WERELD & DENKEN
 
 

Politieke partijen: analyse

Als eerste en ter referentie een lijst van artikelen over de Nederlandse politiek, met de voornaamste gaande over de tegenstellingen tussen wat grote politieke partijen beweren te zijn, en dat waar ze zich in de praktijk voor inzetten, door stemmingen in het parlement en anderszins (voor liefhebbers: de zeer korte versie staat hier  ):


De in deze artikelen beschreven tegenstellingen blijken dramatisch te zijn - samengevat staat er dat: De partijen wier praktische stellingnames enigszins overeenkomen met hun uitgesproken en  geprojecteerde visie zijn de CU, Partij voor de Dieren, SGP, SP en PVV - allemaal kleinere partijen dus.

De discussies die opgezette tijden losbarsten over het vertrouwen van de burger in de politiek zijn in feite allemaal op dit verschijnsel terug te voeren - alle andere argumenten zijn onbelangrijk, of onzin. Zoals blijkt uit onderstaande artikel (uit: De Volkskrant, 26-10-2009, van verslaggeefster Yvonne Doorduyn)
  De sfeer was goed, zonder SP en PVV

Het thuisfront noemt het een ‘snoepreisje’, maar tijdens het bezoek van zeven fractievoorzitters aan Suriname werden ook onderling zaken gedaan.

... Nu de zeven fractievoorzitters en Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA) weer voet op Nederlandse bodem hebben gezet, kan de balans opgemaakt. Wat heeft de reis naar Suriname – in Nederland vooral bekend als snoepreisje – opgeleverd?   ...
    Het gaat te ver om Suriname louter decor te noemen. Toch dient de fractievoorzittersreis, die elke twee jaar plaatsvindt, ook een heel ander doel: de onderlinge verstandhouding tussen de leiders uit het parlement. ... de fractievoorzitters zitten op elkaars lip en doen zaken.
    Coalitiegenoten CDA, PvdA en ChristenUnie strijken de AOW-schermutselingen glad. Pechtold kan luchtigjes bij Rutte informeren over samenwerking in een nieuw kabinet. Van Geel (CDA) kan zijn boosheid kwijt over de recente motie van wantrouwen van de VVD, en vervolgens – zand erover – met Rutte een biertje drinken.
    Ook Halsema was in Suriname one of the boys. GroenLinks doet het goed in de peilingen, en kan in een nieuwe coalitie nodig zijn voor een meerderheid.
    De sfeer was uitermate goed, zo zonder de ‘schreeuwers’ van PVV en SP. Geert Wilders en Agnes Kant bleven thuis, omdat ze niet van ‘ordinaire snoepreisjes’ gediend zijn. ...
    Voor de gezelligheid zijn Wilders en Kant niet nodig. Bij coalitiebesprekingen kunnen ze waarschijnlijk minder makkelijk om Wilders heen. ...

En wat betreft de wat wijdere kring van de deskundige en waarnemers uit diverse kring over en eventuele hervorming van het  kiesstelsel (Dagblad De Pers, 18-05-2010):
  ...dat we politici anders kiezen

Ook al hoofdpijn van de komende verkiezingen? Geen wonder. Een stuk of tien partijen doen een serieuze gooi naar zetels. Er zitten er altijd wel twee of drie bij die niet heel vreselijk zijn. ...
    De schommelingen in de verkiezingsuitslagen zijn zo groot dat veel mensen pleiten voor een ander kiesstelsel dat meer stabiliteit zou moeten bieden. Zoiets als in Amerika of Groot-Brittannië bijvoorbeeld, waar het systeem dwing tot het vormen van twee, maximaal drie partijen.   ...
    Als de voorstanders van een nieuw kiesstelsel de SP en PVV pootje willen lichten, moeten ze misschien toch iets anders verzinnen.

En dat is niet iets dat De Pers zo maar uit de duim zuigt, natuurlijk. Zie maar een paar maanden later, als het om de kabinetsformatie gaat. Het komt pas in Cohen's hoofd op om aan de SP te denken, als het al te laat is (uit: de Volkskrant, 04-08-2010, hoofdredactioneel commentaar)
  .... en Cohen

Vroedvrouw, matchmaker. Waren er meer woorden voorhanden geweest om PvdA-leider Cohen de komst van een rechts minderheidskabinet in de schoenen te schuiven, ...
    Cohen verzuimde daarnaast een werkbaar alternatief te noemen. De uitgestoken hand van de SP heeft hij nu pas aangenomen. Geloofwaardig is deze variant echter niet, omdat D66 daaraan niet wil meedoen.

En D66, de kosmopolieten die Nederland liefst morgen zouden opheffen, zitten nog vaster in de kosmopolitische oligarchie (De Volkskrant, 06-08-2010, ingezonden brief van Gert Gering (Tilburg):
  Ferme wil

Binnen deze formatie kun je links en D66 en de CU twee dingen verwijten:
1. Ze hebben in koor geroepen dat je niet om de PVV heen kunt. Wonderlijk, 4 jaar geleden liet een groot deel van deze partijen de SP links liggen. De SP had toen ook de grootste winst en ook nog eens meer zetels dan de PVV nu. De SP was binnen één rondje van de formateur buitenspel gezet. Het gaat blijkbaar helemaal niet om principes.   ...

    En dit zijn niet het enige tekenen (uit: DePers.nl, 15-03-2010, door Marcia Nieuwenhuis):
  PvdA weer dol op CDA

Nu al jubelen ex-PvdA-bewindspersonen over een mogelijk CDA-PvdA-kabinet. Hoezo slechte sfeer? ‘Iedereen kon het uitstekend met elkaar vinden. Alleen de partijtop niet.’

‘Sfeer in kabinet naar de knoppen’, ‘Ruzie in kabinet verdiept zich’ en ‘Afscheid van een liefdeloos kabinet’ kopten de kranten over het CDA-PvdA-kabinet van Jan Peter Balkenende en PvdA-voorman Wouter Bos. Samenwerken met de PvdA in een volgend kabinet zou ‘ongeloofwaardig’ zijn, liet CDA-leider Balkenende al weten. ‘Dat zat hem zeer in de persoonlijke verhoudingen’ zegt een CDA-bron nu. Met het vertrek van Wouter Bos en de komst van Job Cohen ligt de weg voor een PvdA-CDA-kabinet weer helemaal open.  ...

En weer gezellig samen bezuinigen en privatiseren. Dikke mik. Zelfs PvdA en VVD gaan, zoals al bewezen is de Paarse kabinetten, prima samen (uit: de Volkskrant, 22-04-2010, door Douwe Douwes en Kim van Keken)
  Rutte en Cohen smeden liefdespact

Als het even kan, houden ze het bij een wedstrijdje ‘Twee mannen onder elkaar’. De campagnestrategen van Job Cohen (PvdA) en Mark Rutte (VVD) hebben allang afgesproken dat hun voormannen het liefst met elkaar in het strijdperk treden. Al liet Cohen op tv quasi nonchalant weten dat ‘een debat’ met de liberaal hem ‘interessant’ leek.   ...
    Een goede campagnestrategie is zilver, zegt een Haagse spindokter. Maar goud heb je pas als je goed op onverwachte situaties inspeelt. Ook Hans Dijkstal (VVD) en Ad Melkert (PvdA) hadden voor de campagne van 2002 afspraken gemaakt. Maar dat bleek buiten Pim Fortuyn om gerekend, die in het televisiedebat gehakt maakte van de twee paarse politici. Jan Peter Balkenende viel Fortuyn niet aan, en ging er met de winst vandoor.

Dit is dus de reden voor het voor sommigen verbazingwekkende verschijnsel dat op verschillende tijden diverse combinaties van deze partijen aan de macht zijn geweest, maar dat door al die combinaties heen, er de continue trend was dat Nederland steeds meer op Amerika is gaan lijken (VARAgids, nr. 30-2010, door Marcel van Dam):
  Jan, modaal

Portret van een Zomergast: Marcel van Dam vermoedt dat het niet alleen de gezondheid van Jan Marijnissen was, die hem deed besluiten te stoppen in de Tweede Kamer.


 ... Dat de betekenis van Jan Marijnissen vanwege zijn marxistisch verleden wordt onderschat, lijkt het meest wrang door het gebrek aan waardering voor zijn vroegtijdige ontmaskering van het neoliberale beleid in ons land. In 2001 nam hij het initiatief voor de actie 'Stop de uitverkoop van de beschaving'. Elke persoon belast met het vooroordeel over Marijnissen vanwege zijn verleden, onder wie ikzelf, beschouwde dat als een handige partijpolitieke actie. In werkelijkheid was het een vlijmscherpe analyse van de teloorgang van de sociaaldemocratische consensus van waaruit de verzorgingsstaat was opgebouwd.
    Onze opvattingen, ook over de betekenis van andere mensen, zijn gevangenen van de tijdgeest. Veel politici en journalisten liepen dertig jaar bewust of onbewust achter het neoliberale vaandel aan. Nu door de kredietcrisis blijkt dat die ideologie ons aan de rand van de afgrond heeft gebracht, zien die mensen maar moeilijk onder ogen dat ze er dertig jaar lang naast zaten. ...

Dat van politici wisten we al, maar Van Dam voegt hier ook de journalistiek aan toe. En om te laten zien dat dit niet een één-mans mening van een brommerige oude socialist is:
  Verlies van links ook door het plegen van sociale roofbouw

Bob Bouhuijs | Bob Bouhuijs is historicus, politicoloog en hogeschooldocent. Links is vervreemd van zijn achterban door medeplichtigheid aan de ontmanteling van de verzorgingsstaat.


In zijn artikel van zaterdag 9 oktober schetst René Cuperus de succesformule van de PVV. Onder het motto ‘It’s all about the immigration, stupid’ beklemtoont hij dat de radicale islam en de hoge criminaliteit en werkloosheid onder migranten hebben bijgedragen aan de populariteit van Wilders. ...
    ...Dat de vervreemding van grote delen van het electoraat ook met sociaal-economische factoren samenhangt, negeert Cuperus volledig; een ernstige omissie die een completer inzicht in het succes van Wilders belemmert. Hij gaat volledig voorbij aan de omarming van het neoliberale denken door de PvdA vanaf de jaren ’90.
    De ontmanteling van de verzorgingsstaat kan niet uitsluitend op het conto van rechts geschreven worden. Door deel te nemen aan Paars draagt de PvdA hier een wezenlijke verantwoordelijkheid. Hierdoor heeft die partij bij een deel van haar achterban afkeer gewekt. Juist in achterstandswijken waar men niet altijd eigenhandig een bestaan kan opbouwen, trad de neoliberaal geïnspireerde roofbouw schrijnend aan het licht. Dat dit het wantrouwen jegens ‘de politiek’ bij de bewoners van die wijken heeft bevorderd, waar Wilders op inspeelt, is niet onwaarschijnlijk.
    Binnen links heeft niet alleen de PvdA, maar ook GroenLinks zich het ‘sociaal’-liberalisme eigen gemaakt. Waar het nieuwe kabinet-Rutte enkele schrijnende bezuinigen, bijvoorbeeld op de sociale werkvoorziening, in het vooruitzicht stelde, bleef een apert links antwoord achterwege. De kritiek van GroenLinks, bij monde van Halsema, was juist rechts van toon. Het was in haar optiek een gemiste kans dat het nieuwe kabinet de hervorming van de arbeidsmarkt, door het inperking van WW-rechten en het versoepelen van het ontslagrecht, niet doorvoert.
    Het marchanderen met hun sociale fundament door PvdA en GroenLinks heeft een electorale ruimte geopend waar in het verleden de SP, maar bij de afgelopen verkiezingen vooral de PVV van geprofiteerd heeft. ...

Of in het kort en uit eigen kring (De Volkskrant, 01-02-2011, hoofdredactioneel commentaar, door Peter Giesen):
  Broze tegenmacht

De stemming over de missie naar Kunduz ...
    Er is zeker behoefte aan samenwerking op links....
    Een deel van links is vrijzinnig en marktgezind (D66, GroenLinks, een deel van de PvdA), een ander deel is traditioneel gericht op het bestrijden van sociaal-economische achterstand (een deel van de PvdA en de SP). ...

Oftewel: alleen de SP en een (steeds kleiner wordend) deel van de PvdA is nog links.
    En wie de benadeelden en begunstigden zijn van dit pact van de middenpartijen en van de Nederlandse oligarchie in het algemeen, is volkomen helder (uit de Volkskrant, 24-06-2010, door Harrie Verbon, hoogleraar openbare financiën, Tilburg):
  Glans van Paars is bedriegelijk

Toen in politiek Den Haag de gesprekken over Paars-plus werden afgebroken, dachten sommigen weemoedig terug aan hoe mooi het was onder paars zonder plus, namelijk de kabinetten Kok van 1994 tot 2002.
    Dat paarse beleid was helemaal niet zo mooi. Zo had de paarse coalitie geen boodschap aan het welzijn van kinderen: de kinderbijslag werd beknot, weduwen die kinderen hadden opgevoed werden aangepakt, alleenstaande moeders moesten aan het werk. Onder paars begon het ongebreidelde marktdenken vorm te krijgen. In de zorg, in de energie, in de sociale woningbouw, in het onderwijs, bijna overal in de (semi) collectieve sector moest meer marktwerking komen. Een van de merkbare gevolgen van die marktwerking is dat de topbestuurders in die sectoren nu vrijwel overal Balkenende-plus salarissen verdienen. De markt vraagt daar immers om.
    Paars was ook niet in staat een gezond financieel beleid te voeren, omdat er voldaan moest worden aan de rechtse wens om de belasting te verlagen en de linkse wens om een ruim uitgavenbeleid te voeren. Paars voerde een belastinghervorming in waarbij vele miljarden belastinggeld over de schutting werden gekieperd en waarbij de grote belastingvoordelen voor de rijken onder ons niet werden aangepakt.   ...

Ook in 2010 wordt weer gebouwd aan een Paars kabinet (uit: De Volkskrant, 05-07-2010):
  Ik word genoemd ...

Coen Teulings

Hij zit al aan tafel bij de formatie van het nieuwe kabinet. Als directeur van het Centraal Planbureau (CPB) schoof Coen Teulings al twee keer bij de informateur aan. Zijn rapporten bepalen mede hoeveel Nederland de komende jaren gaat bezuinigen. Zijn doorrekening van verkiezingsprogramma’s leidde ertoe dat politieke partijen u niet zomaar iets op de mouw spelden, maar er direct het kostenplaatje bij leveren.
    Coen Teulings (51) wordt genoemd als de nieuwe PvdA-minister van Financiën. ...
    Teulings is ondanks zijn onafhankelijke rol bij het CPB openlijk PvdA-lid. ...
    Voor zijn baan bij het CPB was Teulings hoogleraar economie aan achtereenvolgens de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit in Rotterdam. In 2004 schreef hij mee aan het beginselprogramma van de PvdA.

Zie hier  voor het bewijs dat Teulings een neoliberaal is van het zuiverste water, wiens enige doel is de staat af te douwen, en het recht van de sterkste te laten zegevieren. En dat past prima binnen de PvdA.
    De enige mogelijke conclusie van dit alles is dat de grote politieke middenpartijen op de hoofdpunten van de brede maatschappelijke visie één pot nat vormen. Allemaal zijn ze voor, in wat mindere of veel meer mate de neoliberale maatschappijinrichting (uit De Volkskrant, 07-05-2010, door J. Bernlef, schrijver):
  Overheid liet burger in de steek

Op het moment dat Wim Kok de ideologische veren van de PvdA afschudde, ontwaakte ik uit mijn sociaal-democratische droom van consensus, overleg, tegenstellingen overbruggen et cetera. De partij schaarde zich vanaf dat ogenblik onder de gelovigen in een heilzame werking van het marktmechanisme.
    In de jaren erna werden allerlei voorzieningen, die tot dat moment door de overheid werden geleverd, zoals de posterijen, het openbaar vervoer, de zorg, de energievoorziening, steeds verder geprivatiseerd. De voorstanders van dit nieuwe geloof in de vrije markt beweerden dat dit allemaal in het belang van de burger was en dat al die voorzieningen goedkoper zouden worden. Het is intussen wel gebleken dat het omgekeerde het gevolg was.
    Politici beweren nu dat er een kloof tussen burgerij en politiek is ontstaan. Die kloof heeft de politiek zelf geschapen. Geen wonder dat de burger zich door de overheid in de steek gelaten voelt nu hij bij steeds meer loketten nul op het rekest krijgt en de serviceverlening steeds meer vervangen is door onpersoonlijke bureaucratie.
    In de discussie over de privatisering van overheidstaken wordt het ethisch principe meestal geheel buiten beschouwing gelaten. Toch is dat voor mij belangrijker dan economische motieven. In een beschaafd land hoort een aantal taken nu eenmaal tot de verantwoordelijkheid van de overheid.
    De enige partij die van meet af aan duidelijk afstand heeft genomen van deze privatiseringsgolf was de SP. ...

De reden voor dit verraad aan de gewone burgers is dat de politiek een deel is van de middenklasse, die tezamen met de top, van dit beleid profiteert. Die samensmelting qua belangen van top en middenklassen heeft plaatsgevonden op bijna alle onderdelen van de maatschappij, tezamen een bijna onontkoombare bestuurlijke laag vormend die zichzelf benoemt, en met recht een vorm van oligarchie genoemd kan worden  .

De enige wat grotere partijen die daar dus niet aan  meedoen, en op verschillende punten de kant van de lagere en lage middenklasse kiezen, zijn PVV en SP, en die worden dus door de "middenpartijen"  weggezet als "extreem" en/of "populistisch" - waarmee ze zichzelf dus impliciet het etiket van grootburgerlijk-elitair opplakken.

Kortom: wilt u voorkomen dat Nederland nog meer op het voor de top van de maatschappij zo "gezellige" Amerika gaat lijken, stemt dan niet op de "middenpartijen" die het zo goed met elkaar kunnen vinden. Bedenk uzelf wat de volgende briefschrijver ook heeft gedaan (uit de Volkskrant, 23-12-2009, ingezonden brief van Pieter Fokkink):
  Ontevreden burgers

Een interessant initiatief om het eerste decennium van de 21ste eeuw thematisch te belichten (Binnenland, 22 december). Zelf ben ik van voor de Tweede Wereldoorlog en vanaf begin jaren vijftig actief in politieke en maatschappelijke organisaties; zo heb ik achter de schermen kunnen kijken. De ontevredenheid van de burger is van alle tijden: kijk naar de jaren zestig. Er is alleen één groot verschil met nu. Wij waren vroeger niet geïnformeerd over het reilen en zeilen van de maatschappelijke top. Tegenwoordig is dat door de multimedia wel zo. Ook waren de media veel terughoudender met informatie, zoals ik zelf heb ervaren toen ik in de jaren vijftig bij de Volkskrant werkte. Er heeft zich een groot maatschappelijk demasqué voltrokken betreffende de oprechtheid van diegenen die de beslissingen nemen. De façade is weg. Iedereen kijkt achter de schermen en schrikt van de poverheid en het gebrek aan integriteit. Dat maakt de burger boos. Niet de geïndividualiseerde burger, maar de geïnformeerde burger heeft de omslag bewerkstelligd.

En waar de geïnformeerde burger achter is gekomen, is het volgende (uit: de Volkskrant, 12-01-2010, door Peter Kanne, onderzoeker TNS NIPO):
  Fusies geven kiezer meer houvast

... De sociaal-democratische en de sociaal-culturele as delen de politieke werkelijkheid in vier blokken, die kiezers en gekozenen voor twee hoofdvragen stellen. Vraag 1: kiezen we voor een internationale of voor een nationale of regionale oriëntatie? En vraag 2: streven we naar solidariteit of individuele verantwoordelijkheid?
    De vier ideologische blokken die door die twee dimensies ontstaan, komen overeen met vier langetermijnscenario’s. Indien men kiest voor een kant van de sociaal-culturele dimensie: een nationale of regionale oriëntatie, is er de keuze uit de scenario’s ‘zorgzame regio’ en ‘veilige regio’. Zorgzame regio gaat ervan uit dat de ‘menselijke maat’ terug moet in ons leven. Landen behouden hun soevereiniteit, de EU krijgt niet al te veel ruimte en slaagt er (dus) niet in internationaal een vuist te maken op het gebied van handel of milieu. Dit is het meest populaire scenario: 40 procent van de Nederlanders geeft hier nu de voorkeur aan.
    In de opvatting van de veilige regio moeten we ons vooral zorgen maken om onze eigen veiligheid, welvaart en normen en waarden. De overheid heeft vooral als taak ons te beschermen. De verzorgingsstaat is in deze visie niet meer van deze tijd. Een kwart van de burgers verkiest dit scenario.
    Aan de andere kant van de sociaal-culturele dimensie vinden we de internationaal georiënteerde wereldbeelden ‘mondiale solidariteit’ en ‘prestatiemaatschappij’. Mondiale solidariteit is gericht op welzijn en welvaart voor allen, ook voor mensen in ontwikkelingslanden. De overheid moet een nadrukkelijke rol spelen. Van alle kiezers kiest ruim een kwart dit scenario.
    Voorstanders van de ‘prestatiemaatschappij’ zien een grote rol voor de vrije markt. Zolang het goed gaat met de economie, gaat het goed met ons en andere delen van de wereld. Niet te veel bemoeienis van de overheid en een kleine verzorgingstaat. Van de MKB-bedrijven koos in 2005 44 procent dit scenario. Van de Nederlandse burgers wil echter slechts 7 procent een prestatiemaatschappij. Toch komt dit scenario het best overeen met het sociaal-economische beleid van de kabinetten Lubbers, Kok en Balkenende.    ...

Onderzoeker Kanne noemt als voorstanders van de prestatiemaatschappij de MKB-bedrijven. Dat een zeer selectieve keuze. Waar het om gaat, is dat de keuze voor de prestatiemaatschappij vrijwel unaniem de keuze is van de maatschappelijke top  , en de hogere intellectuele en bestuurslagen. De kosmopolitische  elite  .

Het is de politiek die namens de elite het scenario uitvoert dat de Nederlandse burgers met een meerderheid van 93 procent niet willen. Dat is hetgeen waar de burgers langzaam achter aan het komen zijn.

Overigens pleit Kanne in zijn stuk als remedie voor de ontevredenheid van de burger voor een beperkt districtenstelsel en fusies van partijen. Oftewel: in de Angelsaksische richting. Het behoeft hier nauwelijks betoog dat dat volstrekt de verkeerde richting is - voor het Rijnlandse alternatief, zie hier  .

Oh, en laat u niet bedotten door zaken als Stemwijzer, want die staan vol met de verkooppraatjes die de politieke partijen zelf verkondigen, en reflecteren dus zeker niet het stemgedrag in de Tweede Kamer, de uiteindelijke maat voor hun ware aard (uit de Volkskrant, 03-02-2010, door Daan Akse, Zianab Akariou, Toon Geenen en 12 andere eerstejaarsstudenten politicologie aan de UvA - onderzoek begeleid door Laurens Buijs):
  Invloed politiek op stemwijzers te groot

Een online kieshulp als StemWijzer, die een sterk effect heeft op de kiezer, dreigt een spreekbuis voor politieke partijen te worden, betogen Daan Akse e.a.

Online kieshulpen als StemWijzer en Kieskompas zijn niet meer weg te denken uit het politieke landschap. Voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 lieten miljoenen mensen zich adviseren door deze stemadviestesten op internet.
    Dit nieuwe fenomeen is door politicologen echter nog weinig bestudeerd. Daar wilden wij verandering in brengen. De hoofdvraag van ons onderzoek luidt: wat is de macht van de online kieshulpen?
    We plaatsen deze onderzoeksvraag tegen de achtergrond van een sterk en snel veranderend politiek landschap in Nederland. We leven in tijden van sterke ontzuiling en ineens is het mogelijk dat traditionele machtsblokken als het CDA en de PvdA na één verkiezing meer dan de helft van hun zetels moeten inleveren. ...
    Partijen spelen steeds actiever in op deze ontwikkelingen. Hun jacht op de losgeslagen kiezers lijkt van het politieke krachtenveld steeds meer een commerciële markt te maken. In het licht van deze ontwikkelingen is het dan ook niet verwonderlijk dat overheidsgerelateerde instanties als het Instituut voor Publiek en Politiek met man en macht proberen de bevolking weer bij het politieke proces te betrekken, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een makkelijk toegankelijke, op internet in te vullen stemadviestest.
    In ons onderzoek naar online kieshulpen hebben we gekeken naar de relatie tussen de kiezers, de makers en de politieke partijen enerzijds en de online kieshulpen anderzijds. Hoewel er eerder onderzoek is gedaan naar online kieshulpen, is onze veelomvattende aanpak uniek. Eerder onderzoek concentreert zich vooral op de vraag welke invloed de kieshulpen hebben op de kiezers.
    Onderzoek naar de rol van politieke partijen is zeldzaam, en we hebben geen studies kunnen vinden die de makers en de totstandkoming van de testen uitgebreid onderzochten.
    De wijze waarop de makers de kieshulpen produceren, is voor verbetering vatbaar. StemWijzer geeft de politieke partijen zelf veel ruimte in de keuze en formulering van en houding tegenover de stellingen. Hierdoor dreigt deze test op grote schaal gebruikt te worden als spreekbuis voor de politieke partijen. StemWijzer gebruikt geen politicologisch raamwerk om de resultaten meer diepgang en betrouwbaarheid te geven.
    Kieskompas gebruikt een dergelijk raamwerk wel, maar dat past in veel opzichten niet bij het moderne politieke landschap in Nederland. Zorgwekkend genoeg laat de controle op de transparantie en objectiviteit van beide kieshulpen te wensen over. Aan de hand van diepte-interviews met sleutelactoren hebben wij een beeld geschetst van de machtsrelatie tussen de kieshulpen en de politieke partijen.
    Politieke partijen hebben bij StemWijzer invloed op hoe zij uit de test naar voren komen. Doordat zij zelf veel invloed hebben op de wijze waarop ze stellingen beantwoorden, hebben zij de mogelijkheid strategische keuzes te maken. Via handig geformuleerde toelichtingen kunnen zij in de StemWijzer een positie innemen die populair is, maar die haaks kan staan op het ideologische en inhoudelijke programma van de partij. Het CDA heeft hier in het verleden al handig gebruik van gemaakt en het ligt voor de hand dat andere partijen dat ook zullen doen.
    Doordat het Kieskompas zelf bepaalt hoe partijen op stellingen antwoorden en partijen nadeliger uit de test komen naarmate zij vaker geen antwoord hebben op een stelling, bestaat het gevaar dat partijen hun verkiezingsprogramma in toenemende mate schrijven met de kieshulpen in hun achterhoofd in plaats van de kiezer.
    De online kieshulpen hebben een effect op het electoraat. Alleen de StemWijzer al was in 2006 goed voor een verschuiving van circa vijf zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen. De kiezers zien de kieshulpen als een objectief advies, terwijl dit dus zeker in het geval van de StemWijzer maar in beperkte mate waar is.  ...

Het commentaar vanuit Kieskompas (uit De Volkskrant, 06-02-2010, door André Krouwel). Auteur Krouwel is politicoloog verbonden aan de VU en betrokken bij Kieskompas:
  Kieskompas laat zich wel degelijk controleren

...In tegenstelling tot wat de politicologiestudenten in het stuk ‘Invloed politiek op stemwijzers groot’ (Forum, 3 februari) beweren, wordt er wel degelijk onderzoek gedaan naar stemhulpen. Jarenlang bekritiseerden wetenschappers als Loek Groot de Stemwijzer-methode. Vooral op de totstandkoming van de vragen was kritiek. Daarnaast dwong Stemwijzer politieke partijen tot een zwart-witopstelling door slechts twee antwoorden toe te laten: voor of tegen. Hierdoor gaan alle belangrijke nuances in standpunten verloren en kan Stemwijzer geen onderscheid maken tussen partijen die ideologisch dicht bij elkaar liggen.
    Ook was er kritiek op mogelijke manipulatie door partijen vanwege de ongecontroleerde en onverantwoorde plaatsing aan de hand van de stellingen. Uit die kritiek is Kieskompas geboren, als een meer wetenschappelijk verantwoord alternatief.
    Daan Akse en zijn collega-studenten hebben gelijk dat politieke partijen te veel invloed hadden op de Stemwijzer. Partijen mogen namelijk bij Stemwijzer hun eigen plaatsing aangeven. En omdat de Stemwijzer geen methode heeft om de plaatsing te controleren of ongedaan te maken, konden politieke partijen het systeem misbruiken.
    Partijen zoals het CDA hadden namelijk in 2006 gelogen bij hun positionering in Stemwijzer. Bij Kieskompas kan dat niet. Akse en zijn collega’s hebben dus ongelijk als zij beweren dat ‘de controle op de transparantie en objectiviteit van beide stemhulpen veel te wensen overlaat’. Er is bij Kieskompas wel degelijk controle en volledige transparantie.
    Bij Kieskompas gebruiken we de partijprogramma’s om te zien waar partijen voor staan en leggen dan de ‘zelfplaatsing’ van de politieke partijen er naast. Verschillen in positionering melden we aan de partijen. Wanneer partijen vinden dat een positionering onjuist is, kunnen zij dit middels formele (of formeel geautoriseerde) teksten beargumenteren. Hierdoor verhelderen wij regelmatig onduidelijke of verwarrende stellingnames!
    Kieskompas behoudt zich overigens het recht toe om de uiteindelijke beslissing te nemen. Dat leidt soms tot conflicten met partijen, maar het alternatief is manipulatie van het kiezerspubliek.   ...

Dit commentaar laat zien dat Kieskompas beter opereert dan Stemwijzer, maar ook dat het uitgangspunt nog steeds hetzelfde is: de politiek programma's van de partijen. En die programma's zijn, enigszins raillerend samengevat, één grote leugen  .

Ook hier geldt dus de zegswijze uit Termen  :
  Politieke discussie: discussie met als doel uit te vinden wie het meest effectief liegt dat hij geen belang heeft bij het gesprokene.

Meer over de achtergronden van het politieke liegen hier   .

En nog een voorbeeld van hoe de politieke partijen de wens van de meerderheid niet uitvoeren (uit de Volkskrant, 29-03-2010, van verslaggever Peter de Waard):
  63 procent voor aanpak hypotheekrenteaftrek

Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat aanpak van renteaftrek voorkiezers geen taboe meer is

Nederlanders vinden in grote meerderheid een beperking van de hypotheekrenteaftrek aanvaardbaar. Liefst 63 procent kan zich in een dergelijke bezuiniging vinden. Zelfs onder VVD­, CDA- en PVV-stemmers is een meerderheid ervoor dat niet alle betaalde hypotheekrente op het eigen huis aftrekbaar blijft van de inkomstenbelasting.
    Dit blijkt uit een enquête die TNS Nipo heeft gehouden in opdracht van de Volkskrant. Het resultaat is verrassend. Ruim tien jaar geleden vond een meerderheid van de kiezers dat niet aan de onbeperkte hypotheekrenteaftrek zou mogen worden gemorreld.
    ‘Het resultaat mag opzienbarend worden genoemd. Het besef onder kiezers dat beperking van de hypotheekrenteaftrek deze bezuinigingsronde geen taboe meer mag zijn, groeit snel. Dat is onder de aanhang van alle partijen het geval’, zegt onderzoeker Tim de Beer van TNS Nipo.
    Het maakt ook niet uit of kiezers al dan niet zelf een hypotheek hebben. Mensen met een hypotheek vinden een beperking aanvaardbaar, net als degenen die nog op de woningmarkt moeten komen. ‘En ook vinden de kiezers dat de beperking zowel moet gelden voor nieuwe als voor bestaande hypotheken. Gelijke monniken, gelijke kappen’, aldus De Beer.

Maar in de politieke partijen zitten vrijwel universeel huizenkopers die in ruime meerderheid ook nog een verkeerde mentaliteit hebben. Types als:
  Voormalig PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend noemt het onmogelijk om via een wijziging van de belastingwetgeving ook bestaande hypotheekcontracten aan te pakken.

Zodat dit er ook wel niet of in een sterk verwaterde vorm zal komen.

En wat de kiezers nog meer door hun strot geduwd krijgen, blijkt in het kader van de bezuinigingen die naar aanleiding van de economische crisis van 2008-2009 in 2010 als noodzakelijk worden versleten. De Nederlander heeft een duidelijke visie op waar die bezuinigingen als eerste zouden moeten vallen (uit de Volkskrant, 29-03-2010, van verslaggever Peter de Waard)
  Bezuinigen volgens Nederlandse stemgerechtigden

Populairste bezuinigingspost: de koningin

Over waarop kan worden bezuinigd, zijn de Nederlanders het niet erg eens – wel over waarop per se niet: gezondheidszorg en onderwijs.

Internationale solidariteit is uit. ‘Nederlanders komen vooral voor zichzelf op. Er mag wel worden bezuinigd, maar vooral op een ander. En het liefst op de uitgaven aan mensen die ver weg wonen’, zegt Tim de Beer van TNS NIPO die dit in samenwerking met de Volkskrant onderzocht.   ...

Die post KH kan gevoeglijk als oplossing voor een tekort geschrapt worden, want ze bedraagt maar 40 miljoen. Dan houd je dus bijna uitsluitend buitenlandse uitgaven over. Volkomen eenduidig, en geen aarzeling over zoals de kop suggereert. Hetgeen daar natuurlijk staat omdat de intellectuele en maatschappelijke fine fleur juist tegen bezuinigingen op die posten zijn. Om aan de ene, linkse, kant het zielige-negertjes-helpen ideaal, en aan de andere kant het buitenlandse-invloed-waanidee.

Hier één van die buitenlandse uitgaven (uit de Volkskrant, 01-04-2010, van verslaggever Theo Koelé):
  Aidsfonds verliest subsidie

Het is kaalslag in de wereld van ontwikkelingsorganisaties, nu Buitenlandse Zaken slechts helft aanvragen honoreert.

...    De hulporganisaties hebben voor een bedrag van 2,8 miljard euro aan subsidie aangevraagd, circa 700 miljoen meer dan beschikbaar is.    ...

Dat is dus 2 miljard weggebracht die we op dit moment heel goed zelf kunnen gebruiken. Afschaffen dus. Ontwikkelingshulp bedraagt circa 5 miljard. Dat is dus al 7 miljard van de noodzakelijke bezuinigingen.

De wens van de burgers is dus duidelijk: als er zwaar bezuinigd moet worden, dan eerst op uitgaven aangaande zaken betreffende het buitenland. En dat is ook logisch: dat is geld dat niet hier, maar elders besteed wordt, en dus het meest effectief is qua bezuiniging. Geld dat je weggeeft als je zelf geen problemen hebt. Maar nu hebben we die problemen wel,dus verminder of stop je het weggeven.

Maar dat is niet wat voorgesteld wordt. Dat zijn bezuinigingen op gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid, zie de verzameling hier  . De reden daarvan is simpel: die voorstellen komen uit de bovenste derde van de maatschappij: politici, economen en soortgelijke "deskundigen", de media, enzovoort. Die bovenste derde van de maatschappij is sterk kosmopolitisch  . Die heeft, als het erop aankomt, veel meer met het kosmopolitische ideaal dan met binnenlandse belangen.  En dat is voor een groot deel weer niet echt idealisme, maar als zodanig verhuld eigenbelang. Binnenlandse belangen zijn voor een groot deel de belangen van de gewone burgers, en gewone burgers dat is klootjesvolk   . En niet ons soort mensen van de bestuurlijke intellectuele en kunstzinnige elite die de bovenste derde van de maatschappij bevolken  .
    Hier twee van die bezuinigers, uit de Volkskrant, 27-03-2010, door Willem Vermeend en Rick van der Ploeg, respectievelijk oud-staatssecretaris van Financiën en oud-staatssecretaris van cultuur:
  Wees ook de baas van Nederland en bezuinig zelf

Op het door Willem Vermeend en Rick van der Ploeg ontwikkelde debaasvannederland.nl kan iedereen laten zien hoe je in acht jaar tijd 29 miljard bezuinigt.

Door de economische crisis en het geld dat nodig was om het financiële stelsel overeind te houden, zien de overheidsfinanciën er bepaald niet florissant uit. Sterker, het Centraal Planbureau (CPB) concludeert dat ‘bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort de komende decennia sterk zal oplopen en de staatsschuld zal exploderen’. Voor houdbare overheidsfinanciën is het volgens het CPB nodig dat in de komende kabinetsperioden het begrotingssaldo van de overheid met ten minste 29 miljard euro wordt verbeterd.   ...
    Het zou onverstandig zijn het noodzakelijke bedrag bij elkaar te sprokkelen door de optelsom van allerlei kleinere maatregelen. De beste aanpak bestaat uit grote stelselwijzigingen, niet alleen bij openbaar bestuur, sociale zekerheid en zorg, maar ook op het terrein van de woning- en huurmarkt, de arbeidsmarkt en de loon- en inkomstenbelasting. ...

Sociale zekerheid en zorg, maar geen woord over ontwikkelingshulp enzovoort - bijvoorbeeld de JSF. Elite-oligarchen  , hier van de PvdA, die naar een revolutie hengelen.

Een eerdere kwestie waarin de politiek de meerderheid der burgers bij het afval dumpte (uit de Volkskrant, 30-03-2010, door Peter de Waard):
  Een serie gesprekken over de stand van zaken in ons land (deel 2)

'Geen volk is zo vrijgevig als de nood aan de man is'

Nederlandser dan Marco Borsato bestaat niet. ‘Wie in dit land een bijzonder talent heeft, kan zich heel snel in de kijker spelen. Een ideale voedingsbodem als je kan zingen, sporten of zakendoen. Ik ben het bewijs dat je hier van een dubbeltje tot een kwartje kan uitgroeien.’
...
Nu lijkt het land compleet van slag. Een dreigende onbestuurbaarheid door fragmentatie van de politieke partijen. ...

‘Ik maak mij daar niet zo ongerust over. Ik kijk er liever met een positieve blik naar. Het heeft geen zin te gaan doemdenken. Nederland zit in een overbruggingsperiode. Er zijn in de geschiedenis wel meer van dergelijke oprispingen geweest. De leiders hebben dan enige tijd moeite de onvrede te definiëren. De samenleving weet er geen antwoord op te vinden.’

Dus de politiek kan zijn schouders ophalen?
‘Nee, de politiek zal ook weer moeten leren luisteren naar wat zich onder het volk afspeelt. De elitaire klasse heeft te laat beseft wat de andere mensen bijvoorbeeld dachten over Europa. En daardoor kregen populistische stromingen de overhand. Die gingen allerlei nonsens verkondigen, zoals dat Brussel zich met de kleur van de servetten in Nederland zal gaan bemoeien. Hiermee speelden zij in op de onvrede.'

De kwestie Europa dus. 63 procent was tegen verdere eenwording, en men heeft gewoon doorgezet. Met niet als gevolg dat er over de kleur van de servetten wordt beslist, maar dat Nederland naast zijn reguliere bijdrage van vele miljarden nog een miljard extra aan Griekenland moet gegeven wegens hun potverteren, en dat we door Europa gedwongen worden meer asielzoekers en immigranten toe te laten door het ondermijnen van beperkende maatregelen. Wat per maatregel ook weer miljarden kost - op jaarbasis.

De logische conclusie zou zijn dat er iets moet gebeuren aan of de mensen die de huidige politiek bemannen, of er andere mensen moeten komen, of het hele stelsel verandert. Het eerste lijkt psychologisch onmogelijk, en kunnen we schrappen. Dan wordt het dus óf heel andere mensen, praktisch gezien: heel andere politieke partijen, of een ander stelsel. Dat eerste is deels aan de gang, met de opkomst van SP en PVV. Het tweede is het middel wat de huidige politici voorstellen, maar in dat geval om hun blijvende macht te verzekeren. Dat zijn namelijk voorstellen richting kiesdrempels, twee-partijenstelsels, enzovoort, zie Oligarchie  .
    Een stelselvernieuwng zou ook deel kunnen uitmaken van een verbetering. Dit wordt besproken door Maurice de Hond, bekend opiniepeiler, die na de Fortuyn-"revolutie" al eens gewaarschuwd heeft voor een echte revolutie als er nu (is: in 2002) niet geluisterd zou worden naar het sterke onbehagen. Nu waarschuwt hij opnieuw (uit: De Volkskrant, 14-10-2010, door Maurice de Hond):
  Politiek stelsel sukkelt naar roemloos einde

Ook de nieuwe regering is niet van plan de steeds mondiger burgers de politieke zeggenschap te geven die hun toekomt.

Maurice de Hond | Maurice de Hond is opiniepeiler (peil.nl). Hij betoogt dat ingrijpende veranderingen in ons politiek stelsel nodig zijn om de kiezer de zeggenschap te geven die een volwassen burger anno 2010 in Nederland verdient. Als de politiek dat niet doet, zal de burger zelf in actie komen.


Tussentitel: Burger zal zelf de weg naar de macht weten te vinden

Het nieuwe kabinet Rutte heeft als slogan ‘Vrijheid en Verantwoordelijkheid’. Het is de opvolger van ‘Samen werken, samen leven’ van het vorige kabinet. Beide slogans betroffen niet primair de wijze waarop de leden van het kabinet onderling met elkaar zouden moeten omgaan, maar waren gericht op de samenleving.
    Wat men op en rond het Binnenhof blijkbaar niet onderkent, is dat burgers anno 2010 pas bereid zijn samen te werken of te leven en hun verantwoordelijkheid te nemen, als er ook sprake is van een duidelijke vorm van zeggenschap. En ook dit kabinet is, als je het regeerakkoord leest, niet bezig met een veranderingsproces om de kiezers echt zeggenschap te geven.
    Marcel van Dam vatte het bij Buitenhof onlangs goed samen: ‘We hebben de afgelopen 50 jaar de burger wel hindermacht gegeven, maar geen zeggenschap.’ En Uwe Arnhold, een in Nederland wonende Duitse jurist, heeft op deze plek (11 oktober) uiteengezet dat vanuit het buitenland gezien ons Nederlands staatsbestel weinig met democratie te maken heeft.
   Geen enkele politieke functie in Nederland wordt via een stemming onder kiezers ingevuld. Referenda, raadgevend of correctief, kennen we eigenlijk niet. Er is geen westerse democratie waar de kiezers zo op afstand worden gehouden als in Nederland.
    Misschien hebben de Nederlandse kiezers daarom de afgelopen 20 jaar wel verschuivingen bij verkiezingen teweeggebracht die ongekend zijn in Europa. In 2002 verschoven er 92 van de 150 zetels. En in hetzelfde jaar kreeg een partij die slechts drie maanden bestond in een grote gemeente direct 34 procent van de kiezers (Leefbaar Rotterdam).
    De drie grote partijen, die tot 1990 altijd meer dan 80 procent van de zetels in de Tweede Kamer hadden bezet, zijn inmiddels gedaald tot zo’n 50 procent. Bij de 7 Tweede Kamerverkiezingen sinds 1990 is het 5 keer voorgekomen dat er ook getalsmatig geen regering te vormen was met welke combinatie dan ook van 2 van deze 3 ooit grote partijen.
    Deze sterke schommelingen in de kiezersvoorkeur, die ook voorkomen bij de verkiezingen voor gemeente en provincie en in mijn wekelijkse peilingen, hebben ook duidelijke invloed op de stabiliteit en slagvaardigheid van de overheid.
    Hoewel politici hier met regelmaat hun zorg over uitspreken, lijken ze de oorzaak ervan niet te beseffen, laat staan dat ze er echt iets aan doen. Zoals een Belgische politicus (in België bestaat deze problematiek ook) mij zei: ‘Het is de schuld van de kiezers, moeten ze maar anders stemmen.’
    Al in de jaren ’90 heb ik gewezen op de oorzaak van deze grote schommelingen: de veenbrand die in Nederland woedt en die met regelmaat leidt tot een bovengrondse brand, zoals in 2002. Ook heb ik gezegd dat iedere volgende keer dat de veenbrand naar buiten zou slaan, de heftigheid ervan groter zou zijn. De uitslag van 2010 is daar een bewijs van.   ...

Dat wil zeggen: als het niet helpt om op Geert Wilders te stemmen, toch niet het toonbeeld van de stem der gematigdheid, zal er de volgende keer op zijn minst nog radicaler gestemd worden. Of andere dingen gebeuren ...
    De Hond noemt twee sterk onderschatte factoren:
  Aan de basis van die schommelingen ligt een combinatie van twee factoren. De ene factor betreft de ingrijpende veranderingen in de laatste 50 jaar van de bevolking, haar informatiebronnen en communicatiemogelijkheden. Het opleidingsniveau is sterk gestegen. Het medialandschap is zeer sterk uitgebreid, denk aan internet en de uitbreiding van het aantal Nederlandse televisiekanalen. Men is mondiger en assertiever geworden en heeft veel meer mogelijkheden dan vroeger om meningen kenbaar te maken in de richting van gelijkgezinden of tegenstanders.

En die laatste is misschien nog wel belangrijker dan de eerste. waar de dissidente mening, nu over de islam of de immigrant, vroeger allen in kleine kring geuit kon worden en dus weinig steun, spiegeling en versterking kreeg, kunnen die stemmen elkaar nu vinden op het internet, en elkaar corrigeren en versterken. Je hoeft niet meer te te twijfelen of de islam al dan niet deugt - er zijn genoeg anderen die informatie en visies kunnen aandragen. "De bijbel is net zo slecht  als de koran" is een van de verdedigingstrucs vanuit de oligarchie. Het is inmiddels volledig afgeschoten op het internet.
   De oligarchie probeert ook dit te negeren:
  Politici en parlementaire pers leven in Den Haag in een gelukzalige symbiose. De dag na de verkiezingen zijn ze de kiezers al vergeten, tot kort voor de volgende verkiezingen. En zij beseffen niet dat dit gebrek aan zeggenschap van de kiezers een desastreus gevolg heeft: wij burgers voelen ons op geen enkele manier verantwoordelijk voor het bestuur dat gevormd wordt op basis van verkiezingsuitslagen. ... Dat wordt nog erger doordat de meerderheid van de Kamer regelmatig anders stemt dan de meerderheid van de bevolking zou willen. Het is leerzaam om op www.schaduwkamer.nl de verschillen te bekijken tussen het stemgedrag in de Tweede Kamer van de volksvertegenwoordigers en van de kiezers van de betreffende partijen.   ...
    Rapporten over bestuurlijke vernieuwing, ook die gemaakt zijn in opdracht van de politiek zelf, verdwijnen snel in de diepste la. Voorstellen voor politieke vernieuwing sneuvelen vaak voordat ze in de Kamer komen en als ze wel in de Kamer komen, worden ze uiteindelijk weggestemd.

Of erger:
  Het gaat er niet om dat de kiezer geen vertrouwen heeft in de politiek, maar dat de politiek geen vertrouwen heeft in de kiezer en dat wordt schaamteloos getoond.

Het is ook duidelijk in welke richting het wel moet:
  Een samenleving die altijd sterk topdown was georganiseerd, is zich nu in een snel tempo aan het omdraaien. Als je tegenwoordig iets wilt bereiken, moet je van onderaf beginnen en niet meer van boven.

Een voorbeeld vanuit het tegendeel zijn de ontwikkelingen in het onderwijs: vanuit de bestuurlijke top werden hervormingen opgedrongen sterk tegen de zin van het veld van professionals, die uiteindelijk sterk negatief hebben uitgepakt  . Waarna de laatste jaren de verantwoordelijkheid overgedragen is aan beroepsbestuurders, wat al bijna even grote problemen geeft  .
    De oplossing is topdown op zijn minst deels te vervangen door of aan te vullen met down-top - in algemeen termen: door het voorzien in terugkoppeling  . Hetgeen voor het politieke stelsel als geheel lastig te organiseren valt. En daarvoor is de Rijnlandse oplossing: het algemene beleidsterrein op te splitsen in professionele deelterreinen  , en daarbinnen een down-top (deel)benadering te in te voeren.
    De kans is veel groter dat dit soort dingen niet gebeurt. Dan is de meest waarschijnlijke richting van de oplossing ook bekend:
  Daarom acht ik de kans groot dat ons politieke stelsel (en dat in andere Europese landen, denk bij voorbeeld nu al aan België) ten onder gaat. De veranderingen die komen, zullen van buitenom komen. Door burgers die wel hun verantwoordelijkheid nemen en hun zeggenschap op een andere manier afdwingen dan door te stemmen op de oude politieke partijen.
    Onze politieke structuur, en die in menig ander Europees land, zal in 2020 niet meer bestaan. Ook in 1848 is de grote verandering, de invoering van de parlementaire democratie, niet gekomen, omdat de machthebbers het gevoel hadden dat dit beter zou zijn voor de samenleving, maar omdat ze bang waren dat ze anders plotseling alle macht zouden verliezen.

Meer over die oplossing van 1848, een vorm van revolutie, hier  .
    Een nakomertje: inmiddels (schrijvende 2011) is er een grote crisis binnen een van de organen van de oligarchie, de Europese Unie, in de vorm van de Griekse crisis. Ze weerspiegelt op een wat kleinere theatervloer hetzelfde drama als boven geschetst, zie hier  .
    Een zoveelste bevestiging van wat al vele malen eerder is geconstateerd: tweederde van Nederland is tegen het neoliberale beleid:


Uit: De Volkskrant, 17-09-2016, door Robert Giebels, Raoul du Pré

Kiezers zeggen 'nee' tegen beleid van Rutte II

Dinsdag is het Prinsjesdag. Een ruime meerderheid van de Nederlanders wil af van de marktwerking in zorg en onderwijs en de AOW-leeftijd terug naar 65 jaar.

Na zes jaar in het Torentje regeert minister-president Rutte in toenemende mate tegen de maatschappelijke trend in. Voor een aantal speerpunten van zijn eerste twee kabinetten brokkelt de steun van de kiezers af. De verhoging van de AOW-leeftijd, de marktwerking in de zorg en het onderwijs en de terugtredende overheid: draai het maar weer terug, zegt een ruime meerderheid van de Nederlanders.
    Dat geldt ook voor bezuinigingen op de gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking en kunst en cultuur. Dit blijkt uit opinieonderzoek van I&O Research. Het onderzoeksbureau heeft aan de vooravond van de laatste Prinsjesdag van Ruttes tweede kabinet de stemming in het land tussen 2010 en 2016 vergeleken.    ...


Red.:   Wilders gebruikte een paar maanden geleden de term "nepparlement" doelende op het feit dat het niet doet van de burgers willen. Wilders heeft volkomen gelijk.
    Dat is nou grappig ...  Een bevestiging op een plaats waar je het echt niet zou verwachten:


Uit: Joop.nl, 31-01-2017, door Maarten Middelkoop - Historicus uitleg of detail

Asscher, Klaver en de crisis van de democratie

Zodra de stemlokalen sluiten, verdringen de partijen zich op rechts - op hetzelfde piepkleine stukje politieke bandbreedte - op één partij na, de extreemrechtse PVV.

Als ‘gevaarlijk’, zo classificeerde minister-president Mark Rutte de PvdA vier jaar geleden in een interview met de Telegraaf. De linkse plannen van de sociaaldemocraten zouden ‘een bedreiging voor Nederland’ vormen. Minder banen, minder wegen, en langere wachtlijsten, dat stond ons onder Diederik Samsom te wachten.
    Het was een scherp geformuleerde waarschuwing die Rutte met een goed gevoel voor timing deed uitgaan, vier luttele dagen voor de afgelopen verkiezingen. De countdown naar de stembusgang was al begonnen. De uitspraak was opgevoerde verkiezingsretoriek.
    De media beten toe. Bij dit soort kant-en-klare nieuwsbrokken – toegeworpen door de berekenende politicus – bijten de media altijd toe. En gulzig ook. De stroom nieuwsberichten en krantencolumns kwam op gang. De hoog oplopende commotie rond Ruttes scherpe woordkeuze zwakte pas af, toen de minister-president al lang en breed met zijn onverwoestbare Teflon-glimlach tussen de corpsjongens zijn verkiezingsoverwinning stond te vieren.
    En nog een tijdje later: Rutte beklom het bordes. Om hem heen stonden de kersverse PvdA-coalitiegenoten. De sociaaldemocraten bleken toch geen obstakel te vormen – laat staan een gevaar – voor Ruttes toekomstvisie.
    En inderdaad: gezamenlijk hieven de twee partijen nog geen twee jaar later de verzorgingssamenleving officieel op, en losten daarmee een oude belofte in van oud-premier Wim Kok – eveneens een rechtse PvdA’er.
    Wat volgde was een regeerperiode vol bezuinigingen .... De gevolgen zijn bekend. Voedselbanken floreren waar de overheid zich terugtrekt. Dakloosheid teistert opnieuw – na jarenlange terugdringing – de allerzwaksten in het land. ...
    Toch schuilt het grootste gevaar van de PvdA niet in dat regeringsbeleid. Het grootste gevaar van de PvdA schuilt niet in het regeren zelf, maar in het campagnevoeren daarvóór – de gebroken verkiezingsbeloftes. Vóór de verkiezingen links. Daarna de ruk naar rechts. Elke regeerperiode opnieuw.
    Zoals ook GroenLinks. Gelikt links tijdens de verkiezingscampagnes. Daarna rechts. Dat was Femke Halsema. En dat is Jesse Klaver, een harde liberaal, een van de voornaamste voortrekkers van het desastreuze leenstelsel, de zwaarste slag die in het naoorlogse Nederland werd toegebracht aan de sociale mobiliteit – een zwarte bladzijde die GroenLinks ons wil doen vergeten, vooral nu, tijdens het warme wij-gevoel van de linkse verkiezingsmaanden.    ...
    Het is het bekende tafereel. Zodra de stemlokalen sluiten, verdringen de partijen zich op rechts – op hetzelfde piepkleine stukje politieke bandbreedte – op één partij na, de extreemrechtse PVV. Alleen de PVV lijkt met zijn agressieve tegengeluid een radicale uitweg te bieden uit het Haagse eenrichtingsverkeer van de consensuspolitiek.
     Dat is het échte gevaar van de linkse politiek. Ze zijn niet meer links. Ze bieden geen alternatief. Ze ontnemen de kiezer het recht op een keuze. Totdat er maar één keuze over lijkt te blijven: de keuze voor of tegen de PVV – voor of tegen de rechtstaat en de constitutionele democratie.


Red.:   En deze meneer is nog steeds hoogst politiek-correct:
  ... de haatcampagnes tegen moslims duren voort, aangezwengeld door rechtse mediaconglomeraten, en zonder adequaat tegengeluid vanuit het calculerende kabinet.

Een gore leugen: het "Het is niet de islam maar loslopende extremisten" was niet van de lucht te krijgen ... Maar ja, al die aanlslagen, hè ... Die kan je niet uit het nieuws houden ...


Naar Politiek lijst  , Politiek & Media overzicht  , of site home  .