Politiek rechts

De linker kant van het politieke spectrum wordt op deze site bekritiseer in allerlei details, zie bijvoorbeeld Linkse denkfouten  , Politieke correctheid  en PC club  , terwijl iets dergelijks voor politiek rechts niet wordt gedaan. De reden is dat politiek links door de redactie gezien als voor verbetering vatbaar, terwijl politiek rechts dusdanig ver achterloopt op de beschaving dat isolatie de enig zinvolle aanpak lijkt.

Het programma van politiek rechts is in wezen heel simpel, en hetzelfde als het aloude van koning of dictator: behoud van de macht, in dit geval de economische macht van de top van maatschappij en bedrijfsleven  .

De strijd van de beschaving is in eerste instantie de strijd van gezag tegen macht, waarbij macht gedefinieerd is als zeggenschap gebaseerd op willekeur, en gezag als zeggenschap gebaseerd op kunde  . En in tweede instantie bestaat beschaving uit het op basis van wederzijds respect en vertrouwen omgaan met die zeggenschap. Daar nog verder onder vallen nog veel meer zaken, maar daarvoor geldt in hoge mate wat ook voor ten eerste en tweede geldt: als aan ten eerste voldaan is, komt ten tweede ook meestal wel in orde, dat wil zeggen: als zeggenschap gebaseerd is op kunde, zijn de mensen die die zeggenschap hebben voor het overgrote deel van de soort die ook automatisch aan de tweede voorwaarde voldoen.

Het omgekeerde is helaas ook waar. Berust gezag op willekeur, dan ontbreekt meestal ook de tweede voorwaarde voor beschaving: het wederzijdse vertrouwen, en ook de verdere zaken als fatsoen. Men kan hier eindeloos veel voorbeelden van aanhalen, bijvoorbeeld uit de geschiedenis, maar ook de literatuur is hiervan een uitstekende bron. Alleen al in haar keuze van werkomgeving laat de literatuur zien waar de verhouding tussen mensen knelt: niet in het parlement, maar aan het hof, en daar waar het parlement voor haar interessant is, is daar waar het lijkt op het hof. Diverse mensen hebben al opgemerkt dat er (in hun ogen) een aanzienlijk bezwaar is tegen beschaving, en dat is dat het geen goede bron is voor literatuur, voor verhalen.

Het huidige politieke rechts zal dit soort gedachten natuurlijk nooit bewust uitspreken, want wij leven in een democratie, en deze ideeën zijn apert anti-democratisch. Toch is er wel het een-en-ander van merkbaar. Zo spreekt men zich wel uit voor democratie, maar men bedoelt dan altijd de parlementaire democratie, die waarbij er een laag van beroepspolitici bestaat die de wens van de burger vrijelijk kan interpreteren, die een mandaat hebben. Meer democratische vormen van democratie, zoals referenda, zijn rechtse politici altijd tegen. Ook hier geldt natuurlijk weer dat ze dat zelden of nooit zeggen, althans niet opvallend.

Hoe dit proces werkt, bleek bij het raadgevend referendum over de Europese grondwet, in juli 2005. Dit referendum was uitgeschreven omdat er een onder een deel van de bevolking twijfel was gerezen over de Europese eenwording, en de rechtse partijen in een moment van onwaakzaamheid instemde met een voorstel voor een referendum van de linkse partijen, die ook voor de Europese eenwording waren. Later bleek dacht men dat de gemeenschappelijk steun van alle politieke partijen er wel voor zou zorgen dat de meerderheid der burgers voor zou stemmen. Het referendum leidde tot aanzienlijke politieke commotie en emotie bij de burgers, die eindelijk over iets concreets mochten stemmen, en toen de polls op een negatieve uitslag begonnen te wijzen, tot een stroom van uitspraken van politici die het bestaan van het referendum betreurden: mensen stemmen om de verkeerde redenen, het onderwerp is te moeilijk, en als het verkeerd gaat doen we het nog een keer, zijn een paar van de opvallendste. Direct na de uitslag zei vervolgens iedereen, dus ook politiek rechts dat ze het graag nog een keer zouden doen, vanwege de betrokkenheid van de burger; men kon ook moeilijk anders, want de burger had eindelijk democratisch iets besloten. Een half jaar later, september 2005, zijn we weer terug bij af: politiek rechts is tegen het referendum, dus tegen democratische besluiten door de burger.

Op het ogenblik speelt een dergelijke strijd ook op een belangrijk secundair proces van democratie en beschaving: de publieke informatievoorziening. Goede besluitvorming, op welk niveau dan ook, is alleen mogelijk bij goede informatie, en voor de democratie betekent dat dat publieke informatievoorziening een essentieel deel uitmaakt van democratie. Publieke informatievoorziening is tegenwoordig grotendeels in handen van de elektronische media: radio en televisie, en dan eigenlijk vooral de televisie. Het gaat dus over de rol van die media. tegenwoordig komen die in twee soorten: publiek en commercieel. Het algemene oordeel over de rol van deze twee in de publiek informatievoorziening is duidelijk: de commerciële doen daar veel minder aan. In het westerse land waar de positie van de commerciëlen dominant is, de Verenigde Staten, is de publieke informatievoorziening het slechtst.

Dus zou in Nederland een democratisch gezind iemand voor de publiek omroepen moeten zijn. De realiteit is dat de rechtse politici op dit moment hard bezig zijn om de rol van de publiek omroep te verzwakken, onder andere met het argument dat een belangrijk deel van haar taken ook door de commerciëlen kunnen worden gedaan. Dit gebeurt niet door het direct opheffen van de publiek omroep, dat zou teveel opvallen. In plaats daarvan wordt eerst de positie van de publieke omroep verzwakt, door maatregelen als het niet mogen uitzenden van amusement, waarna men in een later stadium kan zeggen dat er te weinig belangstelling is voor en publiek omroep, en haar verder kan uitkleden, en uiteindelijk afschaffen, zodat men de Amerikaanse toestand heeft: geen noemenswaardige publiek informatie voorziening, en geen noemenswaardige kritische volgers van de politiek  .

Het draait bij het voorbeeld van de publiek omroep ook hier dus uiteindelijk om het aloude thema: de macht, en wel de macht van de willekeur. Maar de goede waarnemer kan dit thema terugvinden in vrijwel alle rechtse politiek opvattingen.

Op vele andere beleidsterrein spelen soortgelijke processen. De rechtse politiek heeft in feite maar één belang, het eigenbelang oftewel het belang van de top, en het behoud van de macht is er één van. De belangrijkste andere zijn het scheppen van zo groot mogelijke inkomensverschillen, en het betalen van zo min mogelijk belasting - met beide als einddoel om zo veel mogelijk te graaien.

Eén van de duurste zaken in de maatschappij is onderwijs, omdat er relatief veel mensen zijn bij betrokken. Waar de rechtse politiek met de mond het belang van goed onderwijs belijdt, volgen ze in de praktijk die belangen die we net geschetst hebben: het eigenbelang  .

Mensen kunnen op politiek rechts stemmen om allerlei redenen, en voor zover (een deel van) de politiek rechtse opvattingen in hun eigen belang zijn, kunnen ze zelfs voor de hand liggend lijken. Maar die stemmers voor politiek rechts moeten zich wel bewust zijn waar ze uiteindelijk voor stemmen, of eigenlijk waar ze tegen stemmen: ze stemmen uiteindelijk tegen de beschaving. En nu als zodanig gewaarschuwd, doen ze dat vanaf nu bewust, en zullen ze voor honderd procent de gevolgen daarvan moeten dragen, is het niet nu, dan toch uiteindelijk in de nabije of verre toekomst.

Bovenstaande is een rationele analyse, zoals gebruikelijk op deze website - voor de literaire tegenhanger ervan, zie hier  .


Naar Politieke analyse  , Politiek lijst  , Politiek & Media overzicht  , of site home  .