WERELD & DENKEN
 
 

Het rechtse denken: de psycho-sociale relatie

 
"Rechts" en "links" zijn termen die het meest gebruikt worden in de context van de politiek, maar ook staan voor een verschil in houding ten opzichte van de maatschappij, oftewel het menselijke samenleven, in het algemeen.

Een elementair deel van dat menselijke samenleven bestaat uit een evenwicht tussen twee tegengestelde krachten: de competitie tussen de individu en om het leiderschap van de groep en de mogelijkheden van voortplanting, en de samenwerking binnen de groep om gevaren van buiten de groep het hoofd te bieden. Beiden zijn het directe vervolg op basale evolutionaire processen, aanwezig bij talloze diersoorten. Hoewel door de nauwe betrokkenheid van de menselijke waarnemers enigszins versluierd, gelden deze evolutionaire principes onverkort voor de menselijke soort.

Uit de evolutie van de menselijke soort is ook eenduidig vast te stellen in welke richting dit evenwicht gaat in de loop van de tijd: die van dictatuur naar democratie, van macht naar gezag of van strijd naar meer samenwerking  . Dat heeft een simpele reden: hoe meer mensen je bij de creatie van een product kan betrokken, des te groter, ingewikkelder en krachtiger die producten (kunnen) zijn. Denk aan het verschil tussen een vuistbijl en een kerncentrale.

Deze ontwikkeling veroorzaakt ook tegenkrachten. De toegenomen materiële rijkdom als gevolg van de toegenomen samenwerking maakt ook steeds grotere verschillen tussen de individuen mogelijk. Dit betekent dat de topposities steeds aantrekkelijker worden - vroeger betekende een toppositie een kamer met een openhaardvuur, nu betekent een toppositie de mogelijkheid voor een ruimtereis. De drang naar de topposities en de strijd erom worden dus ook steeds heviger  . Al die mensen die naar de topposities streven, staan daarom in het essentiële maatschappelijke krachtenveld veel meer aan de kant van de competitie, eufemistisch aangeduid als individualisme of liberalisme, maar in feite zijnde het recht van de sterkste, dan voor samenwerking. Een houding die je in het licht van de lange-termijnontwikkeling van de mensheid juister betitelt is als reactionair,omdat het een rem zet op die ontwikkeling

Dit op lange termijn schaal min of meer geleidelijk verlopende proces, gaat in feite natuurlijk met horten en stoten. Stel er is een situatie van min of meer evenwicht - de krachten van samenwerking en individualisme in de geest van de gemiddelde mens zijn even groot. Nu ontstaat er door externe druk of gewoon enige fluctuatie ergens meer praktisch samenwerking, waardoor nieuwe successen worden geboekt (men kan zeewaardige schepen bouwen en gaat op ontdekkingstocht). Dan zijn ook de maatschappelijke topposities aantrekkelijker geworden.

De geest van de mens verandert echter duidelijk veel langzamer dan de buitenwereld, en daarin is het krachtenevenwicht min of meer gelijk gebleven. Ten opzichte van de veranderde buitenwereld is de neiging tot samenwerking dus (iets) te laag, en de neiging tot competitie of individualisme iets te hoog. En dit terwijl de beloning van individualisme aantrekkelijker is geworden. Dus is er tijdelijk een nettokracht richting individualisme.

Een voorbeeld van dit proces is de periode van direct na de Tweede Wereldoorlog. De wederopbouw "dwong" tot een langere periode van samenwerking, die leidde tot sterke economische groei. Waarna in de jaren tachtig de topposities zo aantrekkelijk werden, dat het individualisme de overhand kreeg, samengevat in de woorden van Brits premier Margaret Thatcher: "There is no such thing as society".

Deze tot nu toe gegeven beschrijving is die van de buitenkant - het nettoresultaat als gezien door de historicus. Binnen de maatschappij speelt zich op ieder gegeven moment, openlijk of verborgen, ook dezelfde dynamiek af: er zijn groepen die meer het samenwerkingsmodel nastreven, en groepen die meer voor het individualisme gaan.

Deze indeling is samenwerkende en individualiserende kracht is de grote gemene deler achter diverse politieke en maatschappelijke tweedelingen. Op het eerste gezicht valt ze natuurlijk grotendeels samen met de klassieke indeling in "links" en "rechts". En hier staat "grotendeels" omdat er binnen links en rechts ook weer deelstromingen zijn die verschillende mate van nadruk op het één of het ander leggen, en "klassieke" omdat onder invloed van andere krachten er ook verschuivingen plaatsvinden, zoals onder invloed van de immigratie de groep die zich links noemt zich grotendeels achter de archaïsche krachten van de religie, de islam, heeft geschaard.

Een tegenwoordig wat accuratere tweedeling is die van de Rijnlandse en de Angelsaksische of Anglicistische wereld - waarbij het laatste staat voor het neoliberalisme of kapitalisme. De Angelsaksische neoliberale wereld  gaat uit van de absolute waarde van concurrentie  , strijd tussen de burgers, het recht van de sterkste  , en dus van wantrouwen. De Rijnlandse wereld gaat in eerste instantie uit van samenwerking  , en van vertrouwen   .

In dit artikel gaat het om de kwestie of en hoe deze maatschappelijke krachtenwerking terug te vinden is in diverse eigenschappen in de geest van de betrokken individuen. In dit artikel toegespitst op de rechtse geest.

Het meest voor de hand liggend om mee te beginnen is de emotionele houding ten opzichte van de medemens. Aan de kant van de kleinere en lichtere gevallen is de rechtse houding voor iedereen al decennialang is waar te nemen in allerlei vormen van klein-asociaal gedrag, het korte lintje, asociaal verkeersgedrag en dergelijke, samenvattend ook wel aan te duiden als "automobilisme"  .

Deze meer oppervlakkige waarnemingen worden sinds een paar jaar (schrijvende in deze versie in december 2010 - de eerste versie is van 2006  ) steeds meer gesteund worden door regulier onderzoek (van DePers.nl, 13-12-2010, door Marcel Hulspas):
 
  De ‘linksmensch’ heeft meer oog voor de ander

Progressief dan wel conservatief ligt diep verankerd in onze geest.

De rechtgeaarde conservatief heeft geen boodschap aan de mening van anderen. Hij of zij is oprecht niet geïnteresseerd in het standpunt van zijn opponent. Dat blijkt uit een eenvoudig doch opmerkelijk onderzoekje van psychologen aan de universiteit van Nebraska. Zij vroegen hun proefpersonen eerst hun politieke voorkeur aan te geven en namen ze vervolgens een ogentest af, waarbij werd gelet op de neiging om wanneer een gesprekspartner zijn blik laat afdwalen ook heel even, onbewust, in die richting te kijken. Dat ‘blik volgen’ is een maat voor de interesse die men heeft voor de gesprekspartner.
     Psychologen dachten dat dit een algemeen menselijke eigenschap is, maar uit de test bleek dat echte conservatieven totaal niet op de dwalende blik van hun gesprekspartner reageren. Hun ogen dwalen zelden tot nooit in dezelfde richting af. Onderzoeksleider Michael Dodd: ‘We hadden verwacht enige invloed van het karakter te zien, maar echt nooit dat conservatieven daar volstrekt immuun voor waren.’   ...

    En zoals het zo vaak gaat, komt ook dit soort onderzoek in  trends (de Volkskrant, 30-12-2010, door Peter de Waard:
 
  Politieke overtuiging zit mogelijk in hersenen

Zit je politieke overtuiging in de hersenpan verscholen? Neurowetenschappers van University College London (UCL) gaan daar een nader onderzoek naar instellen, nadat een test onder studenten had gesuggereerd dat onderdelen van de hersenen van rechtse jongeren een andere vorm hebben dan die van linkse.
    UCL scande de hersenen van negentig studenten die eerst naar hun politieke opvattingen waren gevraagd. Daaruit bleek dat er een 'sterke correlatie was tussen de dikte van twee specifieke delen van de grijze cellen en hun visie op de wereld'.
    Mensen die zichzelf rechts vinden, hebben meer geprononceerde amygdalae- de amandelvormige kernen in de hersenen die verbanden leggen tussen informatie van verschillende zintuigen en emotie. Linkse mensen hebben juist een dikkere cortex cingularis anterior, het deel dat betrokken is bij verwerking van emotionele prikkels.
... 

De cortex cingularis anterior oftewel de ACC is al langer bekend als dat deel van de hersenen dat emotionele impulsen (van de amygdala) en rationele gedachten (van de neocortex) en afweegt  . De terminologie "het verwerken van emotionele prikkels" is dus accurater te formuleren als "het reguleren van emotionele prikkels".

Deze resultaten uit eind 2010 zijn gepresenteerd als nieuw en enigszins spectaculair, maar ze zijn slechts een wat verdere specificatie van wat eerdere onderzoeken al lieten zien (van Volkskrant.nl, 22-04-2009, door Jorien de Lege):
 
  Stem met je hersenen

Liberalen vertonen twee keer zo veel activiteit in het hersengebied waar tot verandering wordt aangespoord dan de conservatieven.

Volgens de Amerikaanse neurowetenschapper Jordan Grafman ...

Hier moeten we ingrijpen in het verslag, want we kunnen er als bijna zeker vanuit gaan dat in het oorspronkelijke Amerikaanse artikel de term "liberal" is gebruikt. Het Amerikaanse "liberal" is echter totaal iets anders dan het Nederlandse "liberaal". Dat laatste hoort in Nederland voornamelijk bij de VVD - "liberal" behoort als persoon of bijvoeglijk naamwoord in Amerika politiek gezien tot de Democraten, en de VVD lijkt veel meer op de Republikeinen dan de Democraten. De term "liberal" is meer een algemeen maatschappelijke houding dan een specifiek politieke, en de beste vertaling is "progressief". In de rest van het citaat zullen we term "liberaal" daarom vervangen door "progressief":

  Volgens de Amerikaanse neurowetenschapper Jordan Grafman kan de politieke voorkeur van mensen worden voorspeld aan de hand van de activiteit in een bepaald deel van de hersenen. Hij baseert zich op recent onderzoek van de New York University, waarbij de hersenactiviteit werd gescand van 43 proefpersonen met een duidelijke politieke voorkeur: liberaal of conservatief.
    Wat bleek: progressieven vertonen twee keer zo veel activiteit in het hersengebied waar tot verandering wordt aangespoord dan de conservatieven. De hersengolven werden geregistreerd tijdens een zogenoemde knoppentest.
    Van tevoren moesten de proefpersonen aangeven wat hun politieke voorkeur is, van uiterst links tot extreem conservatief. Vervolgens werden ze ieder voor een computerscherm gezet met een apparaat met twee knoppen ervoor. Bij het zien van een M moesten ze op de ene knop drukken, bij een W op de andere. Er moest bovendien binnen een halve seconde worden gereageerd.
    Tachtig procent van de keren lieten de onderzoekers dezelfde letter zien, waardoor een gewoonte ontstond die knop in te drukken. De andere letter kwam als een verrassing.
    De onderzoekers hielden onderwijl de hersenactiviteit van de proefpersonen in de gaten. Daaruit bleek dat de personen die zichzelf als liberaal zagen beter gebruikmaakten van de cortex cingularis anterior, een gedeelte van de hersenen waar tot verandering wordt aangespoord. De personen met een linkse voorkeur maakten de test dus beter.

Deze laatste interpretatie van de test is zeker niet de enig mogelijke. Zoals we al gezien hebben, is de rol van de ACC normaal gegeven als de handhaver van het evenwicht tussen emotionele en rationele prikkels. Dat kan je verder uitbreiden tot prikkels uit de cortex (grote hersenen), waar de ratio schuilt, en alles wat daaronder ligt, emoties en nog basalere zaken als reflexen (de ACC ligt daar ook letterlijk als aparte laag tussen). Als iemand een zich herhalend proces sneller of beter vastligt in zijn autonome reflexensysteem, zal hij dus meer fouten maken als een gebeurtenis afwijkt van dat patroon. Het is niet de ACC die aanspoort tot verandering, maar de ACC blokkeert meer de reflexmatige, en emotionele, impulsen. Overigens is dit geen puur statisch proces gebleken  .
    Dat maakt dat er enige voorzichtigheid is geboden met een kwalificering van één van de houdingen als goed of fout:

  Dat conservatieven star zouden zijn, was ook de conclusie van eerder onderzoek. Conservatieven zouden meer behoefte hebben aan orde en slechter met verandering kunnen omgaan. Dat onderzoek veroorzaakte een golf van verontwaardiging onder conservatieven in de Verenigde Staten. De onderzoekers zijn nu voorzichtiger in hun conclusies: dat progressieven flexibeler zijn, maakt ze niet beter. In bepaalde situaties kan het volgens hen juist heel nuttig zijn als iemand consequent reageert.

Het kan ook heel nuttig zijn als iemand voorzichtig, conservatief, reageert, zoals de natuur laat zien  .

In Nederland was al eerder een uitgebreider onderzoek gedaan met een zelfde soort uitkomst (uit de Volkskrant, 04-11-2006, door Marcel Hulspas):
 
  U moet niet gaan stemmen, maar een enquête invullen

...     De Nijmeegse hoogleraar politicologie Roos Vonk en student Sanne Nauts hebben een revolutionaire methode ontwikkeld om uw stemgedrag te achterhalen. Ze namen 2200 Nederlanders een persoonlijkheidstest af en vroegen hen naar hun partijkeuze. Welk persoonlijkheidstype stemt op welke partij? ...
    ... de VVD’er  ...[is] een man met een fors salaris (driekwart verdient bovenmodaal), volstrekt niet geïnteresseerd in maatschappelijke problemen of wereldleed, narcistisch en er heilig van overtuigd dat hij recht heeft op privileges en een bijzondere behandeling.
    Nauts is van die laatste uitkomst oprecht geschrokken: ‘Het verschil met de rest is echt ontzettend groot. VVD’ers vinden dat ze het bijzonder goed met zichzelf getroffen hebben.’ ...

De VVD is de Nederlandse politieke vertegenwoordiger van wat in het eerste artikel wordt aangeduid met conservatieven, en hier meer in het algemeen het rechtse denken wordt genoemd.
    Noot: In de menswetenschappen is de herhaling van al gedaan onderzoek veelvoorkomend. 

Het extreme geval van deze neigingen is ook al bekend. Qua personen is het extreme geval van de groep van rechtse mensen degenen die aan de top van, voornamelijk, het bedrijfsleven staan. Aan die top komen zeer competitieve mensen met hoog actie-neiging, hetgeen, naast successen, in het verleden ook heeft geleid tot vele spectaculaire mislukkingen. Toen naar aanleiding daarvan onderzoek werd gedaan naar de geesteshouding van topmensen, bleken die een aanzienlijk verhoogd te scoren op de schaal van psychopathie  . Psychopathie is natuurlijk gewoon het extreem van niet sociaal kunnen denken, of niet kunnen rekening houden met anderen. Het behoeft nauwelijks vermelding dat die topmensen in Nederland  voornamelijk bij de VVD zitten, en in de rest van de wereld in nog rechtsere partijen.

Dit wat betreft het rechte denken en de benadering van de medemens, die gekenmerkt wordt door de emotie van egoïsme. Een meer basale emotie is die van de angst. Ook daarin blijkt de rechtse mens een aparte positie in te nemen (Psychologie Magazine, maart 2005, pag. 16, nieuwsbericht):
  Uit een recent Amerikaans onderzoek onder 56 dromers bleek dat mensen met een rechtse politieke opvatting meer nachtmerries hadden, meer dromen waarin ze zich machteloos voelden en meer 'gewone' dromen dan linkse mensen. Die hadden meer persoonlijke kracht en vaker geluk in hun dromen. Bovendien kwamen er meer bizarre elementen voor in 'linkse' dromen.

Angst is ook verbonden met asociaal gedrag, omdat als je zelf mensen slecht behandelt, je automatisch onder ogen moet zien dat anderen jou ook slecht kunnen, en mogen, behandelen. Mar het kan ook andersom liggen: omdat rechte mensen bang zijn, zijn ze eerder geneigd om andere mensen te benadelen ten einde de eigen  belangen zeker te stellen. Welke twee factoren natuurlijk ook samen kunnen optreden, en de een de ander kan veroorzaken en versterken, op de bekende manier van de valkuil  .

Maar er zijn vermoedelijk nog fundamentelere factoren in het spel, zoals het volgende onderzoek laat zien (uit de Volkskrant, 30-08-2008, door Mark Mieras)
 
  Elk brein heeft eigen stijl en route

Tijdens ons leven denken we een hele bibliotheek vol. Elk brein doet dat op zijn eigen manier. Toch zijn denkstijlen wel degelijk aangeleerd en zijn er duidelijke culturele verschillen
.
...
Tussenstukken:
Beperkt werkgeheugen doet dogmatisch denken

Mensen die dogmatisch denken, hebben vaak een beperkt werkgeheugen. Dat ontdekte de Ierse onderzoeker Alan Brown eerder dit jaar. Hij liet ruim tweehonderd studenten testjes doen en vragenlijsten invullen en stuitte daarna op deze overeenkomst. Er was geen verband met sekse of leeftijd. Het werkgeheugen speelt een belangrijke rol bij de verwerking van informatie. Wil je je een nieuw idee eigen maken, dan moet je de onderdelen stuk voor stuk kunnen bekijken en vervolgens tot een samenhangend oordeel komen. Schiet het werkgeheugen tekort dan is dat lastiger. Volgens Brown is het logisch dat je hierdoor dogmatisch wordt. Eerder bleek al eens uit Amerikaans onderzoek dat degenen die conservatief denken, een gebrekkige activiteit hebben in het centrum voor conflictdetectie. Daardoor kunnen ze minder goed omgaan met onverwachte veranderingen. Op hogere leeftijd gaat dit centrum minder goed functioneren. Daarom gaan personen in de loop van hun leven ook vaak rechtser denken.

Het artikel legt dus zelf al het verband met meer fundamentele kenmerken als hoeveelheid werkgeheugen, die op allerlei andere kenmerken van invloed zijn, en dus ook een afgeleid kenmerk als politieke opvatting. Merk op dat in bovenstaande stuk een impliciete gelijkstelling wordt gedaan dat rechtse mensen behoudender zijn dan niet-rechtse - die gelijkstelling klopt met het algemene idee dat de ultieme vorm ervan "rechts" "reactionair" is: terug willen naar oude verhoudingen.

Dit onderzoek beschrijft een statisch verband. Een ander onderzoek geeft een mogelijke dynamiek achter deze statische uitkomst (van: www.nu.nl , 31-10-2006):

  Liegen schadelijk voor het geheugen

Mensen die bewust doen alsof ze zich niets kunnen herinneren van iets, dus liegen, verstoren daarmee hun werkelijke herinneringen. Daardoor kunnen ze zich uiteindelijk weinig herinneren van wat werkelijk is gebeurd. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht.
    Vooral de politie heeft nogal eens te maken met verdachten die zeggen zich niets te kunnen herinneren van een misdaad. Dat kan gaan om zware criminaliteit, maar ook om automobilisten die een verkeersongeval veroorzaken en een black-out, een gat in het geheugen als excuus gebruiken.
    Volgens onderzoekster Kim van Oorsouw, die 30 november promoveert op een onderzoek naar geheugenverlies en crimineel gedrag, moeten verdachten die zeggen een black-out te hebben gehad daarom direct worden onderworpen aan een geheugenverliestest.
    Uit een aantal simulatiestudies blijkt dat proefpersonen die als 'dader' geheugenverlies veinsden, uiteindelijk een slechter geheugen voor 'de misdaad' hadden dan proefpersonen die meteen de waarheid vertelden.
    Uit de studie blijkt dat black-outs door alcoholgebruik regelmatig voorkomen, maar zeldzaam zijn als het om crimineel gedrag gaat.

Het kan dus ook best zo zijn het rechtse denken niet het gevolg is van een beperkt werkgeheugen, maar dat het rechtse denken, mogelijk deels, het beperkte werkgeheugen veroorzaakt. Want rechts moet nu eenmaal meer liegen dan links, om hun voor de medemens schadelijke handelingen en ideeën te vergoelijken  . Het rechtse denken is namelijk grotendeels gebaseerd op het idee van het recht van de sterkste, dat wil zeggen: het feit dat een bepaald persoon sterker is, fysiek of intellectueel, dan een andere, geeft hem het recht om handelingen te plegen ten nadele van dat andere individu  - bijvoorbeeld door zichzelf een groter deel uit de gezamenlijke economische inspanning toe te eigenen dan waar hij qua hoeveelheid werk recht op heeft. Waardoor dat andere individu langer moet werken en/of eerder doodgaat.   

Indachtig het maxime dat iedereen wel weet hoe het hoort (behoudens enkele psychopathische uitzonderingen), kan het rechtse individu zich deze houding alleen veroorloven, door zichzelf wijs te maken dat het anders ligt - dat zijn egoïsme goed is voor iedereen. Dit soort afwijkingen, zie ook religie, worden meestal gecanoniseerd in een ideologie, in dit geval de kapitalistische ideologie  . Het bedenken en het onderhouden van deze denkbeelden die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid doet, volgens het laatstgenoemde onderzoek, dus schade aan het actieve geheugen, iets dat heel wel hetzelfde kan zijn als wat het eerste onderzoek vindt als een beperking van het werkgeheugen.   

Het beperkte werkgeheugen en het onderhouden van een ideologie die niet overeenkomt met de werkelijkheid komt samen in de manier waarop die ideologie verkocht wordt aan de rest van de mensheid. Het gemeenschappelijke kenmerk van ideologie en een beperkt denkvormogen is het hanteren van zwart-witdenken. Het tegenovergestelde van zwart-witdenken is lichtgrijs-donkergrijs denken, en daarbij bestaan er altijd talloze mogelijkheden - in principe zelfs oneindig. Zwart-witdenken heeft, natuurlijk, maar twee mogelijkheden - veel geschikter voor de beperkte geest  .   

En het kenmerk van ideologie is dat het de wereld scheidt in aanhangers en tegenstanders - en daarbij vrijwel altijd ook een stel vaststaande  regels hanteert: die regels zijn waar, en wat er niet mee overeenkomt, is per definitie niet-waar. Ook echt zwart-wit denken, dus.
    Zwart-witdenken is natuurlijk altijd een leugen, omdat er maar één plaats is waar zwart-wit dingen bestaan, de wereld van de wiskunde, terwijl in de werkelijke wereld altijd alles lichtgrijs-donkergrijs is.   

Ook de factor van een beperking in hersencapaciteiten heeft natuurlijk een wisselwerking met de al eerder beschreven factoren van angst en egoïsme. Zo is er een verband tussen de eigen leugens van de rechtse denker, en zijn grotere wantrouwen in de medemens en zijn egoïsme - de hele rechtse en met name kapitalistische ideologie gaat uit van wantrouwen en egoïsme. En het resultaat van dit complex vindt men vindt men terug op allerlei terreinen van individueel en matschappelijk gedrag en opvattingen terug.

Eén aspect van dit terugzien is vrijwel letterlijk: als groepskenmerk is het rechte denken ook aan het uiterlijk te zien. Dit is een uitspraak die in dit soort context meestal krachtig wordt afgewezen, maar dat is volstrekte onzin, zoals de praktijken in Hollywood en de rest van de kunst bewijzen   . En wat ook gewoon de praktijk van maken van portretten van mensen laat zien, wat men kan controleren in de lijst beschikbaar bij de volgende reeks portretten van  portretten van directeuren  en andere topmensen.

Ook op grotere schaal is het verband tussen manier van denken en uiterlijk terug te vinden. Een aantal jaren terug werd voormalig Chileens dictator Augusto Pinochet gearresteerd in Londen. Naar aanleiding daarvan werden in twee steden demonstraties gehouden: in Londen door tegenstanders van Pinochet, en in Santiago, Chili, door voorstanders. De verschillen in het soort mensen waren opmerkelijk. Hetzelfde kon men zien ten tijde van de rel rond het Cubaanse bootvluchtelingetje Elian. Na elkaar te zien waren de reacties van Amerikaanse Cubanen en de Cubaanse Cubanen - en wat vooral opviel was hun totaal verschillende uitstraling, die in volkomen tegenstelling was tot de materiële verhoudingen: de veel rijkere Amerikaanse Cubanen zagen er uiterst gefrustreerd uit in vergelijking met de veel armere Cubaanse Cubanen die er veel relaxter uitzagen. Een gelijke soort verschil in uitstraling was ook te zien bij de Chilenen in Londen en Santiago.

De tweede stap is die van psychologie naar sociologie. Sociologie gaat over groepen van mensen, groepen van individuen. De psychologische beschrijving van het individu vertaalt zich dus in de sociologische beschrijving van groepen - de groepen hebben de kenmerken die gemeenschappelijk zijn aan de verzameling individuen in de groep. Als voor individuen het uiterlijk gekoppeld kan worden aan psyche, karakter, kan dat dus ook voor groepen van individuen.

Tot slot enige woorden gewijd aan de mogelijkheid tot verbetering van de situatie. Veel van de fundamentele kenmerken als werkgeheugen zijn lastig te veranderen, in ieder geval op kortere termijn. Maar er is wel aanzienlijke verbetering mogelijk door training, zoals een van de artikelen boven al zegt (uit de Volkskrant, 30-08-2008, door Mark Mieras)

  ...    De rechter hersenhelft heeft een goed gevoel voor patronen, beelden, sferen en verhoudingen en voedt de linker hersenhelft met ‘goede ingevingen’. Excellente wiskundigen maken vaak willekeurig gebruik van de rechter hersenhelft. Ze sturen de opgave naar de overzijde en wachten het antwoord af. Ook bij andere creatieve geesten kun je een opvallende activiteit in de rechter hersenhelft meten. Het viel de Amerikanen die het vorig jaar onderzochten op, dat dit patroon bleef bestaan als de proefpersonen niet dachten maar voor zichzelf uit droomden. Creativiteit is dus geen kunstje maar een aard.
    Toch kun je anders leren denken. Wie zijn hersenen langdurig traint in een andere denkstijl kan die routes verbreden en de dikte van zijn hersenbalk veranderen. Dat vraagt wel volharding. Sommige denkpatronen zijn sneller te veranderen. Zo gebruiken creatieve mensen hun aandacht anders. Die houden ze off-focus, waardoor ze openstaan voor associaties. Met ontspanningsoefeningen is dat vrij snel te leren.

Het vooruitbrengen van de fundamentele kenmerken, de capaciteiten, van het menselijke brein is precies één van de doelstellingen van de algemene semantiek. Het allereerste wat daarmee gedaan kan worden is het signaleren en het aanpakken van het zwart-witdenken, het Aristotelische denken  . Dat aanpakken kan je dan training in het lichtgrijs-donkergrijsdenken, het niet-Aristotelische of het Nul-A-denken noemen. Hetgeen een natuurlijk vervolg heeft in het leren doorzien van alle taalkundige, semantische en retorische trucs, waarmee de aanhangers van het zwart-wit denken hun propaganda doorspekken   , het soort propaganda dat we kennen van politici, maatschappelijke beleidsmakers, en andere mensen met macht en een stem in de maatschappij, wier macht veelal berust op het zwart-witdenken  .

Als je zwart-witdenken ziet als een storing in het denkproces, is het verhelpen daarvan een vorm van therapie. Omdat het verhelpen plaats vindt met behulp van de algemene semantiek, wat een sterk rationeel denksysteem is, is dat verhelpen dus een vorm van cognitieve therapie. Nu is cognitieve therapie, CT, in de psychologie bekend als de meest effectieve vorm van therapie bij de meeste niet al te zware psychologisch kwalen  . De therapie op de maatschappij om het zwart-witdenken uit te bannen, en de problemen van beperkt werkgeheugen en andere oorzaken van bekrompenheid weg te werken, kan men dus cognitieve maatschappijtherapie noemen - CMT. Voor die therapie kan men een trainingsprogramma opstellen  , maar in de toekomst zou dat een natuurlijk deel moeten gaan uitmaken van het schoolprogramma.   


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst  , Psychologie overzicht  , of site home  .
 

 

6 okt.2008; 22 dec.2010