WERELD & DENKEN
 
 

Nabije toekomst en voorgaande evolutie

16 jan.2007; 20 dec.2012

Om een redelijke kans te hebben om iets zinnigs te zeggen over de toekomst, moet aan drie voorwaarden voldaan zijn: een uitstekende kennis van de evolutie, een uitstekende kennis van de ontwikkeling van wetenschap en techniek, en het het lezen van veel (goede, dat wil zeggen: sociologische) sciencefiction. Het eerste traint de geest voor ontwikkelingen op langere termijn (eeuwen enzovoort), het tweede voor ontwikkelingen op de kortere termijn, enkele tientallen jaren, en het derde op het afleren van het denken in bestaande patronen. Of beter: het ietwat minder afgaan op bestaande patronen en zaken.

In dit artikel gaat het over de overlevingskansen van de mensheid in zijn huidige vorm, iets dat ergens tussen korte en lange termijn in ligt. Dat er zoiets speelt als "overlevingskansen" wordt onmiddellijk duidelijk door een blik te werpen op de grafiek van het wereldbevolkingsaantal . Dit dreigt op termijn duidelijk gigantisch uit de hand te lopen. In ieder geval bij gelijkblijvende technische en wetenschappelijke ontwikkelingen.

Maar over dat laatste bestaat dus aanzienlijke onzekerheid. Wie honderd jaar terug gaat en dan kijkt naar de ontwikkelingen die sindsdien hebben plaatsgevonden, snapt dat er weinig met zekerheid valt te zeggen over de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen voor de komende honderd jaar. Hiervoor geldt een ook uit de sciencefiction afkomstig gezegde: "Ieder voldoende ver vooruitlopende techniek doet zich aan de ongewijde voor als magie". Of wat anders geformuleerd: "Een tijdreiziger die aangekomen in de Middeleeuwen zijn aansteker zou gebruiken, zou onmiddellijk op de brandstapel belanden".

De vraag is dus: welk van de twee snelverlopende ontwikkelingen krijgt de overhand: die van de uit de hand lopende bevolkingsgroei en bijbehorende problemen, of die van de "uit de hand lopende" wetenschappelijke ontwikkelingen, en zijn bijbehorende oplossingen.

De volgende vraag is dus: Heeft het zin je druk te maken over de komende ontwikkelingen aangaande de mensheid? Over  het geval dat het goed afloopt dus duidelijk niet. We hoeven het hier dus alleen te hebben over de mogelijkheid dat het slecht afloopt.

Voor de aanpak van een slechte afloop gelden als eerste de regels van het verzekeringsmodel: je kijkt naar de risico's en de ervoor noodzakelijke investeringen om ze af te dekken. Het heeft geen zin je te verzekeren tegen het krijgen van een kind - dat overkomt bijna iedereen dus de premie is gigantisch hoog. Het heeft ook geen zin je te verzekeren tegen de ondergang van het heelal. Het heeft wel zin je te verzekeren tegen inbraak of brand, want dat komt voor, maar niet al te vaak, en is toch wel een grote ramp - met name brand.

Het is duidelijk dat het geval van een slechte afloop van de huidige snelle ontwikkelingen van de mensheid dichter staat bij "ondergang van het heelal" dan "het krijgen van een kind" en nauwelijks iets is dat met een soort "verzekering" kan worden aangepakt. Er zijn wel bekende oplossingen, maar de bekendheid ervan is beperkte tot een dusdanig kleine groep mensen, dat invoering ervan volstrekt geen zicht op is. Zoiets als "verplichte geboortebeperking". En andere vormen van sturing op gedrag van mensen.

De volgende vraag is dan of zich dit soort situaties als er hebben voorgedaan, en of daar iets uit te leren valt voor de huidige. Even dus de mogelijkheid van sturende maatregelen uitsluitende.

De situatie waar we dan naar zoeken is die van een ramp voor de mensheid, en de afloop ervan.

Een situatie waarvan er op zijn minst één bekend is, en eigenlijk best wel redelijk recent - iets van 80 duizend jaar terug, of zoiets. Uit DNA-aanwijzingen is duidelijk dat de mensheid, althans de voorlopers van de huidige soort, toen vrijwel uitgestorven was op een zeer beperkte groep na. Men spreekt van aantallen in de tienduizenden en misschien wel duizenden.

Die situatie, en zijn bredere context, is besproken in de BBC-documentaireserie Walking with cavemen uitleg of detail (Wikipedia). Deze was de opvolger van het zeer succesvolle Walking with dinosaurs. Walking with cavemen trok minder de aandacht, en was misschien inderdaad wel wat minder spectaculair, omdat de variatie in mensen nu eenmaal kleiner is dan die bij een diersoort als de dinosaurus. Maar inhoudelijk valt er voor de mensheid natuurlijk veel meer uit te leren.

homo habilisHet centrale thema van de serie wijkt enigszins af van de meeste eerdere versies van het verhaal van de menselijke evolutie, die voornamelijk uitgaan de ontwikkeling van de lichamelijke kenmerken en capaciteiten van de aapachtige en menselijke voorlopers. In deze serie legde men een sterkere nadruk op de ontwikkeling van geestelijke capaciteiten als leidraad in zijn evolutie. Zo wordt bijvoorbeeld bij de overgang naar de soort homo ergaster als opvallendste kenmerk zijn nieuwe grote energievretende brein genoemd, plastisch uitgedrukt als een gas guzzler (benzineslurper), en wordt erop gewezen dat iets dat zoveel energie vergde, circa een zesde van alle energieverbruik, dus wel een bijzonder groot overlevingsnut moest hebben. Het nut dat men noemt, is dat dit grote brein de homo ergaster in staat stelde zich veel beter in zijn medemens te verplaatsen, en dus beter te communiceren, dus beter samen te werken, wat zijn opbrengst bij de voedseljacht sterk vergrootte.

Die stelling rond dat communiceren is natuurlijk speculatief, want niet direct onderzoekbaar, maar het heeft een sterk aura van waarschijnlijkheid. Vooral omdat men op soortgelijke manier ook nog een aantal andere tot dusver enigszins duistere stappen kan verklaren.

Homo ergaster was een revolutionaire stap voorwaarts in de ontwikkeling van de mensheid, en stelde deze in staat uit te zwerven vanuit Afrika over de rest van de wereld (waarna hij ook als homo erectus wordt aangeduid). Deze nieuwe mens maakte net als zijn voorgangers stenen werktuigen, maar die van homo ergaster waren duidelijk van superieure en constante kwaliteit, wat wees op een bewuste en van mens op mens overgedragen techniek, in plaats van een hier en daar ontwikkelde vaardigheid. Maar een andere opvallende eigenschap van homo ergaster was dat deze techniek over zijn hele bestaan als soort dezelfde bleef. Gedurende circa een miljoen jaar, tot een half miljoen jaar geleden, bleef homo ergaster zijn stenen werktuigen op precies dezelfde manier maken. Het wijst op succes, zie het als soort maar een miljoen jaar uit te houden, maar ook op een tekortkoming vanuit onze menselijke ogen.

Er was dus ruimte voor verbetering, en dat werd de homo heidelbergensis, die leefde van ca. een half miljoen tot 200 duizend jaar geleden. Toen overkwam heidelbergensis iets waar de moderne mens zijn neus voor optrekt: een klimaatwijziging. In Europa, waar heidelbergensis inmiddels ook terecht was gekomen, uitte zich dat in een diepe ijstijd, in Afrika in een langdurige periode van extreme droogte. Heidelbergensis kreeg het heel zwaar, en onder die druk ontwikkelde hij zich in Europa tot homo neandertalensis, die de noodzakelijk kracht had om om te gaan met sneeuw en ijs, en gebouwd was voor de ruwe avonturen van de jacht op exemplaren van de overblijvende zoogdieren, zoals mammoeten.

De Afrikaanse tak van heidelbergensis hadden het zwaarder. Sneeuw wil in de zomer deels smelten, en de natuur levert dan voldoende op om het toch vol te kunnen houden. Droogte is droogte, daar is heel moeilijk tegen te vechten en in te overleven. En, gaat de documentaire nuchter verder, dat deed de Afrikaanse heidelbergensis dan ook niet. Hij ging dood bij bosjes, en de schattingen zijn dat er uiteindelijk niet meer dan op hoogst enkele tienduizenden overbleven, maar mogelijkerwijs nog veel minder .

Maar het globale klimaat is altijd twee kanten opgegaan, en ook deze ijstijd ging weer voorbij. Voor zowel voor neandertalers als de Afrikaanse heidelbergensis braken betere tijden aan, en beiden groeiden weer in populatie en verspreidingsgebied. Uiteindelijk trok de Afrikaanse heidelbergensis Europa weer binnen, en stuitte daar op de andere overleveraars.

Voor wie redelijk op de hoogte is van de wat modernere geschiedenis zal inmiddels duidelijk zijn dat de Afrikaanse overblijvers van homo heidelbergensis de moderne mens is, homo sapiens. Die homo sapiens was dusdanig verder ontwikkeld dan de neandertalensis, dat de laatste sociaal en economisch overvleugeld werd, en uitstierf. Bewijzen van een directe onderlinge strijd zijn er niet, maar de langdurige aanwezigheid in dezelfde gebieden maakt de afwezigheid van contact vrijwel tot een onmogelijkheid. De BBC-documentaire speculeert weer over een fundamenteel verschil in geestelijke capaciteiten, waarbij men, wijzende op het bestaan van grafriten en het maken van de eerste figuratieve afbeelding (de bekende rotstekeningen), bij de moderne mens aanneemt dat deze een capaciteit tot verbeelding had, in tegenstelling tot de neandertalensis (hoewel de redactie ook wel eens gehoord heeft over neandertalensis graven).

Wat redelijk onomstreden lijkt, is dat de capaciteiten van de moderne mens een schaal hoger lagen dan die van neandertalensis. Dat is merkwaardig, omdat beide afstammen van dezelfde heidelbergensis, en beiden onderworpen waren aan een keiharde overlevingstest.

Hier speculeert de documentaire weer wat verder. Het verschil tussen Europese heidelbergensis, neandertalensis, en Afrikaanse heidelbergensis is dat de eerste het toch redelijk bol wist te werken, en de laatste, die het nog veel zwaarder had, niet. Er bleven wel heel erg weinig mensen over, en men neemt aan dat dit de meest inventieve en meest slimme exemplaren waren, mensen die in staat waren om de weinige water en voedselbronnen tot het uiterste te benutten, en iets te bewaren voor nog slechtere tijden - dat wil zeggen: degenen die in staat waren zich zulke slechte tijden voor te stellen, en er actief maatregelen tegen te nemen: Imagination is an insurance policy against the problems of the future . Zelfs als men aanneemt dat de aantallen overblijvers in de tienduizenden liepen, is dat op de oorspronkelijke miljoenen of tientallen miljoenen dusdanig weinig, dat als men ze selecteert vanaf een uiteinde van de normale verdeling van capaciteiten , dit dusdanig afwijkend is dat men van een nieuwe soort kan spreken. Het is deze kwalitatieve stap die de neandertalers, die altijd veel talrijker zijn gebleven, niet heeft hoeven te maken.

Deze laatste mogelijkheid klopt met de steeds sterkere genetische aanwijzingen dat de huidige mensheid niet van een grote groep, maar slechts van een zeer beperkt aantal individuen afstamt, waarbij men het heeft over enkele tientallen tot enkele stuks, of soms zelfs een enkele stammoeder. Hoe kleiner het aantal, des te makkelijker is het een echt kwalitatieve stap te maken - hoe groter de groep, des te eerder zal ze het bestaande gemiddelde weerspiegelen .

Hier komt nog een verhaal om de hoek kijken, één dat niet stamt uit de BBC-documentaire, namelijk dat de mensheid in een niet al te ver verleden een fase van aan-en-in-het-water leven heeft doorgemaakt, bekend als de aquatic ape theory (Wikipedia) (Elaine Morgan)  . Deze theorie is omstreden, maar er zijn wel een aantal  fysiologische aanwijzingen voor. De mens heeft een beharingspatroon dat lijkt op dat van vele waterzoogdieren, dat wil zeggen, net als vele waterzoogdieren is hij grotendeels kaal. Met als opzichtige uitzondering het lange hoofdhaar van de vrouw: dat was het gereedschap waar de mensenkinderen zich in het water aan vastklampten. De vruchtwatersamenstelling van vrouwen is, net als bij alle zeezoogdieren, van ongeveer dezelfde samenstelling als zeewater. En aan de psychologische kant plaatst dit de duidelijke aantrekkingskracht en achting die bijna alle mensen voor de zeekust hebben in een nieuw licht.

Alle deze aanwijzingen zijn bestrijdbaar, en omstreden. Maar recenter is er een nog veel sterker argument opgedoken: de menselijke waterafvoer. Maar daarvoor eerst een stapje verder.

Het belangrijkste bezwaar tegen de aquatic ape theorie is niet de weerlegging van het oorzakelijke verband van de ene of de andere factor, want het gaat toch om het samenstel van alle factoren. Echt bezwaarlijk is het feit dat zelfs als er een mensenstam was die deze aquatic ape fase heeft doorgemaakt, dit niet verklaart waarom het een universele menselijke trek is geworden. Maar tezamen met het verhaal van het lot van de Afrikaanse heidelbergensis valt alles nu op zijn plaats. Want waar te overleven in tijden van zo'n extreme droogte: daar waar nog wel water is - een rivier indien nog aanwezig, en anders de zeekust. Als het voedsel dan ook nog uit het water moet komen, is het wel duidelijk waar je een flink deel van je tijd moet zijn: in het water. En nu komt de menselijke waterhuishouding om de hoek kijken. Want neem nu even zonder meer aan dat de mens afstamt van een voorloper die extreme droogte heeft doorstaan. Dan zou die mens de kenmerken daarvan moet dragen. Dat wil zeggen: net als alle woestijnwezens bijzonder zuinig moeten zijn met water  - niks geen stralen urine, maar een druppeltje hier en daar. En de mens produceert behoorlijke stralen. Wat uitermate logisch is in verband met niet alleen een leven nabij water, maar juist nabij brak- of zeewater: de urine dient om de overmatige hoeveelheden opgenomen zout uit te scheiden. En wat dus ook meteen nog eens aangeeft hoe hoog de nood van de mensheid in die tijd gestegen moet zijn, dat hij zich in een dergelijke onaangename omgeving heeft bewogen.

Het heeft er dus alle schijn van dat de creatief en rationeel denkende mens met al zijn nieuwe andere vaardigheden is ontstaan vanuit een kleine groep die de zwaarste beproevingen heeft moeten doorstaan. Deze moderne mens leeft nu circa tweehonderdduizend jaar, en is steeds machtiger geworden in zijn beheersing van de hem omringende natuur. En dientengevolge is zijn soort explosief gegroeid, tot over de hele aardbol .

Deze explosieve groei, tezamen met de producten en het afval van zijn nieuwe technieken, vormen een zichtbare bedreiging voor de natuur die de mens omringd . De al merkbare toename in klimaatextremen brengen een aanzienlijk kans op een blijvende klimaatverandering in de redelijk nabije toekomst met zich mee. Deze tekenen zijn zodanig duidelijk dat verstandige mensen nu al maatregelen zouden nemen om de kans zo klein mogelijk te houden, en dus zijn levensgewoontes veranderen.

De huidige mensheid blijkt als geheel niet in staat om deze mate van verstand, van rationaliteit, op te brengen, noch de mate van samenwerking te bezitten om de raad van verstandige mensen op te volgen - men prefereert de geruststellingen van de vertegenwoordigers van de gevestigde orde met haar materialistische belangen. Bovendien wordt ook in de beschaafdere westerse wereld de invloed van de niet-samenwerkende culturen als die van de Joden, moslims, en creolen steeds groter.

Voor de verstandige mensen die deze gebeurtenissen voor hun aangezicht zien ontrollen, kunnen de ervaringen uit het verleden een zekere troost zijn. Mocht het zo zijn dat de mensheid zichzelf binnen afzienbare tijd naar een nieuwe klimaatomwenteling consumeert , zal dat zeker leiden tot het uitsterven van een aanzienlijk deel ervan. Een gebeurtenis die zich eerder in het klein heeft afgespeeld op Paaseiland .

De les uit het ontstaan van de homo sapiens sapiens is dat zo'n uitsterven ook de kans biedt op de ontwikkeling van een nieuwe vorm van mensheid, één waarin de neiging tot verstandig handelen en denken, en de neiging tot samenwerking met verstandige mensen, wel voldoende aanwezig is. Een uit de sciencefiction bekend scenario is dat van de ruimtevaartkolonie - de ruimtevaart is dusdanig duur en arbeidsintensief, dat iedereen zich volledig moet kunnen inzetten op een technisch of wetenschappelijk niveau. Op dezelfde manier als de kleine waterkolonie tienduizenden jaren geleden de homo sapiens sapiens heeft opgeleverd, geeft een uitsterven van de mens op aarde de kans aan deze kleine kolonie een nieuwe mensheid te ontwikkelen, de homo sapiens rationalis.

Maar het kan ook anders aflopen. Ook de gedachte aan een wereld zonder mensheid dringt zich steeds meer op, zie de illustraties hier .


Naar Klimaat & Milieu lijst , Wetenschap overzicht , of site home .