwoord

Tussentitel: Onzin dat geen monteur cv-ketel meer kan repareren

De media schetsen een ontluisterend beeld van het mbo: leerlingen die geen les meer krijgen, onderwijsvernieuwingen en examens die niet deugen, veel zwakke opleidingen en te grote scholen. Kun je je kind nog met een gerust hart naar het mbo sturen?   ...
    Het mbo werkt sinds 2004 aan de invoering van competentiegericht onderwijs. Dit onderwijs is gebaseerd op nieuwe kwalificatiedossiers, waarin staat wat de leerlingen moeten leren. In deze dossiers zit (net als vroeger) de (vak)kennis en (vak)vaardigheid die nodig zijn voor het beroep. Maar er ligt meer nadruk op het kunnen toepassen hiervan in de praktijk.
    De suggestie dat een cv-monteur tegenwoordig wel zijn vieze schoenen uitdoet bij de voordeur, maar geen cv meer kan repareren, omdat dit niet langer wordt geleerd, is klinkklare onzin. Competentiegericht onderwijs richt zich juist op het kunnen uitvoeren van de beroepshandelingen. De opleidingen zijn meer dan vroeger gericht op ‘al doende leren’, een zeer geschikte leerstijl voor leerlingen in het mbo (veelal doeners). De ongediplomeerde uitval daalt dan ook.
    Vernieuwen is nooit makkelijk. Soms moest werkende weg worden uitgevonden hoe het onderwijs het best ingericht kon worden. Maar geleidelijk hebben mbo-opleidingen meer grip op de zaak gekregen.
    Onderzoek van de inspectie in 2009 toont aan dat het evenwicht tussen kennis, vaardigheden en houding in de opleidingen is toegenomen, evenals de afwisseling in werkvormen. Voor leerlingen geeft dat meer structuur. Er is meer variatie in werkvormen en een verbeterde aanpak van beoordelingen.   ...


Red.:   Kortom: Het idee is prachtig en het gaat allemaal goed en steeds beter. Dit is de werkelijkheid:


Uit: De Volkskrant, 06-04-2010, door Matthijs van Hugten, student mbo

Mbo-student krijgt niet wat hij vraagt: les, structuur, duidelijkheid

Zelfs in een mbo-klas met vier leerlingen kunnen drie begeleidende docenten nog niet voor structuur zorgen.

Mijn naam is Matthijs van Hugten en ik ben student op de school voor Handel en Marketing van het roc Eindhoven. Ik zit in het tweede leerjaar van de studie International Business Studies.
    Onlangs hadden we een debatdag over mbo-scholen en ik was daarom benieuwd naar het stuk van Henk Hendriks met de kop ‘Stuur uw kind gerust naar het mbo’ (Opinie, 31 maart). Ik ergerde mij eraan dat het nog steeds niet doordringt tot de top van het onderwijs hoe het er werkelijk aan toegaat op het mbo.
    Ik zit anderhalf jaar op deze school en ik vind het zeer vreemd dat op een school voor Handel en Marketing, waar je leert hoe je moet omgaan met klanten, erg slecht geluisterd wordt naar waar de leerling om vraagt: les, structuur en duidelijkheid.
    We begonnen met een klas van veertien leerlingen; er zijn er nog vier over. Dat ligt niet alleen aan de school, ook de studenten hebben fouten gemaakt. Wat ik de school wel verwijt, is dat de uitval niet is voorkomen door een betere begeleiding van de studenten.
    Minstens zo opmerkelijk is dat het zelfs in een klas van vier leerlingen en drie vaste begeleidende docenten moeilijk blijkt om voor duidelijkheid en structuur te zorgen. Er zijn nog steeds docenten die voor de klas gaan zitten afwachten tot de leerlingen ergens mee komen. In theorie leuk, in de praktijk niet. Als de leerlingen niet binnen enkele minuten komen met vragen of opmerkingen over hun werk, verlaat de docent de klas om op zijn kantoor verder te gaan met zijn eigen werk. Wel blijft hij beschikbaar voor vragen.
    Wat ik heel erg mis, en ik denk dat dat geldt voor meerdere mbo’s, is dat er niet genoeg geluisterd wordt naar de studenten. Er wordt iets aangeboden en daar moet de student maar genoegen mee nemen.
    Opvallend is dat Hendriks schrijft op basis van statistieken. Dat een docent aanwezig is, betekent echter nog niet dat hij ook daadwerkelijk les geeft. De leden van het managementteam zijn amper op de hoogte van wat er in de klas gebeurt.  ...
    Ik wil mbo-scholen niet in een slecht daglicht stellen, maar mensen bewust maken van de problemen die nog steeds bestaan op mbo-scholen, in de hoop op verbetering.


Red.:   Hoe groter de organisatie, hoe groter de ellende:


Uit: De Volkskrant, 11-05-2010, van verslaggever Robin Gerrits

School moet niet zomaar alleen verder kunnen gaan

Scholen moeten niet zomaar uit een bestuursverband kunnen stappen om alleen verder te gaan. Voordat aansluiting bij een ander schoolbestuur of verzelfstandiging in beeld komt, moeten alle mogelijkheden voor een eigen positie binnen het bestaande bestuur worden verkend.

Dat stelt de Onderwijsraad in het advies Verzelfstandiging in het onderwijs, dat vandaag in Den Haag wordt gepresenteerd. De kwestie is actueel omdat schoolbesturen de laatste jaren van de overheid veel meer macht hebben gekregen. Bovendien voeren besturen door de schaalvergroting van de laatste decennia het gezag over gemiddeld steeds meer scholen. Ouders, schoolleiding en docenten hebben soms het gevoel dat de identiteit van de school hierdoor onder druk staat.
    ‘Zie dit advies zeker als correctie op de fusietrend van de afgelopen tijd’, zegt voorzitter Fons van Wieringen van de Onderwijsraad. ‘Het bestaande stelsel heeft een sterke schaalvergroting en daarmee eenvormigheid tot gevolg gehad. Daar is de kwaliteit van het onderwijs niet altijd mee gediend.’
     Toch ontraadt het adviesorgaan daadwerkelijk vertrek van een school. Het bestuur moet hierover het laatste woord houden, vindt de raad. ‘Niet alleen omdat het vaak juist de sterke scholen zijn die willen vertrekken en je de achterblijvers moet beschermen’, zegt Van Wieringen. ‘Maar een school is ook geen circustent die je hier afbreekt en zomaar elders weer opbouwt.’
    Het moet om het onderwijs gaan, niet om de bestuursvorm. ‘Deze conflicten ontstaan doorgaans als de visie van ouders en leraren op het onderwijs botst met die van het schoolbestuur’, zegt Van Wieringen. ...


IRP:
   De Onderwijsraad is een producent van de meest waanzinnige voorstellen, ongetwijfeld omdat ze bezet wordt door bestuurders of mensen met de bijpassende mentaliteit. Fons van Wieringen is  een klassieke voorbeeld van dergelijke figuren. En natuurlijk keert hij zich tegen de mogelijkheid van scholen, hen gegeven door de politiek vanwege de slechte ervaringen, om onder het bestuursjuk van veel te grote organisaties uit te komen.
    Een van de manieren waarop de besturen en ouders in conflict kunnen komen is deze:

  Voor het Gymnasium Celeanum in Zwolle (bijna 800 leerlingen) ging het tien jaar geleden bijna mis. Tot die tijd dreef de school mee op de golven van populariteit van het klassieke onderwijs.
    Maar in 1998 verzelfstandigden de openbare scholen in Zwolle en omgeving en kwam er een actief bestuur (Openbaar Onderwijs Zwolle) boven te staan. Diverse OOZ-voorzitters maakten er geen geheim van het gymnasiale onderwijs, ondanks zijn groeiende populariteit, niet zo te zien zitten, en toen in 2008 het huidige bestuur aangaf meer centraal te willen gaan leiden, was voor de Celeanum-gemeenschap de boot aan.
    Een projectgroep van ouders, gesteund door de school, concludeerde na onderzoek dat het gymnasium beter uit het bestuur kon stappen om zich aan te sluiten bij OSZG, waarbij zeven andere categoriale gymnasia zijn aangesloten.
    Geschrokken maakte het bestuur snel duidelijk de populaire school voor zijn stichting te willen behouden. Er begonnen onderhandelingen over een vorm van blijvende zelfstandigheid van Celeanum in het bestuur. Uiteindelijk zetten de partijen eind maart dit jaar hun handtekening onder een document waarin de ‘status aparte’ is vastgelegd.
    OOZ en het gymnasium zijn nu tevreden en vol vertrouwen over de samenwerkingsovereenkomst. Joke Lerk-Sjobbema, ouder en voorzitter van de medezeggenschapsraad van Celeanum, houdt een slag om de arm. ‘Wat er is afgesproken, is niet meer dan een gentleman’s agreement. Nu het maximaal haalbare.’   ...

Die walgelijke bestuurders waren tegen gymnasiaal onderwijs tegen echt onderwijs. Tegen onderwijs op de inhoud. Want onderwijs op inhoud wordt gegeven door professionals, op het gymnasium vaak academici. Die je dus moeilijk als bestuur onder duim kunt houden en koeieneren. Wat besturen graag doen. Reden waarom ze zozeer voor competentieonderwijs zijn. Want daarin kunnen ze halfopgeleide lesboeren aanstellen.
    Uit alle verhalen over managers vanaf de eerste versie van Parkinson Law weten we ook al wat de voornaamste drijfveer is van de manager: het veiligstellen en zo mogelijk verbeteren van de eigen positie:


Uit: De Volkskrant, 15-05-2010, door Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad

Snij niet in bestuur voortgezet onderwijs

In verkiezingstijd doen slogans over bestuurslagen in publieke sector het goed. Maar kortingen op bestuur voortgezet onderwijs gaan ten koste van de kwaliteit.

Als je als politicus ergens mee scoort, is het wel met bezuinigingen op de bestuurslagen in scholen en ziekenhuizen, vaak denigrerend als ‘leemlagen’ aangeduid. Onder druk van de economische crisis zien alle politieke partijen de noodzaak bezuinigingsposten te vinden. ...
   Politici (en bonden) wijzen ook vaak en gemakkelijk op de ‘leemlagen’ in het onderwijs. De vooronderstelling is dat bezuinigingen op bestuur en management veel geld opleveren en (dus) de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen. ...
    Bezuinigen op het bestuur van het voortgezet onderwijs is onverantwoordelijk. Het voortgezet onderwijs heeft concrete voorbeelden hoe de docent meer invloed kan krijgen. Bestuurders voegen de daad bij het woord: ze investeren uit reserves de eerste 300 miljoen zelf. ...


Red.:   Geweldig: die Slagter durft het zelfs doen voorkomen alsof die managers die 300 miljoen euro uit eigen zak betalen. De werkelijkheid:


Uit: De Volkskrant, 18-05-2010, door Kim van Keken en Remco Meijer

Terug naar kleinschaligheid

Femke Halsema van GroenLinks (7 zetels) in debat met Emile Roemer van de SP (25 zetels) over vertrouwen in de politiek, de stelling dat links niet kan bezuinigen en over Europa.
...
Roemer: ‘Politici kennen hun wijken nauwelijks meer. ...
    ‘Jarenlang is alles verknald met de fusie- en managersdrang. Kijk naar die roc’s in de grote steden, de manager van een 50 duizend koppige school in Amsterdam zit op de Zuidas. ...


Red.:   Aanvulling: ver van zijn scholen op een luxueuze en zeer dure locatie.
    Mensen in het veld kennen de waarheid natuurlijk ook:


De Volkskrant
, 22-05-2010, ingezonden brief van Peter Althuizen (Rijswijk)

Onderwijsgeld is niet besteed

De voorzitter van de VO-raad, de koepel van het voortgezet onderwijs, Sjoerd Slagter, beweert in de Volkskrant van 15 mei dat uit onderzoek van de TU Delft blijkt dat bezuinigen op de bestuurslaag slecht is voor de kwaliteit van het voortgezet onderwijs. Het terugdringen van de overhead leidt ertoe dat de docent dan zelf meer moet gaan kopiëren, surveilleren of assisteren, schrijft hij.
    Ik ben benieuwd bij welk werkbezoek de heer Slagter managers leraren heeft zien ondersteunen. Zelf sta ik 23 jaar voor de klas en ik heb het nog nooit meegemaakt. Het gaat natuurlijk om het onderwijsondersteunend personeel. Die collega’s zijn inderdaad onmisbaar.
    En is het dan niet mooi dat, zoals de voorzitter beweert, de bestuurders nu uit reserves 300 miljoen euro gaan investeren in het onderwijs? Dit zijn gewoon belastingcenten en die hadden allang aan onderwijs uitgegeven moeten zijn, voorzitter. Volkomen van het onderwijs los, die Sjoerd.


Red.:   En ook op het hoogste onderwijsniveau heeft de rot van de managers al volledig toegeslagen:


Uit: De Volkskrant, 07-05-2010, door Harrie Verbon, hoogleraar openbare financiën Tilburg

De graaiers gedijen op de universiteit

Goed betaalde managers hebben de universiteit tot het voorportaal van het bedrijfsleven gedegradeerd.

Het is genereus van masterstudent Jelle van Baardwijk om te beweren dat het onderwijsniveau van de universiteiten daalt door de zesjescultuur en intellectuele luiheid van studenten en niet door de universiteiten zelf (Opinie, 28 april 2010) .
    Volgens hem bezoeken studenten vooral de universiteit om later de leuke en lucratieve baantjes te krijgen. ...
    Het ligt dus niet aan ons, universitaire academici, dat veel studenten een academische studie beginnen met het idee dat ze later manager worden. Inderdaad, aan de universiteiten van Nederland werken vele ambitieuze, integere en talentvolle onderzoekers en docenten. Ze zijn er, maar eigenlijk is het verrassend dat ze er zijn. want de universiteit doet zelfhard mee aan het idee dat het niet nodig is om een echt academisch vak te leren. 'Je kunt maar beter manager worden', schreeuwen de universiteiten het uit met hun eigen salarisbeleid.
    Als je op de universiteit en hogescholen een echte grootverdiener met een Balkenende-plus-salaris wilt worden moet je het bestuur in. Hoewel in het parlement bepaald is dat het salaris van de premier ook het maximumsalaris in de publieke sector zou moeten zijn, is er in het hoger onderwijs nagenoeg geen bestuurder meer te vinden die minder dan dat salaris (ongeveer 180 duizend euro) verdient.
    Dat salaris bepalen de bestuurders zelf met medeweten van de zogenaamde toezichtsorganen. Die organen lijken voornamelijk gezelligheidsclubs waarin oude bekenden elkaar tegenkomen en waarin men het vooral met het universiteitsbestuur eens is.
    Het hoger onderwijs is in een situatie terechtgekomen waarin degenen die het minst belangrijke werk doen in het hoger onderwijs, namelijk besturen, veel meer betaald krijgen dan diegenen die het werk doen waar het werkelijk om gaat, namelijk studenten opleiden en onderzoek verrichten. ...


Uit: De Volkskrant, 24-07-2010, ingezonden brief van Thomas von der Dunk (Amsterdam)

Winststreven

In het hoofdcommentaar van 17 juli wordt de staf gebroken over de zesjescultuur onder studenten: een mentaliteit die behelst dat je niet meer moet doen dan strikt nodig om je papiertje te halen.
    Buiten beschouwing blijft de essentiële rol bij het ontstaan van die zesjescultuur van de universiteiten zelf, als gevolg van een alles beheersend efficiëntie-denken. Naar buiten toe redekavelt het management weliswaar voortdurend over topkwaliteit dit en topopleiding dat, maar de praktijk is precies omgekeerd. Sinds universiteiten door de eigen besturen, mede door de nu al drie decennia voortetterende Haagse bezuinigingswoede, als ondernemingen worden mishandeld, staat winststreven centraal. Dat betekent: er moeten zo veel mogelijk studenten met zo weinig mogelijk docenten in zo kort mogelijke tijd doorheen worden gejaagd.
    Kan het bij de concurrent met minder personeel, dus goedkoper, dan moet dat bij de eigen instelling ook: vandaar dat in die drie decennia bezuinigingen het aantal docenten in verhouding tot het aantal studenten bij veel opleidingen is gehalveerd. Dat is heel efficiënt, en dus financieel winstgevend, maar gaat wel ten koste van alle inhoudelijke extra's die zorgen voor meer kwaliteit.
    Die extra kwaliteit is voor het van de werkvloer losgezongen management – dat zelf wegens toenemend gebrek aan onderwijs- en onderzoekservaring kennis van zaken ontbeert en dus kwantiteit voor kwaliteit verslijt – niet meetbaar. ...


Red.:   Voor een voorbeeld van het bijbehorende benoemingsbeleid, zie hier uitleg of detail . In die bron staat een illustratie van een andere opmerking van Von der Dunk, zelf academicus:

  Liever wel een papiertje voor een matige student, dan geen, want dan heeft de investering niets opgeleverd. Dat de waarde van dat papiertje dan daalt, is van later zorg. Dan heeft de manager zelf allang weer een andere goedbetaalde baan.

    Nog een signaal:


Uit: De Volkskrant, 05-10-2010, door Esther-Mirjam Sent

Managers bestieren onze universiteiten

De Nederlandse wetenschapper besteedt onderhand meer tijd aan het afleggen van verantwoording dan aan onderzoek.

Esther-Mirjam Sent | De auteur is hoogleraar economische theorie en economisch beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onderstaande tekst is een fragment van de VerweyJonker/SER-lezing die zij gisteren in Den Haag heeft uitgesproken.

Tussentitel: In onze beheerzucht hebben we ons zelf ingekapseld in een net van regels

De Nederlandse kenniseconomie kent drie pijlers, te weten onderwijs, wetenschap en technologie. Op alle drie de gebieden heeft Nederland het lange tijd goed gedaan. Volgens de Kenniseconomie Monitor 2010 staat Nederland mondiaal op de achtste plek.
    Ten eerste was ons onderwijs kwalitatief goed en efficiënt georganiseerd. ...
    Ten tweede stond het Nederlands wetenschappelijk onderzoek internationaal in hoog aanzien. Zo was de Nederlandse onderzoeksproductiviteit gemeten via het aantal artikelen per onderzoeker relatief hoog.   ..
    Kortom, de Nederlandse kenniseconomie leek het behoorlijk goed te doen. ...
    ... Op de gebieden waarin Nederland vroeger uitblonk, dreigt echter een zorgwekkende achterstand te ontstaan.
    Ten eerste vallen er op het gebied van onderwijs alarmerende geluiden te beluisteren over kwaliteit die onder druk staat en diploma’s die aan waarde verliezen. We zetten in op meer regelgeving en toezicht in een poging de problemen te beheersen.
    Ten tweede komen ook uit de wetenschap verontrustende geluiden. Ook hier zien we een zucht naar beheersing. Parallel aan het onderwijs zijn het niet de wetenschappers, maar de managers die de dienst uitmaken aan Nederlandse universiteiten en hogescholen. In plaats van onderwijs en onderzoek te ondersteunen, zijn de administratieve afdelingen vooral druk doende met het samenstellen van Excel-spreadsheets voor de volgende visitatie of accreditatie. Daardoor ben ik bijkans meer tijd kwijt met het verantwoorden van mijn onderwijs dan het verzorgen ervan.
    Het gaat niet om mij persoonlijk, het gaat om het geld- en tijdverslindende monster dat door het visitatie- en accreditatiecircus is gecreëerd. Het verlammende wantrouwen waarop het Nederlandse systeem is gebaseerd, belemmert de wetenschappelijke productiviteit in plaats van deze te bevorderen. Een bijkomend probleem is dat het strategisch gedrag stimuleert – iets wat de wetenschappelijke inhoud niet ten goede komt. Zich richtend op prestatiecriteria zoals het aantal artikelen in tijdschriften met een hoge impact factor, leggen strategische onderzoekers zich vooral toe op het herhalen van veilige wetenschappelijke trucjes.
    Ten slotte laat de groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland zeer te wensen over. De dienstensector maakt een steeds groter deel van de economie uit, en juist in die sector blijft de arbeidsproductiviteit steken. In de zorg, bijvoorbeeld, is de arbeidsproductiviteit nu eenmaal laag. En wat krijg je dan? De verzorgende moet alles tot op de minuut verantwoorden in tabellen en lijsten, overdrachts- en teamvergaderingen voeren et cetera. De druk is groot om meer diensten te verlenen tegen minder geld, om meer verantwoording af te leggen tegen minder vrijheid om eigen keuzes te maken. Door de huidige nadruk op controle van boven af, verticale verantwoording en standaardisering, raakt het belang van de cliënt ondergesneeuwd.
    Kortom, bij alle drie de pijlers – onderwijs, wetenschap en technologie – zien we dat de eerdere productiviteit van de kenniseconomie gepaard is gegaan met perverse pogingen de bijbehorende toegenomen complexiteit te beheersen. In onze controledrift proberen we alles dicht te regelen en te sanctioneren, en zo loopt de kenniseconomie in de fuik.   ...


Red.:   Glasheldere taal.
    Een automatisch gevolg van de introductie van dit soort mensen: censuur:


Uit: De Volkskrant, 19-05-2011, van verslaggever Sander Heijne

Nijmeegse universiteitskrant voelt zich op web gecensureerd

Tussentitel: Berichten redactie Vox alleen te lezen op besloten site

De redactie van de Nijmeegse universiteitskrant Vox voelt zich op internet gecensureerd door het bestuur van de eigen Radboud Universiteit. Na een reeks conflicten over de journalistieke onafhankelijkheid zijn de webberichten van de redactie binnenkort alleen nog op een besloten website voor studenten en medewerkers te lezen.   ...
    Een woordvoerder van de universiteit noemt het 'voortschrijdend inzicht' om de berichtgeving van Vox nu van de buitenwereld af te schermen. 'Wij willen zo voorkomen dat berichten van Vox worden gezien als standpunten van de universiteit.' Hij bevestigt dat de universiteit soms in verlegenheid wordt gebracht door Vox. 'De buitenwereld kan berichten die intern prima worden begrepen niet altijd goed plaatsen.'
    ... 'Wij zijn hier niet over te spreken en dan druk ik het nog zacht uit', zegt interim-hoofdredacteur Anne Dohmen. ...
    Dohmen vermoedt dat een serie conflicten over de journalistieke onafhankelijkheid van haar redactie ten grondslag ligt aan het besluit van de universiteit. Als voorbeeld noemt ze een artikel over dierenactivisten, die een petitie wilden aanbieden tegen experimenten op apen. 'Toen we de universiteit om wederhoor vroegen, kregen we te horen dat we daar niet over mochten publiceren.'    ...
    De laatste jaren worstelen steeds meer universiteitsbladen met hun journalistieke onafhankelijkheid. In de redactiestatuten van de bladen van de universiteiten van Wageningen en Delft staat nu dat 'de journalistieke onafhankelijkheid niet los staat van de universiteit als geheel'.
    In Leiden heeft het universiteitsbestuur in 2007 een poging gedaan om het blad Mare te dwingen geen eigen nieuws meer te maken. In 2002 hield het bestuur van de VU in Amsterdam publicatie van een omstreden interview in Ad Valvas tegen.
    De ontwikkeling gaat hand in hand met de introductie van de marktwerking in het hoger onderwijs. Universiteiten hechten steeds meer waarde aan een goed imago bij potentiële studenten en commerciële investeerders. Groeiende communicatieafdelingen proberen de instellingen zo positief mogelijk in het nieuws te brengen.


Red.:   Een open klimaat en vrijheid van meningsuiting zijn natuurlijk de manier om positief in het nieuws te komen. De argumenten van de managers zijn dan ook pure leugens. Wat ze willen voorkomen is dat eigen falen in het nieuws komt. En daarvoor zijn  goede redenen, want van dat eigen falen is er genoeg.
    Een van de natuurlijke gevolgen van het te veel aan managers:


Uit: De Volkskrant, 11-06-2010, van verslaggever Robin Gerrits

Interview | Neerlandicus Frits van Oostrom

'Boeken dunner, docent steviger'

In de Onderwijsagenda zoekt de Volkskrant naar oplossingen voor de problemen in het onderwijs. De leraar moet aansterken, en de lesboeken moeten dunner, vindt Frits van Oostrom.

Welke eisen stellen wij aan docenten, luidt de vraag in het zesde en laatste themablok van de Onderwijsagenda. Of, als stelling geformuleerd: docenten hebben meer kennis, kunde en vaardigheden nodig. De laatste jaren groeit het besef dat, voor een hogere onderwijskwaliteit, de uitrusting van degenen die voor de klas staan moet worden verzwaard. In zijn Kohnstamm-lezing van maart 2007 constateerde neerlandicus en toenmalig KNAW-president Frits van Oostrom scheefgroei: de lesboeken worden door de uitgeverijen almaar rijker verzorgd, dikker en duurder, en de leraren worden steeds dunner; afhankelijker ook van die methode. ‘De docent is te veel de amanuensis van andermans boek geworden. Geen wonder dat hij zo bleekjes voor de klas staat.’   ...
    ‘Jammer genoeg is het onderwijs tegenwoordig ingesteld op wantrouwen. Dit verhaal heeft geen schurk, we hebben het met zijn allen zo ver laten komen. Ook schaalvergroting: vroeger had je in een vaksectie nog bewegingsvrijheid, nu zit je als leraar in een groep van vijftien docenten, die van het bestuur allemaal met dezelfde methode moeten werken, ...


Red.:   Natuurlijk is de invloed van het tweede oneindig veel groter dan die van het eerste. En dat komt door de natuurlijke neiging van managers: mensen onder controle én onder de duim houden.
    De halfslachtige pogingen om iets te doen aan de nieuwe almacht van de managers leidt al tot verzet:


Uit: De Volkskrant, 27-08-2010, door Nico de Jong, Harry Cox en Paul Wouters, respectievelijk bestuurder van het Cals College te Nieuwegein, managing consultant bij CPS, en organisatieadviseur

Geef schoolleiding onderwijs terug

De directies van middelbare scholen zijn vooral bezig met het uitvoeren van door de politiek bedachte taken, en komen zo niet toe aan hun eigenlijke opdracht: zo goed mogelijk onderwijs.

Dadelijk gaat alle aandacht weer naar de leerlingen in het middelbaar onderwijs. Wij willen nu even aandacht voor de schoolleiding: de directeuren en andere schoolmanagers. ...
    Met het rapport-Dijsselbloem werd een deel van het probleem al aardig in kaart gebracht. Al te vaak was onderwijs voor de politiek een ideologisch strijdtoneel. ...
    Wij blijven hopen op de politieke zelfbeperking die in het rapport-Dijsselbloem wordt aanbevolen. Maar het baart ons zorgen, dat met de overheidsbemoeizucht ook het onderwijsbeleid wordt weggegooid. De reflex is nu om weer alle macht te leggen bij de vakman (m/v) en alles wat naar management en beleid ruikt besmet te verklaren onder het motto ‘handen af van de leraar voor de klas!’ Maar zijn de leraren die nu onze scholen bevolken allemaal de vaklui die we nodig hebben? En voor zover ze dat zijn: hoe kunnen we hen in die hoedanigheid behouden en belonen? Voor zover ze dat niet zijn: hoe kunnen we ze zover brengen? En als dat niet mogelijk blijkt, hoe krijgen we dan mensen op hun plek die het wel waarmaken?
    Zijn dit niet de essentiële vragen die op het bord van de schooldirectie zouden moeten liggen? Formeel liggen ze daar ook, maar in de praktijk dient de directeur te manoeuvreren in het land der verworven rechten, dat wil zeggen: zo behoedzaam en traag als een olietanker. Stap een school binnen en informeer eens naar de kwaliteit van het lerarenbestand. Grofweg zijn er drie categorieën: 1. de goede tot excellente leraren; 2. de middenmoot die ‘voldoende’ presteert of nog ondermaats is, maar zich wel ontwikkelt en 3. de hopeloze gevallen. De derde categorie vormt 10 tot 35 procent van het totaal. Niet deze vaststelling is alarmerend, maar het feit dat het de directie ontbreekt aan middelen om daar op korte termijn iets aan te doen.   ...


Red.:    De reactie was even adequaat als voor de hand liggend:


Uit: De Volkskrant, 27-08-2010, ingezonden brief van Henk Egberts  (Roden)

Opdracht van schoolleiders is simpel

Een vermakelijk bericht op de opiniepagina van vrijdag 27 augustus onder de treffende titel: ‘Geef schoolleiding onderwijs terug.’ Wat een wanhoop. Stap een lerarenkamer binnen en informeer eens naar de kwaliteit van het schoolleidersbestand. Grofweg zijn er drie categorieën schoolleiders:
  1. de goede;
  2. de goedbedoelende;
  3. de hopeloze.
Het probleem is eenvoudig op te lossen. De opdracht waarmee schoolleiders belast zijn, is namelijk zo ingewikkeld niet.
    Een schoolleider zorgt ervoor dat de goede klassen op het juiste moment in de goede lokalen zitten en dat het huishoudboekje klopt. De schoolleider blijft bij deze werkzaamheden bescheiden op de achtergrond en laat de ontwikkeling van de leerling aan de leraren over. Van schoolleiders in de categorieën 2 en 3 hoeft niemand het bezit van welke visie dan ook te vernemen.
    Verder kan bij de terugkeer naar het gezonde verstand en een nuchtere taakopvatting de bemoeienis van bestuurders, managing consultants en organisatieadviseurs gemist worden als kiespijn.


Red.:   Het probleem van de hopeloze leraar is redelijk beperkt: die worden grotendeels uitgewied door het proces van het "geen orde kunnen houden", en dergelijke. Onderwijs-geven is een moeilijke taak, en er echt slecht in zijn houdt je niet lang vol.
   Slecht managen en leidinggeven is daarentegen, leert de ervaring, iets dat eindeloos kan duren. In het bedrijfsleven wil er nog wel eens een faillissement volgen, maar bij de overheid blijft het doorgaan tot aan de pensionering van de betrokkene.
    Als er dus iets gedaan moet worden, is het aan de mogelijkheid voor het personeel om de leidinggevende de laan uit te sturen .
    Er is in de laatste paar jaar al een grote hoeveelheid vuilnis over het nieuwe management in het onderwijs naar buiten gekomen. De volgende auteurs vatten het samen aan de hand van een specifiek geval:de hogeschool InHolland:


Uit: De Volkskrant, 26-11-2010, door Arnold Heertje en Jasper van Dijk

Verloedering van het hbo moet nu stoppen

Red het hbo van autonome bestuurders, perverse financiële prikkels, doorgeschoten schaalvergroting en slecht onderwijs.

Arnold Heertje | Jasper van Dijk | Arnold Heertje is emeritus-hoogleraar economie en Jasper van Dijk is SP Tweede Kamerlid. Zij menen dat het hbo-stelsel fundamenteel moet worden herzien. De overheid moet weer verantwoordelijk worden voor het bestuur en de onderwijskwaliteit.

Tussentitel: Vakkennis werd onbelangrijk, studenten moesten zich redden met zelfstudie

Na het vertrek van Geert Dales zijn de overige leden van het college van bestuur van de hogeschool InHolland opgestapt. De inspectie doet onderzoek naar malversaties met declaraties, dubieuze uitgaven en diplomafraude. Nieuwe onthullingen over gebrekkig onderwijs en het intimideren van docenten door het management liggen in het verschiet. ...
    Deze vormen van wanbeleid doen zich in meerdere of mindere mate ook bij andere hbo’s en roc’s voor. Daarom is een fundamentele herziening van het stelsel nodig. Vier zaken moeten worden aangepakt: de autonomie van bestuurders, de doorgeschoten schaalvergroting, perverse financiële prikkels en, last but not least, de kwaliteit van het onderwijs.
    De autonomie van bestuurders is doorgeslagen. Het bestuur van InHolland is verdwenen, uitsluitend omdat het daar zelf toe besloot. De regering heeft die bevoegdheid niet, ondanks het publieke belang en de publieke middelen die in het geding zijn. Daarmee wordt een te zwaar gewicht toegekend aan zelfregulering en onderwijsvrijheid. Miljoenen aan belastinggeld zijn vrij besteedbaar zonder dat de Raad van Toezicht ingreep. De staatssecretaris staat machteloos aan de zijlijn.
    Er moet snel een wet komen die de finale verantwoordelijkheid voor goed bestuur, gericht op kwalitatief hoogwaardig onderwijs, verlegt naar de overheid. Falende bestuurders moeten naar huis kunnen worden gestuurd. Die wet kan ook de nutteloze HBO-raad als koepelorganisatie opheffen, alsmede een beloningsbeleid instellen waarbij het salaris van de premier als maximum geldt.
    Het tweede belangrijke punt is de schaalvergroting. Sinds de jaren negentig zijn hogescholen gaan fuseren, niet met het oog op beter onderwijs aan studenten, maar vanwege pseudo-efficiëntie en private belangen van bestuurders. Waren er in 1990 nog 500 hogescholen, nu zijn er nog maar 50. Allemaal mega-instellingen met doorgaans meer dan 30 duizend studenten.
    Van contact met de werkvloer van docenten en studenten is geen sprake, mede omdat de bestuurders van nature geen verwantschap hebben met de inhoudelijke kanten van het onderwijs. De managers houden zich bezig met investeringen in het buitenland en onroerend goed of zoeken samenwerking met onderwijsvreemde particuliere instellingen.
    De nadelen van de schaalvergroting tekenen zich nu zo scherp af dat de overheid ernst moet maken met een beleid van schaalverkleining. Begonnen kan worden met de hogeschool InHolland, waar enige jaren geleden de bestuurder Jos Elbers zelfs de helft van Nijenrode heeft opgekocht, een transactie die inmiddels met verlies is teruggeschroefd.
     Van InHolland kan een verzameling kleinere hogescholen worden gemaakt met een aanspreekbare directie. Een school is niet groter dan het geheugen van de conciërge wordt wel gezegd. Er is niets tegen een maximumaantal studenten per instelling, bijvoorbeeld 3.500 voor een hogeschool. Managers horen minstens één dagdeel per week voor de klas te staan. In dit opzicht geeft de premier het goede voorbeeld.
    Perverse prikkels manifesteren zich via financiële arrangementen van de overheid die budgetten toekent op basis van geslaagde aantallen studenten. Kwaliteitseisen en correcte normering worden ondergeschikt gemaakt aan geldelijk gewin. Bij sommige opleidingen van InHolland zijn docenten verplicht zorg te dragen voor ten minste 80 procent geslaagde studenten. Aan deze bizarre praktijken moet een einde komen.   ...


Red.:   En natuurlijk hoorde hier de wantoestanden van het nieuwe leren bij - meer daarover hier uitleg of detail .
     Het veld weet natuurlijk uitstekend wat de rol van de managers is:


Uit: De Volkskrant, 27-11-2010, ingezonden brief van H. Vaessen, voorzitter college van bestuur Hogeschool Haarlem (1989-2001) , Haarlem

Menselijke maat

Met toenemende verbazing heb ik de berichtgeving gevolgd over wat er in de Hogeschool InHolland aan de hand is, met als apotheose de vervanging van het totale college van bestuur afgelopen maandag (Ten Eerste, 22 november).
    Als een van de grondleggers van die Hogeschool heb ik nooit een navranter voorbeeld gezien van de tegenstelling tussen de destijds geformuleerde doelen en wat daar in de praktijk van terecht is gekomen.
    Wij, de Hogeschool Alkmaar, de Hogeschool Holland in Diemen, de Ichtus Hogeschool in Rotterdam en de Hogeschool Haarlem wilden samen een Hogeschool in de Randstad tot stand brengen, die groot genoeg was om met de giganten in de grote steden te kunnen concurreren. Tegelijkertijd moest die Hogeschool op verschillende locaties een sfeer creëren die de nadelen van die te grote units in die grote steden kon voorkomen. Een instelling waarin de kwaliteit van het onderwijs centraal kwam te staan en die opereerde op de schaal van de menselijke maat.  ...

Red.:   Dat was hogelijk naïef, ook toen al - al dit soort niet-natuurlijke reorganisaties naar grootschaligheid zijn uitgelopen op ellende.

  Zeker, een fusie van deze omvang vraagt veel van het college van bestuur en de implementatie ervan roept altijd weerstand op.

"Weerstand" zijnde de vertaling van de waarschuwingen van lesgevenden die minder naïef waren. Maar die overruled worden door de managers.
  Ook vraag ik me af hoe de bestuurscultuur in InHolland met zo veel instanties als de raad van toezicht, de medezeggenschapsraad en het managementteam, die elkaar toch in evenwicht moeten houden, zo heeft kunnen verworden.

Omdat hoe hoger de bestuurslagen, hoe dictatorialer het soort mensen en hoe meer ze hun zin kunnen doordrijven. Op manieren die eigenlijk neerkomen op terreur.
    Met natuurlijk ook een financiële component:


De Volkskrant
, 27-11-2010, ingezonden brief van Helene Viveen, leerkracht voortgezet onderwijs, Schoorl

Corruptie

Met een duidelijk gevoel van opluchting las ik afgelopen zaterdag uw artikel over Hogeschool InHolland. Eindelijk dringt het gegeven van de graaicultuur in het Nederlandse onderwijs tot het publiek door.
    Hogeschool InHolland is een voorbeeld van wat de afgelopen jaren veelvuldig is gebeurd: ten eerste zijn door het vrijgeven van de verdeling van de gelden (lumpsum) uiteraard veel leidinggevenden zichzelf meer gaan uitbetalen, waarvan Jos Elbers en Lein Labruyère slechts voorbeelden zijn.
    Daarnaast kregen, door het veelvuldig fuseren, leidinggevenden de kans en het recht hun eigen inkomen te vergroten. Ook kon door de omvang van deze instellingen allerlei corruptie in de anonimiteit verdwijnen. Niemand had nog het overzicht of de greep op het geheel.
    En denk aan het verhaal over de student, die heel zelfstandig is en geen behoefte meer heeft aan docenten, door Jos Elbers ooit letterlijk aangeprezen op een onderwijscongres.
    Ik geloof niet dat deze onderwijspraktijken door ingrijpen van Doekle Terpstra kunnen worden gered. Er zal veel meer moeten gebeuren: de financiën voor het onderwijs in heel Nederland zullen moeten worden aangelijnd en per functie vastgesteld. Er zal voortdurend controle nodig zijn. Daarnaast zal het zonder meer helpen als we de onderwijsinstellingen verkleinen, zodat het overzicht wordt vergroot.
    Maar buiten dit alles, wat zou het fijn zijn als leerlingen en studenten genoeg goed en degelijk onderwijs krijgen, waarbij vorm de tweede plaats mag innemen en inhoud op de eerste plaats komt. Het geld en de mogelijkheden zijn er, maar eerst moeten we bevrijd worden van onnodige bestuurders, die maar willekeurig kunnen graaien en elkaar voortdurend dekken.


Red.:    Wat er natuurlijk niet van gaat komen. Nuttige idioot Doekle Terpstra gaat de grootschaligheid met de dictatoriale topmanagers opnieuw proberen.
    Nog iemand die het van nabij heeft meegemaakt:


Uit: De Volkskrant, 14-02-2011, ingezonden brief van Marcel Gerritse, directeur John F. Kennedyschool in Breda.

Waar blijft het geld van de basisscholen?

Frank Kalshoven suggereert dat de hedendaagse schoolmanagers niet kunnen rekenen (12 februari). Dat kan ik maar al te goed en daarom ben ik niet wezen demonstreren in Nieuwegein. Want wie riepen er op tot demonstreren? Niet de schooldirecteuren, maar veelal de schoolbesturen.
    Nog niet zo lang geleden werden onze scholen bestuurd door goedwillende ouders die er veel vrije tijd in staken. Het geld van het ministerie ging direct naar de scholen en kwam via een korte lijn bij de kinderen terecht. Maar toen kreeg je de schaalvergroting, met een invasie van betaalde bestuurders. Uiteraard gingen die bestuurders 'iets' meer verdienen dan de schooldirecteuren. Er kwam een College van Bestuur, veelal één persoon. Het bestaande bestuur werd omgedoopt tot een Raad van Toezicht en op flinke afstand van de school gezet. Gezien de 'onafhankelijkheid' van het College van Bestuur kon zijn werk niet meer gedaan worden in een lege schoolruimte, maar werd kantoorruimte gehuurd.
    De komende bezuinigen worden afgewimpeld op de scholen. Bestuurskantoren krimpen niet in.  ...


Red.:   Waar het geld van de hogescholen blijft, is inmiddels bekend (maar dat was het eigenlijk al eerder);


Uit: De Volkskrant, 12-03-2011, Ad Verbrugge, Jan-Willem Bruins, en Presley Bergen

Hogeschool besteedt geld aan volstrekt verkeerde zaken

Slechts zo'n kwart van het hogeschoolbudget wordt besteed aan direct onderwijs door docenten.

Ad Verbrugge | Jan-Willem Bruins | Presley Bergen | Ad Verbrugge is voorzitter BON en filosoof aan de VU. Jan-Willem Bruins is docent aan de Hogeschool Windesheim. Presley Bergen is bestuurslid van BON en hogeschooldocent Nederlands en bedrijfscommunicatie.

De afgelopen maanden is hevig strijd gevoerd tussen coalitie en oppositie over bezuinigingen in het hoger onderwijs. Veel bestuurders van onderwijsinstellingen, de onderwijsraden en de vereniging van universiteiten (VSNU) maakten zich grote zorgen over de gevolgen van deze bezuinigingen. Er zouden duizenden banen verdwijnen van docenten en de algehele kwaliteit van ons onderwijs zou in gevaar komen. Beter Onderwijs Nederland deelt deze zorg.
    Het is daarom juist nu van groot belang te kijken of het beschikbare geld wel doelmatig wordt besteed. Door immense schaalvergroting en de verzelfstandiging van onderwijsinstellingen is namelijk op veel plaatsen een cultuur gegroeid waarin bestuurders zich beschouwen als de eigenaren van het onderwijs. Een ernstige misvatting die bovendien heeft geleid tot een verkeerde besteding van middelen ten koste van het onderwijs.
    De overheid zelf heeft deze nieuwe verhoudingen in het leven geroepen door onderwijsinstellingen quasi marktachtig te organiseren en op prestaties 'af te rekenen', gebruik makend van kwantitatieve criteria en financiële prikkels. Tegelijkertijd heeft zich rondom het normale onderwijs een schil gevormd van raden, bestuurders, managers, coördinatoren, onderwijskundigen, onderwijscentra, visitatiebedrijven, consultancy - en adviesbureaus, congresorganisatoren, bouwbedrijven, reclamebedrijven et cetera die enorm veel geld kosten.
    De regering kan in de lijn van het veelgeprezen rapport Veerman de ambitie hebben om in het hoger onderwijs de 'perverse prikkel' ongedaan te maken die uitgaat van financiering op basis van het aantal studenten. De ironie is echter dat veel onderwijsinstellingen dit financiële sturingsinstrument intern inmiddels volop hanteren. Dit heeft tot gevolg dat docenten steeds meer onder het regime van kwantiteit en geld worden geplaatst, ten koste van de kwaliteit en de veelzijdige vorming van studenten.
    Bestuurders raken er op gericht om te groeien en rendement te maken, te werken aan het imago van de instelling, een fonkelnieuw gebouw neer te zetten, te fuseren, andere activiteiten te ontplooien, buitenlandse vestigingen te openen, marktaandeel te veroveren enzovoorts.
    Het is echter maatschappelijk onverantwoord en politiek onaanvaardbaar om de deugdelijkheid van het onderwijssysteem en de doelmatigheid van de besteding van publieke middelen aan de toevalligheid van bestuurlijke bekwaamheid en integriteit over te laten. We weten maar al te goed dat een dergelijke bekwaamheid en integriteit allerminst vanzelf spreken: InHolland is maar een van de vele voorbeelden waar het mis gaat.
    Enkele jaren geleden is op het teveel aan bureaucratie al gewezen door de economiehoogleraren Bas Jacobs en Rick van der Ploeg, die hadden berekend dat tussen 1980 en 2000 de bureaucratie op de universiteit met 31 procent en op het hbo met zelfs 81 procent was toegenomen. Ondertussen blijkt uit recent onderzoek dat de zaak op veel instellingen nog veel ernstiger is, ja zelfs volledig uit de hand is gelopen.
    Guusje ter Horst, tegenwoordig voorzitter van de HBO-raad, reageerde onlangs getergd op Mark Ruttes opmerking dat 30 tot 40 procent van het budget op hogescholen opgaat aan 'gedoe', met het verweer dat uit onderzoek zou blijken dat de bureaucratie op het hbo slechts uitkwam op tussen de 22 en 25 procent - een heel gewoon percentage. Zij zei er echter niet bij dat dit percentage slechts de generieke overhead betreft; wordt ook de specifieke overhead (beleidsmedewerkers, et cetera) meegerekend, dan komt de berekening al op 36 procent volgens Bureau Berenschot. Toch dekt ook dit cijfer de omvang van de problematiek nog toe, omdat Berenschot bij zijn meting voorbij gaat aan de grote decentrale overhead binnen onderwijsorganisaties.
    Uit een recent onderzoek van de Vereniging Medezeggenschap Hogescholen (VMH) onder 11 overwegend grote hbo-instellingen blijkt dat van het personeel op een hogeschool gemiddeld slechts 57 procent geregistreerd staat als docent. De cijfers voor dit gemiddelde zijn door de hogescholen zelf aangeleverd en gewoon afkomstig van de personeelsinformatiesystemen. Het percentage docenten ligt in werkelijkheid echter een stuk lager, omdat veel van hen gewoon geen onderwijs geven of daar niet direct mee bezig zijn. Ze zijn teamleider, coördinator, kwaliteitszorgmedewerker, voorlichter, onderwijsadviseur, et cetera.
    Het meest zuivere kengetal om de inzet van middelen in de directe on-derwijsuitvoering inzichtelijk te maken, is eenvoudig uit te rekenen: welk deel van het hogeschoolbudget wordt besteed aan de directe onderwijsactiviteiten door docenten?
    Dit kengetal is enkele jaren geleden uitgerekend door de Tilburgse hoogleraar accounting Jan Bouwens, die op een bepaalde (gemiddelde) hogeschool bij elf opleidingen op 21 procent van het budget kwam. Slechts 21 procent van het budget wordt daar daadwerkelijk besteed aan onderwijs, inclusief het voorbereiden van lessen en nakijken van werkstukken en tentamens.
    Hoewel de HBO-raad bij monde van Guusje ter Horst zegt dat ander onderzoek deze cijfers kan weerleggen, leidde het verzoek om inzage daarin tot op heden niets op. Recent onderzoek van de medezeggenschapsraad van een andere hogeschool bevestigt juist het cijfer van Bouwens; men kwam daar op uit op ongeveer 25 procent. Het op verzoek van het betreffende college van bestuur ingeroepen accountantsbureau bevestigde deze cijfers.
    Waar de rest van het geld dan naartoe gaat, begint inmiddels ook duidelijk te worden. Alleen al de visitatie- en accreditatie-industrie en de interne kwaliteitscontrole van hogescholen kosten jaarlijks vele miljoenen. Verder oormerkte de overheid vroeger zo'n 10 procent van het jaarlijkse hbo-budget voor huisvesting, na hun financiële verzelfstandiging blijkt dat bij veel instellingen te zijn opgelopen tot zo'n 16-18 procent.   ...


Red.:   Wat heet de HBO-raad is natuurlijk niets anders dan een vereniging van managers in het onderwijs, en even natuurlijk is dat Guusje ter Horst, voorheen multiculturalistisch politica, keihard staat te liegen.
    En zoals al geconstateerd: ook in het universitair onderwijs is de managers-rot diep doorgedrongen:


Uit: De Volkskrant, 17-03-2011, van verslaggever Robin Gerrits

Promovendi reiken Mubarak-prijs uit

Aan Sijbolt Noorda, voorzitter van de vereniging van Nederlandse universiteiten VSNU, is woensdag in Den Haag de 'Hosni Mubarak Prijs voor Goed Bestuur' toegekend. Het gaat om een ludieke poging van vooral promovendi om Haagse beleidsmakers af te brengen van plannen om van jonge onderzoekers die nu universitair werknemers zijn, beursstudenten te maken.
    Noorda zou voor dergelijke maatregelen gepleit hebben. De jury prijst zijn 'vasthoudendheid', 'unieke prestaties' en 'onverschrokken vastberadenheid'. ...
    Onlangs kwamen promovendi dit 'bursalen'-idee tegen in een kabinetsreactie op het plan-Veerman voor de toekomst van het hoger onderwijs. Daarin schrijft staatssecretaris Zijlstra: 'Daarbij vragen de de universiteiten bijvoorbeeld ruimte om te kiezen voor een systeem van bursalen. Daarvoor is een wetswijziging nodig.'
    Van Rossum is ervan overtuigd dat de VSNU-preses hierachter zit. 'Bursalen hebben veel minder rechten dan werknemers', legt Van Rossum uit. 'Ze verdienen minder, en hebben geen recht op ziekengeld of zwangerschapsverlof. ...


Red.:   Deze managers hebben zichzelf vele tonnen salaris toebedeeld.
     Een van de zaken waar managers verantwoordelijk voor zijn is het verraad aan de zaak van de kwlaitiet van het onderwijs vanwege de instroom van allochtonen:


Uit: De Volkskrant, 21-03-2011, door Mariët Herlé, docent communicatie aan het instituut voor Commercieel Management, Hogeschool Rotterdam

Docent staat er beter voor dan vroeger

In de Volkskrant van 12 maart klaagden Ad Verbrugge en de zijnen van Beter Onderwijs Nederland erover dat slechts een kwart van het hogeschoolbudget wordt besteed aan direct onderwijs door docenten. Ik ben zo'n docent die de afgelopen twintig jaar af en aan in de beroepspraktijk en op hogescholen heeft gewerkt. En ik ben het niet met hem eens. Want: wat is het werk voor een docent erop vooruitgegaan in de loop van de tijd.
   De hogeschool bestaat niet meer uit academisch geschoolde vakidioten met een krijtje en een leerboek. ...


Red.:   De bekende argumenten tegen iedereen die voor behoud van kwaliteit pleit, met als inspiratiebron:

  Of ons bestuur tot de grote graaiers hoort, kan ik als eenvoudig docent niet beoordelen. Wel interviewde ik een paar jaar geleden in een andere hoedanigheid onze bovenbaas, Jasper Tuytel. Dat leek me een betrokken man, met een visie op de toekomst van een grote- stadshogeschool, waar steeds meer allochtonen en vmbo-ers een kans krijgen. En waar praktijkopdrachten in het 'Rotterdamse Onderwijsmodel' zorgen voor aantrekkelijk en effectief onderwijs. Bij deze jongeren kun je niet meer aankomen met veel uren luisteren in de klas. Ze gaan er pas voor als ze echt aan het werk gezet worden. Ze leren het meest van de praktijk.

Allochtonen en vmbo'ers, een andere term voor allochtonen, zijn minder sterk in gewoon onderwijs - ze kunnen niet stilzitten, hebben een beperkte aandachtsspan, en kunnen niet luisteren. Dus moeten we stilzitten, aandacht-hebben, en luisteren afschaffen, en vervangen door excursies naar bedrijven, en stages in het magazijn (enigszins raillerend geformuleerd, maar we hanteren dezelfde toon als de auteur). En daarnaast ook goed voor ze zorgen:
  Goed ook dat er een zorgstructuur is. Ik heb als docent zielsmedelijden als ik dat Marokkaanse meisje van wie de moeder net overleden is, als een ziek vogeltje achter haar haardos zie wegduiken. Ik hoor het verhaal van de jongen met een Chinese achtergrond die geen zin goed op papier kan krijgen, maar geen tijd heeft voor extra lessen Nederlands omdat hij in zijn vrije tijd de kost moet verdienen voor zijn ouders. Goed dat er allerlei deskundige hulptroepen zijn, die niet voor de klas staan.

En in dit alles is er natuurlijk maar een beperkte plaats voor kennis en onderwijs ... dat zou die allochtonen alleen maar discrimineren ...
    De reactie stond ook in al in de krant:


De Volkskrant, 23-03-2011, door Marten Salverda, kritisch docent en decaan havo/vwo.

Geld voor onderwijs gaat naar managers

Het artikel van docente communicatie Mariët Herlé van de Hogeschool Rotterdam is een schrijnend voorbeeld van de stand van zaken in ons onderwijs en een blamage voor wat goed communicatie-onderwijs zou moeten leren (O&D, 21 maart). Enkele punten:
    - Zij gaat niet in op de door haar aangehaalde klacht van BON-voorzitter Ad Verbrugge dat slechts een kwart van het hogeschoolbudget wordt besteed aan direct onderwijs. Ze weerspreekt de klacht evenmin.
    - Het artikel mist elke vorm van objectieve communicatie, getuige de terminologie: 'academisch geschoolde vakidioten met een krijtje' en 'grillen en hobby's van docenten'.
    - De vele stijlfouten in het artikel geven te denken over de mate waarin de auteur zelf haar taal beheerst.
    - De auteur heeft blijkbaar als 'eenvoudig docent' en als docent communicatie aan een Instituut voor Commercieel Management niet het kritisch vermogen na te gaan welk gedeelte van het onderwijsgeld in het management gaat zitten, steeds meer bij grote graaiers.
    - Voor veel hbo-studenten is het aantrekkelijke 'van de praktijk leren' verworden tot budgettair zeer voordelige onderwijsopzetten waarin het aantal contacturen nog steeds schandalig laag is en waarin er aanhoudend klachten van studenten zijn over de bereikbaarheid van docenten voor het feitelijke onderwijs. Dit geldt al jaren, met name voor commercieel economische studies (zie de Keuzegids Hoger Onderwijs).


Red.:   Een nauwelijks in absurditeit te overtreffen toelichting van mismanagement:


Uit: De Volkskrant, 20-04-2011, van verslaggeefster Ianthe Sahadat

Inholland moet drastisch inkrimpen

Het aantal studenten bij Inholland daalt vermoedelijk met 20 procent en de kosten moeten met een vijfde omlaag. Daarom sluit de school de onderwijslocatie in Hoofddorp, worden meerdere opleidingen afgestoten en moeten waarschijnlijk enkele honderden medewerkers de komende jaren vertrekken.
    Dat heeft bestuursvoorzitter Doekle Terpstra dinsdag bekendgemaakt. De diploma-affaire bij de opleiding media & entertainment management in Haarlem en de daarop volgende bestuurscrisis hebben Inholland aan de rand van de afgrond gebracht.
    'Inholland is een metafoor geworden voor alles wat er mis is in het hoger onderwijs', zegt Terpstra, die eind vorig jaar als 'puinruimer' werd binnengehaald bij de school. 'Maar als je kijkt naar alles wat niet met het onderwijs te maken heeft, staat Inholland er goed voor.' Te denken valt volgens Terpstra aan gebouwen, ict en ondersteunende diensten. ...


Red.:   Het deed onmiddellijk denken aan de Engelse tv-serie over wantoestanden in de politiek: Yes, minister uitleg of detail .
    Een kleinere kwestie: bedrog:


Uit: De Volkskrant, 11-05-2011, van verslaggeefster Ianthe Sahadat

Schoolpas inmiddels gedeblokkeerd, 'Het was niet correct'

Roc zet leerling onder druk vanwege extra bijdrage

Het ROC Horizon College in Alkmaar heeft een leerling de toegang tot de school geweigerd, omdat hij de extra bijdrage aan opleidingskosten voor onder meer software en een stichting praktijkleren niet heeft voldaan. De leerling mocht sinds maandag de school niet meer in. Het Horizon College is inmiddels op zijn schreden teruggekeerd.
    Steeds vaker proberen Roc's extra kosten naast het gewone schoolgeld van leerlingen te ontvangen, blijkt uit recent onderzoek van JOB, belangenbehartiger van mbo-studenten. Voorzitter Luuk Visser: 'Het mag helemaal niet, maar scholen komen er mee weg, omdat veel ouders of leerlingen dat niet weten.'    ...
    Daniël Kortooms (19) volgt sinds september de opleiding juridische dienstverlening bij het ROC Horizon in Alkmaar. In februari dit jaar ontving hij brief van de school over een uitgebleven betaling van 238 euro, door de school aangeduid als 'opleidingsgebonden kosten'. 'De hoogte van de kosten zijn reeds bekend gemaakt bij uw inschrijving', meldt de brief. 'Wij wisten van niets, dus heb ik een verzoek tot toelichting geschreven', zegt Gerard Kortooms, de vader van Daniël.
    Deze brief wordt nooit beantwoord en eind april komt er opnieuw een brief van de school binnen. Als Kortooms de openstaande factuur niet betaalt, zal met ingang van maandag 9 mei zijn schoolpas worden geblokkeerd, 'zodat je geen toegang meer hebt tot onze gebouwen'. Ook zal een deurwaarder worden ingeschakeld. ...


Red.:   Het is volkomen tekenend voor de mentaliteit: het is geen onderwijsinstelling meer, maar een bedrijf dat probeert zo veel geld te persen uit haar klanten. Met de bekende bijverschijnselen zoals hooghartigheid en arrogantie:

  De school laat weten 'de gang naar de pers niet de juiste' te vinden. Aanvankelijk zegt de woordvoerder van het Horizon College dat de leerling al sinds zijn intakegesprek op de hoogte moet zijn geweest van deze kosten. 'Als ik geen kaartje voor de bioscoop koop, mag ik ook niet naar binnen.'

    De Inholland-zaak brengt vele nieuwe bevestigingen naar buiten


Uit: De Volkskrant, 12-05-2011, ingezonden brief van Aly van der Mark, Hurdegaryp

Beste leraren,

Zeg eindelijk nee tegen de omhooggevallen, overbetaalde managers die jullie nu al decennia het leven zuur maken.
    Weiger nog langer voor een appel en een ei de belachelijke zaken uit te voeren die ze steeds weer bedenken om kosten te besparen. Zeg nee tegen Raden van Bestuur, die alleen goed voor zichzelf zorgen en hun personeel in de kou laten staan.
    Mijn man en ik komen beiden uit het onderwijs, maar we hebben onze kinderen al 15 jaar geleden ten stelligste ontraden dit vak te kiezen, omdat we zagen aankomen, dat het mis zou gaan.
    Onderwijzen doe je niet door kinderen alles zelf te laten googelen. Onderwijs is overdracht van kennis. Ja, daar hoort klassikaal onderwijs bij; bijna een vloek in de moderne schoolfabrieken.   ...


Red.:   En in meer detail:


Uit: De Volkskrant, 14-05-2011, door Arie Kuijvenhoven

Opnieuw beginnen op puinhopen Inholland

Wanpresterende hogeschool zou ontbonden moeten worden.

Arie Kuijvenhoven | De auteur is onder andere oud-docent van de voormalige Ichthus Hogeschool te Rotterdam. In zijn tijd tekenden zich al de tekortkomingen af die de hogeschool Inholland nu fataal zijn geworden.
 
Alweer tien jaar geleden werd ik, als zij-instromer, docent aan de Ichthus Hogeschool, een van de directe voorgangers van het wankelende Inholland. Ik begon in het oude gebouw aan het Rotterdamse Vasteland en verhuisde mee naar de 'glazen golf'op Zuid. Die bleek voornamelijk te bestaan uit een ruime hal waarin studenten via internet contact konden zoeken met hun begeleider. Dat de meeste docenten toen nog geen computer hadden, was geen bezwaar.
    Dat de docenten bij elkaar waren gepropt in een ruimte waar de zon vrijelijk naar binnen kon schijnen, was ook geen bezwaar. Net zo min als het ontbreken van een vertrek waar je met iemand onder vier ogen kon spreken. Alles moest transparant, heette het. Toen ik een keer op de bestuursetage mocht zijn, keek ik mijn ogen uit. Wat een rust, wat een ruimte, wat een glanzend meubilair, wat een behaaglijke temperatuur. Wat een prettige werkomgeving voor het overigens opvallend afwezige management.   ....


Red.:   De zoveelste bevestiging van het algemene adagium dat de westerse organisatie niet functioneert dankzij de leiding, de manager, maar ondanks de manager uitleg of detail .
    Een grappige versie van het aloude gezegde dat in Nederland alles vijftig jaar later gebeurd: aan de Nederlandse universiteit gebeurt alles twintig jaar later (dan in de rest van het onderwijs):


Uit: De Volkskrant, 23-07-2011, van verslaggeefster Maartje Bakker

Universiteiten Leiden, Delft en Rotterdam willen fuseren

De universiteiten van Leiden, Rotterdam en Delft werken aan een fusie. Ze overwegen om in de toekomst één college van bestuur aan te stellen, een gezamenlijke naam te kiezen en opleidingen niet meer dubbel aan te bieden.   ...
    ... ze hopen ook de boel efficiënter te organiseren, een sterkere regionale rol te vervullen en het onderwijs te concentreren.


Red.:   Precies dezelfde leugens die verkondigd werden voorafgaande aan de fusies in de diverse vormen van het  middelbaar onderwijs, en zo rampzalig hebben uitgepakt. Voorla ook op het niveau van efficiëntie. Omdat twee van de gevolgen veel meer management en graaien door het management zijn. Maar dat is dan natuurlijk ook de reden natuurlijk dat deze fusie wordt voorgesteld.
    Ze geven zelfs ook voorbeelden van die nadelen:

  De drie universiteiten hebben grote ambities. 'Er wordt nagedacht over een paraplu-organisatie, met één bestuur, één medezeggenschapsraad.

Allemaal zaken waarvan bekend is dat ze slechter gaan functioneren in grootschalige organisaties - meer over de gang van zaken rond dit soort fusies hier uitleg of detail .
    Nieuwe cijfers omtrent het aantal managers in het hbo:


Uit: De Volkskrant, 24-09-2011, door Merijn Rengers

'Ik trof een verweesde school aan'

Doekle Terpstra maakt schoon schip bij Hogeschool Inholland, die in opspraak kwam door financieel wanbeheer en ten onrechte toegekende diploma's. 'Het onderwijs was naar de achtergrond verdwenen, het management kwam vaak op de eerste plaats. Dat gaan we veranderen.'

...    Er moet gesaneerd worden - we hebben dit jaar dertig procent minder eerstejaars - maar ook de focus moet veranderen. In mijn analyse is bij Inholland het management te vaak op de eerste plaats gekomen. Iets minder dan de helft van het personeel werkt in de staf of als manager. Terwijl we gewoon een school zijn, waar het om de studenten en docenten draait. Niets ten nadele van hen, maar de staf was te veel uitgedijd. Die gaan we reorganiseren en inkrimpen.


Red.:   En waardoor komt dat:

  Het is veelzeggend dat er in de oude Raad van Toezicht niemand zat met verstand van onderwijs. Het ging over financiën, gebouwen, internationalisering. Grote thema's, maar het onderwijs was naar de achtergrond verdwenen.

Door het verkeerde soort bestuurders. Dat wil zeggen: uit het bedrijfsleven of soortgelijke types.
    En dit geldt in de hele sector:


Uit: De Volkskrant, 24-09-2011, door Jan Willem Bruins, voorzitter van de Vereniging Medezeggenschapsraden Hogescholen.

Nu laat Inholland zien hoe het moet

...    Dat Inholland als enige hogeschool zo wordt getroffen, is extra wrang omdat de meeste problemen van Inholland in meerdere of mindere mate ook op de andere hogescholen voorkomen.   ...
    De Vereniging Medezeggenschap Hogescholen(VMH) - waarbij alle grote hogescholen zijn aangesloten - deed onlangs onderzoek naar het aantal docenten op een hogeschool als percentage van het totale personeelsbestand. Daaruit bleek dat het personeelsprobleem van Inholland op vrijwel alle grote hogescholen speelt: gemiddeld hadden de onderzochte hogescholen 52 procent docenten in dienst.
    Hoewel de VMH heeft besloten de namen van de hogescholen niet in de publiciteit te brengen, mag hier wel worden gezegd dat de score van Inholland geen afwijking vertoont van het gemiddelde. Deze schokkende cijfers leidden op geen enkele hogeschool tot een adequate bestuurlijke reactie. Daarop vormt Inholland nu de positieve uitzondering.
    Het werkelijke probleem is echter nog groter. Want van die 52 procent docenten staat lang niet iedereen voor de klas. De laatste jaren heeft onder andere de VMH op meerdere hogescholen uitgerekend hoeveel procent van het budget daadwerkelijk naar de directe onderwijsuitvoering gaat. Dat blijkt steeds slechts zo'n 25 procent van het hogeschoolbudget te zijn. Deze berekeningen, die werden bevestigd door een hoogleraar accountancy van de universiteit van Tilburg, zijn door de HBO-raad en de bestuurders stelselmatig genegeerd of ontkend.   ...


Red.:   Managers en bestuurders uit de oligarchie: het is een pestilentie van parasieten, erger dan een zwerm sprinkhanen op een tropische akker.
    Nog een bevestiging van de zaak rond de aantallen van iemand met een sterk neoliberale achtegron: voormalig economie-journalist bij de Volkskrant Ferry Haan, die in het onderwijs is gegaan (zijn voormalige chef, de rabiate Ayn Rand-neoliberaal Frank Kalshoven, voert nog met enige regelmaat strijdt voor een bedrijfsmatig onderwijs met behulp van computers):


Uit: De Volkskrant, 05-10-2011, door Ferry Haan, docent economie op een middelbare school.

Onderwijs telt te veel niet-productieven

Voor het onderwijs lastig te vallen met een debat over productiviteit, moeten we eerst de vele niet-productieven in deze sector tegen het licht houden.

In het onderwijs woedt een discussie over de productiviteit van de docent. Deze zou omhoog moeten, zodat het onderwijs met minder mensen toe kan. Dan verminder je het docententekort en kunnen de kosten van het onderwijs omlaag.
    Maar wat is arbeidsproductiviteit? Hierover vliegen betrokkenen elkaar makkelijk in de haren, zo bleek afgelopen donderdag op een bijeenkomst van de Stichting Beleid en Onderwijs (SBO). Een docent is flink productief wanneer hij een klas met 100 leerlingen voor zijn neus heeft. Zo veel leerlingen zijn echter niet te managen, dus daalt de kwaliteit van het onderwijs. Ziehier het dilemma.   ...


Red.:   Dit was de reactie van de redactie onder dit artikel:

  Beste Ferry, je hebt nog veel te veel last van de invloed van die Kalshoven, dat je over "productiviteit" durft te praten en "100 leerlingen per klas" in de mond neemt. Neem standaard klassikaal les, geen probleemleerlingen, en de gemiddelde leraar. Die kan dan ergens rond de 28 leerlingen aan (eigen ervaring) voor een gemiddeld soort les. Reken door vanaf daar. De rest is gelul, ingegeven door slechts één zaak: men heeft minder geld over voor het onderwijs van eigen kind dan auto en vakantie.

Maar zelfs met deze misverstanden in de geest, weet Haan nog deze feiten te reproduceren:
  Zo bont als bij InHolland is de situatie niet in het basis- en het voortgezet onderwijs. Toch loopt op elke middelbare school meer personeel rond dan vroeger. Elke docent kan in het smoelenboek turven hoeveel personen op de loonlijst staan die geen contact hebben met leerlingen. Ik schat dat deze verhouding één op drie is. Op elke drie personen werkzaam in een school komt er één niet of nauwelijks in een klaslokaal.
    Buiten school is de situatie niet veel anders. Rond het onderwijs bevindt zich een schil aan adviesraden, stichtingen, onderzoeksbureaus en instellingen. Al deze instanties laten graag hun mening horen over de productiviteit van de gemiddelde docent. De vraag hoe productief deze 'schil' zelf is, wordt niet gesteld.

Waarna hij nog de vraag stelt:
  Voor het onderwijs met deze discussie lastig te vallen, moet de 'schil' rond het onderwijs eerst zijn bestaansrecht aantonen. Niets is irritanter voor docenten dan dat derden gaan vertellen dat zij productiever moeten worden. Wie deze boodschap brengt zal sterk in zijn schoenen moeten staan. Voordat minister of staatssecretaris beginnen over 'arbeidsproductiviteit' of, nog gevoeliger, 'prestatiebeloning', is het verstandig eerst de 'niet-productieven' binnen het onderwijs tegen het licht te houden. Heeft het onderwijs al die ondersteuning wel nodig?

Het antwoord is "Nee, nee, nee!". In ieder geval niet bij het huidige aanbod.
    Een nieuwe school staat negatief in het nieuws, en de rector magificus legt uit waarom;


Uit: De Volkskrant, 23-12-2011, van verslaggeefster Irene de Pous

Reportage | Hogeschool van Amsterdam in debat over diplomafraude

Angsthazen? Bij de hogeschool?

Diplomafraude. Je kunt een hbo-instelling en haar bestuurders niet harder treffen dan door dat woord in één zin met de naam van hun instelling te verbinden. Nadat zaterdag De Telegraaf de krant had geopend met het nieuws dat op de Hogeschool van Amsterdam duizenden diploma's onterecht zouden zijn verstrekt, is het debat over de onderwijskwaliteit aan de grootste hbo-instelling van Nederland losgebarsten. Ook op de hogeschool zelf.   ...
    De berichten over diplomafraude volgden op onrust bij de economische afdeling van de Hogeschool van Amsterdam, waar 53 docenten vorige week anoniem een brief aan de directie stuurden waarin ze hun zorgen uitten over de onderwijskwaliteit en de organisatiecultuur. Het vertrouwen in het bestuur had het nulpunt bereikt, schreven de docenten. ...


Red.:    Waarom zouden die docenten nu anoniem brieven naar de krant sturen in plaats van de weg van het management te bewandelen? Rector magnificus Jet Bussemaker, ex-PvdA staatssecretaris, legt het uit:

  'Het is zorgelijk dat mensen die zich zorgen maken dit niet openlijk durven zeggen', stelt Bussemaker. 'Maar komt dat door een angstcultuur, of is het een angsthazencultuur?'  

Oftewe, het ligt aan de docenten - die managers hebben natuurlijk een open oor voor alle klachten - volgens de rector. 
  Rector magnifcus Jet Bussemaker gaat donderdagavond op een podium in gesprek.  Over de fraude is Bussemaker kort: zij heeft hierover nooit signalen gekregen, maar ze laat het onderzoeken.

Die klachten zijn dus niet geuit volgens de rector - onderzoeken, door managers besteld natuurlijk, zijn slechts ter afdekking van die overtuiging. En die klagende docenten zijn dus de vijand:
  'Blijkbaar zijn er mensen die deze instelling haten en er toch werken. En dit soort berichten anoniem De Telegraaf in willen hebben. Dat is dieptreurig.' 

Er zijn natuurlijk inderdaad mensen die de instelling haten. Dat is allang bekend dat zijn de managers van de instelling - vooral de topmanagers. Want vooral topmanagers hebben maar één belang: het eigenbelang. En als er verantwoordelijkheid moet worden genomen,. wijzen ze naar de ander. Kijk maar:
  Maar dan komt de schuldvraag. Wie is er verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs, of beter: voor het gebrek daaraan?
    ... Bussemaker benadrukt de rol van de docent, die over de kwaliteit van zijn lessen gaat.

Een vuile leugen, van de lieden die de goedwillende en op de kwaliteit lettende vakdocent het beroep hebben uitgejaagd.
    Kijk maar:

 De Volkskrant, 11-06-2012, ingezonden brief van A. Kusters, Lochem

Kenniseconomie

Wij moeten een kenniseconomie zijn, roept de minister. We moeten bevoegde mensen voor de klas hebben, roept de vakbond. Iedere leerkracht zou een master moeten halen zegt een commissie.
    Na een drie jaar durende ononderbroken tijdelijke aanstelling bij een roc wordt onze dochter ontslagen. Zij gaf volledig bevoegd les aan de hoogste klassen van vmbo, havo en vwo, maar nu zou er een vaste aanstelling moeten komen. Zij deed haar werk met veel plezier en tot genoegen van haar collega's, van de teamleider en van de leerlingen. Zij nam genoegen met een bescheiden salaris en zij nam genoegen met het feit dat het werk haar vele uren vrije tijd kostte.
    Het bestuur is van mening dat een bevoegdheid eigenlijk niet nodig is en dat ze daarvoor nog wel iemand in huis hebben. Zij is zeker niet de enige die ontslagen wordt in het zicht van een vaste aanstelling. Niet de minister beslist daarover, noch de inspectie, noch de vakbonden. Het zijn de roc-bestuurders die hebben besloten dat er interessante gebouwen moeten komen en dat het onderwijs is verworden tot sluitpost van de begroting. Zij hebben besloten dat onderwijsbevoegdheden voor het onderwijs in het roc overbodig en te duur zijn. Iedereen kan immers alle vakken geven ...

Red.:   Het is tuig in stropdas ...
    En waar ze natuurlijk al helemaal niet aan doen, met hun stropdas, is techniek:


Uit: De Volkskrant, 14-08-2012, van verslaggeefster Nanda Troost

Vakscholen in opmars, 'de roc's lopen achter'

Tussentitel: 'Het komt steeds vaker voor dat bedrijven de lead nemen'

De bedrijfsvakschool is in opmars. Daarmee proberen bedrijven de tekorten aan geschoold personeel op te vangen en kunnen ze het onderwijs beter laten aansluiten bij de praktijk van hun eigen bedrijf. Komend schooljaar beginnen zes nieuwe initiatieven, waaronder de TechniekFabriek van NS-dochter NedTrain..
     'Het komt steeds vaker voor dat bedrijven de lead nemen, omdat ze zien dat het de roc's niet gaat lukken', zegt Hans Mulder, beleidsmedewerker van het opleidingsfonds van de grootmetaal, het A+O Metalelektro. 'Roc's lopen achter. Dat kan je ze niet kwalijk nemen. Bedrijven innoveren voortdurend, Nederland staat in de top-tien van patenten, en roc's kunnen dan niet elke keer het laatste machinepark op school hebben staan.'    ...
    Er zijn inmiddels zeker vijftig bedrijfsvakscholen. Soms ook slaan bedrijven de handen ineen om in de regio hun eigen opleiding van de grond te krijgen. ...


Red.:   Natuurlijk kan je dat roc's wel kwalijk nemen. Vroeger was er de ambachtsschool, maar is door het soort lieden dat nu roc-bestuurder is afgeschaft. Te "duur". Een smoes voor "een hekel aan techniek".
    Een puinruimer noemt, zonder dit expliciet te bedoelen, nog eens het voornaamste product van het moderne management:


Uit: De Volkskrant, 23-08-2012, van verslaggever Merijn Rengers

Scholenmoloch Amarantis opgedeeld in vijf groepen


De Randstad is met ingang van het huidige schooljaar vijf nieuwe scholengroepen rijker. Die zijn voortgekomen uit de omgevallen onderwijsgigant Amarantis. Daarmee is de eerste schaalverkleining in het onderwijs in Nederland een feit.   ...
    ... De schaalverkleining moet ervoor zorgen dat leerlingen, docenten en (lokale) bestuurders zich weer betrokken voelen bij de organisatie waar zij voor werken, zegt interim-bestuurder Marcel Wintels, die vanaf half februari heeft puingeruimd bij Amarantis.
    'Leraren waren totaal verweesd in de Amarantis-organisatie. Er zat nauwelijks logica in de scholen die met elkaar gefuseerd waren', zegt Wintels, ...


Red.:    Het voornaamste product van moderne managers is vervreemding. Met uitschieters richting ontmenselijking.
    Nummer twee:


Uit: De Volkskrant, 19-10-2012, van onze verslaggeefster Sterre Lindhout en Ianthe Sahadat

Rotterdamse scholenreus Zadkine aan rand afgrond

Zadkine, een roc met 18 duizend leerlingen, is in nood door de aankoop van meerdere panden. Het verlies loopt dit jaar op tot 19 miljoen euro.


De Rotterdamse onderwijsgigant Zadkine (18 duizend leerlingen, bijna tweeduizend werknemers) vecht tegen de ondergang. Vanwege een miljoenentekort moet het roc 150 banen extra schrappen en 100 duizend vierkante meter aan gebouwen verkopen. Met het ministerie van Financiën lopen onderhandelingen over een financieel vangnet om de mbo-instelling te redden.
    Naar verwachting sluit Zadkine het boekjaar 2012 af met een verlies van 19 miljoen euro. Vorig jaar was het verlies al 15 miljoen euro. De onderwijsinspectie plaatste het roc maandag in stilte onder de zwaarste vorm van financieel toezicht.
    Na Amarantis is Zadkine de tweede grote onderwijsinstelling die dit jaar op de rand van de afgrond balanceert. Bij Amarantis waren de vele nieuwbouwprojecten de boosdoener, bij Zadkine is de hoeveelheid aangekocht vastgoed de voornaamste oorzaak van de problemen.    ...


Red.:   Zelfde oorzaak dus: megalomanie. In wat meer detail:


Uit: De Volkskrant, 20-10-2012, van verslaggeefsters Sterre Lindhout en Ianthe Sahadat

Leerlingen hoeven geen A-locatie

De voorkeur voor dure gebouwen van het bestuur van de Rotterdamse scholengigant Zadkine was veel docenten al jarenlang een doorn in het oog. 'Er was veel hoogmoed.'


Tussentitel: Het bestuur opereerde als een multinational, niet van een school. The sky is the limit, was het motto - Docent economie van Zadkine

...    Onder docenten waren de financiële problemen al langer onderwerp van gesprek. Dat de situatie zo penibel was, komt desalniettemin als een schok.
    Een docent economie van een andere locatie maakt zich al jaren zorgen om de toekomst van zijn school. ...
    De grootheidswaan van bestuurders in onderwijsland stuit hem en zijn collega's tegen de borst. 'Het bestuur opereerde als dat van een multinational, niet van een school. Er was veel hoogmoed, the sky is the limit was het motto.'
    Docenten verbaasden zich jarenlang over de voorkeur voor 'A-locaties' die het bestuur, onder leiding van Henri van Vlodrop, aan de dag legde. Zo resideert Zadkine onder meer op de Kop van Zuid op een steenworp van het befaamde Hotel New York, in het oude Shellgebouw aan het Hofplein en sinds deze zomer in het fonkelnieuwe pand aan de Montessoriweg in Rotterdam-Zuid.
    'Wat hebben leerlingen aan A-locaties?', zegt de economiedocent aan de telefoon. 'Die willen gewoon een metro- of bushalte in de buurt'.     ...


Red.:   Plus natuurlijk ook dit verschijnsel:

  Onder docenten waren de financiële problemen al langer onderwerp van gesprek. Dat de situatie zo penibel was, komt desalniettemin als een schok.
    Een docent economie van een andere locatie maakt zich al jaren zorgen om de toekomst van zijn school. Hij wil niet met zijn naam in de krant, uit vrees voor zijn baan. In de vijftien jaar die hij bij Zadkine werkt, heeft hij een kloof zien ontstaan tussen docenten en managers. 'Vroeger liep ik gewoon bij de directeur langs met een vraag, nu weet ik amper wie het is.'    ...
    Een Surinaamse docente financiële economie brengt de pauze door in haar lege lokaal. Alle medewerkers kregen donderdag een mail van het bestuur. Alweer, dacht de docent die ook anoniem wil blijven. ...

Terreur.
    Waar je bij de megalomanie nog kan veronderstellen dat er in de verte nog iets van goed e wil achter steekt, houdt houdt dat met dit soort zaken erbij meteen op. Dit soort lieden is tuig en gajus. Tuig en gajus met stropdas.
    Dat verdedigd wordt door nog hoger tuig en gajus - eerst even nog wat gevallen::


Uit: De Volkskrant, 25-10-2012, van verslaggeefsters Sterre Lindhout en Ianthe Sahadat

Nog 4 mbo's in de problemen

Naast ROC Zadkine en Amarantis staan nog vier mbo's op de zwarte lijst van de inspectie. Volgens de MBO Raad is ook de politiek daar schuldig aan.


Behalve ROC Zadkine en Amarantis dreigen nog vier mbo-instellingen in geldproblemen te raken. Het gaat om ROC Leiden, ROC Nijmegen, het Friesland College in Leeuwarden en ROC Zeeland. Teruglopende leerlingenaantallen, het wegvallen van gesubsidieerde inburgeringscursussen en ongelukkig vastgoedbezit zijn de belangrijkste oorzaken. ...


Red.:    En dat is dus des schuld van anderen, vindt de baas van de managers:

  Jan van Zijl, directeur van de MBO Raad, de koepelorganisatie van mbo-scholen. 'De hele sector zit in zwaar weer.'    ...
    Hij bestrijdt het idee dat bestuurlijke overmoed en ruimhartige vastgoedaankopen de enige oorzaken zijn van de financiële malaise. 'Al ontken ik niet dat sommige roc's daarmee de fout zijn ingegaan. Je kunt je afvragen of zo'n mbo als Zadkine een dure vestiging op de Kop van Zuid moet hebben.'

Het is één grote kongsi, die bestuurders-kaste.
    Nog zo'n exemplaar:


Uit: De Volkskrant, 25-04-2013, van verslaggeefster Charlotte Huisman

Reportage | Schoolstaking Maastricht

'Juist de fijnste leraren moeten weg'


Eenvijfde van de leraren moet er binnenkort uit op het Sint-Maartenscollege in Maastricht. Krimp, zegt het bestuur. Maar de leerlingen pikken het niet. 'Wij kunnen Van Wissen niet missen.'


Afwisselend keiharde beats en leuzen schallen uit de boxen op het schoolplein van de havo-vwo-afdeling van het Sint-Maartenscollege in Maastricht. Daar staan woensdagmiddag zo'n beetje alle 800 leerlingen hutjemutje te protesteren in de warme lentezon. Ze keren zich tegen het gedwongen vertrek van zo'n twintig van de ruim honderd personeelsleden, meest docenten, met spandoekteksten als 'Kappen met banen schrappen' en 'We kunnen Van Wissen niet missen'.    ...
    De demonstranten willen niet dat de klassen straks nog groter worden. 'Wij staan achter onze docenten', zegt Hester van Hall (17), lid van de leerlingenraad. 'De bevolkingskrimp in Maastricht is niet zo sterk dat er zo veel mensen moeten vertrekken. En zeker niet de beste docenten.'
     Net als veel anderen geeft zij de onderwijskoepel LVO de schuld van de problemen. 'Die hebben een duur pand in Sittard en royaal betaalde bestuurders. Als zij het geld goed hadden besteed, was de kwaliteit van het onderwijs nu niet in gevaar geweest.'    ...


Red.:    Natuurlijk zien de koepel-managers dat anders:
  Onderwijskoepel LVO ziet het volledig anders. Directielid Jacqueline Lamoré van de LVO-afdeling Maastricht vindt dat leerlingen en leraren hun goede bedoelingen niet begrijpen. 'Ons meest dierbare werkkapitaal zijn juist de docenten', zegt ze.

Hoeveel waarde kunnen we hier aan hechten. Het antwoord staat in het artikel:
  'Deze steun is hartverwarmend', zegt een leraar die boventallig is verklaard. Net als veel andere leraren wil hij niet met zijn naam in de krant. Ze spreken van een angstcultuur op de school. 'Je kunt hier maar beter niet zeggen wat je denkt', zegt een van hen. Onafhankelijk van elkaar noemen ze voorbeelden van mondige docenten die het leven zuur is gemaakt.

Die onderwijsmanager is niet alleen een gore leugenaar, maar ook nog een vuile tiran.
    Zelfs de inspectie, zelf natuurlijk ook bureauwerkers en een half soort managers, ziet een probleem:


Uit: De Volkskrant, 25-04-2013, van verslaggeefster Sterre Lindhout

Inspectie: kwaliteit raakt in gedrang

Schoolbesturen zijn te veel bezig met huisvesting, personeelsbeleid en andere randvoorwaarden. Daardoor dreigt de kwaliteit van het onderwijs in het gedrang te komen. Dat stelt de onderwijsinspectie woensdag in haar jaarlijkse Onderwijsverslag.
    'In financieel magere tijden moeten schoolbesturen prioriteit geven aan de verbetering van de onderwijskwaliteit. Daarom zetten we vraagtekens bij de hoge uitgaven aan huisvesting van sommige besturen', zegt een inspectiewoordvoerder. ...


Red.:    En ten bewijze van aan welke kant ze echt staan:

  Hij haast zich te zeggen dat het verband tussen hoge uitgaven aan gebouwen en kwaliteitsafname niet bewezen is. Daarvoor beschikt de inspectie niet over genoeg gegevens.

Pure kwaadwillendheid. Want verderop in het stuk:

  Een grote groep scholen voldoet net aan de minimumeisen van de inspectie en zit formeel dus aan de goede kant van de streep. Maar aan verbeterpunten blijkt nauwelijks te worden gewerkt. Een van de grootste zorgen is de toename van ontoereikend opgeleid personeel en het gebrek aan bij- en nascholing voor leraren. Veel leraren beheersen wel de basis, maar beschikken niet over de vaardigheden om zorgleerlingen of uitblinkers goed te begeleiden. Het resultaat: onderwijs dat uitblinkt in middelmatigheid.

En iedereen maar dan ook iedereen in het onderwijs weet dat het niet gaat om vaardigheden om zorgleerlingen of uitblinkers te begeleiden, maar om tijd. Wat de term 'begeleiden' houdt automatisch in het begrip "aandacht", en het begrip "aandacht" houdt automatisch in het begrip "tijd". En tijd krijgen leraren alleen meer als ze minder leerlingen krijgen om aandacht aan te besteden. en meer leraren kosten meer geld, dus er is een direct en omgekeerd lineair verband tussen geld besteed aan gebouwen en aandacht van leraren voor zorgleerlingen en uitblinkers. En daar komt geen enkel onderzoek aan te pas.
    Uit een groot artikel in het Opinie-katern Vonk van de Volkskrant:


Uit: De Volkskrant, 13-04-2013, door Rutger Bregman,

De prof wint het van de prof.
 
De studentenaantallen exploderen, terwijl de universiteiten het met een steeds kleiner budget moeten doen. Rutger Bregman ziet het peil dalen, doordat kwaliteit is gelijkgesteld aan kwantiteit.


Tussentitel: Pak het probleem bij de wortel aan: stop met alleen voor kwantiteit betalen

Toevallig was ik zijn boekje tegengekomen. Het lag al jaren stof te vergaren in de Utrecht- se universiteitsbibliotheek. Het lezen was een feest der herkenning geweest, maar ook een grote schok. Van het universitair front geen nieuws, zo heet het pamflet dat Chris Lorenz, hoogleraar geschiedfilosofie aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, precies twintig jaar geleden schreef.
    Het is een haarscherpe analyse, of eigenlijk een voorspelling, van hoe de bezuinigingen en de 'ondernemende universiteit' het onderwijs zouden gaan uithollen. ...
    'Kwaliteit is verworden tot kwantiteit, daar komt het steeds op neer', zei Lorenz.
    Die klacht is dus al twintig jaar oud - het manifest van Lorenz verscheen in 1993. En in het voorjaar van 2000 verscheen nog een manifest: Naar een universitair reveil. Vijftig hoogleraren constateerden dat de verschraling zich had doorgezet. Studies waren korter geworden, groepen groter. De student was 'een standaardproduct' geworden.
    Het mocht niet baten. Het aantal studenten steeg verder van 160 duizend in 2000 naar ruim 245 duizend in 2011, terwijl het aantal medewerkers gelijk bleef. Het aantal studenten per docent is sinds 2000 bijna verdubbeld, ook doordat maar liefst 4.000 fte's aan onderwijs zijn omgezet in onderzoek. Ten opzichte van de jaren tachtig zijn de uitgaven per student meer dan gehalveerd, terwijl de overhead is blijven groeien. Meer dan 30 procent van het budget gaat tegenwoordig naar 'ondersteunende diensten'. Tussen 2005 en 2010 steeg het aantal managers met 18 procent en nam het aantal pr-medewerkers met 34 procent toe. Om van alle investeringen in vastgoed maar te zwijgen.    ...
    Hoe is het zo ver gekomen? Volgens Paul van der Heijden, oud-rector van de Universiteit Leiden, is het een en al vooruitgang geweest. Toen hij begin februari met vervroegd pensioen ging, was er alleen ophef over zijn doorbetaalde sabbatical (raad van toezicht: 'volstrekt redelijk'), maar zijn afscheidsrede was veel interessanter. Die leest als een universiteitsgeschiedenis, maar dan vanuit het gezichtspunt van de manager.    ...


Red.:   Op die Paul van der Heiden komen we nog terug.
    Het betoog van Bregman is dat de meeste van deze ontwikkelingen veroorzaakt zijn door overheidsbeleid. Dat is het "Nuremberg"-argument - de nazi-leiders voerden aan dat ze wel met het systeem mee moesten doen. Het argument werd verworpen. Er is en blijft uiteindelijk het argument van vrije wil. Die universiteitsmanagers hoeven niet achter het beleid van de overheid aan te hollen op de manier als ze het doen. Ze zijn en blijven individueel verantwoordelijk. Als prutsers en graaiers.
    Er is weer wat gediscussieer en een ervaren persoon uit het veld onderstreept nog maar eens een eerdere observatie van één van de weinigen met gezond verstand in de Volkskrant, Aleid Truijens:


De Volkskrant, 16-03-2015, ingezonden brief van Dr. Reinoud Jan Slagter, Bussum, docent wiskunde, natuurkunde en theoretisch fysicus

Wat ging er fout?

Als docent wiskunde en natuurkunde in het VO, vanaf 1971 tot heden, ben ik geheel eens met de zienswijze van Aleid Truijens. Ze geeft exact aan wat er fout ging in het onderwijs: de lumpsumfinanciering. Ik kan een boek schijven over de gevolgen van deze verandering: de opkomst van het zichzelf verrijkende managementgilde in het onderwijs. De docenten, toch de mensen die het veldwerk doen, hebben zich laten inpakken door deze groep 'leidinggevenden'.
    Deze groep heeft steeds minder binding met het onderwijs en zijn slechts managers die vaak het onderwijs als springplank zien naar een nog beter betaalde baan buiten het onderwijs. Toen ik begon les te geven op een middelbare school met 1.600 leerlingen, was er een rector (die ook les gaf!) en twee conrectoren (uiteraard docenten).
    Meer niet. Wat een weelde. Anno 2015 zijn er op dezelfde school met het zelfde aantal leerlingen: een directie hoofd; een rector met twee secretaressen, acht teamleiders, vaak met een assistent, een horde begeleiders, interimmanagers en onderwijs bewakers, met een voor mij onduidelijke taak.
    Wanneer ik een extra uur vraag omdat ik door omstandigheden in tijdnood kwam bij de behandeling van de leerstof in een examenklas, krijg ik steevast het antwoord: te duur. Een geluk bij ongeluk voor deze situatie is, dat het niveau van het wiskunde en natuurkunde onderwijs al 30 jaar een neerwaartse lijn vertoont, waardoor er minder lessen nodig zijn t.o.v. het niveau van de jaren zeventig. Vijf lessen per week natuurkunde werden twee lessen.
    Een examenopgave op het havo uit 1975 kan ik nu niet geven op het vwo. De leerlingen zouden in paniek raken. Er is maar een remedie om uit deze ellende te komen: geef de docenten weer de macht en reduceer de 'overhead' tot een minimum.


Red.:   Het is diep droevig ...
    En ook naar aanleidng van deze discussie:


De Volkskrant, 16-03-2015, ingezonden brief van Piet Schram, oud-hoogleraar TU Eindhoven, Eindhoven

Ik ben blij met de kritiek van mijn kleindochter Eva

Dat het redelijk is een maximum termijn te stellen van vier jaar voor een bachelordiploma, waar een driejarig programma voor staat, daarover kunnen we het waarschijnlijk wel eens zijn, mits uitzonderingen kunnen worden gemaakt in verband met ziekte of maatschappelijke activiteiten. Maar het rendementsdenken heeft een veel negatiever aspect: het streven naar zo groot mogelijke aantallen afstudeerders en promovendi. Die brengen namelijk veel geld in de universitaire laatjes. Dat streven brengt het gevaar met zich mee dat de eisen die aan het afstudeer- en promotieonderzoek worden gesteld, worden verzwakt.
    Het rendementsdenken gaat dan ten koste van onderwijs en onderzoek. In die zin is het scherp stijgende aantal proefschriften daarom helaas geen bewijs van toenemend rendement, indien gemeten in nieuwe inzichten. Dat zich bij de wens naar meer bestuursmacht voor studenten en medewerkers een gebrek aan geheugen zou manifesteren omdat de democratische periode tot 1997 een mislukking zou zijn geweest, ben ik geheel oneens met Arthur. Ik ben zelf in die tijd jaren lid geweest van de hogeschoolraad van de Technische Hogeschool Eindhoven. Dat de beslissingen in die raad altijd afwijzingen waren van de voorstellen van het college van bestuur is gewoon niet waar.
    Wel waar is dat het bestuur van een cvb daadkrachtiger kan zijn, indien er geen medebeslissingsrecht bestaat voor studenten en docenten. In het algemeen zijn dictaturen nu eenmaal daadkrachtiger dan democratische besturen. Ik sta niet alleen als ik desondanks de voorkeur geef aan democratie. De afschaffing van de democratische universiteitsbesturen door minister Ritzen in 1997 werd niet zozeer ingegeven door gebreken van die besturen als wel door een verlanger naar een afscheid van allerlei progressieve verworvenheden uit de voorafgaande decennia.
    Het huidige college van bestuur in Eindhoven is vooral geïnteresseerd in nieuwe gebouwen en verfraaiing van de campus. Was er maar een universiteitsraad met studenten en medewerkers met medebeslissingsrecht, die de aandacht en de middelen weer naar de wezenlijke taken van de universiteit, onderwijs en onderzoek, zou kunnen terugbrengen.


Red.:   En dat is bijvoorbeeld in Leiden niet anders: er wordt een slechts in details veranderd lettertype in de huisstijl vervangen - van een afstand ziet niemand het verschil. En dan is er wel geld om van alle gebouwen de neonbelettering te vervangen. Ongetwijfeld als deel van een miljoenenkostende operatie. En ook in Leiden schieten de gebouwen als paddenstoelen uit de grond, en worden hele wetenschappelijke instituten opgeheven.


Naar Onderwijsbeleid, lijst , Rijnlands beleid , Rijnlands beleid, overzicht  , of site home .