WERELD & DENKEN
 
 

Sociologische begrippen: klassenstrijd, historisch

20 nov.2014

Over de klassenstrijd is een lange verhandeling te houden. Waarbij je zou kunnen beginnen met niet zozeer de klassenstrijd zelf, maar over de verhalen over de klassenstrijd. Daarvoor is hier op het ogenblik geen tijd. Maar er is hulp gekomen, in de vorm van onderstaand artikel, van één van de weinige economie-journalisten die geen homo-economicus met een telmachine op de plaats van zijn hart is.

 
Uit: De Volkskrant, 19-11-2014, rubriek De kwestie, door Peter de Waard

Sterft met de PvdA de solidariteit?

Nadat de 72-jarige Delftse kleermaker Jacob Loventhos in 1697 vanwege zijn hoge leeftijd was gestopt met werken, kreeg hij een vaste uitkering van 20 stuivers uit het kleermakersgilde. Hierdoor raakte hij niet aan de bedeling of de bedelstaf.    ...
    De gilden van ambachtslieden regelden al vanaf de 16de eeuw bijstand bij ziekte, overlijden, werkloosheid en ook ouderdom. Het Amsterdamse huidenkopers- en schoenmakersgilde bepaalde dat gildebroeders en -zusters die na hun 60ste niet meer voor zichzelf konden zorgen - 'tzij door quaet gesichte, impotentie oft andersins' - recht hadden op ondersteuning. In 1800 waren er 1.380 officiële gilden van ambachtslieden, waardoor 30 procent van de Nederlandse samenleving in corporatief verband was georganiseerd. ...


Red.:   De gewenste toestand. Dat heet "Beschaving".

  De Franse Revolutie en bezetting betekenden het einde van de gilden.

De Franse revolutie was in Frankrijk een revolutie tegen het plunderen van de armen en hun pensioenen door de rijken. In Nederland was de onrust een gelegenheid voor de rijken alhier om te armen te erger te gaan plunderen. Onder het nu bekende motto "Never waste een good crisis".
  Pogingen om die in 1814 bij de stichting van het koninkrijk te herstellen, mislukten. Solidariteit werd een eeuw lang een zaak van commerciële bedrijven die levenpolissen gingen verkopen, totdat de misstanden zo groot werden ...

Alles in de handen van commerciële bedrijven dat de gelegenheid biedt tot uitbuiten en plunderen, zal leiden tot uitbuiten en plunderen - geef ze de gelegheid hypotheken af te sluiten, en ze verkopen ze aan mensen die ze niet kunnen betalen waarna de burgers de rekening moeten betalen - geef ze de gelegenheid om verzekeringen af te sluiten, en ze komen met woekerpolissen - geef ze de gelegenheid geld te drukken, en ze maken er 200 keer zo veel van als de totale economie waard is . Dat is de wet van de markt. "De markt" in de zin van de homo economicus.
  ...  totdat de misstanden zo groot werden dat socialistische regeringen die opnieuw collectiviseerden.

Socialistische regeringen die konden ontstaan omdat het plunderen door de rijken te erg werd en de nieuw ontstane dreiging van het communisme. Alles liever dan communisme - dan kan zelfs socialisme. Tijdelijk.
  De pensioenregeling uit 1949 en Drees' AOW van 1957 waren de bekroning van de sociale strijd. Werknemers hadden een welvaartsvaste uitkering voor de oude dag, werkgevers konden elkaar niet meer beconcurreren met pensioenregelingen.

Zoals gezegd: de dreiging van het communisme veroorzaakt door de winst van de communisten in de Tweede Wereldoorlog. De arbeiders hadden sympathie gekregen voor communisten, en moesten daar weggelokt en weggehouden worden.
  Het hele systeem wordt ontmanteld, net zoals in de Franse tijd met de gilden gebeurde.

Het communisme is gevallen in 1990, en dat was het jaar dat de afbraak is begonnen.
  Ieder kabinet haalt er onder het mom van eigen verantwoordelijkheid, keuzevrijheid, pluriformiteit, marktwerking en demografische veranderingen met het dunschillertje iets vanaf.

De afbraak is er al in geslaagd de bovenbouw van de sociale maatschappij naar beneden te halen.
  De individualistische werknemer anno 2014 vindt dat iedereen beter een eigen verzekering kan afsluiten tegen het risico van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, in plaats van dat het risico collectief wordt gedragen. Ook voor de oude dag moet iedereen een eigen spaarpotje aanleggen. Collectieve pensioenen zijn van verworvenheid een molensteen om de nek geworden.

En zetten nu, met gebruik van een gelikte publiciteitscampagne de sloophamers in de fundamenten. Dat van de 'individualistische werkgever' is een idee dat in het hoofd van auteur Peter de Waard is ontstaan door de intensieve campagne gevoerd door de neoliberale ploerten-lakeien op zijn werk zoals afdelings-genoten Nanda Troost uitleg of detail , Yvonne Hofs uitleg of detail , Gijs Herderscheê en anderen. Het is een keiharde leugen:


Uit: De Volkskrant, 28-10-2014, van verslaggeefster Charlotte Huisman

Nog maar 35 procent Nederlanders achter kabinetsbeleid

Steun brokkelt af voor participatiesamenleving


Het enthousiasme over de voorgestelde participatie-samenleving brokkelt af nu de hervormingen van de zorg per 1 januari dichterbij komen. Slechts 35 procent van de inwoners van Nederland is het nog eens met het kabinetsbeleid dat burgers meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en minder een beroep moeten doen op de overheid. ...


Red.:   En dat percentage is redelijk constant over meerdere decennia. Die afbraak is puur een idee van de elite en haar lakeien, tegenwoordig ongeveer de topderde van de maatschappij. De neoliberale ploerten van VVD, de neoliberale ploerten met een schijnheilige gezicht van het CDA, en de neoliberale ploerten met een minzame glimlach van D66. Allemaal willen ze de onderste tweederde uitbuiten en plunderen.
    Deze neoliberale ploerten in politiek en bestuur voeren het beulswerk uit in dienst van de rijken en superrijken van de financiële markten, die het geld hebben geplunderd van de armeren .
    De media behoren volledig tot het rijk van de lakeien van de rijken, zie de zogenaamd linkse Volkskrant met haar campagnes tegen vakbonden , pensioenen en, ter definitieve illustratie dat dit een echte klassenstrijd is: tegen de huurders . De vakbonden en pensioenen die ontstaan zijn in de eerste opbloeiperiode van de westerse beschaving samenvallend met de opkomst van de sociale maatschappij, in Nederland genoemd de Gouden Eeuw.
    Na het ontstaan van welke welvaart er een opkomst was van de plunderaaars, in Nederland genaamd de Pruikentijd.
    Extra welvaart door sociale vernieuwingen en verbeteringen veroorzaakt extra rijkdommen, welke rijkdommen de opkomst veroorzaken van de plunderaars. Die plunderaars noemt men eufemistisch "rijken", en hun plunderbuit "rijkdom".
    De extra welvaart veroorzaakt door de sociale maatschappij van na de Tweede Wereldoorlog, heeft een extra opkomst veroorzaakt van plunderaars vanaf de jaren 1980, die vrij spel kregen door de val van het communisme, oftewel het wegvallen van de tegendreiging, in de jaren 1990 tot heden (schrijvende 2014).
    Dat, en niet minder, is de klassenstrijd.
    Het is ook nog meer, in meerdere andere zaken.
    Zoals kosmopolitisme , nomadisme , Nederlandhaat versus Nederlandliefde, enzovoort.
    Het is een tijd lang rusitg geweest op dit front, maar nu zijn ineens twee artikelen vlka achter elkaar. Dat is vermodelijk de invloed van Thomas Piketty en zijn recent in de mode geraakte boek over de toename van de kapitaalsvermogens:


Uit: De Volkskrant, 21-11-2014, door Jos van Hezewijk, directeur van Elite Research

Rijken van nu veel rijker dan in de Gouden Eeuw

De rijksten zijn 111 keer zo rijk, maar Jan Modaal is slechts 9 keer zo rijk als in de Gouden Eeuw.


Tussentitel: Accumulatie van vermogen door technologische vooruitgang


Red.:   Die tussentitel is natuurlijk op voorhand fout: technologische vooruitgang doet niets aan welvaartsverdeling - positief of negatief. Dat doen de keuzes van mensen.

  In de Gouden 17de Eeuw telde Nederland ongeveer 20 families of personen met een vermogen van 1 miljoen gulden of meer, aldus Kees Zandvliet in zijn De 250 rijksten van de Gouden Eeuw. Maar in de 21ste eeuw zijn er ongeveer 20 families of personen met een vermogen van 1 miljard euro of meer volgens de gegevens van de Quote 500.
    Omgerekend naar hedendaagse koopkracht (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis) zou die 1 miljoen gulden uit de Gouden Eeuw nu 9 miljoen euro waard zijn. Nu zijn de 20 rijksten feitelijk miljardairs en dus 111 keer zo rijk als de 20 rijksten uit de Gouden Eeuw ...

Even buiten de volgorde nu de eerste zin:
  Als de 17de eeuw de Gouden Eeuw wordt genoemd, is de 21ste toch minstens de Platina Eeuw ...

Voor wat betreft de rijken. Maar zo niet dus voor ...:
  Maar goud en platina is er zeker niet voor Jan Modaal, de ijverige ambachtsman, die in de Gouden Eeuw rond de 300 gulden per jaar verdiende, in onze dagen een bedrag van 2.700 euro waard. In werkelijkheid verdient een ambachtsman tegenwoordig gelukkig ongeveer 24.000 euro. Dat klinkt misschien wel veel, maar al met al is Jan Modaal er in al die eeuwen slechts 9 maal op vooruitgegaan. Dat is een stuk minder dan de 111 maal van de rijksten. Omdat de groei van vermogens zich goed laat vergelijken met die van inkomens, mag je constateren dat de van samenstelling wisselende groep van 20 rijksten in de loop der eeuwen 12 maal beter geboerd heeft dan Jan Modaal. En dan niet 12 keer 300 gulden beter, maar 12 keer 1 miljoen gulden beter.

En dan heeft dus sec niets met de technologische vooruitgang te maken:
  Als je het totale vermogen van de 20 rijksten afzet tegen het bruto nationaal product blijkt dat de miljonairs in de Gouden Eeuw 13 procent van het toenmalige bnp bezaten - waarvan meer dan tweederde in handen van de Oranjes en hun kamerheer Bentinck - en de miljardairs uit de huidige Platina Eeuw relatief nauwelijks meer, namelijk 14 procent van het huidige bnp. De 111 keer hogere vermogens van de huidige miljardairs zijn dus vooral te danken aan de enorme groei van de economie, die 100 maal groter is dan in 1700.

Dat wil zeggen: als er technologische vooruitgang is en dus economische groei, pikken de rijken daarvan het grootste deel in:
  Hieruit kunnen we ook concluderen dat de handwerksman met 9 keer meer loon fors is achtergebleven bij de groei van de economie, die 100 maal groeide.

En de verklarirng van de toename van verschillen ligt elders:
  Het zal ook niet te danken zijn geweest aan de goedertierenheid van de rijksten in de Gouden Eeuw dat ze relatief minder vermogen wisten op te bouwen dan nu het geval is. Dat zal eerder het gevolg geweest zijn van een noodgedwongen grens aan het vergaren van rijkdom. Anders zouden immers de daarvoor noodzakelijke arbeidskrachten de hongerdood gestorven zijn.

En naarmate de gemiddelde welvaart hoger ligt, is het deel dat nodig is voor het bestaansminum relatief kleiner, en kunnen de rijken meer plunderen voordat er algemene armoede en opstand ontstaat:
  Pas in de 19de eeuw werd het algemene welvaartspeil zodanig hoog dat de rijksten door zowel de sterke bevolkingsgroei als het grote arbeidsaanbod hun vermogens veel sterker konden laten groeien dan de lonen.

En toen de dreiging van het communisme verdween, maakte men gebruik van deze processen:
  Daarna gingen lagelonenlanden en immigratie een loonmatigende rol spelen. En door toenemende globalisering namen de accumulatiemogelijkheden in langere en ingewikkelder internationale ketens toe.

... om de stijging een continu vervolg te geven, ondanks afvlakkende economische groei.
    De technoloigische ontwikkeling speelt hiern dus slechts de rol van de verschaffer van economische groei en toegenomen algemene welvaart. Het overige gaat dus over slechts één enkel ding: het verdelingsvraagstuk. En dat verdelingsvraagstuk is de zaak die het slagveld is van de klassnenstrijd. Wie krijgt de extra opbrengsten van de toegenomen productie van het techno-agrarische dorp, als er grotere vormen van organisatie ontstaan, zie Basis van de economie, deel 1 : degenen die produceren of degenen die de productie organiseren en verdelen. Of is er sprake van een eerlijke verdeling. En de mening van de auteur hierover is:
  Het is daarbij voor de hand liggend dat de investeerders bij deze ontwikkeling van de technologie de belangrijkste vruchten plukken van de enorme toename van productiviteit. Wie betaalt, bepaalt én behaalt.

Wat de mening is van de organiserende klasse. Waartoe hij behoort.
    Wat dus absoluut niet het geval is. Die investeeerders investeren met iets waar ze zelf niet voor gewerkt hebben: de meeropbrengst van eerdere productie. De ongelijke verdeling begint niet nu, maar is al zo lang aan de gang als de organiserende de macht hebben gegrepen in het dorp. En dat is lang geleden. Het is nauwlijks overdreven om te stellen dat "kapitaal" volledig gelijk staat aan "geplunderd kapitaal", waarna het een bijzonder kleine stap is naar "gestolen kapitaal".
    Het zijn de producerenden die recht hebben op een gelijke verdeling van eerder geproduceede welvaart - nu en met terugwerkende kracht. Wat dta betreft bevindt communisme zich oneindig veel dichter bij een eerlijke verdeling dan kapitalisme. Naast communisme is het enige dat het kapitalisme in toom houdt, sinds historische tijden, de dreiging van de producerenden om de machinerie en hun drijvers te vernielen - de bijl aan de wortel te zetten.
    Een dreiging die steeds acuter wordt, met deze ontwikkleing naderend:
   Met de robots die gewis onze wereld gaan overspoelen, zou de accumulatie van vermogens nog wel eens tot groteske vormen kunnen leiden.

En groteske correcties: "investeerders" en hun lakeien met lange nekken in de schijn van  lantarenpalen, of met die nek op oud-Franse wijze helemaal verdwenen.


Naar Sociologische krachten , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .