Menswetenschappen, instituten: WRR

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is, zoals de naam al zegt, een adviesorgaan van of voor de regering, en op terrein van adviesorganen zo'n beetje het hoogste. Overigens vrijwel exclusief op het terrein van de sociologie, dus aanvullend en staande boven het werk van het Sociaal en Cultureel Planbureau uitleg of detail .

Mede door het adjectief "wetenschappelijk" zou je dus kunnen veronderstellen dat de WRR de hoogste normen van neutraliteit, objectiviteit en wetenschappelijkheid handhaaft. De voor een open en democratische maatschappij nachtmerrie-achtige werkelijkheid is dat het omgekeerde het geval lijkt: de WRR gedraagt zich op het vlak van cultuur als een geparfumeerd sprekende ondergraver van de eigen cultuur, ten einde een plaats te gaan bieden aan het ideeëngoed van (niet-westerse) immigranten en met name de islam.

Hier een exponent daarvan (NRC Handelsblad, 12-04-2006, door redacteur Raymond van den Boogaard):
  Hun lekenblik op islam is juist een voordeel, zeggen bekritiseerde onderzoekers

‘Religieuze politiek moet kunnen’

In moslim-landen wilden veel regimes de islam buiten de deur houden. „Ook onder de vlag van de sharia verandert het recht.”

Arabisten of islamologen zijn zij niet, zeggen de auteurs van het voor publicatie reeds fel omstreden rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Dynamiek in islamitisch activisme. Wendy Asbeek Brusse, wetenschappelijk medewerker van de Raad: „Ik zie het juist als een voordeel dat we een lekenblik hadden, en afstand kunnen bewaren.”    ...
    ... de hoofdstrekking van het advies, dat de Nederlandse regering en die van andere Westerse landen er goed aan zouden doen om met islamitische politieke groeperingen de dialoog aan te gaan ...
    Want wat blijkt? „Maar in heel weinig landen wordt de sharia (islamitisch recht, red.) onverkort toegepast”, zegt Schoonenboom. „In veel meer landen zie je dat onder de vlag van de sharia het recht wel degelijk verandert en moderner wordt.” Asbeek Brusse: „En je ziet democratiseringsprocessen, en meer aandacht voor de positie van de vrouw in sommige landen.” Schoonenboom: „De verschillen in rechtsstelsel zijn zeer groot in de islamitische wereld. Het bereik van de islam op dit gebied is in de meeste landen gering.”
    Ergo: het westen en dus ook Nederland moet eens af van zijn argwaan tegenover islamitische politieke groeperingen. Schoonenboom: „In het verleden zijn veel middelen ingezet om de Islam buiten de politiek te houden, omdat de indruk bestond dat Islam onverenigbaar was met westerse kernwaarden als democratie en mensenrechten. Men wilde, in relatie tot Turkije in de jaren negentig bijvoorbeeld, met alle macht voorkomen dat de Islam zou opschuiven naar de politieke arena.”    ...
    „Het zou al heel wat zijn als onze overheid, onder inachtneming van de scheiding van kerk en staat, erkende dat er wel degelijk religieus georiënteerde politiek kan zijn in de publieke arena”, zegt Schoonenboom. ...
    De door sommigen gepreekte gedachte van een principiële onverenigbaarheid tussen islam en democratie of mensenrechten, houdt immers geen stand in het licht van de feiten. Asbeek Brusse: „Dit is een leerproces dat wij allen moeten ondergaan.”

Wat grappig om dit bij re-redactie in 2020 terug te lezen.
    De term "naíef" doet de term "understament" geweld aan ...
    Maar achter dit soort intellectueel geformuleerd relativisme, schuilt meer. Erachter schuilt de stem van het extremistische cultuurrelativisme (de Volkskrant, 27-06-2006, door Maarten Barends, jurist en werkzaam voor de Verenigde Naties. Hij is co-auteur van een aantal publicaties die aan het WRR-advies nr. 73 Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten ten grondslag lagen):
  Islamdebat is afgezakt naar treurig niveau

In moslimlanden neemt de invloed van de sharia bij rechtspraak helemaal niet toe, zoals vaak wordt beweerd. Een voorbeeld hoe feitenkennis een serieus islamdebat ondermijnt, meent Maarten Barends.

De relatie tussen de islam en het Westen blijft onderwerp van een felle maatschappelijke discussie, waarbij heftige beelden en grote woorden niet worden geschuwd: de islam is een achterlijke cultuur, fundamenteel onverenigbaar met het democratische staatsbestel en met de universele mensenrechten.
    De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt in zijn in april verschenen advies Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten dat ‘een klimaat van confrontatie en sjabloondenken geen bestendige voorwaarden schept voor veiligheid, democratisering en toenemend respect voor mensenrechten’. Maar wie luistert in Nederland nog naar een genuanceerd tegengeluid? De WRR concludeert in zijn advies onder meer dat het onjuist is te veronderstellen dat ‘de’ islam haaks staat op acceptatie van democratie en mensenrechten. Geen wonder, een eeuwenoude beschaving met meer dan één miljard volgelingen legt natuurlijk een enorme verscheidenheid en dynamiek aan de dag: er zijn moslimdenkers die belangrijke principes en beginselen zoals de democratische rechtsstaat en universele mensenrechten afwijzen op basis van hun enge opvatting van het islamitische geloof, maar er zijn ook vele bewegingen die volledige acceptatie (en realisering!) van deze beginselen in de islamitische wereld actief nastreven.
    De WRR stelt verder vast dat – in tegenstelling tot wat zo vaak wordt beweerd voor Nederlandse camera’s en in Nederlandse kranten – de laatste vijftien jaar juist geen sprake is van een duidelijke toename van de invloed van de sharia op de rechtspraak in moslimlanden. Dat de lijn van hervormingen van het huwelijksrecht zich in de meeste landen gestaag voortzet. Dat ook waar de sharia formeel een rol speelt, deze de geleidelijke modernisering van het recht niet per definitie uitsluit. Dat verbeteringen van mensenrechten gemakkelijker te aanvaarden zijn als die worden ingebed in de eigen traditie en cultuur.
    De discussie in Nederland wordt vooral gedomineerd door mensen die, om welke reden ook, geen afstand kunnen of willen nemen tot het onderwerp en die een persoonlijke vete lijken uit te vechten met een wereldreligie met slechte, maar ook met veel goede kanten.
    Ieder tegengeluid wordt met veel kabaal van tafel geveegd. Wie durft in dit klimaat te beweren dat vrouwenbesnijdenis niets met de islam te maken heeft en dat christenen in de Hoorn van Afrika zich hieraan net zo schuldig maken? Dat het dragen van een hoofddoek en de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen vooral cultuurgebonden zijn? Dat staatsterreur ook in niet-islamitische landen veelvuldig voorkomt (Israël, VS)? Dat in de internationale politieke verhoudingen te vaak met twee maten wordt gemeten? Dat een respectvolle dialoog meer vruchten afwerpt dan intolerantie en hooghartigheid? Dat op de fundamenten van de democratische rechtstaat (met de daarin verankerde rechten van de mens) nooit, maar dan ook nooit iets mag worden afgedongen – nog niet voor honderd terreuraanslagen? Dat verreweg de meeste slachtoffers van terreuraanslagen moslims zijn?
    De Nederlandse media gaan niet vrijuit. Waarom krijgen van enige kennis gespeende columnisten iedere week weer de kans met hun xenofobe geraaskal de opiniepagina’s te vullen? En breder: hoe komt het dat Nederland – dat nog niet eens zo heel lang geleden bekend stond om, en trots was op z’n tolerantie en open, multiculturele samenleving – is afgegleden naar het bedenkelijke niveau van Duitsland in de jaren dertig, toen de slappe Weimar-politici de oprukkende bruinhemden evenmin van repliek dienden, toen het systematisch beschuldigen en vingerwijzen begon, bang als ze waren de stem van het volk niet te horen? ...

Daar kan je oneindig veel over opmerken. Twee reacties van brievenschrijvers (de Volkskrant, 01-07-2006, ingezonden brief van Anton LeClerc (Amsterdam):
  Bruinhemden

Volgens Maarten Barends zijn Nederlandse columnisten een stelletje xenofobe raaskallers en glijdt Nederland af naar het niveau van Duitsland in de jaren dertig `waar de oprukkende bruinhemden evenmin van repliek werden gediend`. Noem me een simpele ziel, maar bij succesnummers uit die tijd zoals jodenhaat, homohaat, agressieve intolerantie en afkeer van democratie denk ik in eerste instantie niet aan islam-sceptische columnisten.

En (de Volkskrant, 01-07-2006, ingezonden brief van Pieter Markus (Geldrop)):
  Besnijden

De tirade van Maarten Berends (Forum, 27 juni) voegt niets toe aan wat al in het rapport van Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid te lezen was.
    Het besnijden van vrouwen dateert van ver voor de komst van de islam, en is dan ook geen exclusief moslimgebruik. De koran rept niet over vrouwenbesnijdenis.
    In de islam wordt het gebruik echter gerechtvaardigd met een omstreden hadith (overlevering) waarin de profeet aan Oem Attija, een traditionele genezeres, adviseert 'te verkleinen maar niet te vernietigen' of volgens een andere bron 'voer de besnijdenis uit, maar ga daarin niet te ver'.
    Belangrijker is wellicht dat het oude gebruik naadloos aansloot bij de strenge seksuele moraal van de islam met zijn obsessie om seks buiten het huwelijk te voorkomen.
    In islamitische landen waar deze moraal wordt gehanteerd, is het moeilijk onderscheid te maken. 'Als mijn dochter niet besneden is, is ze geen moslimvrouw, kan ze haar gebeden niet zeggen, zal ze onrein zijn en dus geen man kunnen vinden of kinderen kunnen krijgen', zo verdedigen de moeders de verminking.
    Dit religieuze element maakt de bestrijding van besnijdenis zo moeizaam. Het zou helpen als imams zich er tegen zouden uitspreken, maar vanwege hun vaak traditionele instelling zullen zij gelovigen niet vertellen dat het van de koran niet hoeft.
    Barends zou geloofwaardiger overkomen als hij zulke feiten niet negeerde.

Waarmee reeds de toon en een aantal van de door Barends verspreide opinies zijn afgeserveerd. Hier nog een paar relevante opmerkingen van columnist H.J. Schoo, tevens historicus (de Volkskrant, 15-04-2006, column door H.J. Schoo):
  Het nut van tegenspraak

Vorige week schreef ik dat er na vijftien jaar debat over immigratie en integratie nog geen spoor van consensus bestaat. Deze week werd ik op mijn wenken bediend door de publicatie van een rapport door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het gekrakeel dat daarover onmiddellijk losbarstte.    ...
    Tegenspraak dwingt tot helder denken. Tegendraadse opvattingen dienen het debat en de waarheidsvinding. Wat dat betreft is er niets mis met zo'n rapport. Maar de belerende inslag verprutst veel. Politiek en publiek in Nederland weten niks over de islam, is de teneur. Als ze nu eindelijk eens stilzitten en goed opletten, kunnen ze iets aan hun leerachterstand doen. Zo'n toon dus, pedant en pompeus, die zich voortdurend met de eigen wetenschappelijkheid feliciteert.
    Bij zo'n inzet ligt de apologie op de loer. De WRR-onderzoekers begrijpen alles en verontschuldigen veel. Weinig kwade woorden dus over 'islamitisch activisme', wel veel bezorgd hoofdschudden over een onwillig Westen, dat maar geen enkele nuance wil zien in de gistende, complexe wereld van de islam. Wie terugdenkt aan de cartooncrisis van begin dit jaar, toen datzelfde Westen van welwillendheid en leergierigheid niet wist in welke bochten het zich moest wringen om het islamitisch activisme niet te ontrieven, vraagt zich af in welke wereld de onderzoekers eigenlijk leven. Zij binden de strijd aan met de islam-onnozelaars, maar wie bedoelen ze precies? Man en paard noemen, doen ze niet graag.    ...
    Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur en Afshin Ellian zijn onze eigen roependen in een woestijn van zoetsappig begrip, maar komen in het hele stuk niet voor. Toch polemiseren de regeringswetenschappers in feite tegen deze spoken, wier namen zij krampachtig mijden.
    Dat wil niet zeggen dat het rapport nutteloos is of dat de opstellers een douw moeten krijgen. Het is zelfs een welkome steen in de vijver. Wetenschap moet óók bet-wetenschap zijn: contra-intuïtief, niet belust op populaire instemming. Niettemin heeft dit slag 'regeringswetenschap' iets benauwends - hoe onafhankelijk, multidisciplinair, 'betrokken bij beleid en samenleving' en toekomstgericht zij ook pretendeert te zijn.
    Wie als wetenschapper op officiële strepen kan bogen, heeft in het debat al snel een streepje voor. Het WRR-stempel levert extra gezag op, kan zelfs een gezagsargument worden: de WRR heeft gesproken, zaak gesloten.
    Dit advies is bovendien alleen maar in schijn tegendraads. In feite verdedigt het de knusse consensus van islamdeskundigen tegenover de opvattingen van opdringerige leken. Onder het motto: verboden voor onbevoegden. Het rapport bevat politieke adviezen, maar depolitiseert tegelijk zijn eigen - 'wetenschappelijke' - conclusies. De vergelijking dringt zich op met de beleidsdeskundigen die tot voor kort tegen de klippen op hun rozenvingerige multiculturele consensus koesterden. Maatschappelijke en politieke beroeringen maakten er een bruut einde aan.    ...

Wat betreft de Barends en Schoo genoemde columnisten valt daarover nog op te merken dat deze in media schrijven die onder degenen waar het in de het multi-etnische samenleven om gaat: de immigranten en de onderste lagen van de Nederlanders, nauwelijks of niet gelezen worden.
    Een ander argument dat niet klopt is dat over de niet-groeiende invloed van de sharia. Deze opvatting, zelfs indien waar, is volkomen irrelevant, omdat die invloed zoals die nu is, sowieso al veel te groot is en iedere vorm van invloed alhier, hoe klein ook, volkomen ongewenst. Barends suggereert met zijn omekring dat hij wel ruimte laat voor een geringe invloed van de sharia, wat volkomen weerzinwekkend is.
    Nog een suggestie die Barends doet is dat er tussen islam en anderen geen respectvolle dialoog wordt gevoerd, dat wil zeggen: dat er alleen maar tegenstanders van de multiculturele samenleving bestaan. Dat is een aperte leugen zoals Barends onder andere met zijn eigen stuk bewijst; wat betreft columnisten kunnen we alleen uit de Volkskrant namen noemen als Anet Bleich, Marcel van Dam, Nazmiye Oral, Fadoua Bouali, Lydia Rood (weblog), Michael Zeeman, en vele anderen met losse bijdragen. In ieder geval zijn het aantal begrijpende stukken en tv-programma's op zijn minst even groot als het aantal kritische, en hoogstwaarschijnlijk is het veel meer. Dus er is wel een respectvolle benadering van de islam, alleen wil men degenen die die respectvolle, d.w.z. onkritische, benadering niet hebben, de mond snoeren.
    Een voorbeeld van de vooringenomenheid van Barends in deze is het gebruik van de term xenofoob om de inhoud van de kritiek in de richting van de islam en haar aanhangers te beschrijven. Dit stelt zonder meer dat er geen inhoudelijke kritiek mogelijk is, want xenofobie geldt alleen voor kritiek die op angst voor vreemden, en niet op de inhoud is gebaseerd. En volgens Barends is alle kritiek xenofoob, want hij heeft het over geen andere.

De kop boven het artikel van Barends is dus wel degelijk juist. Maar in de zin dat het Barends is die een treurig niveau ten toon spreidt. En dat slaat natuurlijk direct terug op het rapport waarvan hij een mede-opsteller is. Dat blijkt direct uit het volgende stukje van een van de meer rabiate aanhangers van de multiculturele maatschappij: schrijfster Lydia Rood  uitleg of detail (Volkskrant weblog, 07-06-2006, door Lydia Rood):
  Aan de kant voor het bed van de koning

... De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid - een instantie die altijd gelijk heeft, daar worden ze namelijk voor betaald - heeft aangeraden het terrorisme te bestrijden door de dialoog aan te gaan met moslims in het algemeen, om verdere radicalisering te voorkomen. Lijkt me een uitstekend plan. ...

Wat een bijzonder grappige mening is, dit noterende bij herredactie van deze pagina in 2020 ...

Een jaar later komt wat meer over de achtergronden bij het rapport naar buiten (Dagblad De Pers, 06-09-2007, door Dirk Jacob Nieuwboer):
  Rapport | Tweede Kamer praat over omstreden WRR-publicatie

'Islam bashen' is over zijn top heen


Tussentitel: 'Juist omdat het zo slecht gaat, moeten we zoeken naar het positieve'

Nee, Jan Schoonenboom heeft zeker geen spijt. Vorig jaar beschuldigde hij Geert Wilders, Ayaan Hirsi Ali en Maxime Verhagen van 'islambashing'. 'Ik sta nog steeds voluit achter die woorden van toen.'
    Vandaag bespreekt de Tweede Kamer het omstreden rapport dat mede door Schoonenboom - gepensioneerd onderzoeker - werd geschreven. Met Dynamiek in islamitisch activisme, gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wilde hij laten zien dat de politieke islam niet alleen geweld voortbrengt, maar ook zeer divers is.
    Dat geluid was nodig, vond Schoonenboom want moslims werden volgens hem vaak onterecht tot zondebok gemaakt. Daardoor zouden ze zich hier veel minder thuis voelen. ...
    'Natuurlijk wisten we dat de islamitische wereld ook negatieve kanten heeft', reageert Schoonenboom op de kritiek. 'Daar maken we ons juist grote zorgen over. Dat hebben we niet duidelijk genoeg gemaakt.'
En dat betreurt hij, want met die negatieve uitingen van de islam was het allemaal begonnen. De terreur en de reacties daarop baren hem nog steeds zorgen. 'Juist omdat het zo slecht gaat, moeten we zoeken naar het positieve, naar een uitweg.'...

Nou, dat is tenminste duidelijk: dit heeft niets met wetenschap te maken, maar alles met een pogingen tot maatschappelijke manipulatie. Het doel: moslims zich in Nederland beter laten voelen. Het middel: moslimcritici zwart maken. Bijna nodeloos te vermelden dat Jan Schoonenboom gepensioneerd socioloog is. Voor een socioloog is een politiek-correcte onwaarheid nog geen leugen. Een overtreding van een van de regels van goede menswetenschappen .

Het bevorderen van de invloed van de islam kan natuurlijk aan twee kanten: de directe, door de islam te pushen, en de indirect, door de Nederlandse cultuur aan te vallen. In deze aanpak paste het verschijnen van een rapport in 2007 genaamd Identifictie met Nederland, en met name de speech van Prinses Máxima bij de presentatie ervan, met als hoogtepunt de zinsnede : "Er bestaat geen dé Nederlandse identiteit".
    Het gevolg was natuurlijk (na een vertraging van twee weken in verband met de rol van het koningshuis) een intense discussie, waarin zoals bijna altijd om de meeste hete aardappels werd heen gedraaid. Onderstaande wat latere stuk was één van de uitzonderingen (de Volkskrant, 22-12-2007, door Willem Velema en Hans Wansink):
  Vaderlands gevoel geeft richting

Onder historici is huiver voor nationalisme bon ton, maar een beetje trots zijn op Nederland en het verleden is belangrijk voor een zelfbewuste natie en kan het debat over immigratie en integratie structureren


Vallen er uit de vaderlandse geschiedenis nog andere lessen te trekken dan dat Nederlanders zich moeten doodschamen voor hun medeplichtigheid aan de misdaden van de Tweede Wereldoorlog en het kolonialisme? Wij menen van wel en staan daarmee nogal geïsoleerd te midden van onze medehistorici.
    Illustratief voor de manier waarop zij hun taak doorgaans opvatten, zijn de vaak geciteerde woorden van de fameus afstandelijk-ironische historicus E.H. Kossmann over het verschijnsel nationale identiteit. ‘Men bedriegt zichzelf en zijn lezers als men pretendeert het aan systematisch en alomvattend onderzoek te kunnen onderwerpen. Loop er liever met aandacht omheen, bekijk het van alle kanten maar stap er niet in, behandel het kortom als een enorme kwal op het strand.’
    De historicus Jan Ramakers presenteerde het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2007 op 20 november in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer. Het Jaarboek is een uitgave van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit, waaraan Ramakers als onderzoeker verbonden is. Dit keer hadden ze in Nijmegen als thema gekozen voor de moeizame worsteling met de nationale identiteit. ‘Met dank onder andere aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en prinses Máxima’, voegde Ramakers er nederig aan toe. Daarmee meteen iedere twijfel de kop indrukkend over de positie van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in deze netelige kwestie.
    ‘Dé Nederlander bestaat niet’, luidde Máxima’s kernachtige oneliner, die in de media prompt op een storm van kritiek stuitte – en onder ‘gewone’ Nederlanders vooral op verbijstering. In feite was de gewraakte quote van Máxima een getrouwe weergave van de – veel wolliger geformuleerde – conclusies van de WRR. In het rapport staat te lezen dat ‘het beleidsmatig inzetten van nationale identiteit contraproductief kan werken’. Dat komt doordat ‘het streven naar eenheid soms leidde tot conflicten of uitsluiting van bepaalde groepen’.
    Terwijl de WRR in zijn rapport niets wil weten van ‘het verzanden in een historisch bepaalde en statische identiteit’ en in plaats daarvan pleit voor ‘een toekomstgerichte, open oriëntatie’, dringt hoogleraar Paul Scheffer in zijn nieuwe boek Het land van aankomst juist met klem aan op hernieuwde, serieuze aandacht voor de eigen Nederlandse cultuur en geschiedenis, door historische canonvorming en door het oprichten van een Nationaal Historisch Museum. ‘Burgerschap’, schrijft hij, ‘gaat immers om een besef dat er iets aan ons vooraf is gegaan en dat er iets na ons komt. Een samenleving die zich niet meer in staat acht tot een gesprek met de vorigen, zal verpieteren.’
    Dergelijke aanprijzingen van zijn eigen vakgebied bleken aan historicus en WRR-supporter Jan Ramakers niet besteed. ‘Wat is er aan de hand met Nederland?’, sprak hij die 20ste november vertwijfeld. Is Nederland soms ‘te klein’ om het naar waarde te schatten ‘als bisschop Muskens voorstelt, als handreiking aan de islamitische Nederlander, God voortaan Allah te noemen’? Of ‘als minister Donner ons voorhoudt dat het niet ondenkbaar is dat op enig moment in Nederland door een tweederde meerderheid de sharia wordt ingevoerd’?
    De ‘zelfverheffing’ die voor Ramakers als vanzelfsprekend samengaat met de door Scheffer ondersteunde ‘zoektocht naar de Nederlandse identiteit’, heeft in zijn ogen alleen maar misvattingen en rampen opgeleverd. Werden in de jaren vijftig immers niet de gerepatrieerde Indische Nederlanders het slachtoffer van ‘gedwongen assimilatie aan de dominante Nederlandse cultuur’, met als gevolg ‘een totale teloorgang van de Indische cultuur in Nederland’?
    Terwijl nota bene kort tevoren meer dan honderdduizend Nederlandse joden waren vermoord. Door de Duitsers, zult u misschien zeggen? Ramakers heeft nieuwe schuldigen ontdekt, in ons verre verleden. Door ‘de zogenaamde emancipatie van de joden in Nederland in 1796’ werd ‘het jodendom cultureel gezien dood’ gemaakt. ‘Wij hadden het voorwerk voor de bezetter al verricht.’
    Ramakers’ multiculturele les uit de geschiedenis: ‘Met welk recht spreken wij een moreel oordeel uit over de Taliban in Afghanistan die boeddhistisch cultureel erfgoed opblazen, als wij bereid zouden zijn onze eigen culturele pluriformiteit te offeren op het altaar van de gedwongen assimilatie?’    ...
    Met zijn agressieve pleidooi voor de multiculturele samenleving en zijn demonisering van ‘vaderlandse geschiedenis’ is Jan Ramakers zonder twijfel een extreem geval onder de Nederlandse historici. Desondanks wijkt zijn conclusie nauwelijks af van wat onder historici al tientallen jaren als common sense geldt: dat er in de vaderlandse geschiedenis geen exclusieve nationale identiteit te ontwaren valt; dat iedere vorm van nationale ‘zelfverheffing’ alleen maar tot ellende leidt, tot ‘uitsluiting’ of ‘assimilatie’. En dat er, als er al zoiets bestaat als een ‘Nederlandse identiteit’ (historici storen zich zelden aan de ongerijmdheid van het tegelijkertijd ontkennen en bevestigen daarvan), die identiteit juist gelegen is in ‘zelfverlaging’, ‘bescheidenheid’, ‘de erkenning van verdeeldheid’ en een ‘positieve waardering van onze pluriformiteit’.
    De commissie-Van Oostrom, die dit jaar de ‘historische canon’ uitrolde, betoont zich op haar website dan ook helemaal niet trots, maar bovenal bezorgd over mogelijk misbruik door onbevoegden. Al te braaf wordt daarom gemeld dat het gaat om ‘een canon voor alle Nederlanders’. En om een land ‘dat wij gezamenlijk bewonen’. Nederland moet vooral niet gezien worden ‘als horizon, maar als observatiepunt’. De canon is ook geen ‘vehikel voor nationale trots’, maar ‘roept betrokkenheid op’. Het is ‘geen praalgraf, maar levend erfgoed’, en ‘geen gesloten, maar een open canon’.
    De bewijsvoering is even simpel als dwingend: belangstelling voor het vaderlands verleden = nationalisme; nationalisme = fout; ergo: vaderlandse geschiedenis = fout. De manier waarop Nederlandse historici de vaderlandse geschiedenis aan het grote publiek proberen te slijten, heeft daardoor iets onbevredigends en hypocriets. Zoiets als seksuele voorlichting van de pastoor.

Dus wat meer over de inhoud van het rapport. Het is vele tientallen pagina's lang, maar de inhoud is wel te achterhalen uit de beschrijving op de WRR website uitleg of detail :
  Identificatie met Nederland

Op 24 september jl. presenteerde de raad het rapport Identificatie met Nederland. ... Analyses in het rapport zijn mede gebaseerd op studies die op verzoek van de WRR zijn verricht en tegelijkertijd met dit rapport verschijnen:

WRR-verkenning nr. 17 Nationale Identiteit en meervoudig verleden, Maria Grever en Kees Ribbens

Westerse politici ontwaren een crisis van de nationale identiteit. Ze beschouwen het gebrek aan historische kennis als belangrijke oorzaak. In Nederland weten jongeren niet meer wie Willem van Oranje is en waarom hier Surinamers wonen. De integratie zou langzaam verlopen omdat het Nederlanderschap onduidelijk is. Vandaar dat de regering heeft besloten om een nationale canon in te voeren. Maar kloppen deze aannames? Wordt niet voorbij gegaan aan de diversiteit van het verleden en de veranderlijkheid van sociale identiteiten?    ...


WRR-webpublicatie nr. 33 De casus Inburgering en Nationaliteitswetgeving: Iconen van nationale identiteit, Fouzia Driouichi

Aan de hand van dit onderzoek wordt onder meer geconcludeerd dat het accent steeds meer op cultuur wordt gelegd. Bovendien richt de contemporaine discussie zich op meer plichten en minder rechten voor veel migranten. Hierbij wordt er vaak vanuit gegaan dat meer plichten automatisch een betere integratie tot resultaat zullen hebben. Noodzakelijke randvoorwaarden, zoals kwalitatief en kwantitatief voldoende scholing, maar eveneens een meer welwillende rol van de ontvangende samenleving, worden daarbij nogal eens veronachtzaamd.    ...


WRR-webpublicatie nr. 34 In debat over Nederland. Veranderingen in het discours over de multiculturele samenleving en nationale identiteit, Fleur Sleegers

De toon en inhoud van de debatten over de multiculturele samenleving zijn de laatste jaren veranderd. Van links tot rechts is de politiek teruggekomen van een lang in standgehouden consensus dat de komst van migranten een verrijking van de samenleving betekende. Het inzicht dat de toegenomen culturele diversiteit en de aanwezigheid van steeds meer moslims in de Nederlandse samenleving (ook) problemen met zich mee heeft gebracht is nu uitgangspunt van de discussie. Vanaf de eeuwwisseling is de overtuiging gegroeid dat een hardere opstelling naar migranten en veeleisender beleid noodzakelijk zijn voor succesvolle integratie. ...

Dit alles tezamen kan je parafraseren als "Er bestaat geen dé Nederlandse identiteit, en en de integratieproblemen hebben als oorzaak dat de Nederlanders er zo moeilijk over doen en te harde eisen stellen aan immigranten, terwijl ze gewoon meer aan immigranten moeten geven". Het eerste deel is hetgeen dat uitgesproken weer door Maxima, hetgeen natuurlijk leidde tot verontwaardiging in de kringen die altijd al een Nederlandse identiteit hadden gezien.

Even terug naar het begin, het zinnetje van Maxima. Wat dus niet Maxima's zinnetje is, ook al zal ze het er wel mee eens zijn - het zinnetje van de auteurs van het rapport. Maar wie zijn dat dan? Het rapport is officieel van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een regeringsorgaan dus. Maar de regering schrijft niet, dat doen alleen mensen. De schrijvers staan vermeld staan in de Bijlage als de lijst van adviseurs:
  Prof. dr. H. Entzinger, Erasmus Universiteit Rotterdam
Mw. drs. E. Dourleijn, Erasmus Universiteit Rotterdam
Dr. K. Ribbens, niod
Prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam
Drs. J. Schoonenboom, wrr
Prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht
Mw. B. van der Haak, vpro (Tegenlicht)
Mw. H. Hagen, vpro (Tegenlicht)
Mr. S. Harchaoui, directeur Forum
H.K.H. Prinses Máxima der Nederlanden
Mw. mr. J.F. Zaaijer, Dienst Koninklijk Huis
Mw. mr. I. Brouwer, Twynstra Gudde
Drs. W. Ligthart, Twynstra Gudde
Mw. drs. M. Kilic-Karaaslan
Mw. drs. L. Duits, Universiteit van Amsterdam
Mw. dr. A. Van Lenning, Universiteit van Tilburg
Mw. S. Terlouw, tekstschrijver

Allemaal (voor zover bekend) zwaar multiculturalistische en politiek-correcte figuren. Als voorbeeld hier de opvattingen van één van hen (de Volkskrant, 02-12-2002, van verslaggever Arnout Brouwers):
  Interview | Jan Schoonenboom

'Begrip allochtoon heeft zijn langste tijd gehad' ...

Had Paul Scheffer een punt dat linkse partijen nooit de discussie zijn aangegaan over wat het betekent een immigratieland te zijn?
'Scheffer heeft gewezen op het feit dat het, ondanks alle goede bedoelingen, met de integratie slecht loopt. Dat was trouwens wel een late ontdekking, want jaar in jaar uit is gedocumenteerd hoe het er voorstond. Dat blijkt trouwens niet eens zo slecht te zijn. Maar Scheffer ging verder: hij pleitte ervoor dat we ons van onze Nederlandse identiteit bewust moesten worden. Dat pleidooi suggereerde een onveranderlijke kern van het Nederlander zijn. Daar rijzen bij mij de haren te berge.'
...
Maar wat is nou precies een Nederlander?
'Ik zou zeggen, iedereen die hier toevallig woont.'

Het equivalent van de stelling dat als je een kameel van de vliegtuigtrap voert en hem een Nederlands paspoort geeft, het dan een koe is geworden. In andere woorden: de ontkenning van iedere culturele identiteit.

Nog wat inbreng van de WRR in deze zaak (de Volkskrant, 22-09-2007):
  ‘School moet segregatie tegengaan’

Basisscholen moeten de wettelijke opdracht krijgen een ‘verbinding’ te leggen tussen bevolkingsgroepen. Dat zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport Identificatie met Nederland, dat maandag verschijnt. De Raad wil een halt toeroepen aan de voortgaande segregatie in het onderwijs.
    ... WRR-lid Meurs. ‘Hoe lastig ook, scholen die met hun rug naar de samenleving staan, moeten gecorrigeerd kunnen worden.’
    In het rapport zegt de Raad ook dat het integratiedebat niet gebaat is bij de fixatie op ‘nationale identiteit’.

Klopt. Maar de school heeft de segregatie niet gestart en is er niet mee doorgegaan en doet het niet. De kop had naar werkelijkheid moeten zijn:
  Islam moet segregatie tegengaan

Of:
  Zwarte activisten moeten segregatie tegengaan

Dus volgens WRR-lid Meurs moeten de moslims en de zwarte activisten gecorrigeerd kunnen worden.
    Maar natuurlijk kon dat al veel eerder, want die lui die hun rug naar de Nederlandse samenleving hebben staan, zijn vrijwillig hierheen gekomen en als ze niet vrijwillig stoppen met hun segregatie of weggaan, valt er niets anders te corrigeren dan ze definitief naar thuisland of -cultuur te corrigeren.
    Maar voor werkelijkheden heeft een WRR-lid natuurlijk geen oog.

Nog meer WRR-identiteit (de Volkskrant, 27-09-2007, column door Michaël Zeeman):
  Opnieuw nadenken over wat ons bindt

Nederland mag dan een land zijn met vele identiteiten, in Italië is die variëteit pas echt serieus. Als ik het rapport over deze materie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid goed lees, vindt die eerbiedwaardige instelling zo’n licht anarchistische potpourri van identiteiten voor een land iets aanbevelenswaardigs en ondergaan haar leden de huidige verwarring erover in Nederland daarom als een bevrijding. In de bevrijdingsroes wordt vervolgens een recept voor een nieuwe heilstaat gevonden, de ‘postnationale’.    ...
    Tijdens het grote debat over het nut en het nadeel van de geschiedenis, dat verleden week in het kader van het theaterfestival ‘De (Internationale) Keuze van de Rotterdamse Schouwburg’ werd gehouden, verdedigde Maria Grever de stelling, dat de aanwezigheid van zo veel Marokkanen en Turken in Nederland ons verplicht het onderwijsprogramma voor geschiedenis te herzien. Wij moeten het voortaan niet alleen over Willem de Zwijger hebben, maar ook over Suleyman de Geweldige. Grever is hoogleraar theorie en methodologie van de geschiedenis, en een van de auteurs van het WRR-rapport.    ...

Volgens Maria Grever moeten we dus onze cultuur (onderwijs in onze cultuur is onze cultuur) maar inleveren ten gunste van die van de allochtone immigranten (natuurlijk geen haar op haar hoofd die eraan gedacht heeft om Simon Bolivar of in - het gaat alleen om moslims, natuurlijk).

Het commentaar vanuit wetenschappelijke hoek moet helemaal vanuit Duitsland komen - in Nederland is de sociologie volkomen politiek-correct gelijkgeschakeld (NRC Handelsblad, 26-09-2007, door Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeksdirecteur aan het Wissenschaftszentrum in Berlijn (WZB)):
  Cultuur maakt wel verschil, beste WRR

Het WRR-rapport ‘Identificatie met Nederland’ legt de oorzaak van achterblijvende inburgering van migranten vooral bij Nederland zelf. Maar de WRR onderbouwt deze stellingname niet met wetenschappelijke feiten
.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) neemt met zijn afgelopen maandag verschenen rapport Identificatie met Nederland stelling in de debatten over nationale identiteit, inburgering en de omgang met culturele verschillen. De raad gaat daarbij de controverse niet uit de weg. Dat is prima, zolang het stoelt op een evenwichtige analyse van wetenschappelijk onderbouwde feiten. De raad baseert zich echter op een empirisch onjuist beeld van de Nederlandse werkelijkheid en schetst een eenzijdig beeld van de problematiek van meervoudige identiteiten. Dat is jammer, want daardoor dreigen ook een aantal zinnige aanbevelingen van de WRR aan geloofwaardigheid te verliezen.

De kern van het rapport is de bewering dat meervoudige identiteiten niet inherent problematisch zijn, maar dat pas worden „zodra anderen van je verwachten dat je een duidelijk afgebakende identiteit bezit. [...] De nadruk op de Nederlandse nationale identiteit en de schijnbare on-onderhandelbaarheid daarvan, kan tot gevolg hebben dat mensen zich zodanig voor het blok gezet voelen dat de mogelijkheden voor identificatie eerder af- dan toenemen.” Deze laatste zin loop als een rode draad door het gehele rapport.

Hiermee worden verschillende zaken onder het tapijt geveegd. Om te beginnen wordt gesteld dat, als er een probleem met meervoudige identiteiten bestaat, dit probleem ontstaat door anderen, anderen die die meervoudigheid niet willen accepteren. Dat is echter een miskenning van het feit dat identiteiten, omdat ze verbonden zijn met emoties, sociale banden en loyaliteiten, wel degelijk met elkaar kunnen botsen – ook als niemand zich ermee bemoeit.

Identiteiten zijn niet altijd en in alle omstandigheden complementair, net zo min als ze altijd en overal zero-sum zijn. Iedereen met een meervoudige identiteit – dus eenieder van ons – weet dat uit ervaring. Het leven zou erg gemakkelijk zijn als het niet zo was. Het rapport doet alsof er duizend bloemen zouden bloeien, als niemand zich met de identiteiten zou bemoeien. Maar het rapport kan hier niet overtuigen.

Wanneer het gaat om anderen die een probleem van meervoudige identiteiten maken, wijst het rapport met de vinger naar slechts één schuldige: het Nederlandse publieke debat en naar de Nederlandse inburgeringseisen, die migranten tot een eenduidige keuze voor Nederland zouden willen dwingen.

Dit beeld is schromelijk overdreven. Er is bij mijn weten geen land in Europa (misschien met uitzondering van Zweden) waar zo’n groot deel van de migrantenbevolking staatsburger is. Daarbij staat Nederland bovendien vrijwel altijd het behoud van de oorspronkelijke nationaliteit toe. De opmerkingen in het rapport over de nadelige gevolgen van de Nederlandse wetgeving die „in principe” verlangt dat men afstand doet van de oorspronkelijke nationaliteit, zijn daarom misplaatst – in de praktijk stelt dit principe nauwelijks iets voor. Zoals bekend wonen in Nederland meer dan een miljoen mensen met twee paspoorten.

Het rapport levert geen bewijs voor de stelling dat het toestaan van de dubbele nationaliteit bevorderlijk voor de integratie is, of dat de geldende (maar nauwelijks uitgevoerde) afstandseis daarvoor een belemmering zou zijn. De meeste migranten in Nederland zijn allang tot Nederlander genaturaliseerd en de meesten daarvan hebben hun tweede paspoort mogen behouden. Dat de achterblijvende identificatie met Nederland te wijten zou zijn aan een te restrictief Nederlands naturalisatiebeleid is daarom strijdig met de elementaire regels van de logica.

Ook de bewering van de WRR dat Nederland een eenduidige keuze voor Nederland zou verlangen, en in het verlengde daarvan een vergaande aanpassing aan de Nederlandse cultuur, is empirisch ongefundeerd. Heeft de WRR de Nederlandse omgang met (orthodox) islamitische kledij en gebruiken misschien vergeleken met die in andere landen? Dan zou zijn opgevallen dat Nederland hierin juist zeer tegemoetkomend is. Leg de uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling en Nederlandse rechters maar eens naast de jurisprudentie van onze Europese buren. Waar wij in Nederland de laatste tijd over discussiëren – boerka’s, handen schudden en dergelijke – is in andere landen geen onderwerp van debat. Niet omdat daar zo tolerant mee wordt omgegaan, maar omdat niemand op het vermetele idee gekomen is om met een boerka het recht op een bijstandsuitkering af te dwingen of als werknemer te weigeren vrouwelijke klanten de hand te schudden. In onze buurlanden discussieert men over zaken die in Nederland al lang en breed gemeengoed zijn: hoofddoekjes of het recht van moslims op eigen scholen of eigen godsdienstonderwijs.

In het WRR-rapport wordt kortom een karikatuur geschetst van de Nederlandse omgang met culturele verschillen en afwijkende identiteiten. Waar de rol van de Nederlandse politiek en media in het problematiseren van meervoudige identiteiten dik wordt aangezet, wordt er door de WRR niet gerept over het feit dat sommige van die identiteiten zelf juist extreem intolerant zijn ten opzichte van meervoudigheid.

Het is zeker waar dat iemand die zich Nederlander én Turk, of Nederlander én moslim voelt, het niet altijd makkelijk heeft. Maar hoeveel moeilijker heeft de Turk of Marokkaan het die verkiest als ongelovige of erger nog: als bekeerd christen door het leven te gaan. Of de Turk die zich openlijk schaamt voor de Armeense genocide. Of de islamitische homo. Of de moslima die haar recht op seksuele zelfbeschikking opeist, of erger nog: die met mannen verkeert die geen moslim zijn.

Onder deze „mengelmensen”, zoals het rapport mensen met meervoudige identiteiten noemt, zijn er helaas veel die hun mengelbestaan alleen in het verborgene kunnen voeren, en sommigen die het niet meer kunnen navertellen. Waar zou de grootste barrière liggen voor „mengelhuwelijken” tussen Turkse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders? Bij mijn weten staan Turkse en Marokkaanse Nederlanders niet te trappelen voor dat soort relaties – zelfs in Nederland geboren leden van die groepen zijn voor velen blijkbaar te vernederlandst, getuige het feit dat de grote meerderheid, ook van de tweede generatie, de huwelijkspartner uit het herkomstland van de ouders haalt.

Het is bij het pleidooi voor de mengelmens dus maar een kwestie van wie je wel als zodanig thematiseert en wie niet. Het rapport maakt op dat punt een duidelijke keuze die niet door wetenschappelijke motieven lijkt te zijn ingegeven.

Wanneer het rapport intolerante tendensen binnen sommige minderheidsculturen bespreekt, dan worden deze steevast als een reactie gezien op politiek en media die de moslims in de orthodoxe of radicale hoek drijven. Ook dit is een voorstelling van zaken waarvoor geen bewijs geleverd wordt. Ik weet wel dat dit vaak beweerd wordt – niet in de laatste plaats door die orthodoxen en radicalen zelf – maar dat maakt de bewering nog niet waar.

Een voorbeeld hiervoor is het in het Nederlandse debat veelvuldig herhaalde idee dat moslima’s tegenwoordig vaker een hoofddoek dragen als reactie op de negatieve beeldvorming over moslims. Het wachten is nog steeds op onderbouwing van dit geloofsartikel. Als de redenering klopt, zou het in elk geval zo moeten zijn dat er in landen als Frankrijk en Duitsland – waar aanmerkelijk minder tegemoetgekomen wordt aan culturele verlangens van moslims – een nog sterkere van-de-weeromstuit orthodoxie te vinden moeten zijn in de vorm van hoofddoek- en niqaabdraagsters, handenweigeraars, homo-van-flat-afgooi-imams en dergelijke. En dat is niet het geval.

Het enige land in Europa dat wat dit betreft op Nederland lijkt, is het Verenigd Koninkrijk – juist ook een land dat tegemoetkomend is ten opzichte van culturele wensen van minderheden. Daar weigeren moslimtaxichauffeurs blindengeleidehonden die haram zouden zijn, terwijl je in het Berlijnse Kreuzberg regelmatig moslimfamilies een ommetje ziet maken met hun trouwe viervoeter.

Een te sterke nadruk op identificatie van migranten met Nederland is volgens de WRR tot falen gedoemd. Het rapport ziet de Nederlandse identiteit namelijk als ‘secundair’. De etnische en religieuze identiteiten van migranten worden daarentegen als ‘primair’ gezien, meer robuust en moeilijker veranderbaar. Een verstandige identiteitspolitiek moet zich aan dat gegeven aanpassen. “In het kader van de zoektocht naar nationale identiteit is het dus van belang te beseffen dat secundaire identificatie altijd volgt op een proces van primaire identificatie dat zich reeds voltrokken heeft”, zoals het rapport stelt.

Dat de gevoelsband met het land van herkomst voor de eerste generatie migranten “primair” blijft, is plausibel. Maar waarom gaat de WRR er (impliciet) vanuit dat dit onverkort ook geldt voor de in Nederland opgegroeide of zelfs geboren generaties? Waarom zou voor de tweede generatie de Nederlandse identiteit secundair moeten zijn? Waarom zouden de footprints, zoals het rapport de primaire identificatie noemt, van in Nederland geboren en getogen kinderen niet in het land liggen waar ze hun eerste stapjes hebben gezet? De WRR lijkt het als een onvermijdelijk natuurgegeven te beschouwen dat veel van die kinderen (zoals het rapport laat zien vooral die van Marokkaanse en Turkse afkomst) zich in eerste instantie met het land van herkomst van hun (groot)ouders identificeren.

Is het echt geen probleem en is het echt onvermijdelijk dat die jongeren met hun hart meer voor Marokko en Turkije voelen dan voor Nederland? Hebben voetballers van Marokkaanse afkomst die voor Oranje spelen, verkeerd begrepen waar hun primaire identificatie ligt? Hoe kan het voor de integratie bevorderlijk zijn als de samenleving zich er al op voorhand bij neerlegt dat de identificatie met Nederland ondergeschikt is?

Tenslotte zwalkt het rapport tussen drie verwijten aan degenen die het belang van een Nederlandse identiteit en gemeenschappelijke fundamentele waarden benadrukken: 1) dat niet duidelijk is wat die identiteit uitmaakt; 2) dat „onder de vlag van fundamentele waarden [...] onderwerpen als gelijkheid van man en vrouw, gelijkheid van homoseksuelen, verhouding tussen religieuze vrijheid en vrijheid van meningsuiting en problemen als eerwraak en vrouwenbesnijdenis” steeds meer besproken worden; en 3) dat hier „bovenal rechtstatelijke waarden en vrijheden die voor alle westerse landen gelden” bedoeld worden.

Je kunt het blijkbaar nooit goed doen. Of je blijft te vaag. En als je concreet wordt, is dat blijkbaar niet legitiem. En kennelijk is het ook een probleem als fundamentele waarden voor meer landen dan alleen Nederland gelden. Is dat niet wat die waarden fundamenteel, wellicht zelfs universeel maakt?

Al met al leunt dit WRR-rapport sterk op slecht onderbouwde beweringen. Het is daardoor vooral een normatieve interventie in het publieke debat geworden.

Door zich onvoldoende bij zijn wetenschappelijke leest te houden, brengt de WRR zijn eigen legitimiteit in gevaar en dreigt ook daar aan geloofwaardigheid in te boeten waar hij beslist ook zinnige dingen te zeggen heeft – bijvoorbeeld het pleidooi voor het tegengaan van segregatie in het onderwijs en het afschaffen van het begrip allochtoon.

Meningen hebben we in het integratiedebat al genoeg, kennis over feiten en samenhangen veel minder. Jammer genoeg levert het WRR-rapport van het laatste te weinig en van het eerste te veel.

Dodelijk.

Maar ook op andere terreinen laat de WRR zich gelden (de Volkskrant, 07-06-2007, hoofdredactioneel commentaar):
  Te laat voor preferendum

Hoe kan de Nederlandse burger beter worden betrokken bij Europese zaken? Het referendum is daarvoor het verkeerde instrument, zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het rapport Europa in Nederland, dat dinsdag werd aangeboden aan premier Balkenende. In een referendum heeft de kiezer slechts de keuze tussen ja en nee. Zelden leent de gemaakte keuze zich voor een duidelijke interpretatie.
    De WRR ziet meer heil in het zogeheten preferendum. Bij deze vorm van volksraadpleging krijgt de burger vroegtijdig meerdere inhoudelijke alternatieven voorgelegd in plaats van een ja/nee-vraag achteraf. De uitslag kan fungeren als een belangrijke, zo niet de belangrijkste bouwsteen voor het Nederlandse onderhandelingsmandaat in Brussel.
    De notie van een preferendum is zeker interessant en de gedachte erachter sympathiek. Maar het zou verkeerd zijn hierin het ei van Columbus te zien. Ook dit middel heeft zijn beperkingen. Het toeval wil dat er juist gisteren in Arnhem zo’n preferendum werd gehouden over het omstreden havenplan. Weinigen zullen het een onverdeeld succes noemen: de drie varianten kenden geen grote verschillen en het was onmogelijk een stem tegen het plan als zodanig uit te brengen.
    Los van de merites helpt het WRR-voorstel het kabinet ook niet uit de brand als het gaat om de vraag of een vereenvoudigde versie van de Europese Grondwet al dan niet moet worden onderworpen aan een nieuw referendum. Voor een preferendum is het in dit geval veel te laat. Op de Europese top van 21 en 22 juni zullen de uitgangspunten worden bepaald voor een gewijzigd verdrag, dat vervolgens voor het einde van het jaar zijn beslag moet krijgen.
    Hoeveel kritiek er ook moge zijn op het referendum van twee jaar geleden, het heeft een politiek feit van de eerste orde geschapen. Dit feit kan niet ongedaan worden gemaakt door nu het parcours te verleggen. Het vertrouwen van de burgers in het Europabeleid zal verder afbrokkelen als het kabinet hen bij een nieuw verdrag niet recht in de ogen durft te kijken.

Dat is dus de bedoeling: kiezen tussen drie alternatieven zonder "Nee" te kunnen zeggen - of uit In het kort:
  I don't care who does the voting, as long as I do the selecting', said Boss Hogg .

Kijk, dit is nu een uitnemend voorbeeld van je reinste aristocratische judas-mentaliteit.

En ook op terreinen die dichter bij de economie staan, stuurt de WRR in elitaire richting - voorbeeld nummer één (de Volkskrant, 11-10-2006, van verslaggever Frank van Alphen):
  Interview | Nahied Razwani, kandidaat kamerlid voor de VVD, vindt dat iedereen zelf kan sparen voor een werkloosheidsuitkering

‘Uitkering maakt mensen afhankelijk en laks’

Weg met de collectieve verzekering: iedereen kan zelf sparen voor de eigen WW-uitkering, vindt Nahied Razwani. Wie nooit werkloos wordt, houdt een mooi bedrag over bij pensionering.


Maak de verzorgingsstaat minder verzorgend, was begin deze week de boodschap van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De econoom Nahied Razwani, nummer 52 op de kandidatenlijst van de VVD voor de komende Tweede Kamerverkiezingen, wil nog een paar stappen verder gaan. ‘We moeten af van de verzekeringsgedachte. Werknemers moeten zelf sparen voor hun WW’, zegt ze.
    Razwani (1966) vluchtte vijftien jaar geleden samen met haar man uit Iran naar Nederland. Ze zegt de negatieve kanten van de Nederlandse verzorgingsstaat te hebben gezien bij haar mede-asielzoekers. ‘Vluchtelingen zijn over het algemeen initiatiefrijke mensen. Ze verlaten met veel moeite hun land en willen ergens anders een bestaan opbouwen. In Nederland zag ik dat ze veranderden in mensen zonder zelfrespect. Mensen die afhankelijk werden van een uitkering en dachten dat ze niets meer konden. Daaruit ontsnappen, is moeilijk.’ ...
    Ze vindt ook dat de ontslagbescherming en het minimumloon op de schop moeten. Volgens Razwani is het financiële verschil tussen een uitkering en werken nog te klein. ...

Advies van de WRR: op naar het Amerikaanse systeem: wie werkloos of arbeidsongeschikt wordt: voedselbonnen en de bedeling. De VVD pakt het moeiteloos op.

Een tweede voorbeeld (de Volkskrant, 27-01-2007, door Frank van Alphen):
  'Een baan is geen bezit voor het leven'

Een ontslagvergoeding werkt contraproductief, stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Dat geld kan effectiever worden ingezet om werknemers op een nieuwe baan voor te bereiden. Dat is nodig omdat de arbeidsmarkt onherroepelijk flexibeler wordt.
    Dit schrijft het adviesorgaan in een vrijdag gepubliceerd rapport over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het advies komt nadat de Sociaal-Economische Raad (SER) zijn tanden heeft stuk gebeten op dit dossier. Ondernemers willen werknemers sneller en tegen lagere kosten kunnen ontslaan. Van de bonden mag absoluut niet worden gemorreld aan de ontslagvergoeding.
    ‘We denken dat ons rapport inzichten biedt waarmee werkgevers en werknemers verder kunnen’, zegt econoom Jules Theeuwes, die als raadslid van de WRR verantwoordelijk is voor het rapport. ‘We willen de flexibilisering van de arbeidsmarkt positief benaderen. Nu is de houding: die baan is van mij. De werkgever die mij ontslaat, ontneemt mij mijn baan. Een werknemer moet inzien dat hij een bepaalde baan niet meer kan doen en dat hij zich moet voorbereiden op ander werk.’ ...
    Bonden zien de ontslagvergoeding als beste bescherming voor oudere werknemers die moeilijk een nieuwe baan vinden. ‘Er is nu geen arbeidsmarkt voor oudere werknemers. Die zal er wel komen als de krapte op de arbeidsmarkt verder toeneemt. Verder moeten we zorgen dat ouderen in dienst blijven. Bijvoorbeeld met fiscale maatregelen die voorkomen dat het loon daalt als een oudere vier in plaats van vijf dagen gaat werken.’
    Hoe oud is Theeuwes zelf? ‘Ik ben 62 jaar. En ben onlangs nog van baan verwisseld. Ik werkte voor de WRR en ik ben nu directeur van onderzoeksinstituut SEO. I put my money where my mouth is.’

De WRR doet hier een volstrekt onwetenschappelijk uitspraak, omdat er geen vergelijking is gemaakt tussen de situatie met of zonder ontslagbescherming. In zoverre die gedaan kan worden, moet men naar andere landen, en die zijn dusdanig anders ingericht, dat de vergelijking meteen ongeldig wordt. Waarschijnlijk is elders die vergelijking wel gemaakt, bewust of onbewust, maar dan dus met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. En dan zou de conclusie dus moeten luiden: zonder ontslagbescherming is er misschien meer economische groei, maar gaan we meer volgens het Amerikaanse model werken, dus veranderen we onze maatschappij. Willen we zo'n verandering niet, gezien het voorbeeld van de Verenigde Staten, dan moeten we de ontslagbescherming handhaven.
    Een van de argumenten om ontslagbescherming te handhaven is te vinden door de termen wat te veranderen: ontslagbescherming is baanzekerheid is bestaanszekerheid, of omgekeerd: geen ontslagbescherming is baanonzekerheid is bestaansonzekerheid. En dat laatste is heel ineens heel makkelijk te begrijpen, en ook veel makkelijker weer te vertalen naar de economie. Want bestaansonzekerheid brengt burgers tot zuiniger leven, minder consumeren dus minder besteden, dus zorgt voor een lager economisch niveau - dat laatste volgens de eigen theorie van de standaardeconomen. "Geen ontslagbescherming" heeft dus ook een keiharde tegeninvloed op een veronderstelde economische groei, en het is maar de vraag welk van de twee invloeden het grootst is.
    Verder gaat Theeuwes in zijn redenatie zoals boven weergegeven dat iedere vorm van ontslagaanvraag door een werknemer terecht is. Dat is onjuist. Een werknemer kan iemand willen ontslaan, bijvoorbeeld omdat hij te oud is, zonder dat daarvoor een specifiek reden is, of omdat de werkgever een goedkopere, jongere, werknemer in zijn plaats wil aanstellen. In deze gevallen is ontslag onterecht (n het tweede geval omdat de werkgever ook vervangen kan worden door een jonger en goedkoper iemand, maar dat niet gebeurd - en uit hoofde van gelijkheid mag dus het tweede ook niet gebeuren).
    Ten derde stelt Theeuwes zichzelf als voorbeeld. Dat is een valse vergelijking, omdat de werknemers waar hij over praat voor het overgrote deel produceren, veelal lager opgeleiden, zijn, en hijzelf hoger opgeleid is. De eersten vinden veel moeilijk een nieuwe baan, en wel exponentieel moeilijke naarmate zij ouder zijn. Hoger opgeleiden vinden veel makkelijker weer nieuwe werk, en speciaal mensen in topfuncties, zoals Theeuwes, die daarvoor hun netwerken gebruiken.
    De laatste fout betreft op een simpel doch essentiële factor, en het begaan ervan leidt tot twee mogelijkheden: Theeuwes is onnozel, of hij is vals. In beide gevallen is hij inhoudelijk ongeschikt voor zijn functie. Mogelijkerwijs past hij toch goed in zijn functie, als deze functie bedoeld is om dit soort conclusies te trekken, dat wil zeggen: conclusies die leiden naar een Angelsaksische economie en maatschappij.

Natuurlijk is de gewone burger en kiezer van dit soort dingen minder gecharmeerd. Erg fout van die gewone burger, vindt de voorzitter (de Volkskrant, 29-09-2007):
  WRR-voorzitter: politiek bang voor ‘Bokito-burger’

De politieke elite is vijf jaar na de Fortuyn-revolte nog steeds bang voor de burger en neemt dus moeilijk impopulaire besluiten. Dat zegt Wim van de Donk, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. ‘De burger is een boze Bokito. Zijn problemen drongen niet tot de Haagse beleidsagenda’s door, dus is hij even over het hek gesprongen. Dat heeft de politieke elite in verwarring gebracht: ze zijn zo bang geworden dat ze helemaal doorslaan. Kijk maar naar die honderd dagen van het kabinet.’ ...

Een zeldzaam openlijke uiting van elitarisme.

En een derde item over socio-economische staatsinrichting (de Volkskrant, 11-06-2008, door Leigh Hancher en Willemijn Dicke, respectievelijk lid en stafmedewerker van de WRR):
  Alles terug naar de staat is niet wenselijk

Zo'n kop is natuurlijk al meteen een afscheid van alle pretentie van wetenschappelijkheid: de wenselijkheid van het terug onder de staat brengen van sommige privatisering wordt omgevormd tot de wenselijkheid tot het ontprivatiseren van ALLE privatiseringen.
    De retorische truc van het zwart-wit-maken , en waar retorische trucs in gewone discussies al vrijwel meteen dodelijk zijn , is dat in een beweerde wetenschappelijke context natuurlijk instantaan.
  De zorg voor essentiële infrastructuren als energie, moet niet terug worden gegeven aan de staat, betogen Leigh Hancher en Willemijn Dicke.

Er is de laatste tijd volop aandacht voor de vraag of we er wel goed aan hebben gedaan marktwerking te introduceren in sectoren die voorheen uitsluitend onder de hoede van de overheid stonden. Soms vraagt men zich af of het eigenlijk niet beter is dat in een aantal van die sectoren die oude situatie wordt hersteld.
    Die vraag is natuurlijk niet onzinnig. Want hoe weet je nu zeker dat private of commercieel gedreven bedrijven de kwaliteit van het drinkwater ook in de toekomst op peil zullen houden? Of dat ze het onderhoud van dijken, wegen en energienetten niet laten versloffen? Kunnen we de zorg voor deze essentiële infrastructuren wel in handen laten van private partijen?
    Deze zorg inspireerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoek te doen naar investeringen in infrastructuren (dijken, wegen, energie, telecommunicatie, riolering, luchthavens, drinkwater, vuilnisophaal, spoorwegen). Zijn deze vitale infrastructuren gegarandeerd voor de toekomst? En kunnen de huidige institutionele arrangementen het hoofd bieden aan klimaatverandering en de overgang naar een duurzame economie?
    Ooit waren de meeste infrastructuren in handen van een publieke monopolist. De afgelopen 15 jaar is marktwerking in vrijwel alle infrastructuren ingevoerd. Daarbij is de handel over de netwerken en ook het wetgevend kader verregaand geïnternationaliseerd.

Een neutrale inleiding. Behalve de laatste zin: er is geen enkel netwerk geïnternationaliseerd, behalve het stroomnetwerk, maar dat was dertig jaar terug ook al internationaal.
  ...    Het WRR-rapport Sturen op infrastructuren laat zien dat in de eerste fasen van marktwerking vooral gestuurd is op korte termijndoelen als efficiencyverhoging en verbeterde dienstverlening. Dat was nodig omdat er best wat spek zat bij de voormalige publieke monopolisten en soms is het heel duidelijk hoezeer de individuele consument daarvan heeft geprofiteerd. In dit opzicht heeft de marktwerking haar doel bereikt: in vrijwel alle sectoren zijn belangrijke efficiencywinsten behaald.   ...

Wat hier staat is dat de openbare nutsbedrijven reserves hadden, en dat die reserves aan de consument zijn gegeven. Mooi voor de consument, maar op de langere termijn waarschijnlijk onverstandig.
    Van efficiencywinsten zijn geen enkel teken te zien, met uitzondering van de telefoniemarkt, maar die winst is volledig gedreven door technologische vernieuwing.
  ...    Dat desondanks in sommige gevallen de prijzen zijn gestegen, ligt ook aan verhoging van de belasting (water + energie) en stijging van grondstofprijzen.   ...

De grondstoffenprijzen zijn wel gestegen, maar het is volkomen onbewezen dat dit de prijsstijgingen in zijn geheel verklaart. Het zou zomaar ook door de toename van management en de explosief gestegen topsalarissen kunnen zijn.
  ... Maar het rapport toont ook aan dat lange termijndoelen, zoals duurzaamheid, innovatie en lange termijnbeschikbaarheid in de huidige situatie niet expliciet worden nagestreefd. Dat komt doordat korte termijnefficiency en dienstverlening aan de nationale consument voorop staat. Dit geldt overigens meer voor infrastructuren waar geen concurrentie mogelijk is tussen de netwerken dan voor een zich snel ontwikkelende sector als de telecommunicatie.    ...

Wat deze redactie al stelde: men heeft aan potverteren gedaan. Behalve de telecom-sector, maar dat komt omdat die geen gedeelde infrastructuur meer heeft, door de ontwikkeling van draadloze technieken.
  ..    Economische theorieën en praktijkervaringen in landen die al eerder marktwerking hebben ingevoerd (Australië, de VS en het VK) voeden het vermoeden dat de bestaande institutionele arrangementen in infrastructuren onvoldoende de lange termijn publieke waarden helpen realiseren, vooral als die niet zo meetbaar en zichtbaar zijn - .denk aan duurzaamheid. Dat is reden tot zorg, aangezien infrastructuren niet alleen bepalend zijn voor de dienst die over die specifieke infrastructuur loopt (mobiliteit, veilig drinkwater of bescherming tegen overstromingen), maar ook de voorwaarde zijn voor de economische en culturele ontwikkeling van een land.    ...

In minder wollige woorden: de ervaringen in Angelsaksische landen laten zien dat geprivatiseerde de nutsbedrijven de infrastructuur zwaar verwaarlozen - iets dat gevallen als New Orleans meenemende ook rustig "misdadig verwaarlozen" mag noemen. En daarbij hebben we het dus niet over 'duurzaamheid' (dat station is eigenlijk al gepasseerd), maar over zulke fundamentele zaken als de stroomvoorziening en de bescherming tegen het water. Geen duidelijker bewijs dat de privatisering, de Angelsaksische aanpak, een ramp is voor het land.
  ...    De WRR heeft gezocht naar nieuwe institutionele arrangementen die deze lange termijndoelen en de daarvoor benodigde investeringen kunnen garanderen, zonder de efficiency en marktwerking te verwaarlozen. Daarbij stelt de WRR nadrukkelijk vast dat de zorg over de realisatie van lange termijndoelen niet wordt weggenomen als infrastructuren weer worden teruggebracht bij een publieke monopolist. Ook die vorm kende zo zijn problemen. ...

Alles kent zo zijn problemen - waar het om gaat is datgene te kiezen dat de minste problemen veroorzaakt. En de ervaring en uit de vorige alinea laten zien waar die problemen het kleinst zijn: bij nutsbedrijven in de publieke sector.
  ...    Een bekend fenomeen is politiek opportunisme: Een wethouder of minister heeft een regeertermijn van vier jaar. Is het dan niet al te verleidelijk dingen te realiseren binnen die termijn, in plaats van onderhoud te plegen met een horizon van misschien wel honderd jaar?
Grootscheeps achterstallig onderhoud bij rioleringen toont aan dat publiek eigendom geen garantie is voor goed onderhoud. Andere bekende problemen van publieke monopolisten zijn gebrek aan innovatie, verkokering en goldplating: het duurder en luxer uitvoeren van projecten dan nodig.

Waartegenover staat managerieel opportunisme: een topmanager, directeur, zit meestal zo rond de jaar of vijf bij een bedrijf, waarna hij naar de volgend verhuist. Dus is hij volledig geconcentreerd op de korte termijn. Grootschalig achterstallig onderhoud bij bruggen, elektriciteitsvoorziening, en waterbescherming in Amerika toont aan dat privaat eigendom een garantie is voor slecht onderhoud. Andere bekende problemen bij private monopolisten zijn: excessieve besparingen, overaandacht voor de aandeelhouderswaarde, verlies aan expertise door (massa)-ontslagen, en rustplating: het gebruik van slechte materialen bij vitale constructies.
  ...     Er is nog een reden waarom een terugkeer naar de situatie van een publieke monopolist onwenselijk is. Fysieke netwerken zijn vaak geïnternationaliseerd - denk aan snelwegen, spoorwegen, gasleidingen en elektriciteitskabels.

Ter afwisseling een een paar aperte leugens: snelwegen sluiten op elkaar aan, maar zijn niet geïnternationaliseerd (de Nederlandse snelwegen zijn niet in Duitse handen), en bij spoorwegen geldt dat in nog sterkere mate (locomotieven kunnen vaak niet op elkaars netwerk rijden en de koppelingen tussen rijtuigen passen niet op elkaar). Wat betreft het elektriciteitsnet doet men nijvere pogingen, maar is de overname door de marktideologie nog niet geslaagd.
  ...    In veel sectoren bestaat gedetailleerde technische afstemming op internationaal niveau, maar ontbreekt de bestuurlijke en politieke besluitvorming op systeemniveau van de infrastructuren. Hierdoor is een democratisch deficit ontstaan: technische experts in plaats van politici maken de keuzen ten aanzien van internationale kwesties. Een terugkeer naar nationale publieke monopolies vult dit democratisch hiaat niet op.

Een voortzetting van het private monopolie holt het democratisch primaat steeds verder uit.
  ...    Niet terug naar de publieke monopolist, maar wat dan wel? De WRR meent dat alle infrastructuren toe zijn aan een herijking van de huidige institutionele structuur. Deze heroriëntatie bestaat uit: nieuwe rolverdeling (passen dubbele petten nog wel in de nieuwe situatie), nieuwe checks and balances (om vooral de commercieel opererende publieke bedrijven tegengas te geven) en nieuwe verbindingen (vooral nodig als een sector voor grote innovaties staat, zoals de energiesector met haar duurzaamheidsopgave). Deze herijking moet uitmonden in een nieuwe rolverdeling tussen partijen, waarbij niet alleen de nationale consument maar ook het (internationale) fysieke netwerk centraal moet staan en waarbij de efficiencydoelen in evenwicht worden gebracht met de publieke waarden op lange termijn. Dat is niet makkelijk. Die laatste laten zich nu eenmaal niet afvinken als een rekensom naar efficiency. Een nieuwe institutie zoals een nationale netwerkmonitor kan helpen om achterstallig onderhoud of andere afwijkingen te constateren. Niet als toezichthouder, maar als monitor. Wij geven toe dat 'nieuwe rollen, nieuwe checks and balances en nieuwe verbindingen' minder goed bekt dan de anti-marktwerkingsleuzen.    ...

Het is volkomen onduidelijk wat hier allemaal staat. Er staan wat algemene termen, maar die zijn niet ingevuld met concrete zaken - zowel private als publieke oplossingen vallen hieronder.
  ...    Maar de 'oplossing' van 'alles terug naar de staat' is niet wenselijk, niet mogelijk en niet adequaat gebleken.    ...

En hier komt de conclusie: niet terugkomen op eerdere privatiseringen.
  ...    De zorg voor de toekomstige kwaliteit van vitale infrastructuren is niet verenigbaar met simplistische strategieën.

Met een gotspe als slot: alles privatiseren is natuurlijk minstens even zo simplistisch als alles in de publieke sector.

De conclusies hebben zichzelf al getrokken: hier staat niets inhoudelijks ter verdediging van privatisering, met uitzondering van de telecom-sector, waarvoor het probleem eigenlijk niet meer van toepassing is, omdat het geen echte ondeelbare infrastructuur mee gebruikt. De conclusie die het WRR trekt aan het slot en in de kop van het artikel is een klassiek geval van de ook al uit de klassieke oudheid bekende redeneerfout van Non sequitur: het gestelde volgt niet uit de aannames. Of in de eerdere termen van de redactie: het is bluf, en oplichterij met behulp van woorden.
    Maar ja, het instituut van meneer Van de Donk gelooft niet in objectiviteit ...

Dat ongeloof in objectiviteit is waarschijnlijk niet zomaar met de wind mee komen waaien. Voor het verschijnen van dit rapport hadden twee andere al de nodige ophef veroorzaakt. Het eerste ging over religie, en betoogde dat religie goed is voor de maatschappelijke samenhang- een bewering die bij iedereen die in zijn eigen land om zich heen kijkt, of naar de televisie met berichten over andere landen met meerdere geloven, een langdurig knipperen met de ogen doet veroorzaken. Religie leidende tot binding? Ja, binnen de groep van religieuzen, maar tussen de religieuze groepen is er nauwelijks iets anders dan haat en nijd - als je geweld en oorlog even niet meetelt.
    Wie nog niet heeft bedacht hoe een club die zou moeten worden beschouwd als de elite van denkend Nederland tot zo'n stupide mening kan komen, wordt geholpen door dat andere omstreden rapport, dat rapport dat zo belangrijk werd geacht dat men het liet presenteren door de vrouw van de troonopvolger. Prinses Maxima sprak de gedenkwaardige woorden dat er niet een 'dé Nederlandse identiteit' bestond, waarvan men de stupiditeit dacht te omzeilen door eraan toe te laten voegen dat 'er ook geen de Argentijnse identiteit' bestond.
    De weerlegging is heel simpel: als het wel waar is, is er geen enkele nationale identiteit. Terwijl iedereen de verschillen tussen Nederlanders en Duitsers (stijf, humorloos, hardwerkend, betrouwbaar), en Fransen, en Italianen en Engelsen en enzovoort zo kan uitschrijven. En nee, het geldt niet voor iedereen. Wat even relevant is als de opmerking dat er ook lange Japanners bestaan voor de regel dat Japanners korten zijn dan Nederlanders.
   Iedereen weet waar deze laatste stupiditeit vandaan komt: het is multiculturalisme: de wens om alle culturen gelijkwaardig te verklaren - of nauwkeuriger omschreven: de allochtonen culturen. En dat gold natuurlijk ook voor dat eerdere rapport over religie: niet religie moest gezien worden als hebbende bindende waarde: het was de islam die gezien moest worden als een positieve zaak - of, weer nauwkeuriger: als een wat minder negatieve, want zo ver is gemiddeld en normaal Nederland inmiddels wel.

Terug naar het meer "populaire"onderwerp: de religie. Met even weinig deskundigheid en distantie, en dus met dezelfde desastreuze gevolgen (de Volkskrant, 20-12-2007, van verslaggever Remco Meijer):
  Helft bevolking acht zich religieus

Rol godsdienst is afgelopen tien jaar weer toegenomen.


Tussentitel: Overheid kan zich niet veroorloven om nieuwe religiositeit te negeren.

Meer dan de helft van de inwoners van Nederland beschouwt zichzelf als een religieus persoon. Zij zijn in te delen in twee categorieën. Ruim een kwart van de bevolking voelt zich ongebonden spiritueel: religieus zonder lid te zijn van een kerkgenootschap. En een kwart beschouwt zich als kerkelijk religieus.
    Dit blijkt uit een onderzoek van bureau Motivaction, dat dinsdag is gepresenteerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in de bundel Geloven in het publieke domein.
    De WRR-publicatie is een zogenoemde ‘verkenning’ van de scheiding tussen kerk en staat. Dit erfgoed uit de Verlichting is een belangrijke verworvenheid, maar dat zovelen bezig zijn met zingeving, betekent dat de overheid het zich niet kan veroorloven religie in de samenleving te negeren. ‘Wie zich op dit terrein een intellectuele terugtocht permitteert, komt nog voor verrassingen te staan’, zei WRR-voorzitter Wim van de Donk op een symposium ter gelegenheid van de publicatie.
    Tien jaar geleden was in het Westen de rol van religie in het openbare leven kleiner, beaamde een groot aantal sprekers. De Duitse hoogleraar godsdienstsociologie Hans Joas stelde dat lang is gedacht dat religie, als een pre-modern fenomeen, zou uitsterven. ‘De religieuze ervaring blijft, ondanks economische groei en technologische ontwikkelingen.’
    Volgens de Amerikaanse hoogleraar Alan Wolfe, specialist in godsdienst en democratie in de Verenigde Staten, beleven we het einde van de secularisatie ‘zonder dat we naar een pre-Verlichting terugkeren’. Want de talrijke denominaties in Amerika hebben, omdat ze stuk voor stuk een minderheid zijn, juist belang bij de scheiding van kerk en staat.
    De herleving van religie in Europa verklaarde Wolfe uit de grote instroom van immigranten. Die stelling onderschreven de Nederlandse sprekers. Volgens Heleen Dupuis, VVD-senator en gepromoveerd in de godgeleerdheid, kende de islam nooit het arrangement van de scheiding tussen kerk en staat. ‘Dat maakt dat wij met moslims niks gemeenschappelijks hebben, terwijl we met alle andere denominaties in een evenwichtige pluraliteit konden samenleven.’
    De Amsterdamse burgemeester Job Cohen noemde de islam ’de helft van het verhaal’. De andere helft is volgens hem ‘de verkruimeling van het christendom’. Die heeft tot vervreemding geleid. Cohen ziet voor de overheid een rol in het geven van binding.

Het wordt hier al zelf geconstateerd: de opleving van het beleven dat de religie een belangrijke rol in de maatschappij speelt of hoort te spelen is veroorzaakt door de instroom van moslims. Uitsluitend al om deze reden is iedere gebaar in die richting volkomen fout, omdat de islam een religie is die zich nog nergens heeft kunnen verenigen met een seculiere staat. Dat een instituut genaamd de Wetenschappelijk raad voor het regeringsbeleid dingen zegt die gaan in de richting van iets toegeven aan de islam, is zodanig fout bezig, dat de terminologie "cultureel landverraad" om de hoek komt kijken.
    De twee auteurs van dit artikel zijn politicoloog van opleiding. Als zo'n achtergrond voldoende is voor beleidsmatige opmerkingen over religie, heeft natuurlijk iedereen die kan schrijven recht van spreken. Onderstaand een voorbeeld, in de vorm van een reactie op het vorige, die heel wat meer realiteitszin heeft (Volkskrant weblog, 23-12-2007, door Partout):
  WRR doet deftige onwetenschappelijke uitspraken mbt religie

U weet het: de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wordt door ons allemaal in stand gehouden, van uw en mijn geld dus.
    Wim van de Donk, - die stiekem eigenlijk pastoor had willen worden en er in ieder geval uitziet alsof hij van gevogelte en een goed glas rode wijn houdt - is hier Opperhoofd. Een Bourgondisch Opperhoofd dus.
    Dit Wetenschappelijke Opperhoofd heeft nu met de Kerst gedacht hoe kan ik eens een Blijde Boodschap de wereld in sturen? De wereld is immers een puinhoop en ik zit hier in mijn prachtige Pastorie maar te vreten en te zuipen op kosten van de Gemeenschap en ik voel diep in mij een verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de Wereld. En zeker met Kerst.
Waar gaat Kerst over? Religie!
    Mooi onderwerp voor een ""wetenschappelijk"" referaatje van niks - o wat houd ik ervan om met mijn wetenschappelijke knuppeltje in het linkse hoederhok rond te zwaaien -
Religie als blijvend fenomeen: genuanceerd aankijken tegen de oorlogsmisdadiger in het Vaticaan, gottogot, gemeenschapsdenken, eeuwenoude normen en waarden, gristelijke, sterker nog, katholieke beginselen als bindweefsel voor een geestelijk gezonde samenleving.
Voelt u de reli stortbui al weer hangen? De Volkskrant geeft deze domoor paginagroot de ruimte om de krant te vullen met dit middeleeuwse gezwam. Zucht. Waarom nou toch?
Filosofie, dat is wat we nodig hebben.
    Wim, God is dood want vergast in Auschwitz en als je toch in Hem wilt geloven doe dat niet zogenaamd ""wetenschappelijk"", wil je?
    God is een mysterie en waarover men niet spreken kan, daruber muss man schweigen: dus trek dat rapport in of ga alsnog voor lul lopen in zo'n priester habijtje, maar val ons niet lastig - nota bene op onze kosten - met je fake Reli Riedels. Ik gebruik die babbeltje-van-niks-pagina wel om mijn kont mee af te vegen, is ie tenminste nog ergens goed voor.

Dit soort gezond verstand is bij de sociologie in het algemeen en de WRR in het bijzonder ver te zoeken.

De islam is van grote waarde voor Nederland, en omdat dat zo is, is het idee dat er negatieve aspecten aan de islam zijn natuurlijk een waanidee. Als sommige mensen aspecten aan de islam zien die zin veroordelen, kunnen die aspecten nooit iets van de islam zelf zijn, maar zijn ze het gevolg van zaken die de islam, dat wil zeggen: de moslims, wordt aangedaan.
    Wetenschappelijke noot: natuurlijk kan je de islam niets aandoen, want de islam is geen levend wezen. Iets aandoen kan je alleen aan mensen.
    Hier gaat de WRR wetenschappelijk verantwoord uitleggen wat de moslims zoals wordt aangedaan (de Volkskrant, 31-10-2009, door Janny Groen en Annieke Kranenberg):
  Achtergrond | De angst voor terrorisme in Nederland, vijf jaar na de moord op Theo van Gogh

Van bang naar nog banger

Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Nederland raakte uit balans. Wetswijzigingen werden doogevoerd en bevoegdheden uitgebreid om potentiële terroristen op te pakken; miljoenen euro's werden uitgegeven aan veiligheidsmaatregelen. Maar wat zijn we ermee opgeschoten?

Een groot overzichtsartikel van de twee dames wier hoofdtaak bij de Volkskrant is "moslims en de islam", onder het motto "De hoofddoek is een teken van Verlichting" uitleg of detail . Het laatste vraagteken in de kop spreekt boekdelen: terrorisme door moslims moet je niet bestrijden, en het vooral niet over hebben.
    Onder het aanroepen van speciaal voor deze boodschap uitgezochte deskundigen.
    Waaronder deze:
  ...    Andere ultra-orthodoxe religies kennen ook een plek in de Nederlandse geschiedenis. Of, zoals Wendy Asbeek Brusse, directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), het stelt: ‘In een open democratie eisen mensen ruimte op. Dat hoort erbij. Je mag niet meten met twee maten.’ ...

Oftewel: "Er zijn orthodoxe christenen, dus moet je niet zeuren over orthodoxe moslims".
    Een bekende retorische truc:
- "Een koe is vee en geeft melk"
- "Een kip is ook vee"
- "Dus, ergo, q.e.d.: een kip geeft ook melk".
    Volgende observatie:
  ... Alles wat met islam en moslims te maken heeft, is de laatste vijf jaar uitvergroot. ...

De aanhalingstekens ontbreken dus het is geen letterlijk citaat, maar zal wel een WRR-mening weergeven.
    Het is een leugen.
    De werkelijkheid:
  Alles wat met islam en moslims te maken heeft, is tot vijf jaar onder het tapijt geveegd en gecensureerd.

Kijk maar:
  ... ‘Het voordeel is dat we daardoor veel minder naïef zijn ten opzichte van radicalisering’, zegt Asbeek Brusse. ‘Ook problemen als uithuwelijking worden sneller aan de orde gesteld.’ ...

Enzovoort. Een beerput aan culturele achterlijkheid.
  ... Asbeek Brusse: ‘De hoge criminaliteit onder allochtonen is uitgebreid onderzocht, maar religie is niet een van de causale factoren. ...’

Oftewel: "De afgifte van honing door bloemen is uitgebreid onderzocht, maar de zon is niet een van de causale factoren" (noot: er zijn causale factoren en er zijn achterliggende oorzaken; wat je taalkundig beter kan omdraaien tot: er zijn causale oorzaken en er zijn achterliggende factoren).
    Na een algemener stuk van de Volkskrant-dames nog een opmerking:
  ...    Na de moord op Van Gogh was er ‘een periode van nationale rouw’, stelt Harchaoui. ‘Toen had het nut dat de confrontatie werd opgezocht. Daarna is die doorgeschoten. We zitten in een onbestemde escalatiespiraal.’
    Een positieve spin-off is dat moslims, gepokt en gemazeld door het heftige debat, zich weerbaar tonen en minder snel in een slachtofferrol kruipen.
    Dat manifesteerde zich ‘ongekend’ rondom Fitna, zeggen deskundigen. Maar introspectie heeft ook geleid tot een sterke identiteitsvorming, zegt Asbeek Brusse. ‘Proud to be Muslim!’    ...

Volstrekte onzin: moslims doen niet aan introspectie: moslims hebben de Absolute Wijsheid van Allah in pacht. Het enige nieuwe in die tijd is dat ze er meer mee naar buiten traden vanwege de door de moord op Van Gogh ineens wel toegestane (milde) kritiek.

Dit soort gepraat viel niet overal in goede aarde, en één van de gevolgen van het kleine beetje openheid was dit soort columnisten-commentaar (de Volkskrant, 02-11-2009, door Amanda Kluveld):
  Praat moord Van Gogh niet goed

Theo van Gogh werd vermoord door een moslim, in naam van Allah. Dat feit moeten wij in al zijn naaktheid onder ogen zien, betoogt Amanda Kluveld

Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Sindsdien zijn vele rapporten en verkenningen verschenen over integratie, radicalisering, de Nederlandse identiteit en wat er zo meer aan belangrijke thema’s is bedacht door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en andere adviesorganen. De moord op Theo van Gogh wordt in die vele rapporten vrijwel altijd genoemd in de inleiding: ‘Sinds de moord op Theo op Gogh...’ En dan volgt wat er, volgend op de slachtpartij in de Linnaeusstraat, voor alarmerend maatschappelijk verschijnsel aan de oppervlakte zou zijn gekomen.
    En altijd zit er iets in die zinnen, waar ik onpasselijk van word. Alsof de moord niet door de moordenaar is veroorzaakt, maar door het debat dat eraan voorafging. Alsof niet de moordenaar verantwoordelijk is voor zijn daad, maar de samenleving of de toon van de discussie. Alsof het debat dat op de moord volgde, de reacties die deze uitlokte, onredelijk zouden zijn.
     Een greep uit een aantal publicaties van de WRR leert ons:
■  Dat na de moord op Van Gogh een ‘nieuwe manier van spreken’ ontstond. ‘Gaandeweg werd cultuur en later vooral ook religie steeds meer onderdeel van het politieke debat over integratie en identiteit en verdwenen sociaal-economische problemen waarmee nieuwkomers kampen verder naar de achtergrond.’ (WRR, Identificatie met Nederland, 2007)
    Dat is niet vreemd. Als we iets leerden van de moordenaar is dat sociaal-economische omstandigheden geen rol speelden. Wat een rol speelde, was de islam.
■  Dat ‘de culturele kloof’ tussen allochtonen en autochtonen voor velen aanleiding is geweest het integratiebeleid te willen aanscherpen. ‘Volgens hoogleraar contemporaine geschiedenis Kennedy heerst er in Nederland angst dat een gebalanceerde en rechtvaardige multiculturele samenleving niet mogelijk is. Nederland vraagt zich volgens hem dan ook niet af hoe diversiteit op basis van gelijkwaardigheid bereikt kan worden, maar hoeveel diversiteit onze samenleving aankan.’ (WRR, In debat over Nederland, 2007)
    Inderdaad, op sommige vormen van diversiteit, namelijk dat mensen op straat worden afgeslacht vanwege hun mening over de islam, zitten wij niet te wachten. Het is ons goed recht dat onomwonden af te wijzen.
    De WRR maakt al vijf jaar lang verwijten aan iedereen, behalve aan Mohammed B.: ‘In sommige gevallen is de confrontatie over bepaalde normen doelbewust opgezocht, zoals gold voor het filmische pamflet Submission, dat het (voormalige) Tweede Kamerlid Hirsi Ali op bedreigingen kwam te staan en filmmaker Van Gogh uiteindelijk het leven kostte. Soms is ook een stuk minder duidelijk of een directe confrontatie wel het doel is, zoals bij de controverse rond de opera Aïsja en de uitlatingen van imam El Moumni over homoseksuelen.’ (WRR, Identificatie met Nederland)
    De WRR suggereert hier dat Hirsi Ali haar zware beveiliging en de dood van Van Gogh heeft opgezocht. Dat is de wereld op zijn kop. Polarisatie is het probleem, lijkt de WRR te zeggen. Radicalisering met als eindpunt een moord, komt uit dat continue polariseren voort. Hou op met polariseren en confronteren en je hebt de problemen niet meer, is de boodschap.
...
    Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Door een moslim, in naam van Allah. Niets wat de WRR, de CU of het kabinet verzint aan begrip, eufemistische beschrijvingen of oplossingen voor de spanningen, kan dat feit ongedaan maken of verzachten. ...

De waarde van pogingen om de islamitische achtergrond van de moord op Van Gogh te begatelliseren, blijkt uit een analogie: de aanslag op Van Gogh valt in dezelfde categorie als de aanslagen van New York (9/11), Madrid, Londen, enzovoort. Van deze aanslagen zal niemand het in zijn hoofd halen die los te zien van hun islamitische achtergrond. Dit wel doen bij de aanslag op VanGogh is dus volstrekte waanzin.
    Samengevat is de klacht van Kluveld: WRR doet niet aan een analyse van de feiten, maar aan politiek op grond van ideologie.
    Wat weer in dienst staat van het programma van de omvolking: de blanke Nederlandse bevolking vervangen door massa-immigratie van moslims uitleg of detail .

Eén van de manieren om de totale omvolking van Nederland te bereiken is het toelaten van zo veel mogelijk migranten, die je dan ook allemaal "vluchtelingen" moet noemen. Of ze echt vluchteling zijn, gewone economische migranten, geluks- oftewel gemakszoekers, of starters van burgeroorlogen die hun land zijn uitgejaagd.
    Het zijn allemaal "vluchtelingen".
    En lieve mensen.
    En uitermate nuttige mensen (de Volkskrant, 11-08-2015, door Jeroen Trommelen):
  Leveren deze vluchtelingen de schatkist juist wat op?

Arbeidsmigranten hoeven de verzorgingsstaat niet altijd te ondergraven. Sociologe Monique Kremer: 'Je moet wel selectief zijn.'


... Is er wel plek voor deze golf nieuwe migranten in, bijvoorbeeld, de Nederlandse verzorgingsstaat?
    Natuurlijk wel, zegt sociologe Monique Kremer, werkzaam voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en auteur van het boek Vreemden in de verzorgingsstaat (2013). In dat boek stelt ze dat arbeidsmigratie prima te combineren is met sociale zekerheden en bestrijdt ze een aantal andere hardnekkige vooroordelen over de kosten en baten van migranten.
    Anders dan je vaak hoort, verdringen migranten volgens Kremer doorgaans geen bestaande banen en vormen ze geen bedreiging voor de 'hardwerkende' autochtone Nederlanders. Ook kosten migranten de samenleving tegenwoordig geen geld, maar leidt hun komst juist tot economische groei waarvan iedereen profiteert.
...
We moeten ze tijdelijk helpen, is de algemene opvatting. Maar ze kunnen hier niet allemaal komen wonen en werken. Vrije migratie en een verzorgingsstaat gaan nu eenmaal niet samen, zei econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman al.
'Het idee is dat migranten de solidariteit in de samenleving ondergraven, omdat ze meer uit het systeem nemen dan ze teruggeven. Dat kan, maar het hoeft niet. Het ligt eraan wie zij zijn en welke rechten je ze geeft. Dat laatste kun je veranderen en daarvoor pleit ik ook. ...

DAT MAG NIET!!! Dat is is het kweken van eerste- en tweederangsburgers.
    Dat is erger dan DISCRIMINATIE!!!
    Dat is nazisme.
    Dus al het voorgaande en ook dit:
  ...    'Het idee dat migranten altijd geld kosten, is achterhaald. Gemiddeld gold dat voor de oude groep uit Marokko en Turkije. Zij werden hierheen gehaald voor laaggeschoold werk, dat vervolgens weer uit Nederland verdween. De laatste berekeningen laten zien dat nieuwe migranten uit Oost-Europa juist een bijdrage leveren aan de schatkist. Als mensen werken, kosten ze geen geld, maar leveren ze een bijdrage. Het idee dat een migrant alleen maar komt halen, klopt niet. En ze verdringen onze banen dus ook niet.'    ...

... is dus allemaal je reinste onzin, zoals gelukkig, pakkend geïllustreerd:

Te zien: Midden-Oosten barbaren, inclusief half-afgeschoren IS-baarden, nog erger dan de Turken en Marokkanen die hier al zitten.

Eén van de zaken die een soepele islamisering van Nederland in de weg staat, is het feit dat gewone Nederlanders de allochtone immigranten niet als Nederlanders zien, doodgewoon omdat allochtone Nederlanders, behalve is dat ze twee armen, twee benen en één hoofd hebben, evenveel op gewone Nederlanders lijken als Marokko en Turkije lijken op Nederland en België.
    In niets, dus.
    Maar dat hebben die gewone Nederlanders met hun "allochtoon" en "autochtoon" dus helemaal fout gezien (de Volkskrant, 01-11-2016, door Remco Meijer, Martin Sommer):
  'Allochtoon' geschrapt uit vocabulaire overheid

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zien met onmiddellijke ingang af van het woordgebruik allochtoon en autochtoon. Daarmee zetten zij een nieuwe norm voor de overheid.

Of in andere woorden:
  Verder speelt de negatieve klank van het woord allochtoon een rol.

Oftewel: de WRR vindt dat die negatieve bijklank onterecht is. Dus zijn de allochtonen principieel gelijkwaardig. Dus geldt:
  De allochtonen zijn a priori gelijkwaardig en de Nederlandse burgers behandelen hen minderwaardig.

Oftewel: de WRR bestaat uit landverraders. Met name deze:
  Die formulering ... zegt WRR-lid Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde in Utrecht

De andere auteurs zijn: Meike Bokhorst, socioloog bij de WRR, Roel Jennissen, socioloog bij de WRR, en Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Helemaal duidelijk is het soms niet: zijn allochtonen nu goed omdat immigratie goed is, of is immigratie goed omdat allochtonen goed zijn? Ook het laatste rapport hierover van de WRR is kennelijk niet helemaal duidelijk, gezien het volgende commentaar erop (die rapporten zijn zijn meestal eindeloos lang ...) (de Volkskrant, 02-06-2018, rubriek Vrij zicht, door Martin Sommer):
  Diversiteit: eind aan de illusie

Is de werkelijkheid ook zo wenselijk is als ons dagelijks wordt voorgespiegeld?

Ach jee ... Kritiek op immigratie ... Auteur Sommer mag wel oppassen ...
     Maar het begint gezellig genoeg:
  Bij ons in Haarlem loop je vanaf het station de stad binnen over een regenboogzebra. Een diversiteitszebrapad dat zegt: hier is iedereen zichzelf en welkom. Geen discriminatie in Haarlem, niet van herkomst, levensstijl, hoofddoek of keppel. ...
    Eén ding moet je in elk geval vaststellen. Feitelijk is de diversiteit een doorslaand succes. Nederland is de laatste decennia super- of zelfs hyperdivers geworden. ...

Maar wie de term "omvolking" gebruikt is natuurlijk steeds wel nog steeds een complottheoreticus waaraan een draadje los is ...
  ... Deze week presenteerde de WRR het rapport De nieuwe verscheidenheid. Van het hoogste wetenschappelijke adviescollege moeten we met een andere bril naar migratie kijken. Ruim eenvijfde van alle inwoners van Nederland heeft een buitenlandse achtergrond. Alleen Urk en Staphorst zijn nog roomblank. Verder is de migratie in alle hoeken en gaten doorgedrongen. In Amsterdam en Rotterdam zijn de oorspronkelijke Nederlanders in de minderheid. ...

Meer dan één draadje ...
    Oftewel: wie nu met een andere bril naar migratie moet kijken, is ook niet helemaal duidelijk. Niet degenen die met de term "complottheorie" gooien, vermoedelijk ...
  ...    Ik ga nu niet zeuren dat wij daar niets over te zeggen hebben gehad. Het is nu eenmaal zo. ...

Ja hoor, dat mag. Maar anderen staat het natuurlijk even vrij om daar wel over te zeuren.
    Oh nee, dat mag niet.
    Dat is dus wat de WRR kennelijk wil veranderen.
    Enigszins schizofreen, want aan de andere kant constateren ze kennelijk dit:
  ...     De vraag die diversiteit oproept, luidt of die werkelijkheid ook zo wenselijk is als ons dagelijks wordt voorgespiegeld. Dan heeft de WRR een ontnuchterend verhaal. Meer diversiteit brengt minder sociale samenhang. De Amerikaanse socioloog Robert Putnam heeft gelijk. Hij publiceerde in 2007 een omstreden onderzoek onder de ironische titel E pluribus unum (uit velen een), de spreuk die in het Amerikaanse wapen onder de adelaar prijkt. Maar die adelaar werd een schildpad die zijn kop intrekt: meer mensen om je heen met een andere achtergrond, betekent meer terugtrekking in eigen kring.
    Meer diversiteit is ook: minder veiligheid. Men voelt zich niet alleen minder veilig, de feitelijke criminaliteit neemt ook toe omdat de sociale controle afneemt. Zelfs de extra economische groei waarmee altijd wordt geschermd in verband met een meer diverse bevolking, blijkt er niet of nauwelijks te zijn. In de Randstad betekent meer diversiteit aantoonbaar minder groei. Geen leuke boodschap voor al die hosanna roepende gemeentes, want wat is eigenlijk de winst van die hyperdiversiteit?    ...

Die iedere ook maar enigszins nuchtere waarnemer wel kent: niets.
    De werkelijkheid: er is een groot verlies uitleg of detail .
    Puur economisch gezien in de tientallen miljarden. per jaar.
    Het culturele verlies is moeilijker meetbaar maar ongetwijfeld veel groter uitleg of detail .
    Maar ...
  ...    Aan een antwoord daarop komt de WRR helaas niet toe. ...

Wat dacht u ... Als je niet toekomt aan het begrip "vraag", dan al zeker niet aan dat van "antwoord".
    En bij immigratie en de multiculturele samenleving mag je absoluut geen vragen stellen.
    Maar columnist Sommer monkelt toch door:
  ...    De politieke kwestie is hoe je gezamenlijkheid organiseert in een versplinterde samenleving. Diversiteit is mooi om iedereen zijn eigen levensverhaal te laten vertellen, zoals Harriet Duurvoort graag wil. Laat iedereen vooral zijn levensverhaal vertellen. ...

Dat lijkt wel op de situatie op school: het kringgesprek is mooi ...
  ... Maar als grondslag voor de samenleving heb je er niets aan.  ...

... , maar voor leren rekenen en schrijven heb je er niets aan.
  ... Het tegendeel van diversiteit als ideaal heet burgerschap. Het uitgangspunt van burgerschap is niet het uitdragen van je eigenste eigenheid, maar juist het loskomen daarvan. De burger moet omhoog reiken, zich ontdoen van zijn particuliere besognes, om zich het algemeen belang voor te stellen. Zo horen ook verkiezingen te werken. Stemmen is niet de uitdrukking van je identiteit, maar van de manier waarop je je het algemeen belang voorstelt. Waar is het algemeen belang in een samenleving met 233 nationaliteiten?      ...

Retorische vraag. Het niet-retorische antwoord: helemaal nul komma niets.
    En in de toekomst ...
  ... CBS-demograaf Jan Latten twitterde in een reactie op het WRR-rapport de prognose van de bevolkingssamenstelling. Die luidt dat Nederland in 2060 nog aanzienlijk diverser zal zijn dan nu. Van de achttien miljoen verwachte bewoners, zal tegen die tijd zes miljoen een buitenlandse achtergrond hebben. Nu eenvijfde, straks eenderde van de bevolking. Desondanks moeten we de boel bij elkaar houden. Liefhebbers van de diversiteit breken zich daar het hoofd niet over. Diversiteit is een symfonie en verder gaat het allemaal vanzelf. De veronderstelling onder de CBS-prognose is dat de huidige afspraken rondom immigratie van kracht blijven. Dus vrij personenverkeer in Europa, vluchtelingenverdragen blijven in stand, net als regelingen inzake gezinshereniging. Dat is de echte hete aardappel. Nu de Denkers des Vaderlands van de WRR de ongemakkelijke feiten over diversiteit hebben genoteerd, moeten ze wat mij betreft ook b zeggen. Graag een WRR-rapport over de mogelijkheden om de immigratie te beperken.

Maar dát is niet de bedoeling ...
    Dat is de zaak van beide kanten bekijken ...
    Dat is wetenschap ...
    Daar is de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid niet voor bedoeld ...
    Om de zaak op een wetenschappelijke manier te bekijken ...

Maar dat was toch nog een wat geserreerde reactie. De volgende is wat duidelijker (en geeft aanvullende informatie), maar die is dan ook uit een niet-politiek-correcte publicatie (telegraaf.nl, 14-06-2018, door Nausicaa Marbe uitleg of detail ):
  Slecht idee: diversiteitstombola als beleid

Niet vrolijk stemmend, het WRR-rapport De nieuwe verscheidenheid over de toenemende ’diversiteit’ onder migranten. Verandert er nooit iets aan de onmacht van de overheid om een effectief integratiebeleid te maken? Het onderzoek belicht iets dat ook met het blote oog te zien is: tegenwoordig komen er vooral kleine groepen migranten uit heel veel landen naar Nederland. Fijn, denk je dan: versplintering versjteert culturele/religieuze blokvorming die aanpassing ván Nederland eist. Maar deze hoop wordt ijdel, als blijkt dat de WRR-rapporteurs weinig geleerd hebben van mislukt integratiebeleid. Hun aanbevelingen geven de overheid geen houvast om het eens anders te doen.
    Wat hangt ons boven het hoofd? De WRR heeft zes tips voor aanpassing aan de ’nieuwe diversiteit’. ...

Hou u vast:
  ... Een: krijg beter zicht op diversiteit. ...

RACISME!!!
  ... Twee: stel overheidsdiensten in op culturele diversiteit. ...

RACISME!!!
  ... Drie: behandel alle groepen ’fair’. ...

Open deur. Maar ze bedoelen: trek immigranten voor:
    RACISME!!!
  ... Vier: maak alle burgers wegwijs in diversiteit. ...

Leer de burgers RACISME!!!
  ... Vijf: bevorder ’publieke familiariteit’ ...

Leer de burgers RACISME!!!
    Noot: zes is verdwenen in het origineel.
  ... Zeven: verbeter de sociaaleconomische positie. Dit laatste is een open deur. Welke wetenschapper zou tenslotte roepen: ’Maak mensen arm en kansloos, dat doet de sociale cohesie goed!’ En dan ’publieke familiariteit’: dit lijkt bedacht om de vervreemding in ’diverse’ buurten te bestrijden. Dus: de overheid moet zorgen dat mensen elkaar van gezicht kennen, ook al spreken ze elkaar niet. En de overheid moet zorgen dat men elkaar in de publieke ruimte ziet. Krankjorum, als je bedenkt hoe kansloos dit beleid is, tenzij gemeenten het cabaretdomein willen betreden en gezichtsherkenningshandhavers op pad sturen. Rare betutteling bovendien, want er is geen buurt, arm of rijk, zonder sociale initiatieven. Flauwekul verpakt in taal die een creativiteit suggereert die er niet is.

Zoals gezegd: Leer de burgers RACISME!!!
    Marbe gebruikt wat meer woorden:
  ...    Boeiender is de aanbeveling om (kennis over) alle etnische achtergronden te registreren. Het motto ’niet de afkomst, maar de toekomst telt’ kan dus de prullenbak in. Ook staat deze aanbeveling haaks op de praktijk van niet-registratie van afkomst en dubbele nationaliteiten, onderdeel van beleid dat discriminatie wil voorkomen. Maar zoals dat gaat bij identiteitspolitiek: de verwarring en de dubbele maat domineren. Hier wil de WRR dat de overheid in etnische hokjes gaat denken, als burgers dit doen wordt hen racisme verweten. Als het aan de WRR ligt, leggen gemeenten straks kennisdossiers aan over bijvoorbeeld Bulgaarse, Finse of Syrische eigenaardigheden, teneinde die mensen beter te bedienen. Je houdt je hart vast bij het potje dat de ambtelijke amateurantropologen ervan zullen maken, waarbij de verwachting opgeld doet dat de exotische buitenlander zich ook gedraagt naar de stereotypen uit het dossiers. Beter is het om individuen te wijzen op de Nederlandse mores en faciliteiten: als die goed zijn voor zeventien miljoen landgenoten, waarom dan ook niet voor hen?
    Dat geldt ook voor het advies tot aanpassing van overheidsdiensten aan culturele diversiteit. De WRR die de ’postkoloniale mentaliteit’ wil bestrijden, valt terug op het minst succesvolle integratie-idee ooit: dat de eigen cultuur leidend is. Het is de bedoeling dat elke gemeente cultureel maatwerk verzint. Weer een oud recept voor totale willekeur, waarbij miljoenen subsidie zullen verdwijnen in zakken van adviesbureaus, cursusaanbieders en expertisenetwerkers die de boel ingewikkelder, onoverzichtelijker en vooral lucratief voor zichzelf maken.
    Schrap die ellende. Wetenschappelijke kennis over migranten is mooi meegenomen, maar geen vereiste voor gemeentebeleid. Bij het loket en in de schoolbank is iedereen gelijk en gelden Nederlandse mores. Gelijke monniken, gelijke kappen is ook voor migranten een gouden, behulpzame wet: hun culturele diversiteit is interessant, maar voor de instanties geen factor. Daar geldt vooral hun gemeenschappelijke wens om hier te wonen. Daarom moet de overheid komen met beleid gericht op hun aanpassing aan Nederland – niet andersom. ...

Ja ja, deze redactie kan zich nog het advies uit de begintijd van de komst van de eerste groepen herinneren: "Help het integratieproces! Dus Nederlandse buren: leer Turks!"
    Serieus.
  ... Alle problemen die voortkomen uit culturele achtergronden moeten aangepakt worden vanuit het perspectief van Nederlandse normen, waarden en gebruiken en met strikte wetshandhaving. Etnisch cliëntelisme heeft alleen maar segregatie en rancune gebracht. Gelijke behandeling leidt eerder tot acceptatie dan een culturele tombola. En zo los je ook punt drie op: ’behandel iedereen fair’. Geen gelijkwaardiger aanpak dan professionele duidelijkheid over inburgering volgens vaste normen in plaats van lokaal gesjoemel naar eigen diversiteitsfantasie.
    Rest de betuttelende aanbeveling om burgers (via schoolvakken) kennis te geven over de achtergrond van migranten. ...

Het aloude "Lesgeven over Suleyman de Grote" van Maria Grever ... uitleg of detail
    WRR en Erasmus Universiteit Rotterdam ....
    Niet erover nagedacht dat Marokkanen minder dan niets hebben met Suleyman de Grote, de Turk.
    Denkniveau op absoluut nul.
  ... Over álle hier wonende culturen? Of gaan we toch differentiëren? Ondoenlijk. Zinniger dan zulke politieke indoctrinatie (de mening over die culturen krijg je erbij) zou het zijn om van geschiedenis een verplicht kernvak te maken met veel aandacht voor ons heden. Zo leer je wat over de huidige wereld, democratie, mensenrechten; zo leer je kritisch denken, reflecteren en debatteren op basis van feiten en logica in plaats van onderbuik en (religieuze) doctrine. Hierin tijd en moeite investeren schept meer wederzijds begrip dan verplicht stampen van culturele buitenissigheid. Hoe meer verscheidenheid in een samenleving, des te sterker en uniformer de gemeenschappelijke noemer moet zijn. De nieuwe diversiteit vraagt juist om zelfverzekerd centraal beleid.

Dat wil zeggen: een op Nederland gericht beleid. Nederland is het enige dat ze gemeen hebben.
    Maar goed, je kan net zo goed tegen boomstammen in het bos gaan staan oreren. Het is namelijk dus allemaal al eerder gezegd, en ook toen hebben ze niet geluisterd.

De aanleiding om deze verzameling (eindelijk) te starten is de meest recente aanslag van de WRR op Nederland in het kader van de omvolking. Mede gepromoot door de Volkskrant, natuurlijk (de Volkskrant, 14-12-2020, door Haro Kraak):
  Advies aan kabinet: actiever en structureel beleid voor migratie

...    Daartoe roept de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op in het nieuwe rapport Samenleven in verscheidenheid dat maandag wordt aangeboden aan Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ...

Ieder verstandig mens zou zeggen: sluit onmiddellijk de grenzen, in verband met de multiculturele mislukking en en de overbevolking.
    De WRR wenst dit wat anders te zien:
  De overheid moet een actiever, structureel beleid voeren voor migratie en integratie. Daarbij moet beter worden gekeken naar de grotere verscheidenheid in herkomst en minder naar de klassieke migrantengroepen. ...

Wat in de praktijk beteken: ze laten wel nog grotere aantallen toe en maar naar de afkomst wordt in het geheel niet gekeken, want dat is discriminatie.
  ... Godfried Engbersen, hoofdauteur van het rapport. 'Als we de afgelopen zestig jaar bekijken, zijn er steeds wisselingen van beleid, opbouw en afbouw. De nieuwe realiteit is dat Nederland een grote aantrekkingskracht uitoefent op migranten uit alle delen van de wereld, dat gaat niet veranderen.'    ...

En daar moet Nederland dus niets aan veranderen, volgens Godfried Engbersen en de rest van de opstellers en de WRR, want zouden ze dat wel opschrijven en dat doen ze niet - hier is de opvolgende zin:
  ... Sinds 2015 ontving Nederland meer dan 200 duizend migranten per jaar. De verwachting is dat dit patroon zich zal voortzetten wanneer de pandemie voorbij is. ...

Dus.
    En ze liegen ook met hun cijfers:
  ... Migranten komen niet meer alleen uit een beperkt aantal landen, zoals Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen. De nettomigratie voor die landen was zelfs negatief: er verlieten meer mensen Nederland dan er bij kwamen. ...

Wie dat gelooft is gek. Ze zeggen het al dertig jaar, en je ziet er steeds meer op straat.
    En bovendien: ze komen nu uit nog achterlijker streken, en bovendien: er is toch een enorme aanwas in deze soort barbaren door hun geboorte-overschot.
    Gevolgd door nog meer wensdenken, met aan het einde:
  ... De overheid moet af van een beleid dat vooral is gericht op integratie, zegt Engbersen. 'Het beleid zou meer toegespitst moeten zijn op samenleven. Ook richting gevestigde burgers. In wijken waar de verscheidenheid groter is, zien we dat mensen zich minder thuis en onveiliger voelen. Er is structureel beleid van de overheid nodig om te voorkomen dat burgers zich verder terugtrekken in eigen kring en om het onbehagen in de samenleving te verkleinen.'

Brullen van de lach!!!: er is maar één soort beleid van de overheid dat kan voorkomen zich verder terugtrekken en het onbehagen in de samenleving kan verminderen: het sluiten van de grenzen voor (massa-)immigratie en een beleid van remigratie.

Dit was een klein artikel (de Volkskrant, 14 -12-2020):

Waarin de Volkskrant de krenten ze die wel lusten uit de WRR pap had gehaald. De ware aard van het WRR-rapport kwam elders boven water. In de ietwat minder globalistische media (elsevier.nl, 23-12-2020, door Gertjan van Schoonhoven uitleg of detail ):
  Meer greep op de immigratie: verandert er iets in het denken?

Een artikel dat van kop af aan al een heel andere insteek heeft.
    En in de subkop iets heel absurds beweert:
  Ook het afgelopen jaar is het dichtbevolkte Nederland weer wat dichtbevolkter geworden. De coronapandemie heeft daar wel iets, maar niet veel aan veranderd. Moet Nederland maar accepteren dat het een immigratieland à la Canada is? De WRR vindt van wel.

Dat zal toch niet, hè ...
    Nederland vergelijken met Canada ...
    Dus fluks dat rapport opgezocht. Wat 322 pdf-pagina's lang is dus zeer ruim in de internet-categorie TL;DR (too long, did not read) valt. Maar het notenapparaat biedt uitkomst (wrr.nl, uitleg of detail ):

Elsevier heeft gelijk: er wordt vergeleken met Canada.
    Waarover Elsevier aan het einde nuchterjes opmerkt:
  ...    Tegelijk blijft het opmerkelijk: Canada als lichtend voorbeeld voor Nederland. Canada heeft nog geen 4 inwoners per vierkante kilometer, Nederland honderd keer zoveel. Je zou zeggen: het is toch vooral Canada dat nog wel wat gezelligheid kan gebruiken.

Deze redactie stelt het wat anders: dit is misdadigheid.
    Niet in de vorm van het ombrengen van mensen, maar in de vorm van het ombrengen van heel veel mensen.
    Massa's mensen.
    Dit is massa-misdadigheid.
    In de gebruikelijke ronkende taal van politieke-correctheid en linksfascisme: dit is misdaad tegen de menselijkheid.
    Het is twintig ratten opsluiten in een kooitje van 1 bij 2 meter, en er dan nog eens twintig bij doen.
    En dan na een tijdje verbaast opmerken: "Gunst, ze zijn elkaar aan het vermoorden ..."
    "Hoe kan dát nou ... ???"
    Waarna de rest van het artikel volstrekt overbodig is, maar voor het mooi nog maar een paar stukjes eruit:
  Ook het jaar 2020 zal Nederland weer afsluiten met méér Nederlanders dan het jaar ervoor. Als op 31 december aanstaande om twaalf uur ’s nachts het illegale vuurwerk en het carbid ontploffen, nadert het aantal inwoners van dit land naar verwachting de 17,5 miljoen. Dat is per saldo zo’n 63.000 inwoners meer dan op 1 januari 2020 – de omvang van een plaats als Nieuwegein.
  De bevolkingsgroei komt in 2020 de helft lager uit dan in 2019. Daarna trekt de groei naar verwachting weer aan. Lees meer over de nieuwe #bevolkingsprognose https://t.co/H94H4d6eiB pic.twitter.com/C0NcrH2fiz

— CBS (@statistiekcbs) December 16, 2020

Zijn dat veel of weinig mensen erbij? Hangt ervan af. Het is nog steeds veel als je vindt dat Nederland – in de top-30 van dichtstbevolkte landen ter wereld – al wel druk genoeg is. Maar het is relatief weinig als je het vergelijkt met voorgaande jaren. Toen was het elk jaar min of meer een stad als Zwolle die erbij kwam: zo’n 126.000 inwoners. In 2020 is de bevolkingsgroei dus gehalveerd, en dat is als je kijkt naar wat voor jaar het was niet heel verwonderlijk.    ...

Oftewel: dit jaar was het tien in plaats van twintig ratten ...
    Maar ...
  ...    Alle demografische prognoses gaan ervan uit dat deze halvering van de groei niet het nieuwe normaal is. Voor de lange termijn – tot 2070 – blijft het devies: aanhoudende bevolkingsgroei, van per saldo zo’n 100.000 inwoners per jaar. In 2026 zal Nederland naar verwachting van de rekenmeesters van het CBS de 18 miljoen aantikken, en in 2036 de 19 miljoen.
    Weer een kwart eeuw later – in 2060 – telt Nederland naar verwachting zo’n 20 miljoen inwoners, of zelfs nog iets meer. Dan zal het bevolkingstal van ‘onze gezellige moerasdelta’ (Gerard Reve) ten opzichte van 1950 (10 miljoen) in ruim een eeuw zijn verdubbeld.    ...

... dat is maar tijdelijk, en die twintig die komen eraan.
    En dan is het ook nog ...
  ...    Het wordt dus steeds gezelliger in onze gezellige moerasdelta, vooral als gevolg van immigratie. In 1972 had ruim 9 procent van de Nederlanders een migratie-achtergrond, nu – eind 2020 – is dat 25 procent. De verwachting van het CBS is, dat dit aandeel in 2070 zal zijn opgelopen tot 42 procent.    ...

... niet zo maar twintig ratten, maar twintig parasitaire en agressieve ratten.
    Maar, verzekert de WRR:
  ...    De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) – al een jaartje of veertig een gezaghebbende denktank, zeker op dit gebied – beziet alle ontwikkelingen van de rooskleurige kant in haar recente rapport Samenleven in verscheidenheid. Beleid voor de migratiesamenleving. ‘Problemen zijn een kwestie van tijd,’ aldus de WRR. ‘Ze verdwijnen na enkele decennia of generaties,’ aldus de Raad op pagina 254.    ...

Die kennen we ...
    Van de afgelopen vijftig jaar ... uitleg of detail
    Al vijftig jaar zal het de komende tien jaar beter gaan, en als vijftig jaar gaat het de komende tien jaar slechter.
    Elsevier blijft weer nuchter:
  ...    Dat is een ietwat eenzijdige benadering van de ‘problemen’, die vermoedelijk niet los te zien valt van alle deskundigen die de auteurs wel en juist niet hebben geraadpleegd. ... zelfs in een land waar als gevolg van immigratie 20 miljoen Nobelprijswinnaars wonen, kan immigratie nog problemen veroorzaken. Op het gebied van huisvesting bijvoorbeeld, infrastructuur, onderwijs, zorg en sociale cohesie. Die problemen tekenen zich nu al af in Nederland, dus hoe zal dat wel niet zijn in 2060?    ...

De vraag stellen is hem beantwoorden.
    Daarom stelt de WRR de vraag dan ook niet en zoekt daar haar 'deskundigen' op uit.
    Detail:
  ...    Zo staan er wel meer dingen in, die sterk uitnodigen tot discussie en tegenspraak. De vaststelling, bijvoorbeeld, dat ‘debatten over nationale identiteit veelal polariserend werken en geen bron van verbinding zijn’. Dat is wel heel kort door de bocht. Want hetzelfde geldt natuurlijk voor alle activistische aanvallen op die ‘nationale identiteit’, en belangrijke symbolen daarvan. Maar die noemt de Raad dan weer niet.    ...

Tja ...
    Die WRR is gewoon het topje van de ijsberg genaamd politieke-correctheid, linksfascisme, globalisme, en vooral haat voor de Nederlandse cultuur, die vooral de cultuur is van de gewone blanke Nederlanders, van nijver, samenwerking, redelijkheid, enzovoort, die volkomen haaks staat op wat de twintig nieuwe ratten binnenbrengen: identiteitspolitiek oftewel racisme, parasitisme, religieuze en etnische ideologie, onverdraagzaamheid, enzovoort.
    Voor de goede orde: natuurlijk staat de WRR niet alleen in deze standpunten. Het is al vermeld, ze zijn die van politieke-correctheid, linksfascisme, globalisme, enzovoort, die tevens vrijwel de gehele media beheersen. Hier nog een stukje van dat patroon:
  ...    Toch is het wel een belangrijk rapport. Ten eerste is het ’t tweede advies aan de regering in korte tijd dat ervoor pleit om althans enige greep te krijgen op de immigratie naar Nederland. Het andere was dat, iets eerder in december, van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).
  Urgentie ontbreekt: nieuwe migratiecrisis in aantocht. Aan het werk. En Nederland moet voortouw nemen, vindt @AIV_advies #migratie #asiel https://t.co/1cQJlNvRj7 via @ewmagazinenl

— Carla Joosten (@Else4WBDenHaag) December 11, 2020

Met nog eens de constatering:
  ...    De voorstellen van de WRR gaan de prognoses van het CBS zeker niet fundamenteel naar beneden bijstellen. Integendeel. Het hele rapport ademt acceptatie van het gegeven dat immigratie de Nederlandse samenleving de komende decennia ingrijpend zal blijven veranderen. Maar de overheid moet die immigratie van de WRR wel beter proberen te beheersen en beter te faciliteren.

Kijk naar Canada, met zijn streefcijfers en ‘welkomstcentra’

Nederland – aldus vrij vertaald het rapport – ís de facto al een immigratieland, nu moet het er beleidsmatig alleen nog naar gaan handelen. Bijvoorbeeld door goed te kijken naar een officieel immigratieland als Canada en daarvan ook dingen over te nemen. ...

Waarmee we terug zijn bij de kop en de verbijstering ...
    Het probleem "Wat doen we met Ceaucescu"? werd opgelost met een regen kogels uit een paar kalasjnikovs.
    Voor lieden van bovenstaande rapporten zou dat ook een genadig lot zijn.
    Oh ja, de namen nog:

De wetten van de sociologie en geschiedenis zullen er hun oordeel wel over vellen ...
    Oh, als echte afsluiter nog iets dat in de opwinding bijna vergeten was. Uit de Volkskrant van een week of zo eerder (de Volkskrant, 14-12-2020, column door Arie Elshout):
  De multiculturele samenleving is een sissende snelkookpan

...    Globalisering maakte van de Tilburgse wijk Stokhasselt een buurt met 120 nationaliteiten. De helft van de bewoners heeft een migratieachtergrond, meer dan eenderde van de gezinnen is arm, relatief veel mensen leven van een uitkering. Zulke wijken vragen veel aandacht en geld. Worden de investeringen stopgezet, dan leren onderzoeken dat ze 'in een spiraal naar beneden' belanden, las ik in een Volkskrant-reportage over Tilburg-Noord. Hier rijst het beeld op van migrantenwijken die langdurig aan het infuus moeten. Het pleit niet voor meer immigratie.
    Een onderschat aspect is het mentale absorptievermogen van de autochtone bevolking. De filosoof Gabriël van den Brink wees er dit voorjaar in deze krant op dat veel burgers zich lid voelen van een gemeenschap en hechten aan saamhorigheid, zekerheid, traditie en nationale identiteit. Door de globalisering en de komst van veel vreemdelingen schieten ze in de verdediging en gaan ze hun nationale identiteit benadrukken, zeker als politici die bewegingen als onvermijdelijk voorstellen. Men kan die reactie veroordelen, maar 'een verstandige politiek houdt daar rekening mee', meent Van den Brink.    ...

Zulk geluid is ook wel een doodenkele keer eerder te horen geweest. Waarbij dan vrijwel altijd de namen Bolkestein en Scheffer vallen.
    Die geluiden van vroeger zijn verzopen, en dit geluid boven zal hetzelfde lot beschoren zijn.
    De media zijn vast in handen van politieke-correctheid, linksfascisme, globalisme, enzovoort.
    Eerst zal A. Grunberg uitleg of detail het zwijgen moeten worden opgelegd, Joop.nl uitleg of detail gesloten, en de NPO uitleg of detail uit de lucht gehaald.
    Zonodig gevolgd door een stroom soortgelijke acties.

Ha, fijn! We horen weer eens wat van de WRR, en nog redelijk uitgebreid ook (de Volkskrant, 01-08-2022):


In tekst (de Volkskrant, 01-08-2022, door André Knottnerus, oud-voorzitter van de Gezondheidsraad en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)):
  Toekomstbeeld

We moeten stevig en voortvarend bijsturen. Op cruciale punten gaan we niet voor-, maar achteruit

Klopt: de door wokistische en identiteitspolitieke media opgestookte etnische burgeroorlog uitleg of detail , en de door massa-immigratie van barbaren uitleg of detail uitleg of detail uitleg of detail veroorzaakte overbevolking.
    Gepaard gaande met, wegens dit ook als beleid uitvoerende, burgeroorlog tussen elite en rest van de bevolking uitleg of detail .
    Dat vindt de WRR natuurlijk ook. Hier een samenvatting met alle plattitudes en gemeenplaatsen geschrapt:
  De grote natuurkundige Stephen Hawking schreef in zijn laatste levensjaar, 2018: 'De aarde wordt vanuit zo veel hoeken bedreigd, dat ik moeilijk positief kan blijven.' Wijzend op het tegengaan van klimaatverandering ...
    Zo komt er nog veel te weinig terecht van de klimaatdoelen ... Verder is de sociale ongelijkheid hardnekkig, kraken de arbeids- en woningmarkt in hun voegen, zijn we kwetsbaar voor nieuwe pandemieën en zitten we verstrikt in een uiterst grimmige geopolitieke en internationaal-humanitaire situatie.
    Dit alles is helaas geen doemdenken ...
    Nu de tijd dringt ...Of het nu ging om roofbouw op onze planeet, klimaatverandering, opduikende zoönosen, doorschietende arbeidsflexibilisering, vermogensscheefgroei, of Poetins machtsstreven.
    Politieke verdedigingslijnen...
    Essentieel is dat kortetermijnbeleid ...
    Beleid voeren met langetermijndoelen ...
    Complexe langetermijnkwesties ...
    Verder kan het multitasken van de overheid ...
    Een doorslaggevende factor ...
    Politieke partijen kunnen ...
    Tenslotte is goede communicatie ...

Gelukkig zijn de door wokistische en identiteitspolitieke media opgestookte etnische burgeroorlog en de door massa-immigratie van barbaren veroorzaakte overbevolking totaal geen problemen.


Naar Menswetenschappen  , of site home  ·.